CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.7 rvs Zienswijze (ontwerp)begroting 2025 GR Orionis Walcheren en jaarrekening 2023 bijlage 2 begroting 2025

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Zienswijze (ontwerp)begroting 2025 GR Orionis Walcheren en jaarrekening 202322.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Begroting 2025 met daarin opgenomen de 3e begrotingswijziging 2024

[april 2024]

Vastgesteld DB 4 april 2024 Vastgesteld AB …….

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

3

Vier overstijgende sporen voor 2024 en 2025

6

PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Overzicht taakvelden Algemene Dekkingsmiddelen

10 15 21 28 32 38 39

PARAGRAFEN Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf bedrijfsvoering Paragraaf Wet open overheid

41 43 43 44 44 45

FINANCIËN Balans Overzicht van lasten en baten Toelichting op het overzicht van lasten en baten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Overhead Algemene Dekkingsmiddelen Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten EMU-saldo

47 48 48 50 51 52 53 54 55 55 56

BIJLAGE 1: Kerncijfers 2: Financiële bijdragen van gemeenten 3: Lijst van afkortingen

57 58 61

2

Managementsamenvatting Begrotingsproces Hierbij ligt de begroting 2025 voor met daarin opgenomen de 3 e begrotingswijziging 2024. Conform de wettelijke eis dient deze ultimo april door het Dagelijks Bestuur aan de gemeenten te worden aangeboden ter zienswijze. Veel ontwikkelingen die momenteel spelen hebben uiteraard hun doorwerking in 2025 en verder. Kadernota en ontwikkelingen Zoals we zo langzamerhand gewend zijn is er het afgelopen jaar weer veel veranderd in de maatschappij en dit zal de komende jaren niet anders zijn. Juist in een tijd - zo hebben we het afgelopen jaar gezien - dat de inwoners die van ons afhankelijk zijn steeds moeilijker te bemiddelen zijn naar de arbeidsmarkt, ondanks dat de vraag op de arbeidsmarkt groot is. Dit is een landelijk beeld hetgeen ook mooi is weergegeven in de notitie van de VNG, Bestaanszekerheid als belofte. Deze bestaanszekerheid was ook één van de belangrijkste thema’s bij de verkiezingen omdat van links tot rechts duidelijk is dat van teveel inwoners de bestaanszekerheid niet gegarandeerd is. Orionis Walcheren heeft hier in de Kadernota al uitvoerig over geschreven. We waren onze tijd vooruit! Met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans probeert de overheid een aantal wijzigingen in de Participatiewet door te voeren waardoor inwoners beter geholpen kunnen worden.

Te denken valt dan aan meer vanuit vertrouwen werken, moet werken (nog) meer gestimuleerd worden door onder meer de bijverdienmogelijkheden te verruimen en wil de minister dat er ook ruimte komt voor maatschappelijke participatie. Opvallend is de verwachting vanuit het Rijk dat het landelijke bijstandsniveau de komende jaren gaat stijgen. Afdeling Werk Met een groot aantal zaken is de afdeling Werk in het programma Werken naar Vermogen al bezig en zal dit de komende jaren verder naar analogie van het bovenvermelde wetsvoorstel uitbouwen. Daarnaast wordt er in 2024 een aanvang gemaakt met de extra investering in Re-integratie waardoor meer inwoners op Walcheren kunnen worden geholpen op weg naar werk en een betere bestaanszekerheid en écht verder kunnen worden geholpen op de Participatieladder. Dit heeft ook de komende jaren als resultaat dat we honderden mensen naar werk begeleiden. Wel verwachten dat steeds vaker een deeltijdbaan een eerste opstap zal zijn omdat de afstand tot de arbeidsmarkt voor een groot deel van de mensen toe is genomen. Werkleerbedrijf Het Werkleerbedrijf heeft zich na de terugval als gevolg van de Oekraïne oorlog goed hersteld en is weer op koers met de uitvoering van het implementatieplan wat - zoals eerder aangegeven wat later gerealiseerd is.

Er worden echter grote stappen gezet in de ontwikkeling van de SW medewerkers die steeds meer gaan werken aan voor hen meer interessante opdrachten die ook veel meer financieel rendement opleveren. Rendabele opdrachten worden afgesproken met grote nieuwe opdrachtgevers en met bestaande opdrachtgevers. Orionis Walcheren ziet 2024 voor het Werkleerbedrijf echt als een omslagjaar naar een nieuwe vorm van werken en ondernemen met onze opdrachtgevers. Met in het verlengde hiervan een forse rendementsverbetering voor 2024/2025 als gevolg. Dit heeft te maken met het rendabel maken van bestaande opdrachten die hierdoor niet langer verlieslatend zijn en alleen nieuwe rendabele opdrachten aannemen.

3

Samenwerking Ketenpartners We zien dat samenwerking met Ketenpartners steeds belangrijker wordt. Zo werken we in 2024 samen met zorgpartijen, het UWV en intensiveren we onze samenwerking met de woningcorporaties in een publiek private samenwerking voor leefbare wijken en meer kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook kijken wij samen met ketenpartners op Walcheren naar initiatieven die zich richten op groepen inwoners die buiten elke regeling vallen. Te denken valt aan jongeren tussen de 18 en de 27 die niet meer op school zijn maar ook niet werken. Door deze wijze van samenwerken blijven de kosten zeer beperkt en kan al door het gebruik maken van gezamenlijk sporten een eerste stap gezet worden. We streven er steeds naar om ondanks de verschillen tussen de gemeenten Vlissingen, Middelburg en Veere zoveel mogelijk een “Walcherse aanpak” te realiseren. Dit is efficiënter voor de uitvoering en ook eerlijker voor inwoners waardoor het adres zo min mogelijk bepalend is welke ondersteuning er geboden wordt. Risico’s en onzekerheden De afgelopen jaren hebben laten zien dat er grote onzekerheid is. De risico’s zijn divers, de bandbreedtes in financiële gevolgen die daarbij optreden kunnen erg groot zijn en incidenten volgen elkaar soms snel op. Deze begroting moet dan ook niet gezien worden als een spoorboekje voor 2024 en 2025 wat zo afgewikkeld wordt.

Beseft moet worden dat er altijd mutaties zullen optreden waarop we moeten inspelen. Middels begrotingswijzigingen zullen deze worden voorgelegd. Onzekerheid is er ook ten aanzien van Rijksvergoedingen. De BUIG-vergoeding is daarin een belangrijke factor. Deze vormt ruim 50% van onze inkomsten, maar wordt twee keer per jaar door het Rijk herzien. De afgelopen jaren hebben laten zien dat ook daarin grote schommelingen kunnen optreden, tot wel € 2 miljoen per jaar. In 2023 kwam het BUIG-saldo uit op € 760.000 positief. Financieel In de twee jaren van deze begroting(swijziging) 2024/2025 wordt door gemeenten extra geïnvesteerd in re-integratie. Hiertoe is medio 2023 besloten. Deze investering is tijdelijk van aard. En vormt daarmee een risico voor de toekomst: immers de met de extra investering te behalen resultaten (in het Buig-saldo) nemen voor een deel in de toekomst weer geleidelijk af. Dit omdat de autonome uitstroom in de toekomst daardoor ook afneemt. Voor het financieel resultaat op uitkeringen zijn niet alleen de prestaties van Orionis zelf van belang, maar ook de relatieve positie ten opzichte van het gemiddelde van Nederland. Immers, de Rijksbekostiging – het Buig-budget – muteert mee met de landelijke ontwikkeling. Zijn er meer uitkeringen, dan komt er ook meer vergoeding en andersom.

