CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

College - Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau IEA - plan-MER Programma Energiehoofdstructuur II zienswijze 2

Informatiebijeenkomst 20 maart 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken2.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bureau Energieprojecten Bureau Energieprojecten Inspraakpunt Waterstofnetwerk Zuidwest Nederland Postbus 111 9200 AC Drachten

UW BRIEF VAN

UW KENMERK

ONS KENMERK

DATUM

17 december 2025 BEHANDELD DOOR

BEZOEKADRES

TELEFOON

BIJLAGEN

R.A. Bakker

Paul Krugerstraat 1

0118-487165

1

ONDERWERP

Zienswijze concept-voorkeursalternatief, milieueffectrapportage en integrale effectenanalyse waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland Geachte heer, mevrouw, Hierbij ontvangt u milieueffectrapportage Nederland.

onze zienswijze op het concept-voorkeursalternatief, de en de integrale effectenanalyse waterstofnetwerk Zuidwest-

Aanleiding In de stukken is aangegeven dat Hynetwork als doel heeft het transport van waterstof te maximaliseren en het gebruik ervan in Nederland te bevorderen. Gesteld wordt dat om die reden Hynetwork, in opdracht van het Rijk, een landelijk netwerk van hogedrukwaterstofleidingen ontwikkelt, genaamd ‘Waterstofnetwerk Nederland’. Onderdeel van dit netwerk zijn de vijf grote industriële clusters. Het landelijke hogedruknetwerk voor waterstof verbindt deze clusters en regio’s met havengebieden, locaties voor wind op zee, opslagfaciliteiten, en met België en Duitsland. Gesteld wordt dat voor de regio Zuidwest-Nederland het waterstofnetwerk van groot belang is, omdat het een duurzaam vestigingsklimaat creëert en omdat de regio hiermee een sterke positie op het gebied van economische groei en werkgelegenheid behoudt. Aangegeven is dat er voor de verbinding van Woensdrecht naar Vlissingen via Zuid-Beveland geen geschikte aardgasleidingen beschikbaar zijn waardoor een nieuwe waterstoftransportleiding nodig is. Tevens is aangegeven dat deze grotendeels binnen de bestaande en/of bestemde leidingstroken worden aangelegd, behalve het laatste stuk bij het Sloegebied nabij Vlissingen. Gesteld wordt dat in het Sloegebied - nieuwbouw plaatsvindt omdat er geen boventallige aardgasleiding beschikbaar is. Het betreft het meest westelijke deel van het nieuw te bouwen tracé.

Beschreven is dat bij de nieuwbouw gestreefd wordt naar aansluiting met de bestaande bovengrondse en ondergrondse infrastructuur en daarom gebundeld wordt met bestaande leidingstraten binnen het Sloegebied. Aangegeven is dat dit uitgangspunt efficiënt ruimtegebruik bevordert door minder nieuwe doorsnijding van percelen en ander functies, en

POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G

over het algemeen leidt tot minder milieueffecten doordat de ondergrond ter plaatse al (enigszins) is verstoord. In de stukken wordt verwezen naar het CES 3.0-rapport van Smart Delta Resources waarin een gedetailleerd overzicht opgenomen is van de verwachte waterstoftransportcapaciteit voor het waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland. Aangegeven is dat de verwachte volumes zullen groeien afhankelijk van marktontwikkelingen en maatschappelijk draagvlak. Gesteld wordt dat de import van waterstof in de vorm van ammoniak of LOHC’s de leveringszekerheid en de waterstofeconomie versterkt. Daarbij is aangegeven dat de prognose voor 2050 laat zien dat de regio meer waterstof zal produceren dan lokaal verbruikt wordt, met een potentieel overschot van 1 Mton aan waterstof. Zienswijze noodzaak waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland De noodzaak voor de aanleg van het waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland is in onze ogen niet goed onderbouwd en aangetoond. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft een reflectie gegeven op de Cluster Energiestrategieën 2024 (CES 3.0). Daarin is aangegeven dat de toename van het aanbod van waterstof in de CES 3.0 groter is dan die van de vraag. Het PBL constateert dat verschillende clusters beogen een doorvoerfunctie te vervullen voor waterstof, gericht op inzet in andere sectoren dan de industrie, zoals de mobiliteit, of voor gebruik elders in NoordwestEuropa.

