Bijlage QA-vragen 3.1 03282024 - BZ412.240327.Geohydrologie Spuikom Vlissingen
Tekst van het document
Geohydrologie Spuikom, Vlissingen Definitief
Rapport: Geohydrologie Spuikom, Vlissingen Kenmerk: BZ412.240327 Datum: 27-3-2024 Status: Definitief Opdrachtgever: Gemeente Vlissingen Auteur(s):
ing. M. Klein Overmeen ir. M. van Rees
Vrijgave:
ir. J.H. Bouma
Samenvatting Op basis van een verkennende geohydrologisch gebiedsanalyse is naar voren gekomen dat bij hoogwater sprake is van zoute kwel in de Spuikom. Bij laagwater is sprake van wegzijging. Op basis van het huidige maximale waterpeil van NAP +0,84 m is geconcludeerd dat de infiltratie overheerst. We verwachten daarom dat er een beperkte zoetwaterbel heeft kunnen ontstaan. Indien het huidige waterpeil in de Spuikom van NAP +0,84 m gehandhaafd blijft of verhoogd wordt, geldt dat de gebiedsvisie geen negatief effect heeft op de huidige (geo)hydrologische situatie in de Spuikom. Er vindt dan geen toename van zoute kwel plaats. Door het regenwater uit de omgeving naar de Spuikom te leiden, vindt meer tegendruk plaats tegen de zoute kwel. Hierdoor is dan sprake van een positief effect omdat de verzilting verminderd. De beoogde uitwerkingen die volgen uit de gebiedsvisie voor de Spuikom ten aanzien van de waterhuishouding hebben daarom naar verwachting een positief effect ten opzichte van de huidige en toekomstige hydrologische situatie die op lange termijn gaat ontstaan. Verder onderzoek naar de (technische) uitwerking zal moeten volgen.
Inhoud 1. Inleiding .........................................................................................................................................1 1.1. Aanleiding .................................................................................................................................1 1.2. Doel ..........................................................................................................................................1 1.3. Gebruikte bronnen....................................................................................................................2 2. Gebiedsanalyse ..............................................................................................................................3 2.1. Maaiveldhoogte ........................................................................................................................3 2.2. Bodemopbouw .........................................................................................................................4 2.3. Grondwaterstanden ..................................................................................................................5 2.4. Oppervlaktewater .....................................................................................................................5 2.5.
Kwel ..........................................................................................................................................6 3. Gebiedsvisie Spuikom ....................................................................................................................7 4. Analyse zoet en zout water verhouding..........................................................................................8 4.1. Dwarsdoorsnede Spuikom .........................................................................................................9 4.2. Klimaatverandering ................................................................................................................. 10 4.3. Waterberging in Spuikom ........................................................................................................ 11 5. Conclusies en advies .................................................................................................................... 12 5.1. Conclusies ............................................................................................................................... 12 5.2. Aanbevelingen ........................................................................................................................ 13
Bijlagen 1. Riooltekening Spuikom
1. Inleiding 1.1. Aanleiding De Spuikom in Vlissingen is een historisch deel van Vlissingen. De gemeente Vlissingen wil de Spuikom, gelegen direct achter de boulevard, herstellen. Groen en water zijn daarin belangrijke thema’s. De gemeente heeft een gebiedsvisie laten opstellen voor de Spuikom. Het is onbekend wat de huidige geohydrologische situatie is in het plangebied en hoe het zit met eventuele zoute kwel. In dit rapport is het plangebied van de Spuikom geohydrologisch in kaart gebracht. In figuur 1 is een overzichtskaart weergegeven van de Spuikom in Vlissingen.
Figuur 1: Overzichtskaart van de Spuikom in Vlissingen
1.2. Doel Het doel van dit rapport is het geohydrologisch in kaart brengen van de huidige situatie van de Spuikom in Vlissingen. Daarnaast wordt ingegaan op de veranderingen door de gebiedsvisie op de (geo)hydrologie van het gebied.
