5.3 rvs Aanpassen Nota Dierenwelzijn bijlage 1 nota
Tekst van het document
Nota Dierenwelzijn Gemeente Vlissingen
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen G
• E
M
VLISSINGÈN
Voorgeschiedenis De fracties van GroenLinks, D66, SP en ChristenUnie hebben in 2013 het initiatief genomen om te komen tot een Dierenwelzijnsnota. Dierenwelzijn zou na besluitvorming door de raad een integraal onderdeel worden van het gemeentelijk beleid, net zoals ook volksgezondheid, milieu en veiligheid. De Dierenwelzijnsnota heeft van 28 oktober 2013 tot 13 januari 2014 voor inspraak ter inzage gelegen. De initiatie nemende fracties hebben de inspraakreacties beoordeeld en indien van toepassing overgenomen. De Dierenwelzijnsnota heeft na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014 niet het volledige traject afgelegd en is niet voor besluitvorming aan de raad voorgelegd. Op 24 maart 2015 zijn de initiatiefnemers wederom bijeengekomen om de voortgang te bespreken. Tijdens deze besprekingen hebben de fracties van de PvdA, VVD, SGP, POV en later ook CDA zich bij de initiatiefnemers aangesloten. De besprekingen hebben geleid tot enkele wijzigingen in de Dierenwelzijnsnota Vlissingen. Deze wijzigingen zijn het gevolg van het op 1 juli 2014 inwerkingtreden van aanvullende artikelen van de Wet dieren en de aanpassing t.a.v. het gebruik van wilde zoogdieren in circussen op 15 september 2015. De nu voorliggende Dierenwelzijnsnota Vlissingen is het aangepaste initiatiefvoorstel dat van oktober 2013 tot januari 2014 voor inspraak ter inzage heeft gelegen.
De nota is opgebouwd aan de hand van 19 beleidsuitgangspunten waardoor het dierenwelzijnsbeleid zo concreet mogelijk wordt gemaakt. Nederland wordt niet alleen bewoond door mensen. Er leven ook miljoenen dieren in Nederland. Deze ‘inwoners’ kunnen niet voor hun eigen belangen opkomen. Daarom hebben de fracties van GL – D66 – SP – CU – PvdA – VVD – SGP – POV en CDA het initiatief genomen voor het opstellen van deze Dierenwelzijnsnota. Dierenwelzijn is een thema dat veel mensen aanspreekt. Denk maar aan zwerfdieren, aangereden dieren in het verkeer, circussen die dieren exploiteren, de jacht en de bioindustrie. In 2003 is door de gemeenteraad van Vlissingen een notitie ‘Dierenwelzijnsbeleid in Vlissingen’ vastgesteld. Deze notitie bevatte een aantal mogelijkheden voor nieuw beleid, maar bood geen concrete beleidsaanbevelingen. De inwoners van de gemeente Vlissingen houden uiteenlopende gezelschapsdieren. In Vlissingen bevinden zich natuur- en recreatiegebieden en in de (kinder) boerderij(–en) bevinden zich verder dieren met educatieve, recreatieve, economische en sociale waarde. De grootste groep dieren in onze gemeente wordt echter gevormd door in het wild levende dieren, vooral vogels, knaagdieren en vissen. Tegenover al deze dieren hebben wij als mens verplichtingen.
Wij hebben zelfs een extra morele zorgplicht omdat de dieren binnen Vlissingen in meer of mindere mate afhankelijk zijn van ons. De gemeente Vlissingen gaat uit van een intrinsieke waarde van dieren, van een intrinsieke waarde die onafhankelijk is van hun nut, noodzaak of schade voor de mens. Dieren vormen een belangrijk deel van de samenleving. Het welzijn van dieren in Vlissingen is in de ogen van de gemeente een kwestie van beschaving en geweten. Waar grenzen zijn bereikt en sprake is van overlast moet dit op creatieve wijze en met respect voor alle belangen worden opgelost. De visie op dierenwelzijn richt zich op vier kernpunten om het welzijn van alle dieren te verbeteren: 1. Dierenwelzijn mee laten wegen in beslissingen van de gemeente 2. Bewustwording van dierenwelzijn onder de bevolking bevorderen 3. Samenwerking met en tussen de lokale instanties om dierenwelzijn te bevorderen. 4, Voorwaarden scheppen voor een gezond leefklimaat voor alle dieren. Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
2
Tot nu toe was het welzijn van dieren geen vanzelfsprekend aandachtspunt bij het opstellen van gemeentelijke plannen. Dierenwelzijn moet volgens ons een integraal onderdeel zijn van het gemeentelijk beleid, zoals ook volksgezondheid, milieu en veiligheid dat zijn. Dierenwelzijn zal voortaan meewegen bij het maken van integrale keuzes in andere beleidsvelden. Wettelijk kader De belangrijkste landelijke regelgeving op het gebied van dierenwelzijn wordt gevormd door de Wet dieren, Wet op de dierproeven (Wod) en de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten en bevat een algemene zorgplichtbepaling. De wet heeft daarmee het behoud van de verschillende planten- en diersoorten in de natuur tot doel. De Wnb bevat geen verbod op maai- en onderhoudswerkzaamheden in een specifieke periode, mits men zich voorafgaand aan de (maai)werkzaamheden vergewist van de aan/afwezigheid van dieren en nesten en beschermde fauna. Deze wet verplicht de gemeente om jaarrond rekening te houden met de aanewezigheid van flora en fauna op locaties, maar biedt de gemeente ook de mogelijkheid om onderhoud te verrichten. Wettelijke taken van de gemeente - Minimaal 14 dagen in bewaring houden van gevonden dieren (dood en levend) - Kadavers opruimen.
