CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.17 rvs Reactie op art 12 rapport 2020 bijlage 1 art 12 rapport

Raadsvergadering 9 december 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Reactie artikel 12 rapport 202051.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

De zorgkosten vertonen al een aantal jaar een stijgende lijn. Dat de zorgkosten in 2020 weer hoger zijn dan in 2019 kan volgens de Inkooporganisatie Jeugdhulp voor het grootste deel worden verklaard door de indexatie van de tarieven t.o.v. 2019 met gemiddeld 4,5%. Daarnaast is een deel veroorzaakt door meerkosten Corona en de instandhoudingsbijdrage voor Intervence. C.52) Welzijnsaccommodaties correctie aframing panden Dit betreft een correctie van circa € 40.000 per jaar m.b.t. welzijnsaccommodaties die in 2018 zijn afgestoten. Het meerjarig aframen van de exploitatiebudgetten was daarbij niet correct verwerkt, waardoor er op de oude panden ten onrechte nog een baat begroot stond. C.53) Wet Inburgering Nieuwkomers Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering Nieuwkomers in. In de nieuwe wet krijgt de gemeente de regie op de uitvoering van de inburgering. Deze nieuwe taak wordt gepositioneerd als een integraal onderdeel van het sociaal domein, inclusief de Participatiewet. Hiermee worden de mogelijkheden voor het inrichten van een duaal traject van inburgeren én leren/werken vergroot. Omdat de nieuwe wet 6 maanden later inwerking treedt dan oorspronkelijk gepland was, wordt een overgangsregeling toegepast.

Hierin zijn de gemeenten verplicht om extra ondersteuning te bieden aan de huidige groep inburgeraars die niet onder de nieuwe wet vallen en nog niet kunnen profiteren van de verbeteringen van het nieuwe stelsel. Het hiervoor benodigd budget is € 342.700. Hiervoor was reeds eerder via een budgetoverheveling € 274.700 goedgekeurd (zie ook post C.22). Hierdoor resteert een bedrag van € 68.000, dat gedekt wordt via extra gelden in de meicirculaire 2020. C.54) Dak en thuisloosheid 2021 Het voorkomen en terugdringen van dak- en thuisloosheid is landelijk aangemerkt als een maatschappelijk vraagstuk met een hoge urgentie. Dak- en thuisloosheid betekent een forse aanslag op de kwaliteit van leven van de mensen die het treft én brengt grote maatschappelijke kosten met zich mee. Met het indienen van het plan van aanpak (september 2020) en de toekenning van de eenmalige decentralisatie-uitkering (via de decembercirculaire 2020) heeft ook de regio Zeeland (via centrumgemeente Vlissingen) zich verbonden aan deze opgave, waaronder het creëren van extra woonplekken. De maatregelen die genomen worden in het kader van het voorkomen en terugdringen van dak- en thuisloosheid moeten in ieder geval passen binnen het beschikbare budget van ruim € 2,6 miljoen. Daarnaast dienen de maatregelen een bijdrage te leveren aan de

74

transformatie van de opvang waardoor de maatregelen effectiever worden en na verloop van tijd de uitgaven voor de opvang structureel op een lager niveau komen. C.55) Cliëntparticipatie BW In de regio Zeeland zijn geen afspraken over de inzet van cliëntparticipatie beschermd wonen bij de totstandkoming van beleid en de vergoeding daarvan. Momenteel wordt incidenteel en op vrijwillige basis cliëntparticipatie ingezet. Het risico daarbij is dat het beleid onvoldoende aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van inwoners. De indruk kan ontstaan dat de inzet en deskundigheid van cliënten en hun vertegenwoordigers niet voldoende wordt erkend. Door een budget van € 10.000 voor de vergoeding van cliëntparticipatie beschikbaar te stellen, wordt de inzet van cliëntparticipatie bij de totstandkoming van regionaal beleid geborgd. C.56) Bestuurlijke fusie Jeugdbescherming West en Intervence Om een oplossing te zoeken voor de structureel verliesgevende financiële situatie van gecertificeerde instellingen Intervence heeft een scenario-onderzoek plaats gevonden. Uit dit onderzoek blijkt dat Intervence niet zelfstandig de activiteiten kan blijven uitvoeren. Op grond van deze uitkomsten heeft de Bestuurscommissie jeugdhulp besloten het contract van Intervence niet te verlengen. Voor 2021 is een overgangscontract aangegaan.

Vanaf 2022 is er een bestuurlijke fusie tussen Jeugdbescherming West en Intervence. Deze fusie brengt extra lasten met zich mee voor Vlissingen. Eenmalig € 566.313 in 2021 voor frictiekosten, transitiekosten, een risicobuffer en harmonisatie tarieven. Deze eenmalige kosten dienen gedekt te worden met uit de eenmalige extra tekortcompensatie van € 1.872.000 voor acute jeugdzorg die Vlissingen over 2021 heeft ontvangen (meicirculaire 2021, post 3.2.22 Eerste Berap 2021). Daarnaast zijn er met ingang van 2022 extra structurele lasten van € 177.530 per jaar voor een omzetgarantie van totaal 7 miljoen en stijging lasten vrijwillig kader. Overigens blijkt uit de stukken dat er een risico op claims is. Dat risico is er omdat eventueel niet op de juiste manier is aanbesteed en er claims kunnen komen van andere aanbieders. Binnen artikel 12 is het niet toegestaan dat risico’s worden verhoogd. Vlissingen heeft door vrijwillige transparantie vooraf het aanbestedingsrisico wel fors beperkt, is de inschatting. D) Resterende taakstelling sociaal domein en werk & inkomen In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de door Vlissingen te nemen maatregelen om het tekort op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen te saneren. Aan een deel van deze maatregelen is een concreet te realiseren taakstelling gekoppeld.

Deze taakstelling is hoger dan de door Vlissingen in de Programmabegroting 2021 opgenomen bedragen. De bedragen door Vlissingen opgenomen zijn dan ook gecorrigeerd (zie ook tabel 5.2, post B13). Hier zijn vervolgens de bedragen van de resterende taakstelling uit hoofdstuk 4 opgenomen. Voor onderbouwing van de bedragen zie hoofdstuk 4. Het bedrag 2020 is gerealiseerd in de Tweede bestuursrapportage 2020 en via de Jaarrekening 2020 en is dan ook verwerkt via de posten A.5 en A.6. E) Inbreng reserves Voor mogelijke inzet van reserves komt alleen de bestemmingsreserve Centrumtaken in aanmerking. In paragraaf 3.4 is onderbouwd dat de inspecteur van mening is dat een deel van deze reserve ingezet kan worden voor tekorten op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen als geheel. Gezien de ontwikkeling van het tekort sociaal domein en werk & inkomen wordt geadviseerd deze reserve voor 2020 niet in te zetten voor sanering van de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. F) Inbreng saldo jaarrekening Bekeken is of (een deel) van het door Vlissingen gepresenteerde saldo exclusief sociaal domein en werk & inkomen van de Jaarrekening 2020 ingezet kan worden voor de tekorten sociaal domein en werk & inkomen.

75

Het saldo van de Jaarrekening 2020 bestaat voor een groot deel uit de aanvullende uitkering voor de sanering van de in 2019 als gevolg van sociaal domein en werk & inkomen ontstane negatieve algemene reserve op grond van de beschikking van de fondsbeheerders van 4 februari 2021 en het positieve effect van de eerste herziening 2021 van de grondexploitaties. Geadviseerd wordt daarom het saldo van de Jaarrekening 2020 niet (gedeeltelijk) in te zetten voor de sanering van het in dit inspectierapport berekende tekort sociaal domein en werk & inkomen 2020. Voorwaarde daarvoor is dat het saldo van de Jaarrekening 2020 geheel ingezet wordt voor: 1. De sanering van dat deel van de algemene reserve dat als gevolg van de tekorten 2019 op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen negatief is geworden, en voor; 2. De sanering van dat deel van de algemene reserve dat als gevolg van de grondexploitaties negatief is geworden. Zie hiervoor ook paragraaf 3.2.

5.5

Aanvullende uitkering en bijzondere voorschriften Voorgestelde aanvullende uitkering Op basis van het bovenstaand berekende relevante begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen wordt voorgesteld Vlissingen een aanvullende uitkering voor het jaar 2020 te verlenen van € 5.265.000. Indien de fondsbeheerders van het gemeentefonds dit advies geheel of gedeeltelijk overnemen betreft het een extra aanvullende uitkering bovenop de aanvullende uitkering van € 7.000.000 over 2020 zoals door de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 besloten naar aanleiding van het inspectierapport 2017-2018. Bijzondere voorschriften Bijzondere voorschriften hebben tot doel beïnvloedbare bijzondere omstandigheden in de artikel 12-gemeente bij te sturen, zodat de financiële problematiek wordt verkleind. Daartoe worden in dit rapport 4 bijzondere voorschriften voorgesteld. Deze worden onderstaand opgesomd. 1) De extra aanvullende uitkering uit het gemeentefonds over 2020 dient geheel te worden gebruikt voor de sanering van de tekorten op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen over 2020.

