5.5 rvs Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2031 bijlage 7 eindverslag
Tekst van het document
Eindverslag participatieplan beleidsplan sociaal domein 2026-2031 Gemeente Vlissingen
1. Inleiding Er is een beleidsplan sociaal domein 2026-2031 opgesteld. In het proces voor de totstandkoming van dit beleidsplan is op 11 februari 2025 een participatieplan door het college vastgesteld. Het doel van dit participatieplan is om te komen tot een gedragen beleidsplan sociaal domein door inwoners, stakeholders, samenwerkingspartners en de adviesraden te betrekken. In het participatieplan is tevens het participatieniveau vastgesteld. Ter afronding van het participatieproces is dit eindverslag opgesteld. Het eindverslag bevat: • een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen; • een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces en de wijze waarop de uitkomsten zijn verwerkt in het beleidsplan; • een beknopte evaluatie van het participatieproces met de belangrijkste geleerde lessen.
2. Participatieproces Participatieniveau Het participatiebeleid van de gemeente Vlissingen onderscheidt 5 participatieniveaus: Informeren Raadplegen Advies vragen Co-creëren Meebeslissen (samenwerken) Als participatie op een hoger niveau niet mogelijk is, informeer dan de betrokken personen en omwonenden. Zodat zij weten wat er in hun wijk, buurt of straat gaat gebeuren. En bij wie zij terecht kunnen met vragen. Informeren doe je altijd.
Vragen om meningen, ervaringen en ideeën. Jij bepaalt de agenda en gebruikt waar mogelijk reacties van betrokkenen bij het vervolgproces. De reacties zijn niet bindend.
Deelnemers kunnen problemen, belangen en oplossingen aandragen. Jij bepaalt de agenda, maar de reacties van betrokkenen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van plannen. Als je de adviezen niet overneemt, moet je dat motiveren.
Partijen zitten vroegtijdig met elkaar aan tafel om over uitgangspunten en het plan te praten. Samen bepalen jullie de agenda en zoeken jullie oplossingen. Je verbindt je aan de gezamenlijk gekozen oplossingen binnen bepaalde kaders. Vaak denken de betrokkenen ook mee over hoe het proces ingericht moet worden.
Betrokkenen en belanghebbenden die op dit niveau deelnemen aan een traject nemen beslissingen met een doorslaggevende invloed. Er kan niet meer van de keuze afgeweken worden door college en raad. Dit niveau vraagt om duidelijke en realistische kaders vooraf en (wanneer van toepassing) nadrukkelijke commitment van het bestuur aan de genomen beslissingen.
Voor het beleidsplan sociaal domein zijn voor fase 1 de participatieniveaus informeren en raadplegen en voor fase 2 het participatieniveau adviseren vastgesteld. Dit betekent dat we de betrokken partijen hebben geïnformeerd. Bij het niveau raadplegen hebben we om meningen, ervaringen en ideeën gevraagd, maar waren de reacties niet bindend. En is er advies gevraagd over het beleidsplan sociaal domein. De opbrengst van fase 1 in het participatieproces is als bijlage opgenomen in het beleidsplan sociaal domein (bijlage I. Participatieproces beleidsplan sociaal domein). En tevens bij dit eindverslag. De opbrengst is voor zover mogelijk en van toepassing verwerkt in het beleidsplan sociaal domein. Voor een groot deel is dit ook te lezen in de beleidsopgaven. De opbrengst van fase 2 in het participatieproces is verwerkt in het inspraakschrift beleidsplan sociaal domein 2026-2031.
1
Fase 1 Netwerkbijeenkomsten In fase 1 van het participatietraject zijn netwerkbijeenkomsten georganiseerd voor stakeholders, samenwerkingspartners en de formele adviesraden. Het doel was om ideeën en ervaringen op te halen over de thema’s die de beleidsopgaven in het beleidsplan sociaal domein raken en die daarin zouden moeten worden geadresseerd. Daarnaast was het doel om deelnemers op vlieghoogte te brengen over de benodigde samenwerking in het sociaal domein en ideeën op te halen over specifieke gebieden waarop samenwerking mogelijk is. De netwerkbijeenkomsten voor samenwerkingspartners, stakeholders en adviesraden hebben op 11 en 20 maart plaatsgevonden. Er waren in totaal 86 deelnemers die met elkaar in gesprek gingen over onderwerpen in de beleidsopgaven in het beleidsplan. Deelnemers waren vertegenwoordigers vanuit zorgaanbieders (jeugd en volwassenen), huisartsen, woningcorporatie, (primair, voortgezet en speciaal) onderwijs, kinderopvang, vrijwilligersorganisaties, adviesraden, het netwerk van Kerngezond Vlissingen, Bibliotheek Zeeland en uitvoerende organisaties zoals, Buurtteams Vlissingen, team Wmo en Jeugd en Orionis Walcheren. Aan verschillende tafels zijn aan de hand van stellingen gesprekken gevoerd en is de input opgehaald.
