CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

8.3 rvs Programmabegroting 2026-2029 bijlage 1 begroting

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Programmabegroting 202630.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dit wordt uitgedrukt als percentage van de totale inkomsten. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit laat zien hoe hoog de woonlasten in de gemeente zijn vergeleken met het landelijk gemiddelde. Het gaat om de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een gemiddelde woning. Deze cijfers worden elk jaar gepubliceerd door het Coelo en staan ook in de meicirculaire. Zo weten gemeenten op tijd welke cijfers ze moeten gebruiken. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is:

94

Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage.

95

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn ‘duurzame productiemiddelen’. Het zijn die materialen die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij aan haar burgers levert te produceren; grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV art.12) schrijft voor, dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering / water, groen en gebouwen aan de orde worden gesteld. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft daar meer inzicht in. Per onderwerp wordt ingegaan op het beleidskader, voornemens voor de komende periode en de financiële consequenties voor de gemeente. Voor 2 kapitaalgoederen (gebouwen en kades) hebben we voor groot onderhoud inmiddels een meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP). Voor openbare verlichting is een meerjaren investeringsplanning beschikbaar. Via de investeringsplanning wordt voor openbare verlichting jaarlijks het benodigde investeringsvolume aangevraagd. Onderhoudskosten (volgens de BBV-categorieën) (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Civiele kunstwerken

343

352

360

370

Gebouwen

1.795

1.849

1.444

2.326

Groen

2.008

2.061

2.112

2.166

Kades

1.316

463

122

148

Openbare verlichting

470

485

487

509

Stedelijkwater/ riool

556

581

599

620

Wegen

3.682

2.238

2.156

2.222

Totaal

10.170

8.029

7.281

8.361

Waarvan ten laste van diverse voorzieningen

3.820

1.435

502

1.350

Onderhoudskosten kapitaalgoederen zijn uitgaven om de kwaliteit van gemeentelijk eigendom dat vele jaren meegaat op een tevoren vastgesteld onderhoudsniveau te houden of weer te brengen. Dit met als doel het naar behoren te laten functioneren of een bepaalde representativiteit te laten behouden. We onderscheiden klein onderhoud en groot onderhoud. Klein onderhoud heeft geen invloed op de gebruiksduur van een gebouw of een object. Klein onderhoud Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties en kort-cyclisch onderhoud. De kosten komen ten laste van de exploitatie. Groot onderhoud De noodzaak tot groot onderhoud ontstaat over een langere periode en is ingrijpender van aard. De kosten daarvan komen voor sommige kapitaalgoederen ten laste van een voorziening en voor anderen uit de exploitatie. Wanneer een aanpassing leidt tot een belangrijke kwaliteitsverbetering en/of een significante langere gebruiksduur wordt het niet gerekend tot groot onderhoud, maar is het een investering die geactiveerd moet worden, zodat de lasten over meerdere jaren verspreid worden. Voor de laatstgenoemde categorie verwijzen wij u naar de investeringsplanning. Civiele kunstwerken Onder civiele kunstwerken wordt verstaan het geheel aan fiets- en voetbruggen, verkeersbruggen, vlonders en steigers. De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan civiele kunstwerken zijn opgenomen in de exploitatie.

Voor groot onderhoud is een voorziening in gevormd. In 2026 beoordelen we de civiele kunstwerken en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning om het groot onderhoud uit te bekostigen.

96

Onderhoudskosten civiele kunstwerken (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Civiele kunstwerken

343

352

360

370

Beleidskader: Nota kwaliteit openbare ruimte (2024) Gebouwen De onderhoudskosten van de gemeentelijke gebouwen ziet u hieronder. Om het bestand van de gemeentelijke gebouwen/accommodaties op orde te krijgen is een Majeur project “Revitalisering gemeentelijke accommodatiebestand” opgezet. Voor de inhoud van dit project verwijzen wij u graag naar de projectpagina in dit document. Voor groot onderhoud is inmiddels een MJOP operationeel. Onderhoudskosten gebouwen (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Gebouwen klein onderhoud

