CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.6 rvs Vaststelling bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve Vlissingen bijlage 4a bijlage bij toelichting

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Stadslandgoed Nieuwerve17.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

8 5 4

1 0 9 4

1 0 7 7

9 3 4

b

8 0 9

1 0 7 8

4 5 0

8 0 8

8 1 0

8 6 0 1 0 7 9

c 1

8 6 4 1 0 8 7 8 6 3 1 0 8 8

8 6 5

8 0 7

c 2

1 0 8 0 8 7 3

9 8 5 1 0 8 1

6 3 5

V o o rm a lig es to rtp la a ts e n(v la k )

2 5 5 9 8 61

8 7 5

1 0 8 3 1 0 3 1

e 2

1 0 3 2

d

3 9 2

g

8 7 0 8 6 9 8 7 4

3 9 1

e 1

1 0 8 4

7 7

2 7 4

E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs

1 0 8 5

1E1 -m Bodemkwaliteit B o d e k w a lite it

h 1 h 2

5 3 7

h 2

5 3 8

J u s titie e lC o m p le xV lis s in g e n

2 7 5

O p d ra c h tg e v e r:A te lie rR ijk s b o u w m e e s te rR ijk s v a s tg o e d b e d rijf P ro je c tn u m m e r:3 7 5 8 9 6

3 5 1 5 4 2

2 7 6

S ta tu s :D e fin itie f D a tu m :1 -1 2 -2 0 2 0 S c h a a l:1 :5 .0 0 0 F o rm a a t:A 3 G e te k e n d :E S-G e c o n tro le e rd :R v d A 0

E sriN e d e rla n d ,b e e ld m a te ria a l.n l; E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs

5 0

1 0 0

1 5 0

2 0 0

©S w e c oN e d e rla n dB .V .A llere c h te nv o o rb e h o u d e n

2 5 0

3 0 0 m e te r

´

P :\2 4 0 \3 7 5 8 9 6 _ L a w _ D e lta _ V lis s in g e n \2 .D oW o rk \G IS \m x d \3 7 5 8 9 6Q u ic k s c a nV lis s in g e nG IS .a p rx1 -1 2 -2 0 2 00 9 :5 9

f

Bijlage 5 Aanmeldformulier watertoets

Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier. Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.

Uw gegevens Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:

Gegevens initiatiefnemer

Formulier ingevuld door

Els Jasperse Gemeente Vlissingen Stadshuisplein 2 4382 LG Vlissingen EJasperse@Vlissingen.nl (+31)118-487367 15 / 07 / 2021

Mink Enthoven Rho adviseurs Weena 505 3013 AL Rotterdam mink.enthoven@rho.nl 010-2018639 15 / 07 / 2021

(particulier/bedrijf)

(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)

Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam:

BP Stadslandgoed Vlissingen

Waar is het plan gelegen:

Gronden voormalig aangewezen voor de marinierskazerne, direct ten oosten van de Buitenhaven van Vlissingen (zie figuur onder tabel).

Beknopte planomschrijving

De ontwikkeling van het Stadslandgoed bestaat uit verschillende deelontwikkelingen: • Ontwikkeling van het stadslandgoed Nieuwerve; • Ontwikkeling van het JCV in en de benodigde aanpassingen van de toeleidende infrastructuur (Visodeweg, Oostelijke Bermweg, Havenweg); • Afronding van bedrijventerrein Poortersweg ter plaatse van het huidige MOB-complex en aangrenzende gronden. Els Jasperse

Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in uw ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Het plangebied ligt in de invloedssfeer (beschermingszones van de primaire waterkering (westzijde Oostelijke Bermweg). Binnen de beschermingszones zijn opslag en gebruik van explosiegevaarlijk materiaal in principe niet toegestaan. Ook voor graven en bouwen is aan regels gebonden. Met een watervergunning zijn mogelijkheden om in afwijking van de Keur maatwerk te bieden.

2

Voorkomen overlast door oppervlaktewater

Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Thema en water(beheer)doelstelling

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater

Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Grondwaterkwantiteit en verdroging

Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit

Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit

Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid

Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling

Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur

Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Pas wanneer er sprake is van een concrete inrichtingssituatie kan het verhard oppervlak worden bepaald. Conform het Bestuursakkoord Water zullen voor de toename van verhard oppervlak compenserende maatregelen worden getroffen. Er is al wel een inschatting gemaakt van het te compenseren oppervlakte. In het plan is rekening gehouden met deze ingeschatte waterberging door de realisatie van een ringgracht. In overleg met de waterbeheerder worden bij de definitieve inrichting de maatregelen ter compensatie concreet uitgewerkt en geborgd in de watervergunning. De benodigde compenserende waterberging wordt aangelegd conform het beleid en de normen van het waterschap. Hiervoor zijn bij de bestemmingsregels hiervoor voorwaardelijke verplichtingen en/specifieke gebruiksregels opgenomen. Indien waterlopen worden gedempt dient de waterberging die hierdoor verloren gaat (in het peilgebied) gecompenseerd te worden. Uitwerking (vervang toelichtingen door uw gegevens) Het hemelwater wordt gescheiden van het bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater. Voor behoud en verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit zijn mogelijk aanvullende maatregelen nodig, bijvoorbeeld bij parkeerplaatsen. Bij de Verdere uitwerking wordt dit concreet gemaakt in overleg met de waterbeheerder. Eén en ander wordt uitgewerkt volgens het beleid van het waterschap. Binnen het watervergunningstraject wordt dit geborgd.

De grondwaterkwantiteit en verdroging verslechtert niet met de komst van dit ruimtelijk initiatief. Naar verwachting wordt de grondwaterkwaliteit door het project niet aangetast. Bij de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met de eventuele gevolgen hiervan voor de grondwaterkwaliteit. Er worden geen uitloogbare bouwmaterialen toegepast. Het hemelwater wordt gescheiden van het bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater. Bij de aanleg van oppervlaktewater wordt met dit aspect rekening gehouden. Er worden geen uitloogbare bouwmaterialen toegepast Bij de inrichting van het oppervlaktewatersysteem wordt rekening gehouden met de gevolgen voor de volksgezondheid. Bodemdaling wordt voorkomen door bij aanleg en inrichting van het plangebied maatregelen te nemen. Natte natuur is niet aanwezig. De aanleg van natte natuur past niet binnen de voorgenomen ontwikkeling.

3

Onderhoud oppervlaktewater

Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Het inrichtingsplan dient te voldoen aan de Keur watersysteem en het vergunningenbeleid hiervan. In het traject van de watervergunning worden de aanleg- en onderhoudsaspecten van het oppervlaktewatersysteem geborgd.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Tot slot

Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: of info@scheldestromen.nl postbus 1000, 4330 ZW Middelburg.

Bij de planuitwerking/inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met de geurbelasting van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap . Indien nodig worden er compenserende maatregelen genomen.

