CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.4 rvs bestemmingsplan Souburg Noord bijlage 2 bijlage bij toelichting

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Bestemmingsplan Souburg Noord fase 2 & 325.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 2

Verkennende studie hoogte en omvang geluidswal met coupure

Bijlage 3

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 4

Verkeersonderzoek Souburg Noord - fase 2 en 3

Bijlage 5

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 6

Notitie stikstofberekening

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

Bijlage 8

M.e.r.-notitie Souburg-Noord

Bijlage 9

Ladderonderbouwing SB Noord fase 2 en 3

Bijlage 10

Aanvullend onderzoek vleermuizen, rugstreeppad en steenuil

Bijlage 11

Aerius berekening

Souburg-Noord, fase 2 & 3 vastgesteld,

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3 Project 23200146 28 september 2020

Opdrachtgever:

Gemeente Vlissingen Postbus 3000 4380 GV VLISSINGEN

Opgesteld door:

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Auteur:

ing. D.C. Louws

Autorisatie:

dhr. H. Seffelaar

I.O.

Interim-manager SMA Zeeland B.V.

2001, 2002

Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 2 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 3 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 3 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 3 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 4 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 6 2.1.

ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 6 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................... 8 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ......................................................... 8 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................ 9 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 10 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 12 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 13 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 15 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 24 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 24 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 24 5.3.

AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 25 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 26 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 HISTORISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

Samenvatting Door Gemeente Vlissingen is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling tot woongebied van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater).. Ten behoeve van het onderzoek is de locatie opgedeeld in drie deellocaties. Onderstaande conclusies zijn geordend naar deellocatie. Conclusies 1 Terrein, exclusief voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Op het westelijke terreindeel wordt enkel ter plaatse van een voormalige weg een geringe achtergrondwaarde-overschrijding voor koper en lood in de bovengrond aangetroffen. Voor het overige worden in de grond van het westelijke terreindeel geen achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetroffen. In één boring (boring 617) tegen de grens met terreindeel 2 wordt een interventiewaarde-overschrijding voor koper aangetroffen samen met boven de achtergrondwaarde verhoogde gehalten aan andere zware metalen en PAK. Deze interventiewaarde-overschrijding voor koper wordt niet teruggevonden in op korte afstand geplaatste afbakenende boringen.

Geconcludeerd kan worden dat de verontreiniging beperkt is 3

tot maximaal enkele m grond en er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 2 Voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Op het oostelijke terreindeel wordt in de bovengrond, en ter plaatse van de voormalige gracht ook in de ondergrond, een geringe achtergrondwaarde-overschrijding voor lood gevonden. Plaatselijk worden in de bovengrond van het oostelijke terreindeel ook geringe achtergrondwaarde-overschrijdingen voor zink, cadmium, kwik en gamma-HCH gevonden. 3 Voormalige weg Ter plaatse van de voormalige weg wordt een lichte achtergrondwaarde-overschrijding voor koper en lood gevonden. In het grondwater van het gehele terrein worden streefwaarde-overschrijdingen voor chroom, nikkel, molybdeen, barium, xylenen en/of naftaleen aangetroffen.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

1

Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. 1 Terrein, exclusief voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Boven- en ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen, met uitzondering van de locatie van boring 617.

Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen.

2 Voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Grond en grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

3 Voormalige weg Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

Gehele locatie Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.

Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Wel dient er rekening mee gehouden te worden dat verontreinigde grond niet zonder meer mag worden verplaatst op of van de onderzoekslocatie. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

2

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door Gemeente Vlissingen is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling tot woongebied van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater).. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit.

De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde

gemeten

concentratie

van

minimaal

25

m

3

bodemvolume

in

het

geval

van

3

grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -

moestuin/volkstuin,

-

plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

3

Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door Sialtech B.V. uit Houten, certificaatnummer VB-059/7.

Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden.

Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

4

Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten

de

onderzoekslocatie.

Gezien

deze

overwegingen,

dienen

de

hier

gerapporteerde

onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

5

2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging Adres en plaats

Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord

Kadaster

fase 3 Burgerlijke gemeente

Vlissingen

Kadaster

Kadastrale gemeente

Vlissingen

Kadaster

Sectie(s)

Q

Kadaster

Nummer(s)

1271 ged.

Kadaster

Oppervlakte (m )

61.500

SMA Zeeland B.V.

Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)

variërend van ca. NAP +1 m aan de

2

Kadaster AHN

noordzijde tot NAP -1 m aan de zuidzijde van het terrein. Ligging op kaart

zie bijlagen 1 en 2

Kadaster, SMA Zeeland B.V.

Verhardingen

geen

SMA Zeeland B.V.

Antropogene lagen

de bodem op het oostelijk deel van het

SMA Zeeland B.V.

