CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.5 rvs Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2031 bijlage 6 gevraagd advies Wmo adviesraad

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Beleidsplan Sociaal Domein 2026-20311.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Vlissingen Postbus 3000 4380 GV Vlissingen

Ons kenmerk: 25-A8 Onderwerp: Gevraagd advies over het Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2031 Vlissingen,13 oktober.

Geacht College, Hierbij geven wij als Adviesraad Wmo en Jeugd Vlissingen (Adviesraad) een gevraagd advies met betrekking tot het concept Beleidsplan sociaal domein 2026 – 2031. Allereerst willen wij u meegeven dat wij positief zijn omtrent het niveau van Participatie (informeren en raadplegen). Wat ons betreft heeft het in dit proces helaas ontbroken aan een eerdere terugkoppeling van de resultaten van de twee bijeenkomsten en het ‘meenemen’ van de Adviesraad in het traject van start tot finish. Wellicht kan dit een volgende keer wel weer op zo’n manier gaan. Het concept Beleidsplan sociaal domein Vlissingen legt zwaar de nadruk op vroegsignalering en preventie. Dat sluit aan op een landelijke trend en wordt ook door onze Adviesraad onderschreven. Het plan geeft bovendien een mooi overzicht van de uiteenlopende maar samenhangende vraagstukken en brengt ook focus aan in beleid voor de komende jaren. Daarmee willen we u complimenteren. Al met al vinden we dat het beleidsplan een goede basis geeft om de komende jaren op voort te bouwen. In ons advies willen we vooral ingaan op enkele belangrijke risico’s en randvoorwaarden die zich bij een dergelijke transitie in onze ogen voordoen, zeker in wijken van Vlissingen waar multi-problematiek zich ophoopt. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) Het AZWA is inmiddels op 3 juli jl. gesloten. Hierin worden o.a.

zaken geregeld zoals de extra financiering van de inzet die nodig is voor meer samenwerking tussen zorg en welzijn. Deze uitkomsten zouden in het beleidsplan aandacht kunnen -en volgens ons moeten- krijgen. Samenwerking In het plan wordt goede aandacht besteed aan de gewenste samenwerking tussen de organisaties die zich inzetten voor (het voorkomen van) de zorg en voor het welzijn van de Vlissingers. Resultaten in het verleden hebben ons geleerd, dat er voor een succesvolle samenwerking een stevige regie nodig is. In dit plan geeft u niet aan of en door wie u deze regie zou willen (laten) vullen. Naar onze mening werkt deze aansturing het best als de gemeente zelf deze taak op zich neemt. Verder zou het te overwegen zijn om een meer vaste structuur te creëren waarmee de samenwerkende partijen in het sociaal domein in een continue dialoog kunnen zijn om plannen van de gemeente te bespreken, risico’s te managen en afspraken te maken. Met een dergelijk samenwerkingsverband of -tafel kunt u ook het draagvlak voor die plannen toetsen en vergroten.

1

Doorbraakmethode Wat geldt voor stevige regie bij samenwerking geldt zeker ook voor regie op de Doorbraakmethode, de manier van werken in probleemcasussen die u wilt introduceren in Vlissingen. Deze methode is gebaseerd op de Amsterdamse Maatwerk Methode. Dit is een werkwijze die zich richt op het bieden van een op maat gemaakte benadering voor elke inwoner, vooral bij complexe sociale problematiek waar standaardoplossingen tekortschieten. Centraal staat het gebruik van ervaringskennis door betaalde ervaringsdeskundigen in te zetten bij buurt- en ouderkind teams om de hulpverlening te verbeteren en te innoveren. Het doel is om vastgelopen casussen vlot te trekken door creatieve oplossingen, waarbij ervaringsdeskundigen teams ondersteunen bij het vinden van doorbraken buiten de gebaande paden van regels en procedures. Dit is een zeer succesvolle methode gebleken en we staan hier dan ook zeer positief tegenover. De introductie van deze werkwijze vergt echter o.a. extra financiële middelen, waarschijnlijk nieuwe of anders ingezette gelden. We vinden dit een niet te onderschatten risico. Financiën De financiën vormen in Vlissingen gemakkelijk een struikelblok, daar moet secuur mee omgegaan worden.

