CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.4 rvs bestemmingsplan Souburg Noord bijlage 4 beeldkwaliteitsplan fase 2

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Bestemmingsplan Souburg Noord fase 2 & 33.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beeldkwaliteitsplan fase 2

Colofon

Souburg-Noord

Beeldkwaliteitsplan fase 2 Versie: 17 juni 2020 Gemeente Vlissingen Paul Krugerstraat 1 4382 MA Vlissingen

2 in opdracht van

Beeldkwaliteitsplan fase 2

Inhoudsopgave 1. Ligging en opzet Souburg-Noord

5

2. Stedenbouwkundig plan fase 2

7

3. Lokale inspiratie voor eigentijdse architectuur

9

4. Systematiek van het beeldkwaliteitsplan

10

5. Beeldkwaliteitseisen 11 5.1. Goothoogte 12 5.2. Dakvorm 13 5.3. Materialisering gevel 14

3

5.4. Dakafdekking 15 5.5. Oriëntatie 16 5.6. Erfafscheidingen 17 6. Inspiratie architectuur 19 6.1. Architectuurstijl 20 6.2. Rooilijnen 21 6.3. Verbijzondering entree 22 6.4. Gevelindeling 23 6.5. Vormgeving aan- en bijgebouwen

24

6.6. Zonnepanelen 25 7. Overzicht eisen en inspiratie

26

8. Welstandstoetsing 29 Beeldkwaliteitsplan fase 2

Torenweg Waterpartij Fase 1 Voorpost fase 1 (waterwoningen) Centrale groene ruimte fase 1 Landschappelijke geledingszone Groen wig tussen fase 1 en 2 met zicht naar het landschap Middelburgsestraat Groenstrook tussen Middelburgestraat en fase 1 en 2 Voorpost fase 2 (appartementengebouw en waterwoningen)

4

Centrale groene ruimte fase 2 Fase 2 Groene wig tussen fase 2 en Schroeweg met zicht naar het landschap Schroeweg Voorpost fase 3 (landgoed Vluchtenburg) Wooncluster vrij in het groen Bestaand bebouwd gebied Groenzone tussen huidige kernrand en fase 3 Fase 3 Geluidswal Rijksweg A58 opzet van Souburg-Noord met afzonderlijke woonbuurten omgeven met groen en voorposten in het landschap

Beeldkwaliteitsplan fase 2

1. Ligging en opzet Souburg-Noord Vlissingen en Middelburg groeien al jaren steeds verder naar elkaar

de zuidwestzijde komt een groenstrook tussen de huidige kernrand en

toe. Om te voorkomen dat beide steden aan elkaar groeien zijn er

deze nieuwe woonwijk zodat Souburg-Noord los komt te liggen van de

afspraken gemaakt om een landschappelijke geledingszone tussen

bestaande bebouwde kom. Fase 2 krijgt net als fase 1 een centraal groen

beide steden vrij te houden van bebouwing. Oost-Souburg grenst aan

plein. Hierdoor kijkt een groot deel van de toekomstige woningen in de

die landschappelijke geledingszone, maar heeft nog geen hoogwaardige

toekomst uit over groen.

afronding van de bebouwde kom. Daarnaast heeft Oost-Souburg een redelijk eenzijdig woningaanbod met voornamelijk grondgebonden

De hoofdopzet van Souburg-Noord sluit met de voorposten aan op de

rijwoningen in het goedkopere segment. Door dit eenzijdige aanbod is

eerdere visies voor dit gebied waarin de kwalitatieve afronding van

er weinig doorstroming in de lokale woningmarkt. Om te komen tot een

de stadsrand van Vlissingen is neergelegd. Daarin is vastgelegd dat

hoogwaardige afronding van Oost-Souburg en de doorstroming op de

de landschappelijke geledingszone en het stedelijk bebouwd gebied

woningmarkt te bevorderen is besloten om Souburg-Noord te bouwen.

