5.7 rvs GR GGD begrotingswijzigingen 2021
Tekst van het document
Registratiekenmerk: 1344101 Onderwerp: GR GGD Zeeland (incl. IJZ) - Zienswijze 5e, 6e en 7e begrotingswijziging 2021
De raad besluit; 1. Een positieve zienswijze te geven over de 5e begrotingswijziging 2021 (IJZ), waarbij specifiek toestemming wordt gevraagd om: a. akkoord te gaan om in de begroting 2021 met betrekking tot het boekjaar 2021 in totaal incidenteel € 11.964.968 bij te ramen tot een totaalbedrag van € 122.153.863 voor GR GGD Zeeland onderdeel Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ). Voor de gemeente Vlissingen betekent dat een stijging van de gemeentelijk bijdrage van € 1.602.031 ten opzichte van de begroting GGD 2021 inclusief 1e begrotingswijziging. 2. De extra kosten inkoop jeugd over 2021 van € 455.283 ten laste te brengen van de meicirculaire 2021 en te verwerken in de 2e bestuursrapportage 2021. 3. Een positieve zienswijze te geven over de 6e begrotingswijziging 2021 (GGD programma COVID-19) waarbij specifiek wordt gevraagd om: a. akkoord te gaan met het ramen van de kosten 2021 voor het programma COVID-19 tot een bedrag van ca € 41.055.000. Het programma COVID-19 wordt volledig gefinancierd vanuit het ministerie van VWS en RIWM (budgettair neutraal voor gemeenten). b. akkoord te gaan met investeringen 2021 in materiële vaste activa (€ 272.000) die noodzakelijk waren/zijn voor de COVID-19 organisatie. Deze investeringen worden als meerkosten (in één bedrag) gedeclareerd bij VWS (budgettair neutraal voor gemeenten). 4.
Een positieve zienswijze te geven over de 7e begrotingswijziging 2021 (GGD n.a.v. burap 2021), waarbij specifiek wordt gevraagd om: a. akkoord te gaan met het (bij)ramen van de kosten 2021 voor projecten met € 197.000. De dekking voor deze kosten is geborgd door de subsidienten op deze projecten (budgettair neutraal voor gemeenten); b. akkoord te gaan met investeringen 2021 in apparatuur (overig) en overige materiele activa. Voor deze begrotingswijziging wordt respectievelijk € 30.000 en € 13.000 beschikbaar gesteld en blijft daarmee binnen het primaire begrotingsbudget (budgettair neutraal voor gemeenten). c. akkoord te gaan met het bijstellen van de raming vennootschapsbelasting van €10.869 naar € 23.095 op grond van de bestuursrapportage 2021 (budgettair neutraal voor gemeenten). 5. De niet bestede middelen uit de meicirculaire 2021 voor jeugd van €208.303 ten gunste van de gemeentelijke taakstelling jeugd 2021 te brengen. 6. Dit voorstel is voor beslispunten 2, 3, 4, 5b, 5c en 6 onder voorbehoud van goedkeuring door de Artikel 12-inspecteur en de provincie Zeeland als toezichthouder. Samenvatting In deze nota wordt de bestuursrapportage 2021 van de GR GGD Zeeland (incl. Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ)) ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad.
De bestuursrapportage wordt in beknopte vorm weergegeven in deze nota en geeft de stand van zaken in de voortgang van de doelstellingen en de inhoudelijke en financiële verwachtingen voor het tweede half jaar van 2021. Op basis van de prognose over het tweede half jaar van 2021 wordt een aantal begrotingswijzigingen voorgesteld aan het AB van de GR GGD Zeeland. De voorgestelde begrotingswijzigingen worden aan de Zeeuwse gemeenteraden ter zienswijze voorgelegd.
