5.7 rvs begr 2022 en jaarrekening 2020 VRZ
Tekst van het document
Registratiekenmerk: 1308879 Onderwerp: Concept-jaarrekening 2020, concept-1e begrotingswijziging 2021 en conceptprogrammabegroting 2022 Veiligheidsregio Zeeland. De raad besluit; 1. een positieve zienswijze te geven op de door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland voorgelegde concept-eerste begrotingswijziging 2021; 2. een positieve zienswijze te geven op de door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland voorgelegde concept-programmabegroting 2022; 3. de VRZ te verzoeken om oplopende gemeentelijke bijdragen in de meerjarenraming 2022-2025 te voorkomen, dan wel te beperken. Deze doelstelling moet prioriteit krijgen in het nog op te stellen beleidsplan 2022-2025 en de planvorming met betrekking tot brandweerzorg 2030. 4. een positieve zienswijze te geven op het jaarverslag 2020 van de Veiligheidsregio Zeeland en de daarin opgenomen bestemming van het positieve resultaat van € 1.592.009. Samenvatting De concept-eerste begrotingswijziging 2021, de concept-programmabegroting 2022 en het conceptjaarverslag 2020 worden door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland (hierna: VRZ) voor het geven van een zienswijze voorgelegd aan uw raad. Vanwege de inhoudelijke verwevenheid worden de onderwerpen in één nota aan uw raad voorgelegd. De genoemde stukken worden in de inleiding kort toegelicht.
Na ontvangst en verwerking van de ontvangen zienswijzen worden de stukken definitief vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de VRZ in de vergadering van 9 juli 2021. Inleiding Hieronder volgt een inhoudelijke toelichting. De bedragen die in deze toelichting worden benoemd zijn de totale gemeentelijke bijdragen aan de VRZ van de dertien deelnemende gemeenten. In de financiële toelichting onder “Wat mag het kosten?” wordt de Vlissingse bijdrage toegelicht. I. Concept eerste begrotingswijziging 2021 VRZ De programmabegroting 2021 is opgesteld in maart 2020. Onder andere vanuit het oogpunt van een adequaat (intern) budgetbeheer wordt voorgesteld de begroting 2021 te wijzigen. In deze eerste begrotingswijziging 2021 worden de volgende mutaties verwerkt: 1. De effecten van de 1e en 2e Bestuursrapportage 2020; 2. De doorschuif naar 2021 en de actualisatie van investeringsbudgetten naar aanleiding van de concept-jaarstukken 2020 plus overige mutaties op het investeringsplan; 3. De doorschuif naar 2021 van projectbudgetten die ten laste van de bestemmingsreserves worden uitgevoerd naar aanleiding van de concept-jaarstukken 2020 plus bestemming van het onbestemde deel van de reserve transitie en reserve meldkamer (voor een deel). De eerste begrotingswijziging 2021 is voor de dertien deelnemende gemeenten een budget-neutrale begrotingswijziging.
In deze begrotingswijziging worden geen effecten op de jaarschijven 2022 en verder in beeld gebracht omdat de mutaties zijn verwerkt in de (meerjaren)begroting 2022-2025.. Op grond van artikel 23 van de GR VRZ 2017 dienen de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid te worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen op een begrotingswijziging.
Auteur: M. Schouw Telefoonnummer: 0118-487560 Datum document:
Registratienummer nota: 1308878 Beslissingsbevoegdheid:Gemeenteraad
II. Concept-programmabegroting 2022 Algemeen De programmabegroting 2022 is opgesteld vooruitlopend op de samenstelling van het nieuwe beleidsplan 2022-2025, waarin het beleid (met ambitieniveau voor de wettelijke taken) van VRZ wordt vastgelegd. Dat beleid is op dit moment nog niet beschikbaar. Hierdoor zijn de nu voorgestelde maatregelen gebaseerd op én passend binnen het beleid uit de periode 2016-2019. 1. De programmabegroting 2022 is sluitend met een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage met € 260.000 en een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage Bevolkingszorg met € 2.000, beiden ten opzichte van het begrotingsjaar 2021 en conform de VZG-richtlijn. 2. Daarnaast zijn als incidentele dekking voor een sluitende begroting nodig: a. een onttrekking aan de algemene reserve van € 311.003 voor incidentele dekking voor het structurele begrotingstekort ontstaan in de begroting 2021 als gevolg van cao-ontwikkelingen; b. een onttrekking aan de reserve meldkamer van € 154.900 voor incidentele dekking van frictie(€ 88.200) en desintegratiekosten (€ 66.700) c. een onttrekking aan de algemene reserve van maximaal € 200.000 voor het programmamanagement Brandweer 2030; d. een restant taakstelling van structureel € 90.674; e. een post onvoorzien van € 50.000. In de bijgevoegde infographic op pagina 84 is een kostenspecificatie per programma weergegeven.