Bijlage 6 Geluidbelasting en externe veiligheid vanwege vliegverkeer rond mogelijke helikopterlandingsplaats JCV

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Geluidbelasting en externe veiligheid vanwege vliegverkeer rond mogelijke helikopterlandingsplaats JCV Vlissingen OPDRACHTGEVER: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Koninklijke NLR - Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Geluidbelasting en externe veiligheid vanwege vliegverkeer rond mogelijke helikopterlandingsplaats JCV Vlissingen OPDRACHTGEVER: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

AUTEUR(S): A.B. Dolderman R. de Jong

NLR NLR

NLR - Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum Koninklijke NLR - Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de eigenaar en/of opdrachtgever.

OPDRACHTGEVER

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CONTRACTNUMMER

709533

EIGENAAR

NLR

NLR DIVISIE

Aerospace Operations

VERSPREIDING

Beperkt

RUBRICERING TITEL

ONGERUBRICEERD

GOEDGEKEURD DOOR: AUTEUR

REVIEWER

BEHERENDE AFDELING

A.B. Dolderman

E.G. van Leeuwen

M.H. Nagelsmit

DATUM

DATUM

DATUM

2

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Samenvatting Dit rapport geeft een beschrijving van de voor het Rijksvastgoedbedrijf uitgevoerde milieuberekeningen ten aanzien van geluidbelasting en externe veiligheid voor een mogelijke helikopter start- en landingsplaats bij de penitentiaire inrichting op het terrein van het nog te bouwen justitieel complex in Vlissingen (JCV). De exacte locatie van en of er een reguliere helikopter start- en landingsplaats komt, is nog niet bekend, de berekeningen voor de geluideffecten en de externe veiligheid zijn bedoeld als handvatten voor het inrichten van het totale terrein waar het justitieel complex Vlissingen vormgegeven moet worden. De maximaal te verwachten afmetingen van de 56 dB(A) Lden contour valt volledig binnen het totale terrein van het te bouwen justitieel complex. De EV-berekeningsresultaten laten zien dat er geen plaatsgebonden risicocontouren zijn voor de risicowaarde van 1·10-6 per jaar. Het berekende plaatsgebonden risico is dus altijd lager dan 10-6 per jaar. Daarmee is het plaatsgebonden risico buiten het luchthaventerrein lager dan 10-6 per jaar

3

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Inhoudsopgave Afkortingen

5

1

Inleiding

6

2

Geluidbelasting

9

2.1 Berekeningsmethoden

9

2.2 Invoergegevens.

9

2.3 Resultaten

12

3

Externe veiligheid

14

3.1 Berekeningsmethode

14

3.2 Invoergegevens

14

3.3 Resultaten

16

4

Conclusies

18

5

Referenties

19

Appendix A

20

4

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Afkortingen ACRONIEM

OMSCHRIJVING

EV

Externe veiligheid

GEVERS

Geïntegreerde Externe Veiligheid Reken Systeem

ICAO

International Civil Aviation Organization

JCV

Justitieel Complex Vlissingen

MTOW

Maximum Take-Off Weight, maximaal startgewicht

NLR

Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

PI

Penitentiaire Inrichting

PR

Plaatsgebonden risico

RBML

Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens

5

NLR-CR-2021-288 | december 2021

1

Inleiding

Het Rijksvastgoedbedrijf realiseert een justitieel complex in Vlissingen (JCV). Het JCV bestaat uit een extra beveiligde zittingslocatie (een rechtbank), een penitentiaire inrichting voor zwaardere doelgroepen met een extra beveiligde inrichting (een gevangenis) en een overnachtingslocatie voor onder andere rechters en officieren. Het project bevindt zich in de definitiefase. Start van de bouw wordt verwacht eind 2023 [Ref. 1]. Op het terrein van het complex is mogelijk ook een helikopter start- en landingsplaats voorzien.

©DJI Figuur 1: Impressie Stadslandgoed Nieuwerve (beeld: H+N+S landschapsarchitecten) [Ref. 1] In artikel 8.1a van de Wet luchtvaart is bepaald dat het verboden is om met een luchtvaartuig op te stijgen of te landen, anders dan van of op een luchthaven, en om een burgerluchthaven in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Aangezien een vaste helikopter start- en landingsplaats beschouwd moet worden als een luchthaven, is hiervoor een luchthavenbesluit of luchthavenregeling nodig. De politie heeft echter op grond van artikel 20 lid j. de bevoegdheid om op terreinen niet zijnde een luchthaven op te stijgen voor de uitoefening van haar politietaken. Indien er gekozen wordt om een reguliere helikopterlandingsplaats te realiseren binnen het JCV, dan is er een luchthavenbesluit of wel een luchthavenregeling nodig. Voor de aanleg, inrichting en veilig gebruik van luchthavens en andere terreinen zijn, met het oog op de orde en veiligheid op deze terreinen, regels vastgelegd in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (Ref. 2).

Ter voorbereiding op een eventuele luchthavenregeling dan wel een luchthavenbesluit voor deze helikopter start- en landingsplaats heeft het Rijksvastgoedbedrijf (onderdeel van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) de opdracht gegeven om berekeningen uit te voeren om de geluidbelasting en het externe veiligheidsrisico in kaart te brengen.

6

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Volgens artikel 5 van het Besluit burgerluchthavens [Ref. 3] is vaststelling van een luchthavenbesluit vereist indien een contour van het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 of een geluidcontour van 56 dB(A) Lden buiten het gebied valt dat bestemd is als luchthaven (“het luchthavengebied”). Vallen deze contouren binnen het luchthavengebied, dan kan volstaan worden met een iets eenvoudiger luchthavenregeling. In dit rapport zijn de volgende resultaten opgenomen: de geluidscontouren van 56 dB(A) Lden de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 1, Voor de berekeningen is uitgegaan van 3 starts en 3 landingen per maand, dus totaal 72 vliegtuigbewegingen per jaar, verdeeld over twee helikoptertypen, te weten de Airbus Helicopters EC-135 en de Boeing-Leonardo AW-139. Omdat de exacte locatie van de beoogde helikopterlandingsplaats nog niet bekend is, wordt in eerste instantie uitgegaan van een fictieve locatie en een fictieve aan- en uitvliegrichting. De Lden- en PR-contouren die daaruit voortvloeien, vormen dan uitgangspunt bij het definiëren van een definitieve locatie van de helikopterlandingsplaats. Op de kaart met de indicatieve omvang en begrenzing van het JCV terrein [Ref. 4] is door NLR de (fictieve) locatie van de helikopterlandingsplaats weergegeven zoals deze bij de berekeningen is toegepast (Figuur 2).

De wensen ten aanzien van het gebruik van een helikopterlandingsplaats binnen het terrein van een justitiële inrichting kunnen anders zijn dan voor een landingsplaats op een meer vrije locatie. In dit kader wordt daarom ook verwezen naar het informatieblad dat door ILenT is opgesteld over ‘Afwijkingen inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens’ (Ref. 5). Deze rapportage bevat een beschrijving van de uitgangspunten en invoergegevens van de milieuberekeningen en een weergave van de resultaten.

1

Een plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar komt overeen met een overlijdenskans als gevolg van een vliegtuigongeval van 1 op 1.000.000 jaar.

