5.6 rvs Marktverordening 2026 bijlage 3 was-wordt overzicht
Tekst van het document
Was-wordt lijst marktverordening gemeente Vlissingen 2026 Artikel 1 – Begripsomschrijvingen / Definities Was (2005): In deze verordening wordt verstaan onder: a. Markt: de warenmarkt die het college heeft ingesteld; b. Standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; c. Vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; d. Dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; e. Standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; f. Standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; g. Vergunninghouder: degene aan wie het college vergunning heeft verleend voor het innemen van een standplaats; h. Wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats; i. Anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats; j. College: het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen; k. Marktmeester: de persoon die het college als zodanig heeft aangewezen.
Wordt (2026): In deze verordening wordt verstaan onder: • branche: de door het college in de bijlage bij het Marktreglement beschreven waren en producten of artikelgroepen, die op de markt mogen worden aangeboden; • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen; • markt: door het college ingestelde reguliere warenmarkt; • marktcommissie: de door het college ingestelde commissie, zoals bedoeld in artikel 7; • marktgeld: het recht, zoals bedoeld in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet dat geheven wordt voor het gebruik van enig gedeelte van openbare gebouwen, terreinen, pleinen en straten, gedurende de op grond van deze verordening gehouden markten; • marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; • marktreglement: de door het college vastgestelde nadere regels betreffende het bepaalde in deze verordening, zoals bedoeld in artikel 4; • marktterrein: een door het college bij het instellen van de markt aangewezen en afgebakende ruimte in het openbaar gebied, die gedurende het door het college bepaalde tijdvak is bestemd voor het houden van een markt;
• standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning; • vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste-standplaatsvergunning; • vaste-standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van 15 jaar voor het op de markt bedrijven van handel; • vergunninghouder: degene aan wie door het college een vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats op de markt. Opmerking: Oude begrippen zoals dagplaats, standwerkersplaats, wachtlijst en anciënniteitslijst vervallen. Nieuwe begrippen toegevoegd zoals branche, marktcommissie, marktgeld, marktreglement, marktterrein. Duur vaste standplaats expliciet gesteld op 15 jaar. (Beleidsmatig) Artikel 2 – Inrichting van de markt / Toepassingsgebied Was (2005): 1.
Het college bepaalt ten aanzien van de markt: a. het aantal standplaatsen; b. de afmetingen van de standplaatsen; c. de opstelling en indeling van de markt; d. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkersplaats.
2.
Het college kan voor de markt vaststellen: a. een lijst met artikelengroepen of branches; b. een maximumaantal standplaatsen per branche.
Wordt (2026): Artikel 1. Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op door het college ingestelde reguliere warenmarkten. Opmerking: Bepaling over inrichting en branches is in 2026 verplaatst naar artikel 3 lid 2 en sterk uitgebreid. Het toepassingsgebied is nu een apart, kort artikel. (Juridisch-technisch) Artikel 3 – Nadere regels Was (2005): Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Wordt (2026): 1.
Het college kan nadere regels vaststellen betreffende het bepaalde in deze verordening in het marktreglement.
2.
In het Marktreglement worden in ieder geval regels opgenomen over: a. de locatie van de markt b. het aantal standplaatsen; c. de minimale en maximale afmetingen van de standplaatsen; d. de opstelling en indeling van de markt;
e. de aanwijzing van vaste standplaatsen; f. de dagen, de uren waarop en de periode waarin de markt wordt gehouden; g. de grenzen van het marktterrein en de vaste standplaatsen, vastgelegd op een kaart; h. het maximumaantal vaste standplaatsvergunningen dat per branche, artikelengroep of combinatie daarvan kan worden afgegeven; i. de branches waarvoor een standplaatsvergunning kan worden aangevraagd; j. de instelling, samenstelling en werkwijze van de marktcommissie en haar ambtelijke ondersteuning, alsmede de aspecten die de marktcommissie in haar advies betrekt. 3.
