CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.9 rvs Financiering gemeentelijk rioleringsplan bijlage 1 GRP

Raadsvergadering 9 november 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Financiering gemeentelijk rioleringsplan.27.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

GRP Vlissingen definitief rapport

-21-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Anderzijds zijn er langere droge perioden met kans op verdroging. Het blijven vergroten van de ondergrondse voorzieningen (riolering) is echter geen optie. Uiteindelijk zullen ondergrondse voorzieningen te klein zijn en het steeds maar vergroten wordt uiteindelijk te kostbaar. Om bij een veranderend klimaat droge voeten te blijven houden, wordt nadrukkelijk ook gekeken naar bovengrondse oplossingen en wordt de samenhang met de (her)inrichting van de openbare ruimte gezocht. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte worden er daarom twee sporen gevolgd. In de eerste plaats wordt er naar gestreefd om het aantal vierkante meters verharding terug te brengen (straten, wegen, pleinen). Dit heeft als positief effect dat er minder hemelwater wordt opgevangen en dat dit niet afgevoerd hoeft te worden naar de riolering. Tevens vermindert dit op termijn de opwarming van het bebouwd gebied. Als het verminderen van de verharding niet mogelijk of niet gewenst is dan wordt de verharding, waar dit mogelijk is, afgekoppeld. Dit houdt in dat het afstromende regenwater niet afgevoerd wordt naar de gemengde riolering, maar bijvoorbeeld rechtstreeks naar het oppervlaktewater of naar groenvoorzieningen waarin overtollig hemelwater tijdelijk wordt geborgen en/of kan infiltreren in de ondergrond.

Het regenwater kan ook worden afgevoerd via regenwaterriolering, maar er wordt juist ook gekeken naar mogelijke aanpassing van de bovengrondse inrichting van de openbare ruimte (trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’). De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de verwerking van regenwater op zijn eigen perceel. Deze zal steeds vaker actief gestimuleerd en gemotiveerd en soms verplicht worden om een steentje bij te dragen door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor infiltratie, buffering of opslag van hemelwater. De perceeleigenaar kan ook een belangrijke bijdrage leveren door verharding te vervangen voor groen.

4.1.3

Grondwater De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn eigen terrein. De gemeentelijke zorgplicht richt zich op het openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen en perceeleigenaren de mogelijkheid te bieden hun eigen terrein te ontwateren, stelt de gemeente de bewoners een overnamepunt ter beschikking voor de afvoer van overtollig grondwater. Dit dient echter wel doelmatig plaats te vinden. Bij projecten legt de gemeente als het nodig is drainage aan in openbaar gebied.

4.1.4

Oppervlaktewater Het is essentieel om een goed ingericht watersysteem te hebben binnen het stedelijk gebied. De toenemende neerslag moet geborgen worden en moet uiteindelijk afgevoerd worden. Het watersysteem biedt voldoende veiligheid tegen hoogwater (langdurig natte perioden) en is klimaatadaptief ingericht.

GRP Vlissingen definitief rapport

-22-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

De waterkwaliteit wordt zo veel als mogelijk gewaarborgd. De inrichting en de flora en fauna spelen daarbij een belangrijke rol, onder andere via bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. Beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem vindt plaats in nauwe samenwerking met het waterschap (via de BOB-overeenkomst), dat de meeste oppervlaktewateren in beheer heeft.

4.1.5

Bedrijfsvoering De gemeente Vlissingen wil haar riolerings- en watervoorzieningen in goede toestand hebben en houden. Om dit te bereiken, voert zij onderhoudswerkzaamheden uit waarbij zij zich richt op een efficiënt, doelmatig en integraal onderhoudsprogramma. Daarvoor is kennis van het werkelijk functioneren van de voorzieningen een vereiste. Dit wordt verkregen door het monitoren van het functioneren van de rioleringsvoorzieningen, door analyse van de uitgevoerde werkzaamheden en door een goed gegevensbeheer. Ook op het gebied van planvorming richt de gemeente Vlissingen zich niet alleen op de korte termijn. Zij wil voldoende kennis en actuele informatie beschikbaar hebben om tussentijds geactualiseerde (beleids)producten te kunnen blijven opleveren. De gemeente Vlissingen streeft naar een integrale en duurzame benadering van de afvalwaterketen en het (grond)watersysteem (grondwater, hemelwater en de relatie met het oppervlaktewater). Hierbij wordt samenwerking gezocht met de waterpartners (SAZ+, HZ) en de regionale partners. Integraliteit en samenwerking zijn mogelijkheden om te komen tot kostenbesparingen. Duurzame oplossingen zijn daarbij het doel.

4.2

Toetsingskader In de Kennisbank Stedelijk Water van de stichting Rioned is een aparte module opgenomen met daarin een toetsingskader voor de inhoud van een GRP. Dit sluit als een nadere en meer concrete uitwerking aan op de eerder geformuleerde visie van de gemeente. In het algemeen zijn er drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit betreft: • duurzame bescherming van de volksgezondheid; • handhaving van een goede leefomgeving; • duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van dit GRP Vlissingen vertaald naar doelen. Deze doelen maken deel uit van het toetsingskader en zijn weergegeven op de volgende pagina.

GRP Vlissingen definitief rapport

-23-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

Doel 1:

Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.

Doel 2:

Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding.

Doel 3:

Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt.

Doel 4:

Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater.

Doel 5:

Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken.

Doel 6:

Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten.

Het toetsingskader in zijn geheel is opgebouwd uit vier componenten: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De doelen zijn een algemene vertaling van wat de gemeente Vlissingen wil bereiken, aansluitend op de visie. Vanuit deze doelen zijn eisen afgeleid die aan het functioneren van de riolering als systeem of aan de toestand van de objecten (riolen, putten, randvoorzieningen) worden gesteld, de zogenaamde functionele eisen. Om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan, zijn vervolgens maatstaven en meetmethoden geformuleerd. In het onderstaande kader is een voorbeeld van deze werkwijze gegeven. Doelen zijn de beschrijving van het gewenste systeemgedrag, ofwel de gewenste (ideale) situatie voor de toestand en het functioneren van de voorzieningen. Een voorbeeld van een doel is: ‘het voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater’. De functionele eis bij het bovenstaande doel is bijvoorbeeld: ‘de vuiluitworp door overstortingen en regenwaterlozingen moet beperkt zijn’. De maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eis. Een voorbeeld van een maatstaf bij de eerder genoemde functionele eis is: ‘de vuiluitworp vanuit gemengde rioolstelsels mag maximaal 50 kg CZV/ha.jaar zijn’ De meetmethoden tenslotte geven aan op welke wijze wordt getoetst of aan de maatstaven wordt voldaan.

Een voorbeeld van een gangbare meetmethode bij bovenstaande maatstaf is: ‘regenreeks- en vuiluitworpberekening’

De gedetailleerde uitwerking van het toetsingskader is opgenomen in bijlage 3

GRP Vlissingen definitief rapport

-24-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

5

Overzicht van de aanwezige voorzieningen In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het rioolstelsel van de gemeente Vlissingen en wordt ingegaan op de aanwezige gemeentelijke voorzieningen voor hemelwater en grondwater in de bestaande situatie.