Hieronder volgt een korte toelichting op de meest belangrijke punten. 2a. Begrotingstekort 2021 (CAO 2019-2020) Zowel in het begrotingsjaar 2021 als in 2022 is een onttrekking aan de algemene reserve gedaan ter dekking van CAO-kosten. Het is niet wenselijk om structurele kosten te dekken met incidentele baten. Uit de meerjarenraming 2022-2025 blijkt dat deze kosten vanaf 2023 als structurele kosten worden meegenomen. 2c. Programmamanagement brandweer 2030 In het aankomende meerjarenbeleidsplan 2022-2025 is de toekomst van de brandweer één van de belangrijkste beleidsthema's. Vanwege dit grote belang voor een goede brandweerzorg in Zeeland, ook in de toekomst, zal VRZ intern capaciteit vrijmaken om deze problematiek op te pakken. Deze kosten kunnen niet binnen de bestaande begroting worden opgelost en worden geschat op maximaal € 200.000 per jaar. Om financiële dekking te realiseren wordt in 2021 de kosten (€100.000) gedekt uit de lopende exploitatie 2021. Financiële dekking voor de jaren 2022 t/m 2024 (samen maximaal € 500.000) wordt gerealiseerd uit de algemene reserve en is verwerkt in deze programmabegroting 2022. Jaarlijks zal een evaluatiemoment plaatsvinden om nut/noodzaak van het programmamanagement 2030 te bezien en te beoordelen of bekostiging hiervan op de voorgestelde wijze moet worden gecontinueerd. 3.
Meerjarenraming 2022-2025 Bij de begroting is een meerjarenraming gevoegd tot en met 2025. Daaruit blijkt dat vanaf 2023 een structurele stijging van de gemeentelijke kosten wordt voorzien van € 475.000 in 2023 naar € 1.677.500 in 2025. Deze stijging is een gevolg van structurele dekking van CAO-kosten (zie hiervoor onder 2a) en van toenemende kapitaallasten in verband met vervangingsinvesteringen. De VRZ heeft deze toename van de kapitaallasten vanaf de jaarrekening 2015 aangekondigd. De oplopende kapitaallasten komen grotendeels voort uit de noodzakelijke vervanging van het huidige, verouderde brandweermaterieel en –materiaal. Door regionalisering vanuit de opstart van de VRZ en het project Maatwerk in Brandweerzorg is vervanging materieel (brandweervoertuigen) uitgesteld. Door aanschaf nieuw materieel worden de kapitaallasten hoger.
Blad 2 behorend bij 1308878
De VRZ geeft in de toelichting bij de begroting aan dat de genoemde investeringen zijn gebaseerd op het huidige beleid. De VRZ geeft aan dat wordt gewerkt aan nieuw beleid dat mogelijk gevolgen kan hebben voor het vervangingsplan. Bovendien stelt de VRZ dat beleidsontwikkelingen in het kader van het hierboven genoemde ‘Brandweerzorg 2030’ nog gevolgen kunnen hebben voor het vervangingsplan. In dit verband is het relevant dat momenteel door de VRZ inzet gepleegd wordt om in 2021 een nieuw meerjarenbeleidsplan 2022 – 2025 vast te stellen. De uitkomsten van dit beleid kunnen, samen met het project Brandweerzorg 2030, behoorlijke financiële consequenties hebben voor de gemeentelijke bijdragen. Uw raad wordt geadviseerd de meerjarenraming voor kennisgeving aan te nemen. Daarbij wel de aanvulling om de VRZ te verzoeken om oplopende gemeentelijke bijdragen zo veel mogelijk te beperken. Deze doelstelling moet prioriteit krijgen in het Beleidsplan 2022-2025 en de beleidsontwikkelingen met betrekking tot Brandweerzorg 2030. III. Jaarstukken 2020 en resultaatsbestemming 2020 Op grond van de gemaakte afspraken in VZG verband, vastgelegd in de brief “Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland” van 19 februari 2019 worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op de jaarrekening.
