5.6 rvs Vaststelling bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen bijlage 4 toelichting
Tekst van het document
Het gebied heeft een groene basis waarin slechts 20% bebouwing mogelijk is. Het is een gebied waar geen grote groepen mensen (langdurig) zullen verblijven. Vluchtroutes zijn aanwezig in noordelijke en oostelijke richting, van het water af. Beperkte verantwoording groepsrisico In de 'Risico-inventarisatie en verantwoording van het groepsrisico' opgesteld 18 januari 2021 is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld en zijn mogelijke maatregelen als tijdige alarmering, expliciete communicatie vooraf en het realiseren van vluchtroutes van de risicobron af voorgesteld. De Risico-inventarisatie en verantwoording van het groepsrisico is opgenomen in bijlage 8. Conclusie Er liggen verschillende risicovolle bronnen in de omgeving van het plangebied, waaronder de transportroute over de Westerschelde. Uit bestaande gegevens en onderzoeken valt op te maken dat deze geen onaanvaardbare risico's voor het plangebied vormen. Verder ligt het invloedsgebied voor Van Citters Beheer over het plangebied. Er is hiervoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld waaruit blijkt dat er met de nodige voorzorgsmaatregelen sprake is van een aanvaardbaar risico. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Veiligheidsregio Zeeland heeft in het kader van het vooroverleg advies gegeven door ruimtelijke en bouwtechnische maatregelen die getroffen kunnen worden. Met betrekking tot het opstijgen en landen van de helikopter is in paragraaf 4.13 geconcludeerd dat de 10-6-risicocontour is gelegen binnen het terrein van het JCV (zie ook bijlage 6). Er is dan ook geen sprake van relevant risico voor de omgeving. Binnen het plangebied worden daarnaast geen BEVI-inrichtingen toegestaan.
4.14 Ecologie Toetsingskader Wet natuurbescherming (Wnb) Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
59/180
Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en; 3.
de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. In de provincie Zeeland heten deze gebieden dan ook NNZ (Natuurnetwerk Zeeland). Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod.
De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren.
60/180
GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zeeland In de provincie Zeeland worden in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage IV bij deze verordening.
Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ligt op circa 150 m en betreft Westerschelde & Saeftinghe. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van ongeveer 700 m (figuur 4.14.2).
4.14.1 Ligging plangebied ten aanzien van Natura 2000-gebieden (bron:AERIUS Calculator) 61/180
Figuur 4.14.2 Ligging plangebied ten aanzien van NNN (Provincie Zeeland) Wel ligt het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe op dusdanig geringe afstand (circa 150 m) dat externe effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden. In dit kader is een voortoets opgesteld (bijlage 10). Hieronder is per aspect uitgewerkt welke effecten te verwachten zijn en of er maatregelen nodig zijn om significant negatieve effecten uit te kunnen sluiten. Oppervlakteverlies Het plangebied maakt geen deel uit van het Natura 2000-gebied, maar voorziet in de huidige situatie wel in functies voor de doelsoorten. Voor de kuifeend verdwijnen met het plan hoogwatervluchtplaatsen voor maximaal 20 exemplaren. Gezien de staat van instandhouding en gunstige populatietrend is dit geen significant negatief effect. Voor de bruine kiekendief gaat een deel foerageergebied verloren. Ook voor deze soort komen de instandhoudingsdoelen niet in het geding als gevolg van de ontwikkeling. Er worden dan ook geen significant negatieve effecten verwacht. Verstoring Geconcludeerd is dat verstoring door helikoptervluchten incidenteel zal voorkomen, maar niet zal leiden tot significante effecten op de instandhoudingsdoelen van het aangrenzende Natura 2000-gebied. Daarbij gelden de volgende overwegingen.
Langs deze noordoever van de Westerschelde is reeds veel dagelijkse verstoring aanwezig in de vorm van windturbines achter de dijk, fietsers, wandelaars en honden onderaan de dijk, havenactiviteiten aan de westzijde en scheepvaartbewegingen naar en van deze haven. Het JCV genereert gemiddeld slechts 6 vliegbewegingen per maand die mogelijk deels over het Natura 2000-gebied zullen voeren. Uitgaande van een helikoptersnelheid van 200 km/uur (ca 3,3 km/minuut) duurt de lokale verstoring van vogels door een passerende helikopter minder dan een minuut.