7

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Figuur 2: Kaart met indicatieve omvang en begrenzingen van het J.C.V. [Ref. 4]

Leeswijzer Na de inleiding in hoofdstuk 1 staan in hoofdstuk 2 de berekeningsmethode, invoergegevens en resultaten voor de geluidsberekeningen. Hoofdstuk 3 beschrijft de berekeningsmethode, invoergegevens en resultaten voor de externe veiligheidsrisico’s. De conclusies uit dit onderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 4.

8

NLR-CR-2021-288 | december 2021

2

Geluidbelasting

Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de berekeningsmethode en invoergegevens van de geluidsberekeningen en een weergave van de resultaten.

2.1 Berekeningsmethoden De Lden berekeningen zijn uitgevoerd volgens het voorschrift voor de berekening van de Lden geluidbelasting in dB(A) voor overige burgerluchthavens, zoals wettelijk vastgelegd in bijlage 1 van de Regeling burgerluchthavens [Ref. 6]. Omdat de inrichting van het terrein en de locatie van de gebouwen nog niet vastliggen, kunnen de contouren gebruikt worden om te zoeken naar een optimale inrichting van het terrein. De omvang van de contouren zouden een ontwerpcriterium kunnen vormen voor bijvoorbeeld de afstand van gebouwen tot de helispot. Om deze reden zijn verschillende varianten berekend, zodat inzichtelijk wordt wat min of meer de maximale omvang van de contouren zal zijn.

2.2 Invoergegevens. In deze paragraaf worden de invoergegevens beschreven zoals deze zijn gehanteerd bij de berekeningen van de geluidbelasting.

Ligging van de helikopterlandingsplaats De gehanteerde positie van het start- en landingspunt voor helikopters (hier kortweg helispot genoemd) staat in Tabel 1. Het betreft een fictieve locatie, aangezien het definitieve ontwerp van het terrein nog in ontwikkeling is. De locatie is eveneens in Figuur 2 weergegeven. Tabel 1: De ligging van het start- en landingspunt voor helikopters, uitgedrukt in Rijksdriehoekscoördinaten Helispot H01

X-coördinaat [m] 31.400

Y-coördinaat [m] 385.800

Studiegebied Het studiegebied, dat is het gebied waarbinnen de berekeningen zijn uitgevoerd, beslaat een gebied van 4 bij 4 kilometer rond de helispot. Dit gebied is begrensd door een linksonder- en een rechtsbovenhoekpunt. Tabel 2 geeft de ligging van deze punten aan, uitgedrukt in Rijksdriehoekscoördinaten. Voor de geluidbelastingsberekeningen is het studiegebied opgedeeld in vierkante rekencellen van 10 bij 10 meter. Dit is conform het rekenvoorschrift in bijlage 1 van de Regeling burgerluchthavens. In elk rasterpunt wordt de geluidbelasting berekend.

9

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Tabel 2: De grenzen van het studiegebied voor Lden, uitgedrukt in Rijksdriehoekscoördinaten Hoekpunt studiegebied: Linksonderhoekpunt Rechtsbovenhoekpunt

X-coördinaat [m]

Y-coördinaat [m]

29.400 33.400

383.800 387.800

Verkeersverdelingen Als uitgangspunt is gehanteerd dat gemiddeld 3 landingen en starts per maand plaatsvinden, wat neer komt op 36 starts en 36 landingen op jaarbasis. Er is uitgegaan van aan- en uitvliegroutes in de richting noordoost en zuidwest (Figuur 3), gezien de ligging van de locatie zal veelal sprake zijn van een wind uit zuidwestelijke richting. Er is verondersteld dat het vliegverkeer zich binnen een bepaalde bandbreedte (spreidingsgebied) zal bevinden. De vliegroutes zijn gedefinieerd in de (kompas)richting 050 en 230 graden, in luchtvaarttermen spreken we dan over (baan)richting 05 en 23. Figuur 3 toont de start- en naderingsroutes als zwarte lijnen en spreidingsgebieden als de rood gestreepte lijnen aan weerszijden van de route.

© Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license

Figuur 3: Aan- en uitvliegroutes, inclusief spreidingsgebied

10

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Etmaalweegfactoren Voor het berekenen van de geluidbelasting in Lden, moet ook rekening gehouden worden met het tijdstip van de dag waarop de vlucht plaatsvindt. Vluchten na 7 uur ’s avonds en voor 7 uur ’s morgens tellen zwaarder mee in de berekeningen, om daarmee de grotere mate van hinder van vliegtuigbewegingen in de avond en nacht tot uitdrukking te brengen. In overeenstemming met het berekeningsvoorschrift wordt in de Lden-geluidbelasting daarom een etmaalweegfactor toegepast. Bij de berekeningen is aangenomen dat 15% van de vluchten in de avondperiode wordt uitgevoerd. De etmaalweegfactoren die bij Lden-berekeningen zijn toegepast en de verdeling die bij de berekeningen is toegepast, staan in Tabel 3. Tabel 3: Etmaalweegfactoren Lden Etmaalperiode

Etmaalweegfactor

07:00-19:00

1

Verdeling 85%

19:00-23:00

3,16

15%

23:00-07:00

10

0%

Meteomarge Het is gebruikelijk om bij geluidberekeningen voor startend en landend vliegverkeer een zogenoemde meteomarge toe te passen. Het toepassen van een meteomarge is bedoeld om rekening te houden met de variaties in de optredende windinrichting, zodat een beperkte afwijking niet direct leidt tot een overschrijding van een vastgestelde geluidszone. Voor het berekenen van de ‘worst’ case situatie, dat wil zeggen de situatie die de grootste contouren oplevert, is het vliegverkeer op een aantal manier verdeeld over de aan- en uitvliegrichtingen. Tabel 4 geeft per onderzochte variant de procentuele verdeling van het vliegverkeer over de richtingen. Hierbij moet wel bedacht worden dat helikopters bij de starts en landingen bij voorkeur tegen de wind in vliegen en dat variant B daarom geen realistische situatie is. Deze variant kan echter wel inzicht geven in een extreme situatie. Tabel 4: Gebruik aan en uitvliegrichting per variant Variant

Starten ZW

23

Baangebruik (nominaal) 100%

Landen NO

23

100%

Nvt

Starten ZW

05

100%

Nvt

Landen ZW

23

100%

Nvt

Starten ZW

23

60%

70%

Starten NO

05

40%

50%

Landen ZW

05

40%

50%

Landen NO

23

60%

70%

Richting* A B

C

Baanrichting

Baangebruik (met meteomarge) Nvt

* voor starten de vertrekrichting, voor landingen de herkomst richting

11

NLR-CR-2021-288 | december 2021

De meteomarge is alleen toegepast op variant C, omdat daar de starts en de naderingen over beide windrichtingen verdeeld zijn. Bij de varianten A en B is geen meteomarge toegepast omdat daar alle starts en alle naderingen telkens op 1 richting gezet zijn en per richting nooit meer dan 100% van het verkeer zal voorkomen.