strikt van elkaar gescheiden zijn met uitzondering van drie stedelijke elementen die in het groengebied komen te liggen, de voorposten. Bij

De visies “Ieder uniek en samen sterk” en “Begrens de steden en bestem

het afronden van Vlissingen met deze voorposten gaat het niet om het

de groene ruimte” voor de geledingszone Middelburg-Vlissingen gaan

letterlijk hergebruiken van de vormentaal van de vestingwerken, maar

voor het landelijke middengebied, naast behoud van het landschap, uit

om een moderne interpretatie van een dergelijke begrenzing en opzet.

van openheid en aantrekkelijke groene elementen. De geledingszone

Daarbij bestaan de voorposten uit een evenwichtig geheel met een

beschermt tegen een verdere verstedelijking en functioneert als stedelijk

bebouwingscomponent en een bijbehorende landschappelijke component

uitloopgebied. Naast agrarisch gebruik passen hierbij ook nieuwe

zoals een aarden wal.

bestemmingen als wonen in het groen, natuurontwikkeling, water, biologische landbouw en recreatie.

Om deze voorposten aan te laten sluiten bij de specifieke woningvraag in Oost-Souburg is in het huidige plan niet gekozen voor stedelijke

Voor Souburg-Noord is het streven dat het landschap en bebouwd gebied

bouwblokken, maar kleinschalige clusters van woningen die verweven zijn

als een ritsluiting in elkaar schuiven. Groene wiggen prikken vanuit

met het landschap. Voor fase 1 is dat een cluster van 9 waterwoningen

het buitengebied tot diep in Souburg-Noord. Deze groene ‘inprikkers’

die ‘met de voeten’ in het water staan en in fase 2 een kop in de vorm van

zorgen samen met vrij liggende bebouwingseenheden (voorposten)

een appartementengebouw en een staart van wederom waterwoningen.

in het groen voor een geleidelijke overgang van bebouwd gebied naar

De voorpost van fase 3 is het beoogde landgoed Vluchtenburg. Hiermee

het landschap. Een grote waterpartij aan de noordoostzijde vormt de

zijn de stedelijke elementen zachter dan de oorspronkelijk beoogde

duidelijke afronding van Souburg-Noord en daarmee van Oost-Souburg

‘bastions’ en ontstaat er een vriendelijke overgang naar het buitengebied

als geheel. De waterpartij sluit aan op de groene ‘inprikkers’ die samen

en rustig aanzicht van Oost-Souburg vanuit het buitengebied. Louter het

met de Schroeweg zorgt voor opdeling in drie deelgebieden. Ook aan

appartementengebouw vormt een ‘bastion’.

Beeldkwaliteitsplan fase 2

5

6

Beeldkwaliteitsplan fase 2

2. Stedenbouwkundig plan fase 2 Met de voltooiing van fase 1 van Souburg-Noord ontdekken meer en

De buitenste ring met woningen is opener en dorpser met louter

meer mensen dat hier een hoogwaardige woonwijk ontstaat. Bijna alle

vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap-woningen. De woningen

woningen kijken uit op het groen. Van uitkijken over de groene oevers

verspringen van elkaar voor wat betreft de afstand tot de weg om

van de waterpartij, tot ecologisch ingerichte groenstroken en het centrale

daarmee het landelijke beeld te versterken. De kaprichting is overwegend

groene plein in het hart van iedere fase. Zo ook in fase 2. De groene

haaks op de weg al is er ook variatie mogelijk ten behoeve van een

omlijsting van fase 2 krijgt een landschappelijke inrichting met extensief

afwisselend beeld. De hagen aan de voorzijde van de percelen versterken

beheerd bloemrijk kruidenmengsel met daarin verspreid inheemse bomen

verder het dorpse beeld. Parkeren vindt plaats op het eigen terrein door

zoals de Els, Iep, Winterlinde en Wilg. Ook de oevers bestaan uit bloemrijk

lange en/of brede inritten.

kruidenmengsel en specifieke oeverbeplanting met bijvoorbeeld Zilte Bies en Zeeaster. Centraal in de wijk komt een groen plein waar kinderen veilig