5.1

Niet aangesloten bebouwing Binnen de gemeente Vlissingen zijn per 1 oktober 2022 nog 32 panden aanwezig die niet beschikken over een voorziening die voldoet aan de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens. Voor al deze panden heeft de gemeente Vlissingen een ontheffing van de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater gekregen van de provincie Zeeland. Deze ontheffing is geldig vanaf 1 april 2016 voor onbepaalde tijd. In de periode 2010-2011 is er onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de ongezuiverde lozing van de strandhuisjes op de bodem en het grondwater. Uit het onderzoek blijkt, dat er geen aantoonbare verslechterende invloed op het grondwater is. Tegelijk met de aanvraag voor ontheffing van de zorgplicht in het buitengebied is ook voor de strandhuisjes op Westduin (circa 55 stuks) ontheffing aangevraagd en verkregen. De strandhuisjes op het Nollestrand zijn allemaal gerioleerd.

5.2

Overzicht aanwezige voorzieningen riolering In deze paragraaf wordt ingegaan op de aanwezige voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. Dit wordt samengevat onder de noemer ‘riolering’. In bijlage 5 is een meer gedetailleerd overzicht opgenomen van de verschillende voorzieningen.

5.2.1

Stelsels en systemen Het afvalwater en het hemelwater binnen de gemeente Vlissingen wordt ingezameld met behulp van verschillende stelsels en systemen. Dit betreft: • gemengde riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater door dezelfde leiding afgevoerd richting (uiteindelijk) de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). • gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het hemelwater wordt direct geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. Het afvalwater wordt via een rioolgemaal afgevoerd naar de RWZI. • verbeterd gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het afvalwater en het eerste, veelal verontreinigde hemelwater worden via een gemaal afgevoerd naar de RWZI. Het overige hemelwater

GRP Vlissingen definitief rapport

-25-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

• • •

wordt via een regenwateroverstort geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. persleidingen: rioolgemalen transporteren het water onder (hoge) druk uit de vrijverval riolen (vaak over langere afstanden) naar een lozingspunt. De leidingen die daarvoor nodig zijn, worden persleidingen genoemd. drukriolering: hierbij wordt via pompputten en persleidingen afvalwater (veelal uit het buitengebied) afgevoerd naar het (gemengde) rioolstelsel. IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater): hiermee wordt het huishoudelijke afvalwater van percelen (veelal in het buitengebied) lokaal behandeld.

De kernen en wijken van de gemeente Vlissingen zijn voor het grootste deel gemengd gerioleerd. Op diverse plaatsen is echter verhard oppervlak van de gemengde riolering afgekoppeld dat rechtstreeks of via regenwaterriolering afvoert naar het oppervlaktewater. Verbeterd gescheiden riolering is alleen op bedrijventerreinen terug te vinden, bijvoorbeeld bedrijventerrein Poortersweg. Nieuwe wijken, zoals bijvoorbeeld het Scheldekwartier, zijn voorzien van gescheiden riolering. In totaal zijn er circa 24.000 aansluitingen op de riolering (peildatum 1 oktober 2022). Gezien de huidige bouwontwikkelingen wordt hier een groei in verwacht. De gemeente Vlissingen telt 44.585 inwoners (per 1 januari 2022, bron: CBS).

5.2.2

Kenmerken vrijverval riolering In de gemeente Vlissingen ligt volgens het rioolbeheerbestand per 1 oktober 2022 circa 270 kilometer aan vrijverval riolering. Dit is als volgt onderverdeeld: • gemengde riolering 175 km • regenwaterriolering (RWA) 55 km • vuilwaterriolering (DWA) 40 km • rioolputten 6.500 stuks • kolken circa 19.000 stuks Uit een vergelijking met de karakteristieken in het vigerende GRP blijkt dat er circa 25 km aan lengte riolering is bijgekomen, ofwel 10%. Deze areaaltoename wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de aanleg van nieuwe riolering in ontwikkellocaties. In bijvoorbeeld het Scheldekwartier is dan sprake van gescheiden riolering, waarbij direct twee strengen naast elkaar worden aangelegd. Daarnaast is op diverse locaties verharding van de riolering afgekoppeld, waarvoor regenwaterriolering is aangelegd. Al deze ontwikkeling leiden tot een toename van de hoeveelheid riolering.

5.2.3

Gemalen en mechanische riolering Binnen de gemeente Vlissingen zijn in totaal 43 rioolgemalen aanwezig, inclusief de gemalen van de randvoorzieningen. Deze rioolgemalen zijn in beheer en onderhoud bij de

GRP Vlissingen definitief rapport

-26-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

gemeente Vlissingen. Daarnaast zijn er nog 3 rioolgemalen in beheer en onderhoud bij het waterschap Scheldestromen. Naast de rioolgemalen kent de gemeente nog 63 minigemalen. Deze minigemalen voeren via drukriolering het huishoudelijk afvalwater af van percelen in het buitengebied. In 5 (fiets)tunnel draaien pompen om deze droog te houden. In totaal is er binnen de gemeente Vlissingen ruim 16 km persleiding aanwezig. Ook voor deze leidingen wordt uitgegaan van een vervangingstijd van 60 jaar. Tabel 5.1: overzicht voorzieningen

Soort Vrijverval riolering gemengd stelsel gescheiden stelsel verbeterd gescheiden stelsel Totaal

Lengte

Eenheid

175 55 40 270

km km km km

Drukriolering persleiding rioolgemalen drukrioleringsgemalen

16,2 43 63

km st. st.

Overstorten gemengde riolering extern gemengde riolering intern hemelwaterlozingspunten

25 9 128

st. st. st.

Overige voorzieningen doorlaten en terugslagkleppen randvoorzieningen straatkolken

17 9 19.000

st. st. st.

Aangesloten verhard oppervlak Gemengde riolering Hemelwater

323 78

ha ha

Heffingseenheden Lozingen buitengebied Aantal IBA’s

24.000 32 7

st. st. st.

GRP Vlissingen definitief rapport

-27-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

6

Beleid riolering In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het functioneren van de verschillende objecten en systemen en wordt de strategie ten aanzien van de rioleringszorg uitgewerkt. De strategie is de weergave van de maatregelen en de werkzaamheden die de komende planperiode worden uitgevoerd om invulling te geven aan de missie, visie en doelen.

6.1

Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud bestaat uit diverse werkzaamheden en wordt grotendeels volgens een vaste frequentie uitgevoerd. Het doel hiervan is om alle objecten naar behoren te laten functioneren, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd is en de vervuilingsgraad tot een acceptabel minimum wordt beperkt. In de onderstaande paragrafen wordt per soort voorzieningen een overzicht gegeven van het beheer en onderhoud.

6.1.1

Vrijverval riolering Onderhoud bestaat uit reiniging en reparatie. Reiniging van de vrijverval riolen vindt plaats volgens het onderstaande schema. • Gemengde- en afvalwaterriolering 1 x per 10 jaar • Regenwaterriolering en IT-riolen 1 x per 10 jaar • Kolken zuigen 2 x per jaar • Overige voorzieningen 2 à 3 x per jaar Het reinigen van de riolering, de gemalen en de kolken is uitbesteed. Het reinigingsbedrijf draagt zorg voor de afvoer van het vrijkomende rioolslib en het kolkafval naar een gecertificeerd slibverwerkingsbedrijf. Het reinigen van de riolering en de kolken wordt plaatselijk frequenter uitgevoerd indien de situatie daar om vraagt. In het algemeen wordt de reinigingsfrequentie van de objecten geoptimaliseerd op basis van ervaringen met betrekking tot de vervuilingsgraad om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken. Het inspecteren van de vrijverval riolering gebeurt met een rijdende inspectiecamera en wordt ingepast in het reinigingsschema. Reparatie bestaat in veel gevallen uit het herstellen van schades of het vervangen van onderdelen die versleten zijn. Deze werkzaamheden worden in principe niet zelf gedaan, maar uitbesteed. Reparatie, maar ook vervanging, vindt zoveel mogelijk plaats in combinatie met herstraatwerkzaamheden. Op die manier wordt er werk met werk gemaakt.