De opbrengst vanuit de netwerkbijeenkomsten zijn op hoofdlijnen samengevat: Er wordt gepleit voor een samenleving waarin normaliseren, eigen regie, preventie en samenwerking centraal staan. Inwoners moeten worden gestimuleerd om meer naar elkaar om te kijken, hulp te durven vragen en actief deel te nemen aan hun leefomgeving. Er is daarnaast veelvuldig een oproep gedaan tot nog betere samenwerking van de gemeente met de samenwerkingspartners en tussen de partners zelf. De deelnemers hebben aangegeven daarin een regisserende en faciliterende rol te zien voor de gemeente. Dat wil zeggen in het bevorderen, samenbrengen en het versterken van de samenwerking tussen gemeente, zorgaanbieders en alle partners in de sociale basis. Integraal beleid en samenwerken zal daarom de focus krijgen in de komende beleidsperiode. Dit is uitgebreid beschreven in het beleidsplan. Burgerparticipatie In fase 1 is ook een inloopbijeenkomst voor inwoners georganiseerd en is er een vragenlijst uitgezet via DoeMeeVlissingen. Het doel was om inwoners te laten meedenken op thema’s die raken aan hun dagelijks leven. Op 9 april 2025 heeft de inloopbijeenkomst voor inwoners plaatsgevonden. Er waren in totaal 6 deelnemers. Inwoners hebben op basis van verschillende thema’s die aansluiten bij de beleidsopgaven in het beleidsplan input gegeven.
De opbrengst vanuit de inloopbijeenkomst is op hoofdlijnen samengevat: • • •
Faciliteer sociale cohesie in de buurten. Niet alle inwoners hebben een netwerk. Heb aandacht daarvoor. Eenzaamheid komt vooral voor bij alleenstaanden. 2
• • •
Outreachend werken – ga naar de gezinnen toe. Activiteiten moeten ook aansluiten bij de vraag en behoefte van jongeren. Bereik jongeren - communicatie moet aansluiten bij de leefwereld van jongeren.
De vragenlijst op DoeMeeVlissingen heeft van 24 maart tot en met 13 april 2025 open gestaan. De vragenlijst is ingevuld door 91 deelnemers. De opbrengst vanuit de vragenlijst is op hoofdlijnen samengevat:
• • • • • • •
29% van de deelnemers is vrijwilliger. 60% van de deelnemers in niet op de hoogte van de mogelijkheden van vrijwillige inzet in de eigen omgeving. 13% van de deelnemers heeft vaak of altijd stress over geld en 37% heeft dat soms. 29% van de deelnemers heeft vaak of altijd weinig geld en 24% heeft dat soms. 47% van de deelnemers gaat bij opvoedvragen naar familie, 25% doet een beroep op het eigen netwerk en 13% doet een beroep op de jeugdgezondheidszorg. 50% van de deelnemers geeft aan dat zorgen over lichamelijke gezondheid een belangrijke oorzaak is voor stress, voor 23% is dat zorgen om de financiën. 40% van de deelnemers ziet een rol voor de gemeente om inwoners te ondersteunen in een gezondere leefstijl door goedkope of gratis initiatieven aan te bieden om te bewegen. 25% wil ziet in die rol meer en betere toegankelijke beweeg- en sportvoorzieningen.