Helikoptergegevens Voor geluidberekeningen zijn vliegtuigtypen en bijbehorende geluid- en prestatiegegevens beschikbaar in de appendices van de voorschriften voor de berekening van de geluidbelasting [Ref. 6]. Indien van een vliegtuigtype geen gegevens beschikbaar zijn in de appendices, dan worden gegevens gebruikt van een vliegtuigtype waarvan de geluiden prestatiegegevens wel bekend zijn. Vliegtuigtypen worden in dat geval samengenomen; ze vallen onder één categorie. Deze categorie-indeling is opgenomen in appendices van de voorschriften voor de berekening van de geluidbelasting [Ref. 6]. De vliegprestatiegegevens zijn per vliegtuigcategorie bekend. De prestatiegegevens bestaan uit het verloop van de vlieghoogte boven de grond als functie van de afgelegde weg langs het grondpad, de bijbehorende stuwkracht en de bijbehorende snelheid. Tabel 5: geluidcategorie per helikoptertype Helikoptertype

ICAO-typecode

Geluidcategorie

Profiel naderingen

Profiel starts

Airbus EC-135

EC35

015

1700

0001

Boeing Leonardo AW-139

A139

012

1700

0000

Bij de berekeningen is verondersteld dat de vluchten gelijk zijn verdeeld over beide helikoptertypes.

2.3 Resultaten Voor elk van de beschreven varianten zijn Lden contouren berekend. Voor de inrichting van het terrein zijn de afmetingen en de ligging van de 56 dB(A) Lden contour van belang. Binnen deze contourwaarde zouden zich geen gebouwen mogen bevinden. © Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license

Figuur 4: Lden contouren, variant A (NLR nr 20210830_115218) 12

NLR-CR-2021-288 | december 2021

© Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license

Figuur 5: 56 dB(A) Lden contouren, variant B (NLR nr 20210830_121217)

© Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license

Figuur 6: 56 Lden contouren, variant C (NLR nr 20210830_122426) Variant B geeft een 56 dB(A) Lden contour die doorloopt tot een afstand van 60 meter vanaf de helispot. Dat is de meest ongunstige situatie. Deze situatie zal zich echter nooit voordoen, omdat deze verondersteld dat de starts allemaal naar het zuidwesten vliegen (de wind komt dan uit de zuidwest hoek) en dat de naderingen allemaal vanuit het zuidwesten komen, hetgeen een noordoostelijke wind verondersteld. De A- en C-variant zijn realistischer dan de B-variant, maar de 56 Lden contour reikt ook voor deze varianten tot bijna 60 meter van de helispot (± 57 meter). Vanuit het oogpunt van geluid zouden gebouwen dus niet binnen ± 60 meter van de helispot gesitueerd mogen worden. Deze afstand geldt dan in de hoofd start- en landingsrichting. Deze minimale afstand kan waarschijnlijk wel verkleind worden als gericht gestuurd wordt op het gebruik van de aan- en uitvliegrichting. Figuur 4 en Figuur 6 laten immers zien dat zonder het ‘contour eilandje’ aan de noordoostzijde de 56 Lden contour niet verder komt dan tot ± 30 meter vanaf de helispot. In Appendix A zijn ook figuren opgenomen waarin de 47 dB(A) Lden contour is opgenomen.

13

NLR-CR-2021-288 | december 2021

3

Externe veiligheid

Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de berekeningsmethode en invoergegevens van de externeveiligheidsberekeningen en een weergave van de resultaten.

3.1

Berekeningsmethode

Voor de risicoberekeningen is het voorschrift voor het berekenen van de externe veiligheid toegepast, zoals wettelijk is vastgelegd in bijlage 2 van de Regeling Burgerluchthavens [Ref. 8]. De berekeningen zijn uitgevoerd met het GEVERS rekenpakket, versie 2.2. GEVERS is het Geïntegreerde Externe Veiligheid Reken Systeem dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft laten ontwikkelen voor de berekening van het externe veiligheidsrisico door vliegverkeer rond burgerluchthavens. Dit model is een gevalideerde implementatie van het rekenvoorschrift.

3.2

Invoergegevens

Voor de externe-veiligheidsberekeningen is zoveel mogelijk aangesloten bij de geluidberekeningen. Voor enkel aspecten kent de berekening voor EV specifieke uitgangspunten.

Ligging van de helikopterlandingsplaats Gelijk aan geluid, zie Tabel 1

Studiegebied Het studiegebied voor de EV berekening is gelijk aan dat voor de geluidberekeningen, zie Tabel 2. Voor de plaatsgebonden risicoberekeningen is het studiegebied opgedeeld in vierkante rekencellen van 25 bij 25 meter. Dit is conform het rekenvoorschrift bij de Regeling Burgerluchthavens. In elke rekencel wordt het plaatsgebonden risico berekend in het midden van de cel.

Verkeersverdelingen De basis van de verkeersverdeling is gelijk aan geluid; zie hoofdstuk 2. Voor externe veiligheid wordt het aantal vliegbewegingen zonder etmaalweegfactor gebruikt. De verdeling van het verkeer over het etmaal heeft namelijk geen invloed op de uitkomst van de uitgevoerde externe veiligheidsberekeningen.

Helikoptergegevens Het maximaal startgewicht (MTOW) en helikoptercategorie van de helikopter is nodig voor de berekeningen van externe veiligheid. De helikoptercategorie wordt gekarakteriseerd door type motor en aantal motoren. Tabel 6 toont de benodigde gegevens. Voor MTOW en helikoptercategorie zijn de standaardgegevens gehanteerd voor de berekening van het externe-veiligheidsrisico voor overige burgerluchthavens [Ref. 9].

14

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Tabel 6: MTOW en helikoptercategorie per helikoptertype Helikoptertype

ICAO-typecode

MTOW [ton]

Helikoptercategorie

AIRBUS HELICOPTERS EC-135

EC35

2,910

Multi engine turbine

BOEING-LEONARDO AW-139

A139

6,400

Multi engine turbine

Routes De routes die voor de externe veiligheidsberekeningen voor vliegtuigen zijn toegepast, zijn ontleend aan de vliegroutes die zijn gebruikt voor de berekening van de geluidbelasting. Voor het helikopterverkeer worden alle aan- en uitvliegrichtingen ingedeeld in sectoren van een cirkel rond de helispot. Binnen elke sector vindt een bepaald percentage van de vluchten over de betreffende aan- of uitvliegrichting plaats. Voor de helispot ligt de nominale aan- en uitvliegrichting op 45 graden richting het noordoosten of op 225 graden richting het zuidwesten. Voor elke aan- en uitvliegrichting is een sector gedefinieerd met een hoek van 5 graden links en 5 graden rechts ten opzichte van de nominale vliegrichting. 95% van het aantal helikopterbewegingen op de betreffende helispot valt binnen deze sector van totaal 10 graden, de overige 5% erbuite erbuiten. Figuur 7 en Figuur 8 tonen de sectoren. % Figuur 7: Helisectoren en gebruikspercentage voor starten naar en landen uit het noordoosten %

Figuur 8: Helisectoren en gebruikspercentage voor starten naar en landen uit het zuidwesten 15

NLR-CR-2021-288 | december 2021

3.3

Resultaten

Plaatsgebonden risico (PR) is gedefinieerd als de kans per jaar dat een denkbeeldige persoon die zich permanent op dezelfde locatie in de omgeving van een luchthaven bevindt, komt te overlijden als een direct gevolg van een vliegtuigongeval. Deze risicomaat is daarmee locatieafhankelijk en niet op elke locatie gelijk. Het risico is groter naarmate de afstand tot een gevlogen route en de luchthaven c.q. baan kleiner is. Het plaatsgebonden risico is onafhankelijk van de daadwerkelijke populatie in de omgeving van een luchthaven. Bij het bepalen van het plaatsgebonden risico worden alleen fictieve personen op de grond beschouwd. Het risico voor de inzittenden van een vliegtuig is geen onderdeel van de bepaling van het plaatsgebonden risico. De resultaten van een plaatsgebonden risicoberekening worden weergegeven door contouren die gevormd worden door punten met gelijk plaatsgebonden risico met elkaar te verbinden. Indien uit de berekening een contour van het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 volgt die buiten het gebied valt dat bestemd is als luchthaven (“het luchthavengebied”), dan kan niet volstaan worden met een luchthavenregeling, maar is een luchthaven besluit vereist. Een plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar komt overeen met een overlijdenskans als gevolg van een vliegtuigongeval van 1 op 1.000.000 jaar.

