50. POV - Scheiding vergunningverlening en toezicht-handhaving
Tekst van het document
Art. 34 vragen – Scheiding vergunningverlening en toezicht/handhaving De vragen: 1. Hoe is de organisatorische scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving binnen de gemeente Vlissingen ingericht? 2. In hoeverre zijn medewerkers die betrokken zijn bij vergunningverlening ook betrokken bij toezicht op dezelfde projecten? 3. Aan wie rapporteren toezichthouders binnen het bouwtoezicht, en hoe wordt geborgd dat zij onafhankelijk kunnen opereren ten opzichte van projectbelangen? 4. Wordt bouwtoezicht volledig intern uitgevoerd of (deels) uitbesteed aan externe partijen? Zo ja, hoe wordt in dat geval de onafhankelijkheid geborgd? 5. Op welke wijze wordt voorkomen dat toezichthouders te maken krijgen met (de schijn van) belangenverstrengeling, bijvoorbeeld door eerdere betrokkenheid bij een project of door nevenfuncties? 6. Wordt er gewerkt met integriteitsverklaringen, registratie van nevenfuncties en/of een rotatiesysteem bij langdurige of gevoelige projecten? Zo nee, waarom niet? 7. Welke protocollen en werkinstructies gelden voor bouwtoezicht, en in hoeverre wordt gewerkt met het vier-ogen-principe bij afwijkingen of besluiten om niet te handhaven? 8. Hoe is de klachtenafhandeling georganiseerd wanneer er twijfels of klachten zijn over het functioneren of de onafhankelijkheid van bouwtoezicht? 9.
Heeft de gemeente de afgelopen jaren signalen, meldingen of klachten ontvangen over de onafhankelijkheid van bouwtoezicht? Zo ja, hoe zijn deze afgehandeld? 10. Is het college van mening dat de huidige inrichting van het bouwtoezicht voldoende waarborgen biedt voor onafhankelijkheid en betrouwbaarheid? Graag een toelichting.
Fractie POV