Verder moet de gemeente bij buitenwerkzaamheden rekening houden met de bij wet beschermde dieren waaronder egels, amfibieën, vleermuizen en zeehonden. Bij het verlenen van vergunningen voor bijvoorbeeld evenementen of economische activiteiten waar dieren direct of indirect bij betrokken zijn, geldt (inter)nationale wetgeving op het gebied van flora en fauna, dierenwelzijn en natuurbescherming. Daarnaast is iedereen op grond van het Burgerlijke Wetboek verplicht om een hulpbehoevend dier zorg te verlenen. Bestuurlijk en financieel kader. Op gemeentelijk niveau vormt het dierenwelzijn een zelfstandige portefeuille. Tot op heden was er in Vlissingen echter geen samenhangend dierenwelzijnsbeleid en beperkte het dierenwelzijnsbeleid zich tot het financieel ondersteunen van het dierenasiel Walcheren. Concreet is de toegekende subsidie voor het dierenasiel Walcheren in 2015 € 49.575,- voor de opvang van zwerfdieren. Handhaving De gemeente Vlissingen heeft toezichthouder/handhavers in dienst en een aantal hebben bevoegdheden als Buitengewoon Opsporings Ambtenaar (BOA). Het dierenwelzijnsbeleid gaat onderdeel uitmaken van het handhavingsbeleid. Waar handhaving door de gemeente niet mogelijk is, zullen de signalen worden doorgegeven aan de Inspectie Dierenbescherming en/of de politie.
Ambtelijke toetsing De aangepaste Dierenwelzijnsnota is ambtelijk getoetst en na een gesprek met de verantwoordelijke wethouder is een aantal beleidsuitgangspunten aangepast en/of komen te vervallen. Algemene opmerkingen ambtelijke organisatie 1. Ons eerder vastgesteld beleid omtrent 1. Tekst is aangepast zwerfdieren wordt niet in het document benoemd.
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
3
2.
3. 4.
5.
6.
Wettelijke taken van de Gemeente Hieronder staat: Vervoer van gevonden dieren. Het vervoer van gewonden dieren is geen wettelijke taak van de gemeente. We geven als gemeente geen subsidie aan de dierenambulances. De subsidie relaties met de Mikke en Iguana zijn sinds ons eerder vastgestelde beleid omtrent zwefdieren van toepassing. In 2005 heeft De Mikke een waarderingssubsidie ontvangen van € 678,-. Dit bedrag kwam ten laste van budget 6084 milieubeleid, op basis van subsidiebeleidsregel 31 "Milieuinformatie en educatie" Ik vraag me ook af of het handhaven al deel uit maakt van het takenpakket en of als dat niet het geval is, ze er ruimte voor hebben om dit kostenneutraal te doen.
2. Tekst is aangepast
3. Tekst m.b.t. dierenambulance is geschrapt 4. en 5. verouderde informatie geschrapt.
6. Handhaving Dierenwelzijn kan binnen bestaande budgetten. Er is geen sprake van extra taaktoedeling en uitvoering kan kostenneutraal.
Opmerkingen ambtelijke organisatie per beleidsuitgangspunt: Beleidsuitgangspunt 1: Het gaat om aanvullingen op de website. Dit kunnen we regelen voor relatief weinig inzet. Als deze nota vastgesteld zou worden zou het dierenwelzijnsbeleid voortaan vallen onder de portefeuille van de burgemeester. Beleidsuitgangspunt 2: De gegevens over hoe te handelen bij een weg gelopen dier kunnen we opnemen op de website. Afspraken over de omgang met zwerfdieren zijn al gemaakt. De tekst over zwerfdieren in deze nota komt niet overeen met eerder vastgesteld beleid. Beleidsuitgangspunt 3: De afspraken zijn al gemaakt met de organisaties. Ook hier weer de opmerking dat we geen subsidie relatie hebben met de dierenambulance. Beleidsuitgangspunt 5: Hondenbeleid dat acceptabel is voor alle inwoners is niet haalbaar. Er zullen altijd belangentegenstellingen blijven bestaan. Eerder is er al door andere collega’s aangegeven: Vergunningen: er is geen hondenbeleid, wel voor loslopende (ook gevaarlijke) honden. Juridische zaken: Dit kan niet. De rechtbank heeft recent geoordeeld dat in de APV geen dierenwelzijnaspecten geregeld kunnen worden omdat dit al uitputtend is geregeld in de Gezondheids- en welzijnswet (Gwwd). Zie: http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=BG1 703 Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
Beleidsuitgangspunt 1: Wij zien dit als een ondersteuning van het beleidsuitgangspunt en nemen kennis van de wisseling van bevoegdheden Beleidsuitgangspunt 2: Wij zien dit als een ondersteuning van het beleidsuitgangspunt. Tekst m.b.t. zwerfdieren is aangepast conform bestaand beleid. Beleidsuitgangspunt 3: Wij zien dit als een ondersteuning van het beleidsuitgangspunt. Tekst m.b.t. dierenambulance is geschrapt. Beleidsuitgangspunt 5: Zie aangepaste tekst.
