5.4 rvs Kadernota 2027-2030 bijlage 1 kadernota
Tekst van het document
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................. 3 Kaderstelling ......................................................................................................................... 5 Motie 'Voorbereiding nieuwe kadernota' ................................................................................ 7 Programma's ......................................................................................................................... 8 Totalen per programma ...................................................................................................... 8 Programma Leefbaarheid ................................................................................................... 9 Programma Aantrekkelijke stad........................................................................................ 11 Programma Sociale samenhang ...................................................................................... 13 Investeringen ................................................................................................................... 14 Taakstellingen ..................................................................................................................
18 Financieel meerjarenperspectief 2027 - 2030 ...................................................................... 19 Financieel meerjarenperspectief ...................................................................................... 19 4.1 Actualisatie budgetten ................................................................................................ 20 4.2 Wijzigingen programma's ........................................................................................... 21 4.3 Uitkeringen gemeentefonds........................................................................................ 22 4.4 Financiële uitgangspunten 2027 - 2030 ...................................................................... 23
Voorwoord Voor u ligt de kadernota 2027–2030 van de gemeente Vlissingen. In deze kadernota schetsen wij de financiële en beleidsmatige koers voor de komende jaren en leggen wij de basis voor de begroting van 2027. We zijn nog in afwachting van een definitief besluit over onze artikel-12 status. Dit besluit is een belangrijk moment voor onze gemeente. Als we geen artikel-12 status meer hebben dan betekent het dat wij financieel weer op eigen benen staan. Dat is een belangrijke stap vooruit. Tegelijkertijd vraagt dit om blijvende voorzichtigheid. De financiële ruimte is nog altijd beperkt en niet alles is mogelijk. Ook bij deze kadernota hebben we, mede op basis van de jaarrekeninganalyse, onze budgetten geactualiseerd zodat deze realistisch zijn begroot. Dat leidt tot het maken van keuzes en brengt ook risico's met zich mee. Daarom blijven wij sturen op een gezonde financiële positie en voldoende weerstandscapaciteit. Wij kiezen ervoor om gericht te blijven investeren in onze gemeente. Dat doen wij zowel in de fysieke leefomgeving als in het sociaal domein. Denk aan het onderhouden en verbeteren van onze openbare ruimte en voorzieningen, maar ook aan ondersteuning voor onze inwoners. Zo bouwen wij stap voor stap verder aan een sterke en leefbare gemeente Vlissingen, Oost-Souburg en Ritthem. Tegelijkertijd staan wij voor onzekerheden.
Ontwikkelingen in de economie, rijksbeleid en kostenstijgingen hebben invloed op onze financiële positie. Dit vraagt om zorgvuldig en realistisch financieel beleid. Op het moment van opstellen van deze kadernota is er nog geen nieuwe coalitie. Daarom bouwen wij voort op bestaand beleid en de strategische visie. Nieuwe accenten en prioriteiten kunnen in een later stadium worden toegevoegd. Met deze kadernota leggen wij een basis voor de begroting van 2027 en de jaren daarna, waar een nieuw college mee door kan. Wij blijven werken aan een financieel gezonde gemeente die blijft investeren in haar toekomst.
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen.
3
Leeswijzer Deze kadernota 2027– 2030 bestaat, naast het voorwoord, deze leeswijzer en de kaderstelling uit een aantal hoofdstukken. Hieronder gaan we kort in op de inhoud van de diverse hoofdstukken, met daarbij een inhoudelijke toelichting op hoofdlijnen. Programma's Per programma geven we aan wat de voorgestelde bijstellingen voor de begroting en de meerjarenraming zijn. Ook maken we de investeringen voor de komende jaren inzichtelijk. Daarnaast geven we inzicht in de laatste stand van zaken rondom de taakstellingen. Financieel meerjarenperspectief In dit hoofdstuk geven we een totaaloverzicht van de financiën van onze gemeente. Waar staan we nu en waar gaan we naar toe? We geven een samenvatting van de wijzigingen per programma en laten de verwerking van de voorjaarsnota van het Rijk zien zoals we deze via de uitkeringen van het gemeentefonds verwachten. Bij de financiële uitgangspunten laten we de indexeringen zien die we toepassen op de verschillende onderdelen in onze begroting. Ook geven we daar overige ontwikkelingen weer die van toepassing zijn op meerdere programma's.
4
Kaderstelling De kadernota maken we ieder jaar als voorbereiding op de programmabegroting. We actualiseren het financiële beeld voor de komende 4 jaren met als basis de begroting 2026-2029. Omdat er nog geen bestuursakkoord is zetten we daarnaast de lijn uit het vorige coalitieakkoord voort. In onze financiële verordening staat het volgende over de kadernota: 'Burgemeester en wethouders bieden voor het zomerreces en bij voorkeur voor 1 juli aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.' Autonome ontwikkelingen en wettelijke verplichtingen Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu kennen. Gezien onze financiële positie hebben we in dit proces gekeken naar onontkoombare ontwikkelingen en noodzakelijke actualisaties van budgetten. Structureel en reëel evenwicht Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en provinciale voorschriften moeten we structurele lasten per jaarschijf dekken door structurele baten. Uit de begroting moet duidelijk blijken welke baten en lasten incidenteel dan wel structureel zijn. Alle ramingen moeten volledig, realistisch en haalbaar zijn.