62/180
Bij onderzoek naar het verstorende effect van helikopters bij Maritiem Vliegkamp De Kooy, op korte afstand van de Waddenzee, is gebleken dat opvliegende vogels in de meeste gevallen 1-3 minuten in de lucht blijven. Uit een vergelijking van de energetische kosten die gemoeid zijn met extra vliegen als gevolg van passages van 5 helikopters (10-15 minuten extra vliegen) voor rosse grutto's en kanoeten en de snelheid waarmee door deze soorten voedsel kan worden opgenomen, blijkt dat de extra vliegtijd kan worden gecompenseerd in 10-15 minuten foerageertijd. Bij de beoogde 6 vliegbewegingen per maand vanuit het JCV is deze verstoring en de benodigde compensatietijd derhalve verwaarloosbaar klein (circa 15 minuten per maand).
Meer dan geringe optische verstoring als gevolg van werkzaamheden, gebruik of helikoptervluchten is vanwege de omringing van de zeedijk, hoge begroeiing en reeds gevestigde windturbines niet te verwachten. Significant negatieve effecten zijn uitgesloten. Met de aanleg is het van belang dat er gebruik wordt gemaakt van geluidsarme heitechnieken zodat de relevante 47 dB(A)-contour niet over het Natura 2000-gebied valt. Voor andere werkzaamheden zal het geluidsniveau beperkter blijven en helpt het dat de zeedijk een afscherming vormt. Geluidsarme heitechnieken in acht nemend, kunnen significant negatieve effecten als gevolg van verstoring door geluid worden uitgesloten. Met betrekking tot verstoring als gevolg van licht is het nodig dat er maatregelen worden genomen zoals speciale verlichting (rood-arm licht en speciale armaturen). Daarmee kan worden uitgesloten dat er extra verstoring plaatsvindt ten aanzien van de referentiesituatie en dat er negatieve effecten optreden voor instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Westerschelde en Saeftinghe. Vermesting en verzuring Als gevolg van stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden in de omgeving kan vermesting en/of verzuring een bedreiging zijn voor de instandhoudingsdoelen van deze gebieden.
De stikstofdepositie die als gevolg van de ontwikkelruimte die het bestemmingsplan biedt kan ontstaan, is door Tauw berekend met AERIUS Calculator (bijlage 9, Tauw, 2023). Daarbij is zowel de stikstofdepositie in de aanleg- als in de gebruiksfase berekend. Resultaten Uit de berekeningen blijkt dat er een toename in stikstofdepositie ten gevolge van het plan kan optreden op de Natura 2000-gebieden Westerschelde & Saeftinghe en Manteling van Walcheren. Daarom is ervoor gekozen om mitigerende maatregelen in te zetten, namelijk externe saldering met een aantal dierplaatsen van een varkensbedrijf in Boudewijnskerke en landbouwgronden aan de Visodeweg. Na het treffen van deze maatregel blijft er een beperkte toename in stikstofdepositie over voor een beperkte oppervlakte van enkele hexagonen van het Natura 2000- gebied Westerschelde & Saeftinghe. Uit de opgestelde passende beoordeling (bijlage 10) blijkt dat de depositie op deze hexagonen in de praktijk geen effect heeft op de beschermde natuurwaarden en daarmee op het behalen van de instandhoudingsdoelen. Met inachtneming van de aangegeven maatregelen treden geen negatieve effecten op voor beschermde natuurwaarden in de omgeving.
63/180
In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee wordt gewaarborgd dat aanleg en gebruik van het Stadslandgoed slechts mag plaatsvinden als voldoende stikstofdepositie van de saldogevende activiteiten daadwerkelijk is beëindigd en de bijbehorende toestemmingen zijn ingetrokken. In het plangebied zijn bovendien de agrarische percelen ten oosten van de Visodeweg opgenomen. Voor deze gronden is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee - als deze gronden worden ingezet ten behoeve van externe saldering van de stikstofdepositie als gevolg van het bestemmingsplan Stadslandgoed - de bemesting ook planologisch kan worden geëlimineerd. Soortbescherming Om te onderzoeken of zich beschermde soorten (flora en fauna) in het plangebied bevinden waarop de ontwikkeling mogelijk een negatief effect kan hebben, is een quickscan ecologie gedaan (bijlage 11). Uit de quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor amfibieën, broedvogels met jaarrond beschermde nesten, flora, grote vos, haas, konijn, kleine marterachtigen en steenmarter, vleermuizen en de waterspitsmuis. Naar de functie van het plangebied voor deze soorten is nader onderzoek verricht (bijlage 12). Binnen het projectgebied is een nestlocatie van de buizerd en een roestplaats van de kerkuil vastgesteld.