Auteur: O. Osendarp Telefoonnummer: 0118-487249 Datum document:
Registratienummer nota: 1344100 Beslissingsbevoegdheid:Gemeenteraad
Inleiding De bestuursrapportage 2021 van Gemeenschappelijke Regeling GGD Zeeland (hierna GR GGD) geeft inzicht in de voortgang van de doelstellingen en de inhoudelijke en financiële verwachtingen voor het tweede half jaar van 2021. De bestuursrapportage geeft inzicht in de stand van zaken voor elk organisatieonderdeel van de GR GGD. Naast een inhoudelijke weergave van de stand van zaken komen uit de bestuursrapportage 2021 een aantal begrotingswijzigingen voort vanuit een financiële prognose. De gemeenteraad wordt met het dictum van deze nota om een zienswijze gevraagd over deze begrotingswijzigingen. Gemakshalve hieronder een overzicht van alle organisatieonderdelen: 1.0 2.0
3.0 4.0
COVID-19 pandemie Programma Publieke Gezondheid 2.1 Programmalijn Fysieke veiligheid 2.2 Programmalijn ‘Gezondheid in de wijk’ 2.3 Programmalijn Sociale Veiligheid 2.4 Programmalijn Veilig Thuis Programma inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Bedrijfsvoering 4.1 Organisatieontwikkeling (tijdelijke hulpconstructie)
Hieronder een samenvatting van de stand van zaken per organisatieonderdeel op basis van de bestuursrapportage: 1.0 COVID-19 pandemie Voor de bestrijding van de coronacrisis is vorig jaar een tijdelijke projectorganisatie ingericht die zich onder meer bezighoudt met het uitvoeren van testen, triage en bron- en contactonderzoek. In 2021 is daar in opdracht van de minister van VWS grootschalig vaccineren bijgekomen. De focus heeft in de afgelopen maanden voornamelijk gelegen op het vergroten van de vaccinatiegraad in Zeeland. In augustus 2021 ligt de vaccinatiegraad in Zeeland op circa 77% van de Zeeuwse 12+ bevolking die minimaal één prik heeft ontvangen. Landelijk ligt de vaccinatiegraad op 82,8%. Na de zomerperiode verleggen we de focus van grootschalig naar kleinschalig vaccineren, waarbij we specifieke aandacht hebben voor die plaatsen waar de vaccinatiegraad achterblijft. 2.0 Programma Publieke Gezondheid Dit programma bestaat uit drie programmalijnen en het programma Veilig Thuis. Per programma(lijn) zijn de volgende bijzonderheden te melden. 2.1 Programmalijn Fysieke veiligheid Naast de intensieve samenwerking met het COVID-19 team heeft de GGD preventieve taken t.b.v.
het voorkomen van uitbraken in instellingen; toezicht- en crisistaken; (massa)vaccinaties voor andere doelgroepen (zoals uitvoering van Rijks Vaccinatie Programma); adviezen en onderzoeken nog (eventueel aangepast) uit kunnen voeren. Inspecties kinderopvang en gastouders/bureaus vinden vanaf maart 2021 weer op locatie plaats. Fysieke inspecties zijn noodzakelijk voor een onderbouwd oordeel over kwaliteit of indien er zorgen zijn over de fysieke en emotionele veiligheid. Door inzet van drie nieuwe inspecteurs loopt de GGD op koers met de planning. Een aantal andere taken zijn op een lager pitje gezet of zelfs op achterstand geraakt zoals de Bacillus Calmette-Guérin (BCG) vaccinatie voor kinderen met een verhoogd risico op een TBC-infectie.
Blad 2 behorend bij 1344100
2.2 Programmalijn ‘Gezondheid in de wijk’ De uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg (JGZ) wordt sinds de uitbraak van COVID-19 op een aangepaste wijze uitgevoerd. Hierbij handelt de JGZ conform landelijke richtlijnen. In oktober 2020 is beeldbellen binnen de JGZ geïntroduceerd. Contactmomenten boven de leeftijd van 14 maanden zijn sindsdien vooral via (beeld)bellen uitgevoerd. Op basis van een evaluatie van deze eerste periode waarin gebruik gemaakt wordt van (beeld)bellen worden er vervolgacties uitgezet. Enkele contactmomenten hebben verkort plaatsgevonden om alle kinderen in beeld te houden, maar wel te voldoen aan de COVID-19 richtlijnen. Bepaalde onderzoeken zijn in overleg met scholen ingehaald. De groepsactiviteiten, zoals bijvoorbeeld opvoedcursussen, hebben niet plaatsgevonden. Samen met ketenpartners zijn er vier webinars gehouden voor ouders van pubers over de volgende thema’s: relaties en seksualiteit, social media en gamen, genotmiddelen en stress, somberheid en suïcidaliteit. Daarnaast zijn voor het project Nu Niet Zwanger alle medewerkers JGZ geschoold om te signaleren en het gesprek aan te gaan. De tijdelijke aanpak om het tekort in het aantal jeugdartsen op te vangen wordt gefaseerd geïmplementeerd. Een belangrijk onderdeel hierin is een taakverschuiving van de jeugdarts naar de jeugdverpleegkundige.