2) Vlissingen dient de begroting en meerjarenraming over de periode 2021-2023 op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen via saneringsvoorstellen zodanig aan te passen zodat de tekorten sociaal domein en werk & inkomen worden gereduceerd, in die jaren meer wordt toegegroeid naar het niveau van de ontvangsten op dit vlak en Vlissingen weer op eigen benen kan staan. 3) Het saldo exclusief sociaal domein en werk & inkomen van de Jaarrekening 2020 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van dat deel van de algemene reserve dat als gevolg van de grondexploitaties negatief is geworden. 4) Conform bijzonder voorschrift 3 uit de beschikking van de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 wordt vanaf 2023 een actualisatieonderzoek uitgevoerd. Dat betekent dat vanaf 2023 alle clusters uit het gemeentefonds weer onderwerp van artikel 12-onderzoek zijn en dat het onderzoek naar alleen de clusters op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen stopt.

5.6

Conclusie Het begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen 2020 is vastgesteld op - € 5,264 miljoen negatief (tabel 5.1). Dit is bepaald aan de hand van:

76

1. De geboekte baten en lasten op de taakvelden van de gemeentefondsclusters Inkomen en participatie (taakvelden 6.3, 6.4 en 6.5), Samenkracht en burgerparticipatie (taakvelden 6.1 en 6.2), Jeugd (taakvelden 6.72 en 6.82) en Maatschappelijke ondersteuning (taakvelden 6.6, 6.71 en 6.81). 2. De uitkering uit het gemeentefonds (taakveld 0.7) op basis van de septembercirculaire 2019 voor de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning. Dit betreft de algemene uitkering + de decentralisatie-uitkeringen + de integratie-uitkeringen. 3. De overhead (taakveld 0.4) die wordt toegerekend naar rato van de geraamde directe loonkosten (categorie 1.1. Lonen en salarissen). 4. De mutaties (algemene uitkering + decentralisatie-uitkeringen + integratieuitkeringen) op de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning in de gemeentefondscirculaires 2019 en 2020. 5. De mutaties op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen in de begrotingsdocumenten 2020 van Vlissingen (Begrotingswijzigingen, Eerste bestuursrapportage, Tweede bestuursrapportage en Jaarrekening). Op dit begrotingssaldo zijn door de inspecteur met name beleidsmatige correcties uitgevoerd.

Bij deze beleidsmatige correcties gaat het om het zuiveren van onaanvaardbare beleidsintensiveringen, met name het schonen voor nieuw beleid. Hieronder wordt verstaan iedere verhoging van uitgaven ten opzichte van de laatst goedgekeurde primitieve begroting, inclusief gelijktijdig meegenomen wijzigingen. Deze verhogingen van de uitgaven dienen door Vlissingen via het O&O-criterium (Onvermijdelijk en Onuitstelbaar) onderbouwd te worden. Na deze correcties resteert het geaccepteerd begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen 2020 van € 20,944 miljoen positief (tabel 5.2). Voor de berekening van het relevante begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen wordt uitgegaan van het geaccepteerd saldo. Hierop worden wijzigingen aangebracht als gevolg van de voorstellen die in het Tripartite overleg (TPO) tussen gemeente, provincie wen de inspecteur zijn besproken voorafgaand aan de vaststelling door de gemeenteraad van Vlissingen. De voorstellen worden daarbij getoetst op het O&O-criterium, de financiële gevolgen en de dekking daarvan. Na verwerking van de via O&O door de provincie en de inspecteur geaccordeerde posten ontstaat het zogenaamde aanvaardbaar begrotingssaldo. Na verwerking van eventuele inzet van reserves en mogelijke inbreng van het saldo van de jaarrekening ontstaat het relevante saldo.

Voor 2020 wordt dit relevante begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen vastgesteld op - € 5,265 miljoen negatief (tabel 5.3). Op basis van het dit relevante begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen wordt voorgesteld Vlissingen een aanvullende uitkering voor het jaar 2020 te verlenen van € 5.265.000. Indien de fondsbeheerders van het gemeentefonds dit advies geheel of gedeeltelijk overnemen betreft het een extra aanvullende uitkering bovenop de aanvullende uitkering van € 7.000.000 over 2020 zoals door de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 besloten naar aanleiding van het inspectierapport 2017-2018. Vergezeld van dit voorstel voor een (extra) aanvullende uitkering worden vier bijzondere voorschriften voorgesteld: 1. De extra aanvullende uitkering uit het gemeentefonds over 2020 dient geheel te worden gebruikt voor de sanering van de tekorten op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen over 2020. 2. Vlissingen dient de begroting en meerjarenraming over de periode 2021-2023 op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen via saneringsvoorstellen zodanig aan te passen zodat de tekorten sociaal domein en werk & inkomen worden gereduceerd, in die jaren meer wordt toegegroeid naar het niveau van de ontvangsten op dit vlak en Vlissingen weer op eigen benen kan staan.

77

3. Het saldo exclusief sociaal domein en werk & inkomen van de Jaarrekening 2020 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van dat deel van de algemene reserve dat als gevolg van de grondexploitaties negatief is geworden. 4. Conform bijzonder voorschrift 3 uit de beschikking van de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 wordt vanaf 2023 een actualisatieonderzoek uitgevoerd. Dat betekent dat vanaf 2023 alle clusters uit het gemeentefonds weer onderwerp van artikel 12onderzoek zijn en dat het onderzoek naar alleen de clusters op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen stopt.

78

6

Conclusie en advies

De gemeente Vlissingen heeft voor het jaar 2020 voor de zesde achtereenvolgende keer de artikel 12-status. Vlissingen voldoet aan de eisen voor toelating tot artikel 12. Op basis van het in het rapport gestelde wordt voorgesteld aan Vlissingen voor het jaar 2020 een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds te verstrekken van C 5.265.000. Indien de fondsbeheerders van het gemeentefonds dit advies geheel of gedeeltelijk overnemen betreft het een extra aanvullende uitkering bovenop de aanvullende uitkering van € 7.000.000 over 2020 zoals door de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 besloten naar aanleiding van het inspectierapport 2017-2018. Verder wordt voorgesteld aan de te verlenen aanvullende uitkering de volgende bijzondere voorschriften te verbinden: 1. De extra aanvullende uitkering uit het gemeentefonds over 2020 dient geheel te worden gebruikt voor de sanering van de tekorten op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen over 2020. 2.

Vlissingen dient de begroting en meerjarenraming over de periode 2021-2023 op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen via saneringsvoorstellen zodanig aan te passen zodat de tekorten sociaal domein en werk & inkomen worden gereduceerd, in die jaren meer wordt toegegroeid naar het niveau van de ontvangsten op dit vlak en Vlissingen weer op eigen benen kan staan.

3.

Het saldo exclusief sociaal domein en werk & inkomen van de Jaarrekening 2020 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van dat deel van de algemene reserve dat als gevolg van de grondexploitaties negatief is geworden.

4.

Conform bijzonder voorschrift 3 uit de beschikking van de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 wordt vanaf 2023 een actualisatieonderzoek uitgevoerd. Dat betekent dat vanaf 2023 alle clusters uit het gemeentefonds weer onderwerp van artikel 12onderzoek zijn en dat het onderzoek naar alleen de clusters op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen stopt.