819

900

942

1.000

Gebouwen groot onderhoud (MJOP)* Totaal

976

949

502

1.326

1.795

1.849

1.444

2.326

* ten laste van de voorziening groot onderhoud accommodaties

Beleidskader: bestuursopdracht “Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand” (2018) Groen Bos, bomen en stedelijk openbaar groen Onderstaande bedragen zijn de beschikbaar gestelde bedragen voor het onderhouden van onze kapitaalgoederen met betrekking tot het openbaar groen van de gemeente. Dit is inclusief onkruidbestrijding en de begraafplaatsen. Het onderhoud aan het groen wordt planmatig uitgevoerd. In dit onderhoud passen we de uitgangspunten van biodiversiteit toe. Speelvoorzieningen Uit het oogpunt van veiligheid is het belang van onderhoud aan en kwalitatief op peil houden van de speelvoorzieningen belangrijk. De speelvoorzieningen staan veelal in het groen. Het onderhoud aan speelvoorzieningen wordt zo uitgevoerd dat ze altijd veilig zijn voor de (kleine) gebruikers in de gemeente. In 2026 beoordelen we de speelvoorzieningen en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning. Onderhoudskosten groen (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Groen

1.898

1.946

1.994

2.046

Speelvoorzieningen Totaal

110

115

118

120

2.008

2.061

2.112

2.166

Beleidskader: Nota kwaliteit openbare ruimte (2024) Kades De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan kades zijn opgenomen in de exploitatie. Voor groot onderhoud is momenteel een MJOP operationeel. Onderhoudskosten kades (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

39

39

38

37

Kades groot onderhoud (MJOP)*

1.197

343

0

24

Waterpartijen, vijvers en fonteinen

79

82

84

87

1.316

463

122

148

Kades klein onderhoud

Totaal * ten laste van de voorziening groot onderhoud kades

Beleidskader: Havenbeleidsplan binnenhavens (2024) en Havenbeheerplan (2022-2032) Openbare verlichting

97

De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan openbare verlichting is opgenomen in de exploitatie. Vanaf 2027 passen we reguliere vervangingsinvesteringen toe voor armaturen en masten. (zie investeringsplanning) Onderhoudskosten openbare verlichting (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Openbare verlichting

470

485

487

509

Beleidskader: Beleidsplan OVL 2015-2024, Beheerplan OVL 2025-2044 Stedelijkwater / riool Algemeen De stedelijk water opgave van de gemeente behelst 3 componenten: de hemelwaterafvoer, het grondwaterbeheer en het rioolbeheer. Momenteel is het gemeentelijk hoofdrioolstelsel ± 260 km lang. Door de uitbreiding in de stad met verschillende wijken groeit dit aantal ieder jaar. De onderhoudskosten van de riolering bestaan uit kosten voor planmatig onderhoud en correctief onderhoud. Planmatig onderhoud Het inspecteren van, reinigen en repareren van hoofdriolering en rioolgemalen. Ook het baggeren van watergangen behoort hiertoe. Correctief onderhoud Het verhelpen van storingen van rioolgemalen en verstoppingen van aansluitingen, straatkolken en openbare riolering. En het verhelpen van verstoppingen van duikers of verhelpen van acute problemen van de waterkwaliteit. Stedelijk water/ riolering (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Stedelijk water/ riolering

556

581

599

620

Beleidskader: gemeentelijk rioleringsplan (2023) Wegen Onderhoudskosten wegen Onderstaande bedragen zijn beschikbaar voor het onderhoud van bestaande wegen. Dit betreft zowel asfaltwegen of wegen met open verharding. Het onderhoud van onze kapitaalgoederen is van belang om de veiligheid van de openbare ruimte te waarborgen. Periodiek laten we inspecties uitvoeren. Deze inspecties leveren informatie over de staat waarin de wegen zich bevinden. De uit te voeren werkzaamheden stemmen we af met de opgaves van de andere kapitaalgoederen in de openbare ruimte om de overlast voor de bewoners zo veel mogelijk te beperken. Ook vindt hier afstemming plaats met de nutsbedrijven voor water en energie (inclusief voor het warmtenet). Deze onderhoudskosten zijn inclusief het onderhoud op de verkeersregelinstallaties en op het wegmeubilair. Onderhoudskosten wegen (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Wegen

2.035

2.095

2.156

2.222

Wegen achterstallig onderhoud*

1.647

143

0

0

Totaal

3.682

2.238

2.156

2.222

* ten laste van de voorziening achterstallig onderhoud

Beleidskader: Wegenbeleidsplan (2021)

