CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.9 rvs Programma Mobiliteit September 2025 bijlage 5 memo participatietraject

Raadsvergadering 1 oktober 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Programma mobiliteit1.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan Van Inzake Datum

: : : :

College van B&W Vlissingen J.M. van Koeveringe-Dekker Gemeente Vlissingen/Advies participatietraject Programma Mobiliteit 8 september 2025

Aanleiding Vanuit de Commissie Ruimte is er, tijdens de vergadering van 28 augustus 2025, kritiek geuit op het participatietraject voor het Programma Mobiliteit 2040 (hierna ‘het Programma’). Volgens FvD zou de participatie ernstig te kort zijn geschoten, omdat het Programma vijf pijlers kent en er maar op twee is geparticipeerd en dan gaat het kennelijk specifiek om het onderdeel ‘parkeren’. FvD stelt dat dit in strijd is met de Omgevingswet en artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit. Het College heeft aangegeven dat er in de Omgevingsvisie Vlissingen 2040 1 en de Strategische visie Vlissingen 2040 2 reeds participatie heeft plaatsgevonden, waarmee beleidsuitgangspunten vaststaan en dat in dit Programma ziet op een vervolg-participatie omdat bepaalde zaken een stap concreter zijn gemaakt. Wat betreft het parkeren is aangegeven dat de opmerkingen in een latere fase worden betrokken bij het op te stellen Parkeerbeleidsplan. Ons is gevraagd of bij dit participatietraject gehandeld is in strijd met de Omgevingswet (Ow) en artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit (Ob) of niet. Het korte antwoord is dat er naar mijn oordeel niet gehandeld is in strijd met de Ow en artikel 10.8 Ob. Ik zal dat hieronder toelichten. Relevante feiten; hoe heeft hier de participatie plaatsgevonden? In het Programma is in paragraaf 1.4 aangegeven van welke beleidskaders er is uitgegaan.

Daarbij is aangegeven dat het programma invulling geeft aan de Omgevingsvisie Vlissingen 2040, welke op haar beurt invulling geeft aan de Strategische visie Vlissingen 2040. Bij de totstandkoming van beide visies heeft participatie plaatsgevonden op het raadplegende niveau (zo is in de Omgevingsvisie aangegeven op welke wijze de visie tot stand is gekomen en welke participatiemomenten daarbij hebben plaatsgevonden). In diezelfde paragraaf van het Programma zijn de negen hoofdopgaven en de deelopgaven van de Omgevingsvisie besproken met de raakvlakken, die zijn benoemd in bijlage 1. In deze bijlage wordt per deelonderwerp aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de opgaven vanuit de Omgevingsvisie.

1 2

Omgevingsvisie Vlissingen 2040 - Vlissingen in balans. Strategische visie Vlissingen 2040 - Blik op de toekomst.

1

Parkeren staat in het Programma genoemd in paragraaf 4, waarin de eerder vastgestelde beleidskaders vanuit de Omgevingsvisie worden geschetst en waarin wordt aangegeven dat de vraag hoe de schaarse (parkeer)ruimte wordt verdeeld, uitgewerkt wordt in het nog vast te stellen Parkeerbeleidsplan. De kernthema’s van het Parkeerbeleidsplan zijn herkenbaar vanuit de Omgevingsvisie. Tijdens de participatie van de Omgevingsvisie is discussie gevoerd met de raad en bewoners over minder parkeren en meer groen in de wijk. In de uiteindelijke Omgevingsvisie is hierover het volgende vastgesteld: “4.2 BINNENSTAD (…) KOERS BINNENSTAD (…) Fysiek en digitaal verbonden (…) We maken ruimte voor vergroening en klimaatadaptatie en voor langzaam verkeer. Daarbij past minder ruimte voor parkeren. Het aantal auto’s in het straatbeeld verlagen we door het parkeren verder te reguleren. Een tweede bewonersvergunning ontmoedigen we. Via overstaphubs, waar parkeren en (deel)vervoer in elkaar overgaan, stimuleren we het parkeren aan de randen van de stad. Het laatste stuk richting de bestemming in de binnenstad gebeurt niet of nauwelijks meer per auto. (…)”

En even verderop: “4.3 STEDELIJK WOONGEBIED (…) KOERS STEDELIJK WOONGEBIED (…) Fysiek en digitaal verbonden (…) Autogebruik wordt ontmoedigd. In woonwijken is de auto te gast en staat de fietser staat centraal. Bij nieuwbouw wordt parkeren op eigen terrein opgevangen. Zo voorkomen we parkeeroverlast en verbeteren we de kwaliteit van de openbare ruimte. Waar nodig gaan we het parkeren reguleren.”