Bodemopbouw

terrein is relatief meer antropogeen beïnvloed door de voormalige aanwezigheid van het Hof Vlugtenburg Dempingen

ja, aan de oostzijde van het terrein was

Provincie Zeeland (Geoloket of

in het verleden een (deel van) een

Bodem Informatie Systeem, BIS)

gracht aanwezig, behorend bij Hof

Kadaster

Vlugtenburg. Deze gracht is gedempt. Grondwaterbeheersplan

Niet gezoneerd

Waterschap Scheldestromen

Geohydrologie

zie § 2.4

DINOloket

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

6

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart

A Buitengebied en wijken Vlissingen

Nota bodembeheer

(BKK)

vanaf 1960

gemeente Vlissingen

BKK klasse bovengrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK klasse ondergrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK functieklasse

Wonen

Nota bodembeheer

Boomgaardenkaart (periode)

op noordoostelijk terreindeel:

’t Zeeuws bodemvenster (Provincie

boomgaardklasse 2 of 3: boomgaard in

Zeeland)

1936 en/of 1960 op zuidoostelijk terreindeel boomgaardklasse 1: 1936 Aandachtsgebied lood

Nee

’t Zeeuws bodemvenster

Aandachtsgebied arseen in

Ja, verhoogde kans

Provincie Zeeland (Geoloket)

Asbestkansenkaart

Niet gezoneerd

Provincie Zeeland (BIS)

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Opslagtanks bekend

Nee

Gemeente (BIS)

Geval van ernstige

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Wbb-beschikkingen bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Bodemdocumenten bekend

Ja, zie hierna

Gemeente (BIS)

grondwater

bodemverontreiniging bekend

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik

agrarisch, met op het oostelijke

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

terreindeel in het verleden de bebouwing van Hof Vlugtenburg Huidig gebruik

braakliggend

SMA Zeeland B.V.

Toekomstig gebruik

woningbouw

Opdrachtgever

Bodembedreigende activiteiten

Nee

Gemeente (BIS)

bekend (anders dan bovenstaand) Relevante vergunningen

RUD Zeeland (BIS) Nee

beschikbaar

Gemeente (BIS) RUD Zeeland

Toepassing asbestverdachte

Nee

materialen

SMA Zeeland B.V. Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

7

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Terreinverkenning Bijzonderheden

Het gehele terrein ligt braak. De

SMA Zeeland B.V., locatiebezoek

noordwesthoek van het terrein is afgezet

31-08-2020

met hekwerk en in gebruik als tijdelijk ketenterrein/opslagterrein bij H4A. Het noordelijk deel van het terrein is duidelijk hoger gelegen dan het zuidelijke deel. Dit betreft een oude stroomrug waarop ook de Schroeweg is gelegen.

2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat op de locatie omstreeks 1910 het Hof Vlugtenburg aanwezig was met ten noorden en zuiden hiervan een boomgaard. Voor het overige was het terrein voor het grootste deel in gebruik als weiland. Dwars door het gebied liep een (volgens de topografische kaart halfverharde) doorgaande weg. Op de historische kaart van omstreeks 1960 is de bebouwing van Hof Vlugtenburg niet meer aanwezig. Ook de doorgaande weg is niet meer aanwezig. Het gehele gebied is voor het grootste deel in gebruik als akkerbouw- en weilandgrond. Het gehele gebied is opnieuw ingericht in de naoorlogse ruilverkaveling van Walcheren. De boomgaard in het noordelijk terreindeel is nog wel aanwezig evenals de gracht van Hof Vlugtenburg die beide tot eind jaren 60 zichtbaar zijn op de historische kaarten. Op de luchtfoto van 1970 is te zien dat het gehele onderzoeksgebied in agrarisch gebruik is en alle boomgaarden, bebouwing, wegen en paden niet meer aanwezig zijn. In het gebied waren in het verleden meerdere kavelsloten aanwezig, maar geen hoofdwatergangen. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Voor de huidige onderzoekslocatie zijn de onderstaande bodemrapporten beschikbaar.

Rapportage AS1000 partijkeuring herkeuring PFAS en GenX (partij 09523BAG0075), Eurofins Analytico B.V. project 2018ENV0109, d.d. 11 december 2019 Op de zuidzijde van de locatie is een (deel van) een geluidswal aanwezig. De aangevoerde grond voldoet aan de eisen voor een grootschalige bodemtoepassing. Verder werden met betrekking tot de huidige onderzoekslocatie en zijn directe omgeving geen relevante bodemdocumenten aangetroffen.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

8

2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het in onderstaande figuur vereenvoudigde bodemmodel geformuleerd door SMA Zeeland B.V. De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.

Figuur 2.1 Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

9

2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? 