Renovatie door middel van relining vindt plaats in combinatie met een project of het wordt geclusterd uitgevoerd. Naast beheer en onderhoud op basis van inspectieresultaten vindt er beheer en onderhoud plaats op ad-hoc basis. Dit wordt grotendeels ingegeven door meldingen en klachten van bewoners en medewerkers van de buitendienst.

GRP Vlissingen definitief rapport

-28-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

6.1.2

Gemalen en persleidingen Onderhoud aan de gemalen (inclusief de pompen van de randvoorzieningen) vindt eenmaal of twee tot drie keer per jaar plaats, al naar gelang het risicoprofiel van het gemaal en de mate van vervuiling. Ook het onderhoud van de drukrioleringsgemalen vindt eenmaal per jaar plaats. Deze onderhoudsronden, bestaande uit reiniging en inspectie, zijn uitbesteed aan een externe partij middels een raamcontract. De gemalen worden continu gemonitord op hun werking met behulp van het gemaalbeheersysteem. Via dit systeem kunnen alle instellingen worden geraadpleegd en waar nodig aangepast en kunnen grafieken en overzichten van iedere installatie worden gegenereerd. Ook worden storingen via het systeem geprioriteerd en doorgegeven aan de dienstdoende onderhoudsmonteur, die vervolgens de storing oplost. Onderhoud aan de persleidingen en drukrioleringsleidingen wordt niet met een vaste frequentie uitgevoerd, maar is situatie afhankelijk. Indien de persleidingen moeten worden gereinigd, wordt dat meestal gesignaleerd op basis van terugloop in de (werkelijke) capaciteit van het gemaal. In dat geval worden de leidingen gereinigd.

6.1.3

Overige voorzieningen riolering Overige voorzieningen zoals de randvoorzieningen en lijngoten worden in het reguliere onderhoud meegenomen. Dat betekent in de regel een onderhoudsfrequentie van een- of tweemaal per jaar. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet uitgevoerd. De huisaansluitingen zijn tot op de aansluiting met het gemeentelijke hoofdriool eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Indien er sprake is van verstopping, storingen of andere meldingen wordt uitsluitend onderhoud uitgevoerd aan het gedeelte van de huisaansluiting dat is gelegen in het openbaar gebied. De kosten zijn, afhankelijk van de oorzaak van de storing, in principe voor de particulier als zijnde eigenaar van de huisaansluiting. Bovenstaande aspecten staan gedetailleerd uitgewerkt in de ‘verordening particuliere rioolaansluitingen Vlissingen’ (2014). Deze is opgenomen in bijlage 6.

6.1.4

Inventarisatie en gegevensbeheer Inzicht in het te beheren areaal is een belangrijke voorwaarde voor het planmatig beheer van een rioolstelsel. Hiervoor heeft de gemeente de beschikking over een rioolbeheersysteem (vrij vervalriolering) en een gemalenbeheer- en onderhoudssysteem. In deze beheersystemen staan, naast de statische gegevens (materiaalsoort, diameter, pomptype, et cetera), ook dynamische gegevens zoals inspecties, storingsmeldingen en dergelijke. Met behulp van deze beheergegevens is te bepalen wanneer maatregelen uitgevoerd dienen te worden of worden analyses gemaakt om knelpunten of storingen te voorkomen. Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt afstemming plaats met andere

GRP Vlissingen definitief rapport

-29-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern, om te komen tot een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte. Dit vindt zoveel als mogelijk wijksgewijs plaats. Met behulp van de gegevens van het beheerpakket kan het rioolstelsel planmatig beheerd worden. Het beheerpakket wordt actueel gehouden door revisiegegevens van uitgevoerde rioleringswerken tijdig in het beheerpakket te verwerken. Deze dienen voor of bij oplevering van een project door de aannemer te worden aangeleverd aan de gemeente ter verwerking. Wanneer de riolering onder asfalt komt te liggen, dienen de gegevens aangeleverd te worden voor het aanbrengen van de eerste laag asfalt. Het bijhouden van de rioleringsdata vindt plaats in eigen beheer. Gegevensbeheer is een belangrijk aspect in het kader van data-gedreven rioolbeheer en vraagt daarom voldoende aandacht. Enerzijds vanuit het perspectief van voldoende beschikbare menskracht, anderzijds ook met het oog op het consequent en op dezelfde wijze doorvoeren van actualisaties en aanpassingen aan de gegevens. De ondergrondse gemeentelijke eigendommen worden ook vastgelegd in het beheersysteem in het kader van de WIBON. Deze wet geeft richtlijnen om graafschades te voorkomen. De gegevens worden ter beschikking gesteld aan het Kadaster.

Naast de karakteristieken van de riolering worden ook de inventarisatiegegevens van het op de riolering aangesloten verhard oppervlak (grafisch) bijgehouden. Dit gebeurt in een GIS-omgeving. Onder meer door de diverse afkoppelprojecten in de afgelopen planperiode is het van belang dit overzicht regelmatig bij te werken en actueel te houden.

6.1.5

Overnamepunten Gemeenten en waterschap hebben richtlijnen ten aanzien van de overnamepunten afgesproken (richtlijn overnamepunten afvalwaterketen Zeeland). Daarin gaat het over de grens tussen de verantwoordelijkheden voor het afvalwatersysteem van de gemeente en die van het waterschap. Een van de uitgangspunten is dat riolering van derden (veelal bedrijven of recreatiegebieden) aangesloten wordt op de gemeentelijke riolering, overeenkomstig de wettelijke zorgplicht van de gemeente tot inzameling van afvalwater. Bij omvangrijke lozingen wordt afgewogen of aansluiting op het transportsysteem van het waterschap doelmatiger is. Dit is vooral van belang bij ontwikkeling van nieuwe (grote) bedrijven, maar ook bij het heroverwegen van bestaande aansluitingen (overnamepunten) van bedrijven of recreatiegebieden op het transportsysteem. Nieuwe grootschalige (recreatie)voorzieningen of nieuwbouw worden altijd aangesloten op de gemeentelijke riolering of rechtstreeks op een rioolwaterzuivering van het waterschap. Alternatieve afvalwaterzuivering is alleen mogelijk als deze voorziening een vergelijkbaar rendement oplevert als een rioolwaterzuivering, vergelijkbare of lagere beheerkosten kent

GRP Vlissingen definitief rapport

-30-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

en een vergelijkbare betrouwbaarheid. De aanlegkosten zijn voor de initiatiefnemer. Het beheer en onderhoud kan overgedragen worden aan gemeente of waterschap. Afweging en werkwijze bij nieuwe overnamepunten

1

Rioolaansluiting nodig o.g.v. Activiteitenbesluit of Besluit lozingen afvalwater huishoudens?

nee

Aanleg IBA.

ja 2

Omvang totale lozing in woonkern: - totaal aantal aansluitingen ≥ 40 waarvan ≥ 30 aansluitingen van permanente bebouwing? óf - totale vervuilingswaarde ≥ 250 i.e. en ≥ 30 aansluitingen van permanente bebouwing?

nee

Aansluiten op gemeentelijke riolering.

ja 3

Afstand tot nabijgelegen bebouwde kern > 500 m ? nee

ja 4

Lozing van bedrijf? ja

1. Aansluiten op gemeentelijke riolering. 2. Aansluiten op transportsysteem waterschap, via nieuwe gemeentelijke voorziening.

nee 5

Aansluiten op transportsysteem waterschap met nieuw overnamepunt. Initiatiefnemer werkt in overleg met waterschap nieuwe aansluiting uit. Stappen: - mogelijke aansluitvarianten bepalen - keuze meest doelmatige variant o.b.v. vergelijking investerings-en exploitatiekosten met contante waardeberekening over periode van tenminste 20 jaar - uitwerken meest doelmatige variant - realiseren aansluiting - overnamepunt vastleggen in beheersystemen waterschap en gemeente

Aandachtspunten: - compensatie negatieve effecten op transportsysteem - aandacht voor functioneren transportsysteem in de praktijk - technische en praktische voorzieningen bij overnamepunt (zie richtlijn) - kostenverdeling - praktische afspraken over uitvoering

GRP Vlissingen definitief rapport

-31-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

6.2

Bewoners De belangrijkste doelgroep waarvoor rioleringszorg wordt uitgevoerd, zijn de bewoners en bedrijven in de gemeente. Het waarborgen van het functioneren van het systeem komt hen ten goede. Zij betalen daarvoor via de rioolheffing.