Het PBL constateert dat er vanaf 2040 in de CES 3.0 een afname te zien is van het waterstofaanbod, terwijl bij het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) juist een toename wordt verwacht. Het PBL constateert dat de dalende trend voornamelijk uit het cluster ZeelandWest-Brabant komt, waar de industriële productie van waterstof afneemt tussen 2040 en 2050 volgens hun CES. In de stukken van het waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland lijkt geen rekening gehouden te zijn met de bevindingen van de “Reflectie Cluster Energiestrategieën 2024 (CES 3.0)”. Bovendien is er, voor zover wij kunnen overzien, geen rekening gehouden met het feit dat waterstofontwikkelingen niet of moeizaam van de grond komen en investeringsbeslissingen uitgesteld of afgesteld worden. Zo lijkt tabel 6.1 (geplande (groene) waterstoffabrieken in Zeeland) uit de integrale effectenanalyse (hierna: IEA) niet meer actueel, en kan om die reden niet dienen als beslisinformatie. Samengevat verzoeken wij u de noodzaak voor de aanleg van het waterstofnetwerk ZuidwestNederland beter te onderbouwen en daarbij rekening te houden met de meest actuele inzichten omtrent waterstofontwikkelingen. De stukken zijn deels achterhaald en kunnen zodoende niet dienen als beslisinformatie. Verder worden er in de stukken verschillende benamingen gebruikt voor het zeehaven- en industriegebied Vlissingen-Oost. Dit is verwarrend.

Wij verzoeken u de officiële naam Vlissingen-Oost te hanteren. Scope onderzoek externe veiligheid Gesteld wordt dat de effecten van het voorgenomen project op omgevingsveiligheid zijn beoordeeld op plaatsgebonden- en groepsrisico. Gesteld wordt dat hiervoor berekeningen zijn uitgevoerd met de op dit moment beschikbare en geaccordeerde modellen voor waterstoftransport via leidingen. Gesteld wordt dat hieruit volgt dat de waterstofleidingen voldoen aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van omgevingsveiligheid. Tevens is in de stukken opgenomen (onder “Verkenning waterstof-importterminals”) dat er voor de verduurzaming van industrie, vervoer en de elektriciteitssector voldoende waterstof beschikbaar moet zijn. Gesteld wordt dat er daarom ook import vanuit het buitenland nodig is.

Blad 2 behorend bij 2680252 / 2680293

Gesteld wordt dat het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) samen met betrokken partijen de mogelijkheden van importterminals verkent en dat dit zich richt op industrieclusters zoals het Noordzeekanaalgebied, de Rotterdamse haven en de Schelde-Deltaregio. Aangegeven is dat de verkenning zich nog in een vroeg stadium bevindt, met geplande realisatie tussen 2024 en 2030. Zienswijze Gezien het gegeven dat een deel van het industriecluster Schelde-Delta zich op grondgebied van de gemeente Vlissingen bevindt, worden wij graag actief betrokken bij de verkenning naar waterstof-importterminals. Wij verzoeken u ons hierbij te betrekken. Verder is er een directe relatie tussen de aanleg van het waterstofnetwerk en invoer van waterstofdragers. Als gevolg van de aanleg van het waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland kan er immers (meer) waterstof worden afgevoerd dan wanneer dit netwerk er niet zou liggen. De aanleg van het waterstofnetwerk heeft dan ook tot gevolg dat de import van waterstof(dragers) - wat voornamelijk via zeeschepen ingevoerd wordt - zal toenemen t.o.v. de situatie waarin het waterstofnetwerk Zuidwest Nederland niet aangelegd zal worden. Met de invoer van waterstof(dragers) via zeeschepen zijn externe veiligheidsrisico’s gemoeid.

