CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.6 rvs Vaststelling bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen bijlage 1 Nota beoordeling en besluitvorming zienswijzen

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve5.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beoordeling en besluitvorming zienswijzen ontwerp bestemmingsplan ‘Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen’ 1. Inleiding Op grond van artikel 3:8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan gedurende zes weken (26 januari t/m 8 maart 2023) voor een ieder ter inzage gelegen met de mogelijkheid voor een ieder zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Gedurende genoemde termijn zijn 8 zienswijzen binnen de gestelde termijn ingekomen. De zienswijzen die binnen de termijn uitsluitend per e-mail zijn ontvangen, worden ook aangemerkt als zienswijzen en zijn daarmee ontvankelijk. In onderstaande tabel zijn de zienswijzen beknopt weergegeven met de beoordeling en het besluit. Tegen het besluit tot (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan en de beslissing op de zienswijzen staat beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

2. Inhoud en beoordeling zienswijzen

INHOUD ZIENSWIJZE

BEOORDELING ZIENSWIJZE

VOORSTEL BESLUIT

A. De stelling dat in het bestemmingsplan voor de marinierskazerne geen verblijfsmogelijkheden waren opgenomen, is onjuist. In het daartoe vastgestelde provinciaal inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen, is het op grond van de ter plaatse geldende bestemming ‘Maatschappelijk – Militair Terrein’ toegestaan om gebouwen voor verblijfsmogelijkheden op te richten ten behoeve van deze bestemming.

A. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

1. SPAWNP namens B.V. Sorteerbedrijf voor Grint en Zand ‘Vlissingen’ (SBV) en Vlissingse Transportbeton Onderneming B.V. (VTO) De bedrijven zijn gelegen aan de Westerhavenweg 14 en 16. Het plan is gelegen binnen de geluidszone ‘industrie’ van het gezoneerde industrieterrein ‘Buitenhaven’. Het plan voorziet in de wijziging van de bestemming ‘maatschappelijk-Militair Terrein’ (inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen) naar een bedrijfsbestemming, een maatschappelijke bestemming en de bestemming gemengd. A. In de toelichting van het Ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat verblijfsplaatsen in het Justitieel Complex Vlissingen (JCV) mogelijk zijn omdat dit in de marine kazerne eveneens een mogelijkheid was, waardoor dit al voldoende onderbouwd zou zijn. Hiervan is echter geen sprake, in het bestemmingsplan voor de kazerne zijn geen verblijfsmogelijkheden opgenomen.

In artikel 3.2.1 onder e van het inpassingsplan is vastgelegd dat uitsluitend buiten het bouwvlak geen gebouwen met een verblijfsfunctie mogen worden opgericht. Het bouwvlak is geprojecteerd op het overgrote deel van het plangebied. Zodoende is het toegestaan om in vrijwel heel het plangebied van het inpassingsplan gebouwen met een verblijfsfunctie op 1

te richten t.b.v. de bestemming. Dat blijkt eveneens uit de toelichting van het inpassingsplan. Daarin is onder meer aangegeven dat de marinierskazerne dienst zal doen als locatie voor huisvesting (woon- en werkfaciliteiten) van het Mariniers Trainingscommando en twee mariniersbataljons inclusief ondersteunende capaciteit. In de toelichting van het inpassingsplan is onder meer beschreven dat de marinierskazerne legering zal gaan bieden aan ca. 1800 personen. Hieruit blijkt ontegenzeggelijk dat het op grond van het vastgestelde inpassingsplan Marinierskazerne Vlissingen, toegestaan is om gebouwen voor verblijfsmogelijkheden op te richten. B. Ten aanzien van de gevangenis wordt gesteld dat een vijf meter hoge muur en andere bebouwing wordt gerealiseerd waarvan wordt uitgegaan dat deze voldoende geluidwerend zijn om binnen een goed verblijfklimaat te verzorgen. Er is echter geen akoestische berekening toegevoegd waaruit dit blijkt. Ook is de bouw van deze muur en de overige geluidwerende bebouwing niet opgenomen als voorwaardelijke verplichting in de regels behorend bij het bestemmingsplan, waardoor niet zeker is gesteld dat deze ook werkelijk gerealiseerd worden. Aangezien de bovenstaande onderwerpen onvoldoende zijn onderzocht en vastgelegd in het bestemmingsplan dienen SVB en VTO hierover een zienswijze in.

Er is onvoldoende gegarandeerd dat beide bedrijven niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkeling worden belemmerd. Op het moment dat er milieuklachten vanuit deze verblijfsfuncties ontstaan, kan het er toe leiden dat de bedrijven extra maatregelen moeten nemen of dat vergunningen die nodig zijn voor een gezonde ontwikkeling niet verleend kunnen worden.

