5.7 rvs Regionale Mobiliteitsstrategie
Tekst van het document
Registratiekenmerk: 1351303 Onderwerp: Regionale Mobiliteitsstrategie
De raad besluit; 1. de Regionale Mobiliteitsstrategie vast te stellen; 2. het college opdracht te geven in de uitwerking van de Regionale Mobiliteitsstrategie te waken voor financiële risico’s en het belang van de bereikbaarheid in en rondom Vlissingen voorop te stellen. Samenvatting De provincie vraagt Provinciale Staten en de 13 Zeeuwse gemeenteraden om de Regionale Mobiliteitsstrategie vast te stellen. Deze strategie werd in overleg met gemeenten en andere stakeholders opgesteld. De meeste hoofdstukken sluiten in grote lijnen aan bij de gemeentelijke visie. Bij de toekomstige uitwerking van de hoofdstukken “De mix van mobiliteit” en “Mobiliteitscentrale” bestaat echter de mogelijkheid dat er zich risico’s voor zullen doen voor de gemeente Vlissingen, met name op het vlak van bereikbaarheid, het doelgroepenvervoer en onze Artikel 12-status. Wij adviseren u om de Regionale Mobiliteitsstrategie vast te stellen, maar ons tevens de opdracht te geven om in het uitwerkingsproces van deze strategie extra te waken voor risico’s die zouden kunnen ontstaan op het vlak van bereikbaarheid, het sociaal domein en de Artikel-12 status van de gemeente. Inleiding Het proces van het opstellen van een Regionale Mobiliteitsstrategie is aanbeland bij het moment van politieke besluitvorming.
Wij hebben, na consulatie van uw raad, reeds op 20 april 2021 een brief naar de provincie Zeeland gestuurd over de Richtingennotitie Slimme Mobiliteit. Daarna hebben wij op 2 juli 2021 een brief verstuurd naar de provincie met daarin de opmerkingen van het college over de toenmalige Concept Regionale Mobiliteitsstrategie. Op 21 oktober 2021 heeft u een RIB ontvangen met daarbij vragen/antwoorden over de Regionale Mobiliteitsstrategie. Nu vraagt de provincie u om de definitieve Regionale Mobiliteitsstrategie vast te stellen. In eerdere reacties naar de provincie heeft u en heeft het college aangegeven zich in grote lijnen te kunnen vinden in de voorstellen van de provincie. Wel heeft u eerder uw zorgen uitgesproken over met name de hoofdstukken ‘De mix van mobiliteit’ en ‘Mobiliteitscentrale’. Hier zag uw raad en het college risico’s op het vlak van bereikbaarheid, het sociaal domein en de artikel 12-positie van de gemeente Vlissingen. De provincie is deels tegemoet gekomen aan deze zorgen. Toch blijven een aantal dingen nog steeds onduidelijk, wat ook inherent is aan het abstractieniveau van een strategie. Ondanks dat vraagt dit onze aandacht bij de toekomstige uitwerking van de Regionale Mobiliteitsstrategie. Wat willen we bereiken? Het doel van de mobiliteitsstrategie is om de reiziger centraal te stellen en daarmee in te zetten op slimme en duurzame mobiliteit.
Door openbaar vervoer en doelgroepenvervoer deels te integreren met behulp van digitale applicaties en een Mobiliteitscentrale moet de reis eenvoudiger en sneller worden voor de reiziger. Met de Regionale Mobiliteitsstrategie is met het netwerk een plan gemaakt voor de toekomstige mobiliteit in Zeeland.