De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? 

De in het verleden aanwezige wegen, paden en bebouwing kunnen geleid hebben tot verontreiniging van de bodem met PAK, minerale olie en zware metalen.

De voormalige gracht kan gedempt zijn met mogelijk verontreinigde grond.

De bovengrond van de voormalige boomgaarden is verdacht voor bestrijdingsmiddelen;

De voormalige (kleine) kavelsloten zijn waarschijnlijk tijdens de naoorlogse grootschalige ruilverkaveling gedempt met landbouwgrond. het verleden waarschijnlijk gedempt met landbouwgrond en worden derhalve niet als verdachte locaties beschouwd. Desondanks zal een deel van de boringen voor de strategie onverdacht op de locaties deze voormalige sloten worden geplaatst, op basis van oude luchtfoto’s en kaarten.

Is de bodem asbestverdacht? 

De bodem is niet asbestverdacht, tenzij bij het veldonderzoek puinconcentraties worden aangetroffen. Verwacht wordt dat verhardingen van de voormalige wegen en paden en funderingen van de bebouwing volledig afgevoerd zijn vanwege het latere gebruik als landbouwgrond.

Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? 

De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

10

kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten. Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? 

Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).

Er is in Nederland sprake van algemene landelijk belasting met PFAS. Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen behoren tot de Zeer Zorgwekkende (ZZS) en de Potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (PZZS). Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een tijdelijk handelingskader opgesteld (actuele versie 2 juli 2020). Er is nog geen definitieve normstelling voor deze stoffen en er is nog relatief weinig bekend over de lokale verspreiding en gehalten in de bodem. Daarom dient bij toepassing van grond uitgegaan te worden van het voorzorgbeginsel. Nabij de onderzoekslocatie zijn geen lokale bronnen van PFAS bekend. Ter indicatie van het gehalte zullen enkele bovengrondmonsters worden geanalyseerd op de 28 PFAS uit de advieslijst van Bodem+.

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. 

Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? 

23200146

Zie § 2.6.

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

11

2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Onderdeel

Beschrijving

1

Terrein, exclusief de

Opp. (m2) lengte (m)

Uitgangsstrategie Relevant milieuonderzoek

37.000 m2

NEN 5725 en NEN 5740

ONV-NL

23.600 m2

NEN 5725 en NEN 5740

VED-HE-NL en

voormalige weg, boomgaarden en voormalige hof Vlugtenburg 2

Boomgaarden, en een deel van het voormalige

VED-HO-NL

Hof Vlugtenburg

(bovengrond

(oostelijk deel van de

boomgaarden)

locatie) 3

De voormalige

300 meter

(halfverharde) weg die

lang, 3

tot omstreeks 1950

meter

aanwezig was

breed

NEN 5725 en NEN 5740

VED-HE-L

Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

traject

Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)

Gehele locatie Boven- en ondergrond

onverdachte, kleinschalige locatie

geen

*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen.

Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

12

3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. Het veldwerk is uitgevoerd tussen 7 en 21 september door de erkende veldwerker R.P. Kole van Sialtech B.V. conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 98 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: 1 Terrein, exclusief voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Boringen 601 t/m 651 en 617a 

33 boringen tot ca. 0,5 m-mv;

6 boringen tot ca. 1,0 m-mv;

9 boringen tot ca. 2,0 m-mv;

5 boringen tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.

2 Voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Boringen 701 t/m 740 

30 boringen tot ca. 0,5 m-mv;

7 boringen tot ca. 2,0 m-mv;

3 boringen tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.

3 Voormalige weg Boringen 801 t/m 807 

7 boringen tot ca. 1,0 m-mv.

De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem in het noordelijk deel van het terrein overwegend uit zand bestaat. In het zuidelijk deel bestaat de bodem overwegend uit klei met rond 2 m-mv een veenlaag. Grondwater werd tijdens het boorwerk aangetroffen op een diepte tussen 1,3 en 2,0 m-mv. Plaatselijk werden in de bovengrond sporen baksteen tot zwak baksteen aangetroffen. In boring 617 werd bijmenging van kooldeeltjes en slakken aangetroffen. Naar aanleiding van de analyseresultaten waarbij in deze laag een kopergehalte boven de interventiewaarde werd aangetroffen

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

13

zijn 5 extra grondboringen geplaatst tot circa 1 m-mv. Eén naast boring 617 en vier boringen op enkele meters afstand rondom boring 617. In de boringen ter plaatse van de voormalige weg werden geen restanten van wegverhardingen waargenomen. In één van de boringen in de gedempte gracht werd tot 1,5 m-mv zand aangetroffen met een zwakke bijmenging van stenen. In de andere twee boringen in de gedempte gracht werd zand zonder bijmengingen aangetroffen. Tijdens het veldwerk werd op het onderzoeksterrein een bouwweg aangelegd van puingranulaat. Ook werd grond aangevoerd voor een geluidswal aan de zuidzijde van de locatie. Het grondwater is bemonsterd op 16 september 2020 door de hiertoe erkende veldwerker R.P. Kole. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie tabel 3.1) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 3.1. Veldmetingen grondwater Monster