B. Het is correct dat er in dit stadium geen akoestische berekening is toegevoegd waaruit blijkt dat ten aanzien van het Justitieel complex een goed verblijfsklimaat gewaarborgd is vanwege het aspect industrielawaai. In paragraaf 4.7.2 van de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat het de verwachting is dat met de stedenbouwkundige inrichting en bouwkundige uitvoering voldaan kan worden aan de gewenste binnenwaarde van maximaal 33 dB, mede vanwege de hoge muur om het complex. In de betreffende paragraaf is aangegeven dat bij de realisatie van deze functie onderzocht zal moeten worden of en welke maatregelen getroffen moeten worden om een goed verblijfsklimaat te waarborgen. Overigens geldt er geen wettelijk vastgestelde binnenwaarde of geluidsnorm voor de functies waar het JCV in voorziet. De functies waar het JCV in voorziet zijn namelijk geen geluidsgevoelige objecten/functies volgens de Wet geluidhinder. Vandaar dat er in de toelichting gesproken wordt over een gewenste binnenwaarde (van maximaal 33 dB) en niet van een wettelijk vastgestelde maximum binnenwaarde. De in de toelichting genoemde binnenwaarde van 33 dB blijkt bij nader inzien echter niet juist. De maximale binnenwaarde voor industrielawaai is voor geluidsgevoelige objecten namelijk 35 dB(A) i.p.v. 33 dB. De toelichting van het bestemmingsplan wordt hierop aangepast.

Om te waarborgen dat ter plaatse van bedruimtes voldaan zal worden aan de gewenste binnenwaarde van maximaal 35 dB(A), zal als voorwaardelijke verplichting aan de regels worden toegevoegd dat een omgevingsvergunning voor bouwen van bedruimte, slechts wordt verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan de gewenste binnenwaarde van maximaal 35 dB(A) ten aanzien van het aspect industrielawaai. Ondanks dat het JCV geen geluidsgevoelig object betreft, wordt de maximum binnenwaarde voor bedruimtes in het JCV op deze wijze gelijkgesteld aan geluidsgevoelige objecten. Op deze wijze is een goed verblijfsklimaat in de bedruimtes het JCV gewaarborgd en is afdoende geborgd dat VTO en SBV niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. 2

B. Tegemoet komen aan de zienswijze door aan artikel 7.5 een extra lid toe te voegen (artikel 7.5.1), waarin als voorwaardelijke verplichting is vastgelegd dat een omgevingsvergunning voor bouwen van bedruimte slechts wordt verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan de gewenste binnenwaarde van maximaal 35 dB(A) ten aanzien van het aspect industrielawaai. Toevoeging van definitie bedruimte (artikel 1.12) In paragraaf 4.7.2 van de toelichting de juiste binnenwaarde noemen van 35 dB(A) t.a.v. industrielawaai, i.p.v.

33 dB. C. Binnen het Ontwerp-bestemmingsplan 'Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen’ wordt benoemt dat het bestaande Akoestisch inrichtingsplan zal worden aangepast wegens de vele ontwikkelingen sinds 2011. Ter beoordeling van de geluidruimte is het industrieterrein door u opgedeeld in 22 gebieden. Per gebied is een maximale geluidbelasting per vierkante meter vastgesteld. Voor SBV en VTO is dit niet het geval; hier is in het inrichtingsplan aangegeven dat de beschikbare geluidruimte wordt bepaald door de verleende Wabo vergunning uit 2008. U geeft aan dat voor het plan is uitgegaan van de vergunde geluidsruimte. Dit is echter onjuist. In het nieuwe inrichtingsplan wordt verwezen naar een vergunning uit 2008, waarin het volledige perceel onder de vergunning van SBV viel. In 2018 zijn echter voor beide bedrijven aparte vergunningen verleend. Dit is de vergunde situatie en dient de situatie te zijn die in het inrichtingsplan wordt vastgelegd. In 2018 is een splitsing gemaakt tussen VTO en SBV, waarin is vastgelegd voor welk bedrijf hoeveel geluidsruimte beschikbaar is. Omdat niet van de juiste vergunde situatie wordt uitgegaan dienen wij namens SVB en VTO een zienswijze in. Wij verzoeken u de juiste vergunde situatie vast te leggen in het nieuwe inrichtingsplan.

Door het gebruiken van de onjuiste vergunde situatie zou in de toekomst bij elke geluidrelevante aanpassing van één van de beiden bedrijven altijd de geluidsemissie van beide bedrijven beoordeeld moeten worden. Dit is een niet wenselijke situatie. 2. Indiener zienswijze, Barentsweg 3, 4389 TW Ritthem Indiener is één van de uitbaters van Camping/Uitspanning Karnemelkshoek gelegen aan de Barentsweg 3, 4389 TW Ritthem.

C. Dit onderdeel van de zienswijze is gericht tegen het ontwerpbesluit van gedeputeerde staten van Zeeland, m.b.t. de wijziging van de Beleidsregel Zonebeheersysteem Industrieterrein De Schelde/Buitenhaven 2011 gemeente Vlissingen (actualisatie Akoestisch Inrichtingsplan). Dit ontwerpbesluit heeft gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegen. Uit navraag bij het bureau wat de zienswijze namens SBV en VTO heeft opgesteld, is gebleken dat zij namens deze bedrijven eveneens een zienswijze hebben ingediend t.a.v. het ontwerpbesluit m.b.t. de genoemde beleidsregel. De beleidsregel en/of het akoestisch inrichtingsplan maken geen onderdeel uit van het ontwerpbestemmingsplan, zodat dit niet kan leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

A. In de zienswijze wordt gesteld dat in het

A. Het is correct dat in het ontwerp-bestemmingsplan verblijfsrecreatie onder voorwaarden

C. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Tegemoet komen aan de zienswijze door toeristische standplaatsen te laten vervallen.