Gezien de directe relatie tussen de aanleg van het waterstofnetwerk en de toename van invoer van waterstof(dragers) via zeeschepen, is de huidige scope van het onderzoek naar externe veiligheid van uitsluitend de waterstofleiding ontoereikend. Wij verzoeken u de scope van het onderzoek te verbreden met de import van waterstof(dragers) via zeeschepen. Wij vragen hier aandacht voor, omdat wij ons zorgen maken over de voorziene toename van gevaarlijke stoffen die verband houden met de energietransitie naar en van de havens van Nort Sea Port en Antwerpen. Naar onze mening is het onvoldoende inzichtelijk welke risico’s m.b.t. omgevingsveiligheid hiermee gemoeid zijn. Onze zorg zit met name op de invoer van gevaarlijke stoffen door middel van zeeschepen langs de kust van het stedelijke gebied van Vlissingen. De vaargeul is hier relatief dicht op de oever gelegen waardoor de veiligheidssituatie in het stedelijk gebied van Vlissingen mogelijk kan verslechteren. Verder is naar onze mening onvoldoende inzichtelijk of ruimtelijke ontwikkelingen in Vlissingen in de knel kunnen komen als gevolg van de beoogde toename van vervoer van gevaarlijke stoffen over de Westerschelde. Wij verzoeken u om dit in beeld te brengen. Nieuwbouw kerncentrales In de IEA is onder “Afstemming Vlissingen-Oost/Borssele” aangegeven dat Borssele zoekgebied is voor de bouw van een nieuwe kerncentrale.

Verder is in de MER een overzichtskaart opgenomen van energieprojecten in Zuidwest-Nederland. Zienswijze Zowel de aangegeven informatie in de IEA als de overzichtskaart zijn niet correct. Het gestelde dat Borssele zoekgebied is voor de bouw een nieuwe kerncentrales is onjuist. Het gaat namelijk niet om één kerncentrale, maar om twee kerncentrales. Bovendien is niet alleen Borssele in beeld als zoekgebied, maar zijn ook locaties in Terneuzen en Vlissingen in beeld. Ook op de overzichtskaart van energieprojecten in Zuidwest-Nederland is uitsluitend de locatie Borssele aangegeven als zoeklocatie voor de kerncentrales. In de kamerbrief van 16 mei 2025 met als onderwerp “Voortgangsbrief nieuwbouw kernenergie mei 2025“ is aangegeven dat “Als het kabinet na het doorlopen van de projectprocedure een keuze heeft gemaakt tussen geschikte locaties, de voorkeur gegeven zal worden aan een locatie in Zeeland”. Het voormalige Thermphos-terrein in de gemeente Vlissingen is in Zeeland één van de drie locaties. Het op juiste wijze betrekken van het project nieuwbouw kerncentrales is van groot belang, aangezien een deel van het beoogde waterstofnetwerk Zuidwest Nederland en een daarvan onderdeel uitmakende afsluiterlocatie beoogd zijn op het voormalige Thermphos-terrein. Blad 3 behorend bij 2680252 / 2680293

Nu er rekening gehouden lijkt te zijn met de mogelijke bouw van een kerncentrale in plaats van twee kerncentrales en niet het juiste zoekgebied is gehanteerd, vragen wij ons af of de voormalige Thermphos-locatie wel geschikt is voor de aanleg van het waterstofnetwerk. De benodigde fysieke ruimte voor twee kerncentrales is immers groter dan de benodigde ruimte van een kerncentrale, zodat afgevraagd kan worden in hoeverre er ruimte resteert voor het waterstofnetwerk. Verder vragen wij ons af of er voldoende fysieke ruimte aanwezig is om het waterstofnetwerk aan te leggen richting het voormalige Thermphos-terrein. In het IEA wordt gesteld dat leidingen worden gebundeld met bestaande leidingstraten binnen het Sloegebied. Recentelijk is hiertoe een overleg gestart, maar het is naar onze mening te vroeg om te stellen dat dit haalbaar is. Verder is naar onze mening niet aangetoond dat er voldoende fysieke ruimte in Vlissingen-Oost aanwezig is het waterstofnetwerk aan te leggen tot aan de voormalige Thermphos-locatie. Wij verzoeken u dit beter te onderzoeken en te onderbouwen. De uitvoerbaarheid van de aanleg is naar onze mening op dit moment onvoldoende aangetoond. Tevens verzoeken wij u juist kaartmateriaal op te nemen. Naast dat het zoekgebied van de kerncentrales niet juist is weergegeven, ontbreekt bijvoorbeeld ook het initiatief voor de realisatie van Zeeland Energy Terminal.