Ook is gestart met de eerste fase van het project Toekomst JGZ. In 2020 zijn twee gezondheidsmonitors met landelijk subsidie uitgevoerd. De resultaten van de volwassenen- en ouderen monitor 2020 zijn reeds bekend gemaakt. Voor de ouderenagenda zijn speerpunten bepaald. Gemeenten zijn geadviseerd om positieve gezondheid als paraplu te gebruiken voor lokaal gezondheidsbeleid. 2.3 Programmalijn Sociale Veiligheid Het aantal meldingen van zorg mijdende inwoners is licht toegenomen. In een aantal cases is er een toename van psychische problemen zichtbaar ten gevolge van de lockdown. Professionals en algemeen publiek vragen regelmatig de expertise van het meldpunt over zorgmijding en psychiatrie. Er is samenwerking met Evides in vroegsignalering van betalingsachterstanden. Zeeland Zonder Zelfmoord eindigde officieel per 1 januari 2021. Vanaf 2021 blijven een aantal activiteiten plaatsvinden tot landelijke borging gerealiseerd is. Het contract met politie (t.a.v. arrestantenzorg en forensisch medische expertise) is opgezegd. Reden hiervoor is het vertrek van één van de drie forensisch artsen per 10 januari 2022, waardoor de dienstverlening niet kan worden gegarandeerd door de GGD. De landelijke aanbesteding door de politie voor de Medische Arrestanten Zorg is verdaagd met twee jaar. De komende periode wordt bezien of en op welke wijze deze dienstverlening kan plaatsvinden.
2.4 Programmalijn Veilig Thuis Veilig Thuis heeft in het eerste half jaar 2021 nagenoeg hetzelfde aantal meldingen ontvangen ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze trend is in lijn met de landelijke tendens. Voor wat betreft adviesvragen is te zien dat in het eerste half jaar 2021 meer adviesvragen zijn ontvangen t.o.v. vorig jaar. Ook de vervolgdiensten van Veilig Thuis kennen een vergelijkbaar niveau als in het eerste half jaar van 2020. De multi-problematiek in zaken blijft echter toenemen. Dat vraagt een andere intensiteit van de ketensamenwerking. Veilig Thuis blijft zich extra inzetten om de wachtlijsten te minimaliseren en om continu te screenen op urgentie. Acute situaties van onveiligheid worden altijd direct opgepakt.
Blad 3 behorend bij 1344100
3.0 Programma inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland IJZ voert namens de 13 Zeeuwse gemeenten gedelegeerde taken uit op het gebied van de inkoop van jeugdhulp. De actuele begroting voor 2021 bedraagt € 110 miljoen. De prognose voor de verwachte kosten over 2021 komt uit op € 122 miljoen. In 2021 bleek dat twee gecertificeerde instellingen (GI’s) niet meer inzetbaar waren. Intervence is overgenomen door Jeugdbescherming West en Briedis is failliet verklaard. De inspanningen waren erop gericht om de gevolgen hiervan voor de jeugdige klanten en hun netwerk zo veel mogelijk te beperken én om de kosten zoveel mogelijk te beheersen. Verder is in 2021 het plan “Van pionieren (2015-2020) naar professionaliseren (2021-2022)” vastgesteld inclusief een begrotingswijziging. De Inkooporganisatie is samen met de Zeeuwse gemeenten en de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders bezig een kwaliteitsslag te maken. De eerste verbeteringen zijn al zichtbaar, zoals verbeterde managementinformatie en bediening van de grotere zorgaanbieders door twee contractmanagers. 4.0 Bedrijfsvoering Naast de (meerjarige) taakstelling zoals opgenomen in de begroting 2021 laat de begroting 2022 2024 een structureel tekort zien van € 371.000 in 2022 en € 440.000 in 2024. Het tekort is ontstaan door exogene niet te beïnvloeden factoren, zoals de jaarlijkse cao-stijging en de stijging van pensioenpremies.