3

voorontwerpbestemmingsplan geen verblijfsrecreatie mogelijk werd gemaakt. In het ontwerpbestemmingsplan is daar wel sprake van.

wordt toegestaan. In de omgeving van de voormalige locatie van Camping Zeelandia, wordt in het ontwerpbestemmingsplan ruimte geboden aan de ontwikkeling van maximaal 70 verblijfsrecreatieve eenheden, waarvan maximaal 10 eenheden in de vorm van verblijfsrecreatieaccommodatie en maximaal 10 in de vorm van camperplaatsen.

B. In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat uit een onderzoek uit 2019 door de STEC groep een behoefteonderzoek naar verblijfsaccommodaties is opgeleverd. In dit behoefteonderzoek is becijferd dat er onder meer ruimte (behoefte) is aan 45 tot 80 vakantiehuisjes en 70 kampeerplaatsen in de gemeente Vlissingen. Daarbij wordt opgemerkt dat er misschien wel behoefte is aan meer kampeerplaatsen, maar fysiek de ruimte ontbreekt voor campings op het grondgebied van de gemeente Vlissingen. Sindsdien is deze ruimte nog niet ingevuld met ontwikkelingen.

B. Als onderzoek bij de Toeristische visie is in 2019 een behoefteonderzoek door de Stec Groep uitgevoerd. Dit behoefteonderzoek is betrokken bij het opstellen van het ontwerpbestemmingplan en heeft ten grondslag gelegen aan de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen vormen van verblijfsrecreatie. Recentelijk is door de Stec Groep echter een actualisatie-onderzoek uitgevoerd naar de behoefteraming van verblijfsaccommodaties in de gemeente Vlissingen. Hieruit is naar voren gekomen dat er t.o.v. het onderzoek uit 2019 een toename is becijferd aan hotelkamers en vakantieparkhuisjes, maar een afname aan campingplekken/toeristische standplaatsen. Zoals in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, werd in het onderzoek uit 2019 uitgegaan van een extra behoefte van 70 campingplekken in de gemeente Vlissingen. In het recent opgeleverde actualisatie-onderzoek is echter becijferd dat er nog slechts behoefte bestaat aan 42 extra campingplekken. Hierbij wordt wel opgemerkt dat dit sterk indicatief is. De in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen mogelijkheid voor de realisatie van 70 campingplekken is echter niet meer actueel. Dit heeft ertoe geleid dat het vast te stellen bestemmingsplan zal worden aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, en er binnen dit bestemmingsplan geen ruimte meer wordt geboden voor toeristische standplaatsen voor tenten en caravans.

De aanwezige ruimte blijft hiermee beschikbaar voor andere recreatie-ondernemers in de gemeente Vlissingen om toeristische standplaatsen te realiseren. Om de mogelijkheid voor een verblijfsrecreatieve ontwikkeling open te houden en economisch haalbaar, wordt er binnen het bestemmingsplan ruimte geboden voor 15 extra vakantieparkhuisjes (totaal 25). Uit het rapport van de Stec groep blijkt namelijk dat in deze categorie nog voldoende groei aanwezig is. De in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen mogelijkheid voor 10 camperplaatsen blijft tevens ongewijzigd. In het bestemmingsplan wordt ruimte geboden voor maximaal 35 recreatieve verblijfseenheden, die jaarrond geëxploiteerd mogen worden.

In het onderzoek van Stec uit 2019 wordt vermeld dat Vlissingen mogelijk behoefte heeft aan maximaal 70 kampeerplaatsen, dat deze op de huidige campings gesitueerd kunnen worden en dat we voorzichtig om moeten gaan met de landelijke ruimte in het buitengebied. In het onderzoek van Stec wordt vermeld dat er behoefte is aan een glamourreuze manier van kamperen. Niet het kamperen waar de Gemeente Vlissingen op doelt met 70 kampeerplaatsen zoals in het plan van Stec genoemd wordt het kamperen met de WC rol onder de arm. C. Wij als recreatie ondernemers zijn al ruim twee jaar in gesprek met de gemeente Vlissingen om ons recreatiebedrijf toekomst bestendig te maken naar de vraag waar het onderzoek van de STEC op doelt.

C. Het is correct dat wij reeds langere tijd in overleg zijn met de indiener van de zienswijze om te bezien op welke wijze medewerking verleend kan worden aan een toekomstbestendige bedrijfsvoering van (mini)camping Karnemelksehoek. Wij zetten deze gesprekken graag voort. Als gevolg van het laten vervallen van toeristische standplaatsen in het bestemmingsplan wordt voorkomen dat de plannen van de indiener van de zienswijze en de planologische mogelijkheden binnen het stadslandgoed elkaar beconcurreren.