6.2.1

Huisaansluitingen Een belangrijke, letterlijke verbinding tussen het gemeentelijke rioolstelsel en de voorzieningen van de bewoners en bedrijven is de huisaansluiting of huisaansluitleiding. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet door de gemeente uitgevoerd. De huisaansluitleidingen zijn, in geval van een aansluiting op de vrijverval riolering, vanaf de woning tot op de aansluiting met het gemeentelijke hoofdriool eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Verstoppingen door het gebruik vallen onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Schades of wortelingroei in de huisaansluitleiding in de openbare grond worden wel door de gemeente hersteld na melding door de gebruiker. De financiële afwikkeling van de kosten is afhankelijk van de oorzaak van de schade of verstopping, maar deze zijn primair voor de particulier. Figuur 6.1: verdeling verantwoordelijkheden huisaansluitleiding

In principe heeft ieder perceel een gemengde of twee gescheiden huisaansluitleidingen. Indien een perceeleigenaar een extra huisaansluiting wenst, kan deze, wanneer mogelijk, op kosten van de initiatiefnemer worden aangelegd. In het buitengebied is op sommige locaties drukriolering aanwezig. Ook zijn verschillende panden aangesloten op een IBA of andere voorziening. De verantwoordelijkheid voor de huisaansluitleiding is hier niet eenduidig aan te geven. In de meeste gevallen is dit de pompput. Bij IBA’s is dit over het algemeen de aansluiting op de IBA. De afvoerleiding is de verantwoordelijkheid van de gemeente en/of het waterschap.

GRP Vlissingen definitief rapport

-32-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

Verstoppingen en storingen in de drukriolering die veroorzaakt worden door onjuist gebruik zijn voor rekening van de particulier. Hierin gelden dezelfde uitgangspunten als bij een vrijverval aansluiting. Al eerder in deze rapportage is verwezen naar de ‘verordening particuliere rioolaansluitingen Vlissingen’. Met deze verordening is gewaarborgd dat technische, praktische en juridische beleidsuitgangspunten ten aanzien van een rioolaansluiting eenduidig zijn vastgelegd voor alle burgers en bedrijven binnen de gemeente Vlissingen.

6.2.2

Beheer Als netbeheerder is de gemeente wettelijk verplicht (WIBON) om de liggingsdata van ondergrondse netten, waaronder ook riolering en huisaansluitingen, op te slaan en beschikbaar te stellen. De opslag en beschikbaarstelling verloopt via een eigen voorziening (beheerbestand). Per 1 juli 2019 zijn netbeheerders verplicht om hun data binnen een maand na aanleg aan te leveren en te ontsluiten via het speciaal daarvoor ontwikkelde IMKL2015-formaat. Voor zover beschikbaar kunnen de gegevens van de huisaansluitleiding door de bewoners bij de gemeente worden opgevraagd. Gezien de complexiteit om alle bestaande huisaansluitingen alsnog te lokaliseren en digitaliseren kent de WIBON een overgangsrecht. Dit overgangsrecht stelt dat registratie van huisaansluitingen pas hoeft te gebeuren bij nieuwe aanleg, vervanging of renovatie. Indien gemeentelijke (hoofd)riolering op particulier terrein gelegen is of komt te liggen, wordt daartoe een zakelijk recht gevestigd. Boven deze leiding mogen geen bouwwerken worden opgericht of diep wortelende bomen worden geplant.

6.2.3

Meldingen en communicatie Jaarlijks komen er verschillende meldingen van burgers binnen op uiteenlopende gebieden, zoals wateroverlast, verstopping, storing van pompen, klachten over stank, kolken of problemen met een IBA. De meldingen komen centraal binnen bij het KCC (telefonisch, per mail of per post) of via de MijnGemeente app. Binnengekomen meldingen worden, na beoordeling van de meldingen, gebruikt om werkzaamheden in te plannen. De nadruk ligt op het zo snel mogelijk oplossen van de klachten of storingen. Structurele klachten kunnen aanleiding zijn om een nader onderzoek in te stellen hoe deze klachten definitief opgelost kunnen worden. Bij alle vervangingswerkzaamheden, met name als dit onderdeel is van een integraal project, start de gemeente een communicatieproces op, bijvoorbeeld via een brief of mail, een informatiebijeenkomst of een werkgroep. De vorm van het communicatieproces en de mate waarin wordt per project afgewogen. Het doel van de communicatie is enerzijds informeren, maar kan anderzijds ook dienen om de burgerbetrokkenheid bij de inrichting van de eigen omgeving te vergroten en te

GRP Vlissingen definitief rapport

-33-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

voorkomen dat een gemeentelijk ontwerp aan het eind van het proces veel kritiek krijgt. Ook biedt deze werkwijze mogelijkheden om klimaatadaptatie mee te nemen in het ontwerp en de bewustwording over de gevolgen van de klimaatontwikkelingen bij de bewoners te vergroten.

6.2.4

Aandachtspunten Het rioleringssysteem kent in haar functioneren enkele specifieke aandachtspunten. Het gebied rondom de Paardenstraat in de binnenstad van Vlissingen is uitgevoerd als een zogenaamd absoluut stelsel. Dit betekent dat er geen reguliere overstortmogelijkheid aanwezig is en dat al het water (afvalwater en hemelwater) via het aanwezige gemaal moet worden afgevoerd. In combinatie met de lage ligging (maaiveldniveau) ten opzichte van de omgeving maakt het dit gebied gevoelig voor wateroverlast bij hevige neerslag.

GRP Vlissingen definitief rapport

-34-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

6.3

Toekomstbestendige openbare ruimte De gemeente Vlissingen stelt zich ten doel zo efficiënt en effectief mogelijk om te gaan met haar kapitaalgoederen en met de haar daarvoor ter beschikking staande middelen. In de voorgaande planperioden is hiervoor de methodiek van de ‘wijkgerichte aanpak’ gestart. Deze is in de afgelopen jaren verder geoptimaliseerd en uitgebreid tot de ‘toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte’. De ‘toekomstbestendige openbare ruimte’ heeft als doel om de kwalitatieve opgaven van uit de diverse kapitaalgoederen (riolering, wegen, groen) te bundelen en te koppelen tot integrale projecten. Door daar ook andere disciplines bij te betrekken, uiteenlopend van duurzaamheid en klimaatadaptatie tot sport en openbare verlichting, worden risico’s en kansen in beeld gebracht en wordt ingezet op maximaal meekoppelen. Een belangrijk middel om te komen tot gerichte en doelmatige integrale projecten is het goed gebruik maken van beschikbare, actuele data. Met behulp van deze data (kwaliteitsgegevens) worden zogenaamde ‘heatmaps’ opgesteld per discipline. Door hierin te prioriteren en te zoeken naar integrale mogelijkheden wordt over de grenzen van de (technische) eigen beheerplan gekeken en meerwaarde gegeneerd. Dit proces is weergegeven in de onderstaande figuur. Figuur 6.2: werkwijze heatmaps (bron: gemeente Vlissingen)

Het streven is om zoveel als mogelijk integraal te werken, maar wel vanuit kwaliteitseisen. Het kan daarom voorkomen dat uit kwaliteitsniveau toch sectoraal werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zonder dat er sprake is van een integraal project. Er vindt echter wel altijd een integrale afweging vooraf plaats (zoeken naar meekoppelen), maar er kan niet altijd sprake zijn van integrale uitvoering van werkzaamheden.

