CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.6 rvs Vaststelling bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen bijlage 4 toelichting

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve23.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen Vlissingen

2/180

DATUM IMRO IDN

29-06-2023

PROJECT PROJECTLEIDER

Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen ir. C.A. Louws

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Vlissingen 0718.20210605

AUTEUR STATUS

vastgesteld

NL.IMRO.0718.BPSL01-VA01

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Ligging plangebied

9

1.3

Geldende bestemmingsplannen

11

1.4

Leeswijzer

14

Ruimtelijk beleidskader

15

2.1

Algemeen

15

2.2

Rijksbeleid

15

2.3

Provinciaal beleid

18

2.4

Gemeentelijk beleid

21

Gebiedsvisie

25

3.1

Beschrijving plangebied

25

3.2

Beoogde inrichting

27

Toetsing aan de (milieu)aspecten

35

4.1

Besluit m.e.r

35

4.2

Verkeer en parkeren

37

4.3

Cultuurhistorie en archeologie

39

4.4

Bodemkwaliteit

43

4.5

Ontplofbare oorlogsresten

45

4.6

Water

45

4.7

Geluid

46

4.8

Luchtkwaliteit

48

4.9

Stof

50

4.10

Geur

51

4.11

Bedrijven en milieuzonering

53

4.12

Opstijgen en landen helikopter

55

4.13

Externe veiligheid

55

4.14

Ecologie

59

4.15

Leidingen en kabels

65

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/180

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

67

5.1

Wettelijk kader

67

5.2

Opzet van de bestemmingsregeling

67

Uitvoerbaarheid

73

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

73

6.2

Economische uitvoerbaarheid

73

Hoofdstuk 7

Bij vaststelling aangebrachte wijzigingen

75

7.1

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

75

7.2

Ambtshalve wijzigingen

76

Hoofdstuk 6

4/180

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2019 is besloten dat de beoogde verplaatsing van de marinierskazerne naar Vlissingen definitief geen doorgang zou vinden. Als compensatie hiervoor is het compensatiepakket 'Wind in de zeilen' uitgewerkt. Als onderdeel hiervan wordt compenserende rijkshuisvesting op een deel van de beoogde locatie voor de marinierskazerne ontwikkeld. Met de 'Visie Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen - een proeftuin in de Law Delta' (H+N+S, december 2020) is een ontwikkelingsperspectief en een ruimtelijk kader geschetst voor het gehele gebied van 60 ha. Naast het Justitieel Complex Vlissingen (JCV) wordt ruimte geboden aan (onderzoeks)faciliteiten die een relatie hebben met duurzaamheidsvraagstukken, zoals klimaatadaptatie, energietransitie en aan proefvelden voor duurzaam waterbeheer en duurzame voedselproductie. In combinatie met deze onderzoeksfuncties wordt bovendien ruimte geboden voor de ontwikkeling van leisurefuncties, met name gericht op openluchtrecreatie.

De ontwikkeling van het Stadslandgoed zoals opgenomen in voorliggend bestemmingsplan bestaat dan ook uit de volgende deelontwikkelingen:  de realisatie van het JCV (als onderdeel van het Stadslandgoed, in het noordoostelijk deel van het plangebied) realisatie van het JCV;  de benodigde aanpassingen van de toeleidende infrastructuur (Visodeweg, Oostelijke Bermweg, Havenweg);  maatschappelijke voorzieningen, proefvelden en bedrijvigheid op het gebied van duurzaamheidsvraagstukken zoals klimaatadaptatie, energietransitie, watermanagement en duurzame voedselproductie;  leisurefuncties. Deze functies (JCV, proeftuin duurzame onderzoeken en leisurefuncties) worden ingebed in het samenhangend landschap van het stadslandgoed. Ter plaatse van het MOB-complex aan de Oostelijke Bermweg wordt voorts een afronding van het bedrijventerrein Poortersweg voorzien. Als gevolg van ontwikkelingen in het veiligheidsbeeld van Nederland neem het aantal gedetineerden met extreme vlucht-, veiligheids- en maatschappelijke risico's gestaag toe. De realisatie van het JCV dient dan ook en uitdrukkelijk een nationaal en maatschappelijk belang. Om het Stadslandgoed met hierin de vestiging van het JCV en daarnaast de afronding van het bedrijventerrein mogelijk te maken is onderliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

De locatie van het Stadslandgoed met het JCV ligt in het agrarisch gebied tussen de Buitenhaven van Vlissingen en Ritthem. In basis is het plangebied voor het Stadslandgoed gelijk aan de plangrens van het inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen. In aanvulling op het Stadslandgoed en het JCV wordt in dat gebied ook uitbreiding van het bedrijventerrein Poortersweg mogelijk gemaakt (ten noorden van de Havenweg). Het gaat daarbij om het MOB-complex aan de Oostelijke Bermweg en directe omgeving. Hier wordt de noordelijke plangrens gevormd door de beheersverordening Poortersweg.

9/180

Aan de westzijde is de Oostelijke Bermweg onderdeel van het plangebied en grenst het plangebied aan het industrieterrein Buitenhaven. Aan de zuidzijde wordt de begrenzing gevormd door de Oostelijke Bermweg, het voormalig Fort De Ruyter, de rioolwaterzuivering en het slibdepot. Aan de oostzijde wordt de grens van het plangebied gevormd door de Zuidersluiswatergang. Aanvullend op het plangebied van het inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen zijn in het plangebied ook de agrarische gronden ten oosten van de Visodeweg en ten zuiden van de Deinsvlietweg opgenomen, tot aan de kavelsloot ten oosten van de Visodeweg. De reden om deze gronden op te nemen in het plangebied is dat hier een verbreding van de Visodeweg wordt gerealiseerd voor de ontsluiting van het JCV. Bovendien wordt een nieuwe perceelsontsluiting gerealiseerd tussen de Deinsvlietweg en de Havenweg, langs de kavelsloot ten oosten van de Visodeweg. Omdat voor de realisatie van het JCV aanpassing van de Visodeweg en de aansluiting hiervan op de Marie Curieweg noodzakelijk zijn, is de Visodeweg en de aansluiting op de Marie Curieweg meegenomen in dit bestemmingsplan. Datzelfde geldt voor de Oostelijke Bermweg ten zuiden van de aansluiting op de Poortersweg. De ligging van het plangebied is globaal weergegeven in figuur 1.2.1.

Figuur 1.2.1 Globale ligging plangebied (bron: luchtfoto Kadaster Nederland 2020, bewerkt)

10/180

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende planologische regimes:  het inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen, vastgesteld op 7 april 2014;  het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld op 17 december 2009 (ter plaatse van de Visodeweg en de gronden ten oosten daarvan);  het bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg, vastgesteld op 30 mei 2013 (ter plaatse van de beoogde aansluiting van de Visodeweg op de Marie Curieweg);  de beheersverordening Bedrijventerrein Poortersweg, vastgesteld op 27 februari 2014, ter plaatse van de Oostelijke Bermweg. De gronden binnen het inpassingsplan Marinierskazerne hebben de bestemming Maatschappelijk - Militair Terrein, de gronden met deze bestemming zijn bestemd voor voorzieningen en terreinen voor defensiedoeleinden, met daarbij behorende voorzieningen zoals kantoren, horeca en sport- en recreatieve voorzieningen. Binnen het bouwvlak dat op het overgrote deel van de gronden aanwezig is, mag 50% bebouwd worden en is de maximale bouwhoogte 30 m in het westelijk deel, 16 m in het deel tussen de Visodeweg en RWZI en 13 m in het meest (noord)oostelijk deel. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' in een groot deel van het plangebied en zijn er drie deelgebieden waar de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' geldt (zie figuur 1.3.1).

