CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.4 Rvs Ontwikkeling zorgpaviljoens 's Heeren Loo bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Ontwikkelplan ‘s Heerenloo.28.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

37

ARTEFACT RAPPORT 669

VLISSINGEN ZUIDBEEKSEWEG PERCEEL VSG00T1024

4

Conclusie en Advies

4.1

Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen

Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens uit het bureauonderzoek werd een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen beantwoord worden en het verwachtingsmodel bijgesteld en verfijnd worden.  Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? In het overgrote deel van het plangebied werden vanaf 1,80 m ‐mv (2,84 meter ‐NAP) oude getijdenafzettingen aangetroffen die lithostratigrafisch gerekend worden tot het Laagpakket van Wormer. Deze afzettingen zijn geïnterpreteerd als wad‐ en kwelderafzettingen. Enkel in het zuidelijke deel van het plangebied zijn deze afzettingen geërodeerd als het gevolg van een jongere kreek. Het oude getijdenlandschap wordt afgedekt door mineraalarm veen dat zich heeft ontwikkeld als bosveen op rietveen. Het veen kan lithostratigrafisch gerekend worden tot het Hollandveen Laagpakket. Het veen is in het grootste deel van het plangebied gemoerneerd, dan wel geërodeerd. Slechts in 4 boringen is het veen intact (en veraard). De top van het intact veen is aangetroffen vanaf 0,80 m ‐mv (1,62 m ‐NAP). De gedempte veenwinningskuilen worden gekenmerkt door een heterogene kleiige vulling met veenbrokken.

Daar waar het veen niet is weggegraven komen kleiige jonge getijdenafzettingen voor: grotendeels komgebied en aan de zuidzijde de rand van een kreek. Beide types rekent men lithostratigrafisch tot het Laagpakket van Walcheren. Afzettingen van dit laagpakket komen voor vanaf het maaiveld. Op basis van het booronderzoek kan samengevat gesteld worden dat het plangebied gelegen is in een zone met kom‐ en geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren op (gemoerneerd) Hollandveen op wad‐ en kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer. 

Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld?

Tijdens het booronderzoek werden geen grootschalige verstoringen vastgesteld. Binnen het grootste deel van het plangebied bleek de top van het veen aangetast te zijn door mariene erosie en/of moerneringsactiviteiten Dit betreft echter historisch landgebruik/ontginning en wordt verder niet als verstoring gezien, zij het dat het veenlandschap uiteraard wel is aangetast. 

Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte?

In de meest zuidelijke boring van het plangebied is de oude weg aangeboord. Deze wordt weergegeven vanaf de oudste beschikbare kaarten uit de 17de eeuw. Verder zijn enkel moerneringskuilen aangetroffen die wijzen op grootschalige veenontginning in de late middeleeuwen – begin van de nieuwe tijd.  Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? De archeologische verwachting voor het Laagpakket van Wormer kan behouden blijven. Het booronderzoek toont aan dat het terrein gelegen is in een gebied van natte wadafzettingen. De top is vastgesteld tussen 1,80 en 2,75 m ‐mv (2,84 en 3,67 m ‐NAP). Deze omgeving vormde wellicht geen uitgelezen vestigingsplaats waarbij dient gesteld dat off site fenomenen niet kunnen worden uitgesloten. De kans op het aantreffen van vindplaatsen uit het Neolithicum wordt laag ingeschat. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn deze oudere getijdenafzettingen geërodeerd door een jongere geul. Hier vervalt de archeologische verwachting.

38

ARTEFACT RAPPORT 669

VLISSINGEN ZUIDBEEKSEWEG PERCEEL VSG00T1024

Het veenlandschap in het plangebied is slechts deels intact aanwezig als gevolg van grootschalige moernering en mariene erosie. Slechts in 4 van de 17 boringen is het veen intact (en veraard) aangetroffen. In en op deze laag zijn geen archeologische indicatoren of een “vuile”, antropogene laag aangetroffen die kan wijzen op menselijke activiteiten in de Late IJzertijd / Romeinse tijd. Deze locaties betreffen mogelijk eerder veendammen die tussen de moerneringskuilen bewaard zijn voor het afvoeren van het gewonnen veen. De middelhoge verwachting voor de Late IJzertijd / Romeinse tijd kan dan ook worden bijgesteld naar geen waar het veen gemoerneerd, dan wel geërodeerd is en laag waar het veen nog intact aanwezig is. De lage verwachting voor de Bronstijd, in de onderzijde van het veen, blijft behouden. Daar waar het veen intact is, kan het veen worden aangetroffen tussen 0,80 en 1,00 m ‐mv (1,62 en 1,93 m ‐NAP). De jonge getijdenafzettingen van het Laagpakket van Walcheren kunnen direct onder de huidige bouwvoor (0,30 tot 0,50 m‐mv) aangetroffen worden. Ter plaatse van de kreekgronden, in het zuidelijke deel van het plangebied, kan de middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de late middeleeuwen worden bijgesteld naar laag. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren of antropogene lagen aangetroffen die wijzen op een vindplaats.