De compensatie daarvan door de VZG-norm blijkt niet voldoende. Tot 2021 is de GGD in staat gebleken om de jaarlijkse stijging zelfstandig op te lossen. Enerzijds door de inzet van reserves – anderzijds door het uitvoeren van een taakstelling. Deze inzet is voor de aankomende begrotingsperiode niet toereikend om het structureel tekort op te lossen. De oplossingsrichtingen die zijn voorgesteld zijn: of wel het aanpassen van VZG-norm of te komen tot bestuurlijke keuzen over het uitvoeren van het takenpakket. Om beide oplossingsrichtingen uit te werken zijn vier werkgroepen gestart met als opdracht om in kaart te brengen welke bestuurlijke keuzen gemaakt kunnen worden. Deze worden in oktober 2021 aan het algemeen bestuur gepresenteerd en daarna met de gemeenten besproken. 4.1 Organisatieontwikkeling (tijdelijke hulpconstructie) Om de ingezette zelforganisatie van de GR GGD nog verder te implementeren is door het algemeen bestuur in juli 2020 een begrotingswijziging aangenomen om een tijdelijke hulpconstructie in te zetten voor maximaal 3 jaar met een evaluatie eind 2021 en een voorstel voor begrotingswijziging na 2021. De start van de teamregisseurs (onderdeel hulpconstructie) stond gepland in 2020. Vanwege de COVID-19 pandemie was het niet mogelijk om deze start in 2020 te realiseren.
De geplande evaluatie over de inzet van de teamregisseurs heeft, vanwege de latere start, nog niet plaatsgevonden. De evaluatie zal in 2022 worden uitgevoerd. Voor 2022 zullen nog incidentele middelen voor de hulpconstructie worden gevraagd. Vanaf januari tot en met augustus 2021 zijn de teamregisseurs ingezet om de vertaalslag te maken van organisatiedoelen naar concrete resultaten en het ondersteunen van de teams bij de verdere professionalisering. Verwacht financieel resultaat - Organisatieonderdeel GGD Zeeland Voor de GGD wordt een resultaat geprognosticeerd van € 490.000 positief. Een nadere analyse van het resultaat laat zien dat voornamelijk incidentele positieve effecten (€ 666.000) hebben geleid tot dit positief resultaat. Structureel zijn nadelige effecten van € 176.000 geconstateerd. Deze nadelige effecten zijn nog niet opgenomen in de begroting 2022 en zullen middels een begrotingswijziging 2022 worden verwerkt. De grootste incidentele factor is Veilig Thuis € 314.000 (tijdelijke vacatures lastig invulbaar). De GGD verwacht ruim € 41.000.000 kosten in verband met COVID-19 (bron en contact onderzoek, testen, laboratorium kosten, ondersteuning, triage en vaccineren). Deze kosten zijn declarabel bij VWS en RIVM. In deze cijfers is nog geen rekening gehouden met evt. salarismaatregelen uit de cao SGO.
De onderhandelingen over deze CAO zijn ten tijde van het opstellen van deze bestuursrapportage nog gaande.
Blad 4 behorend bij 1344100
Verwacht financieel resultaat - Organisatieonderdeel IJZ Voor IJZ wordt een resultaat geprognosticeerd van bijna € 12 miljoen nadelig. Hiervoor zijn vier oorzaken te noemen. Ten eerste zijn de kosten voor jeugdhulp (zorg in natura) na extrapolatie naar verwachting € 6,8 miljoen hoger dan begroot. Ten tweede is Intervence in 2021 overgenomen door Jeugdbescherming west waardoor eenmalig niet voorziene kosten zijn gemaakt van circa € 4,4 miljoen. Ten derde is Briedis failliet gegaan waardoor eenmalig extra kosten zijn gemaakt ter hoogte van € 448.000. Ten vierde en ten laatste is de inkooporganisatie geconfronteerd met relatief veel personeelsverloop en langdurige ziekte. Om de dienstverlening door te laten gaan, zijn eenmalig niet voorziene kosten gemaakt voor inhuur en werving & selectie van € 342.000. Ook dit is eenmalig. Na vergelijking met begroting 2022 en realisatiecijfers 2020 wordt bijstelling van de meerjarenbegroting overigens voor geen van deze bedragen nodig geacht. Het nadeel wordt verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie begrotingswijziging 5). Wat willen we bereiken? De bestuursrapportage 2021 van de GR GGD geeft inzicht in de voortgang van de doelstellingen en de inhoudelijke en financiële verwachtingen voor het tweede half jaar van 2021. Daarnaast zorgt de bestuursrapportage voor inzicht in de gaten in de begroting waar begrotingswijzigingen voor nodig zijn.