Figuur 1.3.1 Verbeelding inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

11/180

De Visodeweg heeft in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied' de bestemming 'Verkeer', de daaraan grenzende gronden hebben de bestemming 'Agrarisch met Waarden' en Recreatie met de functieaanduingen 'volkstuin' en 'landschapswaarden' (figuur 1.3.2). Daarnaast geldt voor het grootste deel van deze gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en geldt de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' ter plaatse van de beschermingszone van de 150 kV hoogspanningsverbinding.

Figuur 1.3.2 Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied, plangebied paars omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De gronden in het plangebied waar het bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg (figuur 1.3.3) geldt, hebben de bestemmingen 'Water', 'Groen', 'Verkeer' en 'Bedrijventerrein'. Daarnaast geldt in een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en aan de noordzijde naast de Marie Curieweg de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Het meest noordelijk deel van het plangebied valt daarnaast binnen de vrijwaringszone van de A58, waarvoor een gebiedsaanduiding is opgenomen.

12/180

Figuur 1.3.3 Uitsnede bestemmingsplan Bedrijventerrein Souburg, plangebied rood omkaderd (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Voor de gronden in het plangebied waar de beheersverordening Bedrijventerrein Poortersweg (figuur 1.3.4) vigeert, geldt de functieaanduiding Infrastructuur. Daarnaast geldt hier de dubbelbestemming 'Waterkering' en de gebiedsaanduiding 'Gezoneerd industrieterrein'.

Figuur 1.3.4 Uitsnede beheersverordening Bedrijventerrein Poortersweg, plangebied rood omkaderd (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

13/180

1.4

Leeswijzer

In het vervolg van de toelichting worden de volgende onderwerpen behandeld,  Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van relevant beleid van de verschillende overheden en North Seaports en hoe de ontwikkeling zich tot het beleid verhoudt.  Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de huidige situatie en beoogde ontwikkeling.  Hoofdstuk 4 beschrijft ruimtelijke en milieuaspecten van de ontwikkeling. Per thema worden conclusies getrokken over verwachte effecten en randvoorwaarden.  Hoofdstuk 5 is een toelichting op de regels die in het bestemmingsplan per bestemming zijn opgenomen.  Hoofdstuk 6 gaat in op de aspecten van uitvoerbaarheid.

14/180

Hoofdstuk 2 2.1

Ruimtelijk beleidskader

Algemeen

De basis voor de ontwikkeling van het Stadslandgoed is gelegen in het bestuursakkoord dat Provincie Zeeland, gemeente Vlissingen, waterschap Scheldestromen en het Rijk op 26 juni 2000 hebben afgesloten met betrekking tot het zogenoemde Compensatiepakket Zeeland. Met dat bestuursakkoord wordt het advies Wind in de Zeilen van de Commissie Wientjes integraal overgenomen. Dat advies heeft betrekking op het compensatiepakket voor de regio als gevolg van het niet doorgaan van de verhuizing van de Marinierskazerne naar Zeeland/Vlissingen. Onderdeel van het bestuursakkoord is (citaat): 'de vestiging van een 'Law Delta' op het beoogde terrein van de marinierskazerne; een justitieel complex met een hoogbeveiligde zittingslocatie, een gevangenis (met als onderdeel een Extra Beveiligde Inrichting) en een beveiligde werk- en overnachtingslocatie. Hierbij hoort ook een Strategisch kenniscentrum Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit.' Een tweede belangrijk element uit het advies en het bestuursakkoord is de (citaat): 'Oprichting van het Delta Kenniscentrum (nu: Delta Climate Center red.) voor voedsel, water en energie op de Kenniswerf in Vlissingen. Een hoogwaardig centrum van onderwijs, onderzoek en kennisontwikkeling in de hele keten van mbo-hbo-wo.' Met het Stadslandgoed Nieuwerve worden deze ontwikkelingen geconcretiseerd.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het planologisch mogelijk maken van de met het Bestuursakkoord Compensatiepakket Zeeland beoogde Law Delta in de vorm van het Justitieel Centrum Vlissingen en onderzoeks- en onderwijsvoorzieningen ten behoeve van het Delta Climate Center. Dit bestuursakkoord is - los van het ruimtelijk beleid van rijk, provincie en gemeente -een belangrijke bestuurlijke legitimatie voor voorliggend bestemmingsplan.

2.2

Rijksbeleid

2.2.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land:  dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;  met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;  waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;  met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;

15/180

   

waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.

Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Het waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit) is een nationaal belang dat relevant is voor onderliggend project. Toetsing Naast het Justitieel Complex Vlissingen (JCV) wordt ruimte geboden aan faciliteiten die een relatie hebben met klimaatadaptatie en energietransitie en aan proefvelden voor bijvoorbeeld het Delta Climate Center: een breed nog nader op te richten samenwerkingsverband van Zeeuwse kennisinstelling en op het gebied van water, voedsel en energie. Binnen het Stadslandgoed wordt ruimte gemaakt voor onderzoek naar de vraagstukken rondom klimaatadaptatie. Deze invulling past dan ook goed bij de in de NOVI gestelde doelen.

2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk heeft met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vastgelegd. Het gaat om regels voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de kust, grote rivieren en militaire terreinen. Bij een besluit tot wijziging d.d. 28 augustus 2012 zijn aan dit Besluit regels toegevoegd ten aanzien van primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Dit bestemmingsplan kan voldoen aan deze regels uit het Besluit. Toetsing Voor het plangebied geldt dat bij de ontwikkeling van het voorgenomen plan geen nationale belangen uit het Barro in het geding zijn. 2.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden volgens de systematiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven.

16/180

Toetsing Ter plaatse van het plangebied is momenteel een marinierskazerne mogelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het terrein planologisch doorontwikkeld voor het JCV, het Stadslandgoed en afronding van bedrijventerrein Poortersweg. De bebouwingsmogelijkheden die het voorliggend bestemmingsplan biedt zijn geringer dan die uit het geldende inpassingsplan, de uiteindelijke ontwikkeling leidt met de realisatie van het Stadslandgoed tot een minder verstedelijkt gebied dan voorheen was beoogd met de realisatie van de marinierskazerne. Dit betekent dat de ontwikkeling niet aangemerkt wordt als nieuwe stedelijke ontwikkeling en dus niet getoetst hoeft te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Wel worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening behoefte, nut en noodzaak van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. JCV Het kabinet heeft besloten om de strijd tegen de zware misdaad op te voeren. Deze intensivering werkt door in de strafrecht- en executieketen. Er is een stijgende behoefte aan capaciteit voor beveiligd vervoer, plaatsen voor gedetineerden in de zwaardere regimes en meer extra beveiligde zittingscapaciteit. Met de komst van het JCV krijgt de strafrechtketen meer slagkracht op het hoogste beveiligingsniveau.