D. Na een juridische uitspraak van verplaatsing van

D. De stelling kan niet worden gevolgd. 4

de nudistencamping Zeelandia naar het Kortenswegje te Ritthem als onderdeel van het voorgaande plan van de komst van de Marinierskazerne, is er door de rechtbank de gemeente Vlissingen gesommeerd om ons medewerking te verlenen om onze plannen mogelijk te maken. Er is destijds door de Gemeente belooft hieraan mee te werken, maar nu blijkt dat hun beleid en de kustvisie geen mogelijkheden bieden.

Het is op zich correct dat er beroep was aangetekend tegen de verplaatsing van camping Zeelandia naar het Kortenswegje. De uitspraak/conclusie van de rechtbank was echter dat het college in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van de bevoegdheid om medewerking te verlenen aan de verplaatsing van camping Zeelandia naar het Kortenswegje. Het beroep is dan ook ongegrond verklaard. De stelling van de indiener van de zienswijze dat gemeente Vlissingen door de rechtbank gesommeerd zou zijn om medewerking te verlenen aan hun plannen, is dan ook onjuist.

E. In het onderzoek van Stec komt ook naar voren dat de overnachtingen op een camping sinds 2014 is afgenomen niet alleen in de gemeente Vlissingen maar in geheel Zeeland er meer behoefte is aan overnachten betreft Vlissingen in het verstedelijkt gebied, dicht bij de dagrecreatie en horeca in het centrum van Vlissingen. Met de ontwikkelingen bij het Scheldekwartier, komst van diverse hotels en verhuur van appartementen in het centrum van Vlissingen is hier aardig aan tegemoet gekomen. Daarom is het bijzonder te noemen dat het aangewezen gedeelte in dit plan genoemd wordt als een plaats waar grootschalig ingezet wordt op een manier van recreëren waar na de coronaperiode minder vraag naar is. Terwijl een gevestigde ondernemer die in wil spelen op het onderzoek van de STEC, de ruimte en de mogelijkheden heeft door de Gemeente tegengewerkt wordt door hun stellige beleid. Hierom hebben wij bezwaar op het plan betreft mogelijkheden van verblijfsrecreatie.

E. In het rapport uit 2019 van de Stec Groep wordt benoemd dat het aantal overnachtingen op campings sinds 2014 is afgenomen in Nederland. In het rapport wordt echter benoemd dat voor campings in Zeeland geldt dat er nog wel sprake is van groei van het aantal overnachtingen. Ook wordt benoemd dat de bezettingsgraad van campings in Zeeland relatief hoog is t.o.v. het landelijk gemiddelde. Uit het rapport uit 2019 van de Stec Groep bleek dat er markruimte was voor het toevoegen van in ieder geval 70 kampeerplaatsen in de gemeente Vlissingen. Zoals aangegeven, is pas uit het recent opgeleverde actualisatie-onderzoek naar voren gekomen dat er minder behoefte blijkt te zijn aan campingplekken. Om overaanbod in dit segment te voorkomen en (bestaande) recreatie-ondernemers de mogelijkheid te blijven bieden om de nog niet ingevulde behoefte te benutten, is er voor gekozen om toeristische standplaatsen geheel te laten vervallen in het bestemmingsplan.

F. Het toestaan betreft dagrecreatie doelend op een kleinschalige horeca gelegenheid is ook bijzonder te noemen. Wij baten naast de camping ook al 20 jaar een uitspanning/horeca gelegenheid uit, die met name door mensen uit de regio word bezocht. Hierin willen wij ook de mogelijkheid krijgen om hier op een beperkte manier qua faciliteiten uit te breiden, maar ook hierin worden wij door beleid van de gemeente en de kustvisie tegen gewerkt; er zijn geen

F. De stelling dat de gemeente geen medewerking zal verlenen aan een beperkte uitbreiding van de horecafaciliteit bij camping Karnemelksehoek is onjuist. De gemeente heeft juist een optie aangedragen op welke wijze wellicht medewerking verleend zou kunnen worden aan een beperkte uitbreiding van de horecafaciliteit bij camping Karnemelksehoek. Daarnaast is het bieden van ruimte voor eventuele concurrentie geen planologisch argument om dit te schrappen uit het bestemmingsplan.

5

mogelijkheden. Hierom hebben wij ook bezwaar op het plan betreft uitbaten van kleinschalige horeca. Conclusie: K. Indiener verzoekt de zienswijze in behandeling te nemen en het plan aan te passen op de genoemde punten.

K. Samenvattend: De zienswijze heeft – in combinatie met het recente opgeleverd actualisatie-onderzoek van de Stec Groep – ertoe geleid dat tegemoet wordt gekomen aan de zienswijze voor wat betreft het laten vervallen van toeristische standplaatsen in het bestemmingsplan. Verder zijn wij in onze ogen in constructief overleg met de indiener van de zienswijze waarbij binnen de geldende beleidskaders wordt toegewerkt naar een maatwerkoplossing voor de Karnemelkshoek. Wij zetten deze gesprekken graag voort.