4
Beleidsuitgangspunt 7: Deze tekst lijkt mij niet relevant. Medewerking verlenen ziet op verkoop/verhuur grond en planologische procedures. In de definitieve versie is beleidsuitgangspunt 7 vervangen door informatie over dierenmishandeling
Beleidsuitgangspunt 7: Dit beleiduitgangspunt is komen te vervallen. Doelstelling is reeds behaald. In de laatste versie gewijzigd
Beleidsuitgangspunt 8: In de APV is hierover niets opgenomen. Juridische zaken: Dit kan niet. Het college heeft geen discretionaire bevoegdheid ten aanzien van vergunningverlening voor bouwwerken. Er is door de wetgever dwingend voorgeschreven voor welke bouwwerken vergunning het college een vergunning mag eisen in welke gevallen het college vergunning moet (!) verlenen en moet (!) weigeren.
Beleidsuitgangspunt 8: Zie aangepaste tekst.
Beleidsuitgangspunt 9: Dit is geen gemeentelijk primaat, maar van de landelijke overheid. Wij adviseren de tekst betreffende dit onderdeel anders formuleren. Beleidsuitgangspunt 10: De tekst zal bij de eerste APV-wijziging worden aangepast in overleg met juridische zaken, handhaving en beleidsmedewerker dierenwelzijn. Er zal dan ook gekeken worden of het precies op deze manier overgenomen kan worden Beleidsuitgangspunt 12: “ondersteunt het werk van de dierenambulance” niet smart geformuleerd en we ondersteunen de dierenambulance nu niet financieel of anderszins. Deze formulering lijkt de deur te openen voor subsidiering, hetgeen tot toename van gemeentelijke lasten leidt. Beleidsuitgangspunt 15: In de 'stadscafe' is een ruim aanbod van biologische producten en vegetarisch eten verkrijgbaar, maar nog niet op recepties. Ook met het oog op de (meer)kosten. Beleidsuitgangspunt 16: Er is (vrijwel altijd) contact tussen de gemeente en de dierenwelzijnsorganisaties in dit soort gevallen. Neem bijvoorbeeld de ganzenoverlast in Pauwenburg. Er is toen ook contact geweest met de Mikke over hoe we hier het beste mee om konden gaan. Daarmee is dit staand beleid. We nemen echter niet altijd alle adviezen over. Als we dat wel zouden doen zou dit budgettaire consequenties kunnen hebben waar op dit moment in de begroting voor dierenwelzijn geen rekening mee gehouden is.
Beleidsuitgangspunt9: Tekst beleidsuitgangspunt is gelijk gebleven in de toelichting is een keurmerk vereiste opgenomen Beleidsuitgangspunt 10: Wij verwijzen hierbij nogmaals naar Art 2.8 en Art. 2.15.5/6 van de Wet Dieren
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
Beleidsuitgangspunt 12: Tekst is aangepast.
Beleidsuitgangspunt 15: In het kader van diversiteit en variatie kan e.e.a. kostenneutraal worden geregeld. Beleidsuitgangspunt 16: Uitgangspunt is het voeren van overleg met dierenwelzijnsorganisaties in die gevallen dat er overlastsituaties worden gemeld.
5
Aanvullingen en wijzigingen n.a.v. behandeling in adviesraad 3 december 2015 De inspraakreactie van mw. Kramer van de dierenbescherming en de inhoudelijke behandeling van de dierenwelzijnsnota in de adviesraad van 3 december heeft geleid tot een aantal aanpassingen. Zoals toegezegd zijn de literatuurlijst en de destijds ontbrekende bijlagen toegevoegd. Reacties CDA Naar aanleiding van het verzoek van het CDA een maximumtermijn te stellen aan de bewaarplicht wordt de termijn in beleidsuitgangspunt 4 gewijzigd door tussen de tekst tussen de haakjes te wijzigen in: (maximaal de wettelijke termijn ingevolge artikel 5:8 Burgerlijk Wetboek). Inspraakreactie Dierenbescherming Voor wat betreft het verzoek van de Dierenbescherming om extra beleidsuitgangspunten op te nemen het volgende. 1) Het opnemen van een verbod op het kappen van bomen tijdens het broedseizoen. Dit is voor het gemeentelijk beleid geregeld bij de toelichting op beleidsuitgangspunt 18. De toelichting maakt integraal onderdeel uit van de nota en bevat handreikingen voor de uitvoeringspraktijk. Door opname in de omgevingsvergunning kan dit worden geregeld. 2) Het chippen van katten en het beheersbaar maken van kattenpopulaties. In de eerdere versie van de Dierenwelzijnsnota was een apart beleidsuitgangspunt opgenomen over het chippen van katten en het beheersbaar maken van kattenpopulaties. I.v.m.