Auteur: A van Immerseel Telefoonnummer: 0118-487471 Datum document:
Registratienummer nota: 1350776 Beslissingsbevoegdheid:Gemeenteraad
Voor zes onderdelen worden de belangrijkste keuzes uitgewerkt: 1. Duurzame Mobiliteit: Door het veranderen van zowel mobiliteitsgedrag als ook het verduurzamen van de voertuigen zijn er manieren om te komen tot de vermindering van de uitstoot van stoffen die voor mens, klimaat, milieu en natuur schadelijk zijn. In combinatie met de doelen zoals die in de Regionale Energiestrategie zijn vastgelegd wordt dit meegenomen in de Regionale Mobiliteitsstrategie. Daarmee wordt tevens de afspraak uit het klimaatakkoord voor de vertaling van de klimaatafspraken in regionale mobiliteitsplannen ingevuld. 2. Mix van Mobiliteit: Naast eigen vervoer wordt gezorgd voor een goed mobiliteitsaanbod via fijnmazige mobiliteit, zodat iedere reiziger een passende mogelijkheid heeft om van deur tot bestemming te komen. De deur-tot-deur reis voor de meest kwetsbare reizigersgroepen is gegarandeerd. Dit wordt gecombineerd met een beperkter, maar hoogwaardiger netwerk van snelle verbindingen (bus en trein) tussen de grote knooppunten en steden, binnen en buiten Zeeland. De Zeeuwse basis krijgt ruimte voor maatwerk, welke op regionaal en gemeentelijk niveau wordt uitgewerkt. De Regionale Mobiliteitsstrategie gaat uit van het huidige beleid ten aanzien van de Westerschelde Ferry. Hier wordt dan ook geen afwijkende invulling aan gegeven. 3.
Opstappunten, haltes en hubs: In Zeeland is binnen de bebouwde kom vanaf 2025 binnen 500 meter een opstappunt en buiten de bebouwde kom is dit binnen maximaal 2,5 km. De Zeeuwse aanpak van knooppunt ontwikkeling is uitgewerkt, gericht op hubs met gelaagdheid van drie niveaus. Daarnaast wordt gewerkt aan mobiliteitshubs rond laadvoorzieningen en opstappunten voor fijnmazige mobiliteit. Samen met andere wegbeheerders zijn ambities voor knooppuntontwikkeling in beeld gebracht en is een lobby opgestart richting het Rijk voor cofinanciering van grote hubs en kleinere deelmobiliteitspunten. 4. Mobiliteitscentrale: Een op te richten Mobiliteitscentrale Zeeland fungeert als coördinator en adviseur voor het aanbod van mobiliteit, draagt bij aan de ontwikkeling van vervoersinitiatieven, analyseert het aansluiten van aanbod op vraag en draagt zorg voor zichtbaarheid van Zeeuwse mobiliteit in MaaS apps. De Mobiliteitscentrale heeft een ontwikkelfunctie waarmee systemen vanuit verschillende contracten/initiatieven met elkaar kunnen ademen. Voor de niet digitaal vaardige reiziger biedt de mobiliteitscentrale telefonische plan- en boekingsmogelijkheden. Een spoorboekje om te komen tot de mobiliteitscentrale is opgenomen in de Regionale Mobiliteitsstrategie.
Verder zijn in de Regionale Mobiliteitsstrategie spelregels afgesproken over beleidsadvies vanuit de mobiliteitscentrale aan overheden en waar de bevoegdheden voor besluitvorming liggen. 5. Data: Mobiliteitsvraag, mobiliteitsaanbod en infrastructuur worden slim ingericht, waarbij datastromen via het Regionaal Datateam worden gefaciliteerd, met als doel voor de reiziger het mobiliteitssysteem zo vlug, veilig, betrouwbaar en comfortabel mogelijk te organiseren. 6. Living Lab: We investeren de beschikbare middelen uit het compensatiepakket ‘Wind in de zeilen’ voor het Living Lab Slimme Mobiliteit Zeeland, om nieuwe technieken en ontwikkelingen met pilots te testen en uit te proberen in de Zeeuwse situatie. Zeeland en in het bijzonder Vlissingen is daarmee het gebied om in een meer dunbevolkt gebied innovaties die door kennisinstellingen zijn ontwikkeld en uitgewerkt in de praktijk uit te gaan testen. Bij in de praktijk bewezen succesvolle toepassingen rollen we initiatieven uit over Zeeland.
Blad 2 behorend bij 1350776
We willen in de verdere uitwerking van de Regionale Mobiliteitsstrategie betrokken blijven zodat we het beste resultaat kunnen bereiken voor de Vlissingse inwoner. Het einddoel is een Zeeuws mobiliteitsbeleid waar de Vlissingse belangen goed in naar voren komen. Onze (potentiële) gebruikers van het openbaar vervoer en het doelgroepenvervoer moeten mobiel blijven en/of betere keuzemogelijkheden krijgen voor mobiliteit zonder dat daarbij de kosten voor de gemeente of haar inwoners stijgen. Wat gaan we ervoor doen? Met uw besluit en opdracht kunnen wij verder deelnemen aan de provinciale gesprekken om uitvoering te geven aan de mobiliteitsstrategie. We zullen extra aandacht geven aan de Vlissingse belangen en waken voor de potentiële risico’s. De afzonderlijke hoofdstukken zullen in uitvoering worden gebracht of nader worden uitgewerkt. Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Het document dat de provincie nu voorlegt ter besluitvorming betreft een strategie. Veel zaken dienen dus nog uitgewerkt te worden en zijn nu eigenlijk nog onduidelijk. Hierin schuilen direct ook de grootste risico’s. Uw raad wordt nu gevraagd om iets vast te stellen, terwijl nog niet alles duidelijk is en we de (financiële) consequenties nog niet volledig kunnen overzien.
