CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

6.11 CU - Motie beantwoording art 34 RvO-vragen

Raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: CU - Beantwoording artikel 34 RvO vragen588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motie: Beantwoording art 34 RvO-vragen

Voorstel behorende bij agendapunt 6 (en 9) van de raadsvergadering van 14 maart 2024

Onderwerp: Beantwoording art 34 RVO-vragen

De gemeenteraad van Vlissingen in vergadering bijeen op 14 maart 2024

Constaterende: Voor de commissie Algemeen en Bestuur van 14 september 2023 heeft de ChristenUnie schriftelijk gevraagd of er voor alle beelden en monumenten op de Vlissingse Boulevard Omgevingsvergunningen zijn afgegeven. Daarbij heeft CU aangegeven er begrip voor te hebben dat niet al de gevraagde gegevens tijdens de commissievergadering al aangeleverd kunnen worden en er mee in te stemmen als deze schriftelijk beantwoord zullen worden. Tijdens de commissievergadering is door het college toegezegd dat de antwoorden schriftelijk gegeven zouden worden. Omdat er op 27 november 2023 nog steeds geen antwoord van het college was heeft ChristenUnie de vragen via een artikel 34 RvO-procedure herhaald (en wat aanvullende vragen gesteld). Op 15 december 2023 heeft het college daarop onder meer geantwoord: “Voor het plaatsen van monumenten en standbeelden in de stad dienen - conform de huidige regelgeving- vergunningen te worden aangevraagd. Dit wordt geregeld in projecten/herinrichtingsplannen ( in dat kader werden veelal kanonnen ge- en herplaatst) danwel specifiek bij plaatsing van objecten. Sinds de invoering (1-10-2010) van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingswet (WABO) is het Vissings beleid er op gericht dat voor alle nieuwe objecten een vergunningaanvraagprocedure dient te worden gelopen.

Eerder geplaatste monumenten (zoals bijvoorbeeld het standbeeld van Frans Naerebout) zijn voor invoering van deze regelgeving geplaatst en zijn beoordeeld als te handhaven. In het antwoord op uw schriftelijke vraag 1 (Commissie Algemeen en Sociaal van 14-9-2023) hebben we geantwoord dat een uitvoerig (dossier)onderzoek enige tijd in beslag zal nemen. Tevens zou ook onderzocht worden of dit haalbaar en betaalbaar is. Inmiddels hebben we het onderzoek kunnen beperken tot die beelden en monumenten op de Vlissingse boulevard die zijn geplaatst onder het regime van de WABO.” Naar aanleiding daarvan heeft ChristenUnie op 30 december 2023 aan het college via art 34 RvO gevraagd: U stelt in uw laatste reactie dat “Eerder geplaatste monumenten (zoals bijvoorbeeld het standbeeld van Frans Naerebout) zijn voor invoering van deze regelgeving geplaatst en zijn beoordeeld als te handhaven.” Het gaat daarbij volgens u om de monumenten die geplaatst zijn vóór 2010. Graag ontvangen wij een afschrift van de door u bedoelde beoordeling(en). Op 1 februari jl. Komt het college dan met het antwoord: “Van de beoordelingen van monumenten die voor 2010 zijn geplaatst hebben wij geen separate schriftelijke vastlegging.”

ChristenUnie kan zich door deze gang van zaken niet aan de indruk onttrekken dat wij -en daarmee de gemeenteraad- in onze art 34 RvO-vraagstelling “aan een lijntje gehouden zijn”. Overwegende dat: - Het bovenstaande resumerend blijkt dat na vier en een halve maand het college eindelijk antwoord dat voor de meeste standbeelden en objecten op de Boulevard geen enkel schriftelijk document is waaruit blijkt waarom ze op de betreffende plaats staan. - Het niet de eerste klacht vanuit de gemeenteraad is dat art 34 vragen traag beantwoord worden; verschillende politieke fracties hebben daar de afgelopen periode opmerkingen over gemaakt. - Deze gang van zaken teleurstellend is en de gemeenteraad in haar functioneren belemmerd Tevens overwegende dat: - Art 34, 2e lid Rvo stelt dat “schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen twintig dagen dat de vragen zijn ingediend” Verzoekt het college: 1. Prioriteit (in tijd en in kwaliteit) te geven aan de beantwoording van vragen vanuit de gemeenteraad op grond van art 34 RvO Ondertekening en naam: CU – Pieter Jan Mersie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13920125/2