In de landschappelijke zone die fase 2 omzoomt zijn bijzondere woningen

kunnen spelen. Dit plein is omzoomd met hagen. Zo is er keuze voor

voorzien. Nabij de aansluiting van de Schroeweg op de Middelburgsestraat

avontuurlijk en natuurlijk spelen in de groenzones rondom fase 2 en veilig

is ruimte voor een klein wooncluster vrij in het groen. Aan de zijde van de

en rustig spelen op het centrale groene plein.

waterpartij komt een cluster van zes waterwoningen. In het verlengde van de waterwoningen staat een appartementengebouw van vier bouwlagen.

Rondom het centrale groene plein staan diverse soorten rijwoningen.

Deze appartementen kijken grotendeels uit over de waterpartij en het

Deze woningen hebben allen een lage goot ten behoeve van de gewenste

buitengebied. Het appartementengebouw markeert en verbijzondert de

dorpse uitstraling. Waar behoefte is aan voldoende slaapkamers op de

‘ontmoeting’ van de groene wig met de waterpartij en vormt een markant

verdiepingen is de eerste laag bekleed met dakpannen om zo toch een

bolwerk.

lage goot mogelijk te maken. De woningen ten noordoosten van het centrale groene plein hebben een volledig programma op de begane grond en zijn daarmee levensloopbestendig. Deze rijwoningen zijn één laag met kap. De overige rijwoningen zijn formeel twee lagen met kap, maar hebben door de lage goot toch een dorpse uitstraling. Om de lange horizontale lijnen te breken zijn enkele topgevels voorzien. Bewoners rondom het centrale groene plein parkeren hun auto’s uit het zicht op de parkeerterreinen die verscholen liggen in de hoeken.

Beeldkwaliteitsplan fase 2

7

8 individuele panden met kaprichting loodrecht op de weg....

.... maar ook woningen evenwijdig aan de weg. Iedere woning is verschillend, toch is er een rustig beeld door eenduidig kleur- en materiaalgebruik

grote tuinen en lage goot zorgen voor dorps beeld.

af en toe een witte woning zorgt voor afwisseling

klein perceel maar toch heel groen

bruine en rode bakstenen zijn de gebruikelijke metselstenen in de omgeving

Beeldkwaliteitsplan fase 2

3. Lokale inspiratie voor eigentijdse architectuur Souburg-Noord ligt op de overgang van Oost-Souburg naar de

“De relatie stadsrand en geledingszone beweegt zich tussen uitersten:

landschappelijke geledingszone tussen Vlissingen en Middelburg.

contrasteren met of conformeren aan de omgeving.” Het advies “Begrens

Hierdoor is Souburg-Noord zichtbaar vanuit het buitengebied en heeft

de steden en bestem de groene ruimte” van de provincie Zeeland geeft

deze wijk dus ook invloed op de beleving in dit landschappelijk gebied.

verder aan dat de voorposten zijn op te vatten als een hedendaags

Het is van belang te gaan voor een ruimtelijk beeld dat passend is in

‘bastion’. De bebouwing moet overkomen als een kwalitatief hoogwaardig

het Walcherse landschap. Echter betekent dat niet dat puur traditionele/

en samenhangend geheel met een bij voorkeur eigentijdse markante

landelijke architectuur het uitgangspunt is. Ook fase 1 van Souburg-

architectuur. De bebouwing vormt de voorkant van de stadgrens en

Noord is geen traditionele buurt geworden. Wel is voor fase 2 onderzocht

is gericht op het landelijke middengebied van de geledingszone. De

welke kenmerken typisch zijn voor de oorspronkelijke bebouwing in

landschappelijke component zorgt voor een zorgvuldige inpassing in het

de omgeving. Die elementen zien we graag terugkomen in eigentijdse

landschap.