De berekeningsresultaten laten zien dat er geen plaatsgebonden risicocontouren zijn voor de risicowaarde van 1·10-6 per jaar. Het berekende plaatsgebonden risico is dus altijd lager dan 10-6 per jaar. Daarmee is het plaatsgebonden risico buiten het luchthaventerrein lager dan 10-6 per jaar. Om toch een indicatie te hebben van de hoogte en ligging van het plaatsgebonden risico is Figuur 9 ter illustratie de 10-7 plaatsgebonden risico (PR) contour weergegeven.

© Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license

Figuur 9: 10-7 plaatsgebonden risicocontour, variant Extreem NO 16

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Berekeningsoverzicht De externe veiligheidsberekeningen zijn door NLR geadministreerd met volgende berekeningsnummers: Zonder meteotoeslag

1291105_20210701_01

Met meteotoeslag

1291105_20210701_02

17

NLR-CR-2021-288 | december 2021

4

Conclusies

Ter ondersteuning van de inrichting van het terrein voor de toekomstige PI Vlissingen heeft het NLR de geluidbelasting en externe veiligheid berekend voor een verwacht verkeersbeeld van 72 helikopterbewegingen op jaarbasis. Deze informatie kan gebruikt worden bij de inrichting van het gebouw en de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden ten aanzien van de eventuele locatie van de gebouwen. Geluid Binnen de Regelgeving burgerluchthavens wordt de Lden (Level, Day, Evening, Night) geluidsindicator gehanteerd voor het bepalen van de geluidbelasting. De Lden is een indicator voor de totale geluidbelasting op jaarbasis, waarbij vliegtuigpassage in de avond, nacht en vroege ochtend zwaarder meetellen dan passages overdag. Bij een luchthavenregeling dient de 56 dB(A) Lden geluidscontour binnen het luchthavengebied te vallen. Gebaseerd op het te verwachten aantal vliegtuigbewegingen van maximaal 72 per jaar en de helikoptertypen (EC-135 en AW-139) blijft de 56 dB(A) Lden geluidscontour binnen het totale terrein van de PI Vlissingen. De 56 dB(A) Lden contour reikt tot maximaal 60 meter vanaf te helikopterlandingsplaats, in de hoofd start- en landingsrichting. Externe veiligheid Het externe-veiligheidsrisico wordt uitgedrukt in plaatsgebonden risico (PR).

Dit is de kans dat gedurende een periode van één jaar een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval, waarbij die persoon zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Bij een luchthavenregeling dient de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 binnen het luchthavengebied te vallen. Gebaseerd op het te verwachten aantal vliegtuigbewegingen van maximaal 72 per jaar en de helikoptertypen (EC-135 en AW-139) is het plaatsgebonden risico lager dan 10-6 per jaar en is er geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. De locatie van de mogelijke helikopterlandingsplaats is wat betreft externe veiligheid daarmee vrij te kiezen binnen het luchthavengebied. Of, anders gezegd: er is wat betreft externe veiligheid geen minimaal vereiste afmeting van het luchthavengebied. In situaties waarbij omstandigheden vereisen dat afgeweken wordt van de voorschriften voor inrichting, uitrusting en veilig gebruik van luchthavens kan, middels een ontheffingsprocedure, onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn om de gewenste vlucht(en) toch uit te voeren.

18

NLR-CR-2021-288 | december 2021

5

Referenties

1.

https://www.dji.nl/locaties/j/justitieel-complex-vlissingen-jcv

2.

Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (27 oktober 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/1166 sector LUV), Staatscourant 30 oktober 2009

3.

Besluit van 30 september 2009, houdende regels voor burgerluchthavens (Besluit burgerluchthavens)

4.

Advies locatiekeuze Justitieel Complex Vlissingen, College van Rijksadviseurs, december 2020

5.

Afwijkingen inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens, Informatieblad ILenT, publicatiedatum maart 2012

6.

Voorschrift voor de berekening van de Lden-geluidbelasting in dB(A) voor overige burgerluchthavens, Bijlage 1 als bedoeld in artikel 4 van de Regeling burgerluchthavens, mei 2012.

7.

Appendices van de voorschriften voor de berekening van de geluidbelasting in Lden voor de overige burgerluchthavens bedoeld in artikel 8.1 van de Wet luchtvaart. Geluidsniveaus, prestatiegegevens en indeling naar categorie (versie 13.3), NLR-CR-96650, Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, G.J.T. Heppe, oktober 2015.

8.

Voorschrift voor de berekening en bepaling van de 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risicocontouren en het Totaal risicogewicht voor overige burgerluchthavens, Bijlage 2 als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling burgerluchthavens, Staatscourant 2015, nr. 17214, 23 juni 2015.

9.

Samenstellen van standaard vliegtuiggegevens voor de berekening van het externe veiligheidsrisico voor overige burgerluchthavens, NLR-TR-2010-454, Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, R. de Jong, april 2011.

19

NLR-CR-2021-288 | december 2021

Appendix A

Figuur A 1: Variant C: 56 dB(A) Lden (blauw) en 47 dB(A) Lden (rood) contouren

20

Koninklijke NLR - Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum Het onderzoekscentrum Koninklijke NLR werkt op objectieve en onafhankelijke wijze met zijn partners aan een betere wereld van morgen. NLR biedt daarbij innovatieve oplossingen en technische expertise en zorgt voor een sterke concurrentiepositie van het bedrijfsleven.

NLR is ruim 100 jaar een kennisorganisatie met de diepgewortelde wil om te blijven vernieuwen en zet zich in voor een duurzame, veilige, efficiënte en effectieve luchten ruimtevaart. De combinatie van diepgaand inzicht in de klantbehoefte, multidisciplinaire expertise en toonaangevende onderzoeksfaciliteiten, maakt snel innoveren mogelijk. NLR vormt in binnen- en buitenland de spilfunctie tussen wetenschap, bedrijfsleven en overheid, en overbrugt de kloof tussen fundamenteel onderzoek en toepassingen in de praktijk. Daarnaast werkt NLR als Groot Technologisch Instituut ruim tien jaar in de TO2-federatie samen aan toegepast onderzoek in Nederland. Vanuit de hoofdvestigingen in Amsterdam en Marknesse en twee satellietvestigingen, draagt NLR bij aan een veilige en duurzame maatschappij en werkt met partners in vele (defensie)programma’s, onder andere aan complexe composieten constructies voor verkeersvliegtuigen en aan doelgericht gebruik van het F-35-jachtvliegtuig. Daarnaast geeft NLR invulling aan Nederlandse en Europese (klimaat)doelstellingen conform de Luchtvaartnota, de European Green Deal, Flightpath 2050, en door deelname aan programma’s zoals Clean Sky en SESAR.