In het projectgebied zijn minimaal 20 verblijfplaatsen van de haas te verwachten en is een verblijfplaats van het konijn vastgesteld. Ook zijn een verblijfplaats van de bunzing, twee verblijfplaatsen van de steenmarter en drie verblijfplaatsen van de wezel te verwachten. Tot slot is er een vliegroute van de gewone dwergvleermuis vastgesteld binnen het projectgebied. Tijdens het onderzoek zijn geen individuen of beschermde functies aangetroffen van de alpenwatersalamander, rugstreeppad, grote vos en de waterspitsmuis in het projectgebied. Er zijn tevens geen exemplaren aangetroffen van de bokkenorchis, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw en de stijve wolfs . De nestlocatie van de buizerd, de roestplaats van de kerkuil, de verblijfplaatsen van de bunzing, haas, konijn en de steenmarter en de vliegroute van de gewone dwergvleermuis kunnen tijdens de werkzaamheden worden aangetast en vernield. Daarnaast kunnen individuen worden verstoord en gedood gedurende de geplande ontwikkeling. Het is noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen voor de verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10, indien de aanwezige, beschermde functies door de werkzaamheden worden aangetast. Dit zal dan ook gedaan worden indien de werkzaamheden daar aanleiding toe geven.
Daarnaast wordt aanbevolen kolonisatie van het projectgebied door de rugstreeppad te voorkomen, en werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Ook wordt aanbevolen geen nachtelijke verlichting te gebruiken om vleermuizen niet te verstoren. Doordat 30% van het stadslandgoed een groene functie krijgt, is afdoende ruimte beschikbaar voor eventuele mitigerende maatregelen. Zo kan bij de ontwikkeling van het zuidelijke deel rekening gehouden met de aanwezigheid van het buizernest en blijven de vliegroutes voor de gewone dwergvleermuis behouden, dan wel worden ze verplaatst. Voor deze maatregelen wordt eerst ontheffing aangevraagd. Daarmee is het bestemmingsplan voor het onderwerp soortenbescherming op basis van de Wnb uitvoerbaar. Conclusie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van beschermde natuurgebieden. Versnippering als gevolg van de ontwikkeling is daarmee uitgesloten. Verontreiniging of verdroging kunnen gezien de aard van de ontwikkeling ook op voorhand worden uitgesloten.
64/180
Om de andere aspecten te onderzoeken is een voortoets opgesteld. Hieruit blijkt dat: significant negatieve effecten als gevolg van oppervlakteverlies voor doelsoorten uitgesloten kunnen worden; verstoring als gevolg van helikoptervluchten niet tot significant negatieve effecten zal leiden, voorbehoudend de in de tekst opgenomen overwegingen; verstoring als gevolg van licht voorkomen kan worden door het treffen van enkele maatregelen; optische verstoring niet te verwachten is; verstoring als gevolg van geluid tijdens de aanlegfase significant kan zijn, maar voorkomen kan worden door geluidsarme heitechnieken toe te passen; er geen sprake zal zijn van negatieve effecten als gevolg van vermesting of verzuring. Het is noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen voor de verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10, indien de aanwezige, beschermde functies van de hiervoor genoemde soorten door de werkzaamheden worden aangetast. Op voorhand kan worden aangenomen dat een dergelijke ontheffing kan worden verleend. Daarmee is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op dit onderdeel voldoende onderbouwd.
4.15 Leidingen en kabels Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied is een gasleiding en hoogspanningsleiding aanwezig ter plaatse van de Visodeweg. Verder is een rioolpersleiding aanwezig binnen het plangebied. Rioolpersleiding Door het plangebied (langs de Visodeweg en de Havenweg) loopt een rioolpersleiding. Voor deze leiding geldt een zakelijk rechtstrook van 5 m aan weerszijden van de leiding. Binnen deze strook is in beginsel geen bebouwing anders dan ten behoeve van de leiding toegestaan. Deze persrioolleiding wordt naar aanleiding van de nieuwe inrichting van het gebied verplaatst naar een tracé elders aan de oostzijde van het plangebied. Om de realisatie van de nieuwe rioolpersleiding mogelijk te maken, zal een brede zone worden voorzien van een dubbelbestemming, die realisatie van de leiding mogelijk maakt en die voorts dient ter bescherming van het leidingbelang Hogedrukaardgasleiding De hogedrukaardgasleiding loopt in de noordrand van het gebied Buitenhaven (zie ook paragraaf externe veiligheid). Deze leiding bevindt zich aan de noordrand van het plangebied ter plaatse van de nieuwe aansluiting van de Visodeweg op de Marie Curieweg. Ook deze leiding heeft een zakelijk rechtstrook van 5 m aan weerszijden van de leiding.
Er zal contact opgenomen worden met de leidingbeheerder voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden. Hiervoor zal een vergunning aangevraagd worden.