9

woningen in fase 2 waarmee Souburg-Noord de verbinding verzorgt tussen het verleden en heden. Voor wat betreft de gevels zien we bij oudere woningen in de omgeving vooral metselwerk in de bruine en rode kleur. Een enkele woning heeft een witte gevel. Bijna alle woningen hebben een lage goot met een zadelkap of mansarde kap. De nokrichting varieert van loodrecht op de weg, waardoor een mooi ritme ontstaat, tot evenwijdig aan de weg. Op enkele plekken staan de woningen dicht op de weg, maar op veel plekken hebben de woningen een groene voortuin die met een haag is gescheiden van het openbare gebied. Deze stijlkenmerken hebben de basis gevormd voor de woningen rondom het centrale groene plein en de woningen in de buitenste ring. Voor de bebouwing die vrij in de groene zone rondom ligt, gelden andere uitgangspunten. Het oorspronkelijke bestemmingsplan stelt dat deze woningen in samenhang met het woongebied gerealiseerd moeten worden, maar dat ook integratie met het landelijk gebied van belang is.

visie voor de landschappelijke geledingszone tussen Middelburg en Vlissingen met 'markante bolwerken' als voorposten van Souburg-Noord

Beeldkwaliteitsplan fase 2

4. Systematiek van het beeldkwaliteitsplan voorpost (appartementengebouw en waterwoningen)

Met dit beeldkwaliteitsplan zoekt de gemeente Vlissingen naar balans tussen enerzijds een bepaalde mate van eenheid in de wijk met een dorpse en rustige uitstraling en anderzijds creatieve vrijheid voor de initiatiefnemers. Balans tussen eenheid en diversiteit en balans tussen harde regels en inspiratie. Dit is vertaald naar het borgen van de basiskwaliteit door een beperkt aantal toetsbare criteria waar de woningen minimaal aan moeten voldoen: “beeldkwaliteitseisen”. Deze criteria zorgen voor een rustig aanzicht zoals ook in oude Walcherse dorpen vroeger doorgaans een bepaalde mate van eenheid was in het beeld door eenduidig materiaalgebruik en vormentaal. Bouwplannen

10

moeten voldoen aan deze harde regels. Buiten deze toetsbare criteria biedt dit beeldkwaliteitsplan inspiratie om richting te geven aan de architectuur naar een beeld passend bij de regionale context: “Inspiratie architectuur”. Verschillende kenmerken uit de regionale architectuur zijn daarvoor beschreven en verbeeld en mogen een eigentijdse vertaling krijgen in Souburg-Noord. Bouwplannen voldoen bij voorkeur aan deze ingrediënten ter inspiratie, maar dat is niet verplicht. Voor alle criteria en inspiratie geldt dat de tekst leidend is. Om het onderscheid tussen de drie sferen binnen het stedenbouwkundig plan zichtbaar te maken en te versterken zijn zowel de beeldkwaliteitseisen als de inspiratie onderverdeeld naar de drie deelgebieden. De drie deelgebieden zijn het “centrale groene plein”, de “buitenring” en “voorposten”. Zie bijgevoegde kaart. Aan het einde van dit beeldkwaliteitsplan is een schema opgenomen met een opsomming van de eisen en inspiratie per deelgebied.

Beeldkwaliteitsplan fase 2

voorpost (wooncluster)

centrale groene plein

buitenring

5. Beeldkwaliteitseisen

11

Beeldkwaliteitsplan fase 2

5. Beeldkwaliteitseisen

5.1. Goothoogte

Essentieel voor een dorpse uitstraling is een lage goot. De woningen zijn dan ook één laag met kap. Om toch courante volumes te kunnen maken zijn mansardekappen mogelijk waarbij de eerste verdieping is opgenomen in de kap zodat een lage goot gerealiseerd wordt. De voorposten hebben ieder een eigen goothoogte. De maximale goothoogtes en wijze van meten zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. centrale groene plein:

12

•

maximaal 4 meter hoog

•

ter plaatse van topgevel max. 6,5 m. hoog

•

max. 6,5 m. hoog voor een zakgoot bij twee-onder-één-kap woningen

buitenring: •

maximaal 4 meter hoog voor de twee-onder-één-kap woningen

•

max. 6,5 m. hoog voor een zakgoot bij twee-onder-één-kap woningen

•

maximaal 3,5 meter hoog voor de vrijstaande woningen

voorposten: •

appartemtengebouw: maximaal 14 meter hoog

•

waterwoningen: maximaal 6,5 meter hoog

•

wooncluster: maximaal 6,5 meter hoog

Beeldkwaliteitsplan fase 2

een lage goot voor een dorps en landelijk beeld voor de woningen rondom het centrale groene plein en in de buitenring

5. 5.2.Beeldkwaliteitseisen Dakvorm De woningen krijgen een traditionele kap in de vorm van een zadelkap of mansardekap. Wolfseinden zijn niet passend hierbij. De kaprichting is evenwijdig aan de straat rondom het

mansardekap evenwijdig aan de straat

centrale groene plein en loodrecht op de straat in de buitenring. Bij twee-onder-één-kap-woningen kan daarvan afgeweken worden waarbij de kap van minimaal één woning aansluit bij de geldende eis in dat gebied. Om zich te kunnen onderscheiden zijn bij de voorposten ook moderne kapvormen toegestaan. Centrale groen plein: •

mansarde- of zadelkap

•

geen wolfseinden

•

nokrichting evenwijdig aan straat

•

topgevels toegestaan

13

Buitenring •

mansarde- of zadelkap

•

geen wolfseinden

•

nokrichting loodrecht op de straat

•

per straatwand één nok evenwijdig aan straat

zadeldak loodrecht de straat

toegestaan (al dan niet aanvullend op hoekwoning) Voorposten: •

appartementengebouw: vrij

•

waterwoningen: plat

•

wooncluster: vrij

Beeldkwaliteitsplan fase 2

5. Beeldkwaliteitseisen

5.3. Materialisering gevel De woningen krijgen robuuste gevels met

metselwerk is van rode, bruine of rood-bruine bakstenen

rood, bruin of rood-bruin metselwerk. Enkele woningen in de buitenring zijn wit gekeimd, maar niet meer dan twee per straatwand en geen twee gekeimde woningen naast elkaar. De voorposten zoeken de balans tussen eenheid en verschil door het gebruik van traditionele (ogende) materialen met een eigentijds ontwerp en detaillering

14

Centrale groene plein: •

bakstenen metselwerk

•

rood, bruin of rood-bruin

Buitenring: •

bakstenen metselwerk

•

rood, bruin of rood-bruin

•

wit gekeimd metselwerk, max. 2 woningen per straatwand en niet naast

traditioneel materiaalgebruik zoals hout en leien voor de voorposten

elkaar Voorposten: •

traditioneel (ogend) materiaalgebruik zoals metselwerk, hout of leien in hedendaagse vormentaal

enkele woningen in de buitenring zijn wit gekeimd

Beeldkwaliteitsplan fase 2

5. 5.4.Beeldkwaliteitseisen Dakafdekking De woningen worden afgedekt met gebakken dakpannen. Zwart/

rode pannen rondom het centrale groene plein

donkergrijs aan de buitenring en rode pannen rondom het centrale groene plein. Hiermee ontstaat enerzijds rust en anderzijds onderscheid tussen de ‘binnen- en buitenwereld’. De voorposten zijn vrij in de te kiezen dakafdekking. Centrale groene plein: •

keramische dakpannen

•

rood

Buitenring: •

keramische dakpannen

•

zwart of donkergrijs

Voorposten: vrij

15 zwarte of donkergrijze pannen in de buitenring

Beeldkwaliteitsplan fase 2

5. Beeldkwaliteitseisen

5.5. Oriëntatie

Ten behoeve van een prettige openbare ruimte is het van belang dat er visuele interactie is met de woningen. Blinde gevels zorgen voor een onprettig gevoel door de beperkte sociale controle en beperkte beeldkwaliteit. Gevels die gericht zijn op de openbare ruimte dienen dan ook minimaal twee gevelopeningen te hebben. De voorposten staan vrij in de ruimte en dienen dan ook aan alle zijden voorzien te zijn van een representatieve gevel.