3
Fase 2 Inspraakperiode Strikt genomen valt een inspraakperiode niet onder participatie (en kent het daarom ook geen participatieniveau), echter was dit wel een moment dat iedereen nog in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen op het concept-beleidsplan dat op dat moment voorlag. Dit is gedaan op grond van de participatie- en inspraakverordening. Het concept-beleidsplan sociaal domein heeft van 1 september tot en met 13 oktober 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft eenieder die zich betrokken voelt bij het sociaal domein in Vlissingen zienswijzen kunnen indienen op het concept-beleidsplan. Er zijn 3 reacties binnengekomen op het concept-beleidsplan waarvan 1 inspraakreactie heeft geleid tot een aanpassingen in het beleidsplan. De aanpassing heeft betrekking op de Tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1.7 Wmo 2015 binnen de beleidsopgave Maatschappelijke ondersteuning. Hierover is aangegeven dat het toekennen en de hoogte van de financiële tegemoetkoming altijd maatwerk is. Alle inspraak is verwerkt in het inspraakschrift beleidsplan sociaal domein 20262031. Formele adviesraden In fase 2 zijn de formele adviesraden de Sportraad Vlissingen, de Sociale Cliëntenraad Walcheren en de Adviesraad Wmo en Jeugd Vlissingen in de gelegenheid gesteld een advies uit te brengen op het concept-beleidsplan sociaal domein.
De Sociale Cliëntenraad Walcheren en de Adviesraad Wmo en Jeugd Vlissingen hebben een advies gegeven. Deze adviezen hebben niet geleid tot aanpassingen in het beleidsplan. De adviezen zijn ook verwerkt in het inspraakschrift beleidsplan sociaal domein 2026-2031. Raadsinformatiebijeenkomst In fase 2 is tevens de gemeenteraad tijdens een raadsinformatiebijeenkomst geïnformeerd over het proces van het beleidsplan sociaal domein, inclusief het participatieproces.
3. Evaluatie van het participatieproces Wat ging goed Brede betrokkenheid van de samenwerkingspartners: aan de netwerkbijeenkomsten heeft een diverse en grote groep vertegenwoordigers van organisaties in het sociaal domein deelgenomen. Dit waren professionele en vrijwilligersorganisaties, die dagelijks met en voor inwoners werken. Open dialoog: tijdens de netwerkbijeenkomsten en de inloopbijeenkomst voor inwoners ontstond ruimte voor een open gesprek, waarbij deelnemers hun zorgen en ideeën konden delen. Concrete input: de opbrengt van het participatieproces is voor een groot deel direct en indirect verwerkt in het beleidsplan, wat de herkenbaarheid en draagvlak vergroot.
Leerpunten en verbeterkansen Bereiken van inwoners: ondanks inspanningen bleef de deelname van inwoners in het participatieproces laag. De vragenlijst is ingevuld door 91 deelnemers en 6 inwoners zijn naar de 4
inloopbijeenkomst gekomen. Het beleidsplan sociaal domein heeft betrekking op het gehele sociaal domein voor de komende 6 jaar. Het blijft een aandachtspunt om de inhoud van de beleidsstukken zo dicht mogelijk bij de dagelijkse leefwereld van inwoners te brengen. Hier worstelt heel Nederland mee. We moeten ons er wel bewust van zijn en ons best blijven doen om bij de leefwereld van inwoners aan te sluiten. Inhoud beleidsplan: er is een inspraakreactie ingediend over de leesbaarheid van het beleidsplan. Na besluitvorming gaan we ons inzetten om de uitvoering van het beleidsplan in toegankelijke taal te doen.
4. Conclusie Het participatieproces heeft waardevolle inzichten opgeleverd en bijgedragen aan een breed gedragen beleidsplan voor het sociaal domein. Tegelijkertijd biedt de evaluatie concrete aanknopingspunten om toekomstige participatietrajecten – ook ná besluitvorming – verder te verbeteren. Een belangrijke opbrengst uit het proces is de nadrukkelijke wens tot intensievere samenwerking: zowel tussen de gemeente en haar samenwerkingspartners als onderling tussen de partners. De open dialoog, het gezamenlijk verkennen van maatschappelijke opgaven en het samen zoeken naar oplossingen zijn door alle deelnemers als zeer positief ervaren. Deze vorm van samenwerking wordt gezien als een waardevolle bijvangst van het participatieproces en krijgt daarom nadrukkelijk aandacht in de komende periode.