Om het Buig-saldo vast te houden moet Orionis dus presteren conform het landelijk gemiddelde. En dus is het van belang dat de middelen die beschikbaar zijn voor re-integratie ook conform dit landelijk gemiddelde zijn, om op die manier dezelfde uitgangspositie te hebben als het gemiddelde van Nederland. Daarbij is het van belang vast te stellen dat in de afgelopen jaren op meerdere momenten door gemeenten minder middelen beschikbaar zijn gesteld dan gemiddeld beschikbaar waren. Belangrijke post daarin is het steun en herstelpakket wat tijdens de coronacrisis door het Rijk beschikbaar is gesteld aan gemeenten maar niet volledig is doorgezet naar Orionis. Denk daarbij ook aan de aanvullende middelen 2016-2020, die in de periode 2021-2023 voor de helft weer zijn afgebouwd. De uitgangspositie van Orionis ligt dus onder het landelijk gemiddelde, wat het belang van investeren in re-integratie alleen maar pregnanter maakt. 4

Drie belangrijke onderdelen die het begrotingssaldo beïnvloeden zijn het Buig-saldo, de rendementsontwikkeling van het WLB (incl. de krimp in aantal personeelsleden) en algemene exploitatiekosten Buig-saldo De investering in re-integratie die voor 2024 en 2025 is afgesproken maakt uiteraard onderdeel uit van deze begroting. We zien dat volledige uitstroom steeds minder haalbaar is, parttime uitstroom is vaak het maximaal haalbare, al dan niet met loonkostensubsidie. Ook dat is positief voor de inwoner en voor de financiën. Gezien de voorlopig toegezegde Rijksvergoeding en alle ontwikkelingen in acht nemend blijft het financiële meerjarenperspectief vooralsnog ongewijzigd. Dit betekent een beperkt negatief saldo in 2024, oplopend naar een saldo rond de nullijn in de komende jaren. Rendementsverbetering WLB In 2022 hadden we als gevolg van de Oekraïne-oorlog, inflatie- en energiecrisis te maken met een flinke terugval. Dit heeft zich in 2023 niet volledig hersteld. Ook in 2023 hebben we middels begrotingswijzigingen de resultaten af moeten ramen. Dit heeft uiteraard ook doorwerking naar 2024. Voor 2024 en 2025 is een nieuwe, realistische prognose opgesteld, met als basis de resultaten 2023 en rekening houdend met de nodige voorzichtigheid. Ten opzichte van 2023 verbeteren we in 2024 met € 0,4 miljoen en in 2025 met nog eens € 0,9 miljoen (beide jaren incl. saldo Wsw en BsW).

Dit ondanks een verdere krimp van de bezetting in het Werkleerbedrijf en de zwaardere begeleidingsbehoefte van de nieuwe doelgroep. Ten opzichte van de eerder afgegeven meerjarenraming betekent dit in die jaren een negatieve bijstelling ten opzicht van de eerder afgegeven hogere prognoses. Algemene exploitatiekosten Twee ontwikkelingen leiden tot stijgende exploitatiekosten. Loonkosten stijgen in deze tijd van inflatie en krapte op de arbeidsmarkt meer dan gemiddeld, ook meer dan de gemeentelijke indexering bedraagt. Daarnaast leiden stijgende ICT-kosten als gevolg van prijsstijgingen, toenemende complexiteit, veiligheidsbeleid en voortgaande ICT-ontwikkelingen tot hogere lasten. Begrotingssaldo Bij vaststelling van deze begroting door het DB worden de begrotingssaldi verwerkt in de gemeentelijke bijdragen en daarmee is de begroting sluitend. In de toelichting op het Overzicht van baten en lasten (pagina 49) is een tabel opgenomen waarin de belangrijkste mutaties ten opzichte van de vorige meerjarenraming zijn weergegeven. Vlissingen, 4 april 2024 Jeroen Louws voorzitter

Henk Guise algemeen directeur

5

Vier overstijgende sporen voor 2024 en 2025 1.

2.

3.

4.

Kadernota Orionis Walcheren 2023 – 2026 Door de drie gemeenten is de kadernota Orionis Walcheren 2023-2026 vastgesteld. Het beleid en de keuzes in deze begroting zijn gebaseerd op deze kaders. Toekomstvisie Werkleerbedrijf In december 2023 heeft het Rijk aangegeven hoe zij aankijken tegen de toekomstige infrastructuur van Sociaal Ontwikkelbedrijven. De financiering wordt ook hier op aangepast. Deze landelijke visie moet in 2024 en 2025 uitgewerkt worden voor Walcheren. Participatiewet in Balans Er is een wetvoorstel opgesteld, met een 20-tal wetswijzigingen. Dit wetsvoorstel heeft als doel meer vanuit vertrouwen in inwoners te werken en aanpassingen door te voeren op basis van wat inwoners aan ondersteuning nodig hebben. Geplande ingangsdatum is 1-1-2025. Doorontwikkeling samenwerking Orionis Walcheren met Walcherse gemeenten Op meerdere fronten willen we de samenwerking met de Walcherse gemeenten versterken: - Vergroten van de rol van gemeenten ten behoeve van de doelstellingen van Orionis Walcheren - Gezamenlijke inspanning om de bestaanszekerheid van inwoners te versterken - Vanuit de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling toewerken naar een stabiele samenwerking

Deze vier sporen worden hieronder verder uitgewerkt. 1. Kadernota Orionis Walcheren 2023 - 2026 Door de drie gemeenten is de kadernota Orionis Walcheren 2023-2026 vastgesteld. De kaders zijn gebaseerd op maatschappelijke, economische, politieke en interne ontwikkelingen. Hieronder zijn de vastgestelde kaders weergegeven

6

2. Toekomstvisie Werkleerbedrijf Een aantal jaren terug is een motie in de Tweede Kamer aangenomen om de te borgen dat de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven (het voormalige SW-bedrijf) behouden blijft. Als reactie hierop heeft het Ministerie van SZW Berenschot gevraagd voor een onderzoek en advies. Dit advies is medio 2023 opgeleverd. Op basis hiervan heeft minister Schouten middels een kamerbrief1 in december 2023 de vervolgstappen aangekondigd. Dit bevat de geconstateerde knelpunten en de aanpak vanuit het Ministerie. De kamerbrief is hieronder verkort weergegeven. Knelpunten: 1. Er mist een helder toekomstperspectief. Daarnaast wordt gebrek aan kaders vanuit het Rijk ervaren. Wanneer doen gemeenten en bedrijven het goed? 2. Uit onderzoek blijkt dat Sociale diensten de huidige infrastructuur van de sociaal ontwikkelbedrijven voor de Wsw nu al of op termijn als onvoldoende passend zien voor de uitvoering van de Participatiewet. 3. Afname van medewerkers bij sociaal ontwikkelbedrijven leidt onvoldoende tot aanpassing van de infrastructuur. Dit heeft overcapaciteit, inefficiëntie en aanzienlijke kosten als gevolg. Bedrijven hebben zorgen over of zij in de toekomst nog genoeg ‘kritische massa’ hebben om uitvoering te kunnen geven aan de Wsw en beschut werk. 4.

Naar de toekomst toe geven bedrijven aan dat de kwaliteit en kwantiteit van dienstverlening niet overal gewaarborgd kan worden. Dat leidt tot verminderde kansen op werk/ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 5. Sociaal ontwikkelbedrijven stellen wanneer interne werksoorten worden afgebouwd, het steeds lastiger zal worden om een vangnetfunctie te vervullen: de door hen uitgeplaatste mensen zullen bij uitval moeilijker weer tijdelijk op te vangen zijn binnen het eigen bedrijf. Daarnaast wordt het met lage volumes steeds moeilijker om banen te garanderen voor mensen die vallen onder de Wsw en beschut werk. 6. Dit leidt tot een dilemma: de huidige infrastructuur in stand houden sluit niet altijd aan bij de doelstelling en de mogelijkheden om mensen bij reguliere werkgevers aan het werk te helpen. Tegelijkertijd kan afbouw tot een risico leiden wanneer mensen het toch niet blijken te redden op de reguliere arbeidsmarkt. De uitdaging is om tot een reële inschatting van de benodigde vangnetfunctie te komen en de bedrijfsvoering van sociaal ontwikkelbedrijven hierop aan te passen. 7. De financiering van de Participatiewet wordt als onduidelijk en complex ervaren. Vooral als het gaat om de financiering van taken die bij sociaal ontwikkelbedrijven zijn belegd.