Eventuele bezuinigingsmaatregelen/taakstellingen moeten haalbaar, hard en reëel onderbouwd zijn. Taakstellingen die wij opleggen aan verbonden partijen zijn alleen reëel wanneer de verbonden partij op bestuurlijk niveau heeft besloten dat deze taakstelling daadwerkelijk wordt ingevuld. Loon/prijsontwikkeling In deze kadernota houden we rekening met de ontwikkelingen van de lonen en prijzen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan 2026 (CEP). We hebben de ontwikkelingen uit de lopende CAO gemeenten verwerkt. Deze loopt per 31 maart 2027 af. Voor de ontwikkeling van lonen en prijzen bij verbonden partijen houden we rekening met de VZG richtlijn. Financiële positie In aanloop naar de programmabegroting 2027 analyseren we de financiële positie, jaarrekeningresultaten en het verloop van het meerjarig financieel beeld (verleden, heden en toekomst) en verwerken de uitkomsten daarvan in de programmabegroting 2027. Algemene uitkering De berekening van de algemene uitkering in de kadernota hebben we gebaseerd op de voorjaarsnota van het Rijk. Artikel 12-status Advies inspecteur beëindiging artikel 12-status Vlissingen Sinds 2015 hebben we als gemeente Vlissingen de artikel 12-status. Op 20 januari 2025 heeft de inspecteur aan de fondsbeheerders met het Artikel 12-rapport Vlissingen 2023 – 2024 geadviseerd de artikel 12-status per 31 december 2024 te beëindigen.
Tevens is zijn advies om over 2024 nog een aanvullende (slot)uitkering uit het gemeentefonds van € 6,4 miljoen te verstrekken voor sanering van de negatieve algemene reserve. Aan deze aanvullende uitkering verbindt de inspecteur een aantal bijzondere voorschriften waaronder de inzet voor de sanering van € 17,8 miljoen uit bestemmingsreserves en voorzieningen.
5
Als gemeente hebben we, net als onze toezichthouder de provincie, onze zienswijze op het advies van de inspecteur ingediend. Dit heeft tot op heden nog niet geleid tot een definitief besluit. Inmiddels hebben we een concept-besluit ontvangen van de fondsbeheerder en is de volgende stap een bestuurlijke hoorzitting. In afwachting van het besluit blijven we vooralsnog rekening houden met de aanvullende uitkering uit het gemeentefonds voor de sanering van de algemene reserve conform de Rijksbeschikking van 19 december 2019 (€ 7,0 miljoen voor 2026 en 2027 en € 4,8 miljoen voor 2028 welke dus budgettair neutraal zijn opgenomen met uitkering gemeentefonds en storting in de algemene reserve). Wel zien we, vanwege de verwachte beëindiging van de artikel 12-status en conform het uitgangspunt van de begroting 2025, ervan af om vanaf 2026 rekening te blijven houden met een eigen bijdrage aan de sanering van de algemene reserve ten laste van het begrotingssaldo (jaarlijks € 1,7 miljoen).
6
Motie 'Voorbereiding nieuwe kadernota' Motie Verschillende raadsfracties dienden op 13 november 2025 de volgende motie in: In beeld te brengen wat het te kort is in de jaren 2026 -2030 wanneer wordt uitgegaan van in ieder geval: • een OZB maximaal 120% van landelijk gemiddelde; • onderhoudsniveau op B niveau (nu is het C niveau); • noodzakelijke en realistische lasten voor het sociaal domein Beantwoording Algemeen: Het lijkt voornamelijk te gaan om het uitwerken van de financiële consequenties van een aantal door te voeren keuzes. a) Een OZB maximaal 120% van landelijk gemiddelde: Momenteel bedraagt ons OZB tarief 129% van het landelijke gemiddelde. Om uit te komen op 120% van het landelijke gemiddelde zal de OZB opbrengst met circa € 1,5 miljoen verlaagd moeten worden. Dit heeft uiteraard een negatief effect op het begrotingssaldo. b) Onderhoudsniveau op B niveau (nu is het C niveau); Voor de vraagstelling om het onderhoudsniveau kan gezegd worden dat de raad een gedifferentieerd gewenst kwaliteitsbeeld heeft vastgesteld (nota kwaliteit openbare ruimte) en dat is niet per definitie overal dus onderhoudsniveau B. De motie is op deze manier niet uitvoerbaar omdat het afwijkt van die vastgestelde nota kwaliteit openbare ruimte.
Om de toepassing van de vastgestelde kwaliteiten uit de nota kwaliteit openbare ruimte helder te krijgen, zal is naast de differentiatie van de kwaliteiten ook beoordeeld moeten worden welke activiteiten uitgevoerd moeten worden om die kwaliteit in die gebieden ook te bereiken. Dit is een zeer ingewikkelde en tijdrovende exercitie die afgezet moet worden tegen de huidige bedrijfsvoering. c) Noodzakelijke en realistische lasten voor het sociaal domein In de begroting 2026 zijn de noodzakelijke lasten voor het sociaal domein realistisch geraamd. De hoogte hiervan is mede afhankelijk van landelijke ontwikkelingen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd. In deze kadernota actualiseren we deze lasten op basis van de meest recente inzichten. De onderbouwing van de mutaties op de reserve sociaal domein werken we nader uit in de begroting 2027.
