5.4 rvs Vaststellen RvO voor commissievergaderingen 2025 bijlage 1 RvO
Tekst van het document
Reglement van orde voor de commissievergaderingen 2025 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen De raad van de gemeente Vlissingen; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; gezien het advies van de griffie en de cluster Juridische Zaken; besluit vast te stellen het Reglement van orde voor de commissie vergaderingen 2023. Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: • • • • • • • • • • •
commissiegriffier: Griffier van een raadscommissie, diens plaatsvervanger of de raadsadviseur; commissielid: Lid van een raadscommissie; burgercommissielid: Lid van een raadscommissie niet zijnde raadslid; commissievoorzitter: Voorzitter van een raadscommissie niet zijnde een burgercommissielid; griffier: Griffier van de raad of diens plaatsvervanger; presidium: Gremium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters of diens plaatsvervanger; agendacommissie: De voorzitters van de raad en de commissies en hun plaatsvervangers; wet: Gemeentewet Q&A vragen: Feitelijke en technische vragen over een geagendeerd raadsvoorstel. interruptie: Een interruptie is een korte vraag of mededeling op de eerste spreker die aan het woord is. Dagen: Kalenderdagen.
Artikel 2. Instelling raadscommissies 1.
2. 3. 4.
Er zijn de volgende raadscommissies: Ruimte, Algemeen/sociaal en Planning & Control waarvan de werkzaamheden in ieder geval de onderwerpen betreffen die zijn genoemd in de bijlage die hoort bij dit reglement. Het presidium wordt gemandateerd tot het wijzigen van de bijlage genoemd in het eerste lid. De agendacommissie kan incidenteel, door middel van het opstellen van een concept agenda, het presidium voorstellen om een gemengde commissie plaats te laten vinden. Fracties van vier raadsleden of meer kunnen deelnemen aan de commissievergadering met drie commissieleden . Fracties die bestaan uit drie raadsleden of minder kunnen deelnemen aan de commissievergadering met twee commissieleden.
Artikel 3. Taken Een raadscommissie heeft tot taak om binnen het taakveld dat haar door de raad is toegewezen: a) besluiten van de raad voor te bereiden; b) met het college, leden van het college of de burgemeester te overleggen over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a; 1
c) het kort debat tussen fracties onderling te voeren om tot oordeelsvorming te komen. d) politieke vragen te beantwoorden. Feitelijke en technische vragen worden vooraf schriftelijk gesteld via de Q&A vragen. Artikel 4. Samenstelling 1. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. Een burgercommissielid dat tijdens de eerste 2 jaar van deze raadsperiode wordt benoemd, moet tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst van zijn fractie hebben gestaan. Na 2 kalenderjaren is dit geen eis meer. De artikelen 10, tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 2. Per fractie worden per zittingsperiode maximaal twee burgercommissieleden door die fractie aangewezen als burgercommissielid. Deze burgercommissieleden mogen eenmaal worden vervangen. 3. De vertegenwoordiging vanuit de raadsfracties, wordt door de raadsfracties zelf geregeld. Het is raadsleden tijdens de commissievergadering toegestaan om tussen de agendapunten van plaats te wisselen met deelnemende raadsleden of burgercommissieleden. Dit is alleen voorbehouden aan raadsleden. Er kan niet worden gewisseld voor een burgercommissielid. 4. Een burgercommissielid wordt door de voorzitter van de raad opgeroepen om in een raadsvergadering in de nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.
Voorafgaand aan het afleggen van die eed of verklaring en belofte stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van het commissielid. 6. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw burgercommissielid op om in de vergadering van januari of september de eed of verklaring en belofte af te leggen. Voorafgaand aan het afleggen van die eed of verklaring en belofte onderzoekt de in lid vijf genoemde commissie de geloofsbrief en de daarop betrekking hebbende stukken van het commissielid. 7. De raad benoemt de commissievoorzitters. Artikel 5. Zittingsduur en vacatures 1. 2. 3. 4. 5.
6. 7. 8.
De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, eerste lid, gestelde eisen. De raadsfractie die de vertegenwoordiging van zijn raadsfractie heeft geregeld kan een burgercommissielid die zijn raadsfractie vertegenwoordigt zijn lidmaatschap ontnemen. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger respectievelijk is geregeld of benoemd. Als door overlijden of ontslag van een commissievoorzitter een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. Als door ontslag van een commissielid een vacature ontstaat, kan door de raadsfracties gedurende een zittingsperiode van de raad éénmaal een nieuwe lid geregeld worden. Het lidmaatschap van commissieleden, van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Artikel 6. De commissiegriffier 1.
De raadscommissie wordt ondersteund door de griffier,de plaatsvervangend griffier of de raadsadviseur. 2
2. 3.
Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Hoofdstuk 2. Vergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 7. Oproep en agenda 1.
2.
De griffie plaatst in opdracht van de voorzitter tenminste veertien dagen voor een commissievergadering een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken op de aan de leden daarvoor ter beschikking gestelde vergaderapplicatie. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.
Artikel 8. Agendapunten: eigen agenderingsrecht 1. De schriftelijke oproep, agendastukken en de bijbehorende bijlagen worden door de griffie op de vergaderapplicatie geplaatst. Als na het op de vergaderapplicatie plaatsen van de schriftelijke oproep stukken op de vergaderapplicatie worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken waaromtrent op grond van artikel 87 van de wet geheimhouding is opgelegd, worden door de griffie achter een digitaal slot op de vergaderapplicatie geplaatst. 3. Een raadslid heeft eigen agenderingsrecht in de commissie a. Enkele dagen vóór de agendacommissie maakt het raadslid het onderwerp behorend bij de raadscommissie kenbaar aan de agendacommissie b. Agendering verloopt via de agendacommissie. Het indienend raadslid levert één week voorafgaande aan de commissie een begeleidend schrijven aan via de griffier. 4. Voorafgaand aan de commissie kunnen actuele vragen worden ingediend t.b.v. het vragenhalfuur. a. Onder actuele zaken wordt verstaan zaken die leven onder de raadsleden en dus de inwoners van de gemeente Vlissingen. De onderwerpen van actuele zaken in de commissie zijn een logisch gevolg op de commissie indeling in ruimte en algemeen & sociaal. b.
Actuele vragen over het sociaal domein ingediend bij de commissie ruimte (of vragen over het domein ruimte in de commissie algemeen en sociaal) worden (indien mogelijk) schriftelijk beantwoord. Artikel 9. Openbare kennisgeving Commissievergaderingen worden door vermelding op de website van de gemeenteraad, https://vlissingen.raadsinformatie.nl/ openbaar gemaakt. Paragraaf 2. Vergadering Artikel 10. Presentielijst 1. 2.
De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen. Bij aanvang van de vergadering tekenen commissieleden de presentielijst.
3
Artikel 11. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van de fracties tegenwoordig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van de fracties tegenwoordig is. Artikel 12. Geen stemmingen In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen per fractie over de agenda, geheimhouding, doorgeleiding van voorstellen naar de besluitvormende vergadering en met betrekking tot de orde. Artikel 13. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.
Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde of een interruptie. 5. In de eerste termijn wordt niet geïnterrumpeerd. In de tweede termijn mag geïnterrumpeerd worden. Interrupties lopen altijd via de voorzitter. 6. Er kan maar één interruptie per aspect van een betoog worden geplaatst. Er mag worden geïnterrumpeerd door verschillende leden van één fractie. Artikel 14. Deelname aan de vergadering door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de vergadering. Artikel 15. Spreekrecht burgers 1. 2.
3. 4.
Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over één onderwerp. Het onderwerp dient te passen binnen de commissieonderwerpen en -voorstellen. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit de griffier en wel uiterlijk voor 12.00 uur van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. De inspreker voert maximaal vijf minuten het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. Indien er meer aanmeldingen zijn voor het spreekrecht burgers dan zes aanmeldingen kan de commissievoorzitter besluiten de spreektijd terug te brengen tot drie minuten. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering 4
5.
toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker doen.
Artikel 16. Voorstellen van orde Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde over de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier meteen over. Artikel 17. Audioverslag en besluitenlijst 1. 2.
3.
4.
De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van het audioverslag en de besluitenlijst van de vergadering. Het audioverslag: a. omvat de volledige vergadering, b. wordt geïndexeerd naar de onderwerpen die besproken zijn en de sprekers die het woord hebben gevoerd; c. wordt zo spoedig mogelijk via de gemeentelijke website toegankelijk gemaakt. De besluitenlijst bevat: a. de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een korte samenvatting van het advies aan de raad en de gedane toezeggingen. Het audioverslag en de besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de website van de gemeenteraad.
Paragraaf 3. Geheime vergaderingen Artikel 18. Toepassing verordening op geheime vergaderingen Op geheime vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het geheime karakter van de vergadering. Op geheime vergaderingen is tevens het geheimhoudingsprotocol ‘Openbaar Tenzij’ van toepassing. Artikel 19. Audioverslag en besluitenlijst geheime vergadering 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van het audioverslag, de besluitenlijst van de vergadering en een lijst met handtekeningen van aanwezige raadsleden, collegeleden, griffiemedewerkers en overige aanwezigen. 2. Het audioverslag berust bij de griffie. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een geheime raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering kan de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst. Artikel 20. Opheffing geheimhouding Conform art. 89, lid 3 wordt de geheimhouding die is opgelegd door een commissie opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld (zijnde de gemeenteraad). Paragraaf 4. Toehoorders en pers 5
Artikel 21. Toehoorders en pers 1. 2. 3.