1
1.3. Gebruikte bronnen De volgende bronnen zijn gebruikt bij het opstellen van dit rapport: 1. Spuikom Vlissingen, definitieve gebiedsvisie, Orka Landschapsarchitecten, projectnummer 21-046, 27 januari 2023 2. Actueel Hoogtebestand Nederland v4 (AHN4) 3. Ondergrondmodel BRO GeoTOP v1.6, TNO DINOloket 4. Basis Registratie Ondergrond, BRO 5. Dataset Primaire, secundaire en tertiaire waterlopen in Zeeland, geraadpleegd via Open Data portaal Zeeland, 24-11-2023 6. Waterkansenkaart Open Data portaal Zeeland, Provincie Zeeland 7. Waterhouderij Walcheren, Esther van Baaren, Deltares 8. Zoet en zout in de Zeeuwse ondergrond, Waterschap Scheldestromen 9. FRESHEM, zoet-zoutverdeling Zeeuwse ondergrond, provincie Zeeland 10. Kenmerkende waarden Kustwateren en Grote Rivieren, 1207509-000-lKS-0010, Deltares 11. Spuikom Vlissingen - Definitieve Gebiedsvisie, 21-046, OKRA landschapsarchitecten 12. Inschatting aangesloten verhard oppervlak, Gemeente Vlissingen 13. Stresstestbuien, neerslaggebeurtenissen, Stichting RioNED 14. KNMI, 2023: KNMI’23klimaatscenario’s voor Nederland, KNMI, De Bilt, KNMI-Publicatie 23-03. De nummers tussen [ ] in de tekst verwijzen naar deze bronnen.
2
2. Gebiedsanalyse Dit hoofdstuk betreft een beknopte gebiedsanalyse van de huidige situatie van de Spuikom in Vlissingen. Hierbij komen de maaiveldhoogte, bodemopbouw, grondwaterstand, het oppervlaktewater en kwel/wegzijging.
2.1. Maaiveldhoogte De Spuikom in Vlissingen ligt achter de boulevard. Het maaiveld ter plaatse van de kleine Spuikom (ten westen van de Spuikomweg) varieert van NAP +1,8 m in het westen tot NAP +4,8 m aan de Spuikomweg. In de grote Spuikom (tussen de Spuikomweg en de Komstraat) ligt het maaiveld op NAP +1,45 m in het westen. De oostkant van de grote Spuikom ligt lager, circa NAP +0,5 m. Het centrale deel van de grote Spuikom ligt het laagst. Het maaiveld is hier circa NAP -0,7 m. De Kenau Hasselaarstraat ligt op circa NAP +8,9 m. De boulevard ten zuidwesten hiervan heeft een maaiveldhoogte van circa NAP +7,7 m.
Figuur 2: Maaiveldhoogtekaart in de omgeving van de Spuikom, Vlissingen
3
Figuur 3: Luchtfoto van de huidige situatie Spuikom, Vlissingen
2.2. Bodemopbouw In het plangebied van de Spuikom zijn zeer weinig boringen beschikbaar om de bodemopbouw vast te stellen. Op basis van het GeoTOP model uit het Dinoloket is een benadering gemaakt. De meest waarschijnlijke grondsoort (lithoklasse) uit het GeoTOP model [3] is weergegeven in figuur 4. Daaruit blijkt dat in de Spuikom aan maaiveld waarschijnlijk een kleilaag (groen) aanwezig is van 1 à 2 m dikte. Daaronder bevindt zich zand (geel). De grijze arcering in de figuur zijn antropogene lagen, veelal opgehoogd gebied (zand).
Figuur 4: Bodemopbouw op basis van het GeoTOP model v1.6 in de omgeving van de Spuikom, Vlissingen
In de Spuikom zijn enkele oude boringen in de database van Dinoloket aanwezig. Op basis van de beschikbare boringen uit Dinoloket [3] blijkt dat de bodem in de Spuikom op korte afstand fors kan verschillen. In de boringen is klei en zand aangetroffen. Op basis van het model en de beschikbare boringen is geen duidelijk beeld te schetsen van de ondergrond.
