6. GL - AB Vlissingen raadsvergadering PC d.d. 13 november 2025
Tekst van het document
Soms heb je geen begroting nodig om te begrijpen wat er in een stad gebeurt. Soms is één beeld genoeg. Ik liep vorige week laat naar huis. Het was helder, de wind stond scherp. Bij het station zat iemand op een bankje, opgerold in een te dunne jas. Geen geluid, alleen die typische novemberkou die door alles heen kruipt. Wij dachten: als je dáár begint, bij dat bankje, bij die kou, dan lees je de begroting anders. Dan zijn regels geen regels meer, maar keuzes. En precies daar gaat het ons vanavond om We spreken over miljoenen en meerjarenramingen. Maar achter elk bedrag zit een mens met een verhaal. De moeder die ’s avonds nog uistert om de kinderen niet wakker te maken, omdat ze niet weet of het morgen thuis wel veilig is. De peuter die nog niet naar de voorschool gaat, omdat de drempel net te hoog is of de informatie net te ingewikkeld. De man op dat bankje, die eigenlijk geen bankje nodig heeft maar een bed, een deur die open gaat en iemand die zegt: “Kom binnen. GroenLinks dient vanavond drie moties in. Niet om de wereld te redden in zeven minuten, wel om koers te zetten. Om te zeggen: zo willen we met elkaar omgaan in Vlissingen De eerste gaat over de winter. In onze stad is opvang nog te vaak afhankelijk van de thermometer. Is het koud genoeg? Ligt er mattenruimte? Alsof waardigheid een temperatuur kent. Wij vinden: opvang in de winter moet voorspelbaar zijn.
Niet wachten tot het vriest, maar weten waar je terechtkunt. En als het druk wordt, dan zetten we geen mensen op de grond; dan regelen we bedden. Dat is geen luxe. Dat is een grens die je trekt als gemeente: onder deze lijn laten we niemand vallen. We dienen deze motie in omdat we geloven dat rust en veiligheid aan de onderkant van onze samenleving óók veiligheid aan de bovenkant opleveren. Minder crisis, minder escalatie, meer menselijkheid. Het is goedkoper dan chaos en het is waardiger dan matten De tweede motie gaat over vrouwen die thuis niet veilig zijn. We hebben het in deze zaal vaak over wachtlijsten. Over gemiddeldes, over “niet structureel”. Maar als je degene bent die wacht, is elke dag structureel. Het gesprek dat wij met deze motie willen afdwingen is simpel: wat is er nú nodig om te voorkomen dat een vrouw, een moeder, een dochter vanavond nergens heen kan? Welke stappen kunnen we morgen zetten met Veilig Thuis, CZW en de lokale teams om de deur open te hebben vóórdat er een klap valt? Geen grote woorden, wel een concreet plan — en als er voor 2026 incidenteel geld nodig is om tempo te maken, dan moeten we dat durven besluiten. Want veiligheid is niet iets wat je in kwartaalrapportages meet; veiligheid is of je vannacht slaapt of niet De derde motie gaat over taal. Over meedoen.
We weten allemaal hoe het in het echt gaat: een brief komt binnen, is te ingewikkeld, blijft op tafel liggen. Een ouder wil een peuter aanmelden voor de voorschool, maar weet niet waar te beginnen. Iemand start met werken en haakt af omdat formulieren en apps in de weg staan. Met deze motie willen we de drempel uit het systeem halen. Niet nóg een loket, maar vaste inloopmomenten waar je direct geholpen wordt. Niet nóg een yer, maar lesmateriaal geregeld, oppas geregeld, desnoods een avondgroep of een online optie. En als iemand al bij schuldhulp of participatie komt, dan doen we daar meteen een korte taal- of digitaliteitscheck en helpen we warm door: “Kom, ik loop even mee.” Dat is de toon die we willen zetten. Want taal gaat niet alleen over woorden; taal gaat over erbij horen
fl
”
.
.
.
.
.
fl
.
Misschien klinkt dit allemaal zacht. Maar laat ik het ook hard zeggen. Onzekerheid is duur. Onveiligheid is duur. Uitsluiting is duur. Elke euro die we uitgeven aan voorspelbare opvang bespaart ons politie- en zorgkosten. Elke nacht zonder veilige plek kost ons later veel meer dan een bed. Elke gemiste peuter op de voorschool is straks een leerling die harder moet rennen, een familie die meer steun nodig heeft, een werkgever die talent mist. Wat zacht klinkt, is feitelijk keihard nancieel verstandig beleid én het juiste om te doen
,
fi
Voorzitter
Ik hoor soms: “We kunnen niet alles.” Dat klopt. Maar we kunnen wel kiezen wat we wél doen. En laten we dan kiezen voor dingen die meteen het verschil maken in iemands leven. Een bed in plaats van een mat. Een plan in plaats van een wachtlijst. Een open deur in plaats van een dichte brief Voorzitter, ik kom terug bij dat bankje bij het station. Die man is niet “een post” of “een risico”. Hij is onze buurman. De vrouw die twijfelt of ze vanavond weg moet uit huis is niet “een casus”; zij is onze stadgenoot. Die peuter die morgen voor het eerst naar de voorschool gaat, is misschien over twintig jaar degene die hier staat. En wat zou het mooi zijn als die dan kan zeggen: “In die jaren heeft Vlissingen niet weggekeken. Daarom vragen we u mee te gaan in deze drie keuzes. Het belangrijkste besluit valt vanavond: spreken we uit dat menswaardigheid geen randvoorwaarde is, maar het vertrekpunt We zijn een stad aan zee. We weten wat het is om tegen de wind in te gaan. Laten we dat doen waar het ertoe doet. Niet harder roepen, maar beter zorgen. Niet wachten tot het misgaat, maar vóór zijn. Niet optellen zonder om te zien, maar begroten met het gezicht naar de straat Als we dat doen, dan is deze begroting meer dan papier. Dan is het een belofte. Aan de vrouw die belt, aan de peuter die speelt, aan de man die van het bankje af komt. Aan elkaar
.
?
.
.
”
.
Dank u wel