de financiële positie van de gemeente en de aanvraag van artikel 12 status kon dat uitgangspunt niet budgettair neutraal worden uitgevoerd. Er is gekozen om dit beleid te verwoorden in beleidsuitgangspunt 3. Dit dictum biedt het college de mogelijkheid hier beleid op te formuleren. De gemeentelijke website kan in de informatievoorziening aansluiten bij de acties die jaarlijks worden gehouden in de maand juni door het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren in het kader van www.chipjedier.nl. Het beheersbaar maken van kattenpopulaties kan mede worden gerealiseerd door goede voorlichting. 3) Vervoersregeling dieren in nood. Naar aanleiding van het verzoek van de dierenbescherming om het vervoer van dieren in nood eveneens in de nota op te nemen en hiervoor een kader te stellen door het formuleren van een beleidsuitgangspunt, komen wij tot de conclusie dat de zorgplicht afdoende is geregeld in artikel 1.4 van de Wet Dieren en artikel 2 van de Flora- en faunawet. Hiervoor hoeft geen apart beleidsuitgangspunt te worden opgenomen. Wel kan er in het kader van de voorlichtingsactiviteiten die aan deze nota zijn gekoppeld op de webpagina van de gemeente Vlissingen worden aangegeven hoe deze zorgplicht door de individuele burger kan worden ingevuld en hoe te handelen bij het aantreffen van een dier in nood.
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
6
Opbouw notitie Om het dierenwelzijnsbeleid zo concreet mogelijk te maken is de notitie opgebouwd aan de hand van 19 beleidsuitgangspunten. Beleidsuitgangspunt 1: De gemeente geeft voorlichting op haar website over het dierenbeleid en de verschillende instanties die zich bezighouden met dierenwelzijn en de opvang van dieren. De gemeente geeft tevens op haar website informatie over hoe te handelen bij een weggelopen huisdier (zowel voor vinders als eigenaars van deze dieren) De gemeente is verantwoordelijk voor de bescherming van dieren binnen haar grenzen. Het is daarom belangrijk dat zij een gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid formuleert. Op de website van de gemeente worden relevante gegevens vermeld waaronder: Meldpunt dierenmishandeling 144 Gegevens dierenambulance Informatie “Wat te doen bij vermiste huisdieren” Informatie “Wat te doen met een zwervend aangetroffen huisdier” Gegevens dierenasiel en opvangcentra Verder wordt aan relevante pagina’s informatie toegevoegd die het welzijn van dieren kan bevorderen, bijvoorbeeld: Verwijzing naar het Besluit houders van dieren Informatie sterilisatie en chippen van katten Verwijzing naar rijksinformatie “Verboden Souvenirs” De Nota Dierenwelzijn De gemeente geeft op haar website duidelijke informatie waar dierenmishandeling of verwaarlozing gemeld kan worden.
Na een melding wordt onderzocht of gehandhaafd moet worden. Indien mogelijk wordt het resultaat van een actie teruggekoppeld naar de melder. De gemeente is zich ervan bewust dat dierenmishandeling en -verwaarlozing vaak een teken is dat er in een gezin of bedrijf meer aan de hand is. De wijkagent en het wijkteam kunnen op dit punt samenwerken om de volledige situatie in beeld te krijgen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de portefeuillehouder dierenwelzijn.