Maar het feit dat u op voorhand en bovendien kort voor een nieuwe coalitieperiode het uitgangspunt hanteert dat u de komende zes jaar géén autonome middelen wilt inzetten terwijl de Rijksmiddelen steeds onzeker en beperkt zijn, maakt de ambitie die uit het plan spreekt minder geloofwaardig en minder haalbaar. De kost van preventieve maatregelen gaat immers voor de baat (minder zorgvraag) uit. Uw uitgangspunt impliceert dat de focus op preventie en vroegsignalering bekostigd moet worden uit de reeds beschikbare budgetten voor oa. Wmo en Jeugdhulp en enkele specifieke (rijks)middelen. Middelen die echter al zwaar onder druk staan vanwege de eerdergenoemde problematiek en zorgvraag in Vlissingen. Meer inzet op vroeg signalering betekent immers dat je meer problematiek víndt, inclusief (gezins)problematiek of zorgvraag die normaliter in eigen kring, met familie of buren wordt opgelost. Als de aandacht naar die vroege casuïstiek uitgaat, terwijl de totale capaciteit van de zorg niet groeit, gaat dit ten koste van de casuistiek die mogelijk niet in staat is zelf een oplossing te genereren. Dan komt de zwaardere casuistiek nog meer onder druk te staan dan deze nu al staat.

We zouden u daarom in overweging willen geven om in elk geval de mogelijkheid open te houden om wél autonome middelen in te zetten om de verschillende ambities rond positieve gezondheid, welzijn, bewustwording en preventie te bekostigen. Daarnaast missen we in het plan de focus om ook creatief op zoek te gaan naar andere financieringsbronnen. Vaak zijn er voor projecten in de sfeer van positieve gezondheid, integrale aanpak, sociale veiligheid en preventie externe middelen te vinden bij ministeries, provincie, zorgverzekeraars of fondsen. Bovendien beschikt de gemeente zelf over middelen vanuit het fysieke of ruimtelijke domein die bij een integrale aanpak mogelijk inzetbaar zijn. Clientondersteuning In de tekst van het beleidsplan geeft u aan dat professionele onafhankelijke ondersteuning wordt uitgevoerd door Buurtteams Vlissingen en vrijwillige clientondersteuning door de Vrijwillig Burgeradviseurs. Op uw website verwijst u mensen echter naar Zorgbelang Zeeland Brabant voor onafhankelijke ondersteuning via de Jeugdwet en voor de Wmo verwijst u alleen naar de Vrijwillig Burgeradviseurs via het Vrijwilligerspunt.

2

Verschraling van de geïndiceerde zorg? Als principe klinkt het prima: meer zelfredzaamheid en voorkomen van problemen. Feitelijk wordt ook in het plan gesteld: We verleggen de focus van geïndiceerde hulp naar algemeen toegankelijke hulp. Wordt hiermee bedoeld dat de gemeente de geïndiceerde hulp langer buiten beeld houdt? Naar onze mening schuilt hier een risico in dat verdere verschraling van de geïndiceerde hulp plaats zou kunnen vinden. Juist dáár zijn er in Vlissingen immers al wachtlijsten. We gaan er van uit dat dit niet op voorhand de bedoeling is maar het kan niettemin wel een effect zijn. Digitaal, normaal of fataal? Op pag. 8 noemt u kort dat u uitgaat van een verdere digitalisering in de zorg. U noemt dat ’digitaal is normaal ‘. De ontwikkeling om verder te digitaliseren pakt echter lang niet voor iedereen gelukkig uit. Het lijkt ons belangrijk in het plan op te nemen dat er áltijd een bereikbare persoon beschikbaar is die kan helpen bij de mensen die niet digitaal vaardig zijn of wiens hulpvraag niet past in de getrechterde systemen voor digitale hulpaanvragen. Te vaak lopen mensen vast, kunnen het geëigende loket niet vinden of beschikken niet over de noodzakelijke vaardigheden of informatie om zorgvragen te formuleren en aanvragen te kunnen afronden. Verantwoordelijkheden verhelderen of vervagen? In het preventieve domein zijn veel instellingen actief.