65/180
Hoogspanningsverbinding Voor een onbelemmerde bedrijfsvoering dient een zakelijk rechtstrook van 2 x 35 m breed te worden aangehouden, gemeten vanuit het hart van de bovengrondse leiding. De indicatieve zone bedraagt 80 m aan weerszijden. Deze hoogspanningsverbinding bevindt zich over het noordelijk deel van de te verbreden Visodeweg en vormt geen directe belemmering voor de beoogde werkzaamheden. Overige leidingen In het kader van toekomstige bouwactiviteiten zal tenminste drie werkdagen voor de aanvang van graafwerkzaamheden door degene die de graafwerkzaamheden uitvoert contact moeten worden opgenomen met het KLIC1, waarbij dient te worden gemeld waar en wanneer wordt gegraven. Conclusie en randvoorwaarden In het plangebied dient rekening te worden gehouden met de zakelijkrecht stroken van de aanwezige leidingen. Bij bouwactiviteiten is een KLIC-melding noodzakelijk.
66/180
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Wettelijk kader
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de gemeentelijke standaardregels voor de bestemmingsplannen zijn van belang voor bestemmingsplannen.
5.2
Opzet van de bestemmingsregeling
5.2.1 Verbeelding Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Op de verbeelding wordt met bestemmingen en aanduidingen aangegeven welk gebruik is toegestaan en of er ten behoeve van die bestemmingen mag worden gebouwd. Op de analoge verbeelding worden de bestemmingen door middel van hoofdletters aangeduid, zoals 'M' voor 'Maatschappelijk'. Met aanduidingen kan het gebruik nader worden gespecificeerd en het bouwen worden gereguleerd. 5.2.2 Regels Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde. In hoofdstuk 1 (Inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In hoofdstuk 2 (Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven.
Hoofdstuk 3 (Algemene regels) bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing). Hoofdstuk 4 (Overgangs- en slotregels) ten slotte bevat het overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Ook bij de opstelling van een bestemming (Hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden: een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voorts is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling.
67/180
Tot slot dienen de regels zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regels van andere bestemmingsplannen binnen de gemeente Vlissingen. 5.2.3 Gehanteerde bestemmingen Artikel 3 Agrarisch met waarden Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de agrarische gronden ten oosten van de Visodeweg. Binnen deze bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee de agrarische bestemming gewijzigd kan worden in de bestemming Groen of natuur, danwel waarmee een aanduiding kan worden opgenomen om bemesting van de gronden te verbieden. Als gebruik wordt gemaakt van saldering van de stikstofdepositie door de aangekochte agrarische gronden bemestingvrij te maken of uit productie te nemen, zullen deze maatregelen worden geborgd door gebruikmaking van deze wijzigingsbevoegdheid. Artikel 4 Bedrijf Deze bestemming is geprojecteerd op de gronden voor de beoogde afronding van het bedrijventerrein Poortersweg. De belangrijkste bouwregels betreffen een bebouwingspercentage van 75%, een bouwhoogte van 7 m, een minimale afstand van de gebouwen tot de openbare weg (5 m) en een minimale afstand van de gebouwen tot de zijdelingse bouwperceelsgrenzen (3 m). Aan deze bestemming is een Staat van Bedrijfsactiviteiten gekoppeld (zie bijlage 14 voor een toelichting op deze Staat). Overeenkomstig de milieuzonering zijn bedrijven t/m categorie 3.2 rechtstreeks toegelaten.
Een afwijkingsregeling is opgenomen voor bedrijven, die voorkomen in twee categorieën hoger dan de staat aangeeft en voor bedrijven, die niet in de staat voorkomen. Voor beide afwijkingsbevoegdheden geldt, dat de milieubelasting qua aard en omvang vergelijkbaar moet zijn met de rechtstreeks toegelaten bedrijven. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de realisatie van een landschappelijke inpassing binnen de bestemming ' Groen' en ten behoeve van voldoende waterberging. De opslag van materialen, goederen en stoffen is niet toegestaan vóór de voorgevels van de bedrijfsgebouwen met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – opslag'. Artikel 5 Gemengd - Stadslandgoed De gronden ten zuiden van de Havenweg en ten westen van het JCV zijn bestemd met bestemming 'Gemengd Stadslandgoed'.
Hierbinnen zijn naast de bescherming en ontwikkeling van een robuuste groen- en waterstructuur, bestaande uit opgaande beplanting, water en open graslandvegetaties de volgende functies toegestaan: dagrecreatie; horeca t/m categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten (zie bijlage 13 voor een toelichting op deze Staat); voorzieningen gericht op cultuur in de buitenlucht; maatschappelijke voorzieningen en commerciële instellingen gericht op de thema's waterhuishouding, duurzame voedselproductie, energie en klimaat; kennis- en onderzoeksinstellingen, laboratoria; proefvelden; kinderboerderij; grondgebonden agrarisch gebruik, met dien verstande het aanwenden van dierlijke mest en/of kunstmest en veehouderij niet zijn toegestaan volkstuinen ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - 2' en 'overige zone 3'; verblijfsrecreatie ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' .