Als gevolg van ontwikkelingen in het veiligheidsbeeld van Nederland neemt binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) het aantal gedetineerden met extreme vlucht-, veiligheids- en maatschappelijke risico's gestaag toe. Voor deze gedetineerden is een hoog tot zeer hoog beveiligingsniveau noodzakelijk. De bestaande voorzieningen zitten echter tegen het maximum van hun capaciteit. Daarnaast is het zowel vanuit het belang van de opsporing en vervolging, het tegengaan van ongewenste netwerkvorming in detentie als het beheersen van het dreigingsrisico tegen de inrichtingen om dergelijke verdachten/gedetineerden gescheiden van elkaar te kunnen plaatsen. Bovendien is een tweede extra beveiligde inrichting gewenst, waarbij de combinatie van gevangenhouden en de aanwezigheid van een hoog beveiligde zittingslocatie op een complex zorgt voor meer efficiëntie en minder risicovolle vervoersbewegingen. De ontwikkelingen in het veiligheidsbeeld van Nederland hebben ook hun weerslag op de strafrechtketen. Het kabinet heeft daarom besloten te investeren in de bewaking en beveiliging van advocaten, officieren van justitie en rechters die bij de opsporing, vervolging en berechting van leden van de zware georganiseerde criminaliteit betrokken zijn.

Naast deze persoonsbeveiliging stelt dit offensief ook eisen aan de beveiliging van de zittingslocaties waar extra risicovolle zittingen gehouden worden. De bestaande hoog beveiligde zittingslocaties zijn in aantal onvoldoende om in de vraag vanuit Rechtspraak en OM te voorzien. Een zo spoedig mogelijke realisatie van het JCV dient dan ook en uitdrukkelijk een nationaal en maatschappelijk belang. Met een tweede EBI ontstaat een verdubbeling van de capaciteit om de toename van extreem gevaarlijke gedetineerden op te vangen. Daarnaast biedt een tweede EBI de mogelijkheid om gedetineerden van elkaar te scheiden. Deze spreiding helpt voortgezet crimineel handelen in detentie en georganiseerde criminaliteit te voorkomen.

17/180

Dit alles heeft ertoe geleid dat er op het nieuw aangewezen terrein van het Justitieel Complex Vlissingen een hoog beveiligde zittingslocatie zal worden gerealiseerd. De ontwikkeling past binnen een nationale behoefte. Stadslandgoed De ontwikkeling van de functies uit het Stadslandgoed zal gefaseerd en marktgestuurd zijn. Onder meer de opgestelde gebiedsvisie 'Visie Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen - een proeftuin in de Law Delta' is hier richtinggevend. De exacte invulling is nog niet bekend, de bestemmingsregeling biedt flexibiliteit om hierin een afweging gericht op de behoefte te maken. In april 2023 heeft de Stec Groep een actualisatie van de behoefteraming naar verblijfsaccommodaties in de gemeente Vlissingen uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat er extra behoefte bestaat aan hotelkamers en vakantieparkhuisjes en er een afnemende vraag is naar toeristische standplaatsen. Met onderliggend bestemmingsplan wordt binnen het Stadslandgoed ruimte geboden aan de ontwikkeling van maximaal 35 verblijfsrecreatieve eenheden, waarvan maximaal 25 eenheden in de vorm van verblijfsrecreatieaccommodatie en maximaal 10 in de vorm van camperplaatsen. Deze ontwikkeling voorziet in een deel van de behoefte zoals die is bepaald in het geactualiseerde behoefteonderzoek uit 2023.

Bedrijventerrein De afronding van het bedrijventerrein Poortersweg is opgenomen in de regionale programmering voor bedrijventerreinen, waarmee een regionale afstemming is geborgd.

2.3

Provinciaal beleid

2.3.1 De Zeeuwse Omgevingsvisie De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. De verandering van het klimaat als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen heeft ingrijpende gevolgen. De zeespiegel stijgt en weerextremen zoals overvloedige neerslag, lange periodes van hitte en droogte en stormen gaan vaker optreden. Dit resulteert in een groter risico op overstroming, wateroverlast, hittestress en ernstig watertekort/droogte. De gevolgen van klimaatverandering zijn zeker voor Zeeland van belang. Bescherming tegen het water, maar ook het gebruik van het water verdient daarom de continue aandacht. De provincie wil binnen haar mogelijkheden haar bijdrage leveren aan het beperken van het klimaatprobleem; zowel aan de bron als in de gevolgen.

18/180

Toetsing Door ruimte te reserveren voor instellingen en voorzieningen ten behoeve van onderzoek naar thema's als klimaatadaptatie, energietransitie en aan proefvelden voor bijvoorbeeld het Delta Climate Center voor water, voedsel en energie wordt bijgedragen aan het zoeken naar oplossingen voor de relevantie thema's rondom klimaatverandering. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de doelen uit de omgevingsvisie. 2.3.2 Provinciale omgevingsverordening 2018 De provinciale belangen uit het Omgevingsplan Zeeland 2018 worden geborgd via de Provinciale omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, vastgesteld op 21 september 2018. De verordening bevat geen specifieke regels gericht op de het JCV. Voor verblijfsrecreatie en uitbreiding bedrijventerreinen zijn specifieke regels opgenomen. Deze worden hierna getoetst. Verblijfsrecreatie Op grond van de Omgevingsverordening Zeeland 2018, is het plangebied gelegen buiten de in de verordening aangeduide kustzone. Voor de nieuwvestiging van verblijfsrecreatie binnen het Stadslandgoed geldt artikel 2.11: Verblijfsrecreatie buiten de kustzone. Artikel 2.11 luidt als volgt: 1. In een bestemmingsplan wordt een nieuw verblijfsrecreatieterrein of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein uitsluitend toegelaten in bestaand stedelijk gebied en met inachtneming van de overige bepalingen van deze verordening.

In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aannemelijk gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage D onder 3 opgenomen uitgangspunten. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, krachtens een bestemmingsplan, de nieuwvestiging of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein reeds is toegelaten met dien verstande dat de afwijking van de bepalingen van deze verordening niet mag worden vergroot. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op een nieuw verblijfsrecreatieterrein dat gerealiseerd wordt in de vorm van een nieuw landgoed en buitenplaats, zoals bedoeld in bijlage C bij artikel 2.7, onder 3. 4. In afwijking van het eerste lid is uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein toegelaten buiten bestaand stedelijk gebied, met dien verstande dat in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage D onder 3 opgenomen uitgangspunten. 5. In afwijking van het eerste lid kan een nieuw verblijfsrecreatieterrein worden toegelaten buiten bestaand stedelijk gebied indien in de toelichting op het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage D onder 4 opgenomen uitgangspunten.

Toetsing Gezien de bestemming en bouwmogelijkheden van het huidige inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen, kunnen de in het inpassingsplan opgenomen gronden aangemerkt worden als bestaand stedelijk gebied. Artikel 2.11 van de provinciale verordening laat hier verblijfsrecreatie toe met inachtneming van de overige bepalingen uit de verordening. Daarnaast moet aannemelijk worden gemaakt dat voldaan kan worden aan de uitgangspunten uit bijlage D onder 3.