Wat gaan we ervoor doen? Om uitvoering te geven aan het beleid van de GR GGD binnen de, in de vastgestelde begroting, gestelde financiële kaders wordt het algemeen bestuur van de GR GGD gevraagd om akkoord te gaan met de begrotingswijzigingen die voortkomen uit de bestuursrapportage 2021. Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Aansluitend op de risico's benoemd in de begroting 2021-2024 van de GR GGD, worden vanaf september 2021 de volgende risico's geconstateerd: GGD: 1. Veilig Thuis: het risico bestaat dat Veilig Thuis niet in staat is om op tijd voldoende kwalitatief personeel te werven om de instroom van meldingen/advies aanvragen beheersbaar te houden. Hierdoor kunnen de wachtlijsten oplopen waardoor medewerkers meer tijd moeten investeren om zicht op veiligheid te behouden en waardoor het langer duurt voordat meldingen kunnen worden opgepakt. In deze wachtperiode is het onvoorspelbaar wat er met een gezin gebeurt. Overigens worden de meest acute situaties altijd direct aangepakt, ook in situaties van wachtlijsten. 2. Vanaf 10 januari 2022 is nog niet duidelijk of en op welke wijze de dienstverlening van GGD voor de politie in het kader van Arrestantenzorg en Forensisch medische expertise zal plaatsvinden.
Dit in verband met vertrek van één van de drie Forensisch artsen bij de GGD, waardoor de huidige dienstverlening niet meer kan worden gecontinueerd en het huidige contract is opgezegd. Omdat sprake is van zowel kosten voor politie als voor gemeenten bij forensische geneeskunde kan het mogelijk niet meer kunnen uitvoeren van deze dienstverlening gevolgen hebben voor de dekking van overhead en andere kosten en derhalve voor de gemeentelijke bijdragen. Het risico is op dit moment nog niet te kwantificeren. 3. Onlangs is gebleken dat in 2022 de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) andere/minder diensten van GGD gaat afnemen ten aanzien van TBC. Dit kan gevolgen hebben voor de dekking van de afschrijvingslasten van de Mobiele Röntgen Unit (MRU bus) van de GGD. De volgende maanden wordt duidelijk welke dienstverlening de DJI gaat afnemen en wat dit betekent voor de GGD én in Nederland. Het risico is op dit moment nog niet te kwantificeren.
Blad 5 behorend bij 1344100
4. In verband met COVID-19 is de inzet van de tijdelijke hulpconstructie vertraagd. Incidentele financiering van deze tijdelijke constructie voor 2022 is van belang om de evaluatie uit te kunnen voeren en sturing en besluitvorming op alle niveaus van de organisatie beter in te bedden, alsmede om de actuele grote opgaven (zoals structureel artsentekort) ook in 2022 te kunnen managen. Mede gezien het feit dat naar verwachting COVID-19 doorloopt in 2022. Indien deze incidentele financiering niet plaatsvindt, bestaat het risico dat sturing en besluitvorming wederom wordt bemoeilijkt. Specifiek voor COVID-19 geldt het volgende: 5. Uitgaven t.b.v. COVID-19 zijn ingediend bij VWS en hierbij is een landelijke Q&A lijst van het Samenwerkend beleidsorgaan GGD Nederland als leidraad gehanteerd. Nog niet duidelijk is welke vergoedingsrichtlijnen VWS hanteert vanaf 2022 en op welke wijze de eindafrekening COVID-19 in 2022 zal plaatsvinden. De GGD acht het risico dat bepaalde uitgaven niet voor vergoeding in aanmerking komen niet hoog in, omdat conform 2020 is en wordt gehandeld. 6. Eind 2021 zullen COVID-19 kosten jaar overstijgend doorlopen naar 2022. Op dit moment is zoals hierboven aangegeven, nog niet duidelijk welke declaratievoorschriften/richtlijnen VWS zal hanteren voor 2022.
Als beheersmaatregel wordt ingezet op het minimaliseren van dit risico door in principe geen verplichtingen aan te gaan die over de jaargrens heen lopen en door kosten over 2021 tijdig te declareren door hierop te anticiperen richting alle relevante crediteuren. Het risico is echter niet helemaal uit te sluiten. Er kunnen situaties ontstaan waarin we ons genoodzaakt voelen om wel verplichtingen aan te gaan die over de jaargrens heen gaan, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van continuïteit van de COVID-19 organisatie. We achten dit risico niet groot, omdat is aangegeven dat in oktober 2021 meer informatie van VWS wordt verwacht over de richtlijnen m.b.t. kostenvergoeding in 2022. IJZ: 7. Het grootste risico met betrekking tot IJZ is faillissement van zorgaanbieders waardoor gemeenten met hoge kosten jeugdzorg worden geconfronteerd, naast het feit dat cliënten hierdoor worden gedupeerd. Dit risico is niet te kwantificeren. Twee beheersmaatregelen zijn hierop ingezet: kengetallen uit jaarrekeningen van zorgaanbieders worden beoordeeld door IJZ en periodiek overleg met de grootste zorgaanbieders door de contractmanagers waarin ook de financiële situatie wordt besproken. Wat mag het kosten? De 6e en 7e begrotingswijziging 2021 zijn voor de Zeeuwse gemeenten budgettair neutraal en vereisen geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen. De 5e begrotingswijziging 2021 (t.b.v.