3. Tennet TSO, Utrechtseweg 310, 6812AR Arnhem A. Tennet is van mening dat in het bestemmingsplan onvoldoende rekening wordt gehouden met de bescherming van de belangen van de in het plangebied aanwezige bovengrondse 150kV hoogspanningsverbinding. De huidige set regels wordt niet langer als compleet beschouwd en biedt daarom onvoldoende bescherming tegen omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op een betrouwbare levering van elektriciteit, voor de omgeving waarbij zeer onveilige situaties kunnen ontstaan. Tennet verzoekt de regels over te nemen zoals in een bijlage bij de zienswijze is opgenomen.

A. Er heeft overleg plaatsgevonden met Tennet over de wijze van aanpassing van de regels. Tennet heeft in dit overleg aangegeven te kunnen instemmen met ons voorstel waarop hun zienswijze zal worden verwerkt in artikel 12 Leiding-Hoogspanningsverbinding van het bestemmingsplan. De belangen van Tennet worden daarin voldoende behartigd.

A. Tegemoet komen aan de zienswijze en regels aanpassen.

B. In het bestemmingsplan is een belemmerde strook breedte opgenomen van in totaal 60 meter. De bijbehorende belemmerde strook van onze aanwezige bovengrondse 150 kV hoogspanningsverbinding Vlissingen Sint-Joosland Polder is echter 35 meter ter weerszijden van het hart van de verbinding, dus 70 meter in totaal. Wij verzoeken u daarom de belemmerde strook breedte van deze hoogspanningsverbinding aan te passen naar de juiste afstanden.

B. De belemmeringenstrook zal worden vergroot naar 35 meter ter weerszijde van het hart van de verbinding. Aldus zal de strook 70 meter in totaal zijn.

B. Tegemoet komen aan de zienswijze en de verbeelding aanpassen.

C. Tennet verzoek de gemeente bij toekomstige

C. In de toekomst zullen wij Tennet in het vooroverleg betrekken bij plannen of

C. Tegemoet komen

6

plannen of beleidsdocumenten die keuzes omvatten die relevant zijn voor het landelijke hoogspanningsnet, hen mee te nemen in het vooroverleg, zodat zij vroegtijdig bij de plannen worden betrokken en kunnen beoordelen of de veiligheid en leveringszekerheid van de hoogspanningsverbindingen in het geding zijn of de plannen (technisch) uitvoerbaar zijn. 4. Indieners zienswijze, Zandweg 46, 4389 TH Ritthem

beleidsdocumenten waarin keuzes worden gemaakt die relevant zijn voor het landelijke hoogspanningsnet.

aan zienswijze. Behoeft geen aanpassing in het bestemmingsplan.

A. De zienswijze is gericht op de aanvulling m.b.t. een aparte landbouwontsluitingsweg tussen de Havenweg en Deinsvlietweg. Indiener van de zienswijze is eigenaar van het perceel K 911 dat aansluit op de nieuwe landbouwontsluitingsweg. Indieners van de zienswijze wijzen enerzijds op de twijfelachtige noodzaak en anderzijds op gepaard gaande kostenverhogende maatregelen voor de aanleg van een extra ontsluitingsweg.

A. Door de aanleg van het Stadslandgoed met het Justitieel Complex is een vereiste dat het complex via 2 ontsluitingen bereikbaar is. Vanuit landschappelijke, verkeerskundige en veiligheidsoverwegingen is gekozen voor de Oostelijke Bermweg als hoofdroute naar het Justitieel Complex en de Visodeweg als 2e ontsluiting. Gekozen is voor het gebruik van bestaande wegen op een zo groot mogelijke afstand van Ritthem. De Visodeweg, die momenteel ook als landbouwontsluitingsroute wordt gebruikt, is in de nieuwe situatie alleen nog bereikbaar voor het Justitieel Complex. Daarom is een nieuwe landbouwontsluitingsweg noodzakelijk om de aansluitende percelen bereikbaarheid te houden. Het tracé langs de bestaande watergang tussen de Deinsvlietweg en de Havenweg is gekozen vanuit doelmatigheid en veiligheid. De kosten worden vergoed vanuit het project Justitieel Complex.

A. Niet tegemoet komen aan zienswijze.

B. Op een gedeelte van de Deinsvlietweg zal gescheiden verkeer (zowel landbouw- als justitieel verkeer) niet aan de orde zijn, net als de rest van het Nederlandse verkeerswegennet. Mocht toch de eis gehandhaafd blijven dat op het laatste stuk van het traject van en naar het Justitieel complex sprake dient te zijn van gescheiden verkeer, dan lijkt ons een (doodlopende) weg direct oostelijk gelegen naast de Deinsvlietweg/Visodeweg afdoende (tot aan perceel K868). Hiermee wordt een 60-tal meter aanleg van nieuwe landbouwontsluitingsweg bespaard.