68/180
Wegen, paden, water en groenstructuren, maar ook parkeervoorzieningen passen binnen deze bestemming. Binnen deze bestemming is een flexibele indeling mogelijk. Een aantal elementen is vastgelegd. Zoals de laanbeplanting langs de Havenweg en een invulling met minimaal 30% robuuste groen en waterstructuur. Binnen deze groene invulling is extensieve dagrecreatie toegestaan. Daarnaast is er maximaal 20% bebouwing per bouwperceel met een maximale hoogte van 7 m toegestaan oplopend in zuidelijke richting naar 10 m (met afwijkingsmogelijkheid naar 12m). Voor de bouwhoogte van overige bouwwerken zijn de volgende aanduidingen met maximale hoogtes opgenomen: 1. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - 1': 7 m; 2. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - 2': 15 m, met dien verstande dat de hoogte van vrijstaande windturbines ten hoogste 21 m bedraagt; 3. ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - 3': 20 m; In het landschapsplan op hoofdlijnen (bijlage 1) zijn voorwaarden opgenomen voor de landschappelijke inpassing en de robuuste groen en waterstructuur. Artikel 6 Groen De bestemming Groen wordt gehanteerd voor de landschappelijke inpassing van het JCV en het bedrijventerrein. De bestemming is vooral bedoeld voor (opgaande) beplanting.
Daarnaast zijn daarbij behorende (lees: ondergeschikte) functies toegestaan, zoals bijvoorbeeld ontsluitingswegen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze bestemming mogen vrijwel uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een bouwhoogte van 3 m. Ten behoeve van de nodige kavelruil voor de nieuwe ontsluiting van de agrarische percelen ten oosten van de Visodeweg is mogelijk compensatiegrond nodig, ter plaatse van de bestemming 'Groen', waarmee aan de noordzijde van het JCV, ten oosten van de Visodeweg wordt voorzien in de benodigde landschappelijke inpassing. Als deze gronden agrarisch gebruikt worden, zal de landschappelijke inpassing ter plaatse van de bestemming Maatschappelijk moeten worden gerealiseerd. Daartoe is een regeling opgenomen, gekoppeld aan de aanduiding 'agrarisch' binnen de bestemming Groen de aanduiding 'groen' binnen de bestemming Maatschappelijk. Artikel 7 Maatschappelijk De gronden voor het JCV hebben de bestemming 'Maatschappelijk' met de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - JVC'. Hier zijn een justitieel complex, groen, water en verkeer- en parkeervoorzieningen toegestaan. De gronden zijn flexibel in te richten. Voor het gebruik is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de realisatie van een landschappelijke inpassing binnen de bestemming Groen en ten behoeve van voldoende waterberging.
Daarnaast zijn bebouwingspercentages (50%) en maximale bouwhoogtes aangegeven. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de binnenwaarde van maximaal 35 dB(A) ten aanzien van industrielawaai bij bedruimtes in het justitieel complex te borgen. Artikel 8 Recreatie Voor de gronden aan de Deinsvlietweg ten westen van het volkstuinencomplex is de huidige bestemming Recreatie overgenomen, inclusief de daarvoor geldende wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming Agrarisch met waarden.
69/180
Artikel 9 Verkeer De Oostelijke Bermweg en Visodeweg hebben de bestemming Verkeer. De benodigde verbreding van de Visodeweg is hierin meegenomen. Binnen deze bestemming zijn de gebruikelijke verkeersfuncties met daarnaast bijbehorende groen- en speelvoorzieningen en water toegestaan. Artikel 11 Leiding - Gas De zakelijk rechtstrook van de in het plangebied voorkomende aardgastransportleiding bedraagt 2 x 4 m uit het hart van de leiding. Deze gronden hebben deze dubbelbestemming verkregen. Op grond van de regels behorend bij deze bestemming mag uitsluitend worden gebouwd na instemming van de leidingbeheerder (Nederlandse Gasunie). Artikel 12 Leiding - Hoogspanningsverbinding De zakelijk rechtstrook van de in het plangebied voorkomende hoogspanningsverbinding bedraagt 2 x 35 m uit het hart van de verbinding. Deze gronden hebben deze dubbelbestemming verkregen. Op grond van de regels behorend bij deze bestemming mag uitsluitend worden gebouwd na instemming van de leidingbeheerder, die aan deze instemming (veiligheids)voorschriften kan verbinden (TenneT). Artikel 13 Leiding - Riool Gronden met deze bestemming zijn mede bestemd voor een strook ten behoeve van een rioolleiding.