4.
Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 22. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan vooraf mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Hoofdstuk 3. Slotbepalingen Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2. 3.
De verordening wordt aangehaald als ‘Reglement van orde voor commissie vergaderingen 2025’. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Op dat moment vervalt het Reglement van orde voor commissie vergaderingen 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Vlissingen op 23 september 2025. De griffier
De voorzitter
mr. F. Vermeulen
drs. A.R.B. van den Tillaar
6
Toelichting Artikelsgewijs Artikel 1: Begripsbepaling De agendacommissie en het voorzittersoverleg zijn uitwisselbare begrippen. Artikel 2. Instelling raadscommissies Het presidium heeft het mandaat om namens de raad te besluiten de bijlage zoals genoemd in lid 1 en 2 te wijzigen. Bijvoorbeeld door (nieuwe) onderwerpen aan een raadscommissie toe te wijzen of door (bestaande) onderwerpen aan een andere raadscommissie toe te wijzen. De onderwerpen per commissie zoals genoemd in de bijlage zijn niet uitputtend. Het presidium kan, vanwege een beperkt aantal agendapunten voor beide commissies, voorstellen om een gemengde raadscommissie plaats te laten vinden. De vaststelling van de agenda blijft aan de commissie. Artikel 3. Taken De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet (hierna: wet). De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies is een raadscommissie gericht op zowel voorbereiding en informatievoorziening maar vindt ook het korte debat plaats in de raadscommissie. Besluitvorming geschiedt door de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.
De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college, maar het presidium (op aangeven van het voorzittersoverleg) bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd en dat daarna de raadscommissie zelf de agenda vaststelt. Artikel 4. Samenstelling
Uit het eerste lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de wet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. De commissieleden worden door de fracties zelf voorgedragen. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Een burgercommissielid moet gedurende de eerste 2 kalenderjaren1 op de kandidatenlijst van de lopende raadsperiode staan. Commissieleden dienen in een raadsvergadering de eed of de verklaring en de belofte af te leggen. Op grond van het vijfde en zesde lid moeten burgercommissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar of ouder moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen.
Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de wet worden de geloofsbrieven onderzocht door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten
1
Voor de raadsperiode 2022-2026 betekent dat vanaf 1-1-2024 ook burgercommissieleden benoemd mogen worden die niet op de kandidatenlijst van de laatste gemeenteraadsverkiezingen staan. 7
worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de burgercommissieleden) gaat vooraf aan het afleggen van de eed of de verklaring en de belofte. Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden. Artikel 5. Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. Het lidmaatschap eindigt derhalve van rechtswege, het burgercommissielid hoeft het lidmaatschap dus niet ontnomen te worden. Om stabiliteit en kwaliteit in de samenstelling te houden mag op grond van het zevende lid maar één keer een nieuw lid door de raadsfracties worden geregeld ter vervanging van een burgercommissielid dat ontslag neemt of krijgt. Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege, indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen (tweede lid) en indien een lid geregeld is door een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (achtste lid). Artikel 7.
Oproep en agenda Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering een oproep plaatst op de vergaderapplicatie waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken eveneens op de vergaderapplicatie worden geplaatst (eerste lid). De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het plaatsen van de oproep op de vergaderapplicatie zo nodig een aanvullende agenda en stukken op de vergaderapplicatie plaatsen. Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken achter een digitaal slot op de vergaderapplicatie geplaatst. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door het presidium. De instelling en taken van dit presidium zijn geregeld in het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad. Artikel 8. Agendapunten Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien.
Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het op de vergaderapplicatie plaatsen van de oproep ter inzage aangeboden op de website (eerste lid). Uitsluitend in uitzonderlijke gevallen worden stukken die op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd door de griffie achter een digitaal slot op de vergaderapplicatie geplaatst. Een raadslid heeft het agenderingsrecht in een vergadering van de commissie op grond van artikel 3. Het raadslid maakt enkele dagen voor de agendacommissie het onderwerp kenbaar aan de agendacommissie. Eén week voorafgaande aan de betreffende commissie levert het raadslid begeleidend schrijven aan. Het begeleidend schrijven bestaat uit een toelichting/ onderbouwing op het onderwerp waar mogelijk aangevuld met vragen aan het college dan wel aan de andere leden van de raadscommissie. Artikel 9. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de wet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. 8
Artikel 10. Presentielijst De presentielijst is bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de burgercommissieleden vast te stellen. Artikel 11. Opening vergadering en quorum Artikel 20 van de wet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Artikel 11 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd (eerste lid). Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter de datum en het tijdstip van de nieuwe vergadering bepaalt, nog niet vast op welk moment de oproep op de vergaderapplicatie wordt geplaatst. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een oproep op de vergaderapplicatie te plaatsen (tweede lid). Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de fractievoorzitters over de datum van een nieuwe vergadering. Artikel 12.