Gemeenten ervaren de budgetten als ontoereikend en benoemen een gebrek aan randvoorwaarden bij de uitvoering van de Participatiewet. Ook bemoeilijkt de lage toegevoegde waarde van het werk en de doelgroep bij sociaal ontwikkelbedrijven het hebben van een financieel gezonde bedrijfsvoering en aanpassingen. De balans tussen economische opbrengsten en maatschappelijke baten is cruciaal. Oplossing: De sociale infrastructuur: een opstap, vangnet en beschutte omgeving. Een basisinfrastructuur gekoppeld aan de realisatie van ten minste 30.000 beschutte banen en in 2048 10.000 banen voor andere groepen mensen die niet regulier aan het werk kunnen komen. Het Rijk stelt een duidelijke norm over de beschikbaarheid van een stabiele vangnetfunctie voor mensen die niet (direct) bij reguliere werkgevers kunnen werken. Gemeenten behouden hierbij lokale vrijheid om het ‘hoe’ te bepalen. Omdat sociaal ontwikkelbedrijven al een sterke infrastructuur hebben opgebouwd, waar de beoogde vangnetfunctie al onderdeel van is, is het aannemelijk dat gemeenten deze vangnetfunctie bij sociaal ontwikkelbedrijven (blijven) beleggen. Wanneer sociaal ontwikkelbedrijven de lokale vangnetfunctie uitvoeren, blijven gemeenten de decentrale 1 Kamerbrief d.d. 21 december 2023, kenmerk 2023-0000595931 file (overheid.nl)

7

bevoegdheid behouden om ook andere taken bij het sociaal ontwikkelbedrijf neer te leggen. Denk aan het bieden van detacheringen, re-integratietrajecten en plaatsen voor arbeidsmatige dagbesteding. Het Rijk stelt de volgende acties voor: 1. Gemeenten maken duidelijke plannen gericht op een toekomstbestendige inrichting van de infrastructuur. Zij geven aan welke taken bij de bedrijven worden belegd, hoe dit bijdraagt aan de doelen van de Participatiewet en het bevorderen van duurzame (leer)banen bij reguliere werkgevers, welke operationele afspraken hierbij horen, hoe budgetten worden verdeeld, hoe de financiële gezondheid wordt geborgd en op welke manier lokaal wordt gestuurd op naleving. 2. Voor gemeenten komt een budget beschikbaar voor de transformatie van sociaal ontwikkelbedrijven. Met het transformatiebudget kunnen bovengenoemde plannen worden uitgevoerd en (een deel van) de transitiekosten bekostigd. Om aanspraak te maken op het transformatiebudget is indiening van een plan een vereiste. 3. Er wordt een structurele infrastructurele opslag beschikbaar gesteld voor de 10.000 nieuwe banen zoals hierboven benoemd. Het betreft de financiering van essentiële zaken zoals huisvesting, vervoer en gereedschap.

De infrastructurele opslag wordt ingezet voor de banen voor mensen die niet vallen onder beschut werk en die (tijdelijk) aangewezen zijn op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. 4. De budgetten voor gemeenten worden geëxpliciteerd. Bezien wordt hoe voor gemeenten duidelijker kan worden gemaakt hoeveel geld er beschikbaar is voor de gemeentelijke uitvoering van de Participatiewet. Deze landelijke visie moet in 2024 en 2025 uitgewerkt worden voor Walcheren: Wat staat vast? Welke keuzes hebben we? Wat zijn de gevolgen voor de huidige infrastructuur? In de loop van 2024 gaan we samen met de drie gemeenten hier mee aan de slag. 3.Programma Participatiewet in balans De Participatiewet wordt de komende jaren herzien. De huidige wet is te complex, legt een te sterke nadruk op rechtmatigheid en uitstroom naar werk en bereikt niet in alle opzichten de gestelde doelen. Mensen geven aan zich niet goed ondersteund te voelen. Wetgeving moet als uitgangspunt de leefwereld van mensen nemen en niet de realiteit van het systeem. Rond de hoogte van het sociaal minimum en de re-integratiedoelstellingen van de bijstand hebben zich de afgelopen periode vragen voorgedaan die de komende tijd om een antwoord vragen. Met Participatiewet in Balans worden de volgende doelen nagestreefd: I. De wet biedt een passend perspectief op werk en participatie. II.

De wet (rechten en plichten) is begrijpelijk en goed na te leven. III. Mensen voelen zich ondersteund door de wet als het gaat om participatie en inkomen. IV. De wet biedt een doelmatig vangnet: zeker en voorspelbaar. V. De wet biedt een toereikend inkomen. VI. De wet sluit goed aan bij brede vormgeving sociaal domein en het inkomensstelsel. Een van de sporen in het Rijksprogramma betreft een wetsvoorstel met daarin een samenhangend pakket aan maatregelen waarmee de regering een eerste, stevige stap wil zetten naar een uitvoering van de Participatiewet waarbinnen vertrouwen en de menselijke maat kernwaarden zijn. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2025. De demissionaire status van het kabinet kan nog invloed hebben op de doorloop van de termijnen. Dit spoor heeft ook zelf weer drie uitgangspunten: A. De regels en ondersteuning van de Participatiewet beter te laten aansluiten op de mogelijkheden en omstandigheden van de mensen voor wie ze bedoeld zijn Een groot deel van de bijstandsafhankelijken heeft niet of niet op korte termijn een reëel perspectief op (volledige) uitstroom naar arbeid. Vanuit dit perspectief zijn in het wetsvoorstel maatregelen opgenomen om deeltijdarbeid in combinatie met aanvullende bijstand aantrekkelijker te maken. Te denken valt aan: de verruiming van de bijverdiengrenzen, het 8

automatisch verrekenen van inkomsten en het versoepelen van de administratieve lasten bij een bijstandsaanvraag. B. Het vergroten van de rechtszekerheid, zowel qua rechten als plichten; en Vertrouwen vraagt om wetgeving die zekerheid biedt, zowel in rechten als in plichten. In het wetsvoorstel worden rechten verduidelijkt en worden verplichtingen gewijzigd zodat deze helder en haalbaar zijn. Binnen dit kader past onder meer de introductie van een giftenvrijlating, de harmonisatie van de aanvulling op de jongerennorm en de verplichting om maatwerk toe te passen voor gehuwden met een niet-rechthebbende partner. C. Het creëren van meer handelingsruimte voor de uitvoerend professional Tenslotte moet zich ook vertalen in een vertrouwen in het oordeel van de professional. Het is uiteindelijk aan de uitvoerend professional om te bezien of de wet in het individuele geval tot een uitkomst leidt die in overeenstemming is met de bedoeling van de wet. Zo niet, dan moet de uitvoerder de ruimte krijgen om de uitkomst bij te stellen. Denk hierbij aan de mogelijkheden om indien de individuele omstandigheden daarom vragen de 4-weken zoekperiode voor jongeren en het principe van “aanvraagdatum is ingangsdatum” buiten toepassing te laten. 4.

Doorontwikkeling samenwerking Orionis Walcheren met Walcherse gemeenten Op de volgende onderdelen willen we de samenwerking met de Walcherse gemeenten versterken: Ondersteunende rol gemeenten ten behoeve van resultaten Orionis Walcheren. Voor het bereiken van haar resultaten is Orionis Walcheren in grote mate afhankelijk van samenwerkingen met gemeenten. In het voorjaar van 2023 hebben alle partijen zich gecommitteerd aan de volgende inspanning vanuit gemeenten: • Gemeenten als werkgever van SW medewerkers (of bijstand) • Gemeenten als opdrachtgever voor het Werkleerbedrijf • Gemeenten als inkoper met invulling SROI. Om dit succesvol te implementeren heeft Orionis Walcheren gemeenten geadviseerd om een neutrale intermediair in te zetten. En tevens bij SROI breder in zetten dan alleen ‘handjes’. Denk bijvoorbeeld ook aan een financiële bijdrage voor ontwikkeling van klanten. • Minimaal kostendekkende tarieven Groen (Middelburg en Vlissingen) • Politieke lobby: Zeeuwse middelen (AMR) maximaal naar Walcheren • (Intensieve) samenwerking WMO: Parallelle zorgtrajecten & re-integratie • Meedenken over bestemming vrijkomende hallen en terrein • Lastenverdeling I&A onderzoeken Deze inspanning vanuit gemeenten blijft ook in 2024 en 2025 noodzakelijk en gewenst. Versterken bestaanszekerheid Een groep inwoners ervaart grote bestaansonzekerheid.