Voor de participatie van het Programma is een participatieplan ontwikkeld van 12 november 2024. In dit plan is duidelijk uiteengezet op welke niveaus voor welke onderdelen participatie zou plaatsvinden en hoe dat zou gaan gebeuren. Daarbij is aangegeven dat op de twee thema’s hoofdfietsroutes en autonetwerk het juiste moment was om het niveau ‘raadplegen’ toe te passen; “welke bijstellingen zijn er geweest en waarom?”, zo vermeldt het plan. Ook is vermeld hoe de participatie georganiseerd zou worden (middels twee bijeenkomsten en het platform DoeMee Vlissingen. Tevens is de actieve keuze gemaakt om het Programma door de raad te laten vaststellen. Daarom is het Programma ook gedurende zes weken opengesteld voor inspraak.

2

Tevens zijn de resultaten van de participatie bekend gemaakt in twee documenten, namelijk de ‘Nota van Antwoord op de inspraakreacties’ van 20 maart 2025, met de inspraakreacties en de antwoorden daarop, waarbij in paragraaf 3 van deze Nota is aangegeven welke aanpassingen hebben plaatsgevonden. Daarnaast zijn op 22 januari 2025 de resultaten bekend gemaakt in het document ‘Resultaten van de participatie’. Daaruit blijkt dat naast de inspraakperiode er twee participatiesessies hebben plaatsgevonden (in december 2024 en januari 2025) en bewoners konden via het platform DoeMee Vlissingen de gewenste aanpassingen kenbaar maken. Juridische toets Omgevingswet/Omgevingsbesluit In artikel 10.8 Ob staat: “Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn”

In de toelichting bij het Omgevingsbesluit is verwoord wat de regering onder participatie verstaat: “Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit” (stb 2018, 290, pagina 134)

In het Handboek Omgevingswet, staat hierover in paragraaf 7.5. blz. 196 het volgende: “Voor alle soorten programma’s geldt dat het publiek vroegtijdig betrokken moet worden. Artikel 10.8 Ob bevat daartoe een motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie voor het programma. Dit houdt in dat ‘bij het vaststellen van het programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn’. Ook het toepasselijke decentrale participatiebeleid moet daarbij worden betrokken voor zover het gaat om een programma vastgesteld door het college van B&W, het algemeen bestuur van het waterschap of Gedeputeerde Staten. Het gaat dus enkel om een motiveringsplicht; conform het uitgangspunt van de Omgevingswet wordt niet bepaald op welke wijze de participatie moet plaatsvinden.” (arcering is van mij, JvK).

Wat betreft het participatieniveau is het zo dat de Participatie- en Inspraakverordening Vlissingen 2023 gebaseerd is op de modellen die de VNG voorstaan. Dat blijkt ook uit de tekst van de gewijzigde verordening die nu op 11 september aanstaande voor besluitvorming staat. De voorgestelde wijziging raakt overigens niet aan deze discussie. In de Implementatiehandleiding, horend bij het VNG Model Participatieverordening, worden in bijlage 4 de participatievormen nog eens toegelicht aan de hand van de treden van de participatieladder. Hieronder staan de eerste twee treden geciteerd:

3

“Bijlage 4: Vijftien veelgebruikte participatievormen (…) Informeren Het informeren van inwoners kan worden gezien als de eerste trede van de participatieladder. Hier heeft de inwoner geen invloed op de besluitvorming, maar worden inwoners wel betrokken bij het beleidsproces. Dit door ze te informeren over het voorgenomen beleid, de keuzes die voorliggen en de implicaties van die keuzes. Bij het informeren van inwoners hebben de inwoners dus geen actieve rol in het beleidsproces. 1. Inloopbijeenkomst Een inloopbijeenkomst is een laagdrempelige manier om inwoners van informatie te voorzien over het beleid van de gemeente. Zorg er hierbij wel voor dat je als overheid de inwoners opzoekt. Een inloopbijeenkomst hoeft niet altijd in het gemeentehuis plaats te vinden. Juist door een plek te kiezen die aansluit bij de inwoner, laat je als overheid zien dat je de betrokkenheid van inwoners belangrijk vindt. 2. Social media Social media kan worden ingezet in verschillende fasen en bij verschillende vormen van participatie. Bij uitstek kan het gebruikt worden om inwoners te informeren, bijvoorbeeld via een campagne op Instagram. Daarnaast kan het als medium gebruikt worden om andere vormen van participatie te promoten, zoals een enquête. Daarbij is het gebruik van social media om inwoners te informeren over voorgenomen beleid een effectieve manier om jongeren te bereiken. 3.

