5.3 rvs Financiele verordening 2022, Controle verordening 2022 en Controleprotocol 2022 bijlage 4 aanpassingen op financiele verordening
Tekst van het document
Artikel 17. Weerstandsvermogen & risicobeheersing 1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b. het saldo van de baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c. de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting als percentage van de inkomsten.
schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen.] Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. 3. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.
Artikel 19. Grondbeleid 1. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; en d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; 2. Het college biedt de raad 2 keer per jaar een herziening van de grondexploitaties aan. 3. Ten aanzien van grondtransacties stelt de raad een afzonderlijke procedure vast. Over grondtransacties die niet zijn opgenomen in een door de raad vastgestelde grondexploitatie en die een bedrag van € 1.000.000 te boven gaan, neemt het college geen besluit dan nadat het college de raad vooraf in de gelegenheid heeft gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Voor grondexploitaties die niet zijn opgenomen in een door de raad vastgestelde grondexploitatie en die een bedrag van € 1.000.000 niet te boven gaan, zal het college de raad achteraf informeren
Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen [1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].] 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast. 3. Het college biedt de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. 4. Het college biedt de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast. [Artikel 20.
Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten; d. de automatiseringskosten; e. de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant; en f. […].] [Artikel 21. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […]. Artikel 22. Grondbeleid [1. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. […].] 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de [aantal] jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d.
de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; en e. […].
Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan waarbij tevens herijking van de financiële onderbouwing op lange termijn plaatsvindt.. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. 3. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.
Bij de opmaak van de financiele verordening 2019 is door de auditcommissie besloten deze niet op te nemen. Betreft een facultatieve tekst.
Bij de opmaak van de financiele verordening 2019 is door de auditcommissie besloten deze niet op te nemen. Betreft een facultatieve tekst.
Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer
Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 19. Grondbeleid 1. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; en d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; 2. Het college biedt de raad 2 keer per jaar een herziening van de grondexploitaties aan. 3. Ten aanzien van grondtransacties stelt de raad een afzonderlijke procedure vast. Over grondtransacties die niet zijn opgenomen in een door de raad vastgestelde grondexploitatie en die een bedrag van € 1.000.000 te boven gaan, neemt het college geen besluit dan nadat het college de raad vooraf in de gelegenheid heeft gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Voor grondexploitaties die niet zijn opgenomen in een door de raad vastgestelde grondexploitatie en die een bedrag van € 1.000.000 niet te boven gaan, zal het college de raad achteraf informeren Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 20. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de directies; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
Artikel 23. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten, […]; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
Artikel 20. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de directies; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 21. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de directies; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de directies over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten f. en lasten aan de taakvelden; g.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel 22. Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar.
Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 24. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f.
de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel 25. Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2.
Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de [… (bijvoorbeeld 4 of 5)] jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 21. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de directies; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de directies over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten f. en lasten aan de taakvelden; g.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel 22. Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar.
Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. 3. Voor de rechtmatigheidsverantwoording geldt een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten inclusief toevoeging reserves voor geconstateerde onrechtmatigheden (fouten) en onduidelijkheden. 4. Het college rapporteert over geconstateerde onrechtmatigheden (fouten) en onduidelijkheden > € 125.000 in de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarrekening. Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 23. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening voor het financiële beleid en beheer 2012 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Verordening voor het financiële beleid en beheer 2012 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 26. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de [citeertitel oude verordening] van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 23. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening voor het financiële beleid en beheer 2019 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2022 zijn gedaan, blijft de Verordening voor het financiële beleid en beheer 2019 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2019 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Vlissingen 2019
Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening [naam gemeente en jaartal].
Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 24 februari 2022 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Gemeente Vlissingen 2022
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 31 januari 2019
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van [datum].
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 24 februari 2022
De voorzitter, De griffier,
De voorzitter, De griffier,
Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 9 Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 25 jaar: bijdragen aan activa in eigendom van derden; b. 5 jaar: kosten voor onderzoek en ontwikkeling; c. 5 jaar: computerapplicaties; kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Niet van toepassing.
de griffier, de voorzitter, mr. F. Vermeulen, drs. A.R.B. van den Tillaar Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 9 Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 25 jaar: bijdragen aan activa in eigendom van derden; b. 5 jaar: kosten voor onderzoek en ontwikkeling; c. 5 jaar: computerapplicaties; kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 60 jaar: rioleringen; b. 60 jaar aanleg kades; c. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten, kantoren, bedrijfs- en schoolgebouwen; d. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, kantoren, bedrijfs- en schoolgebouwen; e. 25 jaar; Aanleg en uitbreiding begraafplaatsen; f. 10 jaar rioolgemalen; g. 6 jaar ondergrondse afvalcontainers; h. 4 jaar: telefooninstallaties; i. 4 jaar: automatiseringsapparatuur; j. 10 jaar: kantoor- en schoolmeubilair; k. 5 jaar: motorvaartuigen; l. 7 jaar: zware transportmiddelen bv vuilniswagens; m. 5 jaar: aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen; n. Geen afschrijving: gronden; o. parkeergarage Scheldeplein, panden MuZEEum en school CSW worden annuïtair afgeschreven in 40 jaar.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 60 jaar: rioleringen; b. 60 jaar aanleg kades; c. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten, kantoren, bedrijfs- en schoolgebouwen; d. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, kantoren, bedrijfs- en schoolgebouwen; e. 25 jaar; Aanleg en uitbreiding begraafplaatsen; f. 10 jaar rioolgemalen; g. 6 jaar ondergrondse afvalcontainers; h. 4 jaar: telefooninstallaties; i. 4 jaar: automatiseringsapparatuur; j. 10 jaar: kantoor- en schoolmeubilair; k. 5 jaar: motorvaartuigen; l. 7 jaar: zware transportmiddelen bv vuilniswagens; m. 5 jaar: aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen; n. Geen afschrijving: gronden; o. parkeergarage Scheldeplein, panden MuZEEum en school CSW worden annuïtair afgeschreven in 40 jaar.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in: a. 25 jaar: Herinrichting wegen, pleinen en rotondes; b. 25 jaar aanleg parken; c. 10 jaar grote aanpassing groenvoorzieningen; d. 20 jaar: openbare verlichting; e. de Sloebrug wordt annuïtair in 56 jaar afgeschreven.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in: a. 25 jaar: Herinrichting wegen, pleinen en rotondes; b. 25 jaar aanleg parken; c. 10 jaar grote aanpassing groenvoorzieningen; d. 20 jaar: openbare verlichting; e. de Sloebrug wordt annuïtair in 56 jaar afgeschreven.