7
Programma's Totalen per programma Onderstaand de totalen per programma. Het programma bestuur bevat geen wijzigingen. In ieder programma staat de toelichting op deze bedragen. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
2030
Leefbaarheid
-2.616
-2.639
-2.771
-2.627
Aantrekkelijke stad
-810
-610
-610
-610
Sociale samenhang
-301
370
255
-1.528
-3.727
-2.879
-3.125
-4.766
Totaal
8
Programma Leefbaarheid Financiële vertaling programma leefbaarheid Onderstaande tabel geeft de totalen voor programma leefbaarheid aan. Een toelichting vindt u onder deze tabel. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
2030
1.01 Veiligheid
-208
-208
-208
-208
1.02 Parkeer- en verkeersonderzoek
-80
1.03 MJOP sportaccommodaties
-467
-467
-467
-287
1.04 Begroting gemeenschappelijke regeling VRZ
-276
-464
-595
-632
1.05 Beleidsplan begraafplaatsen
-85
0
0
0
1.06 Team en MJOP accommodaties
-1.500
-1.500
-1.500
-1.500
Totaal
-2.616
-2.639
-2.771
-2.627
1.01 Veiligheid De huidige formatie past niet bij de grote veiligheidsproblemen in Vlissingen. Denk aan het vele geweld in de stad in de afgelopen jaren, de groeiende overlast op straat (zoals middelengebruik en mensen met onbegrepen gedrag) en het hoge aantal jongeren dat in de criminaliteit terechtkomt. Ook sluit de huidige formatie niet aan bij nieuwe wettelijke taken die we moeten uitvoeren. Voorbeelden zijn advies geven over het Justitieel Complex Vlissingen, het veranderende havengebied en het nieuwe thema in het veiligheidsbeleid: Weerbaarheid en Veerkracht. Dit gaat onder andere over spanningen in de wereld en nieuwe vormen van dreiging. Daarnaast komen er nieuwe taken bij zoals het verbeteren van de aanpak van criminaliteit, het vergroten van de meldingsbereidheid van inwoners en het aanpakken van plekken waar vrouwen zich onveilig voelen. Ook willen we werken aan een aanpak binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) en een duidelijke langetermijnvisie ontwikkelen voor veiligheid en leefbaarheid. Om al deze taken goed te kunnen blijven uitvoeren, hebben we extra personeel nodig. Een strategisch adviseur veiligheid en een LPGA expert (Lokaal Persoonsgerichte Aanpak). 1.02 Parkeer- en verkeersonderzoek In 2026 maken we een nieuw parkeerbeleidsplan. In dit plan staan verschillende maatregelen en veranderingen ten opzichte van het huidige beleid.
Om te kijken wat het effect hiervan is, doen we in 2027 parkeer- en verkeersonderzoek. Zo kunnen we de maatregelen uit het parkeerbeleidsplan uitvoeren en later ook beoordelen of ze goed werken. 1.03 MJOP sportaccommodaties Voor het noodzakelijke planmatige onderhoud is een actueel MJOP (meerjaren onderhoudsplan) groot onderhoud sportaccommodaties opgesteld. De minimale jaarlijkse storting is € 350.000. Voor de jaren 2027, 2028 en 2029 is aanvullend € 240.000 per jaar nodig om te voorkomen dat de voorziening eind 2027 negatief wordt. Bij de berekening is rekening gehouden met de SPUK Sport. Dit betekent dat kosten inclusief btw zijn opgenomen, maar dat we 18% van deze kosten via deze regeling terug verwachten. Hierdoor valt het netto benodigde bedrag lager uit, zoals in de bovenstaande tabel staat.
9
1.04 Begroting gemeenschappelijke regeling VRZ Om een sluitende programmabegroting 2027 voor Veiligheidsregio Zeeland te realiseren is de totale gemeentelijke bijdrage van alle deelnemende gemeenten voor 2027 en daarna structureel verhoogd met € 954.487. Enerzijds bestaat de verhoging van de gemeentelijke bijdrage uit oplopende kapitaallasten voor een bedrag van € 725.746. Deze oplopende kapitaallasten zijn niet te dekken binnen de huidige begroting van Veiligheidsregio Zeeland. Anderzijds ontstaat een structureel nadeel doordat de werkelijke cao-lasten hoger zijn dan de VZG-richtlijn, als gevolg van de doorwerking van de cao-afspraken voor een bedrag van € 228.741. De gemeentelijke bijdrage voor Vlissingen bedraagt in 2027 € 4.046.638. 1.05 Beleidsplan begraafplaatsen Opwaarderen kinderdeel Noorderbegraafplaats (€ 30.250): Op de begraafplaatsen zijn meerdere algemene kindergraven waarvan de gebruikstermijn is verstreken, terwijl ruiming van kindergraven volgens het nog vast te stellen beleid zoveel mogelijk wordt vermeden. Daarom zijn middelen nodig voor opwaardering en onderhoud, zodat deze vakken een nette en respectvolle gedenkplek blijven. Opstellen lijst historische graven (€ 30.250): Voor historische en behoudenswaardige grafmonumenten moeten criteria worden opgesteld, zodat zorgvuldig kan worden bepaald welke graven op de gemeentelijke monumentale gravenlijst komen.
Dit heeft gevolgen voor capaciteit, beheer en onderhoud, omdat deze graven niet geruimd mogen worden en onder verantwoordelijkheid van de gemeente komen te vallen. Haalbaarheidsonderzoek natuur(lijk) begraven (€ 24.200): Hoewel er geen wettelijke verplichting bestaat om dit onderwerp op te pakken, is het vanuit bestuurlijk oogpunt wel van belang om dit mee te nemen in de kadernota. Door de mediaaandacht is de maatschappelijke belangstelling voor dit onderwerp toegenomen. Daarnaast heeft de wethouder hierover een toezegging gedaan aan de raad. De eenmalige kosten van de drie hierboven (ad € 84.700) genoemde maatregelen dekken we in 2027 niet uit de verhoging van de begraafrechten. Ruimen en beplanten (€ 111.500): In de gemeente Vlissingen is sprake van een ruimingsachterstand. Hierdoor neemt de beschikbare grafruimte af en ontstaat het risico dat op termijn onvoldoende capaciteit beschikbaar is voor nieuwe begravingen. Hoewel ruiming niet wettelijk verplicht is, is het vanuit zorgvuldig beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen noodzakelijk om deze achterstand planmatig aan te pakken. Hiervoor nemen we een structureel bedrag op in de begroting. De extra kosten dekken we uit het tarief voor begraafrechten. 1.06 Team en MJOP Accommodaties In 2026 richten we het team Accommodaties op. Dit team zorgt voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen.
Voor dit team hebben we een teamleider nodig die het team aanstuurt en vullen we de functie van toezichthouder in. Daarnaast bekijken we opnieuw de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) van onze gebouwen. Hierbij gaan we uit van onderhoudsniveau 4. Landelijke tendens is dat onderhoudskosten fors toenemen waardoor een bijstelling van het MJOP en dus ook de voorziening groot onderhoud accommodaties nodig is. Dit willen we ook bezien in relatie tot een eventuele herijking van het accommodatieplan op hoofdlijnen (AOH).