4
2.3. Grondwaterstanden Van de Spuikom zijn geen grondwaterstanden bekend. Er zijn geen meetpunten in de buurt aanwezig.
2.4. Oppervlaktewater In de grote Spuikom ligt in het lager gelegen deel een waterpartij [5]. Hierin is een slokop gelegen. De slokop is via twee leidingen aangesloten op een HWA-stelsel, die vervolgens uitkomen op de Schuitvaartgracht. De slokop, zie rode stip in figuur 5, is een put met een open roosterdeksel. De putdekselhoogte van de slokop bedraagt NAP +0,84 m en is daarmee dus ook het maximale waterpeil in de Spuikom. Het lager gelegen deel van grote Spuikom kan dus vollopen tot aan de slokophoogte. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van het rioolstelsel met daarin de slokop en verbinding naar de Schuitvaartgracht. Ter hoogte van de Singel 40-62 ligt een stuw in de Schuitvaartgracht. Ten noordoosten van de stuw (benedenstrooms) geldt een zomerpeil van NAP -1,5 m en winterpeil van NAP -1,55 m. De minimale en maximale kruinhoogte van deze stuw bedraagt NAP -1,57 m en NAP -0,97 m.
Figuur 5: Oppervlaktewater in de omgeving van de Spuikom, Vlissingen [5]
5
2.5. Kwel In figuur 6 is de kwelkaart van de Provincie Zeeland [6] opgenomen voor het gebied rond de Spuikom in Vlissingen. In het laagst gelegen deel van de Spuikom (waterpartij) en onder de Schuitvaartgracht is volgens deze kaart gering tot matige zoute kwel aanwezig. De resultaten van de kwelkaart zijn op basis van een grof grondwatermodel en daarmee zeer indicatief. Naar alle waarschijnlijk is in dit model het waterpeil van de Spuikom gelijkgesteld aan het waterpeil van de Schuitvaartgracht. Dit is echter niet het geval, zoals in hoofdstuk 2.4 is beschreven. Het daadwerkelijk maximale peil in de waterpartij bedraagt NAP +0,84 m. Dit is circa 1,8 m hoger dan het peil in de Schuitvaartgracht. De verwachting is daarom dat de kweldruk in de grote Spuikom geringer is dan de kwelkaart aangeeft (figuur 6).
Figuur 6: Kwelkaart in de omgeving van de Spuikom, Vlissingen [6]
6
3. Gebiedsvisie Spuikom In januari 2023 is de gebiedsvisie Spuikom Vlissingen gepubliceerd [11]. In de gebiedsvisie wordt de groenblauwe kern van de Spuikom behouden en versterkt. Ook wordt er ingespeeld op het landschap en klimaat adaptieve kustontwikkeling. Daarnaast heeft de visie als uitgangspunt het gebied aantrekkelijker te maken voor toeristen en recreanten. In figuur 7 is de gebiedsvisie in het deelgebied Grote Spuikom weergegeven.
Figuur 7: Deelgebied: Grote Spuikom, gebiedsvisie Spuikom Vlissingen [11]
7
4. Analyse zoet en zout water verhouding Onder duinen vormen zich zoetwaterbellen, zie figuur 8. Een zoetwaterbel, ook wel zoetwaterlens genoemd, is het zoete grondwater dat vanwege het gewichtsverschil op het omliggende zoute water drijft. Omdat het zoete water lichter is dan het zoute water, zal dit in de bodem nauwelijks vermengen. De zoetwaterbellen onder de duinen worden gebruikt voor drinkwatervoorzieningen in het westen van Nederland.