19/180

Een eenduidig Zeeuws kwaliteitsniveau verschaft helderheid over de gewenste kwaliteit van de verblijfsrecreatie voor ondernemers en biedt een gelijk speelveld. Om de potenties van het recreatieve product van de Zeeuwse Kwaliteitskust optimaal te benutten, moet nieuwvestiging van een verblijfsrecreatieterrein in bestaand stedelijk gebied minimaal aan onderstaande basiskwaliteit voldoen (bijlage D onder 3 van de Provinciale omgevingsverordening 2018). 

Economische haalbaarheid: Ontwikkelingen zijn aantoonbaar economisch uitvoerbaar, vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair bouwen. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving.

Omdat er nog geen concrete plannen zijn voor de ontwikkeling van een verblijfsrecreatief product zijn deze voorwaarden opgenomen in de regels van het bestemmingsplan en op deze manier geborgd. Uitbreiding bedrijventerrein Voor de uitbreiding van een bedrijventerrein geldt dat aannemelijk gemaakt dient te worden dat (Artikel 2.3): a. het plan bijdraagt aan of niet in strijd is met de doelstelling dat 80 procent van de bedrijvigheid regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan grootschalige bedrijventerreinen en; b. duurzaam beheer en onderhoud van het bedrijventerrein gewaarborgd is. Toetsing Bedrijventerrein Poortersweg is aangemerkt als een Grootschalig bedrijventerrein zoals bedoeld in de omgevingsverordening. De uitbreiding van het bedrijventerrein sluit aan op de regionale bedrijventerreinenprogrammering. De Gemeente Vlissingen maakt afspraken over het beheer en onderhoud van het bedrijventerrein. De ontwikkeling voldoet hiermee aan de provinciale omgevingsverordening.

20/180

2.3.3 De Zeeuwse Bosvisie Rijk en provincies willen meer bos voor toekomstige generaties. Daarom hebben zij samen de landelijke bossenstrategie ondertekend. Meer bos is nodig om invulling te geven aan klimaatdoelstellingen en om de biodiversiteit te verbeteren. Het streven is om eind 2030 tien procent extra bos te realiseren in Nederland. In de Zeeuwse Bosvisie staat beschreven hoe de Provincie Zeeland hier uitvoering aan wil geven. Het plangebied is in de Zeeuwse Bosvisie aangewezen als zoekgebied 2 ('versterk de kleinschaligheid'), waar gedeeltelijke verdichting middels beplanting is gewenst. Hier liggen kansen voor het verder versterken van het kleinschalige karakter van de aanwezige kreekruggen door het toevoegen van beplanting. Met name kleinschalige landschapselementen zoals singels, lanen, hagen, kavelgrensbeplantingen, wegbeplantingen, erfbeplantingen, knotwilgen en solitaire bomen passen bij het oudland. Omdat het oudland een rijke historie kent, ligt het voor de hand om hier met de toevoeging van beplantingen bij aan te sluiten. Daarnaast liggen er in de overwegend agrarische gebieden hier ook kansen voor de toepassing van agroforestry. Toetsing en conclusie De ontwikkeling van het Stadslandgoed bevat de ontwikkeling van een groen casco met lanen en groene inpassingen.

Van het zuidelijk deel van het plangebied wordt minimaal 30% groen ingericht waarbij opgaande beplanting een grote rol speelt. De belangrijkste elementen van het landschap van het Stadslandgoed worden bovendien vastgelegd in een landschapsplan op hoofdlijnen. Er wordt met de ontwikkeling uitwerking gegeven aan de doelstellingen die in de Zeeuwse Bosvisie zijn genoemd.

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1 Structuurvisie 2020 Vlissingen een stad aan zee, een zee aan ruimte (2009) Het Vlissingens gemeentebestuur heeft in 2009 de structuurvisie vastgesteld waarin de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in Vlissingen zijn beschreven. In de structuurvisie wordt voor bedrijventerrein in zijn algemeenheid een beleid geformuleerd dat uitgaat van het toepassen van milieuzonering. Hiermee wordt voorkomen dat in de toekomst problemen ontstaan. Zo wordt ingezet op een duurzame ontwikkeling die de kwaliteit van de leefomgeving verbetert. Zware industrie wordt geconcentreerd in het havengebied Vlissingen-Oost. Het gaat vooral om bedrijven die veel geluid of stank produceren of risicovol zijn vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Ook het provinciale beleid is hierop gericht. De terreinen op en rond de Buitenhaven zijn vooral geschikt voor haven gebonden activiteiten, of activiteiten die niet toegestaan zijn op de stedelijke bedrijventerreinen, omdat ze een zwaardere milieubelasting met zich meebrengen.

21/180

Figuur 2.4.1 Visiekaart Structuurvisie Vlissingen 2020 Op 30 mei 2013 heeft de gemeenteraad een actualisatie van de gemeentelijke structuurvisie vastgesteld. Daarin is expliciet aangegeven, dat het faciliteren van de marinierskazerne als economische motor voor Vlissingen en het faciliteren van het FES-project Buitenhaven (in afgeslankte vorm) voor de periode 2013-2017 een speerpunt is, waaraan hoge prioriteit wordt toegekend. Nu daarvan geen sprake is heeft de gemeente ingestemd met de ontwikkeling van het Stadslandgoed en de komst van het JCV.

22/180

2.4.2 Milieubeleid Klimaat & Energie (2016 ) Het milieubeleid van de gemeente Vlissingen is gericht op de speerpunten duurzaamheid, integrale gebiedsontwikkeling en goede afstemming tussen milieu en ruimtelijke ordening. Deze speerpunten moeten bij de verdere planontwikkeling rondom de Buitenhaven worden betrokken. 2.4.3 Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan 2012-2020 (GVVP) Op 19 april 2012 heeft de gemeenteraad het GVVP vastgesteld. Het doel van dit plan is het vastleggen van het verkeers- en vervoersbeleid voor de gemeente Vlissingen voor de periode tot 2020 met inachtneming van de ruimtelijke, demografische en verkeerskundige ontwikkelingen alsmede met het rijks-, provinciale- en regionale beleid. Voor het gehele plangebied geldt dat gestreefd wordt naar een goede bereikbaarheid voor alle doelgroepen. Daarnaast dient aandacht te worden besteed aan veilige transporten van en naar het JCV. Conclusie Het gemeentelijke ruimtelijke beleid vormt geen belemmering voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling, zie ook paragraaf 4.2. Vanuit milieuoogpunt zal rekening gehouden moeten worden met de milieu-invloed van al gevestigde of planologisch mogelijke bedrijven. Tenslotte zal rekening gehouden moeten worden met de uitgangspunten uit het GVVP.

23/180

24/180

Hoofdstuk 3

Gebiedsvisie

Na het in 2012 genomen besluit voor de vestiging van de marinierskazerne in Vlissingen is op 4 juli 2014 het inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen vastgesteld. In aanloop naar de definitieve vestiging van de kazerne binnen het plangebied zijn diverse ondernemers uit het plangebied vertrokken. Op 14 februari 2020 is besloten dat de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen niet door gaat en is - zoals hiervoor beschreven - met het compensatiepakket 'Wind in de Zeilen' een nieuw plan opgesteld voor onderliggend plangebied.