GRP Vlissingen definitief rapport

-35-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

6.4

Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. En hoewel dat soms ‘ver weg’ of ‘voor later’ lijkt, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Steeds vaker zijn buien zo intensief dat het rioolstelsel de hoeveelheid regen niet aan kan, dat er water op straat blijft staan of soms zelfs bij gebouwen binnen loopt. De warme zomerdagen houden langer aan of leveren nieuwe recordtemperaturen op. Allemaal uitingen van een veranderend klimaat. De effecten van deze veranderingen beïnvloeden het wonen, werken en verblijven in Nederland en in de landen om ons heen, in grote steden en in kleine dorpen. Kortom: de effecten beïnvloeden ieders directe leefomgeving. In het algemeen wordt klimaatverandering vaak gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevigere regenbuien, lange periodes van regenval, periodes van langdurige droogte en hitte en een stijgende zeewaterspiegel. Klimaatadaptatie is het inspelen op de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkelingen. Klimaatadaptief handelen overstijgt maatregelen aan alleen het rioleringssysteem, het vereist dat er ook gekeken wordt naar het niveau van het inrichten van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen) en de ondergrondse mogelijkheden voor het opvangen en vasthouden van water.

Dit sluit naadloos aan bij de methodiek van ‘toekomstbestendige inrichting openbare ruimte’ zoals toegelicht in de voorgaande paragraaf. De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere interne disciplines gemaakt, maar ook externe organisaties zoals het waterschap en nutsbedrijven (energietransitie) worden betrokken (meekoppelen). Zowel lokaal als regionaal is er in 2021 een strategie vastgelegd over de manier van omgaan met klimaatveranderingen en klimaatadaptatie (Klimaatadaptatiestrategie Zeeland). Daarvoor zijn er klimaatstresstesten uitgevoerd en zijn er risico-dialogen gevoerd. Op lokale schaal vindt dat iedere keer weer opnieuw plaats op projectniveau bij integrale projecten. In veel gevallen wordt vanuit klimaatadaptatie ingezet op de onderstaande aspecten.

• Infiltreren daar waar het kan (ondergrond afhankelijk) • Tijdelijk vasthouden van het water in het eigen gebied (indien doelmatig) • Creëren van waterberging in het eigen gebied • Vergroenen van het stedelijk gebied, zowel de openbare ruimte als de particuliere percelen • Beperken van verhardingen, verhardingen zijn waterdoorlatend of lopen rechtstreeks af naar openbaar groen • Klimaatadaptief bouwen • Acceptatie van water op straat (waterhinder) De klimaatadaptatiestrategie wordt, voor zover van toepassing en met voldoende draagvlak, meegenomen bij het afwegen van maatregelen en onderzoeken.

GRP Vlissingen definitief rapport

-36-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

Het proces van klimaatadaptatie moet periodiek herhaald worden met een frequentie van eenmaal per zes jaar. Indien zich in een (deel)gebied nauwelijks grote wijzigingen hebben voorgedaan, kan het proces in een geminimaliseerde vorm worden uitgevoerd. Aanleiding voor aanpassingen kan een wijziging van inzichten zijn of het optreden van klachten die eerder niet bekend waren.

6.4.1

Hemelwaterzorgplicht Het klimaatadaptief handelen van de gemeente is mede een invulling van de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht die in de Waterwet is benoemd. De hemelwaterzorgplicht is in de Waterwet (artikel 3.5) vastgelegd met de onderstaande bewoordingen. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

De hemelwaterzorgplicht heeft betrekking op het op een perceel verzameld hemelwater, waarvan de houder zich niet anders kan ontdoen dan door het aan de gemeente als inzamelaar over te dragen. De zorgplicht omvat in beginsel dan ook niet meer, dan het door de gemeente aanbieden van een voorziening, waarin het hemelwater geloosd kan worden. Er bestaat een beleidsmatige voorkeur voor gescheiden rioleren. Bij nieuwbouwwijken wordt deze situatie direct gerealiseerd, in bestaande situaties wordt dit nader afgewogen. Aandachtspunten in dit geval zijn het voorkomen van foutieve aansluitingen en het voorkomen van problemen met ontluchting. De perceeleigenaar draagt de eerste verantwoordelijkheid om het overtollige hemelwater te bergen op zijn eigen perceel. De gemeente heeft vervolgens een inspanningsverplichting om, als dit niet mogelijk is, het overtollige hemelwater te ontvangen en af te voeren. Daarin kent de gemeente een zekere beleidsvrijheid. Dit houdt in dat, afhankelijk van de lokale situatie, de meest doelmatige oplossing zal worden gekozen voor de inzameling en verdere verwerking van het hemelwater. Een kernwoord hierbij is de doelmatige inzameling van het hemelwater. De gemeente toetst op overtolligheid van het aangeboden hemelwater en de mate waarin het hemelwater doelmatig kan worden verwerkt alvorens wordt overgegaan tot het inzamelen van het hemelwater.

Doelmatigheid uit zich hierbij onder meer in een afweging van de kosten van maatregelen, mogelijkheden om aan te haken bij andere maatregelen (bijvoorbeeld afkoppelen), de

GRP Vlissingen definitief rapport

-37-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

duurzaamheid van maatregelen, aspecten ten aanzien van beheer en onderhoud en uniformiteit (één gelijke maatregel voor een hele straat in plaats van diverse ad-hoc oplossingen). De hemelwaterzorgplicht houdt echter ook in, dat de gemeente verantwoordelijk is voor het bergen van hemelwater in het openbaar gebied. Dat is immers haar eigendom. Het ‘Kapelle-arrest’ (2008), waarin de rechter heeft geoordeeld dat de gemeente aansprakelijk was voor schade door hemelwater dat vanaf openbaar gebied particuliere woningen binnenliep, laat zien dat de gemeente zorgvuldig met haar verantwoordelijkheden op het gebied van regenwater dient om te gaan. De gemeente Vlissingen treft enkel maatregelen in de openbare ruimte. Uit doelmatigheidsoverwegingen worden afkoppelmaatregelen meegenomen in de uitvoering van een project. Het ontharden van particuliere terreinen is een punt van aandacht in de ontwerpfase van een project. Het oppervlakkig afvoeren van hemelwater is afhankelijk van de mogelijkheden van een gebied. In bestaande situaties, waar geen oppervlaktewater aanwezig is of er geen ruimte of mogelijkheid is om infiltratievoorzieningen aan te leggen, zal noodzakelijkerwijs gekozen moeten worden voor ondergrondse oplossingen. Bij nieuwe ontwikkelingen zal nadrukkelijk gekeken worden naar de mogelijkheden van oppervlakkige afvoer en het niet aanleggen van een hemelwaterstelsel.