Centrale groene plein: •

woningen hebben de voorgevel met voldoende gevelopeningen richting de straat

•

hoekpanden hebben op de kop een representatieve gevel met minimaal twee gevelopeningen

16

Buitenring: •

woningen hebben de voorgevel met voldoende gevelopeningen richting de straat

•

panden op een hoek hebben richting beide straten een voorgevel

•

twee-onder-één-kap woningen op hoeken hebben een representatieve zijgevel met de voordeur en minimaal één gevelopening

Voorposten: •

alzijdige oriëntatie met hoogwaardige gevels in alle richtingen

in de buitenring hebben hoekpanden aan beide zijden een representatieve voorgevel

Beeldkwaliteitsplan fase 2

representatieve kopgevels rondom het centrale groene plein

5. 5.6.Beeldkwaliteitseisen Erfafscheidingen Om te zorgen voor een optimale aansluiting op het aangrenzende

lage erfafscheidingen

buitengebied worden percelen afgebakend met groene erfafscheidingen. Door uniforme hagen en begroeide hekwerken voor te schrijven ontstaat een rustig en landschappelijk beeld. De eisen gelden louter voor erfafscheidingen die grenzen aan openbaar gebied. Het verdient de voorkeur dat ook de overige erfafscheidingen met levend groend worden uitgevoerd. De voorposten staan vrij in het groen waarbij het van belang is dat het groen en het water tot aan de gevel of het perceel doorloopt. Waar bij de voorposten toch een erfafscheiding nodig is, is dat een lage haag, keermuur of schanskorf. Centrale groene plein •

voorzijde: lage hagen van maximaal 1 meter hoog (liguster)

•

zijdelingse perceelsgrenzen en achterzijde grenzend aan openbaar gebied:

17

hoge begroeide hekwerken tot maximaal 2 meter hoog (mix van klimop, bergbosrank en kamperfoelie) Buitenring •

voorzijde: lage hagen van maximaal 1 meter hoog tot minimaal 1 meter achter de voorgevel (beuk, haagbeuk of winterlinde)

•

zijdelingse perceelsgrenzen en achterzijde grenzend aan openbaar gebied: hoge begroeide hekwerken tot maximaal 2 meter hoog (mix van klimop, bergbosrank en kamperfoelie)

Voorposten •

het appartementengebouw en parkeren wordt afgebakend met bijvoorbeeld lage keermuren, schanskorven, hagen en/of taluds

•

groene zone loopt bij de waterwoningen door tot aan de bebouwing of tot

lage haag van beuk, haagbeuk of winterlinde

lage haag van liguster

een lage erfafscheiding van maximaal 1 meter hoog •

wooncluster: openbaar groen loopt door tot aan erf, bebouwing of haag

begroeid hekwerk met mix van klimop, bergbosrank en kamperfoelie

Beeldkwaliteitsplan fase 2

18

Beeldkwaliteitsplan fase 2

6. Inspiratie architectuur

19

Beeldkwaliteitsplan fase 2

6. Inspiratie architectuur

6.1. Architectuurstijl

Zoek naar een spannende combinatie van traditionele en moderne architectuur binnen een woning waarbij een traditionele hoofdmassa de basis vormt. Dat kan bijvoorbeeld door te kiezen voor een traditionele hoofdmassa met een hedendaagse detaillering en met toevoegingen zoals erkers, topgevels of dakkappellen die modern zijn vormggegeven. Bij de voorposten mag ook de hoofdmassa modern zijn vormgegeven. Centrale groene plein: traditionele hoofdmassa met moderne detaillering of toevoegingen Buitenring: traditionele hoofdmassa met moderne detaillering of toevoegingen