3.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied voor het Stadslandgoed is grotendeels gelijk aan het plangebied van de voorheen beoogde marinierskazerne. In aanloop naar deze ontwikkeling is het gebied grotendeels gereed gemaakt voor de vestiging van de kazerne en is momenteel sprake van gronden die in gebruik zijn als agrarische grond, dan wel braak liggen. Het gebied vormt de overgang tussen het zeehaven- en industrieterrein Buitenhaven Vlissingen en het landelijk gebied rondom de kern Ritthem.

Figuur 3.1.1 Begrenzing plangebied (bron: luchtfoto Kadaster Nederland 2020)

25/180

Figuur 3.1.2 Aanwezige functies in en om het plangebied (bron: luchtfoto Kadaster Nederland 2020, bewerkt) Het plangebied omvat de volgende functies (zie figuur 3.2): 1. diverse percelen die in gebruik zijn als weiland of akkerland; 2. het voormalige mobilisatiecomplex van het Korps Nationale Reserve (Natres). Ter plaatse werden materialen en voertuigen van de Nationale Reserve opgeslagen. Het terrein fungeerde als logistiek complex voor de marine. Het terrein was in gebruik door de nationale reserve voor onder meer de Host Nation (NAVO troepenverplaatsing). Het gebruik is inmiddels als zodanig beëindigd. In de directe omgeving van het plangebied is bedrijvigheid gevestigd, te weten: 3. de rioolwaterzuivering Ritthem, waar het waterschap Scheldestromen het afvalwater uit de regio Walcheren zuivert en vervolgens loost op de Westerschelde. Naast de rioolwaterzuivering ligt een gronddepot, waar het slib uit de zuivering wordt gedroogd, voordat het elders weer wordt gebruikt; 4. het brandweeroefencentrum, waar trainingen worden verzorgd in het bestrijden van branden en calamiteiten; 5. het bedrijf Vesta, waar vloeibare brandstoffen met een hoog brandpunt (zogenaamde Klasse 3 en Klasse 4 stoffen) worden opgeslagen in bovengrondse opslagtanks; 6. het bedrijventerrein Poortersweg. Dit is een traditioneel bedrijventerrein, waar een mix van bedrijven is gevestigd.

Tevens zijn hier een dierenasiel en de gemeentelijke milieustraat gevestigd; 7. Windpark Zeeland I BV. Zeven windturbines in lijnopstelling uit 1997, met een masthoogte van 36 m; 8. Melkveehouderijbedrijf Cazant V.O.F. met kavels aangrenzend aan het plangebied; 9. bedrijventerrein Souburg; 10. Sorteerbedrijf voor Zand en Grind Vlissingen De bedrijvigheid is gesitueerd in de nabijheid van de kern Ritthem (nr. 11) en Oost-Souburg (nr. 12).

26/180

In de toelichting wordt aandacht geschonken aan de activiteiten van deze bedrijven, voor zover deze gehandhaafd blijven, de mogelijke effecten ervan op de ontwikkeling en vice versa. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden; op een afstand vanaf ca. 600 m ligt de bebouwde kom van de kern Ritthem. Door het plangebied loopt een rioolpersleiding die langs de Visodeweg en vervolgens Havenweg en Zuidersluiswatergang naar de rioolwaterzuivering loopt. De Visodeweg en de Havenweg zijn karakteristieke Walcherse wegen met Zeeuwse hagen als onderdeel van het naoorlogse landschapsplan Walcheren. Het gebied is omkadert door de primaire waterkering waarvan zonering uitstrekt tot in plangebied. De voormalige vuilnisbelt, waar voorheen een naturistencamping gevestigd was, in het zuidwesten van het plangebied is nog te herkennen door het hoogteverschil ter plaatse.

3.2

Beoogde inrichting

Als onderdeel van het compensatiepakket 'Wind in de zeilen' wordt compenserende Rijkshuisvesting op een deel van de beoogde locatie voor de marinierskazerne ontwikkeld. Met de 'Visie Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen - een proeftuin in de Law Delta' (H+N+S, december 2020) is een ontwikkelingsperspectief en een ruimtelijk kader geschetst voor het gehele gebied van 60 ha. Naast het Justitieel Complex Vlissingen (JCV) wordt ruimte geboden aan faciliteiten die een relatie hebben met klimaatadaptatie en energietransitie en aan proefvelden voor bijvoorbeeld het Delta Climate Center voor water, voedsel en energie en extensieve vormen van dagrecreatie die passend zijn binnen het landgoed. De ontwikkeling van het Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen bestaat uit verschillende deelontwikkelingen:  Ontwikkeling van het JCV: 1. ontwikkeling van JCV met een extra beveiligde zittingslocatie (EBZ), een beveiligde werk- en overnachtingslocatie, een gevangenis (met als onderdeel een Extra Beveiligde Inrichting) en een steunpunt voor Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O); 2. benodigde aanpassingen van de toeleidende infrastructuur (Visodeweg, Oostelijke Bermweg, Havenweg); 3. een robuuste landschappelijke inpassing.  Ontwikkeling van het Stadslandgoed Nieuwerve, bestaande uit: 1.

een robuuste groen- en waterstructuur die zorgt voor de ruimtelijke structuur van het gebied en ruimte biedt aan dagrecreatieve (medegebruiks)functies; 2. een gebruiksruimte, waarin instellingen, dag- en verblijfsrecreatie, horeca en maatschappelijke voorzieningen en bedrijvigheid op het gebied van duurzaamheidsvraagstukken zoals klimaatadaptatie, energietransitie, watermanagement en duurzame voedselproductie een plek kunnen vinden.  Afronding van het aangrenzende bedrijventerrein Poortersweg ter plaatse van het huidige MOB-complex en aangrenzende gronden met een landschappelijke inpassing.

27/180

In figuur 3.2.1 is de begrenzing van het plangebied, en de verschillende deelgebieden daarbinnen, aangeven.

Figuur 3.2.1 Weergave deelgebieden binnen het plangebied Het Stadslandgoed Nieuwerve De Visie Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen biedt het kader voor de ontwikkeling van het Stadslandgoed. Het JCV is hiervan een belangrijk programmaonderdeel, aanjager van de gebiedsontwikkeling. Door echter in te zetten op een bredere landschapsontwikkeling met een groenblauw casco van grachten, bossen en lanen ontstaat een robuust landschap met nieuwe kwaliteiten. Het concept van het Stadslandgoed maakt ontwikkeling mogelijk in de gebruiksruimte van bijvoorbeeld hoogwaardige bedrijven, laboratoria, hand in hand met de realisatie van een hoogwaardig natuur- en recreatiegebied.

28/180

Figuur 3.2.2 Indicatieve verbeelding Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen (bron: H+N+S Landschapsarchitecten) De belangrijkste structuren uit de visie Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen zijn uitgewerkt in een landschapsplan op hoofdlijnen (bijlage 1). In dit landschapsplan is bijvoorbeeld de T-vormige ontsluiting met laanstructuur en blauwe assen uitgewerkt en zijn voorwaarden met principeprofielen voor de landschappelijke inpassing van het totale gebied opgenomen.