Filterdiepte

Grondwater-stand pH

EC

Troebelheid

(m -mv)

(m -mv)

(-)

(µS/cm)

(NTU)

601-1-1

2,30 - 3,30

1,01

6,9

4550

15,4

602-1-1

3,70 - 4,70

1,70

6,7

7200

5,9

603-1-1

2,50 - 3,50

1,15

6,7

7770

22,5

604-1-1

2,50 - 3,50

2,50

6,4

1540

33

605-1-1

2,00 - 3,00

1,90

6,6

1870

30,6

701-1-1

3,50 - 4,50

1,53

6,7

9130

10

702-1-1

3,50 - 4,50

1,35

6,7

11000

8,9

703-1-1

2,00 - 3,00

0,90

6,8

10240

10

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

14

4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)

Boring + traject

Grond

monsters

(m-mv)

soort

MM01

645 (0,00 - 0,50)

Klei

Reden analyse

Analyse (parameters)

sporen baksteen

pakket A, PFAS

646 (0,00 - 0,50) MM02

636 (0,00 - 0,50)

Klei

pakket A

638 (0,00 - 0,50) 639 (0,00 - 0,50) 641 (0,00 - 0,50) 642 (0,00 - 0,50) MM03

630 (0,00 - 0,50)

Klei

zwak baksteenhoudend

pakket A

631 (0,00 - 0,50) 633 (0,00 - 0,50) 634 (0,00 - 0,50) MM04

606 (0,00 - 0,50)

Zand

pakket A

607 (0,00 - 0,50) 608 (0,00 - 0,50) 609 (0,00 - 0,50) 610 (0,00 - 0,50) 611 (0,00 - 0,50) 612 (0,00 - 0,50) 613 (0,00 - 0,50) 614 (0,00 - 0,50) MM05

616 (0,00 - 0,50)

Zand

sporen baksteen

pakket A

Klei

resten baksteen

pakket A

618 (0,00 - 0,50) 619 (0,00 - 0,50) 620 (0,00 - 0,50) MM06

622 (0,00 - 0,50) 623 (0,00 - 0,50) 624 (0,00 - 0,50)

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

15

(Meng)

Boring + traject

Grond

monsters

(m-mv)

soort

Reden analyse

Analyse (parameters)

Klei

pakket A

Klei

pakket A

Zand

pakket A

625 (0,00 - 0,50) 626 (0,00 - 0,50) MM07

603 (0,50 - 1,00) 633 (0,50 - 1,00) 637 (0,50 - 1,00)

MM08

601 (0,60 - 1,10) 640 (0,50 - 1,00) 643 (0,80 - 1,30)

MM09

604 (0,80 - 1,30) 604 (1,30 - 1,80) 605 (0,50 - 1,00) 605 (1,00 - 1,50)

MM10

802 (0,00 - 0,30)

Zand

802 (0,30 - 0,50)

voormalige weg

pakket A

sporen baksteen, sporen slakken

803 (0,00 - 0,40) 803 (0,40 - 0,50) MM11

805 (0,00 - 0,50)

Zand

voormalige weg

pakket A

806 (0,00 - 0,30) 807 (0,00 - 0,50) MM12

623 (0,00 - 0,50)

Klei

pakket A

623 (0,50 - 1,00) 623 (1,00 - 1,20) 623 (1,20 - 1,50) MM13

617 (0,30 - 0,60)

Zand

matig slakhoudend, zwak

pakket A

MM14

617 (0,60 - 1,00)

Zand

geen olie-water reactie

pakket A

MM15

706 (0,00 - 0,50)

Zand

voormalige boomgaard

pakket A, OCB

kolengruishoudend

708 (0,00 - 0,50)

sporen baksteen

711 (0,00 - 0,50) 712 (0,00 - 0,50) MM16

731 (0,00 - 0,50)

Klei

voormalige boomgaard

732 (0,00 - 0,50)

zwak baksteenhoudend, sporen

735 (0,00 - 0,50)

baksteen

pakket A, OCB

736 (0,00 - 0,50) MM17

MM18

738 (0,00 - 0,50)

voormalige boomgaard

739 (0,00 - 0,50)

resten baksteen, spikkels baksteen,

740 (0,00 - 0,50)

sporen baksteen

720 (0,50 - 1,00) 720 (1,00 - 1,50)