10
Programma Aantrekkelijke stad Financiële vertaling programma aantrekkelijke stad Onderstaande tabel geeft de totalen voor programma aantrekkelijke stad aan. Een toelichting vindt u onder deze tabel. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
2030
2.01 Woonfraude
-545
-545
-545
-545
2.02 Communicatiebudget gebiedsmarketing
-50
-50
-50
-50
2.03 Uitvoering urgentieregeling
pm
pm
pm
pm
2.04 Kenniscentrum slavernijverleden
-15
-15
-15
-15
2.05 Planvorming woningbouwlocaties (gebiedsontwikkeling Kenniswerf)
-200
Totaal
-810
-610
-610
-610
2.01 Woonfraude Het woonfraudeteam zorgt dat inwoners de regels naleven en helpt de leefbaarheid te verbeteren. Ook pakt het team woningmisbruik aan, zoals illegale bewoning en adresfraude. Door actief te handhaven voeren zij de Huisvestingsverordening en landelijke wetten uit, zoals de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur. Met de Wet versterking regie op de volkshuisvesting krijgen wij meer verantwoordelijkheid voor en de regie op het creëren en behouden van voldoende en betaalbare woningen. We moeten laten zien dat wij hier actief op sturen. Zonder vaste handhavingscapaciteit komen deze doelen en onze wettelijke regierol in gevaar. Daarom is het nodig om het woonfraudeteam structureel te behouden. Het woonfraudeteam heeft in 2022 de projectstatus gekregen onder bevoegdheid van het college. Dit tijdelijke project loopt 31 december 2026 af. Het is belangrijk om te beseffen dat de inzet van deze gelden geen uitbreiding of intensivering van de aanpak van woonfraude oplevert, maar structurele voortzetting van het bestaande project met behoud van het huidige bestaande projectteam. Verdere intensivering van de aanpak vraagt dus extra capaciteit. 2.02 Communicatiebudget gebiedsmarketing Voor de uitvoering van de gebiedsmarketing Kenniswerf als hotspot voor Delta-innovatie zijn gerichte en vaste communicatiemiddelen nodig.
Het gaat bijvoorbeeld om de productie van promotiemateriaal en de ontwikkeling van content om activiteiten in de Kenniswerf zichtbaar te presenteren. Deze kosten kunnen niet uit de grondexploitatie gedekt worden. Daarom is hiervoor een structureel uitvoeringsbudget nodig. 2.03 Uitvoering urgentieregeling De Wet versterking regie volkshuisvesting gaat naar verwachting op 1 juli 2026 in. Deze wet verplicht gemeenten om voorrang te geven aan bepaalde urgente groepen bij sociale huurwoningen. Gemeenten moeten hiervoor een urgentieregeling vaststellen. Daarnaast moeten zij de uitvoering goed organiseren, bijvoorbeeld door het opzetten en bemensen van een urgentiecommissie. Het is nu nog niet duidelijk hoeveel tijd gemeenten krijgen om deze verplichtingen uit te voeren. De verwachting is dat gemeenten hier in ieder geval tot 1 juli 2027 de tijd voor krijgen. 2.04 Kenniscentrum slavernijverleden In 2025 ondertekenden wij samen met de gemeenten Middelburg en Veere en de provincie Zeeland een samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst gaat over de oprichting van een internationaal Kenniscentrum Slavernijverleden (KCS) in Zeeland en loopt tot juli 2026. Het KCS wordt nu een zelfstandige stichting. Er komt een directeur-bestuurder die werkt aan een uitvoeringsagenda. Ook wordt toegewerkt naar een samenwerking met het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam.
De betrokken partijen voeren hierover gesprekken met het Rijk. Om in aanmerking te komen voor rijksmiddelen is steun nodig van
11
de Walcherse gemeenten en de provincie. Deze steun bestaat uit een structurele subsidie voor de realisatie van het gezamenlijke KCS in Zeeland. 2.05 Planvorming woningbouwlocaties (i.h.k.v. gebiedsontwikkeling Kenniswerf) In het programma Zeeland 2050 vraagt de provincie gemeenten om plannen te maken voor grootschalige woningbouwlocaties. Wij werken hiervoor samen met Middelburg en Veere. Samen hebben we verschillende scenario’s uitgewerkt. In 2027 willen wij deze plannen verder uitwerken en concreet maken. Zo kunnen we toewerken naar een toekomstige gebiedsontwikkeling.
12
Programma Sociale samenhang Financiële vertaling programma sociale samenhang Onderstaande tabel geeft de totalen voor programma sociale samenhang aan. Een toelichting vindt u onder deze tabel. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
3.01 Gemeenschappelijke regeling sociaal domein
-60
-60
-60
-60
0
500
395
395
3.03 Bijstelling budgetten jeugdhulp
-500
-500
-500
-2.112
3.04 Begroting gemeenschappelijke regelingen GGD en Orionis
-44
236
221
206
3.05 Opvang Oekraïners
200
100
100
100
3.06 Peuterspeelzaalwerk
200
200
200
200
3.07 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL)
-97
-106
-101
3.02 Surplus regiobudget
2030
-82
3.08 Volumeontwikkeling Wmo
-175
Totaal
-301
370
255
-1.528
3.01 Gemeenschappelijke regeling sociaal domein De nieuwe gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein en Jeugdhulpregio Zeeland start op 1 januari 2027. De jaarlijkse kosten stijgen voor alle dertien gemeenten samen met € 550.730. Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een extra bedrag van € 60.000 per jaar. 3.02 Surplus regiobudget Voor de taken Beschermd wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang zijn wij centrumgemeente. Hier is op basis van de huidige inzichten een overschot. Dit overschot wordt volgens de partnerschapsafspraken verdeeld over de gemeenten. Voor Vlissingen betekent dit naar verwachting € 500.000 in 2028 en vanaf 2029 € 395.000 per jaar. 3.03 Bijstelling budgetten jeugdhulp Voor de jeugdhulp verhogen we het budget vanaf 2027 structureel met € 500.000, gebaseerd op de meest recente prognose van het Inkoopbureau Jeugdhulp Zeeland (december 2025). De stijging komt door langdurige trajecten en zwaardere zorg, conform het landelijke beeld. In 2030 komt de bijstelling uit op € 2,112 miljoen: de structurele € 500.000 plus afgerond € 1,6 miljoen aan reeds berekende volume-indexatie (4,7%) die we doortrekken naar 2030. Dit is geen nieuwe beleidskeuze, maar het consistent doortrekken van bestaande systematiek.