organisatieonderdeel IJZ) wordt wel verrekend met de gemeenten. Na goedkeuring door het AB wordt het tekort met elke gemeente verrekend. De kosten zijn toegerekend per gemeenten naar rato van de betaalde voorschotbedragen. De afrekening ziet er als volgt uit voor Vlissingen: Totale zorgkosten 2021 17.469.433
Betaald voorschot 2021 15.867.402
Afrekensaldo € 1.602.031
In het afrekensaldo zijn de kosten voor Intervence/Briellis van € 566.313 opgenomen. Op basis van het B&W besluit ‘O&O incidentele kosten 2021 bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence’ zijn deze kosten ten laste van de rijksbijdrage jeugd (1,2 mln) uit de meicirculaire 2021 gebracht. Het betaalde voorschot is gebaseerd op de begroting 2021 van de GGD inclusief de 1e begrotingswijziging 2021. Op basis van eerdere besluitvorming is de gemeentelijke (primaire) begroting reeds aangepast. Dat geldt voor de kosten voor Intervence (€ 229.000 in de primaire begroting 2021 en aanvullend € 188.000) en de reeds verwachte stijging van de kosten zorg in natura zoals vermeld stond in de bestuursrapportage 2020 van de GGD en de 1e bestuursrapportage 2021 van de gemeente Vlissingen.
Blad 6 behorend bij 1344100
Dat de kosten Intervence lager uitvallen dan eerder begroot vloeit voort uit het feit dat er sprake is geweest van 2 momenten van besluitvorming. Het eerste besluit voor de overname van Intervence door 3 partijen is besloten rond de jaarwisseling 20/21 en op grond daarvan was de begroting aangepast. De hieruit voortvloeiende kosten zijn relatief beperkt gebleven omdat in juni is besloten tot de overname door JB West en de businesscase in dat kader. Derhalve gaat het bij de kosten van de overname van Intervence om de feitelijk geboekte kosten van de eerste periode én de businesscase van JB West. Het financiële plaatje voor 2021 ziet er als volgt uit:
Totaal begroot (excl. Afrek 2020)
ZIN Inkooporg. + Taskforce 16.747.553 266.597
Gevraagde bijdrage
17.174.606
Tekort
294.827
Totaal 17.014.150 17.469.433 -455.283
Het totaal begrote bedrag van € 17.014.150 is inclusief de kosten voor Intervence/Briellis van € 566.313. Door de bijstelling van de kosten jeugd voor 2021 is er een tekort van € 455.283. In de meicirculaire 2021 is € 1,2 mln. extra beschikbaar gesteld voor kosten jeugd. De extra kosten voor Intervence en Briedis van € 566.313 zijn reeds op dit bedrag in mindering gebracht. Het restant komt hiermee op € 664.000. Voorgesteld wordt het tekort van € 455.283 ten laste van de meicirculaire 2021 te brengen. Hiermee blijft nog (664.000 – 455.283) € 208.303 over. Dit wordt toegevoegd aan de taakstelling artikel 12 voor jeugd. De taakstelling jeugd 2021 bedraagt afgerond € 1,1 mln. Hierop is reeds € 200.000 in mindering gebracht. Met de afboeking van € 208.303 bedraagt de taakstelling jeugd voor 2021 € 652.000. De rijksbijdrage vanuit de meicirculaire 2021 is opgenomen in de 2e bestuursrapportage 2021. De bijstelling van het budget en de mutatie op de taakstelling zijn in de 2e bestuursrapportage 2021 verwerkt onder de budget neutrale mutaties. Deze nota bevat daarom geen gemeentelijke begrotingswijziging. Wat en hoe gaan we communiceren? De zienswijze van de gemeenteraad wordt schriftelijk in de vorm van het raadsbesluit aan de GR GGD Zeeland medegedeeld.
De portefeuillehouder, wethouder Els Verhage, zal de zienswijze van de raad tijdens besluitvorming in de vergadering van het algemeen bestuur in december mondeling kenbaar maken.
Blad 7 behorend bij 1344100