Tevens is het plangebied op de uiterste rand van een uitloper van een kleine kreek gesitueerd. Mogelijke vindplaatsen worden iets hoger op de kreekrug verwacht, die ten oosten van het plangebied is gelegen. De lage verwachting voor de Nieuwe tijd kan behouden blijven. Enkel aan de zuidzijde van het plangebied worden resten van de oude weg verwacht.  Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? Het plangebied zal worden ingericht met nieuwe zorgpaviljoenen. Voor deze nieuwbouw zijn nog geen concrete bouwplannen bekend. Op basis van de beschikbare schets (Figuur 3) wordt de bebouwing in het noordelijke deel van het plangebied gesitueerd. In het zuidelijke deel van het plangebied wordt parkeerterrein met paden voorzien. Binnen het plangebied wordt de kans klein geacht dat archeologische vindplaatsen voorkomen, m.u.v. het zuidelijke deel waar resten van de oude weg aanwezig zijn vanaf circa 0,30 m ‐mv. In dit deel van het plangebied worden paden en groen voorzien. De kans wordt klein geacht dat deze weg verstoord, dan wel vernietigd wordt.  Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd? Deze vraag wordt in het volgende hoofdstuk 4.2 beantwoord.

4.2

Advies

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. Op basis van het onderzoek geldt voor alle niveaus een lage tot geen verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen. Enkel in het meest zuidelijke deel van het plangebied zijn resten aanwezig van de oude weg vanaf 0,30 m ‐mv. Voor het grootste deel kan de dubbelbestemming waarde archeologie weggehaald worden. Enkel voor het meest zuidelijke stuk is het advies de dubbelbestemming te behouden (Figuur 19). Bij het opstellen van deze rapportage zijn nog geen concrete bouwplannen bekend. Indien in het zuidelijke deel grootschalige graafwerkzaamheden worden uitgevoerd die dieper reiken dan 0,30 m ‐mv wordt vervolgonderzoek geadviseerd. Conform de AMZ‐cyclus dient dit onderzoek uitgevoerd te worden als een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven. Dit proefsleuvenonderzoek heeft als doel een volledige doorsnede doorheen de weg en mogelijk bijhorende bermsloten te bekomen. De bevoegde overheid volgt het bovenstaand advies niet omdat een formeel onderzoek naar de oude weg te zwaar is aangezet. Andere vindplaatsen worden niet verwacht en de vraagstelling van dergelijk onderzoek naar oude wegen is immers beperkt. Bovendien maakt onderzoek naar (weg)infrastructuur geen specifiek onderdeel uit van de gemeentelijke onderzoeksagenda.

De dubbelbestemming waarde archeologie kan voor het volledige plangebied verwijderd worden. Op het ogenblik dat graafwerkzaamheden worden uitgevoerd in het zuidelijke deel van het

39

ARTEFACT RAPPORT 669

VLISSINGEN ZUIDBEEKSEWEG PERCEEL VSG00T1024

plangebied, zal de Walcherse Archeologische Dienst (WAD) een inspectie uitvoeren en eventuele aanwezige resten van de oude weg documenteren. Het is echter niet uit te sluiten dat voor die delen waar geen vervolgonderzoek aanbevolen is desondanks toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016). Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, wordt verzocht om navolgende tekst in het uitvoeringsbestek op te nemen: Archeologie Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf‐ en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten.

Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.

Figuur 19 Advieskaart. Binnen het blauwe gearceerde deel wordt vervolgonderzoek in de vorm van gericht proefsleuvenonderzoek geadviseerd indien de geplande graafwerkzaamheden de oude weg vernietigen. Het doel van dit proefsleuvenonderzoek is het verkrijgen van een doorsnede doorheen de oude weg en aanwezige bermsloten. Bron ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors 2021.

Voorliggend rapport is beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid. 40

ARTEFACT RAPPORT 669

VLISSINGEN ZUIDBEEKSEWEG PERCEEL VSG00T1024

Lijst met figuren Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2021. ....................................... 7 Figuur 2 Plangebied op een uitsnede van de satellietfoto van Google Maps (2021). Bron: ESRI Nederland, Beeldbank.nl.............................................................................................................................................................. 11 Figuur 3 Schets van de inrichting van het plangebied. Bron: Juust b.v. ...................................................................... 12 Figuur 4 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe stip: globale ligging van het plangebied. Bron: Vos & de Vries 2019. ................................................................................................................................................................. 16 Figuur 5 Projectie van het plangebied op een vergrote uitsnede van de Geologische Kaart van Nederland. Bron: van Rummelen 1971. ........................................................................................................................................................ 18 Figuur 6 Projectie van het plangebied op een vergrote uitsnede van de Bodemkaart van Nederland. Bron: Bazen & Pleijter 1994.