Figuur 3.2.3 Hoofdstructurenkaart (bron: Landschapsplan op hoofdlijnen Stadslandgoed Vlissingen, Rho Adviseurs)

29/180

De dichtheid van bebouwing binnen het Stadslandgoed is laag. Dit past bij het groene karakter van het Stadslandgoed. De landschappelijke inpassing aan de oostzijde (met opgaande beplanting met een minimale breedte van 20 m) zorgt er voor dat de bebouwing vanuit Ritthem zoveel mogelijk aan het zicht wordt onttrokken. Wat betreft de hoogte van de bebouwing blijven de principes en voorwaarden uit het provinciaal inpassingplan voor de marinierskazerne gelden. Dit betekent een maximale bouwhoogte van 13 tot 16 m en een maximale bouwhoogte van 7 tot 10 m (onder voorwaarden 12 m) buiten het JCV. Naast het JCV worden binnen het Stadslandgoed gebruiksfuncties, in de vorm van proefvelden, opslagruimte en laboratoria, gericht op actuele vraagstukken zoals klimaatadaptatie, energietransitie, watermanagement en duurzame voedselproductie mogelijk gemaakt. Het op te richten Delta Climate Center kan hierin een rol spelen. Daarnaast zijn vrijetijdsfuncties die passen binnen het beoogde landgoed karakter toegestaan. Hierbij speelt de landschapsbeleving een belangrijke rol en kan gedacht worden aan een natuurspeeltuin, moutainbikeparcours, waterrecreatie (suppen, kanoën et cetera), een bezoekerscentrum en openluchttheater, maar ook minigolf en lichte horeca (restaurant, tearoom).

Ook is grondgebonden agrarisch gebruik toegestaan in beperkte vorm, daarbij moet gedacht worden aan productie van groente voor het eigen restaurant etc. Bemesting is daarbij uitgesloten. De balans tussen schaal van de activiteiten en de landschappelijke beleving en kwaliteit van het gebied is een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van het stadslandgoed. Dagrecreatie is slechts toegestaan indien deze qua aard, schaal en maat past bij het stadslandgoed. Een beperkt aantal eenheden (maximaal 35) verblijfsrecreatie in de vorm van verblijfsrecreatieaccommodaties (maximaal 25) en camperplaatsen (maximaal 10) is tevens mogelijk. Hierbij wordt ingezet op bijzondere concepten, die aansluiten op de kenmerken van het gebied en de beoogde toekomstige ontwikkeling. In combinatie met de dagrecreatieve functies in het stadslandgoed kan dit een extra impuls voor zowel de dag- als verblijfsrecreatie vormen. Van ontwikkelingen binnen het stadslandgoed wordt een evenredige bijdrage in de realisatie van de robuuste groenen waterstructuur verlangd om tot het landgoed te komen. Dit kan door ontwikkeling van groen en water op het eigen perceel maar ook door een investering in de realisatie van de structuur.

Ontwikkelingen gaan gepaard met een strook opgaande beplanting om het perceel met een gemiddelde breedte van 10 m óf een equivalente oppervlakte opgaande beplanting, water of natuur elders in het Stadslandgoed.

Figuur 3.2.4 Impressie Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen (bron: H+N+S Landschapsarchitecten) 30/180

Justitieel Complex Vlissingen Locatie Zomer 2020 is een discussie gestart over de locatiekeuze van de JCV tussen het rijk en de regio. Om een integrale afweging te kunnen maken over de locatiekeuze is het College van Rijksadviseurs (Cra) gevraagd om een integraal en onafhankelijk advies op basis waarvan de locatiekeuze kon worden gemaakt. Dit heeft geleid tot een studie, bestaande uit een gebiedsanalyse en visievorming voor het gebied. In het opgeleverde rapport is een ruimtelijk perspectief met bijbehorende hoofdstructuur voor de gehele locatie geschetst. Daarbinnen zijn de locatiekeuze en de contouren van het JCV bepaald en zijn het benodigde ruimtebeslag en de ontsluitingsprincipes getoetst aan de locatie. Vanuit omringende functies en de bestaande situatie van het plangebied is er sprake van randvoorwaarden die bepalend zijn voor de locatiekeuze van de functie JCV. Dit betreft: 1. de aanwezigheid van een geurcontour rondom het RWZI; 2. de aanwezigheid en toekomstige verzwaring van de primaire waterkering met beschermingszones; voor primaire keringen gelden beschermingszones waaronder niet of onder voorwaarden gebouwd mag worden. Deze primaire kering zal waarschijnlijk vóór 2050 worden versterkt waarbij de dijk mogelijk verhoogd en verder landinwaarts gelegd zal worden. Hierdoor zal een deel van de westzijde van het plangebied onderdeel van de primaire kering worden.

Het tracé van de toekomstige dijk is nog niet bekend. Daarnaast vormt de dijk voor een justitieel complex een potentieel risico in verband met inkijk en zicht op het complex. Vanuit deze veiligheidsvoorwaarden is het van belang om het JCV zover mogelijk van de dijk af te situeren; 3. de aanwezigheid van de windturbines; voor de afstand tussen windturbines en kwetsbare objecten (gevangenis) dient vanuit de Handreiking Risiconormering Windturbines' 250 m afstand te worden gehouden; 4. aanwezigheid van archeologische waarden: in het westelijk deel van het plangebied ten zuiden van de Havenweg zijn behoudenswaardige vindplaatsen en definitief archeologisch beperkingengebieden aanwezig. Behoud in situ is uitgangspunt; 5. bodemverontreiniging; aan de westzijde van het plangebied zowel boven als onder de Havenweg is sprake van ernstige verontreiniging waar, indien op deze gronden het JCV wordt gerealiseerd, een aanzienlijke saneringsopgave aanwezig is op grond van de Wet bodembescherming; 6. vanuit externe veiligheid heeft het de voorkeur om buiten het invloedsgebied van de bedrijven aan de Buitenhaven te bouwen. Bovengenoemde randvoorwaarden hebben geleid tot een locatiekeuze zoals opgenomen in de Visie Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen. In december 2020 is deze visie op een informatiebijeenkomst gepresenteerd.

De dorpsraad van Ritthem heeft in reactie daarop alternatieve locaties voorgesteld: een locatie ten zuiden van de Havenweg aan de westzijde van het plangebied en een locatie aan de noordzijde van de Havenweg gelegen op een deel van de door Cra voorgestelde locatie voor het JCV. Beide locaties zijn in januari 2021 door het Rijk beoordeeld. Aan de dorpsraad is tijdens een aanvullend overleg op 18 januari 2021 nadere uitleg gegeven over de locatiekeuze en de redenen waarom alsnog niet gekozen is voor de door de dorpsraad aangegeven alternatieven.