Den Haag, 22 september 2021 De inspecteur van de afdeling Regelgeving, Toezicht en Monitoring,

A. Nopp

Gezien en akkoord, Het hoofd van de afdeling Regelgeving, Toezicht en Monitoring,

M. de Graaf 79

Bijlage 1.1: Volumina maatstaven en uitkering gemeentefonds Vlissingen en de selectiegroep 2020 6 Verdeelmaatstaf

Gemiddelde Selectiegroep

Volumina

OZB (w oning eigenaar)

GF per inwoner

GF

Belang

Volumina

GF per inwoner

GF

-3.261.147

-69

-3,8%

2.873.600.000

-2.698.310

-61

Belang -1,8%

9

OZB (niet w oningen gebruiker)

676.666.667

-859.367

-18

-1,0%

694.050.000

-881.444

-20

-0,6%

-2

OZB (niet w oningen eigenaar)

710.500.000

-1.119.748

-24

-1,3%

729.050.000

-1.148.983

-26

-0,8%

-2

46.942

12.177.379

259

14,3%

44.371

11.510.386

259

inw oners

3.473.000.000

Verschil GF per inwoner

Vlissingen

7,6%

0

3

308.779

7

0,4%

1

97.509

2

0,1%

-4

711

437.171

9

0,5%

729

448.585

10

0,3%

1

jongeren

6,0%

-16

ouderen

kernen_met_500_adr_of_meer ozb w aarde niet w oningen (in mln)

8.945

10.431.158

222

12,3%

7.829

9.129.911

206

10.118

1.647.060

35

1,9%

10.332

1.681.951

38

1,1%

3

ouderen 75-85 jaar

3.168

135.625

3

0,2%

3.177

135.996

3

0,1%

0

huishoudens met laag inkomen

7.040

348.544

7

0,4%

7.698

381.120

9

0,3%

1

huishoudens met laag inkomen (drempel)

4.794

5.337.768

114

6,3%

5.370

5.979.246

135

3,9%

21

bijstandsontvangers

1.146

3.983.657

85

4,7%

1.805

6.276.564

141

4,1%

57

uitkeringsontvangers

3.859

538.023

11

0,6%

4.107

572.632

13

0,4%

1

minderheden

2.671

1.396.678

30

1,6%

3.575

1.869.500

42

1,2%

12

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0 6

minderheden drempel eenouderhuishoudens

1.661

2.205.119

47

2,6%

1.782

2.366.469

53

1,6%

huishoudens

22.253

3.264.150

70

3,8%

22.970

3.369.272

76

2,2%

klantenpotentieel lokaal

50.298

3.745.104

80

4,4%

50.000

3.722.891

84

2,5%

4

klantenpotentieel regionaal

48.040

1.837.087

39

2,2%

67.060

2.564.427

58

1,7%

19

leerlingen (V)SO

1.194

446.003

10

0,5%

93

34.770

1

0,0%

-9

leerlingen VO

6

2.441

1.463.928

31

1,7%

1.182

709.250

16

0,5%

-15

achterstandsleerlingen drempel

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

extra groei jongeren

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

extra groei leerlingen VO

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

land

7.927

527.085

11

0,6%

3.436

228.468

5

0,2%

-6

land *bodemfactor gemeente

8.140

354.368

8

0,4%

3.780

164.545

4

0,1%

-4

0

binnenw ater

555

34.114

1

0,0%

517

31.807

1

0,0%

buitenw ater

1.667

61.981

1

0,1%

10.000

371.884

8

0,2%

7

349

332.289

7

0,4%

298

283.866

6

0,2%

-1

278

1.392.583

222

1.110.168

oppervlak bebouw ing opp. bebouw ing kern *bodemfactor kern

0

30

1,6%

25

0,7%

-5

88

216.723

5

0,3%

112

277.395

6

0,2%

2

w oonruimten

22.464

2.074.485

44

2,4%

23.283

2.150.133

48

1,4%

4

w oonruimten *bodemfactor kern

23.817

1.958.436

42

2,3%

26.775

2.201.719

50

1,5%

8

5

25.043

1

0,0%

16

82.900

2

0,1%

opp. historische kernen, 40-64 ha

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

opp. historische kernen, >64 ha

13

313.360

7

0,4%

0

0

0

0,0%

-7

lengte historisch w ater

2.083

52.550

1

0,1%

3.200

80.717

2

0,1%

bew oonde oorden 1930

2.928

148.794

3

0,2%

6.521

331.400

7

0,2%

4

hist. w oningen in bew oonde oorden

1.448

201.024

4

0,2%

5.750

798.175

18

0,5%

14

opp. beb. buitengebied *bf. buitengebied

opp. historische

kernen, <40 ha

ISV(a)

0

ISV(b) omgevingsadressendichtheid (OAD) oad drempel

14.695

0

36.205

1

1

1

0

0,0%

1

0,0%

0

8.122

0

0,0%

0

33.770

1

0,0%

1

31.785

3.017.572

64

3,5%

45.355

4.305.947

97

2,8%

33

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0 -1

oeverlengte *bodemfactor gemeente

3.250

61.661

1

0,1%

1.262

23.940

1

0,0%

oeverlengte *dichtheid *bf. gemeente

22.196

209.143

4

0,2%

19.644

185.099

4

0,1%

0

kernen

9

134.633

3

0,2%

3

44.062

1

0,0%

-2

kernen *bodemfactor buitengebied

9

225.062

5

0,3%

3

77.322

2

0,1%

-3

12

0,6%

bedrijfsvestigingen

4.481

542.634

3.311

400.966

9

0,3%

-3

vast bedrag voor iedere gemeente

1

404.146

9

0,5%

1

404.146

9

0,3%

0

vast bedrag voor Amsterdam

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

vast bedrag voor Rotterdam

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

vast bedrag voor Den Haag

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

vast bedrag voor Utrecht

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

vast bedrag voor Baarle-Nassau

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

vast bedrag Waddengemeenten

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

w adden, t/m 2500 inw oners

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

w adden, van 2501 t/m 7500 inw oners

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

w adden, vanaf 7501 inw oners

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

47

149.756

3

0,2%

27

85.424

2

0,1%

-1

7.906

655.606

14

0,8%

9.940

824.276

19

0,5%

5

264

976.628

-5

loonkostensubsidie eenpersoonshuishoudens opp_beb_w oonkern

0

21

1,1%

193

713.975

16

0,5%

85

264.478

6

0,3%

105

326.708

7

0,2%

1.219

471.946

10

0,6%

1.245

482.011

11

0,3%

1

basisleerlingen_gew icht_03

200

-514.962

-11

-0,6%

213

-548.434

-12

-0,4%

-1

basisleerlingen_gew icht_12

159

-641.271

-14

-0,8%

148

-598.160

-13

-0,4%

0 -1

opp_beb_buitengebied jeugdigen in gezinnen met armoederisico

2

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen huishouden

13.377

-2.640.694

-56

-3,1%

12.765

-2.519.788

-57

-1,7%

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen hh kinderen

2.970

-2.293.917

-49

-2,7%

2.457

-1.898.276

-43

-1,3%

6

ouders psychisch medicijngebruik

363

2.071.194

44

2,4%

358

2.040.124

46

1,3%

2

eenouderhh_meer_kinderen

604

1.217.200

26

1,4%

652

1.315.020

30

0,9%

4

gezinnen met bijstand eenouderhuishoudens bijstand uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers w ajongeren

333.677

7

0,4%

472

491.072

11

0,3%

301

828.106

18

1,0%

451

1.242.848

28

0,8%

10

2.713

321

4.628.413

99

5,4%

2.302

3.927.000

89

2,6%

-10

4

-10

874

1.213.287

26

1,4%

503

698.531

16

0,5%

8.066

4.840.305

103

5,7%

7.912

4.748.134

107

3,1%

4

re-integratie klassiek

3

1.598.532

34

1,9%

5

2.808.458

63

1,9%

29

inw oners_kl_65_jaar

36.825

242.053

5

0,3%

34.039

223.743

5

0,1%

0

inw oners_65___75_jaar

5.840

1.702

0

0,0%

5.860

1.708

0

0,0%

0

inw oners_gr_85_jaar

1.109

323

0

0,0%

1.295

377

0

0,0%

0

eenpersoonshh_65___75_jaar

1.318

eenpersoonshh_75___85_jaar

medicijngebruik met drempel

33.706

1

0,0%

1.558

1.103

112.827

2

0,1%

1.255

128.433

3

0,1%

0

eenpersoonshh_gr_85_jaar

558

99.866

2

0,1%

717

128.399

3

0,1%

1

huishoudens met laag inkomen 65 - 75 jaar

783

156.903

3

0,2%

879

176.182

4

0,1%

1

huishoudens met laag inkomen 75 - 85 jaar

474

379.963

8

0,4%

534

427.656

10

0,3%

2

huishoudens met laag inkomen > 85 jaar

165

230.598

5

0,3%

223

312.833

7

0,2%

2

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 - 75 jaar

1.833

335.198

7

0,4%

2.092

382.423

9

0,3%

1

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 - 85 jaar

1.110

811.587

17

1,0%

1.270

929.074

21

0,6%

385

492.408

10

0,6%

532

680.545

15

0,4%

5

98.136

130.283

3

0,2%

3.544

4.705

0

0,0%

-3

134.117

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen > 85 jaar bedden H e ri nd e l i ng

0,0%

0

4

134.117

3

0,2%

0

0,0%

1.766

1.766

0

0,0%

11.349

11.349

0

0,0%

0

0

0

0

0,0%

7.000.000

7.000.000

158

4,6%

158

SD

0

0

0

0,0%

0

0

0

0,0%

0

10.299.312

10.299.312

219

12,1%

56.677.965

56.677.965

1.277

37,4%

1.058

1.639.526

1.639.526

35

1,9%

10.589.134

10.589.134

239

7,0%

204

85.033.891

1.811

100%

151.599.677

3.417

100%

1.605

Inte g ra ti e -ui tk e ri ng e n D e c e ntra l i s a ti e -ui tk e ri ng e n T o ta a l

