CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.6 Rvs Programma Mobiliteit bijlage 2 participatieplan

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Programma Mobiliteit (nieuwe GVVP)1.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programma Mobiliteit 2040 Vlissingen praat mee

Participatieplan

12 november 2024

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

2.

Participatie, wat is dat?

3.

Invulling participatie 3.1. Plan van aanpak 3.2. Bijeenkomsten 3.3. DoeMeeVlissingen

4.

Terugkoppeling naar participanten

5.

Begroting uren

1. Inleiding Het Programma Mobiliteit is onderverdeeld in vijf beleidsonderdelen: 1. Netwerken 2. Ontwerpuitgangspunten 3. Parkeren 4. Keten- en deelmobiliteit 5. Ontwerpwaarden en -uitgangspunten Dit participatieplan gaat per beleidsonderdeel in op de wijze waarop we de wijze van participatie invullen. Bij de ontwikkeling van de Strategische visie 2040 en later de Omgevingsvisie 2040 is al een intensief participatieproces gehanteerd. Het Programma Mobiliteit betreft de beleidsuitwerking van de Omgevingsvisie op het thema mobiliteit. Dat betekent dat aan de uitgangspunten niet getornd kan worden omdat die al door de raad zijn vastgesteld. Maar over de concrete invulling kan nader van gedachten worden gewisseld. In het participatieproces bij dit programma kan een beperkt aantal ideeën doorontwikkeld worden. De gegeven suggesties kunnen de plannen aanvullen en versterken waardoor we de juiste keuzes kunnen maken in de toekomst. Dit participatieplan ziet dus niet op de reeds afgeronde participatiemogelijkheden die er waren bij de totstandkoming van de Strategische visie en Omgevingsvisie. Deze zijn immers ook al vastgesteld door de raad en daarmee liggen ook de beleidsuitgangspunten vast. Met andere woorden: er vindt geen dubbele participatie voor beide visies plaats.

De participatie waar dit plan over gaat ziet enkel op de vervolg-participatie omdat in het Programma Mobiliteit zaken nu eenmaal wel een stap concreter zijn gemaakt. Dat heeft effecten op de bewoners, ondernemers en andere stakeholders. In dit participatieplan wordt duidelijk hoe, door wie en op welke wijze en op welk participatieniveau er per beleidsonderdeel in dit vervolgproces kan worden geparticipeerd.

2. Participatie, wat is dat? Vlissingen maken we samen. Gemeente Vlissingen is van ons allemaal en wie dat wil, kan zijn zegje doen. Want alleen zó wordt Vlissingen echt van iedereen en kunnen bewoners en betrokkenen invloed uitoefenen op alle ontwikkelingen in de gemeente. Hoe dit in zijn werk gaat ligt vast in het participatiebeleid. Bij het maken van deze opzet is gebruik gemaakt van de participatieleidraad. Het grootste afbreukrisico van participatie is dat de verwachtingen van de participanten en de gemeente over het participatieniveau niet overeenkomen. Een goede interne voorbereiding is essentieel om alle verwachtingen te managen. Pas als alle kaders (subsidiekaders en kaders vanuit de verschillende relevante interne stakeholders) helder zijn, kan de stap richting de externe stakeholders gezet worden. Uitgangspunt bij de participatie is zoveel mogelijk ruimte bieden aan de belanghebbende om hun ideeën verwerkt te zien. Het doel van participatie is betrokkenheid van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen bij plannen en projecten. Actieve betrokkenheid is meepraten, meedenken, adviseren of samenwerken. Naast participatie bestaat er soms het wettelijke recht op inspraak of het indienen van zienswijzen, het maken van bezwaar of in beroep gaan. Hier gaat het meestal om het reageren op plannen die al zijn gemaakt.

Inspraak kan echter ook een meer participatieve vorm aannemen, wanneer deze in een vroegtijdig stadium bij de voorbereiding van planvorming wordt ingezet. Participatie vindt vaak eerder in een traject plaats. De ruimte voor beïnvloeding is bij participatie meestal groter dan bij het wettelijke recht op inspraak.

3. Invulling participatie 3.1. Plan van aanpak De participatie valt uit een in een aantal afzonderlijke delen. Ieder deel leidt tot een specifieke participatie opbrengst. In onderstaande paragrafen wordt per deel beschreven: 1) wat wij willen bereiken met de participatie; 2) randvoorwaarden voor participatie; 3) wat het participatieniveau is; 4) welke methodiek wij willen gebruiken; 5) wat de opbrengst is van de participatie; 6) risico’s en manier deze te verkleinen; 7) welke bemensing is noodzakelijk; 8) begroting kosten voor participatie.