Als bouwsteen voor uw kaart, verzoeken wij u de door ons vervaardigde en bijgevoegde kaart te gebruiken, waarop nationale belangen binnen de gemeente Vlissingen zijn opgenomen. Deze kaart geeft een beter beeld van de vele belangen en initiatieven in het gebied. Integrale aanpak In het MER is aangegeven dat met een gebiedsgerichte aanpak van het ministerie van Klimaat en Groene Groei het geheel aan projecten in de regio wordt aangestuurd. Gesteld wordt dat met de integrale aanpak van het ministerie de projectorganisatie van het Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland structureel afstemming pleegt met andere rijksprojecten over de onderlinge raakvlakken. Gesteld wordt dat zo geborgd wordt dat de nodige afspraken met zowel andere rijksprojecten als ook met de betrokken bevoegde gezagen en andere belanghebbenden worden gemaakt om het waterstofproject te kunnen realiseren met een zo beperkt mogelijke impact op de regio’s waar het doorheen loopt. Daarbij wordt voor een globaal beeld o.a. verwezen naar Bijlage 4 van het MER “Overzicht energieprojecten Zuidwest-Nederland”. Daarin is onderstaande kaartuitsnede opgenomen.

Blad 4 behorend bij 2680252 / 2680293

Zienswijze Wij onderschrijven het belang van een gebiedsgerichte aanpak. Gezien de vele (nationale) belangen die samenkomen in (de omgeving van) Vlissingen-Oost van diverse ministeries is een gebiedsgerichte aanpak onontbeerlijk. De verwijzing naar de kaart energieprojecten Zuidwest Nederland gaat naar onze mening om die reden mank. Dit betreft slechts enkele energieprojecten van het ministerie van KGG en is bovendien niet eens volledig op dat vlak. In het gebied spelen nog vele andere nationale belangen, zoals het opschalen van de defensie-industrie, de bouw van een justitieel complex, host nation support, dijkversterkingen en natuurontwikkeling. Door de verwijzing naar de kaart “Energieprojecten Zuidwest Nederland” lijkt het erop dat u geen goed beeld heeft van de vele andere (nationale) belangen in het gebied en bestaat de kans dat de opgaven waar uw ministerie bevoegd gezag voor is, niet goed afgewogen worden tegen andere (nationale) opgaven van andere ministeries. Wij verzoeken u dan ook om samen met andere ministeries serieus werk te maken van een gebiedsgerichte aanpak en ons daarbij te betrekken. Zoals bij u bekend, heeft gebiedsverbinder Knops reeds in december 2024 advies uitgebracht inzake de eventuele komst van twee kerncentrales in Zeeland.

Hierin constateert de heer Knops dat er spanning bestaat tussen de mogelijke komst van de kerncentrales met andere ruimtelijke initiatieven. Hij adviseert om te komen tot een afgestemde aanpak, omdat anders het risico bestaat dat de ontwikkelingsdoelen van zowel de bouw van twee kerncentrales als andere projecten worden belemmerd of in een later stadium tenietgedaan worden door parallelle initiatieven. Voor zover wij kunnen overzien is dit onderdeel van het advies nog niet goed geland bij uw ministerie. Wij verzoeken u dit voortvarender op te pakken, in betere afstemming met alle

Blad 5 behorend bij 2680252 / 2680293

relevante ministeries en de gemeente Vlissingen daarbij te betrekken. Dit om te komen tot een integrale afstemming tussen de vele ontwikkelingen in (de omgeving van) Vlissingen-Oost en er zodoende gekomen kan worden tot de meest optimale invulling van het gebied waarbij zowel nationale, regionale en lokale ambities betrokken kunnen worden. Wij verzoeken u om vooruitlopend daarop geen onomkeerbare besluiten te nemen inzake het waterstofnetwerk Zuidwest Nederland. Tevens verzoeken wij u in het MER meer rekening te houden met de vele initiatieven in de omgeving en in te gaan op de cumulatieve effecten daarvan. De bijgevoegde kaart kan één van de bouwstenen zijn om dit inzichtelijk te maken. Stikstofruimte In de stukken is aangegeven dat om het voornemen te kunnen realiseren er mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn vanwege stikstofdepositie. Dit wordt naar achteren geschoven doordat pas in fase 2 van het MER maatregelen onderzocht zullen worden om effecten op Natura 2000-gebieden te minimaliseren. Verder wordt gesteld dat het project speelt in een gebied met een veelheid aan waarden en functies en nationale, regionale en lokale opgaven. Aangegeven is dat het belangrijk is om bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe waterstofverbinding rekening te houden met andere ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in het gebied.

