College - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau IEA - plan-MER Programma Energiehoofdstructuur II zienswijze 1
Tekst van het document
Bureau Energieprojecten Inspraakpunt Programma Energiehoofdstructuur II Postbus 111 9200 AC Drachten
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
ONS KENMERK
DATUM
17 december 2025 BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
BIJLAGEN
R.A. Bakker
Paul Krugerstraat 1
0118-487165
1
ONDERWERP
Zienswijze Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau IEA/plan-MER Programma Energiehoofdstructuur II Geachte heer, mevrouw, Hierbij ontvangt u onze zienswijze op Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau IEA/planMER Programma Energiehoofdstructuur II (hierna cNRD). Wij hebben met interesse kennis genomen van het document. Er worden vier uiteenlopende scenario’s geschetst. Uit de Integrale Effectanalyse en het plan-MER Programma Energiehoofdstructuur II zal moeten blijken wat de impact is van deze verschillende scenario’s. Grootschalige elektriciteits-centrales (m.u.v. kernenergie) In tabel 1-1 “Reikwijdte (scope) Programma Energiehoofdstructuur II (…)” is aangegeven welke zaken onderdeel uitmaken van de energiehoofdstructuur. In de tabel is de volgende categorie genoemd: “Grootschalige elektriciteits-centrales (m.u.v. kernenergie)”. Hieruit maken wij op dat kernenergie geen onderdeel is van de energiehoofdstructuur en van het Programma Energiehoofdstructuur II (hierna: PEHII). Wel is in de tabel de categorie “Aanvullende voorkeursgebieden kernenergie” genoemd, maar dit lijkt betrekking te hebben op gebieden en niet op kerncentrales. In de cNRD wordt echter wel inhoudelijk ingegaan op kerncentrales, ondanks dat dit - gezien de genoemde tabel – er geen onderdeel vanuit lijkt te maken.
Het is ons om die reden niet duidelijk in hoeverre kerncentrales onderdeel uitmaken van PEHII. Wij verzoeken u om dit te verduidelijken en ons daarna in de gelegenheid te stellen om nogmaals te reageren op het cNRD t.a.v. het onderdeel kernenergie/kerncentrales. Externe veiligheid Een onderbelicht punt in de cNRD betreft externe veiligheid. In de cNRD is op pagina 29 een tabel opgenomen met te beoordelen aspecten. Daarin is in de kolom ‘hoofdaspect’ genoemd: Leefomgeving, milieu, gezondheid en veiligheid. In de kolom ‘deelaspecten’ zijn voorts Bodem en water, Klimaatadaptatie, Geluid en Externe veiligheid genoemd. Echter, in de kolom ‘toelichting’ wordt niet ingegaan op het aspect externe veiligheid.
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
Wij verzoeken u in de IEA en het plan-MER in te gaan op het aspect externe veiligheid, met nadrukkelijk aandacht op de import van waterstof(dragers) via zeeschepen. Wij vragen hier aandacht voor, omdat wij ons zorgen maken over de voorziene toename van vervoer van gevaarlijke stoffen die verband houden met de energietransitie naar en van de havens van Nort Sea Port en Antwerpen. Naar onze mening is het onvoldoende inzichtelijk welke risico’s m.b.t. omgevingsveiligheid hiermee gemoeid zijn. Onze zorg zit met name op de import van gevaarlijke stoffen door middel van zeeschepen langs de kust van het stedelijke gebied van Vlissingen. De vaargeul is hier relatief dicht op de oever gelegen, waardoor de veiligheidssituatie in het stedelijk gebied van Vlissingen mogelijk kan verslechteren. Verder is het naar onze mening onvoldoende inzichtelijk of ruimtelijke ontwikkelingen in Vlissingen in de knel kunnen komen als gevolg van de beoogde toename van vervoer van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde. Wij verzoeken u om dit in beeld te brengen. Tevens verzoeken wij u ons garanties te bieden dat deze toename niet leidt tot belemmeringen voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Vlissingen en te voorkomen dat de risico’s omtrent externe veiligheid in het stedelijk gebied van Vlissingen niet toenemen als gevolg van vervoer van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde t.o.v.