B. De Deinsvlietweg wordt niet ingericht als een weg waar verkeersstromen gescheiden afgewikkeld gaan worden. Dit is alleen het geval op de Visodeweg. De Deinsvlietweg wordt in de toekomst gebruikt als toegang tot de aanliggende landbouwpercelen en het volkstuinencomplex en zal doodlopend worden uitgevoerd. Er is geen doorgang meer naar de Visodeweg. Vanuit het JCV is het alleen de bedoeling dat wanneer er (vracht)verkeer zich aanmeldt bij de portier en deze niet wordt doorgelaten (omdat men bijvoorbeeld verkeerd is gereden), deze kan afslaan naar de Deinsvlietweg en dan via deze route weer weg kan via de Ritthemsestraat. Het tracé langs de bestaande watergang tussen de Deinsvlietweg en de Havenweg heeft een sterke voorkeur boven het door indiener van de zienswijze aangeduide alternatief. Vanuit veiligheidsoogpunt voor het JCV is het onwenselijk dat de landbouwontsluitingsweg direct naast de Visodeweg wordt aangelegd. Met het voorgestelde tracé is gekozen voor een doelmatige oplossing om deze twee wegen te scheiden. De nieuwe verkaveling van de landbouwpercelen kan efficiënt plaatsvinden door de rechte belijning van de weg. Daarnaast heeft als voordeel dat de landbouwontsluitingsweg op het voorgestelde tracé tevens als langzaam verkeersroute kan worden gebruikt richting de Havenweg. Deze vervalt nl.

door het wegvallen van de Visodeweg, maar is vanuit verschillende belanghebbenden aangegeven als zeer gewenst.

B. Niet tegemoet komen aan zienswijze.

7

C. Watercompensatie kan worden gevonden in de aanleg van een watergang tussen de bestaande Deinsvlietweg/Visodeweg en de nieuw aan te leggen landbouwweg. Deze kan dan tevens dienst doen als fysieke afscheiding tussen de 2 wegen; tevens is het plaatsen van geleidebarriers het overwegen waard. Oostelijk van de aan te leggen (doodlopende) landbouwontsluitingsweg kan een greppel worden aangebracht ter afwatering (idem zoals nu aan de orde is). Daarbij willen we u wijzen op het gegeven dat bestaande drainage in de aangrenzende percelen een verloop heeft in oostelijke richting. Aanleg van de door u beoogde nieuwe landbouwontsluitingsweg zal zorgen voor onderbreking en daarmee vernietiging van de huidige afwatering van de aangrenzende landbouwpercelen. Tijdens de (grondwerk)uitvoering zal er sprake zijn van gecentraliseerde grondstromen, terwijl er bij een geheel nieuwe ligging sprake is van een separate grondstroom met minder duurzame overslag- en transportbewegingen vanwege de grotere afstand.

C. De oplossing die indiener van de zienswijze voorstaat heeft om bovengenoemde redenen niet de voorkeur. De afwatering wordt langs het nieuwe traject geregeld door het aanleggen van een nieuwe sloot. Hiermee kan de waterhuishouding in het gebied gereguleerd worden. Wat betreft drainage en eindbuizen; deze worden of nieuw aangelegd of op een deugdelijke wijze hersteld. De genoemde grondstromen zijn dan wellicht separaat, maar zullen niet leiden tot een minder duurzame oplossing. De gronden zullen deels worden gebruikt om de Havenweg mee te versmallen tot een voet- en fietspadverbinding.

C. Niet tegemoet komen aan zienswijze.

D. Met een landbouwontsluiting over of direct naast de bestaande Deinsvlietweg/Visodeweg wordt overlast verder van de bewoonde Zandweg (en de daarmee aangrenzende percelen) afgehouden. Een nieuwe landbouwweg achterlangs ons perceel K911 geeft een reële kans op overlast voor onze kinderen, dieren (paarden met een aanzienlijke verwachtingswaarde), opstal en materieel. Wij vrezen hierbij bijvoorbeeld voor geluidsoverlast (illegaal vuurwerk) en criminele activiteiten (drugshandel, wapengebruik, illegale dumpingen e.d.). Derhalve vereist een nieuwe landbouwweg zoals nu voorgesteld in het ontwerpbestemmingsplan ons inziens ook nog eens bijkomende beheersmaatregelen. Hierbij valt te denken aan verbreding van de watergang, hekwerk en geluidswerende schermen en/of wallen enz. 5. Indiener zienswijze, Zandweg 54, 4389 TH

D. Op de landbouwontsluitingsweg is alleen landbouwverkeer en langzaam verkeer toegestaan. . Op voorhand is er geen reden om overlast te verwachten in de vorm van geluidoverlast of criminele activiteiten. Zeker niet vanwege de openheid en daarmee zichtbaarheid van het gebied op deze plek. In een overleg met de indieners van de zienswijze op 22 maart 2023 is desalniettemin bezien of er, zoals gewenst, beheersmaatregelen zijn te nemen die toegang op hun percelen vanaf de nieuwe landbouwontsluitingsweg bemoeilijken en het veiligheidsgevoel kan vergroten. Gezamenlijk is geconstateerd dat het plaatsen van gaas langs het perceel (in een u-vorm) bijdraagt aan het bemoeilijken van toegang van mensen en dieren (honden) op hun perceel. Tevens is besproken of het aanbrengen van verlichting het veiligheidsgevoel kan vergroten. Het rijk heeft de bereidheid uitgesproken om in overleg met indieners van de zienswijze beheersmaatregelen te nemen die de toegang op het perceel vanaf de nieuwe landbouwontsluitingsweg bemoeilijken en het veiligheidsgevoel kan vergroten.