Dit betreft hun financiële positie, huisvesting, gezondheid of hun positie binnen de samenleving. Vaak is het een combinatie van deze leefgebieden. Om deze inwoners de juiste ondersteuning te bieden is een duidelijke rolverdeling tussen Orionis Walcheren en gemeenten noodzakelijk. Vanuit deze rolverdeling is een intensievere samenwerking randvoorwaarde voor een gerichte versteviging van de bestaanszekerheid van de inwoners. Toekomstperspectief GR Gemeenten evalueren op dit moment onze gemeenschappelijke regeling onder begeleiding van het bureau Proof. Onderdeel van deze evaluatie is de samenwerking. Daarbij gaat het ook over invulling van de rollen, taken en bevoegdheden van de verschillende organen. Ten aanzien van de samenwerking komen drie dimensies aan bod: institutioneel (juridische en bestuurlijke kaders), procedureel (inrichting ten aanzien van overleg en verantwoording) en relationeel (vertrouwen en commitment tussen de betrokken functionarissen). Doelstelling is een hernieuwde en stabiele samenwerking. 9

Programma Arbeidsmarkt Het programma Arbeidsmarkt bevat alle re-integratie activiteiten voor bijstandsgerechtigden en gerelateerde groepen. Activerend re-integratiebeleid is onmisbaar voor iedere bijstandsgerechtigde. Iedere investering hierin heeft altijd een positieve opbrengst, financieel en/of maatschappelijk. De re-integratiebudgetten zijn echter beperkt. We kunnen hiermee niet iedereen activeren en ondersteunen. We streven ernaar om iedere klant te laten werken naar vermogen. Ultieme doel van re-integratie is een betaalde baan en geen afhankelijkheid meer van de bijstand. De huidige klantgroep is niet altijd in staat dit te bereiken. Het verkrijgen van een deeltijdbaan is voor veel klanten het maximaal haalbare. Ook een betaalde baan, waarbij de werkgever een loonkostensubsidie ontvangt, behoort tot de opties. Wat willen we bereiken Product re-integratie

Realisatie 2023

Begroot 2024-2

Begroot 2024-3

Begroot 2025

Voortgang op de participatieladder

---

---

80 %

80 %

Aantal plaatsingen op werk (ft + pt)

389

---

359

359

Duurzaamheid plaatsing ft+pt (% na 6 maanden nog uit de uitkering)

93 %

75 %

75 %

75 %

Nieuwe doelstellingen op nemen in tabel hierboven: • Stijging op de participatieladder: percentage klanten in actieve caseload wat binnen 1 jaar een stap op de participatieladder zet. Norm 80%. • Plaatsingen op werk (volledig en deeltijd voor minimaal 12 uur): 359 klanten (waarvan ongeveer 173 ft en 186 pt). Hierbij willen we aangeven dat het aantal plaatsingen lastig in te schatten is. Enerzijds is onze aanpak volop in ontwikkeling maar de potentie van de klantgroep is onzeker. Belangrijke norm voor ons is om minimaal landelijk gemiddeld te presteren. Vandaar dat het BUIG-saldo bij Programma Inkomen ook ongewijzigd is begroot t.o.v. de eerdere meerjarenraming. We volgen dus de landelijke trend. • Duurzaamheid plaatsingen (volledig en deeltijd voor min. 12 uur). Norm houden op 75%. Volledige uitstroom naar werk blijft ons streven voor iedere klant. Een steeds groter deel van de klanten in de bijstand heeft echter een langere weg af te leggen voordat deze volledig aan het werk kan. Veelal is ook dit einddoel niet haalbaar. De doelen van re-integratie dienen dan ook verbreed te worden. Naast volledige uitstroom naar werk zijn ook deeltijdwerk en groei op de participatieladder doelstellingen van re-integratie, afhankelijk van de maximale mogelijkheden van de klant. De participatieladder geeft het niveau van maatschappelijke participatie weer:

10

Wat gaan we daarvoor doen Vanuit de kadernota gelden de volgende kaders: We hebben een eenvoudige dienstverlening zonder drempels We hanteren de menselijke maat vanuit het perspectief van de inwoner Voorkomen is beter dan genezen We verkleinen de mismatch tussen arbeidsvraag bij werkgevers en arbeidspotentieel Werken moet lonen Investeren in re-integratie We maken onderdeel uit van een brede gemeentelijke ondersteuning voor inwoners Iedere jongere doet mee We streven naar duurzame oplossingen Doorontwikkeling Werken naar Vermogen De arbeidsmarkt staat te springen om personeel. Toch leidt dit niet automatisch tot meer uitstroom vanuit de bijstand naar werk. De klanten met een korte afstand tot de arbeidsmarkt zijn nagenoeg allemaal aan het werk. En stromen ook niet meer in de bijstand in. De instroom in de bijstand bestaat vooral uit inwoners die voorheen in de andere regelingen zoals SW of Wajong instroomden en een grote afstand tot werk hebben. De meest voorkomende problemen van de klant zijn: • Lichamelijke problemen • Psychische problemen • Verslaving • Geen vaste woon- en verblijfplaats • Financiële zorgen en schulden • Detentie • Geen sociaal netwerk • Alleenstaande moeders zonder kinderopvang • Problemen in de nabije omgeving, zoals geweld, mishandeling, gezinsleden met ernstige problemen. En vaak heeft een klant meerdere problemen tegelijkertijd.

Een deel van de klanten in de bijstand is simpelweg niet in staat om te werken door te grote beperkingen. Een ander deel van de klanten kan op termijn (gedeeltelijk) aan het werk. Hiervoor is wel een aanvullende methodiek en instrumentarium nodig: Dit noemen we Werken naar Vermogen. Werken naar Vermogen zorgt ervoor dat alleen die klanten worden opgenomen in de dienstverlening die ook daadwerkelijk in maximaal 18 maanden naar werk worden begeleid met een slagingspercentage van 40%. Deze methodiek wordt de komende beleidsperiode verder doorontwikkeld. Belangrijke elementen in deze doorontwikkeling zijn: 1. Investering in personeel 2. Investering in methodisch werken. Onderdeel hiervan is ook het inzichtelijk maken van de groei van klanten op de participatieladder 3. De stap naar deeltijd werk makkelijker maken. a. Deeltijdwerk beter lonend te maken door vergoeding van arbeidskosten en het invoeren van een deeltijdpremie b. Intensieve begeleiding bieden ten aanzien van de administratieve en financiële gevolgen c. Administratieve processen vereenvoudigen voor de klant 4. Intensievere samenwerking met gemeenten en zorg: Klanten in re-integratie hebben over het algemeen meerdere problemen. Alleen als deze in samenhang bezien en aangepakt worden kan de re-integratie succesvol zijn. Hiervoor is een intensievere samenwerking met partners uit het sociaal domein nodig.

We gaan de komende beleidsperiode de 11

5. 6.

7.

samenwerking met GGZ en zorgaanbieders verder intensiveren. In deze begrotingsperiode zetten we in op een intensievere samenwerking met WMO en wijkteams van gemeenten. We hebben met gemeenten afgesproken om samen te zorgen voor het succesvol tot stand brengen van goede verbindingen en een intensievere samenwerking. Zodat we de klanten parallelle zorgtrajecten & re-integratie kunnen aanbieden. Met gemeente Middelburg is afgesproken om aan de hand van het beleidskader ‘Meedoen naar Vermogen’ deze samenwerking op te pakken. Met de gemeente Veere zijn ook samenwerkingsafspraken gemaakt. Met de gemeente Vlissingen dienen nog afspraken te worden gemaakt. Werkgevers helpen hun arbeidsvraag en begeleidingsmogelijkheden aan te passen op de capaciteiten van de klant. Herijken van de rol van het Werkleerbedrijf ten aanzien van re-integratie. Dit start met het opnieuw opzetten van het test- en trainingscentrum. Dit is een ruimte in het Werkleerbedrijf waar de arbeidsmogelijkheden van de bijstandsklanten in beeld gebracht worden. Daarnaast focus op de werkleertrajecten binnen Bedrijfsrestaurant, Schoonmaak, Facilitair en Wonen en Werken in de Wijk. Data gestuurd werken: Inzicht, monitoring en analyse. Zo wordt bijvoorbeeld een aparte monitor opgesteld m.b.t. de effecten van de extra investering in re-integratie 2024/2025.