In het Marktreglement kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot het gedrag op het marktterrein, die strekken tot bescherming van het belang van: a. een veilige, ordelijke, eerlijke, ondernemers- en consumentvriendelijke markt; b. afvalpreventie en het doelmatig inzamelen en scheiden van afvalstoffen; c. het waarborgen van de bruikbaarheid en het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte; d. het voorkomen en beperken van overlast, hinder en schade.
Opmerking: Nadere regels zijn nu gebundeld in een marktreglement met een uitgebreide lijst van onderwerpen, waaronder locatie, tijden, kaartmateriaal en rol van de marktcommissie. Ook gedragsen milieuregels toegevoegd. (Beleidsmatig) Artikel 4 – Standplaatsvergunning / Vergunningplicht Was (2005): Artikel 5 – Standplaatsvergunning 1.
Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college.
2.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Wordt (2026): Artikel 4 – Vergunningplicht 1.
Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder vastestandplaatsvergunning van het college.
2.
Het college verleent alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.
Opmerking: Nieuw is dat het expliciet gaat om een vaste-standplaatsvergunning met maximale duur van 15 jaar. Vereiste toegevoegd dat de vergunninghouder gerechtigd moet zijn tot arbeid in Nederland. Bepaling over positieve fictieve beschikking vervalt. (Beleidsmatig)
Artikel 5 – Voorschriften en beperkingen Was (2005):
Artikel 4 – Voorschriften en beperkingen 1.
Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
2.
Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.
Wordt (2026): Artikel 5 – Voorschriften en beperkingen 1.
Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vaste-standplaatsvergunning.
2.
De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.
Opmerking: Toepassing van voorschriften/beperkingen is beperkt tot vaste-standplaatsvergunning. Algemene bepaling over ontheffingen ontbreekt. (Juridisch-technisch) Artikel 6 – Marktmeester Was (2005): Artikel 1 onder k: Marktmeester is de persoon die het college als zodanig heeft aangewezen. Verder geen afzonderlijk artikel over aanstelling marktmeester; taken volgen impliciet uit context. Wordt (2026): Artikel 6 – Marktmeester Het college wijst één of meer marktmeesters aan. Opmerking: Aanstelling van de marktmeester is nu expliciet als zelfstandig artikel opgenomen.
(Juridisch-technisch) Artikel 7 – Mandaatverbod / Marktcommissie Was (2005): Geen afzonderlijk artikel. In 2005 was er geen bepaling die mandaatverlening of advisering door een marktcommissie regelde. Taken en bevoegdheden lagen volledig bij het college en marktmeester. Wordt (2026): Opmerking: Nieuw artikel dat formeel de marktcommissie instelt en een adviesrol toekent. Samenstelling en werkwijze worden geregeld in het Marktreglement. (Beleidsmatig) Artikel 8 – Verlenging na afroep Was (2005): In 2005 werd een vrijkomende standplaats toegewezen op basis van de anciënniteitslijst en wachtlijst (zie art. 11 oud).
Wordt (2026): Artikel 8 – Verlenging na afroep 1.
Wanneer een vaste standplaats beschikbaar komt, wordt deze door het college ter verlenging aangeboden aan de vergunninghouder van die standplaats.
2.
Indien de vergunninghouder de verlenging weigert, wordt de vaste standplaats toegewezen overeenkomstig artikel 9.
Opmerking: Nieuwe procedure die zittende vergunninghouder voorrang geeft op verlenging bij einde termijn. Wachtlijst/anciënniteitslijst is vervallen. (Beleidsmatig) Artikel 9 – Loting Was (2005): Artikel 15 – Toewijzing standwerkersplaats: 1.
Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting.
2.
Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen.
3.
Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.
Wordt (2026): Artikel 9 – Loting 1.
Indien meerdere aanvragen voor een vaste-standplaatsvergunning voor dezelfde plaats in behandeling zijn genomen, wordt de vergunning toegewezen door middel van loting.