Voor meer informatie bezoek: www.nlr.nl

Postal address PO Box 90502 1006 BM Amsterdam, The Netherlands e ) info@nlr.nl i ) www.nlr.org Royal NLR - Netherlands Aerospace Centre

Royal NLR Anthony Fokkerweg 2 1059 CM Amsterdam, The Netherlands p ) +31 88 511 3113

Voorsterweg 31 8316 PR Marknesse, The Netherlands p ) +31 88 511 4444

Chamber of Commerce No. 41150373. VAT No. NL002760551B01

Bijlage 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

Akoestisch onderzoek herinrichting Stadslandgoed Vlissingen (2105/030/RV-01, versie 0)

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (reconstructie)

in opdracht van Rho Adviseurs B.V. T.a.v. de heer R. Louws Segeerssingel 6 4337 LG MIDDELBURG betreffende locatie Stadslandgoed Vlissingen Ritthem, gemeente Vlissingen documentkenmerk 2105/030/RV-01 versie 0 vestiging Prinsenbeek datum 13 september 2021

opgesteld door:

gecontroleerd door:

ing. S. Vissers

ir. M.C.J. van de Ven - Verrijt

Projectleider geluid & bouwfysica

Senior projectleider geluid & bouwfysica

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Uitgangspunten

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Gegevens wegverkeer

2

2.3

Modellering

3

3

Wet- en regelgeving

5

3.1

Berekeningsmethode

5

3.2

Wet geluidhinder

5

3.2.1 Geluidbelasting

5

3.2.2 Geluidzones

5

3.2.3 Artikel 110g

6

3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied

6

3.3

Reconstructie

7

4

Resultaten en conclusie

9

4.1

Geluidbelasting voor herinrichting (huidige situatie)

9

4.2

Geluidbelasting na herinrichting (peiljaar 2032)

9

4.3

Toetsing reconstructiecriterium

9

4.4

Conclusie

9

Bijlagen Bijlage 1:

Situatietekening (huidige en toekomstige situatie)

Bijlage 2:

Verkeersgegevens wegverkeer

Bijlage 3:

Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Bijlage 4:

Grafische weergave akoestisch model wegverkeerslawaai

Bijlage 5:

Rekenresultaten 2021

Bijlage 6:

Rekenresultaten 2032

Bijlage 7:

Vergelijkingstabel huidige en toekomstige rekenresultaten

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

1 Inleiding In opdracht van Rho Adviseurs is een akoestisch onderzoek verricht in verband met de beoogde herinrichting op de locatie Stadslandgoed Vlissingen. Ter plaatse wordt een Justitieel complex beoogd. Dit complex zal worden ontsloten via twee routes: de Oostelijke Bermweg en de Visodeweg. De Oostelijke Bermweg en Havenweg worden verbreed/gereconstrueerd. De Visodeweg wordt eveneens verbreed/gereconstrueerd en wordt daarnaast doorgetrokken richting de Marie Curieweg. De aansluiting van de Visodeweg op de Marie Curieweg is een nieuwe weg en een wijziging van de weg. Omdat zich binnen de wettelijke onderzoekszone langs laatstgenoemde wegen geluidgevoelige objecten bevinden, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai nodig. De geluidgevoelige objecten betreffen de woningen aan de overkant van de Rijksweg A58, aan de Vlissingsestraat en de Kromwegesingel (te Oost-Souburg), alsmede enkele woningen aan de Deinsvlietweg en de Ritthemsestraat (te Ritthem). Het Justitieel complex zelf betreft geen geluidgevoelige bestemming. De herinrichting omvat met name de volgende aanpassingen: •

de wegen Visodeweg, Havenweg en Oostelijke Bermweg worden verbreed/gereconstrueerd (wijziging van een weg);

•

de Visodeweg wordt doorgetrokken richting het noorden zodat deze aansluit op de Marie Curieweg (aanleg van een weg en wijziging van een weg).

Formeel valt het noordelijke gedeelte van de Visodeweg niet binnen het onderzoek, aangezien dit de aanleg van een nieuwe weg betreft. Echter is dit weggedeelte in onderhavig onderzoek alsnog beschouwd. Aangezien er geen geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van de Havenweg en de Oostelijke Bermweg zijn gelegen wordt dit gedeelte van de herinrichting in onderhavig onderzoek buiten beschouwing gelaten. In de huidige situatie gaat de Visodeweg over in de Deinsvlietweg. Na herinrichting zal de Deinsvlietweg fysiek worden afgesloten van de Visodeweg en zal hiermee al na circa 650 meter doodlopen. Aangezien het aandeel verkeer op de Deinsvlietweg hiermee enkel zal afnemen wordt de herinrichting van deze weg niet betrokken in onderhavig onderzoek. Het doel van het akoestisch onderzoek is om na te gaan in hoeverre de herinrichtingen van de Visodeweg en de Marie Curieweg aan te merken zijn als een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van de Wet geluidhinder is er sprake van een reconstructie indien er ten gevolge van één of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg de geluidbelasting vanwege de weg met (afgerond) 2 dB of meer wordt verhoogd. Om dit te onderzoeken is de geluidbelasting berekend in de huidige situatie (één jaar voor herinrichting) en 10 jaar na de herinrichting (2032).

Vanwege enkele tekstuele wijzigingen komt het eerder voor dit plan opgestelde rapport ‘Akoestisch onderzoek herinrichting locatie Stadslandgoed Vlissingen’ (documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0 d.d. 12 augustus 2021) in zijn geheel te vervallen.

pagina 1 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

2 Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens Het te onderzoeken gebied omvat de Visodeweg en de Marie Curieweg te Ritthem en is gelegen in het buitenstedelijk gebied van de gemeente Vlissingen. De geluidgevoelige objecten aan de Vlissingsestraat en de Kromwegesingel te Oost-Souburg zijn gelegen in het stedelijk gebied van de gemeente Vlissingen. De geluidgevoelige objecten aan de Ritthemsestraat en de Deinsvlietweg zijn gelegen in het buitenstedelijk gebied van de gemeente Vlissingen. In bijlage 1 is een luchtfoto van de bestaande situatie opgenomen alsmede een tekening van de nieuwe situatie. De tekening is op 23 juli 2021 verstrekt door Rho Adviseurs en is gebruikt voor onderhavig onderzoek.