23200146

Klei

Zand

voormalige gracht

pakket A, OCB

pakket A

zwak steenhoudend

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

16

(Meng)

Boring + traject

Grond

monsters

(m-mv)

soort

MM19

727 (0,00 - 0,50)

Klei

Reden analyse

Analyse (parameters)

zwak baksteenhoudend, resten

728 (0,00 - 0,50)

baksteen, sporen baksteen, spikkels

729 (0,00 - 0,50)

baksteen

pakket A

730 (0,00 - 0,50) MM20

714 (0,00 - 0,50)

Zand

spikkels baksteen, sporen stenen,

716 (0,00 - 0,50)

pakket A, PFAS

resten baksteen, sporen baksteen

717 (0,00 - 0,50) 719 (0,00 - 0,50) MM21

707 (0,50 - 1,00)

Zand

pakket A

715 (0,50 - 1,00) 717 (0,50 - 1,00) MM22

617a (0,00 - 0,50)

Zand

afbakening boring 617

pakket A

zwak baksteenhoudend MM23

648 (0,40 - 0,60)

Zand

afbakening boring 617

pakket A

uiterst baksteenhoudend MM24

649 (0,00 - 0,50)

Zand

afbakening boring 617

pakket A

MM25

650 (0,50 - 0,60)

Zand

afbakening boring 617

pakket A

resten kooldeeltjes, sporen slakken MM26

651 (0,00 - 0,50)

Zand

afbakening boring 617

pakket A

resten baksteen, sporen kooldeeltjes Opmerkingen: Pakket A:

standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB’s, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;

OCB

organochloorbestrijdingsmiddelen.

Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)

Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

Reden analyse

monsters

Analyse (parameters)

601-1-1

601

2,30 - 3,30

-

pakket B

602-1-1

602

3,70 - 4,70

-

pakket B

603-1-1

603

2,50 - 3,50

-

pakket B

604-1-1

604

2,50 - 3,50

-

pakket B

605-1-1

605

2,00 - 3,00

-

pakket B

701-1-1

701

3,50 - 4,50

-

pakket B

702-1-1

702

3,50 - 4,50

-

pakket B

703-1-1

703

2,00 - 3,00

-

pakket B

Opmerkingen: Pakket B:

23200146

standaardpakket grondwater:

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

17

barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten en naftaleen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.

Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan: 

index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;

index ≤ 0,00: gehalte onder de generieke achtergrond-/streefwaarde;

index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;

index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.

De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

monsters

(m-mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

MM01

645 (0,00 - 0,50)

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

646 (0,00 - 0,50) MM02

636 (0,00 - 0,50) 638 (0,00 - 0,50) 639 (0,00 - 0,50) 641 (0,00 - 0,50) 642 (0,00 - 0,50)

MM03

630 (0,00 - 0,50) 631 (0,00 - 0,50) 633 (0,00 - 0,50) 634 (0,00 - 0,50)

MM04

606 (0,00 - 0,50) 607 (0,00 - 0,50) 608 (0,00 - 0,50) 609 (0,00 - 0,50) 610 (0,00 - 0,50) 611 (0,00 - 0,50) 612 (0,00 - 0,50) 613 (0,00 - 0,50) 614 (0,00 - 0,50)

MM05

616 (0,00 - 0,50) 618 (0,00 - 0,50)

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

18

(Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

monsters

(m-mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

-

-

-

-

-

-

-

-

802 (0,00 - 0,30)

Koper (0,01)

-

802 (0,30 - 0,50)

Lood (0,05)

619 (0,00 - 0,50) 620 (0,00 - 0,50) MM06

622 (0,00 - 0,50) 623 (0,00 - 0,50) 624 (0,00 - 0,50) 625 (0,00 - 0,50) 626 (0,00 - 0,50)

MM07

603 (0,50 - 1,00) 633 (0,50 - 1,00) 637 (0,50 - 1,00)

MM08

601 (0,60 - 1,10) 640 (0,50 - 1,00) 643 (0,80 - 1,30)

MM09

604 (0,80 - 1,30) 604 (1,30 - 1,80) 605 (0,50 - 1,00) 605 (1,00 - 1,50)

MM10

803 (0,00 - 0,40) 803 (0,40 - 0,50) MM11

805 (0,00 - 0,50)

-

-

-

-

Minerale olie C10 - C40 (-)

Koper (1,77)

806 (0,00 - 0,30) 807 (0,00 - 0,50) MM12

623 (0,00 - 0,50) 623 (0,50 - 1,00) 623 (1,00 - 1,20) 623 (1,20 - 1,50)

MM13

617 (0,30 - 0,60)

Kobalt (0,07) Zink (0,23) Molybdeen (0,01) Kwik (0,02) Lood (0,31) Nikkel (0,54) PAK 10 VROM (0,77) MM14