31/180

De eerste locatie aan de westzijde van het plangebied viel af door de aanwezigheid van de behoudenswaardige archeologie en aanwezige bodemverontreiniging. Tevens is de locatie gedeeltelijk gelegen in de invloedssfeer van de windmolens. De locatie ligt ook dicht bij het dijklichaam wat in verband met potentiële inkijk ongewenst is. Voor de tweede locatie is bezien of een west-oost ontwikkeling (start ontwikkeling en zwaartepunt bebouwing van west naar oost) mogelijk zou zijn (zoals voorgesteld werd). Het rijk heeft echter toen geconcludeerd dat een ontwikkeling van de Penitentiaire Inrichting (PI) gedeeltelijk op het smalle stuk van de kavel strijdig is met de voorwaarde van de Extra beveiligde Inrichting (EBI) als PI binnen een PI. Hiervoor is het namelijk noodzakelijk dat er voldoende programma rondom de EBI kan worden gesitueerd, wat onmogelijk was op het smalle deel van de kavel. Bovendien zou door de west-oost richting een niet-efficiënt in te delen inrichting ontstaan (minder overzichtelijk en veel hoeken in de omtrekbeveiliging). Tevens zou de afstand tot de dijk kleiner worden wat het risico op inkijk vergroot wat vanuit veiligheidsperspectief niet gewenst is. Na deze afweging heeft het college op 26 januari 2021 het besluit genomen op de visie en daarmee de definitieve locatiekeuze gemaakt voor het JCV.

De gekozen locatie wordt ook vanuit de verschillende ruimtelijke aspecten aanvaardbaar geacht. Daarbij is zeker ook de afstand tot Ritthem meegewogen. Het JCV wordt middels een groen-blauwe gordel aan het zicht onttrokken. Dit is juridisch-planologisch vastgelegd in de regels behorend bij dit bestemmingsplan. Het nu als open ervaren gebied zal veranderen en hierdoor verdichten. Dit wordt echter niet onacceptabel geacht en vormt geen onaanvaardbare belemmering voor de uitvoering van het plan. Een stedelijke functie met een stevige groene omkadering was reeds in het Inpassingsplan voor de Marinierskazerne opgenomen en is in die zin geen verandering. De toegestane hoogte van de bebouwing is gelijk gebleven dan wel verlaagd. Programma Het Justitieel Complex (JCV) Vlissingen wordt een complex waarbij delen van de strafrechtketen op één terrein worden gesitueerd om de veiligheid optimaal te kunnen borgen. JCV Vlissingen omvat de volgende functies:  een extra beveiligde zittingzaal (EBZ);  een penitentiaire inrichting (PI) voor zwaardere doelgroepen met een extra beveiligde inrichting en steunpunt voor de Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O);  een beveiligde faciliteit waar rechters, officieren van justitie en advocaten kunnen overnachten en werken. In de EBZ worden strafrechtzittingen gehouden waarbij sprake is van verhoogde veiligheidsrisico's.

De Penitentiaire Inrichting (PI) Vlissingen wordt een van de zwaarst beveiligde inrichtingen van Nederland. Tezamen vormen deze functies een noodzakelijke schakel in de toekomstige strafrechtketen. Binnen het JCV is onderscheid te maken tussen functies die zich binnen de omtrekbeveiliging (in de vorm van een ringmuur) bevinden en functies die zich buiten de omtrekbeveiliging bevinden. Functies binnen de ringmuur Binnen de omtrekbeveiliging bevinden zich de penitentiaire inrichting (PI) voor zwaardere doelgroepen en de extra beveiligde inrichting. De EBZ krijgt een eigen identiteit, om daarmee de scheiding van rechtspraak en executie helder uit te dragen, ook in de vormgeving en ruimtelijke inpassing in het complex heeft EBZ een eigen identiteit. De EBZ krijgt een eigen ingang vanuit de openbare ruimte.

32/180

Daarnaast wordt een faciliteit gerealiseerd waarin procespartijen tijdens meerdaagse zittingen in een beveiligde context kunnen overnachten en werken. PI Vlissingen bestaat uit uitgebreid beveiligde units, een extra beveiligde unit en een entreegebouw en ondersteunende (kantoor/facilitaire) faciliteiten. Om de veiligheid te borgen, zijn diverse maatregelen noodzakelijk, zoals beperkt zicht op de delen binnen de ringmuur van buitenaf (bijvoorbeeld vanaf gebouwen in de omgeving), een extra ruime veiligheidszone buiten de ringmuur (als onderdeel van de omtrekbeveiliging), ruime afstand tot transport/opslag van gevaarlijke stoffen. De uitgebreid beveiligde inrichting wordt gerealiseerd voor (hoog) risicovolle gedetineerden waarbij het op-een-na zwaarste beveiligingsniveau van toepassing is. Er worden in totaal 192 plaatsen gerealiseerd. De EBI is een gevangenis in een gevangenis: een geheel zelfvoorzienende, kleinschalige, accommodatie met 30 plaatsen met een eigen omtrekbeveiliging. Functies buiten de ringmuur Buiten de omtrekbeveiliging, direct naast de PI Vlissingen, wordt een zogenoemd DV&O-(Dienstverlening en Ondersteuning)steunpunt voor Bijzondere Ondersteuning Teams (BOT) gerealiseerd. Het gaat hierbij om onder andere een inpandige stalling en werkplekken.

De (gezamenlijke) voorzieningen voor alle gebruikersgroepen van het jCV binnen en buiten de omtrekbeveiliging bevinden zich ook buiten de omtrekbeveiliging. Het betreft onder andere circa 500 parkeerplaatsen voor personeel en bezoek en een representatieve opstelplaats voor de pers. Ontsluiting Om de veiligheid te waarborgen, dienen er minimaal twee toegangsmogelijkheden tot het JCV te komen. Een toegangsweg voor bezoekend verkeer via de Havenweg, en een toegangsweg uitsluitend voor het overige verkeer naar het JCV (risicotransport en bevoorrading). Hierdoor kunnen verkeersstromen gescheiden worden. De huidige ontsluitingswegen door de polder in de richting van Ritthem en de N662 zijn zeer smal en ongeschikt voor een hoog risico transport. Daarom worden de Visodeweg en de Oostelijke Bermweg geschikt gemaakt voor tweerichtingsverkeer door verbreding van het wegdek tot een weg met twee gescheiden rijstroken. Om de verbreding van het profiel van de Visodeweg mogelijk te maken zijn delen van de naastgelegen agrarische percelen benodigd. Daarnaast wordt er een nieuwe aansluiting van de Visodeweg op de Marie Curieweg in het noorden van het plangebied gemaakt. De Visodeweg wordt alleen toegankelijk voor bestemmingsverkeer naar het JCV. De verbinding met de Deinsvlietweg en de fietsverbinding naar Poortersweg komen dan ook te vervallen.

Daarnaast zal een afzonderlijke ontsluiting voor landbouwvoertuigen van de aangrenzende agrarische percelen worden gerealiseerd aan de oostzijde van deze percelen. De Havenweg zal ter hoogte van de ontsluiting van het JCV een weg voor uitsluitend bestemmingsverkeer, met uitzondering van het fiets- en voetverkeer, worden. Naast transport over de weg kunnen er per helikopter (hoog-risico) transporten naar deze locatie plaatsvinden. De landplaats van deze helikopter wordt binnen de muren van de PI gerealiseerd. Aangrenzende gronden De noord- en oostrand van het JCV wordt gevormd door een zone waarin een robuuste landschappelijke inpassing met opgaande streekeigen beplanting met een breedte van minimaal 20 m wordt gerealiseerd als onderdeel van het Stadslandgoed. Door deze beplanting wordt het zicht op de bebouwing in het Stadslandgoed vanuit Ritthem en omliggende percelen ontnomen. Daarnaast wordt in deze strook waterberging voorzien. De meest noordelijke rand van de landschappelijke inpassing biedt daarnaast ruimte voor een compensatiegebied voor de eigenaren van de omliggende agrarische gronden, in verband met de voor de verbreiding van de Visodeweg benodigde oppervlakte agrarische gronden (ruilverkaveling).