Doorvoeren wetswijzigingen Centraal in 2024 en 2025 staat de implementatie van de ‘Participatiewet in balans’. Daarnaast dienen aanpassingen op het gebied van inkomstenvrijlating en loonkostensubsidie vanuit het Breed Offensief doorgevoerd te worden. En zal de dienstverlening aan niet-uitkeringsgerechtigden vastgesteld moeten worden. Dit laatste punt wordt hieronder verder uitgewerkt. Visie op dienstverlening aan niet uitkeringsgerechtigden (nuggers) Het huidige beleid gaat uit van een zeer beperkte dienstverlening aan nuggers die willen werken. Dit is hoofdzakelijk vanuit financiële motieven. We zien wel een steeds groter beroep van met name jonge nuggers op onze dienstverlening. Het budget is beperkt dus er moeten keuzes gemaakt worden. En het aan het werk helpen van een nugger bespaart geen uitkeringslast. In het kader van het landelijke ‘Breed Offensief’ worden gemeenten verplicht duidelijkere keuzes te maken inzake de dienstverlening aan nuggers. De komende periode gaan we samen met gemeenten de visie op dienstverlening aan nuggers vaststellen. Daarna zal de reintegratieverordening en bijhorende communicatie aangepast worden. Hierin speelt ook het wetsvoorstel ‘van school naar duurzaam werk’ een rol. Doel van het wetsvoorstel is dat jongeren die dit nodig hebben, begeleiding krijgen bij de overstap van school naar werk en bij (dreigende) werkloosheid.

Beoogde invoeringsdatum is 1 augustus 2025. De wijziging van de Participatiewet zorgt ervoor dat gemeenten een extra taak krijgen bij de ondersteuning van de overgang naar werk voor jongeren waarvoor ondersteuning van de onderwijsinstelling of het Doorstroompunt (=RMC) niet voldoende is. Als Orionis vanuit het Mbo preventief wordt betrokken bij loopbaanbegeleiding is hier wel een andere werkwijze voor nodig. Dit vraagt een meer integrale werkwijze om aan te sluiten bij de ondersteuningsbehoefte van de jongeren en dus goede samenwerking met Mbo-instellingen en doorstroomcoaches vanuit het RMC. Divosa vraagt aandacht voor de beschikbare middelen: ‘Vanuit de participatiewet krijgen gemeenten een duidelijke taak bij de ondersteuning van de overgang van school naar werk. Binnen dit wettelijk kader kampen gemeenten al een tijd met grote tekorten. Gemeenten moeten inwoners begeleiden vanuit schaarste van middelen en noodgedwongen keuzes maken hierin.’ Het ministerie van SZW is ervan op de hoogte dat hier keuzes in gemaakt moeten worden. Dit wordt Zeeuws opgepakt.

12

Wat mag het kosten

Re-integratie

realisatie 2023

begroting 2024-2

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Personeelslasten

2.866

0

2.959

0

11

342

2.970

342

extra personele inzet

1.138

638

1.270

500

235

235

1.505

735

Doorbelast werkinfra

1.558

0

1.611

0

0

0

1.611

0

loonkosten WiW/BsW

37

0

39

0

0

0

39

0

overige re-integratie

622

94

784

0

0

0

784

0

Bijdrage gemeenten

407

5.891

450

5.998

0

0

450

5.998

6.628

6.623

7.114

6.498

246

577

7.359

7.075

940

0

718

0

114

0

832

0

7.568

6.623

7.832

6.498

359

577

8.191

7.075

Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

-945

3e wijziging

-1.334

218

begroting 2025

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

lasten

baten

Personeelslasten

3.086

355

3.206

369

3.331

384

3.461

399

extra personele inzet idem door groei doelgroep

1.849

764

1.317

793

1.369

824

1.422

857

315

581

776

985

Doorbelast werkinfra

1.674

1.739

1.807

1.877

overige re-integratie

964

702

729

758

Bijdrage gemeenten

493

6.572

536

7.106

579

7.578

628

8.079

8.381

7.691

8.081

8.269

8.591

8.786

9.131

9.334

864

0

898

0

933

0

969

0

9.245

7.691

8.979

8.269

9.524

8.786

10.100

9.334

Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

-1.554

raming 2027

-1.116

Re-integratie

Subtotaal

raming 2026

begroting 2024-3

-710

raming 2028

-738

Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Doorbelasting werkinfra Dit betreft de doorbelasting van interne kosten bij het Werkleerbedrijf (voor de re-integratie trajecten) en bij Bedrijfsvoering (voor de personele inzet voor re-integratie vanuit algemene middelen). Extra personele inzet Dit betreft een vast bedrag van € 485.000 extra personele inzet en daarbovenop het beschikbare 13

-766

bedrag vanuit subsidies en eventuele overige opbrengsten. Het begrote bedrag van € 735.000 in 2024 is zo gesteld om een vergelijkbaar niveau aan re-integratie inspanningen te kunnen doen als in 2023, aangevuld met de extra investering (2024: € 285.000) die is afgesproken. In 2025 stijgt deze extra investering naar € 570.000, in 2026 valt deze weer weg. Door de daling van de incidentele middelen en subsidies is er nog geen volledige dekking voor de opgenomen opbrengsten. Het bureau Berenschot heeft in 2020 en 2022 aangegeven dat er een verschil lijkt te zijn in structurele middelen bij Orionis Walcheren op het gebied van reintegratie ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. De incidentele middelen vulden dit tekort op. Nu deze incidentele middelen wegvallen wordt een gesprek over de structurele middelen nog meer opportuun. Groei personele inzet door groei doelgroep De komende jaren stijgt de doelgroep fors. Door de stijging van bijstandsaantallen, het aantal plaatsingen met LKS en de dienstverlening aan nuggers. Daardoor stijgt de begeleidingsbehoefte, en daarmee de personele lasten (2025: € 315.000, oplopend naar € 985.000 in 2028). Overige instrumenten De extra investering op re-integratie in 2024 en 2025 leidt tot een tijdelijk groter beroep op trajecten en overige instrumenten.

Vanuit de extra investering re-integratie is er een tijdelijk verhoogd budget voor 2024 (+ € 150.000) en 2025 (+ € 300.000). Deze verhoging valt in 2026 weer weg. Bijdrage gemeenten Tot en met 2024 gaan we uit van de door het Rijk beschikbaar gestelde re-integratiemiddelen aan gemeenten. Deze financiering is in 2023 gewijzigd, de re-integratiemiddelen zijn een geïntegreerd onderdeel van het Gemeentefonds geworden. De begroting van Orionis heeft dus niet meer de re-integratievergoeding als uitgangspunt, maar de benodigde middelen voor Orionis. Drie variabelen bepalen de noodzakelijke middelen: • Aantal bijstandsklanten Een hoger bijstandsvolume betekent een grotere noodzaak voor re-integratie. Er zijn geen middelen voor alle klanten. Vandaar houden we de huidige factor aan. Er zijn nu grofweg 2800 uitkeringen PW (huishoudens). Dit betekent 3.200 klanten in de bijstand. Met de reguliere middelen helpen we circa 800 klanten. Dit is 25% (800 / 3200). Bij een stijging van het bijstandsvolume houden we dezelfde verhouding aan. Dus bij een stijging van 100 klanten in de bijstand, stijgt het aantal klanten in caseload met 25. Bij een daling van het bijstandsvolume adviseren we gemeenten om het aantal van 800 klanten in dienstverlening aan te houden, zodat een groter aandeel klanten begeleid kan worden. Een re-integratietraject kost grofweg € 5.000 per jaar.

• Aantal plaatsingen LKS Een klant die geplaatst is met LKS heeft jobcoaching nodig. Elke extra plaatsing betekent ook meer jobcoaching. Een klant in jobcoaching kost grofweg € 5.000 per jaar. Steeds meer plaatsingen zullen plaatsvinden met LKS. Inschatten van de omvang is lastig. We stellen dit aan de hand van de realisatie het komende jaar uiteraard bij, hetgeen afhankelijk is van het aantal plaatsingen • Aantal nuggers in caseload Door de afbouw van SW en Wajong doen steeds meer nuggers een beroep op de dienstverlening. Elke extra nugger in caseload betekent meer re-integratielasten. Een extra re-integratietraject kost grofweg € 5.000 per jaar. Zoals aangegeven wordt de visie ten aanzien van dienstverlening aan nuggers in de loop van 2024 samen met gemeenten vormgegeven. De huidige aantallen zijn dan ook voorlopig. De basis voor het budget 2025 is het huidige budget 2024, aangevuld met de hierboven genoemde mutaties. 14

Programma Werkleerbedrijf Wij zorgen voor passend beschut en beschermd rendabel werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt binnen het Werkleerbedrijf en bij externe opdrachtgevers. Door werk te bieden zorgen we ervoor dat deze groep maatschappelijk participeert. Het Werkleerbedrijf ziet het ontwikkelen van haar SW- en BsW-medewerkers en bijstandsgerechtigden als één van haar hoofdtaken. Dat betekent dat we niet alleen steeds in gesprek zijn met onze medewerkers over ontwikkeling, maar hier ook invulling aan geven door het zoeken naar passend werk. Wij richten ons niet op één werksoort, maar op een ruim palet aan werksoorten zodat de SW- en BsW-medewerkers intern zich kunnen ontwikkelen. Daarbij kan dit ook extern zijn in de vorm van Begeleid Werken of een detachering. Bijstandsgerechtigden stromen in op een passend werkleertraject binnen het Werkleerbedrijf en kunnen daarna via de route trajectbegeleiding en matching worden uitgeplaatst op de arbeidsmarkt. Het Werkleerbedrijf kan meerdere doelgroepen gaan bedienen, zoals arbeidsmatige dagbesteding of bijstandsgerechtigden in een tijdelijke baan. Een belangrijk financieel doel is rendementsverbetering. We werken toe naar een financieel gezond Werkleerbedrijf. Het omslagpunt is het jaar 2021. De eerste stap is om gelijk te komen met de landelijke benchmark, uiterlijk eind 2026.