De prijsontwikkeling voor loon- en prijsindexatie conform OVA-index) is meegenomen bij de financiële uitgangspunten 2027–2030, onderdeel Inflatie GR’en en subsidies (VZG). Bij de begroting 2027 actualiseren we het meerjarig beeld op basis van een nieuwe prognose. 3.04 Begroting gemeenschappelijke regelingen GGD en Orionis We sluiten onze begrotingscijfers aan op de begrotingen van de GGD Zeeland en Orionis Walcheren. 3.05 Opvang Oekraïners We voegen jaarlijks het overschot op deze middelen toe aan de reserve opvang vluchtelingen. We stellen voor in 2027 € 200.000 en vanaf 2028 € 100.000 minder toe te voegen aan de reserve. Het bedrag is vanaf 2028 lager omdat we een lagere rijksbijdrage zullen ontvangen.
13
3.06 Peuterspeelzaalwerk We ontvangen een specifieke uitkering op onderwijsachterstandenbeleid. Tot nu toe raamden wij dit bedrag niet in onze begroting. Dit verwerken we nu in de kadernota. Hieruit bekostigen we preventieve activiteiten, zoals zomerscholen en schakelklassen. 3.07 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) Wij dragen via het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) bij aan de uitvoering van de leerplicht. Om deze taak op het vereiste niveau te blijven uitvoeren, brengen we de bijdrage in lijn met de landelijke normering. Hiermee voorkomen we dat de uitvoering onder die normering uitkomt. 3.08 Volumeontwikkeling Wmo We verwachten een toename van het aantal cliënten dat een beroep doet op de Wmo. Deze groei hangt samen met de vergrijzing en het langer zelfstandig thuis wonen van inwoners. Om de budgetten aan te laten sluiten op deze ontwikkeling, indexeren we vanaf 2030 op volume met 2,5%. Deze index is gebaseerd op het prognosemodel Wmo van de VNG, dat de landelijke verwachte ontwikkeling van het zorggebruik vertaalt naar een meerjarig beeld. Het gaat hier nadrukkelijk om een aanpassing op basis van aantallen en niet op basis van prijs of beleid. De prijsontwikkeling (loon- en prijsindexatie conform OVA-index) hebben we meegenomen bij de financiële uitgangspunten 2027-2030 onderdeel inflatie gr'en en subsidies (VZG).
Investeringen
14
Investeringen 2027-2030 Excel-tabel No. Omschrijving
Beschikbaarstelling Beschikbaarstelling Beschikbaarstelling Beschikbaarstelling Planning Planning Planning Planning 2027 2028 2029 2030 2027 2028 2029 2030
1
Vervanging masten openbare verlichting
287
295
297
305
287
295
297
305
2
Vervanging voor LED armaturen openbare verlichting
80
82
84
85
80
82
84
85
3
Herinrichting verschillende wegen binnenstad (voorheen Badhuisstraat)
380
0
0
0
380
0
0
0
4
Ondergrondse opslag
130
150
150
150
130
150
150
150
5
Materieel
1.013
648
1.538
912
0
1.013
648
1.538
6
Kindcentrum Paauwenburg L.de Coligny/ Theo Thijssen (SHP 2020-2039)