D. In overleg met indieners van de zienswijze worden nadere afspraken gemaakt over de te nemen beheersmaatregelen.

8

Ritthem A. Eén van de aanpassingen is dat er in het bestemmingsplan een nieuwe landbouwontsluitingsroute is opgenomen voor landbouwpercelen die gelegen zijn aan de Visodeweg. Onze glazen caravanstalling komt dan aan de achterzijde veel dichter bij de landbouwontsluitingsroute te staan. De achterzijde van de caravanstalling ligt buiten ons zichtveld. Hiermee wordt vandalisme en diefstal een groot probleem, zeker als er in de toekomst misschien dammen naar de percelen richting de Zandweg aangelegd worden.

B. Hondenbezitters zullen daar met hun hond wandelen. Schapen hebben een grote aantrekkingskracht op honden. Een hond tussen de schapen richt veel schade en dierenleed aan. Ik verzoek u op grond van bovenstaande de nieuwe landbouw ontsluitingsroute parallel te laten lopen aan de Visodeweg met hiertussen eventueel een groenstrook. Afscherming is ook een mogelijkheid. Graag overleg ik met u om tot een bruikbare oplossing te komen.

A. Op de landbouwontsluitingsweg is alleen landbouwverkeer en langzaam verkeer toegestaan. Er zijn geen dammen voorzien naar de percelen richting de Zandweg, echter door enkele bewoners is de wens uitgesproken om via de nieuwe landbouwontsluitingsweg hun percelen te ontsluiten en een dam aan te vragen bij het waterschap. Een dam maakt het mogelijk om de percelen te betreden. In een overleg met de indiener van de zienswijze op 22 maart 2023 is bezien of er beheersmaatregelen zijn te nemen die de veiligheid aan de achterzijde van de caravanstalling verbetert. Verkend is of de plaatsing van een camera op eigen terrein of een damwand aan de achterzijde van de caravanstalling hierbij een oplossing vormt. Het rijk heeft de bereidheid uitgesproken om, in nader overleg met indiener van de zienswijze, beheersmaatregelen te nemen die de veiligheid aan de achterzijde van de caravanstalling verbetert. B. In het overleg op 22 maart 2023 is tevens bezien of er beheersmaatregelen zijn te nemen die toegang tot de betreffende percelen vanaf de nieuwe landbouwontsluitingsweg bemoeilijken. Gezamenlijk is geconstateerd dat het plaatsen van gaas langs het perceel (in een u-vorm) bijdraagt aan het bemoeilijken van toegang van mensen en dieren (honden) op hun perceel.

Het rijk heeft de bereidheid uitgesproken om, in nader overleg met indiener van de zienswijze, beheersmaatregelen te nemen die toegang tot de betreffende percelen vanaf de nieuwe landbouwontsluitingsweg bemoeilijken.

A. In overleg met indiener van de zienswijze worden nadere afspraken gemaakt over de te nemen beheersmaatregelen.

B. In overleg met indiener van de zienswijze worden nadere afspraken gemaakt over de te nemen beheersmaatregelen.

6. Indiener zienswijze, Rammekensweg 4, 4389 TZ Ritthem A. Indiener van de zienswijze is eigenaar van 1 van de percelen in het ontwerpbestemmingsplan. Op zijn perceel wordt een weg aangelegd. Tevens worden percelen doorsneden en extra nieuwe waterlopen, dammen en beplanting aangelegd. Hierbij worden drainage en eindbuizen vernield.

A. Vanwege de ontwikkeling van het Stadslandgoed is het nodig dat er percelen geruild worden. Hierover wordt overleg gevoerd met de eigenaren van de gronden. Uitgangspunt bij dit overleg is dat de oppervlakte van de gronden gelijk blijft en dat de verkaveling zo efficiënt mogelijk wordt vormgegeven. De Visodeweg is in de nieuwe situatie alleen nog bereikbaar voor het Justitieel Complex. Daarom is gezocht naar een nieuwe locatie voor een landbouwontsluitingsweg ten behoeve van de bereikbaarheid van de betreffende percelen. Het tracé langs de bestaande watergang tussen de Deinsvlietweg en de Havenweg is gekozen vanuit doelmatigheid en veiligheid (t.o.v. het justitieel complex). De ligging van de landbouwontsluitingsweg langs dit tracé voorkomt dat percelen doorsneden 9

A. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Niet tegemoet komen aan de zienswijze.

worden en de percelen in de nieuwe situatie een betere en logische verdeling krijgen en voor iedere eigenaar een logisch en goed te beboeren perceel ontstaat dat goed bereikbaar is. Door de aanleg van extra watergangen kan de waterhuishouding in het gebied nog beter worden gereguleerd. Wat betreft drainage en eindbuizen; deze worden of nieuw aangelegd of op een deugdelijke wijze hersteld op kosten van het rijk. B. Het perceel wordt kleiner wat in deze tijd niet gemakkelijk is voor de bereikbaarheid en verkaveling e.d.

B. Uitgangspunt bij de verkaveling is dat de oppervlakte van de percelen gelijk blijft en de verkaveling zo efficiënt mogelijk wordt vormgegeven. Dit houdt in dat de percelen aaneengesloten zullen zijn en goed bereikbaar blijven via de nieuw aan te leggen landbouwontsluitingsweg.

B. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Niet tegemoet komen aan de zienswijze.

A. Bij de keuze voor de locatie voor het Justitieel Complex is altijd als uitgangspunt genomen om de overlast voor Ritthem zoveel mogelijk te beperken. Dit is o.a. de reden dat de ontsluitingen aan de westzijde van het plangebied zijn geprojecteerd en voor de afwikkeling van verkeersstromen de Oostelijke Bermweg en Visodeweg zijn gekozen om te zorgen dat verkeer van het Justitieel Complex uit Ritthem worden geweerd. Ondanks dat de dorpsraad nog steeds van mening blijft dat alternatieven niet serieus zijn onderzocht, menen wij wel degelijk een gemotiveerde afweging te hebben gemaakt waarbij zowel de belangen van de Dorpsraad als die van het Justitieel complex en de ruimtelijke context waarin de ontwikkeling plaatsvindt zijn afgewogen. Voor deze afweging verwijzen wij naar het bestemmingsplan paragraaf 3.2. Het complex wordt tevens landschappelijk ingepast door een brede groenblauwe omkraging die in de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd en het zicht op het complex grotendeels zal ontnemen. Het nu als open ervaren gebied zal veranderen en hierdoor verdichten. Dit wordt echter niet onacceptabel geacht en vormt geen onaanvaardbare belemmering voor de uitvoering van het plan. Een stedelijke functie met een stevige groene omkadering was reeds in het Inpassingsplan voor de Marinierskazerne opgenomen en is in die zin geen planologische verandering.

De toegestane hoogte van de bebouwing ten opzichte van het Inpassingsplan is gelijk gebleven dan wel verlaagd. In verschillende gesprekken met u hebben wij de motivering voor de locatie besproken. Wij zijn van mening dat de gekozen locatie ten opzichte van de door de Dorpsraad aangedragen alternatieven, niet zodanige onevenredige hinder voor Ritthem zal opleveren, dat afgezien moet worden van de gekozen locatie.

A. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Niet tegemoet komen aan de zienswijze.

7. Dorpsraad Ritthem A. De Dorpsraad Ritthem blijft zich op het standpunt stellen dat de locatie van het voorgenomen Justitieel Complex Vlissingen (JCV) geen goede locatie is. We hebben daarvoor diverse argumenten aangedragen. Sterker nog, de Dorpsraad heeft u twee alternatieve locaties aangedragen. Deze zijn naar de mening van de Dorpsraad niet serieus onderzocht. De Dorpsraad vertegenwoordigt onze dorpsgenoten. Het blijft de dorpsbewoners een probleem dat de gevangenis zo dicht bij het dorp wordt gebouwd (lees de noordoosthoek) terwijl er, in onze overtuiging, makkelijk in het totaal te gebruiken perceel geschoven kan worden. Uw aanvullende verdediging dat dit niet mogelijk is heeft deze overtuiging niet weggenomen. Hierbij geven wij wederom formeel aan dat wij als Dorpsraad het niet eens zijn met de gekozen locatie binnen het gehele perceel. De Dorpsraad wil hierbij, namens de inwoners van het dorp Ritthem aangeven mee te gaan in de plannen voor de bouw van het JCV, maar nadrukkelijk deze op een alternatieve plaats te bouwen, lees verder weg van het dorp, zodat de overlast naar het dorp niet meer aanwezig is. Wij

10

hopen hierin te worden gehoord, want dit getuigt van goed nabuurschap. B. Wat ons opvalt in de Antwoordnota inspraakreacties is dat er op vrijwel alle reacties het antwoord wordt gegeven ‘geen aanpassingen’. De daarbij behorende toelichting vinden wij nogal makkelijk en slecht beargumenteerd.

B. Wij zijn van mening dat de beantwoording van de inspraakreacties afdoende zijn gemotiveerd.

B. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Niet tegemoet komen aan de zienswijze.

De landbouwontsluitingsweg zal toegankelijk zijn voor landbouwverkeer en langzaam verkeer. Hiermee vormt de nieuwe landbouwontsluitingsweg een alternatief voor de Visodeweg en wordt voldaan aan de wens van Dorpsraad Souburg.

Tegemoet komen aan de zienswijze. Dit onderdeel behoeft geen aanpassing van het bestemmingsplan.

8. Dorpsraad Souburg De Dorpsraad Souburg verzoekt om een volwaardig alternatief voor het verdwijnen van de Visodeweg als langzaamverkeer route. Zij verzoekt de landbouwontsluitingsroute te verbeteren tot een Erftoegangsweg (conform de wegcategorisering Duurzaam Veilig) en deze nieuwe weg voor fietsers en wandelaars door te trekken tot aan de Havenweg. Hiermee wordt het voor fietsers en wandelaars mogelijk gemaakt om op een veilige en interessante manier het rondje Zeedijk te blijven maken.

3. Conclusie Op grond van het vorenstaande wordt voorgesteld te besluiten: 1. de zienswijzen ontvankelijk te verklaren; 2. gedeeltelijk tegemoet te komen aan de zienswijzen overeenkomstig de beoordeling.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12902812/1