6.4.2

Voorkomen van wateroverlast Om invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid en aandacht te hebben voor het voorkomen van wateroverlast in het algemeen is de gemeente op verschillende fronten actief. Het verminderen van het risico op wateroverlast is daarbij het belangrijkste doel. Water kan soms nog op straat blijven staan (waterhinder), maar de inzet is dat water niet de woningen binnen kan lopen (wateroverlast). Waterhinder

= ruime plasvorming op straat en/of tijdelijk water-op-straat geen problemen voor woningen of stremming van vitale infrastructuur.

Wateroverlast = water stroomt bebouwing binnen en er is sprake van schade, vitale infrastructuur (bijvoorbeeld wegen naar kwetsbare voorzieningen) is gestremd. De gemeente Vlissingen legt de grens tussen wateroverlast en/of waterhinder bij het ontstaan van schade aan eigendommen en het belemmeren van de veiligheid in een gebied. Bij het ontstaan van schade is de afweging of dit een incident (overmacht) is of een structureel probleem. Indien aanrijtijden van politie, ambulance en brandweer in het geding komen door wateroverlast in de hoofd-aanrijroutes zal onderzocht worden of (tijdelijke) maatregelen het knelpunt kunnen verminderen.

GRP Vlissingen definitief rapport

-38-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

Belangrijk is hierbij het besef dat het praktisch en financieel onmogelijk is om iedere neerslagsituatie te verwerken via de riolering. De riolering heeft, net als andere infrastructuur, uit het oogpunt van doelmatigheid een maximale capaciteit. Als de ondergrondse leidingen volledig gevuld zijn, moet het hemelwater bovengronds worden geborgen en afgevoerd. Hierbij valt te denken aan straten, parkeerterreinen en openbaar groen. Water-op-straat is daarmee een belangrijke vorm van waterberging en een essentieel deel van de oplossing om wateroverlast te voorkomen, hoe hinderlijk het soms ook is. Maar schade (bijvoorbeeld doordat water woningen binnenstroomt) moet zoveel als mogelijk worden voorkomen. Maatregelen zijn er dan ook op gericht om de kans op wateroverlast te verkleinen. Bij de uitwerking en het uitvoeren van maatregelen wordt nadrukkelijk ook aandacht besteed aan de eigen verantwoordelijkheid van de bewoners en de particuliere perceeleigenaren. Daar waar water op eigen terrein geborgen kan worden en de hoeveelheid particuliere verharding beperkt blijft of verminderd wordt, neemt de kans op wateroverlast af. Over deze principes zullen bewoners zowel bij specifieke projecten als in het algemeen worden geïnformeerd en zij worden gestimuleerd om hierin hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Daarnaast wordt bij (nieuwe) rioleringsberekeningen, maar ook bij afkoppelen, rekening gehouden met intensievere neerslagsituaties. Indien er maatregelen geformuleerd moeten worden, zeker in geval van concrete wateroverlastlocaties, wordt uitgegaan van een integrale benadering. Daarbij wordt de oplossing niet alleen gezocht in ondergrondse infrastructuur, maar juist in het beschouwen van de volledige openbare ruimte. Hierbij wordt ook stil gestaan bij opties als bovengrondse afvoer en berging van overtollig hemelwater in groenzones (klimaatadaptief handelen). Dit soort maatregelen vraagt interdisciplinaire samenwerking tussen de verschillende gemeentelijke afdelingen, maar biedt veel kansen om gezamenlijk op te trekken in de openbare ruimte. Concreet wordt voor rioleringsberekeningen in bestaande gebieden uitgegaan van de richtlijn ‘geen water op straat’ bij neerslagsituatie bui 08 conform de Kennisbank Riolering (20 mm in één uur). Voor nieuwbouwlocaties geldt hierbij bui 09 (circa 30 mm in één uur). Ook wordt een doorkijk gemaakt met behulp van de zogenaamde klimaatbuien van de stichting Rioned, waarbij onderzocht wordt wat de bovengrondse effecten zijn van extreme neerslag en de mogelijkheden rondom afvoer en berging in de openbare ruimte.

Buitenom het voorkomen van materiele schade en overlast als gevolg van water op straat is het ook van belang om te voorkomen dat burgers in aanraking komen met verontreinigd (afval)water uit oogpunt van de volksgezondheid en het voorkomen van besmetting of ziekte.

GRP Vlissingen definitief rapport

-39-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

6.5

Onderzoek en planvorming In het kader van een goede rioleringszorg is het belangrijk om inzicht te hebben in de kwalitatieve staat en het functioneren van het rioolstelsel. Waar nodig dient daarvoor onderzoek te worden uitgevoerd en beleidsuitgangspunten te worden vastgelegd

6.5.1

Inspectie Inspectie van de vrijverval riolering en van de gemalen is noodzakelijk om inzicht te hebben in welke kwalitatieve staat de voorzieningen verkeren. Dit is een belangrijk onderdeel, omdat hiermee bepaald wordt of nog voldaan wordt aan de minimaal gestelde eisen voor de betreffende voorziening. De gemeente Vlissingen is voornemens om in deze planperiode haar riolering te inspecteren met een frequentie van eenmaal per 10 jaar ofwel circa 25 kilometer riolering per jaar te inspecteren. Dit is gekoppeld aan de reinigingsronde. Het streven is om zoveel als mogelijk aaneengesloten gebieden (bemalingsgebieden) te reinigen en te inspecteren. Voorts is er ruimte voor nader onderzoek als de inspectieresultaten of calamiteiten daar aanleiding toe geven. De inspectieresultaten worden vervolgens ingelezen in het rioolbeheersysteem. Voor de interpretatie van de inspectieresultaten wordt gebruik gemaakt van de NEN-EN 13508-2, inspectie en toestandsbeoordeling van riolen. Aan de hand hiervan worden per type schade waarschuwings- en ingrijpmaatstaven opgenomen. Op basis hiervan kan worden overgegaan tot reparatie of eventueel vervanging van de riolering. De hoofdgemalen, drukrioleringsgemalen en de pompinstallaties van de randvoorzieningen worden door een externe partij een- of tweemaal per jaar geïnspecteerd, afhankelijk van het belang van het gemaal.

Op basis van de inspectieresultaten wordt jaarlijks een rapportage opgesteld met een beschrijving van de staat van de gemalen en een voorstel voor reparatie of vervangingswerkzaamheden. Periodiek worden alle gemalen gecontroleerd conform NEN 3140 (elektrisch). De herhalingstijd is afhankelijk van de geconstateerde toestand.

6.5.2

Berekeningen Het functioneren van het rioleringssysteem kan worden beoordeeld met behulp van modelberekeningen. De gemeente Vlissingen beschikt over een Masterplan Riolering gemeente Vlissingen (2016) waarin de resultaten van de rioleringsberekeningen zijn vastgelegd. In het Masterplan is een doorkijk gemaakt naar een eindsituatie van 2050 en wordt inzicht gegeven in het functioneren van de riolering en op welke wijze naar deze eindsituatie kan worden toegewerkt.

GRP Vlissingen definitief rapport

-40-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

De geformuleerde maatregelen zijn gericht op zowel het verminderen van de vuilemissie (indien nodig) als op het verbeteren van het hydraulisch functioneren, maar bevatten soms ook structuurverbeteringen in het rioolstelsel of aanpassingen aan rioolgemalen. Bij de maatregelen wordt bewust een doorkijk gemaakt met intensievere neerslagsituaties in het kader van de klimaatontwikkelingen. Het onderliggende rioleringsmodel van het Masterplan wordt actueel gehouden met gegevens uit het rioolbeheerbestand. In de voorbereiding op alle integrale projecten of separate rioolvervangingen wordt een nieuwe modelberekening uitgevoerd gericht op het betreffende project. Op die manier zijn er steeds actuele gegevens beschikbaar om tot een optimale dimensionering van de noodzakelijke maatregelen te komen.