de huidige situatie. Ook in de ontwerp-Nota Ruimte is import van waterstof(dragers) onderbelicht. Daarin is aangegeven dat gewerkt wordt aan de realisatie van buisleidingen voor waterstof(dragers). De import van waterstof(dragers) zal echter hoofdzakelijk via zeeschepen blijven verlopen. De aanleg van buisleidingen voor waterstof(dragers) zal dan ook niet bijdragen aan het verlagen van externe veiligheidsrisico’s in het stedelijk gebied van Vlissingen. Sterker nog, de aanleg van buisleidingen voor waterstof(dragers) kan in onze ogen tot gevolg hebben dat de risico’s op het gebied van externe veiligheid in het stedelijk gebied van Vlissingen juist toenemen. Als gevolg van de aanleg van buisleidingen voor waterstof(dragers) kan de hoeveelheid aan waterstof(dragers) dat wordt afgevoerd en wordt ingevoegd immers toenemen t.o.v. de situatie wanneer dit netwerk er niet zou liggen. Dit is ambtelijk aangekaart tijdens een bijeenkomst over de ontwerp-Nota Ruimte d.d. 26 november 2025. De aanwezige medewerkers van het Rijk hebben daarin onderkend dat de aanleg van buisleidingen voor waterstof(dragers) niet helpend is voor de veiligheidssituatie in Vlissingen en dat niet uit te sluiten is dat dit op termijn negatieve gevolgen kan hebben voor stedelijke ontwikkelingen in Vlissingen.
De medewerkers van het Rijk droegen de suggestie aan om door middel van een zienswijze hier aandacht voor te vragen en bij het Rijk aan te kaarten de vaargeul van de Westerschelde te verleggen. Wij nemen deze suggestie graag ter harte en vragen u langs deze weg om dit op te pakken. Waterstofbehoefte Voor wat betreft de behoefte aan waterstof, verzoeken wij u uit te gaan van de meest actuele inzichten. Zo heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een reflectie gegeven op de Cluster Energiestrategieën 2024 (CES 3.0). Het PBL constateert dat er vanaf 2040 in de CES 3.0 een afname te zien is van het waterstofaanbod, terwijl bij het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) juist een toename wordt verwacht. Wij verzoeken u uit te gaan van de meest actuele inzichten omtrent waterstofproductie en - afname.
Ruimtedruk In de cNRD is aangegeven dat scenariovarianten voor PEH II voortbouwen op de inzichten uit PEH I (2024). Gesteld is dat uit PEH I bijvoorbeeld naar voren kwam dat plaatsing van grootschalige elektrolysers op locaties waar aanlanding van wind op zee plaatsvindt efficiënt is voor het energiesysteem, en dat dit aanzienlijke ruimte- en kostenvoordelen heeft. In de Blad 2 behorend bij 2680252 / 2680293
cNRD is aangegeven dat aanvullend verkend wordt wat de impact is van het plaatsen van grote watervragers (zoals elektrolysers) aan de kust vanwege de mogelijk toekomstige schaarste aan water in het binnenland. Ook is aangegeven dat gebleken is dat ruimtelijke concentratie van elektriciteitsproductie uit wind- en zon (t.o.v. spreiding) geen significante effecten opleverde voor de hoogspanningsinfrastructuur. In de cNRD is aangegeven dat dit vraagstuk daarom geen onderdeel is van PEH II. Wij kunnen deze uitgangspunten niet geheel volgen. Voor wat betreft het bovenstaande lijkt uitsluitend rekening gehouden te worden met effecten voor de hoogspanningsinfrastructuur. Naar onze mening is deze benadering te eng. Ruimtelijke concentratie van grootschalige elektrolysers en elektriciteitsproductie uit wind- en zon heeft immers niet alleen effecten voor de hoogspanningsinfrastructuur, maar dit heeft ook landschappelijke, ruimtelijke, leefbaarheidseffecten en effecten op brede welvaart. Wij verzoeken u dan ook om in het IEA en plan-MER de effecten te onderzoeken van spreiding van grootschalige elektrolysers en elektriciteitsproductie uit wind- en zon. Verder verzoeken wij u om de scope van een dergelijk onderzoek te verbreden van uitsluitend effecten voor de hoogspanningsinfrastructuur naar ruimtelijke, landschappelijke en leefbaarheidseffecten en effecten op de brede welvaart.