Figuur 8: Schematische afbeelding van het principe van een zoetwaterbel onder de duinen [7]
Onder natuurlijke omstandigheden is er sprake van infiltratie van zoet regenwater wanneer het land hoger ligt dan het gemiddeld zeeniveau in de omgeving. In dat geval drukt het regenwater dat de bodem inzakt, het onderliggende zoute water weg en ontstaat een zoete bel. Als een gebied beneden zeeniveau ligt, zorgt regenwater wel voor een zoete bovenlaag van de bodem, maar veel dieper komt de zoete invloed niet, vanwege de kweldruk [8]. De Spuikom is al een geruime tijd niet meer in verbinding met de Westerschelde. Sindsdien is er geen direct zout water vanuit de Westerschelde in de Spuikom gekomen. Naar verwachting heeft in de waterpartij van de Spuikom over de jaren een zoetwaterbel kunnen ontstaan. De zoetwaterbel wordt gevoed door hemelwater. Het is niet duidelijk hoe groot deze zoetwaterbel is. De mate waarin zich een zoetwaterbel kan vormen is afhankelijk van de aanvoer van regenwater enerzijds en de kweldruk anderzijds. Freshem De provincie Zeeland beschikt over database met daarin de zoet-zoutverdeling van de Zeeuwse ondergrond, genaamd Freshem [9]. Deze database geeft een beeld van het zoutgehalte van het Zeeuwse grondwater. De kaart is niet ingevuld voor stedelijk gebied, waaronder de Spuikom van Vlissingen.
8
4.1. Dwarsdoorsnede Spuikom Het gemiddelde zeeniveau bedraagt in Vlissingen NAP +0,01. Het gemiddelde hoogwater en laagwater tij in Vlissingen bedraagt NAP +2,07 m en -1,76 m [10]. Het gemiddelde verschil tussen hoog en laagwater tij bedraagt 3,83 m. In figuur 9 is een schematische dwarsdoorsnede opgenomen met daarin de gemiddelde waardes voor het tij en voor de huidige waterpartij in de Spuikom. Van de huidige waterpartij in de Spuikom is het maximale waterpeil aangenomen van NAP +0,84 m (overstorthoogte).
Figuur 9: Schematische dwarsdoorsnede van strand tot Spuikom, huidige situatie
Uitgaande van de gemiddelde waterniveaus van eb, vloed en het maximale waterpeil in de Spuikom kan het volgende worden gesteld: • Tijdens hoogwater is het stijghoogte verschil tussen de zee en het maximale peil in de waterpartij 1,23 m. Dit stijghoogteverschil zorgt voor een potentiële zoute kweldruk (opwaartse grondwaterstroming) in de waterpartij van de Spuikom. • Tijdens laagwater is het stijghoogte verschil -2,60 m. Tijdens laagwater is er dus sprake van infiltratie (neerwaartse grondwaterstroming) in de Spuikom. • Bij extreem hoogwater is het zeeniveau NAP +4,40 [10]. Dit komt eens in de 100 jaar voor en zorgt voor een korte toename van potentiële kweldruk. Bij hoogwater is sprake van kwel in de Spuikom, bij laagwater is sprake van wegzijging. Omdat het stijghoogteverschil bij hoogwater kleiner is dan het stijghoogteverschil bij laagwater, is de verwachting dat infiltratie overheerst. We verwachten daarom dat er een beperkte zoetwaterbel heeft kunnen ontstaan. Overigens is het onduidelijk hoe het peil in de waterpartij van de Spuikom fluctueert en of het maximale peil (de overstorthoogte) van NAP +0,84 m wordt bereikt. Daarom adviseren we om het waterpeil in de Spuikom te monitoren.
