CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.7 rvs Regionale Mobiliteitsstrategie bijlage 4 brief Provincie

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Regionale Mobiliteitsstrategie1.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Zeeland Postbus 6001 4330 LA MIDDELBURG

UW BRIEF VAN

UW KENMERK

ONS KENMERK

DATUM

10-11-2020

20034559

1259615 / 1294236

20 april 2021

BEHANDELD DOOR

BEZOEKADRES

TELEFOON

BIJLAGEN

F. Hamelink

Paul Krugerstraat 1

0118-487176

ONDERWERP

Richtingennotitie slimme mobiliteit Geachte heer/mevrouw, In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat de meeste keuzerichtingen ons logisch lijken. Tegelijkertijd stellen we wel dat een en ander nog verder uitgewerkt moet worden om gefundeerd tot uiteindelijke standpuntbepaling over te gaan. Dit geldt met name voor de keuzerichtingen mobiliteitsmix en mobiliteitsbureau. Pas na verdere uitwerking zullen we kunnen bepalen of de gemeente Vlissingen de weg van de voorgestelde richtingen in kan slaan, of niet. Graag lichten wij dit nader toe. Keuzerichting: OV-knooppunten en mobiliteitshubs De (door)ontwikkeling van het concept van knooppunten en mobiliteitshubs op diverse niveaus vinden wij logisch en passend bij de hieronder te behandelen mobiliteitsmix. De belangrijkste hub in Vlissingen wordt het stationsgebied. Dit wordt de ‘centrum’ hub van Vlissingen en deze gaan we uitwerken met het project Stationsgebied. Hierbij wordt ingezet op het versterken van de ketenvervoermogelijkheden en de verbinding met het centrum en de Kenniswerf. Voorbeelden hiervan zijn het verbeteren van het auto-en fietsparkeren, deelfietsen, e-deelauto’s en oplaadfaciliteiten voor elektrische auto’s en innovatieve vervoersmogelijkheden. Tevens wordt gekeken naar het aantrekkelijker maken van de verblijfskwaliteit van het stationsgebied.

Als onderdeel van ‘Wind in de zeilen’ sluit dit project naadloos aan op het project ‘Slimme Mobiliteit’. Naast de investering in het stationsgebied voorzien wij de noodzaak voor meerdere mobiliteitshubs in de gemeente Vlissingen. Waar deze moeten komen en hoe deze er uit moeten zien willen we graag verder met u onderzoeken. De gekozen richting van ontwikkeling knooppunten en mobiliteitshubs kunnen wij ondersteunen en graag werken wij dit samen met u verder uit. Op basis van deze verdere uitwerking zijn we in staat om te bepalen welke investeringen hiermee gemoeid zijn en in welke mate de gemeente Vlissingen hieraan bij kan dragen.

POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G

Keuzerichting: Mobiliteitsmix en mobiliteitsbureau Het OV toekomstbeeld 2040 schetst een beeld waarbij het “reguliere “openbaar vervoer als concept alleen nog in en tussen steden functioneert. Een fijnmazig netwerk aan openbaar vervoer, met vaste lijnen en bedieningstijden past steeds minder goed op plaatsen en tijden waar de vraag beperkt is. Delen van het openbaar vervoer worden te duur om goed te exploiteren en komen in een negatieve spiraal van minder gebruik, bezuinigen, minder aanbod en nog minder gebruik. Daarmee vermindert de kwaliteit van de beschikbare mobiliteitsvoorzieningen in o.a. het landelijk gebied. Daar zullen meer en meer nieuwe flexibele vraagafhankelijke concepten verschijnen. Tegelijkertijd zien we dat de kosten van het doelgroepenvervoer – in normale omstandigheden, dus zonder de impact van corona mee te rekenen – steeds verder stijgen. In een rapport van APPM daterend uit begin 2019 is Zeeuws breed aangetoond dat een integratie van beide vervoersvormen (openbaar vervoer en WMO vervoer) mogelijk en/of kansrijk is. Hiervoor zijn enkele pilots benoemd; waaronder de pilot Middelburg - Vlissingen. U kunt deze pilot zien als één van de uitwerkingen behorend bij de keuzerichting inzake de mobiliteitsmix. Het onderzoek moet voldoende informatie opleveren om een besluit te kunnen nemen over een eventuele vervolgstap inzake de integratie OV en WMO vervoer.