6.5.3

Meten en monitoren Meten en monitoren in het rioleringssysteem is een belangrijke onderzoeksactiviteit met een hoge kenniscomponent. Door te meten wordt meer kennis verkregen over het daadwerkelijk functioneren van de riolering. Deze kennis over het functioneren van de riolering vertaalt zich op de lange termijn in kwaliteitsverbetering, beter inzicht, doelmatiger beheer, vermindering van emissies naar het oppervlaktewater en uiteindelijk ook besparingen. In de riolering zelf wordt beperkt gemeten (randvoorzieningen). De hoofdgemalen worden verder continu gemonitord op hun werking met behulp van de gemaalbeheersoftware. Het is van belang de meetresultaten te interpreteren en mee te nemen bij het formuleren van beheermaatregelen. Om tijdig te kunnen anticiperen op storingen en ontwikkelingen is het wenselijk niet alleen inzicht te hebben in de eigen gemeentelijke rioolgemalen, maar ook in de rioolgemalen van waterschap Scheldestromen. Vanuit de samenwerking is er daarom een koppeling tussen de systemen van het waterschap en van de gemeente gemaakt. Daarmee kan het functioneren van zowel de riolering als de rioolwaterzuivering verbeterd worden.

GRP Vlissingen definitief rapport

-41-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

6.6

Vervangingsplanning De vervangingsplanning is een levend document dat wordt bijgesteld aan de hand van de jaarlijkse inspectieresultaten van delen van de riolering binnen de gemeente en op basis van plannen en ontwikkelingen vanuit de ruimtelijke ordening.

6.6.1

Afweging maatregelen Om te komen tot een integraal maatregelenpakket, waar rioolvervanging onderdeel van uit maakt, wordt rekening gehouden met diverse aspecten. De kwaliteit van de rioolleidingen, het functioneren van het stelsel, risico-inschatting als het riool instort en tenslotte de leeftijd van het riolering zijn factoren die benut worden om tot een maatregelkeuze te komen. Gedurende de planperiode zal overwogen worden of de resultaten van het Riobase-onderzoek van de HZ en SAZ+ (assetmanagement) daarbij geïmplementeerd kunnen worden. Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt afstemming plaats met andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern. De interne afstemming met andere disciplines (onder meer groen, wegen, ruimtelijke ordening) maakt deel uit van de werkwijze ‘toekomstbestendige openbare ruimte’ (zie paragraaf 6.3) en is van essentieel belang om kosten te besparen en overlast voor burgers zoveel mogelijk te voorkomen. Naast interne afstemming vindt er ook afstemming plaats met externe partners, zoals de nutsbedrijven of woningbouwbedrijven. Extern wordt voor de langere termijn plannen gebruik gemaakt van AZON (Afstemming Zeeuwse overheden en Nutsbedrijven). De resultaten van de afstemming leiden tot een integraal maatregelenplan voor een toekomstbestendige openbare ruimte.

Tot slot wordt voor het opstellen van een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte uitgegaan van een wijk- of kerngerichte aanpak. Door voor grotere, maar afgebakende gebieden een integraal maatregelenplan op te stellen, ontstaat meer armslag en daarmee ruimte om potentiële kansen vanuit verschillende disciplines te verzilveren.

6.6.2

Renovatie of vervanging Bij renovatie en vervanging van de riolering wordt onderscheid gemaakt in levensduur verlengende maatregelen (renovatie) of het volledig nieuw aanleggen van de voorzieningen (vervanging). Renovatie houdt in veel gevallen in dat een leiding en/of inspectieput wordt bekleed met een kunststof bekleding (zogenaamde relining) die beschadigde of lekke riolen hersteld. De keuze voor renovatie of vervanging is afhankelijk van de karakteristieken van een object en de aard van de schade, maar zeker ook van omgevingsfactoren zoals ligging van de leidingen (weg of tuin), karakter van de weg (druk of rustig), diepteligging, kwaliteit huis-

GRP Vlissingen definitief rapport

-42-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

aansluitingen (gres), eigendomssituatie en mogelijke combinatie met andere werkzaamheden (bijvoorbeeld herinrichting of afkoppelen). Technische voorwaarden voor relining zijn onder meer zijn dat er een kous (coating) aangebracht moet kunnen worden in de leiding en dat er geen onacceptabele verzakkingen of tegenschot in de rioolstreng aanwezig zijn. Daarnaast is een belangrijke randvoorwaarde voor relinen dat de afmeting van de leiding hydraulisch voldoende is en geen opstuwing veroorzaakt en er dus geen diameteraanpassing moet plaatsvinden. Door relining wordt zowel de instroom van grondwater naar de riolering (rioolvreemd water) als de uitstroom van afvalwater (risico op vervuiling grondwater) voorkomen. De instroom van grondwater heeft een negatief effect op het functioneren van de rioolwaterzuivering.

6.6.3

Afkoppelen Een belangrijke duurzame maatregel om de vuilemissie uit de gemengde riolering terug te dringen, de doelmatigheid van de afvalwaterketen te vergroten en de kans op wateroverlast te verkleinen, is het afkoppelen van verhard oppervlak. Het primaire doel van afkoppelen is het ontvlechten van afvalwater en (schoon) hemelwater. Afkoppeloplossingen worden niet alleen gevonden in (regenwater)leidingen, maar ook in oppervlakkige afstroming, wadi’s of, waar mogelijk, infiltratie. Ook het terugdringen of beperken van de hoeveelheid verharding speelt bij afkoppelen een rol. In geval van het realiseren van nieuwe voorzieningen bij bestaande bebouwing wordt gezocht naar participatie van burgers. Afkoppelen maakt deel uit van het rioleringsbeleid van de gemeente. Daarbij wordt er naar gestreefd om structureel afkoppelkansen te signaleren en te verzilveren, bijvoorbeeld op locaties waar kan worden meegelift met andere werkzaamheden zoals rioolvervanging, herstraatwerkzaamheden of herbouwprojecten in bestaand gebied. Het afkoppelen geschiedt zorgvuldig, met aandacht voor risico’s ten aanzien van de waterkwaliteit en aandacht voor beheer- en onderhoudsaspecten, met name in bestaande gebieden. Ook wordt gewaakt voor kapitaalvernietiging. Dit alles heeft tot doel om te komen tot robuuste en flexibele rioolstelsels die de klimatologische ontwikkelingen aankunnen.

Afkoppelen (zowel bovengronds als ondergronds) is geen doel op zich, maar wordt als potentiële maatregel overwogen in relatie tot de meest actuele inzichten in kosten, beheer en onderhoud, effecten op wateroverlast en vuilemissie, en dergelijke. Iedere keer wordt daarvoor een doelmatigheidsafweging gemaakt, waar deze aspecten bij worden betrokken. Bij elk project zal, afhankelijk van de mogelijkheden van een gebied, een keuze gemaakt worden voor ondergronds dan wel bovengronds afkoppelen, waarbij beleidsmatig een

GRP Vlissingen definitief rapport

-43-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

voorkeur uitgaat naar bovengronds afkoppelen. Burgers zullen, indien van toepassing, actief betrokken worden bij het afkoppelen en opvangen van regenwater op eigen terrein. Het vervangen van verharding door groen op eigen terrein kan bijdragen aan een lagere belasting van het rioolstelsel, het vergroten van de biodiversiteit, het verminderen van het risico van verdroging, het aanvullen van het zoete grondwater en het verlagen van de hittestress in bebouwd gebied. Ook geldt dat, naarmate er minder regenwater afvloeit naar het gemengde stelsel, het risico van verdund afvalwater op straat met risico’s voor de gezondheid van de bewoners kleiner wordt. Bij afkoppelwerkzaamheden is te allen tijde afstemming met het waterschap noodzakelijk in verband met de capaciteit van het ontvangende oppervlaktewater.