20

Voorposten: moderne vormentaal, maar zoek met bijvoorbeeld de massa, kleurstelling, materiaalgebruik, gevelindeling en/of detaillering naar maximale inpassing in de groene zone traditionele hoofdmassa met eigentijdse detaillering

moderne vormentaal voor de voorposten

Beeldkwaliteitsplan fase 2

6. architectuur 6.2.Inspiratie Rooilijnen Aan de buitenzijde is een geleidelijke overgang van het buitengebied naar

verspringende rooilijn in de buitenring

woongebied gewenst waarbij een rafelrand ontstaat door wisselende rooilijnen. Zo ontstaat een ongedwongen dorpse sfeer. Het centrale groene plein vraagt juist een sterke afbakening waar rechte rooilijnen bij horen. Centrale groene plein: rechte voorgevelrooilijn ter sterke afbakening van het groene plein Buitenring: verspringende voorgevelrooilijn met aan de zijde van de waterpartij subtiele verspringingen Voorposten: blokken vrij liggend in het groen

21

rechte rooilijn rondom het centrale groene plein

Beeldkwaliteitsplan fase 2

6. architectuur 6.3.Inspiratie Verbijzondering entree Traditionele woningen in de regio hebben, vooral de rijkere, veelal een omlijsting om de voordeur en (versierde) bovenlicht. Zoek naar hedendaagse interpretaties van historische omlijstingen en bovenlichten bij voordeuren door het gebruik van bijvoorbeeld bijzondere detaillering metselwerk, natuursteen of kleurverschil in baksteen. Centrale groene plein: hedendaagse interpretatie bovenlicht of omlijsting voordeur Buitenring: hedendaagse interpretatie bovenlicht of omlijsting voordeur Voorposten: entree markeren in lijn met architectuurstijl

22

Beeldkwaliteitsplan fase 2

6. 6.4.Inspiratie Gevelindeling architectuur Ten behoeve van het dorpse karakter zijn gevelopeningen als het ware geponste gaten in de gevel met diepe neggen en metselwerk rondom. Het mestelwerk overheerst het beeld. Ramen en deuren die door middel van hout- of plaatwerk met elkaar verbonden zijn, zijn niet gewenst. Bij de voorposten is meer ruimte voor een moderne indeling van de gevel, maar zoek wel naar een rustig gevelbeeld. Aangezien de voorposten vrij in het groen staan is het van belang dat alle gevels representatief zijn vormgegeven met voldoende gevelopeningen ten behoeve van een alzijdige oriëntatie. Centrale groene plein: •

gevelopeningen zijn geponste gaten

•

onderscheid tussen verdiepingen

•

gevelopeningen niet met elkaar verbinden d.m.v. hout of plaatwerk

23

Buitenring: •

gevelopeningen zijn geponste gaten

•

onderscheid tussen verdiepingen

•

gevelopeningen niet met elkaar verbinden d.m.v. hout of plaatwerk

Voorposten: •

eigentijdse gevelindeling met balans tussen variatie en rust

•

representatieve opengewerkte gevels aan alle zijden

•

overwegend verticale gevelindeling

•

het appartementengebouw heeft inpandige balkons ten behoeve van de ‘bastionwerking’

Beeldkwaliteitsplan fase 2

6. architectuur 6.5.Inspiratie Vormgeving aanen bijgebouwen Bijgebouwen en aanbouwen sluiten ook aan bij het gewenste landelijke en dorpse karakter door ze gepotdekseld uit te voeren. Bij voorkeur hebben de aan- en bijgebouwen een kap die voor wat betreft de vorm, hellingshoek en afdekking gelijk is aan de woning. De voorposten dienen zo compact mogelijk te zijn en vrij in het landschap te staan. Losstaande bijgebouwen passen daar niet bij en vormen een integraal onderdeel van de hoofdmassa. Centrale groene plein: •