............................................................................................................................................................. 19 Figuur 7 Projectie van het plangebied op een vergrote uitsnede van de bodemkundige overzichtskaart van Walcheren. Bron: Bennema & Van der Meer 1952. .................................................................................................... 20 Figuur 8 Uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Brus en de Lange, 1986. ........................... 21 Figuur 9 Projectie van het plangebied (zwarte polygoon) op een bewerkte uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN3 0,5 meter raster DSM). ................................................................................. 22 Figuur 10 Projectie van het plangebied op een bewerkte uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). Bron: www.pdok.nl (AHN3 0,5 meter raster DSM). ....................................................................................... 23 Figuur 11 Uitsnede uit Ostium Scaldis, Kaart van de Nederlanden, door C. Sgrooten, 1573. Bron: Koninklijke Bibliotheek van Brussel: https://uurl.kbr.be/1438256. ...............................................................................................

24 Figuur 12 Projectie van het plangebied op een vergrote uitsnede van de kaart van Visscher‐Roman uit circa 1656. Bron: Beeldbank van de Universiteit van Amsterdam................................................................................................. 25 Figuur 13 Projectie van het plangebied op de kaart van het eyland Walcheren, het eerste rijkste en meest bevolkte van Zeeland door D.W. C. en A. Hattinga uit 1749‐1750. Bron: Zeeuws Archief. .........................................................25 Figuur 14 Uitsnede van de gedigitaliseerde Kadastrale Minuutkaart, omstreeks 1830. Bron: Geoloket Provincie Zeeland. ................................................................................................................................................................... 26 Figuur 15 Projectie van het plangebied (gele polygoon) op topografische (militaire) kaarten tussen 1852 en 1995. Bron: Esri Nederland, Kadaster. ................................................................................................................................. 27 Figuur 16 Monumenten, onderzoeken en vondstlocaties. Gegevens ontleend aan Archis 3. ................................... 28 Figuur 17 Boorpuntenkaart op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors, 2021.

.................................................................................................................................................... 35 Figuur 18 Overzicht van de boringen met de locaties van het intact (veraard), geërodeerd en gemoerneerd veenniveau. ............................................................................................................................................................... 36 Figuur 19 Advieskaart. Binnen het blauwe gearceerde deel wordt vervolgonderzoek in de vorm van gericht proefsleuvenonderzoek geadviseerd indien de geplande graafwerkzaamheden de oude weg vernietigen. Het doel van dit proefsleuvenonderzoek is het verkrijgen van een doorsnede doorheen de oude weg en aanwezige bermsloten. Bron ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors 2021. ................................................ 40

41

ARTEFACT RAPPORT 669

VLISSINGEN ZUIDBEEKSEWEG PERCEEL VSG00T1024

Bronnen Literatuur Bazen, M.A., en G. Pleijter, 1987. Bodemkaart van Nederland, 1:50.000 blad 49 West Bergen op Zoom, Stiboka, Wageningen. Bennema, J., en K. van der Meer, 1950. De genese van Walcheren. Tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, 67/3, 15‐25. Bennema, J. en K. van der Meer, 1952. De bodemkartering van Walcheren. Verslagen van Landbouwkundige Onderzoekingen 58.4. Stiboka, Wageningen. Brus, D.J. & G.W. de Lange, 1986. Geomofologische Kaart van Nederland, kaartblad 48 (gedeeltelijke) – 42 (gedeeltelijk) – 47 (gedeeltelijk) Middelburg – Zierikzee ‐ Cadzand, Schaal 1:50.000. Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Dekker, C., 1971. Zuid‐Beveland. De historische geografie en de instellingen van een Zeeuws Eiland in de middeleeuwen, Assen. Depuydt, S. & F.G.R. D’hondt, 2021. Vlissingen Bossenburghweg (VSG00T816). Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Artefact! Rapport 639, Zaamslag. Dierendonck, R.M. van, 2016. Nieuwe wijn uit oude zak(k)en, Evaluatie van de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland (POAZ) 2009‐2015. SCEZ, Middelburg. Coppens, E., 2021. Plan van Aanpak. Vlissingen Zuidbeekseweg perceel VSG00T1024. Gemeente Vlissingen. Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen, Zaamslag. Kuipers, J.J.B. en R.M. van Dierendonck, (red.), 2004.

Sluimerend in slik: verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland. Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, Middelburg. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1, 19 februari 2018, Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Mulder, E.F.J. de, et al. (red.), 2003. De ondergrond van Nederland, Groningen. Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 8080, 2019. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 december 2019, kenmerk 19434306, houdende vaststelling regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. Provinciaal Blad van Zeeland 2017 nr. 605, 15 februari 2017. Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017. Provincie Zeeland, 2017. Wie wat bewaart, die heeft wat. Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017‐ 2020. Middelburg. Rummelen, F.F.F.E. van, 1978. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. TNO‐NITG: Geologische overzichtskaart van Nederland, 2006. Vos, P.C. & R.M. van Heeringen, 1997. Holocene Geology and occupation history of the Province of Zeeland (SW Netherlands). Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, 59, 5‐109. 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11969238/1