Definitieve besluitvorming over de jaarstukken vindt plaats tijdens het Algemeen Bestuur van 9 juli 2021. In het jaarverslag rapporteert de VRZ over de in de programmabegroting 2020 per programma geformuleerde speerpunten. De meest belangrijke ontwikkeling in 2020 is de Covid-19 crisis. De Covid-19 crisis heeft de bedrijfsvoering van de VRZ in de brede zin aanzienlijk beïnvloed. Enerzijds door de rol die de VRZ heeft bij het bestrijden van deze crisis en anderzijds door de kabinetsmaatregelen die zijn uitgevaardigd op basis van de adviezen van het RIVM. De VRZ heeft, net als vele andere organisaties de werkzaamheden aan moeten passen aan de ontstane situatie. Resultaat De Covid-19 crisis heeft ook een financieel effect gehad op de VRZ. Het jaar 2020 is afgesloten met een positief saldo van € 1.592.009. In de tweede Bestuursrapportage 2020 wordt nog een positief resultaat verwacht van € 423.605, voornamelijk als gevolg van de Covid-19 crisis. Door de VRZ zijn minder kosten gemaakt voor de interne organisatie, maar zijn wel kosten gemaakt voor externe inhuur. Per saldo heeft de VRZ in 2020 € 1.282.894 minder kosten gemaakt. Deze vermindering van kosten is tevens de meest belangrijke verklaring voor het behaalde voordelige resultaat.
Om die reden komt de VRZ voorts niet in aanmerking voor de eventuele vergoeding van meerkosten als gevolg van de Covid-19 crisis door het Ministerie van VWS. Resultaatbestemming + stand van de reserves Door de VRZ wordt voorgesteld om het voorlopige positieve resultaat van € 1.592.009 over het boekjaar 2020 als volgt te bestemmen. 1) Inzet gemeentelijke medewerkers GRIP-4 Corona-crisis (€ 208.956) Alle Zeeuwse gemeenten hebben hun bijdrage geleverd aan de bestrijding van de Covid-19 crisis in opdracht van de voorzitter van de VRZ. De werkelijke uitbetaalde over/meeruren door gemeentelijke medewerkers (en eventueel externe vervangende inhuur voor hen) voor de inzet in de GRIP-4 Covid 19 crisis bedragen circa € 208.956. Dit betreft een inzet in het kader van crisis/ rampenbestrijding. Bij niet alle gemeenten, waaronder de gemeente Vlissingen, heeft dit geleid tot uitbetaling van door de Covid-19 crisis gemaakte overuren.
Blad 3 behorend bij 1308878
Zoals reeds uitgelegd waren de extra kosten, door de totale minderkosten bij de VRZ, niet declarabel bij het Ministerie van VWS. Het positieve resultaat over 2020 is van een dusdanige omvang dat terugbetaling van de kosten aan de gemeenten vanuit het solidariteitsprincipe op basis van de gekozen verdeelsleutel zeer goed mogelijk is. Voor 2021 zijn afspraken gemaakt om de (gemeentelijke) projectkosten t.a.v. Covid-19 te verdelen over de dertien Zeeuwse gemeenten. 2) Terugbetaling aan de gemeenten (€ 554.149) De VRZ stelt voor om een deel van het voorlopig resultaat terug te betalen aan de gemeenten op basis van de verdeelsleutel die ook van toepassing is bij de berekening voor de gemeentelijke bijdrage. Het te ontvangen bedrag per gemeente is als volgt. De definitieve bedragen per gemeente worden vastgesteld na de AB vergadering van 9 juli 2021. Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een voorlopige terugbetaling van € 57.871. 3) Bestemmingsreserve 'Uitgestelde activiteiten 2021' (€ 478.000) De VRZ stelt voor om voor een bedrag van € 478.000 een bestemmingsreserve te vormen ten laste van het resultaat van 2020. De meest belangrijke bestemming is het reserveren van geld voor het inhalen van uitgestelde trainingen en oefeningen van zowel brandweer, GHOR als crisisbeheersing.