0
12.650
0
0
0
0
1.265
11.385
7
Gymzalen Paauwenburg
0
2.000
0
0
0
400
1.600
0
8
Speeltoestellen
0
50
0
0
0
50
0
0
9
Kade 6
0
0
6.000
0
0
0
800
5.200
10 Sportpark Irislaan: vervanging natuurgrasveld 4
103
0
0
0
103
0
0
0
11 Sportpark Vrijburg: vervanging kunstgrasveld 3 (zand)
0
629
0
0
0
629
0
0
12 Sportpark Bonedijke: vervanging natuurgrasveld 4
0
0
166
0
0
0
166
0
13 Aanpassingen brug Schuitvaartgracht/Singel
0
60
0
0
0
60
0
0
14 Aanpassingen brug Schuitvaartgracht/President Rooseveltlaan
60
0
0
0
60
0
0
0
15 Sloeweg/Burg. Van Woelderenlaan
70
0
0
0
70
0
0
0
15.200
0
0
0
6.000
9.200
0
0
0
0
0
4.000
0
0
0
4.000
18 Vervangen automaten VRI
150
150
150
0
150
150
150
19 Realisatie parkeergebouwen en parkeerterreinen aan de rand van het centrum.
500
0
0
0
500
0
0
20 Aanschaf van een scanauto
200
0
0
0
200
0
0
0
21 Vervanging speeltoestellen gemeentebreed
217
375
98
1.200
217
375
98
1.200
22 Vervanging niet-veldgebonden sportpark Souburg
1.166
0
0
0
1.166
0
0
0
23 Vervanging niet-veldgebonden sportpark Irislaan
252
0
0
0
252
0
0
0
24 Vervanging niet-veldgebonden sportpark Bonedijke
0
62
0
0
0
62
0
0
16 Sporthal Weyevliet 17 Gymzalen gebouw Wielingen (SHP 2025-2041)
25 Vervanging niet-veldgebonden sportpark Ritthem
0
0
0
48
0
0
0
48
0
929
0
0
0
929
0
0
0
0
0
132
0
0
0
132
0
28 Realisatie pumptrackbaan
350
0
0
0
350
0
0
0
29 TOR investeringen wegen
0
0
0
15.261
0
0
0
3.815
30 TOR investeringen riolering
0
0
0
20.974
0
0
0
4.873
31 TOR investeringen groen
0
0
0
5.600
0
0
0
1.400
26 Vervanging atletiekbaan sportpark Vrijburg 27 Vervanging natuurgrasveld 2 sportpark Bonedijke
15
No. Omschrijving 32 Urnentuin en gedenkboom Totaal
Beschikbaarstelling Beschikbaarstelling Beschikbaarstelling Beschikbaarstelling Planning Planning Planning Planning 2027 2028 2029 2030 2027 2028 2029 2030 81
0
0
0
81
0
0
0
21.169
17.150
8.664
48.487
10.956
12.465
5.439
33.951
Omschrijving (toelichting) Investeringen 1 tot en met 16 betreffen investeringen vanuit de begroting 2026 (jaarschijf 2027 tot en met 2029). Investeringen 17 tot en met 32 zijn de nieuw opgevoerde investeringen bij deze kadernota.
16
Toelichting investeringen We hebben de planning van de investeringen geactualiseerd. Dat leidt tot een herziening van de planning van onderstaande investeringen. No. Omschrijving
Oorspronkelijke planning 2027
Oorspronkelijke planning 2028
Oorspronkelijke planning 2029
Herziene planning 2027
Herziene planning 2028
Herziene planning 2029
Herziene planning 2030
1
Vervanging masten openbare verlichting
305
308
317
287
295
297
305
2
Vervanging voor LED armaturen openbare verlichting
95
97
98
80
82
84
85
5
Materieel
510
1.068
688
0
1.013
648
1.538
6
Kindcentrum Paauwenburg L.de Coligny/ Theo Thijssen (SHP 2020-2039)
0
1.500
13.500
0
500
1.000
11.150
7
Gymzalen Paauwenburg
0
400
1.600
0
0
400
1.600
910
3.373
16.203
367
1.890
2.429
14.678
Totaal
17
Taakstellingen De kadernota bevat na de verschillende mutaties de onderstaande resterende taakstellingen. De opbouw en het verloop van de taakstellingen hebben we nader toegelicht. Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2027
Sport-en overige accommodaties
592
592
592
592
Sociaal domein
460
3.260
5.869
6.162
1.052
3.852
6.461
6.754
Totaal
2028
2029
2030
Sport-en overige accommodaties Binnen de begroting hebben we de bezuinigingstaakstelling voor sport-en overige accommodaties opgenomen, oorspronkelijk opgelegd door de artikel-12 inspecteur. Deze taakstelling vraagt mogelijk een herziening van het project accommodatieplan op hoofdlijnen (AOH). Met het vormen van een team accommodaties bezien we deze taakstelling opnieuw. Overzicht resterende taakstellingen sociaal domein Onderstaande tabel geeft een overzicht van de resterende taakstellingen sociaal domein zoals opgenomen in de kadernota (oplopend naar € 6,162 miljoen te realiseren in 2030): Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2027
1a. Jeugd: HA conform uitgangspunten Rijk
2028
2029
2030 5.562
2.660
5.269
1b. Jeugd: HA extra door hoog volume
360
600
600
600
Totaal taakstelling jeugd:
360
3.260
5.869
6.162
2. Plan SROI sociaal domein
100
0
0
0
Totaal taakstellingen sociaal domein
460
3.260
5.869
6.162
Taakstelling jeugd: De taakstelling voor Jeugd volgt de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd. Bij de begroting van 2025 hebben we deze taakstelling verhoogd, omdat we te maken hebben met veel gebruik van jeugdzorg. De grootste besparingen verwachten we pas vanaf 2028. Dat komt doordat de nieuwe aanbesteding voor Jeugd is uitgesteld tot 1 juli 2028. Voor 2030 hebben we het deel van de Hervormingsagenda (1a) aangepast aan de prijsstijgingen. Het extra deel vanwege het hoge zorggebruik (1b) hebben we bewust niet aangepast. We vinden een verdere verhoging boven € 600.000 niet haalbaar. SROI (Social Return On Investment): Met de pilot social return on investment willen we het volgende bereiken: •
Meer maatschappelijke waarde: wij gaan meer SROI-activiteiten doen. Deze helpen inwoners en kunnen ook kosten in het sociaal domein verlagen.
•
Sterk lokaal netwerk: we bouwen aan een netwerk van betrokken opdrachtnemers in Vlissingen die duurzaam werken.
•
Stabiele uitvoering via een fonds: we richten een lokaal fonds op om schommelingen in geld op te vangen en het aanbod stabiel te houden.
We beoordelen de pilot in 2027. Daarna bepalen we welke stappen nodig zijn.