6

Gegevens op basis van betaalmaand februari 2020

80

0

1

A rt 12

S up p l e ti e -ui tk e ri ng e n

0

39.854

-3

Bijlage 1.2:

Aanvullende uitkering op basis van het inspectierapport 2019

1) Artikel 12-rapport 2019 Aanvraag en aanleiding De gemeente Vlissingen heeft bij brief van 12 november 2018 voor het jaar 2019 voor de vijfde achtereenvolgende keer een beroep gedaan op artikel 12 Financiële-verhoudingswet (Fvw). De door de gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting 2019 is niet sluitend met saldo van € 4,4 miljoen negatief. Tevens is de Meerjarenraming niet sluitend met saldi van € 4 miljoen negatief in 2020 en € 1,2 miljoen negatief in 2021. De jaarschijf 2022 is in evenwicht. De gemeente geeft aan dat nieuwe tegenvallers met name op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen verantwoordelijk zijn voor de niet sluitende begroting. De gemeente komt daarbij tot de conclusie dat als gekeken wordt naar de tegenvallers en de gemoeide bedragen, het noodzakelijk is dat het artikel 12-inspecteur verder onderzoek doet op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. De inspecteur constateerde tijdens de afronding van het inspectierapport 2017-2018 dat er met name bij maatschappelijke ondersteuning & jeugd en werk & inkomen vanaf 2019 steeds grotere tekorten dreigen ondanks de stijging van de uitkering uit het gemeentefonds op deze vlakken.

Omdat Vlissingen via het reeds lopende artikel 12-traject een passende bijdrage moet leveren aan de sanering van de negatieve algemene reserve waarvoor de afgelopen jaren reeds forse bezuinigingstrajecten zijn ingezet en de OZB fors is gestegen naar 140% van het landelijk gemiddelde, heeft Vlissingen minder mogelijkheden om zelf deze tekorten op te vangen. De inspecteur adviseerde voor 2018 dan ook aan de fondsbeheerders om het huidige artikel 12-onderzoek te verlengen onder de volgende voorwaarden: 1. Daarbij wordt gestart met de sanering van de als gevolg van grondexploitatieproblematiek ontstane negatieve algemene reserve via een artikel 12uitkering en via de passende bijdrage van Vlissingen, zoals voorgesteld wordt in inspectierapport 2017-2018. 2. Er wordt in eerste instantie onderzoek gedaan naar het sociaal domein en werk & inkomen. 3. Op alle andere clusters geldt het uitgangspunt dat Vlissingen eigen risicodrager is tot het in het inspectierapport 2017-2018 geadviseerde actualisatie-onderzoek in 2023. Bij brief van 14 januari 2019, met kenmerk 2018-0000956115, geven de fondsbeheerders aan dat uit het inspectierapport 2017-2018 blijkt dat Vlissingen voldoet aan de toelatingsvoorschriften van artikel 12 Fvw, waardoor het onderzoek naar de financiële situatie van de gemeente kan worden verlengd in 2019 en er geen nieuwe toelatingstoetsing nodig is.

Hiermee wordt bovenstaande advies van de artikel 12inspecteur om het artikel 12-onderzoek te verlengen overgenomen. Nettolasten vergeleken Inzichtelijk is gemaakt welke afwijkingen er zijn tussen enerzijds de nettolasten van Vlissingen en anderzijds het niveau van het gemeentefonds en het niveau van een aantal groepen gemeenten bij de uitgavenclusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning en bijbehorende taakvelden. Dit is normaliter van belang om te bepalen of er terreinen zijn waar een vervolgonderzoek moet plaatsvinden om te bezien of bezuinigingen mogelijk zijn. In dit vanaf 2019 verlengde artikel 12-onderzoek zijn echter het sociaal domein en werk & inkomen in zijn geheel onderwerp van onderzoek, ook op de clusters (taakvelden) waar Vlissingen lagere nettolasten heeft dan de ijkpunten van het gemeentefonds en/of andere groepen van gemeenten. Dit is in lijn met het inspectierapport en het besluit 2017-2018. De analyse is de komende periode dan ook vooral van belang om te volgen of de in het inspectierapport beschreven onderzoeken uiteindelijk leiden tot lagere afwijkingen.

81

Bij het cluster Inkomen en participatie heeft Vlissingen bij vijf van de zes vergelijkingen (ijkpunt gemeentefonds, nettolasten selectiegroep, nettolasten groottegroep, nettolasten gemeenten in provincie en afwijking nettolasten met gemeentefonds selectiegroep) hogere nettolasten. Alleen bij de vergelijking met de soortgenoten (gemeenten met een zwakke sociale structuur en redelijke centrumfunctie) heeft Vlissingen lagere nettolasten. In 2019 nemen de verschillen ten opzichte van 2018 bovendien toe. Vlissingen heeft in 2019 bij vier van de zes vergelijkingen bij het cluster Samenkracht en burgerparticipatie hogere nettolasten. Alleen ten opzichte van de soortgenoten en gemeenten in Zeeland heeft Vlissingen op dit cluster lagere nettolasten. In 2019 ten opzichte van 2018 zijn de verschillen bovendien bij alle vergelijkingen verslechterd. Op het cluster Jeugd heeft Vlissingen bij de vergelijkingen met de selectiegroep, de soortgenoten en verschil selectiegroep met uitkering gemeentefonds lagere nettolasten. Bij de vergelijkingen met het gemeentefonds, groottegroep en gemeenten in Zeeland zijn de nettolasten hoger. In 2019 verslechtert het beeld bij vijf van de zes vergelijkingen.

De vergelijkingen bij het cluster Maatschappelijke ondersteuning geven een beeld van fors lagere nettolasten dan het ijkpunt van het gemeentefonds en fors hogere nettolasten dan de gemiddelden van de groepen gemeenten. In 2019 ten opzichte van 2018 verbetert het beeld op dit cluster wel. Weliswaar stijgen de lasten op dit cluster in 2019 ten opzichte van 2018 met € 5,8 miljoen. Daar staat echter een stijging van het ijkpunt van het gemeentefonds van € 6,8 miljoen tegenover. Reserves Het te saneren deel van de algemene reserve als gevolg van de tekorten bij de grondexploitatie wordt gesaneerd via de uitgangspunten en bedragen zoals opgenomen in het inspectierapport 2017-2018 en de beschikking van de beheerders van het gemeentefonds van 19 december 2019. In het actualisatieonderzoek in 2023 wordt onderzocht of de inschattingen die zijn gedaan en de adviezen die zijn gegeven in het inspectierapport 2017-2018 realistisch zijn gebleken en er aanleiding is voor aanpassing van het artikel 12-uitkering en de passende bijdrage van Vlissingen aan de sanering van de negatieve algemene reserve grondexploitatie. Indien het jaarrekeningsaldo hoger is dan de voorgeschreven passende bijdrage van Vlissingen aan de sanering dan komt dit verschil ook ten goede aan dit deel van de algemene reserve.

De negatieve algemene reserve als gevolg van het sociaal domein en werk & inkomen 2019 is bepaald in hoofdstuk 5 van het inspectierapport via het daar berekende relevante tekort sociaal domein en werk & inkomen 2019 (-/- € 10,363 miljoen) exclusief de posten uit de Jaarrekening 2019 (tabel 5.1 posten A.6.1 t/m A.6.9, in totaal + € 0,715 miljoen). Dit deel wordt gesaneerd via de in dit inspectierapport voorgestelde aanvullende uitkering. De bestemmingsreserve Sociaal domein is in 2019 volledig uitgeput en kan dan ook geen bijdrage meer leveren aan het opvangen van tekorten op het vlak van het sociaal domein. Bezien zal worden of vanaf 2020 een deel van de reserve Centrumtaken tijdelijk gebruikt moet worden voor de tekorten sociaal domein en werk & inkomen van Vlissingen. De redenen waarom de inspecteur van oordeel is dat een deel van deze reserve kan worden ingezet zijn: 1. In de Financiële verhoudingswet wordt bepaald dat de middelen uit het gemeentefonds vrij besteedbaar zijn voor de gemeente. Dit geldt ook voor de middelen beschermd wonen (BW), vrouwenpopvang (VO) en maatschappelijke opvang (MO). Formeel zijn de middelen MO, VO en BW dan ook van de centrumgemeente. De overschotten bij BW, MO en VO kunnen dan ook aan andere onderdelen van het sociaal domein worden uitgegeven door Vlissingen. 2.