Beleidsuitgangspunt 2: De gemeente is verantwoordelijk voor minimaal twee weken opvang en verzorging van zwervend aangetroffen gezelschapsdieren. De gemeente neemt ook verantwoordelijkheid voor de opvang van beschermde wilde dieren die door toedoen van de gemeente in nood raken. Gemeenten zijn op grond van de wet verplicht om zwervend aangetroffen dieren op te vangen en twee weken ten behoeve van een eventuele eigenaar te verzorgen (artikel 8 lid 3 Burgerlijk Wetboek). In de praktijk betekent dit dat een gemeente de dieren officieel overdraagt aan het asiel waar de dieren verblijven. De opvangplicht van de gemeente is niet beperkt tot honden en katten. Het gaat om alle gevonden gezelschapsdieren die vermoedelijk nog ergens een eigenaar hebben. Het is van belang dat de gevonden gezelschapsdieren zo snel mogelijk teruggaan naar de eigenaar. Collegebesluit: 27 september 2011:
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
7
Omdat de gemeente verantwoordelijk is voor de opvang van zwerfdieren is het van belang te weten wat zwerfdieren zijn. Onder zwerfdieren verstaan we dieren die een vermoedelijke eigenaar hebben of een eigenaar gehad hebben. Zwerfdieren zijn verdwaald, aan de eigenaar ontsnapt of door de eigenaar aan hun lot overgelaten. Het is aan een (opvang)organisatie om aan te tonen dat een dier (anders dan een kat of hond) een zwerfdier betreft. De opvang van wilde dieren is wettelijk gezien geen taak van de gemeente. Indien bij werkzaamheden van de gemeente beschermde wilde dieren in nood raken, bijvoorbeeld doordat hun winterslaap wordt verstoord, zal de gemeente ervoor zorgen dat deze dieren gepaste zorg krijgen en/of worden opgevangen tot het moment dat zij weer in de natuur kunnen worden uitgezet. Hieronder vallen bijvoorbeeld egels, amfibieën, vleermuizen en beschermde vogels.
Beleidsuitgangspunt 3: Om het probleem van zwerfdieren tegen te gaan en een goede opvang van honden en katten te realiseren, maakt de gemeente afspraken met het dierenasiel en/of de Stichting Scheldekat. De gemeente kan hiertoe met deze organisaties een subsidie- of inkooprelatie aangaan. De gemeente voert overleg over de opvang van weggelopen dieren met professionele organisaties als de dierenambulance, het dierenasiel en andere dierenopvangcentra. De gemeente Vlissingen heeft een subsidierelatie met het Walcherse dierenasiel. Het asiel vangt gevonden dieren op naast dieren die om uiteenlopende redenen daar gebracht worden door hun eigenaar. Het beleid van het dierenasiel Walcheren is erop gericht om zoveel mogelijk dieren te herplaatsen. Stichting Scheldekat bestrijdt het probleem van zwerfkattenpopulaties door het vangen, steriliseren en herplaatsen van zwerfkatten.
Beleidsuitgangspunt 4: De gemeente regelt het verwijderen van dode gezelschapsdieren uit de openbare ruimte, evenals het vervoer, de tijdelijke opslag (maximaal de wettelijke termijn ingevolge artikel 5:8 Burgerlijk Wetboek) en het ter destructie aanbieden van deze dieren. Daarnaast worden afspraken gemaakt met de Dierenbescherming, dierenambulance en de stichting Amivedi over het opsporen van eigenaren en de registratie van de opgehaalde dieren. De raad heeft op 15 februari 2010 de destructieverordening Vlissingen 2010 vastgesteld. In deze verordening is geregeld dat er een plek is aangewezen om dode huisdieren aan te bieden. Voor de gemeente Vlissingen is dat de milieustraat van de Zeeuwse reinigingsdienst (ZRD). De dieren die in de openbare ruimte worden gevonden en door de medewerkers van de gemeente Vlissingen worden opgehaald, worden gecontroleerd op het bezit van een chip om de eigenaar te achterhalen en na twee weken opslag geruimd.
Beleidsuitgangspunt 5: De gemeente hanteert, in overleg met de Dierenbeschermingsorganisaties en inwoners van de gemeente, hondenbeleid dat gericht is op het voorkomen van overlast en dat tevens bijdraagt aan het welzijn van honden.
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
8
De gemeente maakt hondenbeleid dat gericht is op het voorkomen van overlast en dat bijdraagt aan het welzijn van honden. Overlast door hondenpoep wordt bestreden met voldoende uitlaatplaatsen en plaatsen waar honden los kunnen lopen. Het opruimen van hondenpoep wordt gestimuleerd, door voorlichting, het plaatsen van automaten met hondenpoepzakjes en meer afvalbakken. De gemeente Vlissingen heeft haar hondenbeleid in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen. Bovendien is er beleid gevormd op het gebied van gevaarlijke en hinderlijke honden. (Beleid gevaarlijke en hinderlijke honden gemeente Vlissingen, 20-72000, zie bijlage 1).
Beleidsuitgangspunt 6: Hondenbelasting wordt onder andere besteed aan maatregelen voor honden zoals voldoende uitrengebieden en speelvelden, voorzieningen voor het bestrijden van overlast door onder andere het opruimen van hondenpoep, handhaving en voorlichtingsmateriaal. Daarbij geeft de gemeente een vrijstelling voor het betalen van hondenbelasting onder andere voor hulp- en geleidehonden en honden die in een asiel verblijven. Iedere gemeente heeft het wettelijke recht hondenbelasting te heffen. De gemeente kan deze inkomsten geheel ten goede laten komen aan het hondenbeleid, maar is dat niet wettelijk verplicht. Met de opbrengst van de hondenbelasting worden zo veel mogelijk voorzieningen voor honden waarbij rekening gehouden wordt met de geografische spreiding van de locaties van de speelvelden en het bestrijden of het opruimen van hondenpoep bekostigd. Te denken valt aan faciliteiten als borden, automaten me hondenpoepzakjes en afvalbakken. Deze kosten worden in de begroting zichtbaar gemaakt. De Gemeentewet noemt geen vrijstellingen speciaal voor de hondenbelasting. Gemeenten kunnen wel zelf vrijstellingen invoeren voor bepaalde groepen. Bijvoorbeeld voor hulp- en geleidehonden en honden die in een asiel verblijven.