En daarna een verdere verbetering, totdat Orionis zwarte cijfers schrijft op het onderdeel Werkleerbedrijf. Wat willen we bereiken Realisatie 2023

Begroot 2024-2

Begroot 2024-3

Begroot 2025

Ontwikkeling intern: # mdw dat is gegroeid in werksoort

---

---

20

20

Ontwikkeling extern: % mdw wat intern werkzaam is

66%

54%

66%

66%

€ 0,47 mln nadeel

€ 1,16 mln voordeel

€ 0,55 mln voordeel: € 0,71 V € 0,20 N € 0,04 V

€ 0,80 mln voordeel: € 0,57 V € 0,22 V € 0,01 V

Autonome ontwikkeling

Realisatie 2023

Begroot 2024-2

Begroot 2024-3

Begroot 2025

Ontwikkeling Wsw- en Bsw-saldo t.o.v. voorgaand jaar (23 excl BsW)

€ 0,76 mln voordeel

€ 0,07 mln nadeel

€ 0,18 mln nadeel

€ 0,16 mln voordeel

Product Werkleerbedrijf (WLB)

Rendementsverbetering t.o.v. voorgaand jaar (excl. Wsw-saldo) Netto omzet kosten overhead

Wat gaan we daarvoor doen Het Werkleerbedrijf heeft een maatschappelijk rendement en is betaalbaar Op basis van het KplusV-rapport en het daar op volgende implementatieplan heeft het werkleerbedrijf in september 2022 een plan van aanpak gepresenteerd met daarin 16 concrete acties, die moeten leiden tot het verbeteren van het bedrijfsresultaat tot minimaal de benchmark van de branche. Ten opzichte van 2019 betekent dat een verbetering van € 1,7 miljoen op jaarbasis, te bereiken in 2027. De werkelijke ambitie ligt hoger. Waarbij de voorwaarde is dat dit niet ten koste mag gaan van de personeelsleden zelf.

15

Drie grote opdrachtgevers van het werkleerbedrijf werden in 2022 hard geraakt door de oorlog in Oekraïne en de sterk dalende koopkracht. Dit had een grote impact op het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf. In datzelfde jaar is wel de basis gelegd om de komende jaren stappen voorwaarts te zetten. We beginnen nu duidelijk de effecten te zien van onze acties en 2024 wordt voor het werkleerbedrijf een belangrijk jaar, een echt kantelpunt. We houden rekening met een verbetering van het bedrijfsresultaat van € 0,55 miljoen ten opzichte van het gerealiseerde resultaat uit 2023. Het Wsw/Bsw-saldo komt daarbij € 0,18 miljoen lager uit, dit als gevolg van de hoge verbetering Wsw-saldo in 2023. In 2025 verbetert het totale resultaat (bedrijfsresultaat + Wsw/BsW-saldo)verder met € 0,96 miljoen. Omdat binnen het Werkleerbedrijf grote stappen vooruit worden gezet volgt hieronder een vrij uitgebreide beschrijving van de ontwikkelingen binnen het Werkleerbedrijf in 2024, die uiteraard ook doorwerken in 2025. Basis hiervan ligt soms al in 2023. Buitendienst In 2024 zijn, in navolging van de gemeente Veere, ook de gemeente Middelburg en Vlissingen met de buitendienst van Orionis Walcheren een zogenaamde dienstverleningsovereenkomst (DVO) als pilot aangegaan.

In een DVO gaan onze medewerkers inclusief begeleiding gedurende het gehele jaar werken voor de gemeente, in plaats van alleen in het hoogseizoen wat nu het geval is. We verwachten dat dit zal leiden tot hechte en fijne samenwerking, waarbij het werk in onderlinge afstemming verdeeld wordt. Hiermee komt een einde aan jarenlang praten. Dit is een proef voor één jaar, waarbij we in 2025 gaan opschalen als de evaluatie positief is. In een DVO gaan we uit van de met gemeenten afgesproken kostendekkende tarieven. Op dezelfde datum is een DVO gestart met een andere opdrachtgever. Gecombineerd met de dienstverleningsovereenkomsten bij de drie gemeenten hebben we dan 55% van de medewerkers van de buitendienst het hele jaar door werkzaam in een dergelijke constructie. De overige 45% wordt nog steeds ingezet bij commerciële opdrachtgevers. In de afgelopen jaren hebben we flink ingezet op een kostendaling en dit ook gerealiseerd. In 2024 kunnen we nog een aantal voertuigen en machines afstoten. Een verdere kostenbesparing op de inzet van begeleiding en staf is pas te realiseren als het grootste gedeelte van de buitendienst is ondergebracht bij de drie gemeenten, dus op zijn vroegst in 2025. Detacheren In 2024 en 2025 krijgt het detacheren van SW- en BsW-medewerkers een hogere prioriteit voor de werkbegeleider en jobhunter.

Ook zullen we de achterdeur beter dicht moeten houden; dit doen we door tijdig in gesprek te gaan met de inlener, waardoor we beter kunnen anticiperen met het zoeken naar een volgende detachering. In verhouding tot het aantal medewerkers dat binnen de muren van het werkleerbedrijf werkt groeit het percentage dat gedetacheerd is omdat het aantal medewerkers van het werkleerbedrijf jaarlijks met zo’n 30 daalt. De verwachting voor 2024 en 2025 is dat het aantal gedetacheerden en daarmee ook de detacheringsomzet nauwelijks zal groeien. Wel zetten we een stap in de ontwikkeling van onze SW- en BsW-collega's: samen met de collega's van de afdeling Werk ontwikkelen we een proces voor in- door- en uitstroom, waardoor we op termijn een hogere uitstroom naar een detachering realiseren. Dienstverlening In 2024 en 2025 gaan we de effecten merken van de inkomsten van de glasbewassing en het schoonmaken van de zonnepanelen; deze activiteiten hebben we overgenomen van een externe, commerciële dienstverlener. Hiermee zetten we in op ontwikkeling van onze SW- en BsWmedewerkers. Daarnaast bespaart het de organisatie geld én het rendement van Dienstverlening 16

verbetert. Een verdere verbetering van het resultaat van Dienstverlening zou kunnen worden bereikt als de gemeenten onze schilders, schoonmakers en huismeesters bij hen op locatie in zetten. De gemeenten kunnen hierdoor besparen op extra out of pocket kosten. Techniek De afdeling Techniek bestaat uit de werksoorten Metaal, Poedercoat, Graveren en Elektronica. Het resultaat van de afdeling zal in 2024 en 2025 sterk verbeteren door de volgende acties: • We verschuiven de focus van accountmanagement naar Monteren en Techniek; voorheen was de accountmanager vooral gericht op het binnenhalen van werk voor Verpakken ter voorkoming van leegloop. De veranderde focus is gericht op verbeteren van rendement. • De bezetting, inclusief leiding, gaat terug naar de basis: een enkele medewerker kunnen we nog detacheren. De werksoorten zijn in de loop van de jaren gegroeid met medewerkers die eigenlijk beter tot hun recht komen bij bijvoorbeeld dienstverlening, monteren, verpakken of zelfs uitstromen naar arbeidsmatige dagbesteding. Zowel de detachering als herplaatsing wordt in gang gezet. • Elektronica wordt samengevoegd met een gedeelte van Monteren 1. Dit zorgt ervoor dat deze combinatie in 2024 break even is. • Door de aanwas van het aantal opdrachtgevers dat bereid is om minimaal de kostprijs te vergoeden is onze onderhandelingspositie drastisch veranderd.