Op dit moment zijn er met de Zeeuwse gemeenten geen afspraken gemaakt over verevening. In geval van budgetoverschrijding zal op dat moment moeten blijken of de Zeeuwse gemeenten bereid zijn een deel van de last te dragen. Dat betekent naar het oordeel van de inspecteur dat de risico’s bij een overschrijding in de regio geheel bij

82

Vlissingen liggen als centrumgemeente. Dat betekent echter ook dat overschotten ten goede kunnen komen aan Vlissingen. Of er daadwerkelijk een bedrag uit de reserve Centrumtaken gebruikt wordt voor de tekorten sociaal domein en werk & inkomen en zo ja welk bedrag, zal afhangen van de realisatie van de bezuinigingen op dit vlak en eventuele benodigde inzet van deze reserve voor onzekerheden en risico’s de komende jaren, zoals de doordecentralisatie beschermd wonen, transitie Dannenberg en de gedeeltelijke overgang beschermd wonen naar de Wet langdurige zorg. Onderzoek en maatregelen In het verlengde artikel 12-onderzoek vanaf 2019 wordt alleen onderzoek gedaan naar het sociaal domein en werk & inkomen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor het onderzoek in Vlissingen: 1. Het belangrijkste doel binnen artikel 12 is betere grip op de kostenontwikkeling en reduceren van de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. 2. Het sociaal domein en werk & inkomen zijn in zijn geheel onderwerp van onderzoek. 3. Ook voor de centrumgemeentemiddelen uit het gemeentefonds geldt dat deze vrij besteedbaar zijn en dus kunnen worden gebruikt voor tekorten op andere vlakken. 4. Als er meer geld komt vanuit het Rijk (gemeentefonds) voor sociaal domein en werk & inkomen dan dient dit gebruikt te worden voor opvangen van bestaande tekorten. 5.

Alle intensiveringen, lastenstijgingen en nieuw beleid (op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen moeten via O&O (Onvermijdelijk en Onuitstelbaar) beoordeeld worden. 6. De uitkomsten van landelijke onderzoeken dienen te worden meegenomen in het artikel 12-onderzoek. 7. De uit te voeren taken binnen het sociaal domein en werk & inkomen dienen zo breed als mogelijk te worden onderzocht. 8. De ontwikkeling van het totale begrotingssaldo inclusief de passende bijdrage van Vlissingen aan de sanering van de negatieve algemene reserve wordt ‘slechts’ op hoofdlijnen gevolgd. 9. Ook bij de samenwerkingsverbanden sociaal domein en werk & inkomen dient te worden bezien of het op het vlak van organisatie, aansturing en kosten anders kan. Vlissingen is hiervoor zelf aan zet. De aanpak van de gemeente Vlissingen om de tekorten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen terug te dringen bevat drie sporen, die vanzelfsprekend niet los van elkaar kunnen worden gezien: Hefbomen voor verbetering, Opdrachten Plan van aanpak en de Ontwikkelagenda. De gemeente dient ook op kortere termijn met een pakket maatregelen te komen, zodat het tekort fors wordt gereduceerd.

Deze zogenaamde hefbomen voor verbetering bestaan uit drie grote maatregelen die naar boven zijn gekomen uit reeds afgeronde onderzoeken, zoals de Visitatiecommissie sociaal domein en de quick scan Orionis, en bij bestudering van maatregelen die andere gemeenten hebben genomen. Met deze drie hefbomen dient de gemeente alvast aan te vangen en onderweg kan e.e.a. op basis van de resultaten van de onderzoeken uit het Plan van aanpak worden bijgestuurd. Deze drie hefbomen (maatregelen) zijn: 1. Gemeentelijke beleidsregie: De belangrijkste maatregelen zoals we die zien bij andere gemeenten vragen om een nieuwe organisatie van het zorgaanbod vanuit het veld. Met andere woorden een nieuw systeemontwerp van het ondersteuningsaanbod. Dit betreft de inhoud, de organisatie en de financiering. Te denken hierbij valt aan afschaffen PxQfinanciering en invoeren prestatiebekostiging en lump sum financiering gekoppeld aan een budgetplafond. Aanbieders krijgen een vast bedrag per maand/jaar en daar moeten ze het mee doen. Daarnaast kan worden gedacht aan beperking van het aantal zorgaanbieders. 2. Realiseren van een integrale toegang: Het samenbrengen van alle zorg- en ondersteuningsaanvragen binnen het sociaal domein en werk & inkomen (inclusief

83

schuldhulpverlening, bijzondere bijstand en inkomensondersteuning) in één fysiek (digitaal) portaal sluit 100% aan op de ambitie om te komen tot een integrale aanpak (een gezin, een plan, een regisseur) en een integraal budget. Hieronder valt ook preventie en eerder verlenen van zorg zodat later zwaardere en duurdere zorg kan worden voorkomen. Dit brengt de gemeente veel beter in control op de uitgaven sociaal domein en werk & inkomen. 3. Herijking uitvoering Participatiewet: Het onderzoeksproces met betrekking tot Orionis is gestart met een quick scan welke is uitgevoerd door onderzoeksbureau Adlasz. Het door Adlasz uitgebrachte onderzoeksrapport biedt veel aanknopingspunten voor de gemeenten om concreet mee aan de slag te gaan. De potentiële efficiencywinsten zijn substantieel te noemen. Op basis van de quick scan kunnen door de gemeenten gerichte (vervolg)acties worden ingezet en verdiepende vervolgonderzoeken worden gedaan. Het Plan van aanpak artikel 12 sociaal domein en werk & inkomen is aanvullend en ook ondersteunend op bovenstaand beschreven drie hefbomen en geeft een overzicht en de stand van zaken van de aanpak van de problematiek en de aanpak van de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. Dit gebeurt aan de hand van concrete opdrachten van de artikel 12-inspecteur aan de gemeente Vlissingen.

Het doel is dat de opdrachten leiden tot concrete maatregelen en bezuinigingen. Het Plan van aanpak bestaat uit zes onderdelen, die verder worden uitgewerkt in bijlagen 4.3 t/m 4.7 van het inspectierapport: 1. Onderbouwing via Onvermijdelijk en Onuitstelbaar (O&O) van alle intensiveringen vanaf 2019 op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. 2. Nettolasten vergeleken (clusteranalyse clusters gemeentefonds). 3. Onderzoek effectiviteit en efficiency. 4. Mate van invloed van Vlissingen. 5. Verdeelmodellen sociaal domein en werk & inkomen. 6. Ondersteuning Vlissingen. 7. Reeds lopende onderzoeken. Parallel aan de uitvoering van de hefbomen en het Plan van aanpak wordt door de gemeente gewerkt aan een integrale beleidsnota – de Ontwikkelagenda – waarbinnen de gemeente haar koers ten aanzien van het sociaal domein zichtbaar maakt. De ontwikkelagenda zal zich vooral richten op wat de gemeente in het sociaal domein in de komende 4 jaren wil realiseren. Het Plan van aanpak is faciliterend en ook voorwaardelijk in de realisatie van de Ontwikkelagenda. Bovenstaand beschreven aanpak van de gemeente Vlissingen om de tekorten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen terug te dringen wordt gekoppeld aan een concreet door de inspecteur voorgesteld ambitieniveau met betrekking tot de te realiseren bezuinigingen op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen.

Uitgangspunt daarbij is dat de tekorten sociaal domein en werk & inkomen worden gereduceerd en in de komende jaren meer wordt toegegroeid naar het niveau van de ontvangsten op dit vlak en dat Vlissingen weer op eigen benen kan staan. Dit ambitieniveau wordt weergegeven in tabel 4.2 van hoofdstuk 4 van het inspectierapport en bestaat uit te realiseren bezuinigingen via de hefbomen voor verbetering (waaronder een budgetplafond), het Plan van aanpak artikel 12 en de tijdelijke inzet van een deel van de reserve Centrumtaken. Concreet betekent dit dat de tekorten sociaal domein en werk & inkomen niet hoger zijn dan: € 7,4 miljoen in 2020, € 4,2 miljoen in 2021, € 1,5 miljoen in 2022 en € 0 in 2023. Begrotingssaldo In onderstaande tabel wordt op hoofdlijnen de ontwikkeling van het begrotingssaldo op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen weergegeven. Aan de hand van het berekende relevante begrotingssaldo wordt de omvang van de extra artikel 12-steun bepaald. Onder de tabel en uitgebreider in hoofdstuk 5 van het inspectierapport wordt e.e.a. toegelicht.