Op grond van de regels behorend bij deze bestemming mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Artikel 14 Waarde - Archeologie 1 Artikel 14geeft de bestemmingsomschrijving, bouwregels, afwijkingsmogelijkheden en specifieke gebruiksregels voor de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. In deze gebieden is op grond van eerder onderzoek geconstateerd dat er archeologische waarden aanwezig zijn. Deze dubbelbestemming geldt voor de waardevolle archeologische vindplaatsen zoals beschreven in het selectiebesluit: Marinierskazerne Vlissingen selectiebesluit met vindplaatsenkaart. Voorwaarden uit dit selectiebesluit zijn opgenomen in bijlage 4 van de regels en maken onderdeel uit van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Artikel 15 Waarde - Archeologie 2 Artikel 15geeft de bestemmingsomschrijving, bouwregels, afwijkingsmogelijkheden en specifieke gebruiksregels voor de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'.
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Het grote verschil met de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' is dat er in dit gebied archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, maar dat daar geen zekerheid over bestaat. Dit vraagt met name bij graafwerkzaamheden om extra aandacht. Artikel 16 Waterstaat Artikel 16 geeft de bestemmingsomschrijving, bouwregels, afwijkingsmogelijkheden en specifieke gebruiksregels voor de dubbelbestemming 'Waterstaat'. Deze zone ligt langs de primaire waterkering aan de westzijde van het plangebied en dient ter bescherming van de waterstaatsfunctie. In deze zone mag zeer beperkt worden gebouwd.
70/180
De voor 'Waterstaat' aangewezen gronden zijn, mede bestemd voor: a. beschermingszone van een primaire waterkering; b. waterberging of waterloop met een waterhuishoudkundige of waterstaatkundige functie; c. voet- en rijwielpaden; d. andere voorzieningen dan genoemd onder a en b met een waterstaatkundige functie; e. nutsvoorzieningen; f. wiekoverslag van windturbines. 5.2.4 Algemene regels Artikel 17 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld in geval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. De anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Artikel 18 Algemene bouwregels Dit artikel bevat één lid. Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Artikel 19 Algemene aanduidingsregels Het gehele plangebied is gelegen in de geluidszone van het gezoneerd industrieterrein 'Buitenhaven'. Hiervoor is de aanduiding 'geluidszone - industrie' opgenomen. Slechts onder voorwaarden zijn op deze locaties geluidsgevoelige functies toegestaan.
Voor de vrijwaringszone langs de dijk bij de Oostelijke Bermweg is een vrijwaringszone opgenomen waarbinnen opslag en bewerking van explosiegevaarlijk materiaal niet is toegestaan. Artikel 20 Algemene afwijkingsregels Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) is een algemene afwijkingsregel opgenomen. Artikel 21 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2' te verwijderen, te wijzigen of het bestemmingsvalk van vorm te veranderen. Artikel 22 Algemene gebruiksregels In dit artikel is het strijdig gebruik vermeld. Tevens is hier een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van het realiseren van voldoende parkeergelegenheid. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de externe saldering van de stikstofdepositie van het Stadslandgoed Nieuwerve juridisch te borgen. 5.2.5 Overgangs- en slotbepalingen In Artikel 23 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. Artikel 24 bevat de slotregel van het bestemmingsplan.
71/180
72/180
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1 Voorontwerpbestemmingsplan In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de diverse overleginstanties. Daarnaast is het voorontwerp gedurende de ter inzage legging aan eenieder ter inspraak aangeboden. De ingediende reacties zijn opgenomen in een Antwoordnota (bijlage 15). 6.1.2 Vaststellingsprocedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen van 26 januari tot en met 8 maart 2023 (op grond van artikel 3.8, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze periode heeft iedereen de mogelijkheid gehad een zienswijze kenbaar te maken. Na de zienswijzeprocedure is de raad bevoegd tot vaststelling van het bestemmingsplan. 6.1.3 Beroep Na vaststelling van het bestemmingsplan geldt na publicatie een beroepstermijn van 6 weken. Het bestemmingsplan wordt hiervoor weer ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling daarvan is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vast moet stellen voor gronden waarop een bij Algemene Maatregel van Bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Bij drie ruimtelijke besluiten kan het nodig zijn om een exploitatieplan vast te stellen, namelijk bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of een omgevingsvergunning met afwijking. Om daadwerkelijk na te kunnen gaan of een exploitatieplan noodzakelijk is, dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
In dit artikel is omschreven om welke bouwplannen het gaat, namelijk: de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² bvo of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bvo bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bvo.
73/180
Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is. De anterieure overeenkomst over de ontwikkeling van het justitieel complex tussen rijk, provincie en gemeente is gesloten. Een exploitatieplan is om deze reden niet noodzakelijk. Voor de benodigde middelen voor de realisatie van het justitieel complex zijn voldoende middelen gereserveerd. Gronden worden beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van het Stadslandgoed. Er wordt een overeenkomst/convenant over het stadslandgoed tussen Provincie en gemeente gesloten.