18
Financieel meerjarenperspectief 2027 - 2030 Financieel meerjarenperspectief Het financieel meerjarenperspectief ziet er als volgt uit: Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
2030
Stand begrotingssaldo na 2e wijziging 2026 (tm mei)
-1.666
-2.567
-2.460
-2.289
4.1 Actualisatie budgetten
2.953
2.861
2.862
3.002
4.2 Wijzigingen programma's
-3.727
-2.879
-3.125
-4.766
4.3 Uitkeringen gemeentefonds
243
493
99
5.286
4.4 Financiële uitgangspunten
3.240
3.369
3.584
-1.172
Totaal
1.042
1.277
959
60
19
4.1 Actualisatie budgetten We hebben alle budgetten kritisch doorgenomen. Per programma staan de hierdoor ontstane voordelen in onderstaande tabel genoemd. Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
2030
Leefbaarheid
730
632
632
632
Aantrekkelijke stad
284
284
284
284
Sociale samenhang
1.376
1.381
1.382
1.382
200
200
200
200
Bestuur Overhead Totaal
20
363
363
363
503
2.953
2.861
2.862
3.002
4.2 Wijzigingen programma's Hieronder de recapitulatie van de wijzigingen die we hebben verwerkt in de programma's. De details hiervan hebben we in de betreffende programma's toegelicht. Omschrijving (bedragen x € 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
2030
Leefbaarheid
-2.616
-2.639
-2.771
-2.627
Aantrekkelijke stad
-810
-610
-610
-610
Sociale samenhang
-301
370
255
-1.528
-3.727
-2.879
-3.125
-4.766
Totaal
21
4.3 Uitkeringen gemeentefonds Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
2030
Decembercirculaire
-171
-157
-164
4.756
Voorjaarsnota
414
650
263
530
Totaal
243
493
99
5.286
In de decembercirculaire 2025 zijn diverse maatstaven aangepast. Dit leidt tot een lagere bijdrage uit het gemeentefonds. Het bedrag voor 2030 valt hierbij op. Dat is het gevolg van het toevoegen van dat jaar aan onze meerjarenplanning. Dit zien we ook terug bij de indexeringen. In de voorjaarsnota 2026 zijn het volume accres, de loon/prijsontwikkeling (LPO) accres en het BTW compensatiefonds opgenomen. Het volume en LPO accres laat een positieve ontwikkeling zien, van € 649.000 in 2027 tot € 780.000 in 2030. In 2026 vindt de definitieve afrekening over het BTW compensatiefonds (BCF) over 2025 plaats. Op basis van deze afrekening is het maximale bedrag berekend waar wij in de begroting 2027 structureel rekening mee mogen houden. Aangezien dit bedrag lager is, betekent dit een structureel nadeel voor de begroting 2027 van zo'n € 250.000 per jaar. De mutaties uit de voorjaarsnota 2026 worden verwerkt in de meicirculaire 2026. Eventuele afwijkingen verwerken we in de programmabegroting 2027.
22
4.4 Financiële uitgangspunten 2027 - 2030 Omschrijving (bedragen *€ 1.000) - = nadeel
2027
2028
2029
2030
1. Salarissen
2.432
2.550
3.032
1.166
2. Inflatie materiële budgetten
876
691
681
-340
3. Inflatie gr'en en subsidies (VZG)
346
444
667
-1.392
4. Indexering inkomsten
-360
-898
-1.451
307
5. Afbouw dividend ZEH
-1.000
6. Rente Scheldekwartier
-500
7. Herijking investeringen
-29
10
-57
-903
8. Toeristenbelasting
-611
-731
-959
-550
9. Verlagen post voor onvoorziene uitgaven
100
100
100
100
10. Verhoging onroerende-zaakbelasting
180
180
180
180
11. Areaaluitbreiding onroerende-zaakbelasting
100
200
300
400
12. Rioolheffing naar kostendekkende tarieven
70
320
570
820
13. Invoeren rioolheffing garageboxen
135
153
171
189
350
350
350
3.369
3.584
-1.172
14. Invoeren fiscalisering parkeren Totaal
3.240
1. Salarissen Omschrijving
2027
2028
2029
2030
1. IKB (Individueel Keuze Budget)
2.000
2.000
2.000
2.000
2. Lagere percentages 2027 tm 2029
432
550
1.032
2.432
2.550
3.032
3. Nieuwe index 2030
-834
Totaal
1.166
1. In de begroting 2026 hebben we ten onrechte het IKB 2 keer opgenomen. Dat corrigeren we hier. 2. Ten opzichte van de meerjarig in de begroting 2026 opgenomen percentages laat het CEP andere percentages zien: - 4,2% in 2027 tov 5,1% - 4,0% in 2028 tov 4,2% - 3,6% in 2029 tov 4,5% 3. In 2030 is het percentage 3,5% 2. Inflatie materiële budgetten Dit betreft de actualisatie van de verwachte indexering van de materiële uitgaven waarbij we als uitgangspunt de indexen van het CEP (Centraal Economisch Plan) hanteren. Uitzonderingen hierop zijn de budgetten Jeugd en Wmo, daar hanteren we de OVA (de overheidsbijdrage in de arbeidskosten ontwikkeling). Dit percentage bedraagt 4,24%. Omdat dit niet meerjarig wordt berekend hanteren we dit percentage ook voor de komende begrotingsjaren. We kiezen ervoor om eenmalig de budgetten vanaf 2027 niet te indexeren (kaasschaafmethode). In 2028, 2029 en 2030 passen we wel onderstaande indexen toe. Jaar
2027
2028
2029
Percentage begroting 2026
2,20%
2,20%
2,30%
Percentage kadernota obv CEP 2026
2,10%
2,60%
2,30%
23
2030 2,50%
3. Inflatie gr'en en subsidies Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en subsidies aan stichtingen met personeel indexeren wij jaarlijks op basis van de VZG richtlijn. In de vergadering van 16 december 2025 heeft het algemeen bestuur van de Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG) een percentage van 3,3% vastgesteld. Jaar
2027
2028
2029
Percentage begroting 2026
3,90%
3,90%
3,90%
Percentage kadernota obv CEP 2026
3,30%
3,30%
3,30%
2030 3,30%
4. Indexering inkomsten In de meerjarenbegroting 2026-2029 hebben we een indexpercentage opgenomen van 3,9%. In deze kadernota passen we een percentage van 3,3% toe. 5. Afbouw inzet ZEH dividend Vanaf de begroting 2026 hebben we dividend van ZEH als structureel dekkingsmiddel opgenomen voor in totaal € 4,275 miljoen. Het dividend stopt in 2033. In de meerjarenraming 2026-2029 begonnen we in de jaarschijven 2028 en 2029 met de afbouw van de structurele dekking van dit dividend ZEH met respectievelijk € 250.000 en € 500.000. In 2030 nemen we als afbouw aanvullend een bedrag op van € 1.000.000. In totaliteit moeten we dus in de periode 2031-2033 nog € 3.275.000 structureel afbouwen. 6. Rente Scheldekwartier Voor het ontwikkelen van een grondexploitatieplan moeten we geld lenen. De rente van deze leningen rekenen we toe aan de grondexploitatie. Grondexploitatieplannen sluiten normaal gezien met relatief kleine verliezen of winsten. Het afsluiten van een grondexploitatieplan heeft dan verder ook geen grote rente-effecten voor het begrotingssaldo. Voor de grondexploitatie Scheldekwartier is dat echter heel anders. Dit plan sluiten we waarschijnlijk in 2031 af met een verlies van circa € 100 mln. Jaarlijks rekenen we volgens de uitgangspunten rente toe aan de grondexploitatie Scheldekwartier over een bedrag ongeveer € 100 mln.