84

Begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen (bedragen x € 1.000)

Let op: de verwachting is dat voor 2020 en verder het relevante saldo nog zal wijzigen. De gemeente Vlissingen moet voor die jaren immers nog diverse posten via onontkoombaar en onuitstelbaar (O&O) onderbouwen. Deze posten zitten nu nog als correctie in de cijfers (verschil tussen B en C). Daarnaast dienen in die jaren nog de resultaten van de in het inspectierapport beschreven maatregelen verwerkt te worden. Het begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen 2019 is vastgesteld op - € 10,363 miljoen negatief (zie ook tabel 5.1 van het inspectierapport). Dit is bepaald aan de hand van: 1. De geboekte baten en lasten op de taakvelden van de gemeentefondsclusters Inkomen en participatie (taakvelden 6.3, 6.4 en 6.5), Samenkracht en burgerparticipatie (taakvelden 6.1 en 6.2), Jeugd (taakvelden 6.72 en 6.82) en Maatschappelijke ondersteuning (taakvelden 6.6, 6.71 en 6.81). 2. De uitkering uit het gemeentefonds (taakveld 0.7) op basis van de septembercirculaire 2018 voor de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning. Dit betreft de algemene uitkering + de decentralisatie-uitkeringen + de integratie-uitkeringen. 3. De overhead (taakveld 0.4) die wordt toegerekend naar rato van de geraamde directe loonkosten (categorie 1.1. Lonen en salarissen). 4.

De mutaties (algemene uitkering + decentralisatie-uitkeringen + integratieuitkeringen) op de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning in de gemeentefondscirculaires 2018 en 2019. 5. De mutaties op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen in de begrotingsdocumenten 2019 van Vlissingen (Begrotingswijzigingen, Eerste bestuursrapportage, Tweede bestuursrapportage en Jaarrekening). Op dit begrotingssaldo zijn door de inspecteur met name beleidsmatige correcties uitgevoerd. Bij deze beleidsmatige correcties gaat het om het zuiveren van onaanvaardbare beleidsintensiveringen, met name het schonen voor nieuw beleid. Hieronder wordt verstaan iedere verhoging van uitgaven ten opzichte van de laatst

85

goedgekeurde primitieve begroting, inclusief gelijktijdig meegenomen wijzigingen. Deze verhogingen van de uitgaven dienen door Vlissingen via het O&O-criterium (Onvermijdelijk en Onuitstelbaar) onderbouwd te worden. Na deze correcties resteert het geaccepteerd begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen 2019 van € 5,295 miljoen positief (zie ook tabel 5.2 van het inspectierapport). Voor de berekening van het relevante begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen wordt uitgegaan van het geaccepteerd saldo. Hierop worden wijzigingen aangebracht als gevolg van de voorstellen die in het Tripartite overleg (TPO) tussen gemeente, provincie wen de inspecteur zijn besproken voorafgaand aan de vaststelling door de gemeenteraad van Vlissingen. De voorstellen worden daarbij getoetst op het O&O-criterium, de financiële gevolgen en de dekking daarvan. Na verwerking van de via O&O door de provincie en de inspecteur geaccordeerde posten ontstaat het zogenaamde aanvaardbaar begrotingssaldo. Na verwerking van eventuele inzet van reserves en mogelijke inbreng van het saldo van de jaarrekening ontstaat het relevante saldo. Voor 2019 wordt dit relevante begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen vastgesteld op - € 10,363 miljoen negatief.

2) Reactie gemeente Vlissingen De gemeente Vlissingen vindt dat -evenals voorgaande jaren- er op constructieve wijze met de vertegenwoordigers van BZK en de provincie Zeeland is gewerkt aan het financieel gezond maken van de gemeente Vlissingen. De samenwerking vindt plaats binnen de beschikbare kaders en met inachtneming van ieders verantwoordelijkheid. De gemeente spreekt hiervoor haar waardering uit. De gemeente is blij dat het artikel 12 onderzoek verlengd is. Daarnaast geeft de gemeente aan te zijn gestart met de sanering van de ontstane, negatieve algemene reserve, als gevolg van grondexploitatieproblematiek. De gemeente geeft aan dat de tekorten in het sociaal domain en werk & inkomen vanaf 2015 in zorgwekkende mate zijn toegenomen, waardoor de reserve sociaal domein nog sneller was uitgeput dan verwacht. Verder geeft de gemeente aan momenteel bezig te zijn met invulling aan het plan van aanpak artikel 12 sociaal domein en werk & inkomen. Het plan van aanpak is een dynamisch document dat zowel een overzicht als de stand van zaken op de (geplande) aanpak van de problematiek geeft. De voortgang van het plan van aanpak wordt door de gemeente in nauwe samenwerking met de inspecteurs gevolgd. De gemeente kan het voorgestelde bedrag van € 10.363.000 voor de (extra) aanvullende uitkering uit het gemeentefonds voor het jaar 2019 onderschrijven.

Daarnaast kan de gemeente instemmen met de -door de inspecteurs- voorgestelde bijzondere voorschriften die aan deze (extra) aanvullende uitkering worden gesteld. Wel vraagt de gemeente aandacht voor het meer toegroeien naar het niveau van de ontvangsten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen zoals benoemd op bladzijde 46 van het inspectierapport. Hierin formuleert de inspecteur een taakstelling over het maximale tekort sociaal domein en werk & inkomen voor de jaren 2020 tot en met 2023. In 2023 zouden hiermee de tekorten moeten zijn weggewerkt. Vlissingen gaat zich maximaal inspannen om deze bezuinigingen te realiseren. Echter geeft Vlissingen aan dat zoals het er nu naar uitziet het tekort in de begroting 2021 ten opzichte van de begroting 2020 met miljoenen zal oplopen. Dit betekent dat zelfs met de volledige realisatie van de 8,2 miljoen in 2023 het tekort niet is weggewerkt. Vlissingen geeft aan dat een deel van het tekort door exogene factoren worden veroorzaakt waar de gemeente niks aan kan doen. Hierbij worden factoren genoemd zoals ontoereikende rijksbudgetten en objectieve verdeelmodellen, die onvoldoende rekening

86

houden met bepaalde structuurkenmerken van de gemeente. Verder worden de besparingsmogelijkheden voor Vlissingen belemmerd door wet- en regelgeving, zoals toepassing Wmo abonnementstarief, toegang tot de jeugdhulp via anderen dan de gemeentelijke toegang en de AMvB reële kostprijs Wmo 2015. Mede hierdoor kan Vlissingen niet zelf de tekorten geheel wegwerken.

3) Advies provincie Zeeland Op 2 december 2019 heeft de provincie Zeeland geadviseerd over het rapport van de inspecteurs. De provincie spreekt waardering uit voor de constructieve wijze waarop in samenwerking met de vertegenwoordigers van BZK, de gemeente en de provincie wordt gewerkt aan het financieel gezond maken van de gemeente Vlissingen. De provincie kan in het algemeen instemmen met de -door de inspecteurs- voorgestelde bijzondere voorschriften die aan deze (extra) aanvullende uitkering worden gesteld. De provincie kan instemmen met het voorstel van de inspecteurs over de hoogte van de aanvullende uitkering voor het begrotingsjaar 2019. Met betrekking tot het -door de inspecteurs- benoemde bezuinigingsopties is de provincie van oordeel dat naast een vermindering van de uitgaven ook de inkomsten moeten toenemen, enerzijds door een herverdeling van de bestaande middelen in het gemeentefonds en anderzijds door een structurele verhoging van de door het Rijk beschikbaar gestelde macrobudgetten.

4) Besluit jaar 2019 beheerders van het gemeentefonds Aanvullende uitkering Op basis van het in het rapport gestelde wordt door de inspecteur voorgesteld Vlissingen een (extra) aanvullende uitkering voor het jaar 2019 te verlenen van € 10.363.000. De fondsbeheerders van het gemeentefonds nemen dit advies geheel over en kennen over het jaar 2019 een aanvullende uitkering toe van € 10.363.000. Dit betreft een extra aanvullende uitkering bovenop de aanvullende uitkering van € 13.286.000 over 2019 zoals door de fondsbeheerders d.d. 19 december 2019 besloten naar aanleiding van het inspectierapport 2017-2018. Rijksbudget sociaal domein Onderzoeksbureau AEF deed in opdracht van het rijk onderzoek naar het structureel benodigde budget in de jeugdzorg. Hierin komt naar voren dat gemeenten in 2019 1,6 tot 1,8 miljard meer hebben uitgegeven dan dat zij hiervoor ontvangen uit het gemeentefonds. Het kabinet reeds extra financiële middelen voor gemeenten voor de jeugdzorg beschikbaar gesteld voor de jaren 2019, 2020, 2021 (Voorjaarsnota 2019) en 2022 (Miljoenennota 2021). Dit betreft € 420 miljoen voor 2019 en voor de andere jaren jaarlijks € 300 miljoen. Naar aanleiding van het onderzoek is er een stuurgroep opgericht die uitwerkt welke maatregelen aan het stelsel van de Jeugdwet moeten worden genomen om de financiële beheersbaarheid te vergroten.