5
Bijlage Opbrengst participatieproces beleidsplan sociaal domein Opbrengsten netwerkbijeenkomsten Normaliseren • Zelfhulp tools. • Waaier met aanbod van diensten en activiteiten. • Inwoners bewust maken om meer naar elkaar om te kijken. • Niet altijd informele hulp. Het ligt eraan waar het om gaat. Kunst van de combinatie. • Informele hulp & formele hulp moeten samengaan. • Meer vrijwillige inzet stimuleren. • Samenredzaamheid gaat niet voor iedereen op. • Informele hulp wordt te weinig benut. • We moeten normaliseren. Het is ook normaal om je af en toe niet oké te voelen. • We moeten laagdrempelig aanbod creëren (praatgroepen) om mentale gezondheid bespreekbaar te maken. • Bespreekbaar maken van (de stigmatiseren). Samenwerken • Meer samenwerking tussen partijen. • Meer samenwerking tussen informele en professionele hulp. • Het is van belang om collega’s te kennen – weten wat ieders expertise is. • Vertrouwen & wantrouwen naar professionals en informele hulpverleners. • Verbinding: faciliteren van voorliggend veld en specialisten bij elkaar brengen. • Kennis van de beschikbare mogelijkheden delen met het netwerk – organiseer netwerkbijeenkomsten. • Het oplossen van de problemen bij op- en afschalen van casuïstiek lukt alleen bij goede samenwerking. Sociale basis • Een laagdrempelig punt in de wijk: buurthuizen, schoolplein, kringloopwinkels.
• Meer investeren in het voorliggend veld voor de inwoners zelf. • Gezonde leefomgeving: school, werk, thuis, buurt, online. • Investeren in de gemeenschap: onzichtbare informele hulp. • Meer communiceren: antwoorden ophalen in de wijk. • Faciliterende rol in community building.
• Inzetten op terugdringen van eenzaamheid (wandelclub/ koffiemoment). • Een voorbeeldfiguur (ervaringsdeskundige) inzetten. Dat werkt goed bij de jeugd. • Cultuur kan ook bijdragen aan preventie en versterken basis. • Samenkracht binnen de wijk versterken. • Ophalen wat er gemist wordt aan collectief aanbod bij de partners. Maatschappelijke ondersteuning • Samenwerken door de inwoner centraal te stellen. • Iedereen moet de mogelijkheid krijgen om inzicht te krijgen in hun probleem en ze daarmee verantwoordelijk te maken. • Eigen verantwoordelijkheid stimuleren. • Buddysysteem opzetten en daarmee eigen verantwoordelijkheid stimuleren. • Door verbinding te stimuleren kan eigen regie gestimuleerd worden óf samen regie/samenredzaamheid. • Zelf organiserend vermogen moet wel goed ondersteund worden (mantelzorgondersteuning). • Meer verbondenheid, meer naar elkaar omkijken, signalen in de wijk oppakken. • Laagdrempelige activiteiten in de buurt zorgen voor ontmoeting. • Buurtapp ontwikkelen waarin vragen gesteld kunnen worden. • Samenwerken multidisciplinaire teams in de wijk, middelen bundelen. • Centraal punt om de vraag te stellen. • Kennis van de Nederlandse taal. • De weg naar hulpinstanties moet duidelijk zijn. • Voorkomen van stapeling aan hulpinstanties binnen één casus. Gezondheidsachterstanden • We moeten de "ogen" en "oren" van de wijk inzetten.
• De omgeving rondom het gezin beïnvloeden, benutten social media. • Weerbaarheid vergroten om verleidingen te weerstaan. • Ouders in hun kracht zetten. • Inzetten op Kansrijke Start. • Multifunctionele ontmoetingsplekken realiseren.