Met het voorstel om hiervoor € 300.000 te reserveren is door uw raad reeds ingestemd bij de behandeling van de tweede bestuursrapportage VRZ 2020. 4) Dotatie aan de algemene reserve (€ 350.904) Door de toevoeging aan de Algemene reserve bedraagt het weerstandsvermogen conform de VZGnorm 5% van de totale omzet. Wat willen we bereiken? Samen met de andere twaalf deelnemende gemeenten in de VRZ, is het voor de gemeente Vlissingen van belang dat de VRZ op een financieel verantwoorde en met voldoende operationele sterkte de genoemde wettelijke taken kan vervullen. Dit is van groot belang voor de veiligheid van de burgers in Zeeland. Door deze zienswijzeprocedure als onderdeel van de procedure tot vaststelling van de eerste begrotingswijziging 2021, de programmabegroting 2022 en het jaarverslag 2020 zijn de Zeeuwse gemeenteraden in staat om het hiervoor genoemde belang te controleren Wat gaan we ervoor doen? Door het geven van een zienswijze door uw raad op de voorliggende begrotingswijziging, programmabegroting en jaarverslag kan het Algemeen Bestuur van de VRZ op 9 juli 2021 de genoemde stukken definitief vaststellen. Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Zoals uit de toelichting in deze nota en de onderliggende stukken blijkt staat de VRZ in de komende beleidsperiode voor een aantal financiële en operationele/beleidsmatige uitdagingen.
Het is van belang dat deze uitdagingen in het nieuwe beleidsplan 2022-2025 inzichtelijk worden gemaakt en dat de raden van de deelnemende gemeenten in het beleidsvormingsproces worden betrokken. Oplopende kapitaallasten als gevolg van noodzakelijk vervangingsinvesteringen van brandweermaterieel en oplopende loonkosten laten in de meerjarenraming 2023 t/m 2025 een stapsgewijze stijging van de gemeentelijke bijdrage zien. Het effect bedraagt in de jaarschijf 2025 ten opzichte van de jaarschijf 2022 € 1.677.500. Hieronder is weergegeven wat de geprognotiseerde verhoging betekent voor de bijdrage van de gemeente Vlissingen.
Blad 4 behorend bij 1308878
Wat mag het kosten? Programmabegroting 2022 De Vlissingse bijdrage op grond van de programmabegroting 2022 ziet er voor het begrotingsjaar 2022 als volgt uit:
Programmabegroting 2021 - Reguliere bijdrage - Bevolkingszorg
Bijdrage 2021
Bijdrage 2022
Verschil 2022 (tov 2021)
€ 3.011.284 € 19.252
€ 3.055.955. € 19.485
€ 44.671 233
Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een gemeentelijke bijdrage in 2022 van € 3,075 mln. De structurele verhoging is meegenomen in de gemeentelijke begroting 2022. Meerjarenraming 2022-2025 De geprognotiseerde Vlissingse bijdrage (exclusief bevolkingszorg) op grond van de meerjarenraming 2022-2025 ziet er op grond van de concept programmabegroting 2022 VRZ als volgt uit: Bijdrage 2022 Bijdrage 2023 Bijdrage 2024 Bijdrage 2025 € 3.055.955 € 3.107.247 € 3.170.382 € 3.234.043 + € 44.671 + € 51.292 + € 63.135 + € 63.661 Deze geprognotiseerde verhoging van de gemeentelijke bijdrage in de periode 2022-2025 van € 51.292 (2023) naar € 178.088 (2025) wordt meegenomen in de Kadernota 2022. Jaarrekening 2020 De eenmalige uitkering van € 57.871 wordt definitief gemaakt na de AB vergadering van de VRZ van 9 juli 2021 en wordt vervolgens als eenmalig voordeel opgenomen in de tweede bestuursrapportage 2021. Wat en hoe gaan we communiceren? De zienswijzen van uw raad wordt voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van de VRZ. Op basis van de zienswijzen van de dertien deelnemende gemeenten worden de eerste begrotingswijziging 2021, de programmabegroting 2022 en het jaarverslag 2020 definitief vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de VRZ van 9 juli 2021
Blad 5 behorend bij 1308878