2.
Het college organiseert de loting op een openbaar toegankelijke wijze, al dan niet in aanwezigheid van een notaris.
3.
Nadere regels over de loting kunnen in het Marktreglement worden opgenomen.
Opmerking: Loting wordt nu toegepast voor toewijzing vaste standplaatsen bij meerdere gegadigden, niet meer voor standwerkersplaatsen. Procedure is formeler en transparanter. (Beleidsmatig) Artikel 10 – Inhoud vergunning / Algemene bepalingen Was (2005): Artikel 7 – Inhoud vaste standplaatsvergunning 1.
Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het
nummer en de afmetingen daarvan; c. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitslijst; f. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; g. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; h. welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; en i. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 2.
Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.
Wordt (2026): Artikel 10 – Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning 1.
Een vaste-standplaatsvergunning wordt verleend voor de duur van 15 jaar.
2.
De vergunning is niet overdraagbaar.
3.
Het college kan bepalen dat de vergunninghouder tijdelijk een andere standplaats inneemt.
4.
De vergunninghouder mag zich op de standplaats laten bijstaan.
5.
Het college kan nadere regels stellen over de inhoud van de vergunning in het Marktreglement.
Opmerking: Gedetailleerde opsomming van gegevens in 2005 vervalt; inhoud en voorschriften worden grotendeels naar het Marktreglement verplaatst. Nieuw: vaste duur 15 jaar, niet-overdraagbaarheid en bevoegdheid college om tijdelijk andere plaats aan te wijzen. (Beleidsmatig) Artikel 11 – Overschrijving vergunning Was (2005): Artikel 12 – Overschrijving vaste standplaatsvergunning 1.
In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde.
2.
Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.
3.
Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
4.
Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
Wordt (2026): Artikel 11 – Overschrijving vaste-standplaatsvergunning 1.
In geval van overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid of ondercuratelestelling van de vergunninghouder kan de vergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, geregistreerde partner, een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of een medewerker of mede-eigenaar van het bedrijf van de vergunninghouder die ten minste één jaar in die hoedanigheid heeft gewerkt.
2.
Indien degene op wie de vergunning is overgeschreven reeds houder is van een vastestandplaatsvergunning op dezelfde markt, vervalt die vergunning.
3.
Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in dit artikel.
Opmerking: Kring van rechthebbenden is uitgebreid met medewerker of mede-eigenaar (≥ 1 jaar dienstverband) en situatie van ondercuratelestelling. Wachtlijstvoorwaarde vervalt. (Beleidsmatig) Artikel 12 – Intrekking vergunning Was (2005): Artikel 13 – Intrekking vaste standplaatsvergunning 1.
Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 12 de vergunning wordt overgeschreven.
2.
Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 6 genoemde vereisten.
3.
Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 12 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.
Wordt (2026): Artikel 12 – Intrekking vaste-standplaatsvergunning 1.
Het college trekt een vaste-standplaatsvergunning in op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder of bij overlijden, tenzij artikel 11 van toepassing is.
2.
Het college kan een vaste-standplaatsvergunning intrekken indien: a. ter verkrijging daarvan onjuiste gegevens zijn verstrekt;
b. de vergunninghouder niet meer voldoet aan de vereisten van artikel 4, tweede lid; c. de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; d. de vergunninghouder de standplaats gedurende een periode van ten minste twee maanden niet heeft ingenomen; e. de vergunninghouder het marktgeld niet tijdig betaalt; f. de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften overtreedt. 3.
Het college kan bepalen dat de vergunning tijdelijk vervalt indien de vergunninghouder gedurende een bepaalde periode de standplaats niet inneemt.