Een vervolgstap zou kunnen zijn het daadwerkelijk in de praktijk uitproberen van dit concept. Nu al voorsorteren op deze richting van mobiliteitsmix, zonder dat een test in de (Zeeuwse) praktijk heeft plaatsgevonden, lijkt daarom wat voorbarig. Wij zijn van mening dat er beter klein begonnen kan worden met een initiatief zoals de pilot Vlissingen-Middelburg, om dit daarna, indien de pilot succesvol is, verder uit te rollen over de provincie. Voorts willen we erop wijzen dat de richtingennotitie spreekt over een gereduceerd tarief vraaggericht vervoer voor mensen die slecht ter been zijn (ook wanneer zij geen Wmovervoersindicatie hebben), terwijl mensen zonder beperking aan een commercieel tarief via een commerciële vervoerder gebruik zouden kunnen maken van hetzelfde deur-deur of deur-aansluiting vervoer. De (financiële) consequenties hiervan voor de gemeenten zijn echter niet in kaart gebracht. Tevens lijkt men er in de richtingennotitie vanuit te gaan dat het Wmo-vervoer ook gebruikt zou kunnen worden door mensen zonder beperking. De (financiële) wenselijkheid van een dergelijk besluit en de implicaties die dit heeft voor de gemeenten, moet echter nog worden onderzocht.

Keuzerichting: Mobiliteitscentrale De provincie Zeeland en het bestuur van de Gemeentelijke Vervoercentrale Zeeland (GVZ) (waar Walcheren niet in is vertegenwoordigd), presenteren met de richting van de mobiliteitscentrale de ambitie om de Gemeentelijke Vervoercentrale door te ontwikkelen. De plannen hiervoor zijn terug te vinden in enerzijds een rapport van Mobycon over de doorontwikkeling van de GVZ, en anderzijds de richtingennotitie Slimme Mobiliteit van de provincie Zeeland. Beide rapporten zijn voornamelijk geschreven vanuit de invalshoek van het openbaar vervoer en weinig vanuit die van het sociaal domein/doelgroepenvervoer, echter houden de voorgestelde richtingen wel vergaande implicaties in voor het doelgroepenvervoer. De doorontwikkeling van de GVZ tot een Mobiliteitsbureau zou namelijk gepaard gaan met een vergaande adviesrol/overheveling van taken in het doelgroepenvervoer (inkoop, beleid, indicatiestelling?) naar de GVZ. Verder spreekt men van het harmoniseren van het doelgroepenvervoerbeleid van Zeeuwse gemeenten, wellicht met ‘ademende budgetten’. In een nog verdergaand scenario zou ook het openbaar vervoer overgeheveld worden van de provincie naar het Mobiliteitsbureau. In dit scenario wordt ook gesproken over ontschotten van budgetten tussen gemeenten en provincie.

Alhoewel het idee van de ontwikkeling van een mobiliteitsbureau een “interessante gedachte“ is en een beter vervoersaanbod in Zeeland een streven is waar niemand op tegen kan zijn, houden de voorstellen voor het doelgroepenvervoer in Vlissingen een (groot) risico

Blad 2 behorend bij 1259615 / 1294236

in. Daarom voelen wij ons genoodzaakt om in dit stadium te wijzen op diverse risico’s c.q. onduidelijkheden. Deze zijn de volgende: Inhoudelijk - Twee hoofddoelstellingen in het lokale doelgroepenvervoerbeleid zijn het zorg dragen voor een kwalitatief goed aanbod aan vervoer voor onze kwetsbare inwoners enerzijds, en het verminderen van de uitgaven anderzijds. Het is onduidelijk hoe de voorgestelde richtingen/scenario’s uit het rapport aan deze lokale doelen bij zou kunnen dragen. Sterker nog, vooralsnog dreigen we juist financiële risico’s te lopen in plaats van mogelijkheden tot besparing te zien. - De richtingennotitie en het daaraan ten grondslag liggende Mobycon rapport spreken over een zeer vergaande adviesrol op het vlak van beleid en indicatiestelling door een doorontwikkelde GVZ of zelfs van een GVZ die zelf beleid zal gaan maken, terwijl beleid en indicatiestelling juist onze twee sturingsmechanismen zijn om grip te behouden op de uitgaven in het doelgroepenvervoer. Het is onduidelijk hoe dit er in de praktijk uit zou komen te zien en hoeveel zicht en grip we dan nog hebben. - De doorontwikkeling van de GVZ zou gepaard gaan met een vergaande harmonisatie van het doelgroepenvervoerbeleid van de Zeeuwse gemeenten. De belangen van Vlissingen, vanuit art. 12 sociaal domein, kunnen verschillen van de belangen van andere gemeenten.