Online workshop Een online workshop is een manier om inwoners op een interactieve manier bekend te maken met het onderwerp dat ter discussie staat. Dit kan bijvoorbeeld door het organiseren van een onlinebijeenkomst, waarbij je de deelnemers verdeelt in subgroepen en met elkaar, door middel van een interactieve werkvorm, meer leert over het onderwerp. Belangrijk bij het organiseren van een online workshop om inwoners te informeren over een beleidsproces, is dat inwoners er ook concreet iets aan hebben. Anders dan bij een inloopbijeenkomst waar alleen informatievoorziening plaatsvindt, biedt een online workshop de mogelijkheid om inwoners niet alleen te informeren over een beleidsproces, maar ook om iets nieuws te leren over het onderwerp. Inspraak of raadplegen De tweede trede van de participatieladder is inspraak. Dit houdt in dat inwoners hun mening kunnen geven over het voorgenomen beleid. Wat er met deze meningen wordt gedaan, is aan het bevoegde bestuursorgaan. 4. Inspraakbijeenkomst Een voor de hand liggende manier om vorm te geven aan inspraak is de inspraakbijeenkomst of ‘inspraakavond’. Vaak vindt er tijdens zulke bijeenkomsten eerst een vorm van informatievoorziening plaats, waarna aanwezigen hun meningen kunnen geven, opmerkingen kunnen maken en vragen kunnen stellen over het voorgenomen beleid.

Een inspraakbijeenkomst is een manier om input vanuit de samenleving te verzamelen. 5. Enquête Een enquête is een andere klassieke vorm van participatie. Het is een makkelijke manier om de standpunten van inwoners op te halen. Hierbij kan je als overheid relatief makkelijk sturen op welke input je wilt ophalen. Ook is een enquête makkelijk op verschillende manieren te verspreiden, zowel digitaal als analoog, en is deze vorm van participatie weinig tijdsintensief.

4

6. Werkbezoek Een andere, interactieve vorm van participatie is het organiseren van een werkbezoek. Hiervoor kan het initiatief zowel bij de inwoners als bij de gemeente liggen. Tijdens een werkbezoek komt de gemeente langs bij een groep inwoners of een organisatie en gaat zij, aan de hand van de ervaringen van inwoners, met hen in gesprek over het voorgenomen beleid. 7. Maatschappelijk initiatief Maatschappelijk initiatief is een verzamelnaam voor verzoeken vanuit inwoners voor ondersteuning door de gemeente. Hier kunnen dus ook gevallen van het uitdaagrecht onder vallen. Belangrijk is dat het initiatief vanuit inwoners komt en dat de gemeente een ondersteunende rol vervult. De mate van ondersteuning door de gemeente hangt sterk af van de aard en inhoud van het maatschappelijk initiatief. 8. Inwonerforum of discussieforum Een inwonerforum is een digitaal platform waar inwoners met elkaar of met de gemeente in gesprek kunnen gaan en vragen kunnen stellen over het beleid van de gemeente. Inwoners kunnen hier zelf opmerkingen of suggesties aandragen, en anderen kunnen hier op reageren. (…)”

Conclusie Er is voor het Programma Mobiliteit voldaan aan artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit, doordat het College bij het vaststellen van het Programma heeft aangegeven hoe zij de inwoners, ondernemers en anderen actief heeft betrokken in het proces, door participatiebijeenkomsten en door de inzet van het platform DoeMee Vlissingen. Daarnaast heeft het Programma in conceptvorm zes weken ter inzage gelegen in het stadhuis, voor inspraak. Er is bovendien aangegeven wat de resultaten van het participatieproces zijn geweest. Er is geen verplicht niveau van participeren. Het College (en ook de raad) is dus vrij om er voor te kiezen om het Programma op onderdelen alleen informerend te laten zijn (hetgeen is gebeurd) en op andere onderdelen raadplegend (hetgeen ook is gebeurd). Daarbij is de communicatie geheel transparant geweest als het gaat om de vraag op welke onderdelen er raadplegend is geparticipeerd. Bovendien is (overigens onverplicht) uitgelegd waarom deze keuzes zijn gemaakt en waarbij is verantwoord dat met betrekking tot de beleidskaders al participatie op raadplegend niveau heeft plaatsgevonden bij de Strategische Visie, die later is uitgewerkt in de Omgevingsvisie en dat op die punten geen dubbele participatie hoeft plaats te vinden omdat die kaders vaststaan.

In dat kader is bovendien transparant uitgelegd dat voor wat betreft het thema Parkeren er nog een beleidsplan wordt gemaakt. Naar mijn mening heeft de participatie bij dit Programma dus op de juiste wijze plaatsgevonden en is er geen sprake van strijd met de Omgevingswet of artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16007143/1