Raakvlakken met andere ruimtelijke opgaven Op pagina 9 van de cNRD is aangegeven dat om de effecten over en weer van keuzes in de ruimtelijke ordening van het nationale energiesysteem in kaart te brengen, data en gegevens vanuit andere sectorale nationale programma’s en trajecten wordt ingebracht zoals Ruimte voor Defensie, Ruimte voor Landbouw en Natuur en Ruimte voor Industrie. Wij onderschrijven het belang om vanuit een brede context en vanuit diverse beleidsvelden de effecten op de ruimtelijke ordening in kaart te brengen en zaken als woningbouw en ruimtebehoeften van andere departementen daarbij te betrekken. In tabel 4-1 (Hoofd- en deelaspecten die onderdeel uitmaken van de IEA PEH II) is in de kolom deelaspect Woningbouw genoemd. Echter, in de kolom toelichting komt woningbouw niet terug. In de kolom toelichting wordt gesteld dat de effecten van energie-infrastructuur worden beoordeeld op de functies landbouw, recreatie, defensie, industrie en infrastructuur (spoor, weg, water, zon- en windenergie). Wij verzoeken u om woningbouw hierbij te betrekken. Ook lijkt er geen rekening te worden gehouden met ruimtebeslag van bijvoorbeeld het ministerie van Justitie en Veiligheid. Er lijken zodoende enkele (nationale) belangen niet afdoende te worden onderzocht en meegewogen.
Wij verzoeken u in ieder geval rekening te houden met de woningbouwopgave en het ruimtebeslag van andere ministeries zoals de bouw van het Justitieel Complex Vlissingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Gezien de vele (nationale) belangen die samenkomen in (de omgeving van) Vlissingen-Oost vanuit diverse ministeries, is een gebiedsgerichte aanpak naar onze mening onontbeerlijk. Wij verzoeken u om voor (de omgeving van) Vlissingen-Oost een gebiedsgerichte aanpak te hanteren. De door ons vervaardigde en bijgevoegde kaart, waarop nationale belangen binnen de gemeente Vlissingen zijn opgenomen, kan daarbij als bouwsteen worden gebruikt. Hieruit blijkt dat in dit gebied naast energievraagstukken er nog vele andere nationale belangen spelen, zoals het opschalen van de defensie-industrie, de bouw van een justitieel complex, host nation support, dijkversterkingen en natuurontwikkeling. Wij verzoeken u dan ook om samen met andere ministeries serieus werk te maken van een gebiedsgerichte aanpak en ons daarbij te betrekken. Zoals bij u bekend, heeft gebiedsverbinder Knops reeds in december 2024 advies uitgebracht inzake de eventuele komst van twee kerncentrales in Zeeland. Hierin constateert de heer Knops dat er spanning bestaat tussen de mogelijke komst van de kerncentrales met andere ruimtelijke initiatieven.
Hij adviseert om te komen tot een afgestemde aanpak, omdat anders Blad 3 behorend bij 2680252 / 2680293
het risico bestaat dat de ontwikkelingsdoelen van zowel de bouw van twee kerncentrales als andere projecten worden belemmerd of in een later stadium tenietgedaan worden door parallelle initiatieven. Ondanks dat er op pagina 9 van de cNRD aandacht is voor enkele belangen van andere ministeries, lijkt dit onderdeel van het advies nog niet goed geland bij uw ministerie. Wij verzoeken u dit voortvarender op te pakken, in betere afstemming met alle relevante ministeries en de gemeente Vlissingen daarbij te betrekken. Dit om te komen tot een integrale afstemming tussen de vele ontwikkelingen in (de omgeving van) Vlissingen-Oost en er zodoende gekomen kan worden tot de meest optimale invulling van het gebied waarbij zowel nationale, regionale en lokale ambities betrokken kunnen worden. Stikstofruimte In tabel 4-1 (Hoofd- en deelaspecten die onderdeel uitmaken van de IEA PEH II) is aangegeven dat ingegaan zal worden op stikstofdepositie. Wij zijn van mening dat de stikstofruimte die benodigd is voor de energiehoofdstructuur niet ten koste mag gaan van stikstofruimte die benodigd is voor woningbouwprojecten in Vlissingen. Wij wensen namelijk een betekenende bijdrage te leveren aan de woningbouwopgave en vrezen dat dit niet tot stand kan komen indien de stikstofruimte benut wordt voor de energiehoofdstructuur.
Wij verzoeken u om hiervoor voldoende stikstofruimte voor beschikbaar te laten. Vervolg Wij zien uw reactie op voorliggende zienswijze met belangstelling tegemoet. Indien deze zienswijze tevens relevant is voor andere ministeries of departementen, verzoeken wij u deze zienswijze door te geleiden naar het juiste ministerie of departement. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.D.A. Wiskerke
drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 4 behorend bij 2680252 / 2680293