Concreet wordt daarbij “Woningbouwprojecten Zeeland” genoemd. Gesteld wordt dat er niet alleen sprake is van urgentie ten aanzien van de energietransitie, maar ook ten aanzien van het bouwen van woningen. Gesteld wordt dat snel meer woningen bijgebouwd dienen te worden ook in Zeeland. Daarbij wordt gesteld dat het raakvlak niet planologisch van aard is, aangezien er geen overlap in ruimteclaim is. Aangegeven is dat er wel sprake kan zijn van milieueffecten op de woningen. Zienswijze Wij onderschrijven het beschreven belang om bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe waterstofverbinding rekening te houden met andere ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in het gebied. Ook onderschrijven wij het beschreven belang van woningbouw in Zeeland. Wij zijn van mening dat de stikstofruimte die benodigd is voor de aanleg van de waterstofverbinding geen belemmerende factor mag zijn voor de stikstofruimte voor woningbouwprojecten in Vlissingen. Tevens zijn wij van mening dat de stelling dat het waterstofnetwerk geen planologisch relevant raakvlak heeft met de woningbouwopgave in Zeeland niet goed is onderbouwd. Zoals eerder in deze zienswijze gesteld, bestaat er naar onze mening een causaal verband tussen de aanleg van het waterstofnetwerk en de toename van import van waterstofdragers (zoals ammoniak) door zeeschepen.

De toename van deze transporten kan er wellicht toe leiden dat ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw in het stedelijke gebied van Vlissingen in het geding komen. Zodoende bestaat de kans dat de aanleg van het waterstofnetwerk wel degelijk een planologisch raakvlak heeft met woningbouw in Vlissingen. Zoals al eerder aangegeven in voorliggende zienswijze verzoeken wij u de import van waterstofdragers door zeeschepen te betrekken bij het onderzoek naar externe veiligheid. Tevens verzoeken wij u ons garanties te bieden dat deze toename niet leidt tot belemmeringen voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Vlissingen en de veiligheidssituatie in het stedelijk gebied van Vlissingen niet verslechtert t.o.v. de huidige situatie. Onzorgvuldigheden Het valt ons op dat de opgenomen informatie niet altijd even actueel is en in sommige gevallen zelfs onjuist is. Wij voelen ons niet geroepen om alle omissies te corrigeren, maar hierbij enkele zaken die ons opgevallen zijn.

Blad 6 behorend bij 2680252 / 2680293

-

De stelling dat de provincie zich inzet om het Geopark Scheldedelta de status van UNESCO Geopark te laten verkrijgen is achterhaald. Het gebied heeft reeds deze status. In de stukken wordt verwezen naar het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (2011). Deze regels zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1-1-2024 vervallen. Tabel 4-2 van de MER met geplande (groene) waterstoffabrieken in Zeeland is niet meer actueel. In het MER wordt gesteld dat het haalbaarheidsonderzoek naar een ammoniaknetwerk vanuit het Zeeuwse deel van North Sea Port nog niet beschikbaar is. Dat is onjuist. Het onderzoek is wel beschikbaar.

In algemene zin verzoeken wij om de stukken door te nemen op actualiteit en juistheid. Al met al vinden wij dat het concept-voorkeursalternatief, de milieueffectrapportage en de integrale effectenanalyse waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland nog onvoldoende inhoudelijke en onderbouwde basis bieden om een besluit hierover te nemen. Wij dringen er bij u op aan dat u daar eerst zorg voor draagt. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,

drs. R.D.A. Wiskerke

drs. A.R.B. van den Tillaar

Blad 7 behorend bij 2680252 / 2680293

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16741046/1