Indien we beleid moeten gaan harmoniseren, is het maar de vraag in hoeverre we als Vlissingen nog invloed hebben op het uiteindelijk gevoerde (Zeeuwse?) beleid. Ditzelfde argument geldt voor mobiliteitsvraagstukken die in bijv. Zeeuws-Vlaanderen anders kunnen zijn dan in Walcheren. Dit in potentie uit handen geven van de gemeentelijke regie lijkt strijdig met de aanvliegroute die in het kader van het artikel 12 traject is gekozen en de goedkeuring draagt van de artikel 12-inspecteur, die toezicht houdt op de financiën van de gemeente Vlissingen. - Het is onduidelijk hoe de governancestructuur van een doorontwikkelde GVC eruit zou komen te zien en wat de positie van de gemeenten hierin zou zijn. - Het is onduidelijk hoe de controlerende taak van de gemeenteraden eruit zou moeten komen te zien bij een doorontwikkelde GVZ. - Het aan de richtingennotitie ten grondslag liggende Mobycon rapport presenteert de oplossing dat er een mobiliteitscentrale moet komen, maar gaat voorbij aan de vraag of betere/meer gestructureerde samenwerking tussen de aandeelhouders van de GVZ ook resultaten op zou kunnen leveren (bijv. op het vlak van aanbesteding). Het beantwoorden van deze vraag is een belangrijke stap die overgeslagen werd in het proces.

- De speciale financiële situatie van de gemeente Vlissingen maakt dat we als gemeente zeer kritisch moeten kijken naar de financiële consequenties van nieuwe plannen. Alhoewel het uitgangspunt in de richtingennotitie is om met dezelfde budgetten een beter vervoersaanbod te realiseren, ligt hier geen financiële doorberekening aan ten grondslag over hoe dit dan bereikt zou worden. Zeker gezien de artikel 12-status van Vlissingen houdt dit een te groot risico in om nu al een standpunt in te nemen. Eerst moet duidelijk zijn of het voorstel zou kunnen leiden tot verlaging van uitgaven of dat het hogere toekomstige kosten zou voorkomen. Keuzerichting: Data Mobiliteitsvraag, mobiliteitsaanbod en infrastructuur worden slim ingericht, waarbij datastromen via een Regionaal Datateam worden gefaciliteerd, met als doel voor de reiziger het mobiliteitssysteem zo vlug, veilig, betrouwbaar en comfortabel mogelijk te organiseren.

Blad 3 behorend bij 1259615 / 1294236

Wij kunnen hiermee instemmen met de aantekening dat wij er van uit gaan dat het regionale datateam de gemeente bijstaat en eventueel zelfs ontzorgt in het produceren van de juiste data. Wij hebben geen structurele capaciteit om in een Regionaal Datateam deel te nemen. Keuzerichting: Living Lab Uiteraard kunnen we instemmen met uw voornemen om de beschikbare middelen uit het compensatiepakket ‘Wind in de zeilen’ te investeren voor het Living Lab Slimme Mobiliteit Zeeland. Hiermee kunnen nieuwe technieken en ontwikkelingen met pilots getest en uitgeprobeerd worden in de Zeeuwse situatie. Met Vlissingen als focusgebied is het in ons ieder belang om te zorgen voor goede en innovatieve pilots. We werken hierin graag met u samen om te komen tot de beste resultaten voor Vlissingen en Zeeland. Procedurele opmerkingen - De bestuurders worden al gevraagd om een standpunt in te nemen, terwijl heel veel zaken, zeker op het vlak van het doelgroepenvervoer, nog onduidelijk zijn. De ‘stip op de horizon’ kan niet los gezien worden van hoe de concrete invulling van de plannen gaat zijn. Nu al instemmen met een bepaalde richting, zonder te weten hoe deze uiteindelijk eruit komt te zien, houdt een risico in dat de gemeente Vlissingen niet wil nemen.

- Heel veel aspecten van de richtingennotitie dienen nog verder uitgewerkt te worden, maar in hoeverre de Vlissingse stem kan doorklinken in de uitwerking van de richtingen is onduidelijk. De “meebeslissers”, waar de gemeente er een van is, zouden op basis van consensus moeten beslissen over de uiteindelijke regionale mobiliteitsstrategie in de zomer opgeleverd zou moeten worden, maar over de besluitvorming in het traject hiernaartoe is onduidelijkheid. - Het is onduidelijk wat de gevolgen zouden zijn als Vlissingen niet instemt met de richtingen uit de richtingennotitie, zowel wanneer het gaat over Zeeuwse mobiliteit en het vervoersaanbod, alsook met betrekking tot onze samenwerking met de GVZ. Een afwijzend standpunt lijkt een optie te zijn waarmee geen rekening is gehouden in het proces. Desalniettemin gaat het hier over een aantal beleidsdomeinen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is en dus over beslist. Heeft u nog vragen? Wij hopen hiermee uw college voldoende geïnformeerd te hebben over onze zorgen en raakvlakken. Graag worden wij betrokken bij de verdere uitwerking om te komen tot een ideale mix van ‘Slimme Mobiliteit’ waarbij de gebruikers centraal staan. Heeft u nog vragen? Neemt u dan gerust contact op met onze medewerker Fernando Hamelink op 0118-487176 of via fhamelink@vlissingen.nl.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,

mr. drs. ing. M. van Vliet

drs. A.R.B. van den Tillaar

Blad 4 behorend bij 1259615 / 1294236

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11057988/1