6.6.4

Uitgangspunten vervanging Vervanging van riolen of gemalen vindt in hoofdzaak plaats op basis van de kwalitatieve staat. De ouderdom speelt een ondergeschikte rol. De staat en de functie van de bovenliggende weg daarentegen zijn wel belangrijk in de afweging. Afstemming van het wegbeheer en het rioolbeheer is essentieel om de lastendruk van de burgers zo laag mogelijk te houden. Bij rioolvervangingsprojecten of wegreconstructies worden de huisaansluitingen in de openbare ruimte ook vervangen (tot aan de erfgrens, in overleg met de eigenaren). De huiseigenaren zal geadviseerd worden om indien nodig ook hun huisaansluitleiding op eigen terrein te vervangen. Voor de gemiddelde levensduur van de voorzieningen wordt uitgegaan van de onderstaande gegevens. De praktijkervaringen bij vervanging van riolering en gemalen binnen de gemeente Vlissingen bevestigen de waarde van deze uitgangspunten. • • • •

Vrijverval riolering Gemalen en randvoorzieningen, bouwkundig Rioolgemalen en drukrioleringsunits, mechanisch/elektrisch Persleidingen

60 jaar 60 jaar 15 jaar 60 jaar

De hoeveelheid verloren berging in het rioolstelsel van Vlissingen is acceptabel. Bij rioolvervanging wordt gestreefd naar het opheffen van verloren berging. Voor het opheffen van verloren berging zijn geen extra financiële middelen gereserveerd.

6.6.5

Achterstallig onderhoud Gedurende de afgelopen planperiode en de planperiode daarvoor is geconstateerd dat er sprake is van een vervangingsachterstand. Hier is gericht aan gewerkt door middel van de eerder genoemde wijkgerichte aanpak en het opschroeven van de hoeveelheid vervangingsprojecten. Daarnaast is het beheerpakket steeds verder gevuld met nieuwe

GRP Vlissingen definitief rapport

-44-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

inspectiegegevens vanuit de planmatig uitgevoerde riool-inspecties over de gehele gemeente. Er is daarmee inzicht in de actuele, kwalitatieve situatie van het rioleringssysteem. De vervangingsachterstand is destijds als aanzienlijk aangemerkt en vergt nog steeds een inhaalslag voor rioolvervangingen die al vanaf circa 2013 is ingezet. De gemeente Vlissingen heeft er destijds voor gekozen om het achterstallig onderhoud weg te werken binnen een periode van circa 15 jaar, tot aan 2028. Daar is de huidige planning ook op uitgelegd. De meerwaarde van de wijkgerichte aanpak, of in de huidige bredere vorm, de toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte, zorgt er voor dat de achterstand wordt ingelopen, maar dat dit wel op een kwalitatief hoogwaardige manier plaatsvindt. Het gezamenlijk optrekken kan voor een langere doorlooptijd zorgen (onder meer door het gekoppelde participatietraject), maar levert in veel gevallen financiële voordelen op (grootschaligere projecten) en een kwalitatieve verbetering van de totale openbare ruimte. Dit komt ten goede aan de inwoners van de gemeente Vlissingen. De langere doorlooptijd is wel zichtbaar in de planning en leidt tot een stevige piek in projecten in de komende jaren. Met het traject als geheel is de vervangingsachterstand verder ingelopen en is tevens de totale kwaliteit van het rioleringssysteem verder verbeterd.

6.6.6

Concretisering vervangingsplanning Ten behoeve van het inzicht in de kosten en kostendekking is een langjarige vervangingsplanning opgesteld. De concretisering van deze langjarige vervangingsplanning voor de planperiode wordt gebaseerd op het actuele programma van de gemeente en daarmee direct op de inspectieresultaten en rioleringsberekeningen van de afgelopen jaren. Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie zijn integraal opgenomen in deze planning onder meer vanuit de toekomstbestendige openbare ruimte. Afhankelijk van de resultaten van de rioolinspecties, nieuwe inzichten of politieke sturing kan de planning aangepast worden. Primair wordt uitgegaan van het wegwerken van ernstige schadebeelden en het vervangen van leidingen aan het einde van hun levensduur. Op deze manier worden de kwalitatief minst goede leidingen het eerste vervangen of gerenoveerd. Daarboven echter vindt de koppeling plaats met andere disciplines via het traject van de toekomstbestendige openbare ruimte. Daarmee is de inzet van de financiële middelen zo effectief mogelijk. De gemiddelde vervangingskosten op jaarbasis zijn aanzienlijk hoger dan in de voorgaande planperiode. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de gestegen eenheidsprijzen (onder andere materiaal) als gevolg van inflatie over de afgelopen jaren.

Deze eenheidsprijzen zijn gebaseerd op ervaringen in de regio en recent uitgevoerde projecten binnen de gemeente Vlissingen.

GRP Vlissingen definitief rapport

-45-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

Tabel 6.1: indicatieve vervangingsplanning planperiode

GRP Vlissingen definitief rapport

-46-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

Figuur 6.3: indicatieve planning projecten

GRP Vlissingen definitief rapport

-47-

R018.P244/R005/RHOU 30 november 2022

6.7

Riolering buitengebied Binnen de gemeente Vlissingen zijn per 1 oktober 2022 nog 32 niet gerioleerde panden aanwezig die afvalwater lozen. Voor deze panden heeft de gemeente een ontheffing van de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater gekregen van de Provincie Zeeland. Deze ontheffing is geldig voor onbepaalde tijd en is ook geldig voor de strandhuisjes bij Westduin.

6.7.1

Regeling buitengebied Per 1 januari 2008 zijn er wettelijke regelingen van kracht voor lozingen in het buitengebied en zijn er eisen gesteld aan de septic tank waar veel huishoudens in het buitengebied gebruik van maken. Deze wettelijke regelingen zijn binnen de provincie Zeeland vertaald naar afspraken die aangeven hoe om te gaan met bestaande en nieuwe ongerioleerde huishoudelijke lozingen: beleid lozingen buitengebied (SAZ+). Hierin staat dat nieuwe lozingen direct moeten gaan voldoen aan de nieuwe eisen, bestaande lozingen krijgen nog tot 2027 de tijd om hier aan te voldoen. Deze eisen houden in, dat iedere ongerioleerde lozing moet zijn voorzien van een zuiveringsvoorziening. Deze zuiveringsvoorziening is minimaal een verbeterde septic tank (IBA klasse 1, minimale inhoud 6 m3) conform de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens. Dat betekent, dat voor 2027 alle kleine septic tanks door de perceeleigenaar vervangen moeten zijn door een nieuwe voorziening. In deze planperiode zullen alle eigenaren die nog niet aan de wettelijke eisen voldoen worden aangeschreven om voor 1 januari 2027 de noodzakelijke aanpassingen uit te voeren. Dit gebeurt voor de gehele provincie vanuit de regionale samenwerking (SAZ+). Voor bestaande lozingen in het buitengebied is verder in het Zeeuwse ‘beleid lozingen buitengebied’ opgenomen dat bestaande drukriolering gehandhaafd blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13413116/1