33/180

De rioolpersleiding die momenteel door het voor JCV bestemde gebied loopt, zal verplaatst worden naar de noordoostrand van het plangebied. Afronding bedrijventerrein Poortersweg Het bedrijventerrein Poortersweg wordt afgerond met het terrein van het MOB-complex en aangrenzende gronden, met een totale oppervlakte van ongeveer 4,5 ha. Dit terrein vormt ook de overgang van het bestaande bedrijventerrein naar het Stadslandgoed. De afronding laat daarom ook een lagere milieu-categorie toe dan in het bedrijventerrein Poortersweg is toegestaan. Het terrein wordt landschappelijk goed ingepast. De bouwhoogte van de gebouwen sluit met maximaal 7 m aan bij de bebouwing uit het Stadslandgoed, de bebouwingsdichtheid met een bouwpercentage van 75% sluit aan bij Poortersweg. Aan de westzijde van het nieuwe bedrijventerrein zal een landschappelijke inpassing worden gerealiseerd, bestaande uit een strook met een breedte van 5 m, bestaande uit streekeigen opgaande beplanting.

34/180

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan de (milieu)aspecten

Besluit m.e.r

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.

Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer betreft. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de ontwikkeling van een gebied van ongeveer 67 hectare. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarden. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Daarnaast zijn er 2 situaties waarin meer nodig kan zijn dan alleen een vormvrije m.e.r.-beoordeling. 1. In onderdeel D 6.1 is opgenomen dat een eventueel luchthavenbesluit voor de aanleg, inrichting of het gebruik van een luchthaven als bedoeld in de Wet Luchtvaart m.e.r.-beoordelingsplichtig is indien de start- of landingsbaan lager is dan 1 km of als er helikopters kunnen landen. Indien geen luchthavenbesluit nodig is, is er geen sprake van m.e.r.-beoordelingsplicht bij het bestemmingplan. 2. Indien een passende beoordeling voor het aspect ecologie nodig is, is er mogelijk sprake van een plan-m.e.r.-plicht.

Er is geen luchtvaartbesluit noodzakelijk voor het beoogde initiatief. Wel is een passende beoordeling opgesteld.

35/180

Als voor een ontwikkeling een passende beoordeling moet worden opgesteld, dient in beginsel ten behoeve van het bestemmingsplan een plan-MER-procedure te worden doorlopen. Met het Besluit van 9 december 2020 tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (twintigste tranche)) is daar echter verandering in gekomen. Voor lokale plannen voor kleine gebieden en voor kleine wijzigingen worden uitzonderingen gemaakt op de algemene plan-mer-plicht. Voor die situaties kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling, ook als extern wordt gesaldeerd en een passende beoordeling wordt opgesteld. Om gebruik te maken van het criterium lokale plannen voor 'kleine gebieden' gelden drie voorwaarden. In de eerste plaats moet het gaan om een plan waarvoor een bestuursorgaan van de gemeente het bevoegde gezag is. Dat is bij het bestemmingsplan voor het Stadslandgoed het geval. De gemeenteraad is immers het bevoegde gezag. Ten tweede moet het gaan om een (plan)gebied dat in verhouding tot het totale grondgebied van het bevoegd gezag (gemeentelijk grondgebied) klein is. Voor 'kleine gebieden' kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Afdeling van 29 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO9187.

In deze uitspraak oordeelde de Afdeling dat een bestemmingsplan voor de uitbreiding met 650.000 m3 van een bestaande stortplaats met een capaciteit van 2.000.000 m3 en enkele ondergeschikte nevenactiviteiten, ziet op een klein gebied op lokaal niveau (als bedoeld in de smb-richtlijn). Zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling van 19 mei 2021 (Texel), ECLI:NL:RVS:2021:1054). Hierin overweegt de Afdeling expliciet dat voor 'kleine gebieden' aansluiting kan worden gezocht bij de hierboven aangehaalde uitspraak uit 2010. Het Stadslandgoed Nieuwerve beslaat ongeveer 2% van de landoppervlakte van de gemeente. Afgezet ten opzichte de oppervlakte van de gemeente (inclusief wateroppervlak waaronder de natuurgebieden) bedraagt dit percentage 0.2%. Daarmee kan worden gemotiveerd dat voldaan wordt aan de (louter kwantitatieve) voorwaarde van een 'klein gebied'. Ten derde moet uit de plan-mer-beoordeling van het bevoegd gezag blijken dat de vaststelling of wijziging van het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft. Uit de uitgevoerde passende beoordeling volgt (gelet op de externe saldering) dat per saldo geen sprake is van een stikstoftoename op overbelaste habitats. Gelet op het voorgaande is het niet nodig om voor het bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve een planMer op te stellen en kan worden volstaan met een vormvrije mer-beoordeling.

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een m.e.r-beoordelingsnotitie opgesteld op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit zal nemen over de noodzaak van een milieueffectrapportage voor de voorgenomen planontwikkeling. De m.e.r-beoordelingsnotitie is bijgevoegd als bijlage 1. Uit deze notitie blijkt dat een milieueffectrapportage niet nodig is.

36/180

4.2

Verkeer en parkeren

Verkeersstructuur Ontsluiting van het Stadslandgoed zal plaatsvinden via de Visodeweg, de Oostelijke Bermweg en de Havenweg. De Oostelijke Bermweg (tussen de Poortersweg en de Havenweg), de Havenweg (tussen de Oostelijke Bermweg en de ontsluiting van het JCV) en de Visodeweg worden verbreed, waarbij twee rijstroken worden gerealiseerd, zodat verkeer in beide richtingen elkaar goed kan passeren. Dit is noodzakelijk voor de veiligheid van de transporten. De Visodeweg wordt een weg voor bestemmingsverkeer naar het JCV, die niet toegankelijk wordt voor ander verkeer. De aansluitingen van de Visodeweg op de Deinsvlietweg en Havenweg worden afgesloten. Door het doortrekken van de Visodeweg naar de Marie Curieweg wordt een goede verkeersafwikkeling van en naar de A58 via deze route gewaarborgd. Met het oog op het extra verkeer richting het Stadslandgoed en het JCV wordt langs de Oostelijke Bermweg tussen de Poortersweg en de Havenweg en langs de Havenweg een vrijliggend fietspad gerealiseerd. In de Havenweg wordt een knip aangebracht, waardoor snelverkeer niet van de Havenweg kan doorrijden langs de Zuidersluiswatergang. Daarmee krijgt de Havenweg vanuit de richting Oostelijke Bermweg uitsluitend een functie ten behoeve van de ontsluiting van het JCV en het Stadslandgoed, waarvan het oostelijk deel beperkt is voor bestemmingsverkeer voor het JCV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12902821/1