617 (0,60 - 1,00)

PAK 10 VROM (0,02)

-

MM15

706 (0,00 - 0,50)

Zink (0,02)

-

708 (0,00 - 0,50)

Cadmium (-)

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

19

(Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

monsters

(m-mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

711 (0,00 - 0,50)

Kwik (-)

712 (0,00 - 0,50)

Lood (0,06)

731 (0,00 - 0,50)

Lood (0,1)

732 (0,00 - 0,50)

gamma-HCH (-)

MM16

-

735 (0,00 - 0,50) 736 (0,00 - 0,50) MM17

738 (0,00 - 0,50)

gamma-HCH (-)

-

Lood (-)

-

Lood (0,03)

-

Lood (0,09)

-

-

-

617a (0,00 -

Koper (0,05)

-

0,50)

Kwik (-)

739 (0,00 - 0,50) 740 (0,00 - 0,50) MM18

720 (0,50 - 1,00) 720 (1,00 - 1,50)

MM19

727 (0,00 - 0,50) 728 (0,00 - 0,50) 729 (0,00 - 0,50) 730 (0,00 - 0,50)

MM20

714 (0,00 - 0,50) 716 (0,00 - 0,50) 717 (0,00 - 0,50) 719 (0,00 - 0,50)

MM21

707 (0,50 - 1,00) 715 (0,50 - 1,00) 717 (0,50 - 1,00)

MM22

Lood (0,08) PAK 10 VROM (0,32) MM23

648 (0,40 - 0,60)

Lood (0,25)

-

MM24

649 (0,00 - 0,50)

PAK 10 VROM (0,56)

-

MM25

650 (0,50 - 0,60)

Kobalt (0,01)

-

Nikkel (0,05) Koper (0,42) Zink (0,04) Kwik (0,01) Lood (0,17) PAK 10 VROM (0,25) MM26

651 (0,00 - 0,50)

Lood (0,22)

-

PAK 10 VROM (0,03)

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

20

Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster

Peilbuis

601-1-1

601

Filterdiepte

> Streefwaarde

> Interventiewaarde

(m -mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

2,30 - 3,30

Chroom (0,15)

-

Nikkel (0,13) Arseen (0,16) Molybdeen (0,03) Barium (0,3) 602-1-1

602

3,70 - 4,70

Chroom (0,01)

-

Nikkel (0,17) Arseen (0,08) Molybdeen (0,01) Barium (0,43) Naftaleen (-) 603-1-1

603

2,50 - 3,50

Chroom (0,04)

-

Nikkel (0,18) Arseen (0,12) Molybdeen (0,04) Barium (0,26) Naftaleen (-) 604-1-1

604

2,50 - 3,50

Barium (0,06)

-

605-1-1

605

2,00 - 3,00

Barium (0,01)

-

701-1-1

701

3,50 - 4,50

Chroom (0,13)

-

Kobalt (0,03) Zink (0,17) Arseen (0,12) Barium (0,43) Naftaleen (-) Nikkel (0,55) Koper (0,68) 702-1-1

702

3,50 - 4,50

Chroom (0,06)

-

Nikkel (0,17) Xylenen (som) (-) Naftaleen (-) Barium (0,56) 703-1-1

703

2,00 - 3,00

Chroom (0,07)

-

Nikkel (0,18) Xylenen (som) (-) Naftaleen (-) Barium (0,5)

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

21

Interpretatie resultaten 1 Terrein, exclusief voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg In boring 617 wordt in de laag van 0,3 - 0,6 m -mv zand met bijmenging van kolengruis en slakken aangetroffen. Deze laag blijkt tot boven de interventiewaarde verontreinigd met koper en tot boven de achtergrondwaarde verontreinigd met andere zware metalen, PAK en minerale olie, zie MM13. In de onderliggende bodemlaag, zonder bodemvreemde bijmengingen, blijkt niet meer dan een zeer lichte overschrijding van de achtergrondwaarde voor PAK aanwezig, zie MM14. In boring 617a, vlak naast boring 617 wordt deze laag met bijmengingen niet teruggevonden. De bovengrond blijkt licht tot matig verontreinigd met koper, lood en PAK. In de afbakenende boringen 648, 649, 650 en 651 blijkt de bovengrond eveneens licht tot matig verontreinigd met PAK en/of zware metalen, zie MM23 t/m MM26. Voor het overige worden in de boven- en ondergrond van deze deellocatie geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden gevonden. In het grondwater van deze deellocatie worden streefwaardeoverschrijdingen voor chroom, nikkel, arseen, molybdeen, barium en naftaleen gevonden. Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater.

