5.3 rvs Ontheffing woonplaatsvereiste wethouder Boonman
Tekst van het document
Registratiekenmerk: Onderwerp: Ontheffing woonplaatsvereiste wethouder Boonman
De raad besluit; Aan dhr. W.C.M. Boonman, op grond van artikel 36a lid 3 van de Gemeentewet, ontheffing te verlenen van het woonplaatsvereiste gedurende de termijn van een jaar met ingang van 18 april 2025. Samenvatting Tijdens de raadsvergadering van 18 april 2024 heeft de raad dhr. W.C.M. Boonman benoemd tot wethouder van de gemeente Vlissingen. Tegelijkertijd heeft de raad hem een ontheffing van het woonplaatsvereiste verleend. Het verzoek is de ontheffing te verlengen. Inleiding Wethouder Boonman is vorig jaar tijdens de raadsvergadering van 18 april 2024 benoemd tot wethouder. Tegelijkertijd heeft de raad hem een ontheffing van het ingezetenschap (oftewel het woonplaatsvereiste) van de gemeente Vlissingen verleend voor de periode van één jaar. Die periode is bijna afgelopen. Dit betekent dat de raad opnieuw een besluit moet nemen om de periode met één jaar te verlengen. Wat willen we bereiken? Voldoen aan de wettelijke bepalingen van artikel 36a Gemeentewet. Wat gaan we ervoor doen? Verlenen van de ontheffing van ingezetenschap van de gemeente Vlissingen voor één jaar. Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Het vereiste van ingezetenschap van de wethouder is vastgelegd in artikel 36a, eerste lid, van de Gemeentewet. De raad kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap, telkens met een periode van een jaar (derde lid).
De raad bepaalt of er sprake is van een bijzonder geval dat de afwijking rechtvaardigt van de wettelijke norm van het vereiste van ingezetenschap. Wat mag het kosten? De rechtspositie van een wethouder wordt bepaald door het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers hoofdstuk 3 gemeenten. Wat en hoe gaan we communiceren? Het raadsvoorstel staat op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad Vlissingen.