2.2 Gegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de Marie Curieweg zijn verstrekt door de gemeente Vlissingen. Er zijn etmaalintensiteiten verstrekt voor zowel het jaar 2021 als het jaar 2032. Door de gemeente Vlissingen is tevens een etmaalintensiteit aangeleverd voor de Visodeweg voor het jaar 2021. De etmaalintensiteit voor het jaar 2032 is aangeleverd door de opdrachtgever op basis van de gegevens die bij de opdrachtgever zijn aangeleverd door JCV (Justitieel complex Vlissingen). Voor de verdeling van lichte, middelzware en zware motorvoertuigen over dag-, avond- en nachtperiode is gebruik gemaakt van het door het ministerie van VROM uitgegeven rapport “bepaling van verkeersgegevens ten behoeve van de Wet geluidhinder”, GF-DR-35-01. De Visodeweg en de Marie Curieweg zijn als een “streekweg” beschouwd. Het nieuw aan te leggen gedeelte van de Visodeweg is samen met het te herinrichten gedeelte van de Visodeweg als één juridische geluidbron beschouwd. Alle verstrekte verkeersgegevens worden weergegeven in bijlage 2. De verkeersinvoergegevens inclusief de maximum snelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabellen 2.1 en 2.2.

pagina 2 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

Tabel 2.1: gegevens wegverkeer Visodeweg Visodeweg maximum snelheid 2021: 60 km/uur maximum snelheid 2032: 60 km/uur wegdek: referentiewegdek jaar: 2021

etmaalintensiteit: 100 mvt.

jaar: 2032

etmaalintensiteit: 211 mvt. dag

avond

gemiddeld per uur (%)

6,41

3,67

nacht 1,05

lichte mvt. (%)

80,59

91,71

77,95

middelzware mvt. (%)

12,53

3,90

9,41

zware mvt. (%)

6,88

4,39

12,64

Tabel 2.2: gegevens wegverkeer Marie Curieweg Marie Curieweg maximum snelheid 2021: 60 km/uur maximum snelheid 2032: 50 km/uur wegdek: referentiewegdek jaar: 2021

etmaalintensiteit: 500 mvt.

jaar: 2032

etmaalintensiteit: 1500 mvt. dag

avond

gemiddeld per uur (%)

6,41

3,67

nacht 1,05

lichte mvt. (%)

80,59

91,71

77,95

middelzware mvt. (%)

12,53

3,90

9,41

zware mvt. (%)

6,88

4,39

12,64

Er is van uitgegaan dat in het verleden geen hogere waarden zijn verleend voor de nabij de herinrichting gelegen geluidgevoelige objecten.

2.3 Modellering Als maatgevende toetshoogte voor de begane grond van de nabij gelegen geluidgevoelige objecten is 1,5 meter boven maaiveld aangehouden. Voor de eerste en (eventueel) tweede verdieping is respectievelijk 4,5 en 7,5 meter gehanteerd. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid. Voor de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van een akoestisch model in Geomilieu, versie 2020.2. Alle bodemgebieden en gebouwen zijn verkregen uit de dataset 3D geluid zoals beschikbaar gesteld op PDOK. De invoergegevens van deze objecten zijn steekproefsgewijs gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd of aangevuld. In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 0,00 (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 1,00) en akoestisch half hard/zacht (bodemfactor 0,50) gemodelleerd. De akoestisch zachte gebieden betreffen groenvoorzieningen. De akoestisch half harde/zachte bodemgebieden betreffen tuinen. Bij wegdektypen welke significant absorberende eigenschappen hebben, zoals het ZOAB op de Rijksweg A58, dient conform het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ eveneens een bodem absorptiefactor van 0,50 te worden aangehouden.

pagina 3 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

De hoogteverschillen in het maaiveld zijn conform de hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Er hoeft ten aanzien van de wegen in onderhavig onderzoek geen hellingcorrectie te worden toegepast. De herinrichting omvat geen kruispunten. Ten behoeve van de modellering van alle (toekomstige) schermen ter hoogte van de Rijksweg A58 zijn de gegevens gehanteerd uit het Geluidregister Hoofdwegennet. De Marie Curieweg is ter plaatse van de aansluiting met de Ritthemsestraat voorzien van een verkeersdrempel. Deze drempel is als obstakel ingevoerd, zodat er met een optrekcorrectie is gerekend.

pagina 4 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

3 Wet- en regelgeving 3.1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode II” zoals deze is beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De invoergegevens van het akoestisch model wegverkeerslawaai zijn weergegeven in bijlage 3. Een grafische weergave van alle invoergegevens is weergegeven in bijlage 4.

3.2 Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheid gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies. De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de onderstaande afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder: •

afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 87i);

•

afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90);

•

afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b).

Voor onderhavige situatie dient onderzocht te worden of afdeling 4 van toepassing is.

3.2.1 Geluidbelasting Met de geluidbelasting in dB van een weg wordt bedoeld de L den-waarde van het geluidniveau in dB. Lden is de geluidbelasting in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189).

3.2.2 Geluidzones Volgens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: •

ligging binnen een woonerf;

•

een maximum snelheid van 30 km/uur.

In navolgende tabel 3.1 is de breedte van de geluidzones weergegeven.

pagina 5 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

Tabel 3.1: breedte van de geluidzones langs wegen soort gebied stedelijk

buitenstedelijk

aantal rijstroken

breedte geluidzone (m)

1 of 2

200

3 of meer

350

1 of 2

250

3 of 4

400

5 of meer

600

3.2.3 Artikel 110g Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidbelasting van de gevel van woningen of van andere geluidgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast. Conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt voornoemde aftrek:

a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is;

b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is;

c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden;

d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder.

3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied Binnen de Wet geluidhinder is de toetsing van de geluidbelasting afhankelijk gesteld van de ligging van de onderhavige weg. Er wordt volgens artikel 1 van de Wet geluidhinder onderscheiden: •

Stedelijk gebied:

het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII van de Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

•

Buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

pagina 6 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

3.3 Reconstructie Er is conform de Wet geluidhinder sprake van een reconstructie, indien de geluidbelasting 10 jaar na de herinrichting toeneemt met (afgerond) 2 dB of meer. Voor het bepalen van de toename van de geluidbelasting is het in ieder geval nodig om voor twee situaties de geluidbelasting in beeld te brengen. Het gaat om de ‘heersende geluidbelasting’ en de geluidbelasting in het ‘maatgevende jaar’. De heersende geluidbelasting is de geluidbelasting die zich voordoet in het jaar voordat een aanvang wordt gemaakt met de wijziging. Het maatgevende jaar is onder normale omstandigheden conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 het tiende jaar na openstelling van de gewijzigde weg. De wijze van bepaling van het verschil tussen twee geluidbelastingen is beschreven in artikel 1.3 lid 2 van de Wet geluidhinder. Het verschil wordt bepaald op basis van de niet afgeronde waarden van de geluidbelasting, waarna de afronding van het resultaat plaatsvindt volgens artikel 1.3 lid 1 van de Wet geluidhinder. Dit betekent dat het verschil wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal. Omdat er bij een toename van 2 dB of meer sprake is van een reconstructie, mag de toename maximaal 1,49 dB bedragen. Vanaf 1,50 dB bedraagt de toename namelijk afgerond 2 dB. Bij deze ‘2 dB-toets’ wordt verder de eventueel in het verleden vastgestelde ‘hogere waarde’ betrokken.

