CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.5 rvs Afhandeling bezwaar besluit Woo parkeerbelasting bijlage 3 advies geredigeerd

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Afhandeling bezwaar besluit Wet Woo betr. parkeerbelasting1.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bezwaarmaker ontvangen kan worden in zijn bezwaren. Daaraan zijn vier wettelijke voorwaarden gesteld: 1. Het bezwaarschrift moet zijn gericht tegen een appellabel besluit; 2. De bezwaarmaker moet belanghebbende zijn; 3. Het bezwaarschrift moet tijdig zijn ingediend, en 4. Het bezwaarschrift moet voldoen aan de daaraan gestelde wettelijke vormvereisten. Ad 1. Het bestreden besluit betreft een besluit in de zin van artikel 1:3, tweede lid van de Awb en is derhalve vatbaar voor bezwaar. Ad 2. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is. Bezwaarmaker is als geadresseerde van het besluit aan te merken als belanghebbende. Ad 3. Op grond van artikel 6:8 van de Awb is de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift aangevangen op 24 februari 2023. Ingevolge artikel 6:7 van de Awb betekent dit dat de bezwaartermijn is geëindigd op 6 april 2023. Het bezwaarschrift is op 27 maart 2023 ontvangen en dus tijdig ingediend. Ad 4. Het bezwaarschrift is ondertekend en is voorzien van de naam en een adres van bezwaarmaker, een datum, een omschrijving van het bestreden besluit en de gronden van het bezwaar. Het bezwaarschrift voldoet daarmee aan de in artikel 6:5 van de Awb gestelde eisen. De commissie concludeert derhalve dat bezwaarmaker ontvankelijk is in zijn bezwaar.

3. DE GRONDEN VAN HET BEZWAAR De gemachtigde van bezwaarmaker voert aan dat het besluit onbevoegd is genomen. Het besluit is namens verweerder genomen, terwijl het verzoek werd gericht aan de gemeenteraad. Van de gemeenteraad heeft bezwaarmaker nooit bericht ontvangen. Als de gemeenteraad van mening is dat de informatie bij een ander bestuursorgaan berust, dan had het een bericht van doorverwijzing moeten sturen. Daarnaast wordt namens bezwaarmaker aangevoerd dat ten aanzien van de stukken die zijn gebruikt bij het vaststellen van de hoogte van de kosten van de naheffingsaanslagen parkeerbelasting niet kan worden volstaan met de enkele verwijzing naar de raadsbesluiten waarin de hoogte van de kosten is vastgesteld. Bezwaarmaker wenst te vernemen welke stukken zijn gebruikt bij het vaststellen van die kosten door de gemeenteraad of door (of namens) het college bij het opstellen van het raadsvoorstel.

Ten slotte wordt namens bezwaarmaker aangevoerd, dat de stukken die dienen ter onderbouwing van de kostenposten die in de berekening van de hoogte van de kosten van naheffingsaanslagen zijn betrokken, niet zijn verstrekt en dat bovendien niet is gemotiveerd waarom deze stukken niet zijn verstrekt. Ter zitting heeft bezwaarmaker daar nog aan toegevoegd dat er geen sprake is van misbruik van recht. De betreffende informatie is bij alle gemeenten in Nederland opgevraagd, omdat bezwaarmaker bezig is met onderzoek naar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Bezwaarmaker verzoekt om het bestreden besluit te herroepen en om vergoeding van de proceskosten.

4. STANDPUNT VERWEERDER Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat bezwaarmaker misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid en het bezwaar om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ter onderbouwing daarvan stelt verweerder dat zij zich niet aan de indruk kan onttrekken dat bezwaarmaker met zijn Woo-verzoek een ander doel heeft gehad dan het verkrijgen van publieke informatie. Zo blijkt uit het ‘Forum Woo’ van de VNG dat bezwaarmaker in korte periode eenzelfde verzoek heeft ingediend bij veel Nederlandse gemeenten en dat hij inmiddels ook diverse bezwaarschriften heeft ingediend tegen de besluiten op zijn verzoeken. Ten tijde van het besluit was er voor verweerder nog onvoldoende aanleiding om van vermeend misbruikt uit te gaan. Het bezwaarschrift heeft verweerder echter aan het denken gezet. Het bezwaarschrift is ingediend door gemachtigde Rissema van adviesbureau Fixiq Juridisch Advies; dé specialist in verkeersboetes (www.bezwaartegenverkeersboetes.nl) en via hem kan je – zo leert deze website – volledig kosteloos je boete (naheffingsaanslag) aanvechten. Er wordt klaarblijkelijk gewerkt op basis van ‘no cure no pay’ en bezwaarmaker is dan ook gebaat bij een veroordeling van het bestuursorgaan in de proceskosten.

Dat gemachtigde het verzoek heeft gericht aan de gemeenteraad en nu in bezwaar aanvoert dat het Woo-besluit onbevoegd is genomen, sterkt verweerder in het standpunt dat het indienen van het Woo-verzoek kennelijk een ander doel heeft gehad dan het verkrijgen van publiekelijke informatie. Subsidiair meent het college dat het bezwaar ongegrond is. Ten aanzien van de bezwaargrond dat het besluit onbevoegd is genomen, stelt verweerder dat dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb kan worden gepasseerd, omdat niet aannemelijk is dat bezwaarmaker door dit gebrek is benadeeld. De informatie is immers al openbaar en het college heeft in zijn besluit dan ook verwezen naar die beschikbare informatie. Verder stelt verweerder dat voor het verzoek een uitvraag is gedaan bij diverse collega’s en een zoektocht is gedaan in de digitale systemen. Meer dan de informatie waar naar is verwezen in het besluit is niet aangetroffen. Die informatie is al openbaar gemaakt en te vinden op de website van de gemeente Vlissingen en hoeft niet opnieuw openbaar te worden gemaakt.