6
• Voorliggend veld aanwezig en zichtbaar in de kinderopvang. • WijVlissingen benutten om mensen in de buurt te verbinden. • Gezondheid: meer vakdocenten en tijd voor lichamelijke opvoeding in het primair onderwijs. • Het opbouwen van een vertrouwensband met ouders, ouderbetrokkenheid. • Overal ontbijt op school. • Behoeftegericht in plaats van aanbodgericht werken. • Sociale cohesie rondom het gezin versterken. • Verbeteren zichtbaarheid en vindbaarheid van Buurtteams Vlissingen. • Ouders hebben een voorbeeldrol. • Het weghalen van zorgen over schulden lost veel op. • Focussen op de 'jonge' ouders. Hoe jonger het kind, hoe belangrijker de ouders. • Het uitgaanspunt is dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor hun gezin; zelfredzaamheid. Hierbij wel ondersteuning bieden indien nodig. • Rolmodellen inzetten in de wijken. • Vroegsignalering en opzoeken verbinding via school. • Jeugd betrekken bij beleid. • Doorbreken van generatieproblematiek. • Kansengelijkheid. Het mag niet uitmaken waar je wieg staat. • Niet per definitie méér geld inzetten, maar preventief inzetten. • Gesignaleerd probleem bij kind is vaak het topje van de ijsberg. Vraagt om integrale maatwerkaanpak. Gezinsaanpak. • Onderwijs als plaats voor laagdrempelig integraal ondersteuningsaanbod. • Positioneren GGD en kinderarts essentieel voor Kansrijke Start. • Meer regie.
1 gezin, 1 plan, 1 aanpak én 1 aanspreekpunt per gezin. Vitaal leven • Mensen weten niet dat er mogelijkheden zijn voor financiële ondersteuning, bijvoorbeeld het Jeugdsportfonds. • Ongezonde gewoonten, weinig financiële ruimte voor gezonde keuzes; wordt generatie op generatie overgedragen. • Er zijn kansen, maar niet iedereen weet het. • Door taalbarrière komt het aanmelden/kennismaken niet rond, zelfs niet met hulp van taalmaatje.
• • • • • • • • • • • •
Van inactief naar aansluiten bij bestaand aanbod is te grote stap. Ouders spelen hier een belangrijke rol. Als de basis niet op orde is, kom je moeilijk tot een gezonde leefstijl. Specifieke doelgroepen (GGZ, beperking): moeilijker om passend aanbod te vinden. School is een mooie vindplaats. Ook voor ouderen. Verbetering motoriek; inzet op vakleerkrachten bij basisonderwijs. Na schooldag direct iets organiseren want dan heb je de doelgroep al in beeld. Rol verenigingen: meer onderling samenwerken. Jongeren vinden het interessant als daar een rolmodel aanwezig is. Speelvoorzieningen waar rondom voor allerlei doelgroepen iets te doen is. In eigen omgeving ruimte om gratis te kunnen bewegen. Bekendheid Buurtteams Vlissingen: er is collectief aanbod voor wandel- en fietsgroepen.
Jeugd • Een generalist moet als casusregisseur bij de inwoner/ gezin komen. • Het is van belang om de inwoners/ gezinnen te kennen. • Let op AVG – mag geen belemmering zijn – is mogelijk maar goed regelen en vastleggen. • Wanneer er sprake is van gedwongen kader binnen jeugd – het vrijwillige kader vast mee op laten lopen voor goede overgang. • Bij samenwerken is een gedeelde visie zeker nodig en moet men hierop schakelen, maar het is ook van groot belang dat eenieder uit de comfortzone van de eigen organisatie stapt (nimmer mag het belang van de eigen organisatie meegewogen worden). • Niet verwijzen, maar inzetten van zorg en eventueel later verrekenen met zorgverzekeraar (visie-element erbij halen in plaats van doorverwijzen). • Doorbraakmethode: verbinden van het sociaal domein, bijvoorbeeld door één verordening Wmo, Jeugd, Participatiewet, schuldhulpverlening, inburgering en leerlingenvervoer. • Stevig lokaal team betekent aanwezigheid van alle expertises (aanpalende terreinen, voorliggend veld en individueel maatwerk over het gehele sociale domein. • Collectieve jeugdhulp inzetten op scholen. • Niet gaten opvullen met een (dure) indicatie.
7
• •
• •
•
• •
•
Betaler (gemeente) voert de regie. Geen SKJ’ers in team maar goede maatschappelijk werkers, waardoor beweging naar voorliggend veld meer wordt benut. SKJ’ers gaan te snel uit van hulpverlenen. Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Dit is een beroepsregister voor jeugdprofessionals in Nederland. Stevig lokaal team niet alleen voor hulpvragen maar ook inzet op preventie. Niet meerdere hulpverleners bij één kind (bij op- en afschalen warme overdracht – kort tijd gezamenlijk) Stevig lokaal team niet te veel inrichten op zorg omdat dit juist indicaties/beschikkingen uitlokt, meer inzet op preventief en informeel. Mensen bereik je in een persoonlijke relatie (school, sport, kerk). Buurtteams hebben al een vorm van een Stevig Lokaal Team – kennen veel partijen – vrijwilligers onderbrengen bij buurteams – eerste screening door vrijwilligers – afhankelijk van complexiteit/intensiteit blijft vrijwilliger casusregisseur – of overdracht aan buurtteam medewerker. Voldoende expertise in het SLT maar zonder hulpverlening, hulpverlening alleen consulteren en eventueel invliegen.