De verwachting is dat we dit jaar hiervan de effecten zullen merken. • We investeren niet langer in machines als deze bestemd zijn voor slechts één opdrachtgever, maar laten we dit over aan de opdrachtgever zelf. Wij zijn bezig met het uitwerken van drie scenario’s. Daar komen we in een later stadium op terug. Monteren We gaan door op de ingeslagen weg. • Met een van onze grootste opdrachtgevers hebben we vorig jaar afgesproken om binnen twee jaar minimaal kostendekkend te draaien. Het eerste jaar is conform verwachting en zelfs iets beter verlopen. Aan onze kant hebben we efficiencymaatregelen genomen; samen met de opdrachtgever hebben we productiehulpmiddelen ontwikkeld en we hebben een aantal medewerkers naar de opdrachtgever gedetacheerd. Deze gedetacheerden monteren de kleine (dus bewerkelijke) partijen; bij Orionis richten we ons op de grotere partijen. Een daarnaast heeft de opdrachtgever de vergoeding aan ons verhoogd. Dat laatste gebeurt in 2024 nog een tweede keer. Orionis voert een verdere kostenbesparing door waardoor we in 2024 op break even zullen uitkomen. • Eén van onze Monteren-bedrijfshallen (Monteren 2) werd in 2022 vooral ingezet voor sterk verliesgevend verpakkingswerk.

We hebben het roer omgegooid: onze medewerkers hebben zich weten te ontwikkelen zodat zij nu in staat zijn om hoogwaardige producten te monteren: schakelkasten, laadpalen, warmtepanelen en een medisch hulpmiddel. Het volume is nog relatief laag, maar zoals hierboven aangegeven is de focus voor accountmanagement inmiddels gericht op het binnen halen van rendabele montageopdrachten. De activiteiten van Monteren 2 worden geïntegreerd met de bedrijfshal die we nu nog Verpakken 4 noemen. Mens volgt werk. • De activiteiten van bedrijfshal Monteren 1 worden geïntegreerd in bedrijfshal Elektronica. Een deel van de bemensing blijft achter en gaat tegen een rendabel tarief assembleren voor een andere grote opdrachtgever. Verpakken We gaan door op de ingeslagen weg: we proberen zo veel mogelijk verpakkingsmedewerkers te 17

ontwikkelen naar beter renderend werk. Een deel van de medewerkers zal beter tot hun recht komen bij arbeidsmatige dagbesteding. Voor een beperkt deel van de medewerkers zal verpakkingswerk de best passende werksoort blijven. Hiermee faseren we het sterk verlieslatende verpakkingswerk zo veel mogelijk uit. Alle medewerkers van bedrijfshal Verpakken 4 kunnen inmiddels monteren; het volume is echter nog te laag maar omdat de focus van accountmanagement gericht is op het binnen halen van opdrachtgevers voor monteren zal het resultaat van deze bedrijfshal sterk verbeteren. Ook gaan we de activiteiten van Monteren 2 onder brengen in Verpakken 4. Hiermee ontstaat een mooi ontwikkelgroeipad voor onze medewerkers en zal het bedrijfsresultaat van Verpakken 4 nog verder verbeteren. In 2024 gaan we pasta produceren voor een ondernemer waar we nu de pasta voor verpakken. De pasta zal niet langer handmatig worden ingepakt maar machinaal. Medewerkers worden operators. De voorbereidingen zijn in gang gezet in de tweede helft van 2023. Deze bedrijfshal wordt hiermee kostendekkend, een unicum in de branche.

Mailing De sleutel om het rendement van deze werksoort te verbeteren zit in drie aspecten: het doorbelasten van interne dienstverlening, meer rendabele opdrachten binnenhalen (dit is al zichtbaar in de resultaatontwikkeling in 2023) en mogelijk het verplaatsen van één van de krimptunnels van Verpakken 4 naar Mailing; het werk volgt mee naar Mailing. Overige activiteiten Het werkleerbedrijf is niet alleen een beschutte werkomgeving voor SW- en BsW-medewerkers maar ook een leeromgeving waarmee mensen die een uitkering hebben vanuit de Participatiewet, via een werkleertraject, hun kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk vergroten. We hebben samen met de collega’s van de afdeling Werk nog steeds de ambitie om het aantal leerstoeltjes te verdubbelen (ten opzichte van 2019) maar onze gezamenlijke verwachting is dat de meeste bijstandsgerechtigden door toenemende multi-problematiek nog lang niet toe zijn aan een werkleertraject. De bezettingsgraad zal hierdoor eerder afnemen, laat staan dat er sprake is van sterke groei. Tot en met 2022 waren de mensen die op een werkleertraject binnen het werkleerbedrijf geplaatst waren in staat om bij te dragen aan de productie. Op een enkele uitzondering na is dat niet langer het geval. De kandidaten hebben door hun toegenomen problematiek minder mogelijkheden op loonwaarde en hebben veel meer begeleidingstijd nodig.

De begeleiding wordt daarom duurder én de bekostiging hiervan is een landelijk thema. Daarnaast hebben we de ambitie om mensen die na meerdere werkleertrajecten nog steeds niet succesvol aan de slag zijn op de reguliere arbeidsmarkt een baan met loonkosten aan te bieden binnen het werkleerbedrijf. We zijn hier nog niet in geslaagd en voor 2024/2025 zijn, om dezelfde reden als hierboven geschetst, de verwachtingen niet hoog. Het Praktijkcentrum is eind 2023 ontmanteld omdat dit niet langer voldeed aan de verwachtingen. In 2024 wordt dit omgevormd tot een test- en trainingscentrum. Niet alleen de afdeling Werk maar ook toekomstig andere partijen, zoals UWV, VSO/PRO-scholen en werkgevers kunnen kandidaten aanleveren. Deze kandidaten worden getest op hun fysieke en cognitieve belastbaarheid en werken aan het verbeteren van hun vaardigheden. Aan het einde van het traject worden de resultaten opgetekend in een ontwikkelrapport en wordt een advies uitgebracht. Dat advies kan zijn: deze kandidaat kan rechtstreeks bemiddeld worden naar de arbeidsmarkt of heeft eerst nog een werkleertraject nodig binnen of buiten het werkleerbedrijf. Een ander mogelijk advies kan zijn dat de kandidaat in aanmerking komt voor Beschut Werk, 18

arbeidsmatige dagbesteding of dat we zelfs moeten constateren dat een vorm van werk vooralsnog niet tot de mogelijkheden behoort. In 2024 starten we met arbeidsmatige dagbesteding binnen Dienstverlening en in één van de vrijgekomen bedrijfshallen. Wij organiseren dit niet zelf maar doen dit op verzoek van een stichting die op dit moment op een andere locatie arbeidsmatige dagbesteding aanbiedt. Wat mag het kosten

Werkleerbedrijf

realisatie 2023

begroting 2024-2

3e wijziging

(bedragen * € 1.000)

lasten

baten

lasten

Werkinfrastructuur

6.779

4.931

6.998

6.325

69

-599

7.067

5.726

Wsw-doelgroep

15.620

14.694

15.116

13.671

491

701

15.607

14.372

Bsw-doelgroep

413

566

270

450

0

100

270

550

Doorb. Bedrijfsvoering

0

540

0

540

Doorbel. Inzet Werk

342

342

0

-1.611

baten

lasten

baten

lasten

baten

Doorbel. re-integratie

-1.558

Subtotaal

21.254

20.191

20.773

20.446

902

742

21.675

21.188

463

0

677

0

792

0

1.469

0

21.717

20.191

21.450

20.446

1.693

742

23.144

21.188

Directe apparaatskst. Totaal product

Saldo

-1.611

begroting 2024-3

-1.526

Werkleerbedrijf

begroting 2025

(bedragen * € 1.000)

lasten

-1.004

raming 2026

baten

lasten

-952

raming 2027

baten

lasten

-1.956

raming 2028

baten

lasten

baten

Werkinfrastructuur

6.845

6.294

6.840

6.798

6.836

7.301

6.831

7.305

Wsw-doelgroep

15.206

14.294

14.667

14.223

14.081

14.078

13.528

13.948

Bsw-doelgroep

329

443

339

486

375

529

411

572

Doorb. Bedrijfsvoering

561

582

605

629

Doorbel. Inzet Werk

355

369

384

399

Doorbel. re-integratie

-1.674

-1.739

-1.807

-1.877

Subtotaal

21.061

21.592

20.477

22.089

19.869

22.513

19.291

22.454

Directe apparaatskst.

