5.2 rvs Onteigeningsbeschikking JCV bijlage 1 nota
Tekst van het document
Nota beoordeling en besluitvorming zienswijzen Landbouwontsluitingsweg Justitieel Complex Vlissingen’
ontwerp
onteigeningsbeschikking
‘Onteigeningsplan
1. Inleiding
Op grond van artikel 16.33.b van de Omgevingswet en afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht heeft het ontwerp van de onteigeningsbeschikking gedurende 6 weken (5 februari 2025 t/m/ 19 maart 2025) voor een ieder ter inzage gelegen met de mogelijkheid voor belanghebbenden zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Gedurende genoemde termijn is één zienswijze binnen de gestelde termijn ingekomen. In onderstaande tabel is de zienswijze beknopt weergegeven met de beoordeling en het besluit. De onteigeningsbeschikking moet bekend worden gemaakt door toezending daarvan aan de belanghebbenden alsmede aan degene die een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerp. Van het besluit tot het afgeven van de onteigeningsbeschikking dient kennis te worden gegeven in het Gemeenteblad en het besluit dient vervolgens ter inzage te worden gelegd. Vervolgens moet de onteigeningsbeschikking door de bestuursrechter worden bekrachtigd. Hiertoe dient een verzoek te worden ingediend binnen 6 weken vanaf de dag dat de beschikking ter inzage is gelegd en daarvan kennis is gegeven.
2. Inhoud en beoordeling zienswijzen
INHOUD ZIENSWIJZE
BEOORDELING ZIENSWIJZE
VOORSTEL BESLUIT
A. Indiener neemt hier een onjuist standpunt in. Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 30 januari 2025 was niet de onteigeningsbeschikking het onderwerp wat besproken werd, maar de inzet van het onteigeningsinstrument an sich. In tegenstelling tot hetgeen indiener stelt, heeft de gemeenteraad in haar vergadering van 30 januari 2025 geen besluit tot onteigening genomen. In de Nota grondbeleid van de gemeente is opgenomen dat, voordat het instrument onteigening wordt ingezet, eerst aan de gemeenteraad verzocht moet worden of het instrument
A. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de onteigeningsbeschikkin g.
1. de heer A.L.P. de Bakker van De Bakker rentmeesters & taxateurs namens de heer B. Xhoxhaj De heer B. Xhoxhaj is eigenaar van het perceel grond, kadastraal bekend als gemeente Vlissingen, sectie K, nummer 1200, gedeeltelijk, groot 566 m², welk perceel in de ontwerp onteigeningsbeschikking is opgenomen. A. Indiener stelt dat de Raad in haar vergadering van 30 januari 2025 het besluit tot onteigening heeft genomen en dat de zienswijzen zijn ingediend omtrent de voorgenomen (ontwerp) onteigeningsbeschikking. Het perceel is onderdeel van het (volks)tuinencomplex “Deinsvliet” en de eigenaar heeft al veel
1
geïnvesteerd om het complex te reconstrueren naar een modern volkstuinencomplex.
onteigening ingezet mag worden. Wanneer de gemeenteraad daartoe besluit, staat het vrij het instrument onteigening in te zetten en mag een ontwerp onteigeningsbeschikking opgesteld worden en in procedure worden gebracht. Dat is ook gebeurd. Via de verwerver van de gemeente zijn voorafgaand aan het besluit van 30 januari 2025 indiener van de zienswijze en de eigenaar op de hoogte gebracht van zowel de commissievergadering als de raadsvergadering. Tevens begrijpen wij uit hetgeen tijdens de commissievergadering is besproken door de commissieleden, dat de eigenaar vooraf benaderd is door een van de gemeenteraadsleden voor meer informatie. Dit heeft eigenaar en indiener van de zienswijze er echter niet toe aangezet om bij de commissievergadering of de raadsvergadering aanwezig te zijn. Het standpunt van indiener dat de eigenaar het recht is ontnomen om zijn visie te geven delen we niet. Tijdens de daadwerkelijke behandeling van de onteigeningsbeschikking in de commissie en de gemeenteraad zal er de mogelijkheid voor indiener van de zienswijze en de eigenaar zijn om (mondeling) hun zienswijzen naar voren te brengen.
B. Indiener geeft een overzicht aan van de tussen de eigenaar en het Rijksvastgoedbedrijf, tussen de eigenaar en de gemeente en nadien tussen de indiener, eigenaar en de gemeente gevoerde gesprekken. Na de gesprekken met het Rijksvastgoedbedrijf is er blijkbaar geen haast omdat de gemeente een jaar wacht met het vervolg van het voeren van de gesprekken. Indiener stelt dat na de vaststelling van het bestemmingsplan er 2 contactmomenten zijn geweest met het Rijksvastgoedbedrijf omtrent de minnelijke verwerving en meerdere contactmomenten met de gemeente, waarvan 2 met de door eigenaar ingeschakelde deskundige, alvorens op 30 januari 2025 de Raad het besluit tot onteigening neemt en concludeert daaruit dat de onteigeningskaart te snel is getrokken. Zeker omdat daarna ook geen gesprekken meer hebben plaatsgevonden. Hij heeft begin december verzocht om het besluit van de raad tot het nemen van een ontwerponteigeningsbesluit te verdagen en eerst tot overeenstemming te komen.