74/180
Hoofdstuk 7
7.1
Bij vaststelling aangebrachte wijzigingen
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen
Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 8 zienswijzen ontvangen. De beantwoording van de zienswijzen is opgenomen in de 'Nota beoordeling en besluitvorming zienswijze ontwerpbestemmingsplan 'Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen''. De volgende aanpassingen vinden plaats naar aanleiding van de zienswijzen: Toelichting Paragraaf 2.2.3 en 3.2 wordt aangepast naar aanleiding van een zienswijze waarin gesteld wordt dat er een afnemende behoefte is aan toeristische standplaatsen (kampeerplaatsen). Een in april 2023 opgeleverd geactualiseerd behoefteonderzoek van de Stec Groep naar verblijfsaccommodaties in de gemeente Vlissingen, heeft ertoe geleid dat de in het bestemmingsplan geboden mogelijkheden voor verblijfsrecreatie zijn gewijzigd t.o.v. het ontwerp-bestemmingsplan. In het ontwerp-bestemmingsplan werd ruimte geboden aan de ontwikkeling van maximaal 70 verblijfsrecreatieve eenheden, waarvan maximaal 50 in de vorm van een toeristische standplaats (voor tenten en caravans), maximaal 10 eenheden in de vorm van verblijfsrecreatieaccommodatie en maximaal 10 in de vorm van camperplaatsen. In het vastgestelde bestemmingsplan wordt ruimte geboden voor maximaal 35 verblijfsrecreatieve eenheden, waarvan maximaal 25 eenheden in de vorm van verblijfsrecreatieaccommodatie en maximaal 10 in de vorm van camperplaatsen.
Paragraaf 2.2.3 en 3.2 zijn hierop aangepast. In paragraaf 4.7.2 van de toelichting wordt de juiste binnenwaarde van 35 dB(A) opgenomen t.a.v. industrielawaai, i.p.v. 33 dB. Bijlagen Toelichting Verder is het rapport 'Actualisatie behoefteraming verblijfsaccommodaties Vlissingen' van de Stec Groep bijgevoegd als bijlage bij de toelichting (bijlage 17). Regels Artikel 1 wordt als volgt aangepast: Toevoeging van definitie 1.12 bedruimte: ruimte bestemd voor een of meer bedden bestemd voor slapen. Wijziging van definitie 1.46 (vernummerd naar 1.47) kampeermiddel: een kampeerauto/camper op kampeerterreinen bestemd voor recreatief nachtverblijf waarvan de gebruikers hun hoofdgebruik elders hebben. Definitie 1.77 zomerseizoen wordt verwijderd. In artikel 5.2.3a wordt het aantal verblijfsrecreatieaccommodaties gewijzigd van maximaal 10 naar maximaal 25. In artikel 5.5.2b wordt het aantal standplaatsen gewijzigd van maximaal 70 naar maximaal 35.
75/180
Artikelen
5.5.2d en
5.5.2e waarin seizoensgebondenheid standplaatsen geregeld was, komen te vervallen.
Aan artikel 7.5 wordt een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. In artikel 7.5.1 wordt vastgelegd dat een omgevingsvergunning voor bouwen van bedruimte slechts wordt verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan de gewenste binnenwaarde van maximaal 35 dB(A) ten aanzien van het aspect industrielawaai. Artikel 12 Leiding-Hoogspanningsverbinding zal aangepast worden zodanig dat de belangen van de leidingbeheerder afdoende zijn geborgd. Het voorstel zoals overlegd met Tennet, is in de regels verwerkt. Verbeelding De belemmeringenstrook van de gedeeltelijk binnen het plangebied aanwezige bovengrondse 150 kV hoogspanningsverbinding Vlissingen Sint-Joosland Polder zal worden vergroot naar 35 meter ter weerszijde van het hart van de verbinding. Aldus zal de strook 70 meter in totaal zijn.
7.2
Ambtshalve wijzigingen
Het bestemmingsplan is op een aantal punten nader gewijzigd. Toelichting Paragraaf 4.8 Luchtkwaliteit: De Nibm Tool is aangepast naar aanleiding van het gewijzigde verwachte jaar van planrealisatie. Tabellen 4.5 en 4.6 zijn daarvoor aangepast; Paragraaf 4.14 Ecologie De tekst in de toelichting over de stikstofdepositie is aangepast op de uitkomsten van het geactualiseerde onderzoek; Paragraaf 4.14 Ecologie: onder het kopje Uitwerking verordening Wet natuurbescherming Zeeland is de opsomming van de soorten waarvoor vrijstellingen worden verleend geactualiseerd. Paragraaf 6.2 Economische uitvoerbaarheid: De tekst in de laatste 2 alinea's over de anterieure overeenkomst zal gewijzigd worden in: De anterieure overeenkomst over de ontwikkeling van het justitieel complex tussen rijk, provincie en gemeente is gesloten. Een exploitatieplan is om deze reden niet noodzakelijk. Voor de benodigde middelen voor de realisatie van het justitieel complex zijn voldoende middelen gereserveerd. Gronden worden beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van het Stadslandgoed. Er wordt een overeenkomst/convenant over het stadslandgoed tussen Provincie en gemeente gesloten. Bijlagen Toelichting Bijlage 9 Stikstofdepositieonderzoek: Er is een actuele Aeriusberekening opgenomen waarin o.a. de fasering van de aanleg van het justitieel Complex is aangepast.