Opmerking: Gronden voor intrekking zijn uitgebreid met niet-gebruik, wanbetaling, overtreding voorschriften en wangedrag. Mogelijkheid tot tijdelijk vervallen vergunning toegevoegd. (Beleidsmatig) Artikel 13 – Weigeringsgronden Was (2005): Geen afzonderlijk artikel. Weigeringsgronden waren impliciet geregeld via de vereisten in artikel 6 en de volgorde toewijzing in artikel 11. Wordt (2026): Artikel 13 – Weigeringsgronden Het college weigert een aanvraag voor een vaste-standplaatsvergunning indien: a. de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens bevat; b. de aanvraag niet tijdig is ingediend; c. alle vaste standplaatsen zijn vergeven; d. het assortiment niet binnen de vastgestelde branches past; e. het maximumaantal vergunningen per branche is bereikt; f. de aanvrager niet voldoet aan artikel 4, tweede lid (o.a. arbeidsrecht in Nederland); g. de aanvrager minderjarig is; h. de standplaats niet voldoet aan de in het Marktreglement vastgestelde afmetingen; i. de aanvrager niet ingeschreven staat in het handelsregister; j. de marktcommissie negatief heeft geadviseerd op gronden genoemd in het Marktreglement. Opmerking: Expliciete opsomming van weigeringsgronden toegevoegd, inclusief branchebeperkingen, afmetingen en advies marktcommissie. (Beleidsmatig) Artikel 14 – Persoonlijk innemen standplaats / Bijstand Was (2005): Artikel 16 – Persoonlijk innemen standplaats; bijstand 1.
De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.
2.
De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.
3.
De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog.
Wordt (2026): Artikel 14 – Persoonlijk innemen standplaats; bijstand 1.
De vergunninghouder neemt de standplaats persoonlijk in.
2.
De vergunninghouder mag zich laten bijstaan.
3.
Het college kan in bijzondere omstandigheden toestemming geven voor vervanging, mits de aanvraag de reden en duur vermeldt.
4.
Bij plotselinge verhindering meldt de vergunninghouder dit direct aan de marktmeester.
Opmerking: Kern blijft gelijk, maar vervanging is nu expliciet mogelijk met toestemming. Procedure voor melding plotselinge verhindering opgenomen. (Beleidsmatig) Artikel 15 – Plaatsverandering Was (2005): Artikel 11 – Volgorde toewijzing vaste standplaatsen: a. vergunninghouder die wil verplaatsen in volgorde anciënniteitslijst; b. wachtlijst in volgorde inschrijving. Wordt (2026): Artikel 15 – Plaatsverandering 1.
Indien een standplaats vrijkomt tijdens de looptijd van een vergunning, kan het college deze toewijzen aan een andere vergunninghouder.
2.
Bij meerdere gegadigden wordt toegewezen door middel van loting.
3.
Nadere regels worden vastgesteld in het Marktreglement.
Opmerking: Oude volgorderegeling via anciënniteits- en wachtlijst vervalt. Nieuwe regeling gebruikt loting bij meerdere gegadigden. (Beleidsmatig) Artikel 16 – Legitimatie en identiteit vergunninghouder Was (2005): Artikel 20 – Legitimatie en identiteit vergunninghouder 1.
Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.
2.
De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.
Wordt (2026):
Artikel 16 – Legitimatie en identiteit vergunninghouder Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is. Opmerking: Term “marktmeester” vervangen door “toezichthouder”. Verplichting tot zichtbare naamen bedrijfsnaamvermelding vervalt. (Juridisch-technisch) Artikel 17 – Tijdstip innemen standplaats / Aan- en afvoer goederen Was (2005): Artikel 21 – Tijdstip innemen standplaats / aan- en afvoer goederen 1.
Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan twee uur voor aanvang en meer dan een uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.
2.
De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen.
3.
Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 08.30 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.
Wordt (2026): Artikel 17 – Tijdstip innemen standplaats / aan- en afvoer goederen 1.
Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan twee uur voor aanvang en meer dan twee uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.
2.
De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens ontheffing door het college.
3.