9
4.2. Klimaatverandering In de laatste klimaatscenario’s (‘23) van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) zijn de zeespiegelstijgingen geactualiseerd. Afhankelijk van de hoeveelheid broeikasgassen die nog wordt uitgestoten, wordt voor de Nederlandse kust rond 2050 een verdere zeespiegelstijging verwacht van 16 - 34 cm in het lage, en tot 19-38 cm in het hoge uitstootscenario. Rond 2100 zal de stijging in het lage uitstootscenario 26-73 cm bedragen, en 59-124 cm in het hoge uitstootscenario [14]. Toename kweldruk Door de stijging van de zeespiegel neemt de potentiële kweldruk ook toe. Uitgaande van de huidige situatie zoals in hoofdstuk 4.1 beschreven, en de gemiddelde waarde voor de zeespiegelstijging zijn de toekomstige stijghoogteverschillen bepaald. Tabel 1: Stijghoogteverschil tussen Westerschelde en Spuikom voor KNMI-klimaatscenario’s
Gemiddelde stijging zeespiegel Huidige situatie 25 cm (2050 lage uitstoot) 29 cm (2050 hoge uitstoot) 40 cm (2100 lage uitstoot) 92 cm (2100 hoge uitstoot)
Gem. stijghoogteverschil tussen Westerschelde en Spuikom Laagtij Hoogtij -2,60 m 1,23 m -2,35 m 1,48 m -2,31 m 1,52 m -2,20 m 1,63 m -1,68 m 2,15 m
Geconcludeerd wordt dat ook in de toekomst sprake is van kwel in de Spuikom bij hoogwater en van wegzijging uit de Spuikom bij laagwater. Pas bij het hoge uitstootscenario rond 2100 gaat de kwel overheersen ten opzichte van de wegzijging. Voor de andere klimaatscenario’s blijft sprake van een overheersende wegzijging. Bovenstaand is gebaseerd op het huidige maximale waterpeil van NAP +0,84 m in de Spuikom. Bij de uitwerking van de gebiedsvisie is het van belang om een zo hoog mogelijk waterpeil te hanteren. Hoe hoger het toekomstige waterpeil in de Spuikom, hoe meer tegendruk er ontstaat tegen de kwel.
10
4.3. Waterberging in Spuikom In de gebiedsvisie wordt meer ruimte gecreëerd voor zoet water. Het hemelwater dat op het plangebied valt wordt naar de nieuwe waterpartij afgevoerd. Gemeente Vlissingen heeft daarnaast aangegeven dat in de toekomst het verhard oppervlak richting het centrum wordt afgekoppeld en kan worden afgevoerd naar de Spuikom. Dit verhard oppervlak is globaal geschat op 12,5 ha (125.000 m²) [12]. In tabel 2 is een globale inschatting gemaakt van de hoeveelheid water die geborgen moet worden bij een neerslaggebeurtenis van eens in de 100 jaar. Tabel 2: Globale inschatting hoeveelheid te bergen water bij neerslaggebeurtenissen [13]
Duur (uur) 1
Hoeveelheid (mm) 70
Herhalingstijd (klimaat 2050) 100 j
Waterberging (m³) 8.750
Bij een toekomstige waterpartij in de Spuikom met een oppervlak van 12.000 m² (inschatting op basis van gebiedsvisiekaart) zorgt een klimaatbui van 70 mm dus voor een tijdelijke peilstijging van circa 0,73 m. Dit is een grove indicatie, omdat het oppervlak van de toekomstige waterpartij is ingeschat en berging van het talud niet is meegenomen. Het extra aanvoeren van regenwater om in de waterpartij van de Spuikom te bergen, zal bij een hoger waterpeil zorgen voor een toenemende druk van zoet water. Dit heeft een positief effect ten opzichte van de verzilting.
11
5. Conclusies en advies In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen beschreven. Met een verkennende gebiedsanalyse is de geohydrologische situatie in de omgeving van de Spuikom in beeld gebracht. Hieruit is gebleken dat er nog enkele kennishiaten zijn.