Zodra het plan is afgesloten kunnen we niet langer de rente toerekenen terwijl de rentelasten blijven. De rente zal dan voor een groot deel verdeeld worden over de overige taakvelden en ten laste komen van het begrotingssaldo. In totaliteit gaat het over een bedrag van naar verwachting € 2 miljoen structureel in 2031. Gezien de impact hiervan willen we hierop anticiperen door vanaf 2028 jaarlijks een groeiende ruimte te creëren in het begrotingssaldo zodat we het rentenadeel vanaf 2032 structureel kunnen opvangen. In praktische zin betekent dit dat we in de jaren 2028 tot en met 2031 een groeiende storting in de algemene reserve doen welke in 2032 geheel stopt om het nadeel structureel te kunnen opvangen. In 2028 hebben we € 500.000 hiervoor in de meerjarenbegroting opgenomen, in 2029 € 1.000.000. In 2030 nemen we € 1.500.000 op. In 2031 nemen we € 2.000.000 op. 7. Herijking investeringen We hebben de planning van de investeringen geactualiseerd. Daarnaast hebben we een aantal nieuwe investeringen opgenomen, zie hiervoor het onderdeel investeringen. Doorrekening van deze investeringen leidt tot de aanpassingen zoals in de tabel hierboven staan.
24
8. Toeristenbelasting We hebben de opbrengst van de toeristenbelasting bijgewerkt. In de eerdere berekeningen hadden we opbrengsten van accommodaties opgenomen waarvan het nu nog onzeker is of ze in die jaren toeristenbelasting opleveren. Dit gaat onder andere om de Zeelandtoren en Britannia. De verwachte opbrengst van deze panden hebben we daarom nu niet meer opgenomen in deze kadernota. Ook de opbrengst van de toeristenbelasting voor arbeidsmigranten (locatie Baskensburg) schuiven we op. We verwachten hiervoor vanaf 2029 inkomsten. Daarnaast stijgt vanaf de begroting 2025 (conform het raadsbesluit) het tarief elk jaar met € 0,25 (naast inflatie). Dit zorgt in relatie tot de tarieven in de regio voor een hoog tarief. Daarom laten we deze stijging niet volledig doorgaan en verlagen we de totale opbrengst met € 300.000 vanaf 2027. In de begroting 2027 verlagen we de tarieven zodat ze beter aansluiten bij de tarieven in de regio. 9. Onvoorziene uitgaven De afgelopen jaren hebben we minder geld uitgegeven dan begroot voor onvoorziene uitgaven. Elk jaar reserveren we hiervoor € 255.000. We verlagen dit bedrag met € 100.000. Hiervoor passen we ook de financiële verordening aan. 10. Verhoging onroerende-zaakbelasting Momenteel zitten we op 129% van het landelijk gemiddelde. We verhogen de OZB met 1% bovenop de inflatie.
In onderstaande grafiek staat de ontwikkeling van het tarief in vergelijking met omliggende gemeenten weergegeven: € 500,00 € 450,00
Goes Middelburg
€ 400,00
Schouwen-Duiveland
€ 350,00
Terneuzen Veere
€ 300,00
Vlissingen
€ 250,00 2022
2023
2024
2025
2026
11. Areaaluitbreiding onroerende-zaakbelasting De opbrengst van de onroerende-zaakbelasting voor nieuwe woningen namen we tot nu toe nog niet op in de begroting. Op basis van de uitbreidingen van de afgelopen jaren verhogen we deze opbrengst. 12. Rioolheffing naar kostendekkende tarieven De rioolheffing is niet kostendekkend. We verhogen de tarieven de komende jaren zodat we 100% kostendekkend zijn. 13. Invoering rioolheffing voor garageboxen Met ingang van 2027 voeren we rioolheffing voor garageboxen in. Dit zijn zelfstandige losse units die niet verbonden zijn aan een woning. We hebben in onze gemeente ongeveer 1.800 garageboxen. Starttarief hiervoor is € 75 wat we de komende jaren ieder jaar met € 10 verhogen.
25
14. Invoeren fiscalisering parkeren Vanaf 2027 gaan wij het fiscaliseren invoeren in gebieden met parkeervergunningen. Door ook de vergunninghouderzones te fiscaliseren, kunnen wij een naheffingsaanslag geven in plaats van een beschikking (boete). Het geld van deze naheffingen ontvangen wij. Het geld van boetes gaat naar het Rijk. Wij verwachten ongeveer € 350.000 extra parkeergeld per jaar. Om dit mogelijk te maken, moeten wij eerst investeren. De opbrengsten hangen ook af van een aantal dingen, zoals het aantal parkeerplaatsen in het gebied, het parkeertarief, de hoogte van de naheffing en hoe er wordt gecontroleerd op het naleven van de regels.
26