Aan een ontheffing kan het college voorschriften verbinden.
Opmerking: Extra uur na afloop toegestaan. Bepaling over 08.30-uurgrens en dagplaatsregeling vervalt. Mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan ontheffing toegevoegd. (Beleidsmatig) Artikel 18 – Schoonhouden marktterrein Was (2005): Geen afzonderlijk artikel; wel bepaling in artikel 7 lid 1(f) dat vergunninghouder afval moet inzamelen en standplaats schoon opleveren. Wordt (2026): Artikel 18 – Schoonhouden marktterrein
1.
De vergunninghouder neemt maatregelen om verontreiniging van het marktterrein te voorkomen.
2.
Afval wordt opgeslagen zodat onbevoegden er geen toegang toe hebben en het terrein niet wordt verontreinigd.
3.
Afval wordt direct na afloop van de markt verwijderd.
4.
De standplaats wordt veegschoon opgeleverd.
Opmerking: Verplichtingen rond afvalinzameling en schoonmaak zijn uitgebreid en gedetailleerd vastgelegd. (Beleidsmatig) Artikel 19 – Toezichthouders Was (2005): Artikel 26 – Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen. Wordt (2026): Artikel 19 – Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en overige door het college aangewezen toezichthouders. Opmerking: Formulering licht aangepast (“overige toezichthouders” i.p.v. “bij besluit aangewezen personen”). Geen inhoudelijke wijziging in bevoegdheid. (Juridisch-technisch) Artikel 20 – Onmiddellijke verwijdering Was (2005): Artikel 25 – Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats.
Wordt (2026): Artikel 20 – Onmiddellijke verwijdering Het college kan een vergunninghouder, vervanger of bijstandverlener gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien deze zich schuldig maakt aan wangedrag, bedrog of overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Opmerking: Grond “niet actief als standwerker” vervalt, mede omdat standwerkersplaatsen zijn afgeschaft. Reikwijdte uitgebreid naar vervanger en bijstandverlener. (Beleidsmatig) Artikel 21 – Veilig en ordelijk verloop
Was (2005): Geen afzonderlijk artikel. Wel waren er bepalingen in art. 23-25 over schorsing, uitsluiting en verwijdering bij verstoring of overtreding. Wordt (2026): Artikel 21 – Veilig en ordelijk verloop Het college kan ter waarborging van een veilig en ordelijk verloop van de markt: a. de inrichting van de markt wijzigen; b. voorschriften opleggen aan vergunninghouders; c. de markt tijdelijk verplaatsen of beëindigen. Opmerking: Nieuwe expliciete bevoegdheid voor ingrijpen bij verstoringen of andere omstandigheden, gericht op continuïteit en veiligheid. (Beleidsmatig) Artikel 22 – Strafbepaling Was (2005): Artikel 22 – Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Tevens kan openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak plaatsvinden. Wordt (2026): Artikel 22 – Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Opmerking: Bepaling over openbaarmaking rechterlijke uitspraak is geschrapt. (Juridisch-technisch) Artikel 23 – Overgangsbepalingen Was (2005): Artikel 28 – Overgangsbepalingen 1.
Besluiten genomen krachtens de Marktverordening Vlissingen 1995 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2.
De op grond van de Marktverordening Vlissingen 1995 geldende anciënniteitslijst en wachtlijst gelden als lijsten opgesteld krachtens deze verordening.
3.
Aanvragen ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding.
Wordt (2026): Artikel 23 – Overgangsbepalingen
1.
Besluiten genomen krachtens de Marktverordening Vlissingen 2005 blijven van kracht totdat zij worden gewijzigd of ingetrokken.
2.
De anciënniteitslijst en wachtlijst zoals die golden onder de Marktverordening Vlissingen 2005 vervallen bij inwerkingtreding van deze verordening.
3.
Lopende bezwaarschriften tegen besluiten genomen krachtens de Marktverordening Vlissingen 2005 worden afgehandeld volgens die verordening.