Bijlage 10 Passende beoordeling: Er heeft een beperkte aanscherping plaatsgevonden van de Passende Beoordeling.
76/180
Regels Toevoeging bij wijzigingsbevoegdheid 3.6 aanvulling voorwaarden Natuur: met inachtneming van het volgende: a. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse van de in de nabijheid gelegen bestemmingen en functies; b. bij wijziging naar de bestemming Natuur geldt: 1. aangewezen gronden zijn bestemd voor: het behoud, de versterking en/of de ontwikkeling van natuurwaarden; water, groen en waterpartijen, inclusief natuurvriendelijke oevers; extensieve dagrecreatie in de vorm van wandelen, fietsen, paardrijden en verpozen en andere daarmee vergelijkbare activiteiten en de daarbij behorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; aan de bestemming ondergeschikte nutsvoorzieningen. 2. gebouwen, uitgezonderd nutsvoorzieningen en schuilvoorzieningen, zijn niet toegestaan; 3. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van terreinafscheidingen, mag ten hoogste 5.00 meter bedragen; 4. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag ten hoogste 3.00 meter bedragen. Nieuw artikel 4.1.a. (onder vernummering van het vorige artikel 4.1.a naar artikel 4.1.b.): ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag': tevens voor opslag.
Daarnaast wordt artikel 4.4 onder b aangevuld met: met uitzondering op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag'; Artikel 22.1 als volgt aangepast: Voorwaardelijke verplichting stikstof: 1. Aanleg en gebruik van het plangebied overeenkomstig de bestemmingen Maatschappelijk, Gemengd Stadslandgoed en Bedrijf is slechts toegestaan indien en voor zover de volgende bestaande stikstofemissies daadwerkelijk zijn en blijven beëindigd: a. 216,3 kg stikstofemissie, samenhangend met de in bijlage 6 genoemde aantallen dierplaatsen ter plaatse van het agrarisch bedrijf op het adres Boudewijnskerke 5, 4374 te Zoutelande, waarbij de stalinrichting voor de te verwijderen dieren fysiek en blijvend zal worden verwijderd en de volgende toestemmingen voor de betreffende stikstofdepositie onherroepelijk zijn en blijven ingetrokken: de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere op 7 juli 2020 (kenmerk: W-ABG190645/ 00234478) verleende omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 aanhef en onder i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht jo.
artikel 2.2a eerste lid, onder d en artikel 2.2aa onder a van het Besluit omgevingsrecht voor de activiteit het houden van dieren; de melding op grond van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit milieubeheer die door de varkenshouderij is ingediend op 10 december 2019, met het kenmerk M-ACT190045; en b. 22,2 kg stikstofemissie samenhangend met de bemesting, overeenkomstig het gebruik ten tijde van vaststelling van bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen, van de kadastrale percelen Gemeente Vlissingen, K 1072 Gemeente Vlissingen K 818, Gemeente Vlissingen K812, Gemeente Vlissingen K813, Gemeente Vlissingen K811, Gemeente Vlissingen K867 en/of Gemeente Vlissingen, K 868 of gedeelten hiervan.
77/180
Verbeelding De nadere uitwerking van de wegen (Visodeweg, landbouwontsluitingsweg en Deinsvlietweg) leidt tot beperkte aanpassing van de bestemmingsgrenzen van de bestemmingen Verkeer, Groen en Agrarisch en de plangrens. In het ontwerpbestemmingsplan is abusievelijk de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – weg' niet opgenomen op de verbeelding ter plaatse van de kruising Marie Curieweg / Visodeweg. Deze gebiedsaanduiding wordt alsnog opgenomen. Aanduiding (g) binnen bestemming Maatschappelijk wordt doorgetrokken parallel aan nieuw aan te leggen landbouwontsluitingsweg om de gewenste landschappelijke inpassing van 20 meter te garanderen. Ter plaatse van het perceel behorende bij het MOB-complex, wordt de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf opslag' toegevoegd.
78/180