Beleidsuitgangspunt 7: Dierenmishandeling en –verwaarlozing moet gesignaleerd en bestreden worden. De gemeente geeft op de website informatie over het melden van dierenmishandeling. De politie heeft hierin een handhavende taak. De gemeente geeft op haar website duidelijke informatie waar dierenmishandeling of verwaarlozing gemeld kan worden. Na een melding wordt onderzocht of gehandhaafd moet worden. Indien mogelijk wordt het resultaat van een actie teruggekoppeld naar de melder. De gemeente is zich ervan bewust dat dierenmishandeling en -verwaarlozing vaak een teken is dat er in een gezin of bedrijf meer aan de hand is. De wijkagent en het wijkteam kunnen op dit punt samenwerken om de volledige situatie in beeld te krijgen.
Beleidsuitgangspunt 8: De gemeente (in casu RUD) toetst milieuvergunningen voor schuilstallen voor hobbydieren aan het besluit Houders van Dieren en bouwvergunningen aan het Welstandsbeleid. Verwaarlozing en ernstige welzijnsproblemen van hobbydieren wordt aangepakt.
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
9
Het besluit Houders van Dieren regelt de materialen, maatvoering en diervriendelijkheid van schuilstallen voor hobbydieren, het Welstandsbeleid regelt eveneens materialen en maatvoering. In het kader van het Welstandsbeleid kunnen er ook eisen worden gesteld ten aanzien van beplanting rondom schuilstallen. In een te maken beleidsnotitie kunnen regels worden opgenomen waardoor schuilstallen worden toegestaan voor de huisvesting van hobbydieren. De gemeente geeft via haar website informatie waar serieuze welzijnsproblemen, verwaarlozing van hobbydieren en andere wantoestanden gemeld kunnen worden. Meldingen worden altijd serieus genomen. De gemeente probeert met de eigenaar in gesprek te komen en waar nodig wordt de politie ingeschakeld.
Beleidsuitgangspunt 9: De gemeente staat het oprichten en beheren van kinder- en stadsboerderijen en hertenkampen alleen toe indien men kan voldoen aan de wettelijke eisen van dierenwelzijn, liefst gewaarborgd door een SKBN keurmerk. Bij kinderboerderijen dient de nadruk te liggen op hun educatieve taak. De dieren dienen op een zo natuurlijk en ongestoord mogelijke manier te worden gehouden. Kinderboerderijen moeten minimaal voldoen aan eisen gesteld in wet- en regelgeving. Daarnaast kan de gemeente Welstandseisen stellen. Het beleid ten aanzien van de oprichting van kinder- en stadsboerderijen en hertenkampen bevat strikte voorwaarden om het dierenwelzijn zo goed mogelijk te waarborgen. De gemeente geeft de voorkeur aan Kinderboerderijen met het vSKBN keurmerk.
Beleidsuitgangspunt 10: De gemeente geeft geen vergunning af voor evenementen of traditioneel volksvermaak waarbij het dierenwelzijn aantoonbaar wordt geschaad. Voor het houden van evenementen met dieren is vrijwel altijd op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een vergunning van de gemeente nodig. De aanvraag voor een vergunning voor het houden van een evenement met dieren moet door de gemeente beoordeeld worden aan de hand van drie vragen: 1. Bestaat er gevaar voor de openbare orde, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden? 2. Bestaat er gevaar voor belemmeringen van het verkeer? 3. Bestaat er gevaar voor een onevenredige belasting van het woon- of leefklimaat in de omgeving van het evenement? Dierenwelzijn is geen aparte weigeringsgrond in de APV, waardoor gemeenten evenementen met dieren alleen kunnen weigeren op grond van veiligheid van personen en goederen of de openbare gezondheid. Beleidsuitgangspunt 11: De gemeente ziet het vervoer van zieke, gewonde en gevonden dieren, dus ook in het wild levende dieren, naar dierenarts en/of opvang niet als haar taak. In veel gemeenten zijn dierenambulances actief. Hun belangrijkste functie is het vervoeren van gewonde en zieke dieren naar de dierenarts. Een andere taak is het ophalen en onderbrengen van zwerfdieren.
De meeste dierenambulances hebben goede contacten met politie, brandweer, plaatselijke dierenartsen en verschillende opvangcentra.