Bestaanszekerheid • Durf signalen te duiden. • 18-18+ app. • Doelgroep oprekken naar 21-27. • Ketenverbinding met voorliggende veld. • Buurtteam op de scholen. • Gebruik school als buurtgebouw. • Onderwijs is vindplek daar moet je starten. Of buurthuis, bibliotheek, Orionis, jongerenbus, station, Voedselbank. • Preventief financieel advies. • Samenwerking hoog over tussen organisaties, creatieve oplossingen bedenken. • Begrijpelijke brieven B1 Nederlands, betere communicatie en informatie. • Schulden geven stress, dan geen ruimte om met andere problemen aan de slag te gaan zoals jeugdhulp. • Hoe zit het met eigen verantwoordelijkheid, we moet niet doorslaan. • Op de scholen vakken aanreiken zoals omgaan met geld. • Systemische gezinsaanpak! • Onderwijs voelt zich handelingsverlegen om zorgen te melden(scholing?)
• • • • • • • •
• • • •
Sociale kaart ontbreekt? Welke hulp is er? Signalen generationele problemen, hoe patroon doorbreken? Perspectief jongeren aanreiken. Centraal meldpunt. Stress verlagen door lening of budget te schenken? Nu te bureaucratisch en te ingewikkeld. Samenwerking met zorgverzekering en apotheek. Tools meegeven om mee te kunnen draaien in de maatschappij, welke vaardigheden zijn vanaf de basis nodig? Taalbarrière of sociaal barrière aanpakken. Onbekendheid over de dienstverlening van Buurtteams Vlissingen. Professionals kennen elkaar niet en weten van elkaar niet wat ze doen? Ervaringsdeskundigen raadplegen.
Mentale gezondheid • Minder denken in systemen/hokje die zijn gecreëerd. • Cruciale rol is onderwijs: dit begint met aanpassen beeldvorming. • Met elkaar scholen/leren in de verschillende domeinen (onderwijs vs. zorg bijvoorbeeld). • Gemeente als aanjagersrol. • Alle beleidsopgaven in 1 team om te signaleren. • Mentale gezondheid heeft effect op ons allemaal. Ook de oplossing komt niet vanuit 1 partij. Sturing zou wel op Positieve Gezondheid moeten liggen en eigen regie. • Wooncorporaties betrekken bij zorgoverleggen. • We moeten in het geval van een slechte buurt met veel problemen inzetten op het verbeteren van die buurt. Schoon, heel en veilig draagt bij aan het verminderen van de problematiek. • We moeten inzetten op het vergroten van het signalerend vermogen. Aan de voorkant komen van de problematiek. Hiervoor samenwerken met veel partijen breed. • Zorg voor mentale gezondheidslessen op het voorgezet onderwijs. • Middelbare scholen -> mentale gezondheid bespreekbaar maken is juist in deze fase belangrijk.
8
Inloopbijeenkomst inwoners • Geef (vrijwilligers)organisaties die subsidie krijgen een bredere functie voor de buurt. • Faciliteer sociale cohesie in de buurten. • Niet alle inwoners hebben een netwerk. Heb aandacht daarvoor. • Eenzaamheid komt vooral voor bij alleenstaanden. • Outreachend werken – ga naar de gezinnen toe. • Inwoners moeten eigen regie hebben. • Organiseer een jongerenpanel zodat jongeren ook mee kunnen praten. • Meer behoefte aan inloop- of buurthuizen ook voor jongeren • Inclusieve samenleving - moeite met het vinden van stage of werk. • Activiteiten moeten ook aansluiten bij de vraag en behoefte van jongeren. • Een aanspreekpunt voor jongeren. • Bereik jongeren - communicatie moet aansluiten bij de leefwereld van jongeren.
9
Vragenlijst DoeMeeVlissingen
10
11
12
13