Vooral met betrekking tot het hoofdstuk ‘De mix van mobiliteit’ en het hoofdstuk ‘Mobiliteitscentrale’ achten we het mogelijk dat bij de uitwerking potentiële risico’s voor de gemeente Vlissingen kunnen ontstaan. We lichten deze hieronder toe. De provincie beoogt de huidige Gemeentelijke Vervoerscentrale B.V. (GVC) door te ontwikkelen tot een mobiliteitscentrale die de vorm van een openbaar lichaam aan dient te nemen, echter zijn veel randvoorwaarden hiervoor nog onduidelijk. Volgens de strategie zou de gemeente zelf de verantwoordelijkheid blijven behouden over indicatiestelling, tarifering eigen bijdrage in het Wmovervoer en eventuele maximering van het aantal kilometers per reiziger in het Wmo-vervoer. Wel geeft de Mobiliteitscentrale beleidsadvies aan de gemeenten, maar mag de gemeente besluiten van dit advies af te wijken. Voor wat betreft de flextaxi, zou er echter sprake zijn van gedeelde besluitvorming tussen provincie en gemeenten. De flextaxi is immers van de provincie, maar wordt aanbesteed door de gemeenten en bestaat uit hetzelfde materieel en personeel als het Wmovervoer. Hoe dit er precies uit zal komen te zien moet nog worden uitgewerkt. Bovendien is nog niet duidelijk hoe de onderlinge stemverhoudingen geregeld zullen zijn in de nieuwe mobiliteitscentrale.
De provincie stelt echter dat het van belang is dat, samen met de definitieve Regionale Mobiliteitsstrategie, de intentie wordt uitgesproken om te komen tot een mobiliteitscentrale. Ondanks dat het vaststellen van de Regionale Mobiliteitsstrategie nog geen definitief besluit is over de uiteindelijke Mobiliteitscentrale (later volgt nog een go/no go-besluit) en er nog veel zaken nader onderzocht moeten worden, schuilen hierin potentiële risico’s voor de gemeente Vlissingen op het vlak van onze beleidsregie en grip en zicht dat we willen hebben. Ook de Wmo adviesraad heeft aangegeven in de oprichting van een Mobiliteitscentrale risico’s te zien. Dit zowel op het vlak van onze artikel 12-status, alsook omdat zij vrezen voor een tariefsverhoging voor klanten vanwege complicaties die kunnen optreden bij de opschaling van de huidige GVC tot een Mobiliteitscentrale.
Blad 3 behorend bij 1350776
In het hoofdstuk ‘De mix van mobiliteit’ wordt een systeem voorgesteld waarbij buslijnen zorgen voor een beperkter aanbod met snellere verbindingen, terwijl een fijnmazig systeem met een flextaxi zorgt voor het ontsluiten van gebieden waar geen buslijn rijdt. Binnen de bebouwde kom zou in dit systeem iedereen op maximaal 500 meter een opstaplocatie moeten kunnen vinden, buiten de bebouwde kom zal dit op 2,5 kilometer afstand zijn. Het doelgroepenvervoer voor mensen met een indicatie blijft in deze strategie ook gewoon bestaan. De flextaxi is een vraagafhankelijk systeem en rijdt niet volgens een vaste dienstregeling, maar op afroep. Enerzijds lijkt dit kansen te bieden voor de ov reiziger en het Wmo-vervoer, als bijvoorbeeld mensen langer gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer in de vorm van de flextaxi en pas later een beroep doen op het Wmo-vervoer. Echter moet bij de nadere uitwerking nog blijken in hoeverre dit het geval zou kunnen zijn. Momenteel wordt in de pilot integratie Wmo-vervoer – openbaar vervoer op het tracé Middelburg-Vlissingen en vice versa nog onderzoek hiernaar gedaan. Resultaten van deze pilot worden meegenomen in de verdere uitwerking van de Regionale Mobiliteitsstrategie. Hiermee proberen we te voorkomen dat we een weg in slaan die achteraf niet blijkt te werken.
