5.7 rvs Participatiebeleid en Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023 bijlage 4 toelichting op verordening
Tekst van het document
Toelichting Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023 Op enkele onderdelen behoeft de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023 een toelichting. Deze volgt hieronder. Algemeen Deze Participatie- en inspraakverordening is gebaseerd op gesprekken met gemeenteraadsleden, het college van burgemeester en wethouders, betrokken ambtenaren en inwoners van de gemeente Vlissingen in de periode. Het stuk bouwt voort op de Inspraakverordening Vlissingen (2009) en de Verordening burgerinitiatief Vlissingen (2017). In deze verordening leggen we afspraken vast hoe we in de gemeente Vlissingen omgaan met participatie en inspraak. Bestuursorgaan In de verordening wordt regelmatig gesproken over ‘het bestuursorgaan’. De gemeente heeft drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Indien expliciet een van deze bestuursorganen wordt bedoeld, dan wordt dit ook als zodanig benoemd. Indien de tekst rept over ‘het bestuursorgaan’, dan is het afhankelijk van de bevoegdheidsverdeling rond dit thema welk bestuursorgaan bedoeld wordt. Indien het betreffende besluit tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort: de gemeenteraad. In gelijke zin geldt dit voor het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.
Ingezetenen en belanghebbenden In deze verordening staat het participatierecht (inclusief inspraakrecht) open voor ingezetenen en belanghebbenden. Ingezetenen hebben dus ook participatierecht als zij geen belanghebbende zijn, maar zich met hun zienswijze richten op het algemeen belang. Artikel 4. Participatieproces De gemeente vindt inclusie belangrijk. Iedereen moet mee kunnen doen. Bij de start van het participatieproces verdient het de aandacht om rekening te houden met minderheidsgroepen en de manier waarop zij benaderd worden. Het gaat hier bijvoorbeeld ook om kwetsbare groepen, ouderen en jongeren. Artikel 7. Inspraak Inspraak is iets anders dan burgerparticipatie. Burgerparticipatie vindt doorgaans plaats voordat de officiële inspraakprocedure start. Idealiter zijn
de zienswijzen van belanghebbenden al ter sprake gekomen in het participatieproces en zijn deze meegewogen bij de definitieve planvorming. Het staat participanten en andere belanghebbenden die niet meegedaan hebben in het participatietraject vrij om in de officiële inspraakprocedure (alsnog) hun zienswijze kenbaar te maken. Artikel 11. Burgerinitiatief Dit artikel biedt ingezetenen van de gemeente Vlissingen middels een burgerinitiatief (alleen) de mogelijkheid een concreet voorstel in te dienen bij de gemeenteraad. Het is weinig efficiënt om de gemeenteraad te belasten met de beraadslaging over een voorstel waarover de gemeenteraad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. Een vraag over het gemeentelijke beleid kan dan ook geen onderwerp zijn van een burgerinitiatief. Voor dit soort vragen staan andere wegen open. Voorkomen moet worden dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtenprocedures doorkruist. De gemeenteraad is vrij om het burgerinitiatief aan te nemen, af te wijzen of te amenderen. Het zou in veel gevallen denkbaar zijn dat de gemeenteraad naar aanleiding van een burgerinitiatief het college van burgemeester en wethouders vraagt om een onderzoek in te stellen of een plan van aanpak te maken over het onderwerp van het burgerinitiatief. Artikel 17.
Omgevingswet In artikel 17 is bepaald dat participatie over omgevingsplannen en omgevingsvergunningen plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Omgevingswet. In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit staan verspreid enkele bepalingen over participatie. In algemene zin laat de Omgevingswet veel ruimte voor lokaal maatwerk op het gebied van participatie. Hieronder een korte samenvatting van de wettelijke bepalingen: Bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan vast te stellen, geeft het bevoegde bestuursorgaan aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken; Als na participatie een ontwerp omgevingsvisie, ontwerp programma of ontwerp wijziging omgevingsplan is vastgesteld kan een ieder over dit ontwerp een zienswijze indienen. De zienswijze wordt betrokken bij de vaststelling. De zienswijzeprocedure vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht; Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met mogelijk ingrijpende gevolgen en naar verwachting meerdere belanghebbenden (16.65, lid 4), kunnen burgemeester en wethouders besluiten tot een
zienswijzeprocedure voor ontwerp omgevingsvergunningen. Daarover nemen ze per geval een besluit na het aan de aanvrager te hebben voorgelegd; Bij de aanvraag van een binnenplanse of buitenplanse omgevingsactiviteit wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken; Bij het vaststellen van een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan, of vergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit wordt aangegeven: • hoe inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken; • wat de uitkomsten van het participatieproces waren en; • in hoeverre de participatie heeft geleid tot aanpassing van het ontwerp. Participatie en de omgevingsvergunning Partijen die de omgeving betrekken bij hun plannen, krijgen hier waardevolle inzichten en betere initiatieven voor terug. De omgeving zo vroeg mogelijk bij een traject betrekken, voorkomt vaak bezwaren in een later stadium. Om die reden moet een initiatiefnemer bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aangeven of en hoe de omgeving betrokken is bij zijn plan en wat er met de resultaten is gedaan. Dat staat in de Omgevingsregeling artikel 7.4 lid 1 en 2.
Artikel 17.3 bepaalt dat de gemeenteraad een lijst kan vaststellen met categorieën van gevallen waarvoor geldt dat, indien het voornemen bestaat hierover een anterieure overeenkomst te sluiten, het college van burgemeester en wethouders met de gemeenteraad overlegt over de kaders en de wijze waarop participatie van toepassing is. Het sluiten van anterieure overeenkomsten behoort tot de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders. Het gaat hier nadrukkelijk alleen om die anterieure overeenkomsten die bepalingen bevatten met een aanzienlijke invloed op de leefomgeving van bewoners van Vlissingen. Deze bepaling beoogt omwille van de uitvoerbaarheid maximaal enkele anterieure overeenkomsten per jaar onderwerp van gesprek tussen college van burgemeester en wethouders en gemeenteraad te laten zijn. Beoordelen aanvraag omgevingsvergunning Het bevoegd gezag neemt een aanvraag voor een omgevingsvergunning in behandeling. Het beoordeelt op basis van beoordelingsregels of het de vergunning kan verlenen of moet weigeren. Hierbij houdt het rekening met de verschillende belangen van de omgeving. Dit betekent dat het relevante
informatie verzamelt. Participatie is in dat traject een middel om inzicht te krijgen in de belangen van derden. Een initiatiefnemer geeft bij de aanvraag aan of hij aan participatie heeft gedaan. Ook meldt hij hoe er overleg is geweest met de belanghebbenden, wat de resultaten van dat overleg waren en in hoeverre dat tot mogelijke aanpassingen van het plan geleid heeft. Nota bene: Soms is het niet nodig om een (groot) participatietraject te starten. Bijvoorbeeld als het initiatief geen consequenties heeft voor de omgeving. Daarom is participatie niet per definitie verplicht en altijd vormvrij. Het ontbreken van een participatieproces is dus op zich geen reden om een vergunning te weigeren.