Indien voor de betrokken woningen/geluidgevoelige objecten niet eerder een hogere waarde is vastgesteld, en de heersende waarde is hoger dan 48 dB, geldt als de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting vanwege de te reconstrueren weg de heersende waarde. Echter indien de woningen op 1 januari 2007 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren en er is geen hogere waarde vastgesteld, dan geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Zie tabel 3.2 voor een overzicht. Tabel 3.2 overzicht geldende voorkeursgrenswaarde situatie

voorkeursgrenswaarde in dB

eerder hogere waarde vastgesteld

laagste van: - heersende waarde (met drempelwaarde 48 dB 1) - hogere (vastgestelde) waarde

geen vastgestelde waarde; woningen zijn als saneringswoningen

48 dB

aangemeld bij VROM geen vastgestelde waarde; geprojecteerd na 1 januari 2007 2

48 dB

overige gevallen

heersende geluidbelasting (met drempelwaarde 48 dB 1)

opmerkingen tabel: 1

bij andere geluidgevoelige terreinen dan woonwagenstandplaatsen: 53 dB

2

geprojecteerde woning; nog niet aanwezige woning, waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven

Conform artikel 100a van de Wet geluidhinder geldt dat de toename van de geluidgevelbelasting niet meer mag bedragen dan 5 dB. Uitzondering hierbij zijn de gevallen waarin ten gevolge van de reconstructie de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen en de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt om uiterlijk voor afloop van de reconstructie geluidisolerende maatregelen te treffen ter plaatse van woningen die door de reconstructie een hogere geluidsbelasting ondervinden.

pagina 7 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

Indien een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg in dB(A) is vastgesteld, wordt die waarde conform artikel 3.7 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 omgerekend naar de waarde van de geluidbelasting in dB. De getalswaarde van de vastgestelde waarde wordt verminderd met het onafgeronde verschil tussen de onafgeronde heersende geluidbelasting in dB(A) en de onafgeronde heersende geluidbelasting in dB. Mocht er sprake zijn van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder dan dient het college van burgemeester en wethouders een reconstructiebesluit te nemen (artikel 99 Wgh).

pagina 8 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

4 Resultaten en conclusie 4.1 Geluidbelasting voor herinrichting (huidige situatie) In bijlage 5 zijn de rekenresultaten van voor de herinrichting opgenomen. Voor de toetsing aan het reconstructiecriterium geldt indien er geen hogere waarden verleend zijn een toetsingwaarde van de heersende waarde. De geluidbelasting op de woningen binnen het onderzoeksgebied ten gevolge van wegverkeer op de onderzochte wegen bedraagt minder dan 48 dB inclusief aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.

4.2 Geluidbelasting na herinrichting (peiljaar 2032) In bijlage 6 zijn de rekenresultaten voor het peiljaar 2032 opgenomen. De geluidbelasting op de woningen binnen het onderzoeksgebied ten gevolge van wegverkeer op de onderzochte wegen bedraagt voor het peiljaar eveneens minder dan 48 dB inclusief aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.

4.3 Toetsing reconstructiecriterium Om te toetsen aan het reconstructiecriterium wordt uitsluitend gekeken naar woningen met een geluidbelasting van 48 dB of hoger. Aangezien er geen sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde hoeft er geen toetsing aan het reconstructiecriterium plaats te vinden. In bijlage 7 zijn, louter om het één en ander inzichtelijk te maken, de vergelijkingstabellen van de huidige en de toekomstige rekenresultaten opgenomen.

4.4 Conclusie Uit de vergelijking van de rekenresultaten blijkt dat er op een aantal toetspunten een toename van de geluidgevelbelasting plaatsvindt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt zoals reeds aangegeven nergens overschreden. Derhalve is er geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Er zijn gezien het vorenstaande betreffende het aspect geluid geen bezwaren de herinrichting uit te voeren.

pagina 9 van 9

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

Bijlage 1:

Situatietekening (huidige en toekomstige situatie)

documentkenmerk: 2105/030/RV-01, versie 0

Bijlage 2:

Verkeersgegevens wegverkeer

Susan Vissers | Tritium Advies Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Susan Vissers | Tritium Advies donderdag 12 augustus 2021 14:52 Susan Vissers | Tritium Advies FW: aanvraag verkeersgegevens tbv Stadslandgoed Vlissingen

Beste mevrouw Vissers, Helaas zijn niet alle gegevens beschikbaar. In het onderstaande overzicht een inschatting van de aantallen en toenames. Marie Curieweg 1. gegevens jaar 2021 (1 jaar voor herinrichting) en • maximum snelheid;60 • verdeling lichte, middelzware en zware voertuigen over de dag-, avond- en nachtperiode;geen informatie • etmaalintensiteiten;500 • wegdektype;asfalt 2. gegevens jaar 2032 (10 jaar na herinrichting) • maximum snelheid;50 • verdeling lichte, middelzware en zware voertuigen over de dag-, avond- en nachtperiode;geen informatie • etmaalintensiteiten;1500 • wegdektype;asfalt

Met vriendelijke groet, Senior Beleidsmedewerker Verkeer & Vervoer | Team Leefbaarheid Paul Krugerstraat 1 | 4382 MA Vlissingen Postbus 3000 | 4380 GV Vlissingen

1

Susan Vissers | Tritium Advies Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Susan Vissers | Tritium Advies maandag 9 augustus 2021 12:55 Susan Vissers | Tritium Advies FW: aanvraag verkeersgegevens tbv Stadslandgoed Vlissingen

Beste mevrouw Vissers, Ik kan me goed vinden in deze aannames.

Met vriendelijke groet, Senior Beleidsmedewerker Verkeer & Vervoer | Team Leefbaarheid Paul Krugerstraat 1 | 4382 MA Vlissingen Postbus 3000 | 4380 GV Vlissingen

Beste, Bedankt voor de reactie. Voor de verdeling van lichte, middelzware en zware motorvoertuigen over dag-, avond- en nachtperiode zou ik graag gebruik maken van het door het ministerie van VROM uitgegeven rapport “bepaling van verkeersgegevens ten behoeve van de Wet geluidhinder”, GF-DR-35-01. Hierbij beide wegen beschouwend als ‘streekweg’. Hieruit volgt de volgende verdeling: % dag

% avond

% nacht

6,41

3,67

1,05

licht

80,59

91,71

77,95

middel

12,53

3,90

9,41

zwaar

6,88

4,39

12,64

Wellicht zouden we dit dan aan kunnen houden voor zowel 2021 als het jaar 2032. Komt dit overeen met uw verwachting? Met vriendelijke groet, ing. S. (Susan) Vissers Projectleider geluid en bouwfysica

M. 06 82 01 31 75 T. 088 44 02 900 E. s.vissers@tritium.nl W. ma, di, do en vrij

Bodem | Water & lucht | Geluid & bouwfysica | Kwaliteit, arbo en milieu | Ruimtelijke ordening | Asbest ARKEL » NEER » NUENEN » PRINSENBEEK » RIJKEVOORT Schrijf u hier in op onze nieuwsbrief | Op dit e-mail bericht is een disclaimer van toepassing.

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12902826/1