5.5 D66 - Amendement Kleine windmolens in het gehele buitengebied
Tekst van het document
Voorstel nummer / agendapunt 5.5 Raadsvoorstel Omgevingsvisie
Onderwerp: Kleine windmolens in het gehele buitengebied
De raad van de gemeente Vlissingen in vergadering bijeen op 14 maart 2024
Ondergetekende(n) stelt/stellen voor om het raadsvoorstel als volgt te amenderen: Besluitpunt 4 aan het besluit toe te voegen: Kleine windmolens toe te staan in het gehele buitengebied en hiertoe de tekst op pagina 60 van de Omgevingsvisie aan te passen door de zin ‘En alleen in het gebied ten noorden van de Ritthemsestraat tussen de A58 en de Nieuwlandseweg’ te schrappen.
Toelichting Door kleine windmolens in het gehele buitengebied toe te staan, wordt de toegankelijkheid voor duurzame energieproductie aanzienlijk vergroot. Dit zorgt ervoor dat meer grondeigenaren en lokale gemeenschappen de mogelijkheid krijgen om bij te dragen aan het opwekken van hernieuwbare energie, wat essentieel is voor het behalen van onze duurzaamheidsdoelstellingen. Deze aanpassing moedigt lokale initiatieven aan door het verminderen van bureaucratische belemmeringen. Het stelt gemeenschappen in staat om zelfstandig energieprojecten te ontwikkelen, wat bijdraagt aan de lokale economie en het gevoel van eigenaarschap over de energietransitie versterkt. Het gehele buitengebied biedt een diversiteit aan locaties die geschikt kunnen zijn voor de plaatsing van kleine windmolens. Door deze beperking weg te nemen, kunnen we deze ruimtes efficiënter benutten, wat leidt tot een optimalere spreiding van windenergieprojecten. Het toestaan van windmolens over een groter gebied biedt meer flexibiliteit in de planning en implementatie van duurzame energieprojecten. Het stelt ons in staat om locatiespecifieke voordelen te benutten, zoals optimale windcondities, en draagt bij aan een robuuster, veerkrachtiger energienetwerk.
Door deze beperking op te heffen, creëren we een gelijk speelveld voor alle gebieden binnen
het buitengebied. Dit zorgt voor gelijke kansen op het gebied van duurzame ontwikkeling en energieopwekking, ongeacht de geografische ligging binnen het buitengebied. In het Omgevingsplan kunnen verdere kaders aangebracht worden als vereiste afstand tot natuurgebieden of woongebieden. Zorgvuldigheid is geboden bij de plaatsing van kleine windmolens. Dit houdt in dat direct op of tussen belangrijke (migratie)routes van en naar foerageer-, rust- en broedgebieden van vogels geen windturbines geplaatst zouden moeten worden. Het waarborgen van deze routes is essentieel om de negatieve impact op de lokale biodiversiteit te minimaliseren en de natuurlijke habitats van vogels te beschermen.
Ondertekening en naam: D66 Ocker Ghering