24

gepotdekselde houten gevel in zwarte kleur

Buitenring: •

gepotdekselde houten gevel in zwarte kleur

•

bij voorkeur dakvorm en dakafdekking gelijk aan woning

Voorposten: geen losstaande bijgebouwen, maar functies integreren in hoofdgebouw

Beeldkwaliteitsplan fase 2

6. 6.6.Inspiratie Zonnepanelenarchitectuur Voor alle drie de deelgebieden is het advies uit te gaan van een rustige vormgeving door de volgende aandachtspunten in acht te nemen: •

zorg ervoor dat de zonnepanelen niet teveel de aandacht trekken

•

als u de keuze heeft: zorg voor plaatsing van panelen op het dakvlak dat niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte en/of in de kleur van de dakpannen

•

denk ook aan plaatsing van zonnepanelen op aan- en bijgebouwen

•

zonnepanelen vallen minder op als zij in de dakbedekking worden opgenomen (niet op de dakpannen maar in plaats van de dakpannen)

•

leg zonnepanelen in eenvoudige vierkante of rechthoekige vormen

•

wees zorgvuldig in het bepalen van de verhouding tussen de panelen en het totale dakvlak door uit te gaan van symmetrie en een minimale

25

afstand tot de dakrand van 50 cm. •

zorg dat materiaal en kleurtoon van de zonnepanelen passen bij het hoofdmateriaal van het dakvlak: maak contrasten niet te groot

•

het paneelkader en raster is in de kleur van het paneel

•

houd bij platte daken voldoende afstand tot de dakrand en/of zorg voor een opstaande dakrand

Beeldkwaliteitsplan fase 2

7. Overzicht eisen en inspiratie

26

Beeldkwaliteitsplan fase 2

27

Beeldkwaliteitsplan fase 2

28

Beeldkwaliteitsplan fase 2

8. Welstandstoetsing In dit beeldkwaliteitsplan is uitgegaan van een minimale set aan harde

De beeldkwaliteitseisen uit het beeldkwaliteitsplan, die kunnen worden

beeldkwaliteitseisen met daarbij diverse aandachtspunten die gelden als

vertaald in harde regels en op de verbeelding, worden opgenomen in

inspiratiebron voor de architectuur. Het benoemen van kwaliteitsambities

het bestemmingsplan. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de goothoogte

en -eisen is één ding, het realiseren ervan een tweede. Daartoe wordt dit

en voorgevelrooilijn. Daarmee ontstaat er een toetsingsgrond voor de

beeldkwaliteitsplan samen met het bestemmingsplan vastgesteld door

beoordeling van bouwaanvragen. Deze en de overige beeldkwaliteitseisen

de gemeenteraad van Vlissingen. Na vaststelling dienen bouwplannen

hanteert de gemeente ook bij de welstandstoets van bouwaanvragen.

bij de aanvraag voor een Omgevingsvergunning getoetst te worden door

Het gehele beeldkwaliteitsplan wordt als bijlage bij het bestemmingsplan

de gemeente Vlissingen aan de gestelde eisen. Dit geldt als de formele

opgenomen. Procedureel staat het beeldkwaliteitsplan los van het

toetsing. Daarnaast moet vooral informele borging plaats vinden. Dit

bestemmingsplan en wordt het apart door de gemeenteraad vastgesteld.

houdt in dat vanaf het begin de kwaliteitsambities als vanzelfsprekend

Het beeldkwaliteitsplan doorloopt net als het bestemmingsplan de

erkend worden en gedeeld en toegelicht aan potentiële kopers en

fasen van inspraak en zienswijzen. Voor de gehele gemeente is een

bouwers. Dus ruim voordat een kavel wordt afgenomen en de architect

welstandsnota ontwikkeld. Het beeldkwaliteitsplan is door de vaststelling

start met ontwerpen. De kracht van het beeldkwaliteitsplan zit niet in

onderdeel van de welstandsnota.

het hanteren ervan als dwang- en correctiemiddel. De betekenis als inspirerend instrument heeft de voorkeur.

Beeldkwaliteitsplan fase 2

29

30

Beeldkwaliteitsplan fase 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9665460/1