Besluitvorming over de maatregelen en het daarbij benodigde structurele bedrag is aan het nieuwe kabinet. Verdeelmodellen gemeentefonds De fondsbeheerders werken samen met de VNG aan een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Het doel van deze herijking is om de verdeling weer aan te laten sluiten bij de kosten van gemeenten. De nieuwe verdeling beoogt daarnaast recht te doen aan de geconstateerde knelpunten die de afgelopen jaren in verschillende adviezen zijn benoemd, bijvoorbeeld ten aanzien van de verdeling sociaal domein en de mate waarin de eigen

87

inkomsten van gemeenten een rol spelen in de verdeling. Daarnaast was een belangrijke aanleiding de wens tot een substantiële vereenvoudiging van de verdeling te komen. Recent zijn de laatste onderzoeken afgerond. Op 7 december 2020 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het vervolgproces. Besluitvorming over de invoering van de verdeling wordt aan het volgend kabinet gelaten. Om de besluitvorming door het volgend kabinet goed voor te bereiden worden zowel de Raad voor het Openbaar Bestuur als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten nog om advies gevraagd over het nieuwe verdeelvoorstel. De beoogde inwerkingtreding van de nieuwe verdeling is 1 januari 2023. Exogene factoren Het is aan Vlissingen om in kaart te brengen welke exogene factoren ervoor zorgen dat Vlissingen niet zelf het tekort op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen geheel kan wegwerken en inhoudelijk te onderbouwen waarom door deze exogene factoren de mate van invloed van Vlissingen bij deze beleidsterreinen verminderd wordt. Ook dient door Vlissingen de financiële impact van deze exogene factoren in kaart te worden gebracht. Bijzondere voorschriften Aan de (extra) aanvullende uitkering over 2019 worden drie bijzondere voorschriften verbonden: 1.

Deze aanvullende uitkering uit het gemeentefonds dient geheel te worden gebruikt voor de sanering van de tekorten op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen over 2019. 2. Vlissingen dient de begroting en meerjarenraming over de jaren 2020-2023 op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen via saneringsvoorstellen zodanig aan te passen dat de tekorten sociaal domein en werk & inkomen worden gereduceerd en in die jaren meer wordt toegegroeid naar het niveau van de ontvangsten op dit vlak en dat Vlissingen weer op eigen benen kan staan. 3. Het saldo exclusief sociaal domein en werk & inkomen van de Jaarrekening 2019 dient geheel ingezet te worden voor de sanering van dat deel van de algemene reserve dat als gevolg van de grondexploitaties negatief is geworden.

88

Bijlage 2.1:

Taakvelden

Vergelijking Vlissingen met groepen gemeenten op taakveldenniveau 2018-2020 Gemeente:

Vlissingen

Inwoners:

44.360

b2. Soortgenoten

b1. Selectiegroep

b3. Groottegroep

Sociale structuur:

Zwak

Centrumfunctie:

Redelijk

20001

-

b4. Gemeenten in provincie

50000

Inwoners:

47.273

Nettolasten Nettolasten Nettolasten Nettolasten per inwoner per inwoner

Verschil per inwoner

Verschil absoluut

Nettolasten per inwoner

Verschil per inwoner

Verschil absoluut

Nettolasten per inwoner

Verschil per inwoner

Verschil absoluut

Nettolasten per inwoner

Verschil per inwoner

Verschil absoluut

( x € 1.000 )

( x € 1)

( x € 1.000 )

( x € 1)

( x € 1)

( x € 1.000 )

( x € 1)

( x € 1)

( x € 1.000 )

( x € 1)

( x € 1)

( x € 1.000 )

( x € 1)

( x € 1.000 )

( x € 1)

inwoners

Zeeland

2018 6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

-3.243

-73

-5.191

-111

38

1.687

-123

50

2.220

-93

20

888

-125

52

2.308

6.2

Wijkteams

-3.278

-74

-1.798

-38

-36

-1.598

-51

-23

-1.021

-46

-28

-1.243

-44

-30

-1.332

6.3

Inkomensregelingen

-5.248

-118

-6.705

-144

26

1.154

-148

30

1.332

-85

-33

-1.465

-95

-23

-1.021

6.4

Begeleide participatie

-16.886

-380

-8.436

-181

-199

-8.834

-373

-7

-311

-140

-240

-10.655

-171

-209

-9.278

6.5

Arbeidsparticipatie

0

0

-2.914

-62

62

2.752

-48

48

2.131

-31

31

1.376

-26

26

1.154

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

-2.080

-47

-3.074

-66

19

843

-78

31

1.376

-40

-7

-311

-34

-13

-577

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

-9.412

-212

-6.294

-135

-77

-3.418

-171

-41

-1.820

-134

-78

-3.463

-161

-51

-2.264

6.72

Maatwerkdienstverlening 18-

-8.750

-197

-5.890

-126

-71

-3.152

-247

50

2.220

-160

-37

-1.643

-132

-65

-2.886

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

-2.340

-53

14

0

-53

-2.353

-10

-43

-1.909

-3

-50

-2.220

-8

-45

6.82

Geëscaleerde zorg 18-

-218

-5

-5.598

-120

115

5.105

-19

14

622

-26

21

932

-63

58

2.575

-51.454

-1.159

-45.885

-983

-176

-7.813

-1.268

109

4.839

-758

-401

-17.802

-859

-300

-13.318

Totaal taakvelden 2018

-1.998

2019 6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

-3.560

-80

-5.886

-126

46

2.046

-133

53

2.358

-98

18

801

-131

51

2.269

6.2

Wijkteams

-4.595

-103

-2.378

-51

-52

-2.313

-75

-28

-1.246

-50

-53

-2.358

-54

-49

-2.180

6.3

Inkomensregelingen

-6.462

-145

-6.668

-142

-3

-133

-161

16

712

-84

-61

-2.714

-101

-44

-1.957

6.4

Begeleide participatie

-17.085

-384

-7.156

-153

-231

-10.276

-356

-28

-1.246

-138

-246

-10.943

-169

-215

-9.564

6.5

Arbeidsparticipatie

0

0

-2.812

-60

60

2.669

-46

46

2.046

-32

32

1.424

-28

28

1.246

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

-1.936

-44

-1.402

-30

-14

-623

-40

-4

-178

-39

-5

-222

-35

-9

-400

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

-10.141

-228

-9.721

-208

-20

-890

-214

-14

-623

-150

-78

-3.470

-173

-55

-2.447

6.72

Maatwerkdienstverlening 18-

-10.571

-238

-6.680

-143

-95

-4.226

-290

52

2.313

-181

-57

-2.536

-155

-83

-3.692

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

-852

-19

-138

-3

-16

-712

-2

-17

-756

-3

-16

-712

-5

-14

6.82

Geëscaleerde zorg 18-

-220

-5

-5.797

-124

119

5.294

-17

12

534

-28

23

1.023

-62

57

2.536

-55.423

-1.246

-48.639

-1.040

-206

-9.164

-1.334

88

3.915

-803

-443

-19.707

-913

-333

-14.814

Totaal taakvelden 2019

-623

2020 6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

-7.148

-161

-6.075

-129

-32

-1.420

-142

-19

-843

-99

-62

-2.751

-136

-25

-1.109

6.2

Wijkteams

-3.680

-83

-2.145

-46

-37

-1.642

-69

-14

-621

-54

-29

-1.287

-51

-32

-1.420

6.3

Inkomensregelingen

-5.716

-129

-6.829

-145

16

710

-157

28

1.242

-83

-46

-2.041

-100

-29

-1.287

-17.465

-394

-6.968

-148

-246

-10.915

-359

-35

-1.553

-132

-262

-11.625

-168

-226

-10.028

0

0

-2.728

-58

58

2.574

-47

47

2.085

-35

35

1.553

-29

29

1.287

6.4

Begeleide participatie

6.5

Arbeidsparticipatie

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

-2.402

-54

-2.022

-43

-11

-488

-43

-11

-488

-41

-13

-577

-36

-18

-799

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

-12.825

-289

-10.106

-215

-74

-3.283

-238

-51

-2.263

-165

-124

-5.502

-186

-103

-4.570

6.72

Maatwerkdienstverlening 18-

-15.925

-359

-8.116

-173

-186

-8.253

-349

-10

-444

-210

-149

-6.611

-201

-158

-7.011

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

-467

-11

-199

-4

-7

-311

-5

-6

-266

-3

-8

-355

-4

-7

6.82

Geëscaleerde zorg 18-

Totaal taakvelden 2020

-311

-183

-4

-7.202

-153

149

6.611

-16

12

532

-33

29

1.287

-82

78

3.461

-65.812

-1.484

-52.390

-1.114

-370

-16.417

-1.425

-59

-2.618

-855

-629

-27.909

-993

-491

-21.786

-/- is hogere nettolasten voor Vlissingen Nettolasten 2020 en 2021 respectievelijk op basis van Iv3 initiele begroting 2020 en 2021 C ijfers 2018 en 2019 conform Inspectierapport 2019 Exclusief Beschermd wonen, Vrouwenopvang en Maatschappelijke opvang

89

Bijlage 4.1:

Onderzoek effectiviteit en efficiency (PvA opdrachten 3.1 t/m 3.13)

Opdracht 3.1

Onderzoek werk & inkomen (Orionis)

Doel

Realiseren van een betaalbare, toekomstbestendige en zo optimaal mogelijk functionerende uitvoering en organisatie van de Participatiewet, schuldhulpverlening en de minimaregelingen, mede in relatie tot het integrale sociaal domein. Verbeteren van de effectiviteit en efficiency in aansturing en uitvoering op het vlak werk & inkomen.