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
10
Beleidsuitgangspunt 12: De gemeente geeft vanuit haar rol input aan de Veiligheidsregio Zeeland om in geval van een ramp of calamiteit binnen haar gemeentegrenzen maatregelen te nemen ten aanzien van dieren. De brandweer heeft de wettelijke taak om bij calamiteiten en rampen te zorgen voor het veilig stellen van mens en dier. Bij rampen wordt er gewerkt volgens een regionaal Zeeuws crisisplan van de Veiligheidsregio Zeeland. Belangrijk is dat in dit plan ook aandacht geschonken wordt aan dieren in geval van een ramp of een calamiteit. Het moet bij rampen vanzelfsprekend zijn dat ook geprobeerd wordt de dieren in veiligheid te brengen.
Beleidsuitgangspunt 13: De gemeente voorkomt d.m.v. bestemmingsplannen bio-industrie binnen haar grenzen. Er zijn in Nederland 450 miljoen landbouwhuisdieren per jaar. Landbouwhuisdieren zijn dieren die door mensen voor productiedoeleinden gehouden worden. Ruim 95% leeft in de bioindustrie. In deze bedrijfstak moeten dieren zo veel mogelijk vlees, eieren, melk of bont produceren op een zo klein mogelijke oppervlakte tegen zo laag mogelijke kosten. Voor het oprichten of uitbreiden van dergelijke bedrijven is een vergunning nodig van de gemeente. Naast landelijke regelgeving is een bestemmingsplan bepalend of intensieve veehouderij mogelijk is. In de bestemmingsplannen van de gemeente Vlissingen wordt de mogelijkheid voor intensieve veehouderij of bio- industrie niet opgenomen.
Beleidsuitgangspunt 14: De gemeente stimuleert de alternatieve veehouderij door zelf het goede voorbeeld te geven en in de kantines van de verschillende gemeentelijke diensten en afdelingen en bij recepties zoveel mogelijk scharrel- en biologische producten te gebruiken en te zorgen voor de aanwezigheid van vegetarisch voedsel. Via de meeste cateraars is een ruim aanbod van biologische producten en vegetarische alternatieven verkrijgbaar.
Beleidsuitgangspunt 15: De gemeente onderzoekt in overleg met dierenwelzijnsorganisaties zoals de Dierenbescherming eerst alternatieve oplossingen, alvorens over te gaan tot het vangen en/of doden van dieren die overlast geven of schade zoals verkeersongevallen veroorzaken. Schade door in de natuur levende dieren wordt in principe op diervriendelijke wijze tegengegaan. De gemeente onderzoekt eerst alle alternatieve oplossingen, alvorens tot het vangen en/of doden van dieren over te gaan. Te denken valt aan het aanbieden van alternatieve foerageergebieden of het afschrikken c.q. verjagen van dieren. In steden, parken en woonwijken kunnen groepen dieren leven waarvan overlast wordt ervaren. Vaak kunnen de dieren bijv. duiven, ganzen of kippen, zich goed handhaven op een plaats, omdat er voldoende voedsel en schuilgelegenheid is en ze vaak bijgevoerd worden. De dieren planten zich voort en op een gegeven moment wordt de aanwezigheid van de dieren als overlast ervaren door bijvoorbeeld uitwerpselen, geluidsoverlast of verkeersgevaar. De gemeenten zijn medeverantwoordelijk voor dieren die binnen de gemeentegrenzen leven. Vaak worden gemeenten als eerste geconfronteerd met klachten over overlast door dieren. De bevolking verwacht dat de gemeente iets tegen de (vermeende) overlast doet.
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
11
Voor de bestrijding van overlast door dieren is het voorkomen van het probleem uiteraard altijd de beste oplossing. Preventieve maatregelen liggen veelal op het vlak van voedselbeschikbaarheid en diervriendelijke geboortebeperking. De gemeente kan als wegbeheerder maatregelen nemen voor de regulering van het verkeer. Dit is geregeld in de Wegenverkeerswet (WVW). Bij een verkeersbesluit moet het doel aangegeven worden dat met het besluit beoogd wordt. Het beschermen van dieren die door het verkeer worden bedreigd, vormt een belang dat valt onder de bredere omschrijving ‘het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade’.
Beleidsuitgangspunt 16: Politie en toezichthouders houden toezicht op de visserijwetgeving en, indien nodig, treden zij als opsporingsambtenaren verbaliserend op. De gemeente maakt afspraken met hengelsportverenigingen en houders van visrechten over hun verantwoordelijkheid in het kader van dierenwelzijn bij het uitzetten van vis ten behoeve van de hengelsport. Met betrekking tot de hengelsport kunnen tegenstrijdige belangen een rol spelen wanneer het aankomt op het dierenwelzijn. Dierenwelzijnsorganisaties stellen dat sportvissen in strijd is met het dierenwelzijn. Daartegenover staat het belang van het verenigingsleven. De beroepsvisserij is van groot belang voor Vlissingen. Het is duidelijk dat de belangen van deze beroepsgroep zeer zwaar wegen. Indien vissen worden uitgezet ten behoeve van de hengelsport, is de persoon of organisatie die de vissen uitzet verantwoordelijk voor het gezond houden van de populatie en het ruimen van dode vissen in geval van vissterfte. Hierover maakt de gemeente afspraken met de houders van de visrechten. Beleidsuitgangspunt 17: De gemeente maakt geen gebruik van gif ter bestrijding van ongewenste kruidengroei. Tevens geeft zij prioriteit aan natuurontwikkeling door bijvoorbeeld de aanleg van bloemrijke bermen, plaatsing van nestkasten, stimulering van geveltuintjes, of buurtnatuurprojecten op scholen.