B. In de zienswijze wordt een overzicht gegeven van de gevoerde gesprekken. In tegenstelling tot hetgeen indiener stelt zijn er meerdere biedingen gedaan, 1 van het Rijksvastgoedbedrijf en 2 van de zijde van de gemeente. Het overzicht is voorts niet compleet, want zo ontbreekt bijvoorbeeld ook het aanbod van de gemeente voor vervangende grond. Naast de weergegeven gesprekken is er ook diverse malen telefonisch en e-mailcontact geweest tussen verwerver en eigenaar en indiener van de zienswijze en ook na het besluit op 30 januari 2025 zijn de contacten en het overleg voortgezet om te komen tot een minnelijke oplossing. Gedurende de onderhandelingen tussen de gemeente en de eigenaar is er vanuit de zijde van de gemeente bij de eigenaar op aangedrongen om een deskundige in de arm te nemen doch daar is hij in eerste instantie niet op ingegaan. Pas bijna 5 maanden na het eerste contact met de gemeente is indiener als deskundige betrokken geraakt. De gemeente kan zich niet in het standpunt vinden van indiener dat slechts sprake kan zijn van onderhandelingen als er een deskundige is aangesloten. Het is een keus geweest van de eigenaar om pas later in het proces een deskundige in te schakelen, maar dat brengt niet met zich dat er geen gesprekken omtrent minnelijke verwerving hebben plaats gevonden.
Voordat er met de deskundige is gesproken, zijn er reeds 3 gesprekken en meerdere contactmomenten met de eigenaar geweest. De volledige schadeloosstelling die de gemeente vanuit haar hoedanigheid als overheid kan en mag bieden, ligt niet in lijn met de schadeloosstelling die de eigenaar van de gronden wenst te ontvangen. Gelet op het feit dat de eerste contacten over aankoop reeds begin 2023 zijn gelegd en de standpunten over de waarde van de te verwerven gronden en schadeloosstelling nog steeds ver uit elkaar liggen, zijn wij van mening dat het instrument onteigening niet te snel wordt ingezet. Zeker gezien de urgentie vanuit het project JCV waarbij het project 2
B. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de onteigeningsbeschikkin g.
eind 2029 gereed moet zijn. De infrastructuur moet voor die tijd gereed zijn. Met de aanleg van de landbouwontsluitingsweg is reeds in januari 2025 begonnen, maar deze kan niet worden afgerond, doordat niet alle gronden in eigendom zijn. Aan het verzoek van indiener om het onteigeningsbesluit te verdagen en eerst tot overeenstemming te komen, komt het college vanuit deze urgentie niet tegemoet. Dat is ook niet nodig. Zowel indiener als gemeente weten dat, ondanks dat een proces tot onteigening gestart wordt, het minnelijke overleg kan en moet blijven doorlopen met als doel toch tot overeenstemming te komen. Daarom ziet de gemeente niet in dat het proces tot onteigening verdaagd moet worden om tot overeenstemming te komen. Beide processen kunnen naast elkaar lopen. C. Indiener is van mening dat er onvoldoende is onderhandeld en dat er maar één aanbod is gedaan dat niet meer is herzien. Indiener stelt dat de eigenaar van mening is en was dat er voldoende tijd is om tot overeenstemming te komen.
C. De gemeente kan zich niet vinden in de stellingname dat er onvoldoende onderhandeld zou zijn en ziet de brief van indiener als een verzoek tot verder onderhandelen. Hetgeen overigens ook de bedoeling is in een onteigeningsprocedure. Het nemen van een onteigeningsbeschikking betekent niet dat onderhandelingen tot een einde zijn gekomen. De gemeente zal ook na het nemen van de onteigeningsbeschikking proberen om de gronden minnelijk te verwerven. Na ontvangst van de zienswijze zijn er nog nieuwe gesprek(ken) geweest en is vanuit de gemeente ook (opnieuw) het aanbod gedaan voor ruilgrond. Met het aangedragen gegeven door indiener van de zienswijze dat er voldoende tijd is om tot overeenstemming te komen, zijn wij het oneens. Zoals onder 2 aangegeven is er wel degelijk een urgentie.
3. Conclusie Op grond van het vorenstaande wordt voorgesteld te besluiten: 1. de zienswijze ontvankelijk te verklaren; 2. niet tegemoet te komen aan de zienswijze overeenkomstig de beoordeling.
3
C. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de onteigeningsbeschikkin g.