Afwegingen

Redenen onderzoek Gemeenschappelijke regeling Orionis voert een belangrijk deel van de taken op het vlak van werk & inkomen uit. Redenen voor onderzoek bij Orionis zijn: 1. Er is behoefte aan een beter inzicht in de kostenstructuur en de knoppen waaraan kan worden gedraaid, zodat de resultaten beter kunnen worden geduid, gemonitord en bijgestuurd. 2. Voorkomen fouten in de administratie en in de begroting, zoals die de afgelopen jaren zijn voorgekomen. 3. Achterblijvende resultaten ten aanzien van de instroom en uitstroom van uitkeringsgerechtigden en in de omzetten/rendement van het werkbedrijf, geanalyseerd in het Berenschot-rapport uit september 2016, hebben geleid tot een Plan van aanpak. Onderzocht moet worden in hoeverre dit Plan van aanpak heeft bijgedragen aan de verbetering van resultaten en of er andere en/of aanvullende acties gewenst zijn. 4. De huidige vergoedingen van het Rijk en/of de structureel door de gemeente beschikbaar gestelde budgetten zijn onvoldoende om de kosten structureel te dekken. Onderzocht moet worden in hoeverre extra gemeentelijke bijdragen aan Orionis noodzakelijk zijn en of er bezuinigingsmogelijkheden zijn die de gemeentelijke bijdragen reduceren. Naast dat de taken op het vlak van werk & inkomen door Orionis worden uitgevoerd, voert de gemeente zelf ook een aantal taken uit op dit vlak.

Geïnventariseerd dient te worden welke taken dit betreft en wat de omvang van de nettolasten is voor deze taken. Daarnaast dient onderzocht te worden of op deze taken nog bezuinigingen zijn te realiseren. Afbakening Het uitgavencluster Inkomen en participatie bestaat uit de taakvelden 6.3 (Inkomensregelingen), 6.4 (Begeleide participatie) en 6.5 (Arbeidsparticipatie). Dat betekent dat tot dit cluster alle inkomens- en bijstandsvoorzieningen behoren. Daarnaast vallen de voorzieningen ter bevordering van maatschappelijke participatie die niet gericht zijn op doorstromen naar arbeid onder dit cluster. Tot slot zijn ook de op arbeid gerichte participatie- en re-integratievoorzieningen onderdeel van dit cluster. Door Vlissingen wordt op dit cluster geboekt: • Bijzondere bijstand (taakveld 6.3) • Kwijtscheldingen (taakveld 6.3) • Minimabeleid (taakveld 6.3) • Jeugdsport (taakveld 6.3) • Bijstandsuitkeringen (taakveld 6.3) • Participatiebudget (taakveld 6.4) • Orionis Walcheren (taakveld 6.4)

90

Mogelijke acties

Direct 1. Toetsen en eventueel aanpassen van de beleidsregels (het gaat hier zowel om de inzet van re-integratietrajecten (wel/niet), de invulling van Bijzondere Bijstand als ook de overige regelgeving in het kader van het armoedebeleid. 2. Extra beschikbaar gestelde budgetten niet langer ‘zomaar’ wegstrepen tegen tekorten. (Denk bijvoorbeeld aan de inzet van reintegratiebudget.) Bij besteding wordt steeds uitgebreid onderbouwd of het maatregelen betreft die stijgende tekorten terugdringen, of dat de gelden ingezet worden voor het dekken van acute tekorten; 3. Reguliere budgetten worden op afroombaarheid getoetst. Dat wil bijvoorbeeld zeggen het instellen van een budgetplafond in het reintegratiebudget of Bijzondere Bijstand waardoor restgelden vrijkomen voor andere doelen. 4. Concrete financiële ambities benoemen, waar het gaat om bedragen voor reallocatie (tussen de domeinen), ombuiging (binnen het domein) en besparingen c.q. afromingen. 5. Versneld uitvoeren van het onderzoek Orionis door een eerste opstap in de vorm van een Quick Scan op basis waarvan quick wins worden benoemd en nadere specificatie kan plaatsvinden voor verdiepingsonderzoek. 6. Strenger toetsen. In deze aanpak spelen twee invalshoeken: • Waar nodig het aanpassen van het beleid zodat er een striktere afweging plaatsvindt bij intakes.

(Bijvoorbeeld de vraag hoeveel de gemeente per uitkeringsgerechtigde op arbeid wil investeren, wordt steeds relevanter nu de complexiteit van de instroom groeit); • Het trainen van de consulenten op het strikter toetsen van de kandidaten op (werkelijke) haalbaarheid v.w.b. toeleiding naar duurzame arbeid en alternatieven. 7. Uitvoeren van evaluatiecycli op verschillende voorzieningen waarbij het vermoeden bestaat dat er te ruimhartig is toegekend in de afgelopen jaren. Bijvoorbeeld werkervarings- en scholingstrajecten. 8. Bewust inzetten van een wachtperiode. Sturen op een vertraging in het beschikbaar stellen van inkomensondersteuning. Dit kan een gunstig effect hebben op de groeiende vraag, wanneer de klant zelf op zoek gaat naar alternatieven. Het wordt minder eenvoudig c.q. aantrekkelijk om een aanvraag voor een uitkering in te dienen. Indirect 1. Budgetten die nu standaard doorgezet worden naar derden worden herbezien op lokale inzet (GR, samenwerkingsverband). (Onderzoeken moeten hier ook een antwoord op geven.) De meeste van deze afspraken dateren al van jaren her. 2. Heroverweging op de productgroepen bij Orionis. Terugdringen van de verlieslijdende onderdelen in de productie omgeving.

Mogen er grenzen worden gesteld aan de producten en diensten die worden geleverd/ Kunnen lopende contracten waarin afspraken staan over de (geschatte) hoeveelheid te leveren producten en diensten, tijdens de looptijd worden opengebroken? 3. Re-alloceren van budgetten. Het opnieuw prioriteren van de belangrijkste beleidsdoelen op het domein werk, waarbij het uitgangspunt is dat de middelen van boven naar beneden (beleidswaarde) worden ingezet (wel/niet of meer/minder). 4. Vragen en/of klanten doorgeleiden naar alternatieven: • Strenger afwijzingsbeleid aan de Poort; • Meer nadruk op werk. Inkomensondersteuning krijgt lagere prioriteit.

91

5. Effectievere taakscheiding en –versmelting. Integrale ondersteuningsproducten kunnen in de Wmo tot besparingen leiden. Inkomensondersteuning maar vooral ook armoedebeleid en schuldhulpverlening zijn Wmo georiënteerde activiteiten. Maatregelen & onderzoeken

Op basis van de bovenstaand genoemde directe en indirecte acties zijn tot nu toe de volgende concrete maatregelen en onderzoeken in gang gezet. Quick scan Orionis Het gehele onderzoeksproces met betrekking tot Orionis is gestart met een quick scan welke is uitgevoerd door onderzoeksbureau Adlasz. Het door Adlasz uitgebrachte onderzoeksrapport biedt veel aanknopingspunten voor de gemeenten om concreet mee aan de slag te gaan. De potentiële efficiencywinsten zijn substantieel te noemen. In bijlage 4.2 van het inspectierapport 2019 worden de belangrijkste uitkomsten van de quick scan Orionis beschreven. Maatregelen o.b.v. quick scan en onderzoek best practices Mede op basis van de inzichten en verbeteradviezen uit de quick scan en research naar best practices (opdracht 3.12), worden op het vlak van werk & inkomen een aantal maatregelen geïmplementeerd. Zie ook maatregel 3 paragraaf 4.4. De maatregelen zijn: • Beleidsregie. De gemeente Vlissingen (en de andere deelnemende gemeenten) haalt de beleidsregie t.a.v. de Participatiewet, schuldhulpverlening en minimaregelingen actief terug naar de eigen gemeente. Het bepalen van de doelen, resultaten, (financiële) middelen en voorwaarden, met de bijbehorende sturing en informatie, behoort toe aan de gemeente. • Integrale toegang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10882443/1