Ten slotte stelt verweerder dat bezwaarmaker geen recht heeft op een proceskostenvergoeding.

5. HET WETTELIJK KADER Het wettelijk kader bestaat onder meer uit de Woo en de Awb.

6. DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL De commissie ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder op goede gronden heeft kunnen besluiten tot het Woo-besluit van 23 februari 2023. Alvorens inhoudelijk op deze vraag in te gaan, dient beoordeeld te worden of er al dan niet sprake is van misbruik van recht. Misbruik van recht De commissie merkt op dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) heeft overwogen dat op grond artikel 3:13, gelezen in verbinding met artikel 3:15, van het Burgerlijk Wetboek, de bevoegdheid om informatieverzoeken in te dienen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een bij een bestuursorgaan ingediend verzoek, dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een daartegen gemaakt bezwaar en ongegrondverklaring van een daartegen ingesteld beroep. Daartoe zijn echter zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. Op grond van artikel 1.1. van de Woo heeft een ieder in beginsel recht op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen.

Dit laat onverlet dat de bevoegdheid tot het indienen van een Woo-verzoek met een bepaald doel is toegekend, namelijk dat in beginsel een ieder kennis kan nemen van publieke informatie. Nu misbruik van recht zich kan voordoen indien een bevoegdheid wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven, kan het doel van een Woo-verzoek relevant zijn om te beoordelen of misbruik van recht heeft plaatsgevonden. Bezwaarmaker heeft ter zitting onder meer aangevoerd dat hij de betreffende informatie bij alle gemeenten in Nederland heeft opgevraagd, omdat hij bezig is met een onderzoek naar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Het feit dat bezwaarmaker dezelfde informatie bij alle gemeente in Nederland heeft opgevraagd maakt op zichzelf, alsook in samenhang met het feit dat er meerdere bezwaarschriften zijn ingediend en dat er in dat kader verzocht wordt om een vergoeding van de proceskosten, naar het oordeel van de commissie nog niet dat er sprake is van misbruik van recht. Zoals hierboven overwogen, zijn voor het aannemen van misbruik van recht zwaarwichtige gronden vereist. De commissie is van oordeel dat hiervan in het onderhavige geval niet, althans onvoldoende, is gebleken. Dit leidt er toe dat er naar het oordeel van de commissie in het onderhavige geval niet van misbruik van recht mag worden uitgegaan.

Bevoegdheidsgebrek Naar het oordeel van de commissie staat het vast dat het primaire Woo-besluit onbevoegd is genomen door verweerder. De aanvraag was immers gericht aan de gemeenteraad en derhalve was niet verweerder, maar de gemeenteraad bevoegd om het Woo-besluit te nemen. Naar het oordeel van de commissie kan dit bevoegdheidsgebrek in het kader van de heroverwegingsfunctie van de bezwaarfase met toepassing van artikel 6:22 Awb worden hersteld nu niet is gesteld of gebleken dat bezwaarmaker daardoor wordt benadeeld. Inhoudelijk Volgens vaste rechtspraak van de ARvS (o.a. ECLI:NL:RVS:2022:1223) is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoek om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, dat document toch onder het bestuursorgaan berust. Verder is in het kader van de zorgvuldigheid van het onderzoek van belang dat de zoekslag voldoende wordt gemotiveerd en inzichtelijk wordt gemaakt. Zo moet bijvoorbeeld duidelijk worden welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in de systemen (ABRvS 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1675).

In het onderhavige geval heeft de gemachtigde van verweerder zich op het standpunt gesteld dat alle door bezwaarmaker opgevraagde stukken, waaronder de stukken die zijn gebruikt bij het vaststellen van de kosten van de naheffingsaanslagen parkeerbelasting en de stukken die dienen ter onderbouwing van de kostenposten, binnen de gemeente alsook bij de samenwerking belasting bij de betrokken medewerkers zijn opgevraagd, maar dat daarop uitsluitend de reeds op de website gepubliceerde stukken zijn ontvangen. Hoewel het de commissie in beginsel niet ongeloofwaardig voorkomt dat verweerder niet over de betreffende stukken beschikt, acht de commissie de door verweerder verrichte zoekslag onvoldoende gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt. Naar het oordeel van de commissie is de verwijzing door verweerder naar de samenwerking belasting en volgens haar relevante personen van verschillende afdelingen met specifieke kennis over het onderwerp daartoe onvoldoende. Daarmee is slechts duidelijk geworden bij wie het Wooverzoek is uitgezet, maar niet hoe er vervolgens precies door de betreffende personen is gezocht. Ook is hiermee niet inzichtelijk gemaakt hoe het Woo-verzoek, door de verschillende relevante personen is geïnterpreteerd en hoe die interpretatie van invloed is geweest op de zoekslag die is gemaakt.

Gelet op het bovenstaande adviseert de commissie het bestreden besluit en de motivering daarvan te verbeteren met inachtneming van het onderhavige advies.

7. ADVIES De commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders het bezwaarschrift dat is ingediend door mr I.N.D.J. Rissema van Fixiq Juridisch advies namens

ontvankelijk te verklaren en het bestreden besluit en de motivering daarvan te verbeteren met inachtneming van het onderhavige advies. Vlissingen, 24 mei 2023, Commissie bezwaarschriften Vlissingen dhr. mr. R.M.J. Bustraan,

mw. mr. I. de Moor,

voorzitter

secretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12902801/1