3.2. Bijeenkomsten 1)

Doel Wij willen mensen informeren over alle vijf de beleidsonderdelen van het programma mobiliteit. Daarbij leggen we uit hoe deze voortvloeien uit de Omgevingsvisie. Er zijn twee thema’s waarbij nu het juiste moment is aangebroken om als participatieniveau raadplegen toe te passen. We maken mensen enthousiast om samen met ons na te denken over de thema’s hoofdfietsroutes en autonetwerk: welke bijstellingen zijn gewenst en waarom?

2)

Randvoorwaarden a) Volledig in beeld welke kaders (wat is al participatief tot stand gekomen en waar vindt in het vervolgproces nog participatie plaats) er zijn. b) Duidelijkheid over de beschikbare budgetten. c) Besluit omtrent het participatieniveau van alle delen.

3)

Participatieniveaus - Informeren over het hele programma, ook over bij wie bij wie zij terecht kunnen met vragen. - Raadplegen bij de twee genoemde thema’s.

4)

Methode Presentatie en toelichting op vragen: a) Samenvatting van het programma, de kaders van de participatie, alsmede de financiële kaders. b) Vervolgens een toelichting op het verdere traject en daarbij behorende participatiemomenten en -niveaus

5)

Opbrengst Voldoende mensen die met ons willen meedenken. Doel is zoveel mogelijk deelnemers (max.30).

6)

Risico’s a) Aanwezigen willen de discussie over de visievorming misschien opnieuw voeren. Goede gesprekleider leidt het gesprek terug via de kaders naar de nu voorliggende opdracht. b) Teveel deelnemers. Aanpassen werkmethode van de werkgroep van plenair naar werken met subgroepen. c) Te weinig deelnemers. Via andere gemeentelijk kanalen uitnodiging voor deelname in werkgroepen breed verspreiden.

7)

Welke bemensing is noodzakelijk? a) Verantwoordelijk portefeuillehouder 2 uur. b) Projectleider, communicatie- en participatiemedewerker totaal 16 uur (voorbereiden en verder uitwerken opbrengst).

8) Kosten PM (Koffie en thee)

3.3. DoeMeeVlissingen 1) Doel a. Draagvlak voor de keuzes in het programma mobiliteit. b. Raadplegen op twee thema’s om waardevolle input van bewoners te vergaren en te verwerken in de vervolgstappen. 2) Randvoorwaarde a. Duidelijkheid over de manier dat we de binnengekomen reacties verwerken in de vervolgstappen. 3) Participatieniveau Informeren en raadplegen. 4) Methodiek Publicatie programma DoemeeVlissingen. 5) Opbrengst a. Inzicht is wens van inwoners. 6) Risico’s en manier deze te verkleinen a. Teleurstelling dat niet alles kan. Uitleggen dat we samen met bewoners willen zoeken naar andere mogelijkheden financieel of qua locatie etc. Daarnaast een goede terugkoppeling aan de werkgroepen. 7) Welke bemensing is noodzakelijk? a. Projectleider Afstemmen over Doemee en opbrengst (totaal 4 uur). b. Communicatie- en participatiemedewerker (totaal 16 uur voorbereiden en verder afstemmen over en uitwerken opbrengst). 8) Kosten n.v.t.

4. Terugkoppeling naar participanten 1) Doel a. Draagvlak voor keuze voorzieningen. b. Enthousiasmeren van gebruikersgroepen. c. Borgen van bekendheid en gebruik. 2) Randvoorwaarde a. Goede voorbereiding. 3) Participatieniveau a. Informeren, zodat zij weten wat er gaat gebeuren. En bij wie zij terecht kunnen met vragen. b. Consulteren t.b.v. evaluatie van de participatie. Wat vond men van de gekozen aanpak? Dus niet op het resultaat, maar het proces. 4) Methode Presentatie en toelichting op vragen: a. Samenvatting van de uitkomsten en bespreken opties voor vervolg (extra voorzieningen of borgen gebruik). b. Mentimeter. 5) Opbrengst a. Draagvlak en aanknopingspunten voor vervolg na oplevering project. 6) Risico’s en manier deze te verkleinen a. Teleurstelling dat niet alles kan. Uitleggen dat we samen met bewoners willen zoeken naar andere mogelijkheden financieel of qua locatie etc. Daarnaast een goede terugkoppeling aan de werkgroepen. 7) Welke bemensing is noodzakelijk? a. Projectleider Afstemmen over Doemee en opbrengst (totaal 4 uur). b. Communicatie- en participatiemedewerker (totaal 4 uur voorbereiden en bijeenkomst leiden). 8) Kosten n.v.t.

5. Begroting uren 1 2 3 4 5

functie Startbijeenkomst

Projectleider 16 uur

Communicatiemw 16 uur

Participatiemw 16 uur

Enquête of poll via DoemeeVlissingen Terugkoppeling werkgroepen

4 uur

16 uur

16 uur

4 uur

4 uur

4 uur

Totaal

24

52

52

overig

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15561148/1