98

Paragraaf financiering Algemeen De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om een treasurystatuut te hebben. Het treasurystatuut van de gemeente Vlissingen is vastgesteld in 2020. Renteontwikkeling Voor de uitvoering van het treasurybeleid is het belangrijk om de renteontwikkelingen te volgen. De accountant heeft echter aangegeven dat de rente die gebruikt wordt in de berekening aangetoond moet worden op basis van de cijfers die op het moment van samenstellen van de begroting in de markt gegeven worden. Een aangekondigde rentestijging of verwachtingen uit de markt mogen dus niet worden ingecalculeerd. Deze begroting is gebaseerd op de actuele rentestanden. Renterisicogevoeligheid De huidige leningportefeuille van de gemeente bestaat uit leningen die allemaal een vast rentepercentage hebben voor de gehele looptijd van de lening. Renteschommelingen binnen de huidige leningportefeuille treden daardoor niet op.

Voor leningen die nog aangetrokken worden, is in de begroting rekening gehouden met het actuele rentepercentage (zie renteontwikkeling) waarvoor deze leningen ten tijde van het samenstellen van deze begroting aangetrokken kunnen worden. Rentestijging of - rentedaling is dus niet meegenomen. Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld dat in een jaar aan renteherziening onderhevig is. In de wet FIDO zijn eisen gesteld aan het maximum aan renterisico. Dit komt tot uitdrukking in de kasgeldlimiet voor leningen met een looptijd tot 1 jaar, en de renterisiconorm voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar. Deze normen bepalen de ruimte voor de gemeente om verantwoord te financieren. Kasgeldlimiet De wettelijke toegestane omvang van de kasgeldlimiet is gelijk aan het bedrag ter grootte van een percentage van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit percentage is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. Het percentage voor de gemeente is voor 2025 vastgesteld door de Rijksoverheid op 8,5%. De gemeente heeft voor 2026 een kasgeldlimiet van € 27,8 miljoen (8,5% van € 327,6 miljoen). Voor 2027, 2028 en 2029 zal de kasgeldlimiet op basis van deze begroting respectievelijk € 27,8 miljoen, € 27,3 miljoen en € 26,7 miljoen bedragen.

De doelstelling is om optimaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet, omdat kort geld momenteel relatief goedkoper is dan lang geld. Indien de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient de kortlopende schuld omgezet te worden in een langlopende schuld. De provincie Zeeland houdt hier toezicht op. Het bedrag van de kasgeldlimiet is het maximale bedrag dat de gemeente aan kort geld mag lenen.

99

Renterisiconorm De Wet FIDO heeft aan het beperken van renterisico's een wettelijk kader toegevoegd in de vorm van een renterisiconorm. Met deze renterisiconorm wordt een kader gesteld om de opbouw van de leningenportefeuille dusdanig te spreiden dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. In de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden is bepaald dat de renterisiconorm maximaal 20% van het begrotingstotaal mag zijn. De renterisiconorm is als volgt berekend: Renterisiconorm (bedragen x € 1.000.000)

2026

2027

2028

2029

Begrotingstotaal

328

327

321

315

Norm 20%

66

65

64

63

Aflossingen

11

19

10

9

Renteherziening

0

0

0

0

Ruimte onder renterisiconorm

54

46

54

54

Aflossingen en renteherzieningen

Financiering Conform het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten' (BBV) moet er inzicht worden gegeven in de rentelasten, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor aanpassingen van het BBV. In de behoefte aan geldmiddelen voor de financiering van de uitgaven voorziet de gemeente in het aantrekken van kortlopende en langlopende (vaste) geldleningen. Hierbij houden we rekening met de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Er zijn criteria die meewegen bij de keuze voor een bepaalde financieringswijze. De volgende criteria worden gehanteerd: - Financiering geschiedt tegen de laagste kosten. - We houden rekening met de renterisiconorm. Bij het aantrekken van langlopende leningen, lenen we tegen een vast rentepercentage over de gehele looptijd. In het treasurystatuut staat de mogelijkheid voor het gebruik van derivaten open. Hiervan zal alleen bij uitzondering gebruik gemaakt worden en altijd advies van een extern deskundige worden ingeroepen.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16188327/1