Geen stemmingen Door gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Artikel 13. Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten (tweede lid). Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid). Artikel 14. Deelname aan de vergadering door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen.
Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen. De deelname van anderen is vooral gericht op informatieverstrekking. Artikel 15. Spreekrecht burgers Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Het spreekrecht geldt alleen niet alleen voor onderwerpen die op de 9
agenda van de commissie staan (eerste lid). Het onderwerp waarover ingesproken wordt, moet wel gerelateerd zijn aan de commissie. Er is daarnaast plaats op de agenda voor een burgerinitiatief. Burgers hebben daarmee het instrument van een initiatief om onderwerpen op de agenda te plaatsen. Onderwerpen die burgers belangrijk vinden kunnen op deze manier geagendeerd worden. De burgers die wensen in te spreken kunnen zich voor 12:00 uur op de dag van de vergadering melden bij de commissiegriffier. Door een korte termijn op te nemen wordt de servicegerichtheid naar de burger worden vergroot. In het vierde lid is ervoor gekozen om een burger slechts éénmaal het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Per burger wordt maximaal vijf minuten spreektijd aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken. De agenda van een commissievergadering wordt meestal bepaald door meer agendapunten dan alleen het spreekrecht burgers. Voor het spreekrecht van de burgers wordt een half uur uitgetrokken. Indien er zich meer insprekers aanmelden dan zes dan kan de voorzitter besluiten om de spreektijd te beperken tot drie minuten.
De insprekers worden zo spoedig mogelijk van deze inperking op de hoogte gebracht. Artikel 16. Voorstellen van orde Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering. Artikel 18. Toepassing verordening op geheime vergaderingen Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het geheime karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Artikel 19. Verslag besloten vergadering Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een geheime vergadering een afzonderlijk audioverslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid dat het audioverslag van een geheime vergadering berust bij de griffie. Artikel 20. Opheffing geheimhouding Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Artikel 21. Toehoorders en pers Artikel 26, eerste en tweede lid, van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet, het derde lid voorziet hierin. Artikel 22. Geluid- en beeldregistraties 10
Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tvstations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel moet degene die de geluid- en/of beeldregistratie maakt vooraf dit kenbaar maken bij de voorzitter en zich gedragen naar zijn aanwijzingen.
Bijlage horend bij Verordening op de raadscommissies gemeente Vlissingen 2019 Raadcommissie Ruimte 1e Wind in de Zeilen 2° Ruimtelijke ontwikkeling/ grondexploitaties; 3° Financiën 4° Economie, campus Zeeland, Impuls; 5° Sport (bezuinigingen); 6° Accommodaties; 7° Onderwijsaccommodaties; 8° Milieuhandhaving en Regionale Uitvoeringsdienst; 9° Nollebos (incidenteel); 10° Openbare ruimte en beheer sportvelden (incidenteel); Havenbeheer 11° Havenbeheer en strand (incidenteel); 12° Bereikbaarheid en Vervoer (incidenteel); 13° Omgevingswet; 14° Wonen en verduurzamen (incidenteel); 15° Citymarketing en toerisme (incidenteel); 16° Binnenstad (incidenteel); 17° PZEM, North Sea Ports. Raadscommissie Algemeen/Sociaal 1° handhaving/veiligheid (Veiligheidsregio Zeeland en handhaving); 2° Horecabeleid (incidenteel); 3° Strategische agenda; 4° Wmo en Jeugdhulp;
11
5° Zeeuwse Samenwerking sociaal domein (incidenteel); 6° Cultuur en evenementen. 7° Volksgezondheid (GGD); 8° Welzijn (incidenteel); 9° Wijkgericht werken (incidenteel); 10°Armoedebeleid (incidenteel); 11° Schuldhulpverlening (incidenteel/Orionis); 12° Passend onderwijs (incidenteel); 13° Onderwijsachterstandenbeleid en KO kinderopvang (incidenteel); 14°Orionis Walcheren; 15° Doelgroepenvervoer (incidenteel). 16° Dierenwelzijn (incidenteel)
Raadscommissie Planning & Control (P&C). Twee keer per jaar bij de Kadernota en de Programmabegroting is er een aparte commissie P&C. Op de agenda van deze commissie kunnen naast bovengenoemde stukken ook de jaarrekening, bestuursrapportage behandeld worden indien dit agenda technisch uitkomt.
12