Opmerking: Oude lijsten vervallen direct per inwerkingtreding, terwijl in 2005 oude lijsten juist werden overgenomen. (Beleidsmatig) Artikel 24 – Intrekking oude verordening Was (2005): Artikel 27 – Intrekking oude verordening De Marktverordening Vlissingen 1995 wordt ingetrokken. Wordt (2026): Artikel 24 – Intrekking oude verordening De Marktverordening Vlissingen 2005 wordt ingetrokken. Opmerking: Logische actualisatie naar intrekking van de 2005-versie. (Juridisch-technisch) Artikel 25 – Inwerkingtreding Was (2005): Artikel 29 – Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2005. Wordt (2026): Artikel 25 – Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. Opmerking: Nieuwe datum van inwerkingtreding. (Juridisch-technisch) Artikel 26 – Citeertitel Was (2005): Artikel 30 – Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Marktverordening Vlissingen 2005”. Wordt (2026): Artikel 26 – Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Marktverordening gemeente Vlissingen 2025”. Opmerking: Jaar in citeertitel (2025) wijkt af van inwerkingtredingsjaar (2026). (Juridisch-technisch)
Vervallen artikelen – 2005-versie Artikel 8 – Inschrijving anciënniteitslijst Oude tekst (2005): Vergunninghouders van een vaste standplaats worden ingeschreven op de anciënniteitslijst. Zij behouden hun volgnummer zolang zij houder zijn van een vaste standplaats. Reden van verval: Het systeem van anciënniteitslijst is afgeschaft. In 2026 is de volgorde van toewijzing vervangen door procedures voor verlenging na afroep en loting. (Beleidsmatig)
Artikel 9 – Inschrijving wachtlijst Oude tekst (2005): Het college houdt een wachtlijst bij van gegadigden voor een vaste standplaats. Inschrijving vindt plaats op aanvraag. De aanvrager moet voldoen aan de vereisten van artikel 6. De inschrijving geldt voor een jaar en kan jaarlijks worden verlengd. Reden van verval: Wachtlijst is vervallen. Toewijzing vindt nu plaats via openbare loting of verlenging aan zittende vergunninghouder. (Beleidsmatig) Artikel 10 – Doorhalen inschrijving wachtlijst Oude tekst (2005): De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald: a. indien de inschrijving niet tijdig is verlengd; b. op verzoek van de ingeschrevene; c. bij overlijden van de ingeschrevene; d. indien de ingeschrevene niet meer voldoet aan de vereisten van artikel 6; e. indien de ingeschrevene een vaste standplaats verkrijgt. Reden van verval: Wachtlijst bestaat niet meer; regeling is overbodig. (Beleidsmatig) Artikel 11 – Volgorde toewijzing vaste standplaatsen Oude tekst (2005): Vrijkomende vaste standplaatsen worden toegewezen: a. aan vergunninghouders die willen verplaatsen, in volgorde van de anciënniteitslijst; b. aan gegadigden op de wachtlijst, in volgorde van inschrijving. Reden van verval: Vervangen door artikel 15 (plaatsverandering) en artikel 9 (loting) in de 2026-versie.
(Beleidsmatig) Artikel 14 – Dagplaatsen Oude tekst (2005):
Het college kan dagplaatsen aanwijzen. Dagplaatsen worden per marktdag toegewezen aan gegadigden die zich bij de marktmeester melden. Reden van verval: In 2026 zijn dagplaatsen niet meer geregeld in de verordening; alleen vaste standplaatsen met vergunning. (Beleidsmatig) Artikel 15 – Standwerkersplaatsen Oude tekst (2005): Het college kan standwerkersplaatsen aanwijzen. Deze worden per marktdag toegewezen door loting. Reden van verval: In 2026 geen standwerkersplaatsen meer opgenomen; loting geldt nu alleen voor vaste standplaatsen. (Beleidsmatig)