Dieren zoeken vaak beschutting in het groen. Door minder te maaien worden kosten bespaard en wordt het dierenwelzijn bevorderd. Als beheerder van parken, plantsoenen en overig openbaar groen kan een gemeente ook allerlei maatregelen nemen ter bescherming van de dieren die in deze gebieden leven.
Beleidsuitgangspunt 18: In een plan (natuurontwikkelingsplan, groenstructuurplan e.d.) legt de gemeente haar integrale visie voor de langere termijn voor het openbaar groen vast. Het beheer van het gemeentelijk groen kan worden afgestemd op natuurontwikkeling en op de bescherming van de dieren en hun leefgebieden.
Beleidsuitgangspunt 19: De gemeente werkt aan de vorming van een ecologische infrastructuur ter bescherming van dieren en beheert de zones en gebieden ecologisch. Gemeenten kunnen werken aan de vorming van een ecologische infrastructuur tussen de terreinen die uit natuuroogpunt waardevol zijn. Verbindingszones zijn onmisbaar voor de natuur in het stedelijk gebied. Dieren kunnen zich daarlangs verplaatsen naar andere Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
12
gebieden. Dit hoeven geen grote gebieden te zijn, te denken valt aan lintvormige beplantingen, niet gemaaide oeverkanten voor kleine dieren, het laten groeien van bloemen in de bermen.
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
13
Bijlagen Nota Dierenwelzijnsbeleid
Bijlage(n): 1. Nota Dierenwelzijnsbeleid Vlissingen 2003 2. Beleid gevaarlijke en hinderlijke honden gemeente Vlissingen 20-7-2000 3. Inspraaknota 4. Beleidsregel inzake het houden van hinderlijke of schadelijke dieren 5. Folder Honden in de gemeente Vlissingen 6. Overzicht subsidies en facturen Dierenwelzijn 2009 t/m 2015 7. Overzicht Hondenrenvelden. 8. Overzicht geraadpleegde literatuur en informatie.
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
14
Bijlage 8 bij Dierenwelzijnsnota 2016 Dierenwelzijnsnota geraadpleegde literatuur: -
-
Aanbevelingen voor een gemeentelijk welzijnsbeleid voor dieren. A. den Uyl (samenst./red.) en J. Dobbe et al (red.), Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, Den Haaf, 1993 De gemeente bestuurlijk verkend. K.J. Lok. Uitgeverij LEMMA, Utrecht 2002 De gemeente. Instituut voor publiek en politiek. Amsterdam, 2003 Dierenwelzijn in de gemeente; het juridisch kader. A.J. h. Smallenbroek en E.C.M. Smits (samenst./red.) SGBO, Onderzoeks-en adviesbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, i.o.v. Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, Den Haag, 2003 Eén jaar Flora- en Faunawet, een kritische rapportage. Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, Den Haag 2003 Een leven lang goed gezelschap; empirisch onderzoek naar de betekenis van gezelschapsdieren voor de kwaliteit van leven van ouderen. J.M.P. Enders-Slegers, Universiteit Utrecht, 2000 Handboek Zwerfkatten- en kittenopvang. R. Hameleers, Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, Den Haag, 2003 Hondenbeten in kaart gebracht; ernst, omvang en toedrachten. M. Schellart, M. en P.C. den Hertog, Stichting Consument en Veligheid, Amsterdam, 1998 Organisatie van gemeenten en provincies. H. Dijkgraaf, Uitgeverij LEMMA, Utrecht 2002 Tien jaar Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Voorgeschiedenis, ontwikkeling en huidige stand van zaken).
Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren 2003 Besluit van 28 november 2000, houdende aanwijzing van dier- en plantensoorten ingevolge de Flora- en faunawet Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 4 november 2004, nr. TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van Rode lijsten flora en fauna muurhagedissen of muurplanten. Besluit van 28 november 2000, houdende regels voor beheer en de bestrijding van schade aangericht door dieren. Wet van 25 mei 1998, houdende nieuwe regelen ter bescherming van natuur en landschap. Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. (www.minlnv.nl/natura2000) Wet van 20 oktober 2006, houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening. Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Besluit van 21 april 2008 tot uitvoering van de Wet ruimtelijke ordening (Besluit ruimtelijke ordening) Besluit van 25 april 2008, houdende wijzigingen van een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoering van de Wet ruimtelijke ordening. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren http://www.licg.nl/7x/home.html
Initiatief raadsvoorstel Dierenwelzijnsnota Vlissingen
15