1.526

0

1.586

0

1.647

0

1.712

0

Totaal product

22.587

21.592

22.062

22.089

21.516

22.513

21.003

22.454

Saldo

-995

27

997

Alle overheadkosten zijn opgenomen in programma Overhead. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast.

19

1.451

Voor 2024 en 2025 is een nieuwe, realistische prognose opgesteld, met als basis de resultaten 2023 en rekening houdend met de nodige voorzichtigheid. Ten opzichte van 2023 verbeteren we in 2024 met € 0,12 miljoen en in 2025 met nog eens € 0,96 miljoen (incl. saldo Wsw en Bsw en doorbelastingen). Voor de jaren 2024 en 2025 betekent dit dat de eerder geprognotiseerde rendementsverbetering niet volledig wordt gerealiseerd in het desbetreffende jaar. Oorspronkelijk waren er namelijk andere rendementsverbeteringen begroot. De in 2023 opgetreden verslechtering en tussentijdse bijstelling van de begroting heeft deels ook z’n doorwerking naar 2024 en 2025. Bovendien zijn we op verzoek van gemeenten voorzichtig met onze toekomstige inschattingen. Beter een positieve afwijking in de loop van het jaar dan dit er negatief moet worden bijgesteld. De rendementsontwikkeling 2024 blijft dus achter bij de oorspronkelijke prognose. Belangrijkste oorzaak is de bijstelling die we in 2023 hebben gedaan die deels doorwerkt in 2024. En het voorzichtigheidprincipe wat we in 2024 in acht hebben genomen. Maar het is nu wel een realistisch getal waarbij de nodige voorzichtigheid is toegepast, gebaseerd op de huidige situatie en gedragen binnen het Werkleerbedrijf. Daarnaast was in 2023 het saldo Wsw positiever dan verwacht, dit werkt dan juist negatief door in 2024.

De verschillen worden ingehaald in 2026 en 2027, waarmee de uiteindelijke doelstelling voor 2027 overeind blijft staan. Extra (nog niet verwerkte) opbrengsten Bovenop de hiervoor genoemde jaarcijfers komt er voor 2024 nog een extra Rijksvergoeding beschikbaar als transitiebudget voor het Werkleerbedrijf. Dit om noodzakelijke kosten te dekken in de omvorming naar een toekomstbestendig WLB wat levensvatbaar blijft en ook financieel rendabel is. Deze gelden vloeien voort uit de Kamerbrief Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven, die op pagina 6-8 is samengevat. De indicatie van dit budget is € 496.000 voor 2024. Dit geld wordt beschikbaar gesteld middels de Rijksvergoeding Wsw die gemeenten ter beschikking stellen aan Orionis. Het Rijk stelt: “Op deze manier kunnen gemeenten, die het beste zicht hebben op de knelpunten en de acties die nodig zijn om de transitie naar de toekomst in gang te zetten, zelf beslissen hoe deze middelen zo efficiënt mogelijk kunnen worden besteed.” Deze opbrengst is in bovenstaande cijfers nog niet meegenomen. Planvorming hiervoor is noodzakelijk. Ook voor de jaren 2025-2034 zijn middelen toegezegd, uitmondend in een structurele vergoeding na 2035. Wsw-saldo Het Wsw-saldo muteert fors de komende jaren en wordt voordeliger. Dit komt omdat de daling van de Wsw-ers harder gaat dan oorspronkelijk door het ministerie van SZW begroot.

Maar het destijds beschikbaar gestelde landelijke macrobudget hiervoor blijft in stand. De gemiddelde vergoeding per Wsw-er gaat de komende jaren hierdoor fors omhoog,

20

Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Deelnemen aan de maatschappij door werk staat centraal, maar een toereikend leefbudget is een voorwaarde en daarom is een inkomen in de vorm van een uitkering soms (tijdelijk) nodig. Deze uitkeringsverstrekking moet rechtvaardig en rechtmatig: vanuit vertrouwen en maatwerk, maar tegelijkertijd het juiste gebruik van (armoede)regelingen actief stimuleren. De financiële problematiek van de inwoner kan niet los gezien worden van problematiek op andere leefgebieden. Een natuurlijke en soepel lopende samenwerking met de gemeentelijke toegangen voor het sociaal domein en aanpalende organisaties is daarvoor nodig. Wat willen we bereiken Product Inkomen

Realisatie 2023

Begroot 2024-2

Begroot 2024-3

Begroot 2025

2803

2890

2915

3007

Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen

€ 0,76 mln overschot

€ 0,30 mln tekort

€ 0,30 mln tekort

€ 0,11 mln tekort

Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen x weken afgehandeld en betaalbaar gesteld

89 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 90 % binnen 4 weken 3 weken 4 weken 4 weken

Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar

Rechtmatigheid: % onderzoeken wat leidt tot wijziging uitkering

20 %

20-30 %

20-30 %

20-30 %

Afgelopen jaar zagen we een stijging van de bijstandsaantallen op Walcheren. De landelijke verwachting van SZW is dat ook de komende jaren een stijging laten zien. Wat gaan we daarvoor doen We hebben een eenvoudige dienstverlening zonder drempels Voor het programma Inkomen worden aanvullend de volgende activiteiten ontwikkeld: • We gaan het aanleveren van bankafschriften door de klant vereenvoudigen door een extra optie voor aanlevering aan te bieden bij heronderzoeken: met toestemming van de klant wordt het initiatief voor het ophalen van financiële gegevens door Orionis genomen. • We zorgen dat altijd een digitale en papieren aanvraag mogelijk is. Als het de klant zelf niet lukt om de aanvraag in te dienen helpen we de klant hierbij. • We benaderen een klant wanneer we zien dat hij zich wel gemeld heeft voor hulp maar de aanvraag nog niet heeft ingediend. Wanneer een aantal documenten niet is aangeleverd bellen we de klant in plaats van het versturen van een brief. • De inhoud van diverse brieven en formulieren wordt aangepast naar beter begrijpelijke taal en slechts de daadwerkelijk benodigde informatie wordt (op een hulpvaardige manier) opgevraagd. • We schaffen “uitleg-filmpjes” aan en werken mee aan de totstandkoming zodat klanten ook buiten de spreekkamer, en meermaals, kunnen nakijken wat er van ze wordt verwacht en wat ze van Orionis kunnen verwachten.

• We nemen onze processen onder de loep om een zo efficiënt mogelijke verwerking te bewerkstelligen.

21

We hanteren de menselijke maat vanuit het perspectief van de inwoner We werken vanuit vertrouwen in de inwoner Bij de invulling van dit kader staat het hanteren van de omgekeerde toets centraal: we zoeken naar mogelijkheden om een inwoner gericht te ondersteunen als zijn/haar situatie hier om vraagt. Vervolgens kijken we wat dat kost én oplevert. Pas als dit helder is, komt de juridische toets. Dit brengen we als volgt in de praktijk: • Uitgangspunt zijn de behoeften van de inwoner. • Wanneer een klant bijzondere bijstand aanvraagt is maatwerk altijd een optie. Hiervoor is vaak samenwerking met andere domeinen noodzakelijk. Zie ook het kader ‘We maken onderdeel uit van een brede gemeentelijke ondersteuning voor inwoners’. Ook bij toepassing van de kostendelersnorm biedt de wet ruimte voor maatwerk. • Bij een heronderzoek ligt de focus tot nu toe op een toets op het recht op een uitkering. We verbreden dit nadrukkelijk naar een toets of de klant een toereikend leefbudget heeft. In 2024 (en 2025) zullen we de focus moeten leggen op de voorbereiding en implementatie van de nieuwe Participatiewet: “ParticipatieWet in Balans”: • De wet biedt een passend perspectief op werk en participatie. • De wet (rechten en plichten) is begrijpelijk en goed na te leven. • Mensen voelen zich ondersteund door de wet als het gaat om participatie en inkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14304145/1