5.1. Conclusies Indien het huidige waterpeil in de Spuikom van NAP +0,84 m gehandhaafd blijft of verhoogd wordt, geldt dat de gebiedsvisie een positief effect heeft op de huidige (geo)hydrologische situatie in de Spuikom. Er vindt dan geen toename van zoute kwel plaats. De belangrijkste conclusies van deze verkennende (geo)hydrologische gebiedsanalyse zijn: • De maaiveldhoogte varieert in het gebied tussen de NAP -0,7 m tot NAP +4,8 m. Het laagst gelegen deel ligt in de grote Spuikom, het hoogst gelegen deel in de kleine Spuikom. • Er zijn weinig boringen of sonderingen in het gebied aanwezig om de bodemopbouw te kunnen beschrijven. Op basis van grondmodel is klei en zand in de ondergrond te verwachten. Het is onduidelijk in wat voor diktes deze grondlagen voorkomen. • In en om de Spuikom worden geen grondwaterstanden gemeten. Het is daarom onbekend wat de hoge en lage grondwaterstanden in het gebied zijn. • In de grote Spuikom is in de huidige situatie een waterpartij gelegen. Een slokop voorkomt dat de waterstand van deze waterpartij kan stijgen tot verder dan NAP +0,84 m. Dit is het maximale waterpeil. Het is onbekend wat de fluctuaties en het gemiddelde waterpeil van de waterpartij is. • Bij hoogwater is sprake van kwel in de Spuikom, bij laagwater is sprake van wegzijging.
Omdat het stijghoogteverschil bij hoogwater kleiner is dan het stijghoogteverschil bij laagwater, is de verwachting dat infiltratie overheerst. We verwachten daarom dat er een beperkte zoetwaterbel heeft kunnen ontstaan. • Geconcludeerd wordt dat door de zeespiegelstijging als gevolg van de klimaatverandering ook in de toekomst sprake is van kwel in de Spuikom bij hoogwater en van wegzijging uit de Spuikom bij laagwater. Bij 3 van de 4 klimaatscenario’s blijft sprake van een overheersende wegzijging, net als in de huidige situatie. Pas bij het hoge uitstootscenario rond 2100 gaat de kwel overheersen ten opzichte van de wegzijging.
12
5.2. Aanbevelingen Ontgraven en zoetwaterbel Geadviseerd wordt om bij de gebiedsontwikkeling van de Spuikom terughoudend te zijn met het vergraven van eventueel aanwezige kleilagen. De weerstand die een kleiige laag in de ondergrond biedt tegen het zoute kwelwater wordt dan verminderd. Hierdoor neemt dan de hoeveelheid kwel naar de Spuikom toe en daarmee een toename van zout water. Het is overigens onbekend of, waar en hoe dik deze kleilaag zit. De bodemopbouw dient daarom nader onderzocht te worden. Het aanvoeren van hemelwater naar de Spuikom in combinatie met het verhogen van het waterpeil, heeft een positief effect op de zoet-zoutverhouding in de ondergrond. Hiermee wordt de zoetwaterbel vergroot. Het extra zoete water dat de bodem inzakt, drukt het zoute water weg. Voor het creëren van een zoetwaterbel met de herinrichting van de Spuikom gelden het volgende adviezen: − Creëer een zo hoog mogelijk waterpeil in de Spuikom. − Beperk het vergraven van de kleiige laag in de ondergrond die mogelijk weerstand biedt tegen het zoute kwelwater. − Voer regenwater uit de omgeving aan (bijvoorbeeld via afkoppelen) naar de waterpartij om een hoger waterpeil te bereiken. Nader onderzoek In het plangebied Spuikom Vlissingen zijn geen recente boringen of sonderingen aanwezig.
Om de onzekerheid van de bodemopbouw en (grond)waterstanden vast te stellen is het aan te bevelen om het volgende veldwerk uit te voeren: • Het verrichten van grondboringen. • Het installeren van peilbuizen en monitoring van de grondwaterstand, inclusief een meetpunt voor het waterpeil in de vijver van de Spuikom. • Het monitoren van het zoutgehalte in peilbuizen en/of waterpartij.
13
Bijlage 1