We willen voorkomen dat er een nieuw systeem ontstaat dat achteraf niet blijkt te werken, waardoor we juist reizigers in het openbaar vervoer zouden verliezen. In de mobiliteitsstrategie zien we op dit moment nog onvoldoende terug hoe de strategie bijdraagt aan de reductie van het autogebruik in het stadsgewest Vlissingen-Middelburg en hoe we borgen dat een wijziging in het openbaar vervoer niet zal leiden tot een toename van het autogebruik. Daarnaast zien we ook onvoldoende terug hoe de bovenregionale voorzieningen zoals het Scalda en HZ in Vlissingen direct verbonden blijven met andere delen van Zeeland zoals delen van Zeeuws Vlaanderen en Schouwen-Duiveland. Overstapmomenten zoals in Goes en Middelburg leiden tot langere reistijden, aansluitingsproblemen en kwetsbaarheid van verbindingen bijvoorbeeld in het geval van calamiteiten of wegopbrekingen. Bovenstaande ontwikkelingen hebben mogelijke een negatieve invloed op het vestigingsklimaat van Zeeland als geheel en Vlissingen in het bijzonder. Verder zien we nog een aantal andere kanttekeningen die wij hieronder aan u willen meegeven. De Regionale Mobiliteitsstrategie stelt dat een ambitie uit het Klimaatakkoord is om in 2030 een emissiereductie van 49% in het doelgroepenvervoer te hebben gerealiseerd. Dit klopt niet.
Uiterlijk in 2030 dient, volgens het Klimaatakkoord en de Regionale Energiestrategie Zeeland, al het doelgroepenvervoer zero-emissie te rijden. De raad heeft de Regionale Energiestrategie Zeeland (RES 1.0) reeds vastgesteld in juli 2020. De einddatum van de huidige openbaar vervoer concessie is niet hetzelfde als de einddatum van onze contracten in het doelgroepenvervoer. Echter dienen de gemeenten volgens de strategie wel de nieuwe flextaxi aan te besteden samen met het doelgroepenvervoer. Ook nu hebben wij de Haltetaxi mee aanbesteed tegelijk met ons Wmo-vervoer. We hebben de provincie hier reeds op gewezen. Wat mag het kosten? Zoals hierboven benoemd, is het onduidelijk of de Regionale Mobiliteitsstrategie extra kosten met zich mee zal brengen. Het uitgangspunt van de strategie is om beter vervoer te bieden met dezelfde budgetten, maar of dit in de praktijk haalbaar is, is nog onduidelijk. De Regionale Mobiliteitsstrategie geeft aan dat het de verwachting is dat de budgetten voor het doelgroepenvervoer gehandhaafd dienen te blijven, rekening houdend met opgenomen taakstellende bezuinigingen. Voor wat betreft de organisatiekosten van de Mobiliteitscentrale is opgenomen dat partijen voor wie een verhoging van de organisatiekosten leidt tot gevolgen in de begroting, hier unaniem over dienen te besluiten.
Blad 4 behorend bij 1350776
Voor wat betreft de infrastructuur die benodigd is om uitvoering te geven aan de Regionale Mobiliteitsstrategie is zullen er bushaltes kunnen vervallen en moeten we investeren in een drietal mobiliteitshubs en in- opstapplaatsen. Op dit moment komen er subsidies beschikbaar uit het rijk en is de provincie bereid om dit mede te financieren. We proberen de maximale subsidie aan te vragen een verder de investeringen te koppelen aan bestaande projecten als het Stationsgebied en de Visie Spuikom en extra kosten zoveel mogelijk te beperken. Uit verdere uitwerking van deze strategie zal moeten blijken wat de totale financiële gevolgen zijn. Indien bij de nadere uitwerking blijkt dat dit gepaard gaat met hogere kosten, dan is dit onder voorbehoud van goedkeuring van de Artikel 12-inspecteur. Wat en hoe gaan we communiceren? Na besluitvorming zullen wij de provincie Zeeland op de hoogte stellen van uw raadsbesluit.
Blad 5 behorend bij 1350776