U noemt ze zelf al. Naast Buurtteams zijn dat de huisartsen, de wijkverpleging, de wijkagenten, de onderwijsinstellingen, de GGD, de woningcorporaties, de vrijwilligers, de bibliotheken etc. In het beleidsplan voor het sociaal domein wordt aangegeven (p19) dat u niet wilt uitgaan van het doorgeven van casussen maar van gezamenlijke verantwoordelijkheid en samen oppakken van signalen. Hoe mooi dat ook klinkt, als iedereen samen verantwoordelijk is, is niemand meer echt verantwoordelijk of aanspreekbaar. En juist als er al capaciteitsproblemen zijn en we door de eerdergenoemde risico’s vrezen dat er gaten vallen in de zorg voor ouderen en voor jeugd, is het belangrijk dat we in beeld houden waar de gemeente zelf verantwoordelijk voor is en ook controleerbaar op behoort te zijn. Concreter maken van voornemens Het is duidelijk dat het sociaal-domein plan een raamwerk betreft voor de langere termijn en verder moet worden ingevuld. Dat neemt niet weg dat er ook in dit plan nu wel degelijk kansen worden gemist om logische maatregelen aan te kondigen en door de gemeenteraad te laten bekrachtigen. Anders loopt u de kans dat het plan blijft steken in mooie vergezichten en aan geloofwaardigheid inboet omdat bestaande ontwikkelingen gewoon doorgaan. Wij kijken dan ook uit naar de wijze waarop dit beleidsplan vertaald zal worden in een uitvoeringsplan.

Wanneer mogen we tevreden zijn? De inzet op vroegsignalering en preventie is op zichzelf heel zinvol, maar zoals beschreven niet zonder risico’s. Daarom is het extra van belang om de ontwikkelingen goed te monitoren. En hoewel u in de bijlagen van het plan allerlei cijfers noemt, zien we hier nog wel een belangrijke leemte omdat er nauwelijks een directe relatie kan worden gelegd tussen maatregelen en effect. We hebben hier al vaker aandacht voor gevraagd en doen dat hierbij opnieuw. Ook het meten van klanttevredenheid is bij uitstek een middel om jezelf scherp te houden en te verbeteren. In uw plan worden dergelijke cijfers regelmatig genoemd, die soms mooi lijken, maar waar nog altijd veel ontevredenheid achter schuil gaat zeker als dat zou worden afgezet tegen referentiegemeenten. De vraag is dus of er manieren genoemd kunnen worden die u wilt inzetten om meer klantervaringen te achterhalen, hoe u daarvan wilt leren en wanneer u tevreden bent.

3

Witte vlekken Hoewel het plan een lijvig document is, is er niet of nauwelijks aandacht voor de problematiek van dakloosheid in Vlissingen. Dat is een gemiste kans omdat juist hier een integrale aanpak meerwaarde heeft. De plaatjes De lay out van het plan vormt een belangrijke steunpilaar voor het beeld dat u wilt overbrengen met betrekking tot het sociaal domein. Het valt op dat u hierbij kiest voor een erg positief ingekleurd beeld van een lommerrijke omgeving, moderne voorzieningen en vrolijke gezichten. Dat maskeert echter een andere kant van Vlissingen die juist voor het sociaal beleid heel relevant is, namelijk dat van armoede en verwaarlozing, dakloosheid, onveiligheid en overlast. We geven u in overweging meer evenwicht aan te brengen in de gehanteerde beelden.

Hoogachtend, Adviesraad Wmo en Jeugd Vlissingen, De voorzitter

De secretaris

I. Kleingeld

E. Oebeles

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16517481/1