In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 2017-0125). De streefwaarde-overschrijdingen voor nikkel zijn niet eenduidig verklaarbaar. Deze kunnen mogelijk veroorzaakt zijn door het slecht doorlatende, kleiige karakter van de ondergrond, waar door het boren van het gat het bodemevenwicht verstoord is en zware metalen uit het kleicomplex vrijgekomen zijn in het grondwater. Dit kan ook gelden voor de streefwaardeoverschrijdingen van de andere zware metalen. In de peilbuizen (604 en 605) met zandige ondergrond worden deze overschrijdingen namelijk niet of in veel mindere mate aangetroffen. 2 Voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg In de bovengrond worden licht verhoogde gehalten aan lood aangetroffen en plaatselijk licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik en zink. In de bovengrond van de voormalige boomgaarden wordt niet meer dan een geringe overschrijding van de achtergrondwaarde voor gamma-HCH aangetroffen, zie MM15 t/m MM17. In de ondergrond van de voormalige gracht wordt een geringe achtergrondwaarde-overschrijding voor lood aangetroffen.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

22

3 Voormalige weg In het mengmonster uit boring 802 wordt een lichte overschrijding van de achtergrondwaarde voor koper en lood aangetroffen.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

23

5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies 1 Terrein, exclusief voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Op het westelijke terreindeel wordt enkel ter plaatse van een voormalige weg een geringe achtergrondwaarde-overschrijding voor koper en lood in de bovengrond aangetroffen. Voor het overige worden in de grond van het westelijke terreindeel geen achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetroffen. In één boring (boring 617) tegen de grens met terreindeel 2 wordt een interventiewaarde-overschrijding voor koper aangetroffen samen met boven de achtergrondwaarde verhoogde gehalten aan andere zware metalen en PAK. Deze interventiewaarde-overschrijding voor koper wordt niet teruggevonden in op korte afstand geplaatste afbakenende boringen. Geconcludeerd kan worden dat de verontreiniging beperkt is 3

tot maximaal enkele m grond en er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 2 Voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Op het oostelijke terreindeel wordt in de bovengrond, en ter plaatse van de voormalige gracht ook in de ondergrond, een geringe achtergrondwaarde-overschrijding voor lood gevonden. Plaatselijk worden in de bovengrond van het oostelijke terreindeel ook geringe achtergrondwaarde-overschrijdingen voor zink, cadmium, kwik en gamma-HCH gevonden. 3 Voormalige weg Ter plaatse van de voormalige weg wordt een lichte achtergrondwaarde-overschrijding voor koper en lood gevonden. In het grondwater van het gehele terrein worden streefwaarde-overschrijdingen voor chroom, nikkel, molybdeen, barium, xylenen en/of naftaleen aangetroffen. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

24

1 Terrein, exclusief voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Boven- en ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen, met uitzondering van de locatie van boring 617.

Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen.

2 Voormalige boomgaarden en Hof Vlugtenburg Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Grond en grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

3 Voormalige weg Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

Gehele locatie Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.

5.3. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Wel dient er rekening mee gehouden te worden dat verontreinigde grond niet zonder meer mag worden verplaatst op of van de onderzoekslocatie. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

25

Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.

Wet bodembescherming

2.

Circulaire Bodemsanering 2013

3.

Besluit Bodemkwaliteit

4.

Regeling Bodemkwaliteit

5.

Besluit asbestwegen milieubeheer

6.

Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer

7.

Besluit Uniforme Saneringen

8.

Regeling Uniforme Saneringen

Normdocumenten 9.

Nederlands

Normalisatie

Instituut,

NEN

5707:2015/C2:2017,

Bodem

–

Inspectie

en

monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

26

14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie 2 juli 2020), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 2 juli 2020

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

27

Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

Bijlage 1

Ligging onderzoekslocatie

Schaal: 1:25.000

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

Bijlage 1

Bijlage 2 Situatietekening

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

Bijlage 2

1:250

Contouren onderzoekslocatie gedempt water (voormalig) boomgaard voormalige weg Voormalig Vlugtenburg Lijncontouren (Voormalige) paden Gedempt water Hekwerk Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5

Projectnummer: 23200146

Tekenaar:

J. Kools

Locatie:

Souburg Noord Fase 3

Tekeningnr:

RAP1

2

Onderdeel:

Verkennend bodemonderzoek

Papierformaat: A3

Peilbuis

Opdrachtgever: Gemeente Vlissingen

1 1,5

Datum:

24-09-2020

Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

Bijlage 3

Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen

23200146

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schroeweg te Souburg, Souburg-Noord fase 3

Bijlage 3

Meetpunt:

601

Meetpunt:

602

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

7-9-2020

Datum:

7-9-2020

X:

31775,58

X:

31824,35

Y:

387990,39

Y:

388118,88

Z (mv + NAP):

-1,023

Z (mv + NAP):

-0,061

0

1

-150

15

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht beigegrijs Klei, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

2

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin

1 -50

60

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin

3 -200

2 -100

4 5

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin

3 140

-250

100

160

Klei, matig siltig, sterk humeus, brokken veen, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin

6 -300

-150

4 -200

200

Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin

210

Klei, uiterst siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs -250

-350

-300

-400

300

Klei, matig siltig, geen olie-water reactie 330

-350

-400

-450 470

Projectcode: 23200146 Projectnaam: Souburg Noord fase 3 Bijlage: 3

Meetpunt:

603

Meetpunt:

604

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

7-9-2020

Datum:

7-9-2020

X:

31751,80

X:

31684,40

Y:

388134,02

Y:

388238,20

Z (mv + NAP):

-0,885

Z (mv + NAP):

1,365

0

0

Klei, zwak zandig, geen olie-water reactie, neutraalbruin

-100 1

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin

1 100

50

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin

-150 2

2 80

50 -200

Zand, matig siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin

3

3 130

Klei, matig siltig, matig humeus, brokken veen, geen olie-water reactie

4

0 4

160

-250

Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs

5

-50

200

-300

220

Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin Klei, uiterst siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs

5

200 220

Zand, matig siltig, matig humeus, brokken veen, geen olie-water reactie Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs

-100

-350 -150 -400 -200 350

350

Projectcode: 23200146 Projectnaam: Souburg Noord fase 3 Bijlage: 3

Meetpunt:

605

Meetpunt:

606

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

7-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31761,84

X:

31689,22

Y:

388268,45

Y:

388284,21

Z (mv + NAP):

0,732

Z (mv + NAP):

0,966

0

50

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin

1

50

50

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1 50

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin

2 100

-50

Zand, matig siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie

3 150

-100

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, sporen veen, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin

4 200

Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs

-150

-200 300

Meetpunt:

607

Meetpunt:

608

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31712,84

X:

31740,75

Y:

388292,69

Y:

388306,76

Z (mv + NAP):

0,37

Z (mv + NAP):

0,653

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1

50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1

0 50

50

Projectcode: 23200146 Projectnaam: Souburg Noord fase 3 Bijlage: 3

Meetpunt:

609

Meetpunt:

610

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31751,40

X:

31748,56

Y:

388296,24

Y:

388279,00

Z (mv + NAP):

0,822

Z (mv + NAP):

0,838

0

1

50

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin

50

50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs

2

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, geen olie-water reactie, lichtbruin

3

-50

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs

4

-100

200

Meetpunt:

611

Meetpunt:

612

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31720,73

X:

31663,03

Y:

388265,60

Y:

388238,79

Z (mv + NAP):

1,003

Z (mv + NAP):

1,216

0

100

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1

100

50

50

Meetpunt:

613

Meetpunt:

614

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31670,81

X:

31703,21

Y:

388217,58

Y:

388229,19

Z (mv + NAP):

0,926

Z (mv + NAP):

0,86

0

50

0

Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1

Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1 50

50

50

Projectcode: 23200146 Projectnaam: Souburg Noord fase 3 Bijlage: 3

Meetpunt:

615

Meetpunt:

616

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31731,01

X:

31757,83

Y:

388241,41

Y:

388252,05

Z (mv + NAP):

0,925

Z (mv + NAP):

0,724

0

1 50

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

50

50

50

Meetpunt:

617

Meetpunt:

618

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31784,02

X:

31757,23

Y:

388234,59

Y:

388225,35

Z (mv + NAP):

0,349

Z (mv + NAP):

0,352

0

0

Zand, matig fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs

1 30

0

2 60

3

-50

100

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig slakhoudend, zwak kolengruishoudend, geen olie-water reactie, neutraal grijszwart

Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1 50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraal Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs

4

-100

Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1

5

-150

200

Meetpunt:

619

Meetpunt:

620

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31715,29

X:

31681,30

Y:

388209,87

Y:

388195,23

Z (mv + NAP):

0,533

Z (mv + NAP):

0,551

0

50

Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie

1 50

0

50

Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1 50

Projectcode: 23200146 Projectnaam: Souburg Noord fase 3 Bijlage: 3

Meetpunt:

621

Meetpunt:

622

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31781,80

X:

31751,83

Y:

388208,54

Y:

388197,43

Z (mv + NAP):

-0,078

Z (mv + NAP):

-0,48

0

Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin

1 -50

0

-50

50

50

Meetpunt:

623

Meetpunt:

624

Veldwerker:

Roland Kole

Veldwerker:

Roland Kole

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

X:

31724,85

X:

31696,52

Y:

388188,28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9665459/1