CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.17 rvs Reactie op art 12 rapport 2020 bijlage 1 art 12 rapport

Informatiebijeenkomst 31 maart 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Laatste rapport artikel 12 inspecteur51.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Dit nadelige saldo dient door Vlissingen via O&O onderbouwd te worden. Het nadelige saldo bestaat uit de volgende posten: 1. Boodschappenservice Orionis: de boodschappenservice (een algemene voorziening onder de Wmo), die werd uitgevoerd door Orionis, is per 1 januari 2020 beëindigd. Dit levert een besparing op van € 50.000 per jaar. 2. Overhead team Wmo en jeugd: Vlissingen is per 01-01-2020 uit het samenwerkingsverband Porthos getreden. Als gevolg daarvan is de uitvoering van toegangstaken op het gebied van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning weer bij de gemeente Vlissingen komen te liggen. Per saldo betekent dit op jaarbasis een besparing van overhead van € 85.000. 3. Verwachte compensatie Rijk inzake Corona: Ten tijde van opstellen van de Eerste bestuursrapportage 2020 was het nog niet bekend hoeveel het Rijk zou compenseren voor de gemaakte kosten als gevolg van de Coronacrisis. Er is daarom een verwachte compensatie van € 34.000 opgenomen. 4. Wmo Vervoerskosten en vervoershulpmiddelen: In 2020 nemen de lasten toe met € 0,19 miljoen als gevolg van zowel de gedeclareerde Wmo-vervoerskosten van cliënten als door een hoger aantal gereden ritten bij het Wmo-doelgroepenvervoer.

57

5. Wmo Persoonsgebonden budget begeleiding: In 2019 heeft een structurele herschikking van de Wmo-budgetten plaatsgevonden, waaronder het PGB-budget. Er is destijds € 135.000 afgeraamd ten gunste van andere Wmo-budgetten met tekorten. Hierbij zijn de, ten gevolge van een administratieve correctie, te lage jaarcijfers 2018 als uitgangspunt genomen. Dit heeft tot gevolg dat ook de meerjarenbegroting 20202023 te laag begroot is. Er is daarom voor 2020 € 113.500 bijgeraamd op het PGBbudget 'begeleiden' 6. Aanbesteding leerlingenvervoer met GGZ-indicatie: Als gevolg van de nieuwe aanbesteding leerlingenvervoer is het budget voor leerlingenvervoer bijgeraamd. Op basis van de nieuwe tarieven zijn de kosten met 25% gestegen ten opzichte van 2019. De stijging van de kosten heeft voor € 25.000 betrekking op het leerlingenvervoer met een GGZ-indicatie. 7. Wmo Vervallen abonnementstarief april en mei 2020 i.v.m. Corona: Het ministerie van VWS heeft besloten dat in verband met het Coronavirus de eigen bijdrage van cliënten voor de maanden april en mei 2020 collectief niet worden geïnd. Dit geldt voor alle Wmo-cliënten behalve de cliënten met de voorzieningen beschermd wonen intramuraal en opvang. De inkomsten vanuit de eigen bijdrage zal hierdoor naar verwachting € 33.600 lager uitvallen dan begroot. 8.

Structurele doorwerking nadelen Tweede bestuursrapportage 2019: In de Tweede bestuursrapportage 2019 zijn diverse posten opgenomen welke een structurele doorwerking hebben voor 2020 en verder. Aangezien de programmabegroting 2020 reeds was vastgesteld worden deze wijzigingen meegenomen in de Eerste bestuursrapportage 2020. 9. Overige nadelen sociaal domein: Dit betreffen met name een toename van het aantal meldingen bij Veilig Thuis Zeeland als gevolg van de Wet Meldcode en een vereenvoudiging van de kwijtscheldingsregels voor de deelnemende gemeenten van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duivenland. A.5) Tweede bestuursrapportage 2020 Op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen wordt in de Tweede bestuursrapportage 2020 per saldo een nadeel berekend. Hierbij dient wel aangetekend te worden dat de extra gelden uit de meicirculaire 2020 en septembercirculaire 2020 reeds zijn meegenomen onder punt A2. Voor de berekening van het begrotingssaldo 2020 sociaal domein en werk & inkomen is de Tweede bestuursrapportage 2020 hiervoor dan ook gecorrigeerd. Ook dit nadelige saldo dient door Vlissingen via O&O onderbouwd te worden. Het nadelige saldo bestaat uit de volgende posten: • 1) Resultaat jaarrekening 2019 GGD: Het jaar 2019 heeft een positief exploitatiesaldo van€ 621.000. Conform de VZG-richtlijn wordt € 100.000 toegevoegd aan de reserves van de GGD.

Het restant van € 521.000 wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Het aandeel van Vlissingen bedraagt € 59.300. • 2) Lagere lasten PGB-jeugdzorg: Voor de PGB-jeugdzorg zien is er in 2020 een onderbesteding. Deze wordt niet meer ingelopen vanwege het terughoudende beleid op dit instrument. Het voordeel bedraagt € 50.000. • 3-7) Meicirculaire 2020: dit betreffen de ingeboekte lasten als gevolg van extra geld uit de meicirculaire 2020 op het vlak van maatschappelijke begeleiding statushouders, beschermd wonen, participatie, Wmo en inburgering • 8) Inkoop jeugdzorg: In de Bestuursrapportage van de GGD over de periode januari – augustus 2020 heeft de inkooporganisatie jeugd (IJZ) de begrotingsbedragen per gemeente voor jeugd bijgesteld. In de bijstelling is de definitieve realisatie over 2019 verwerkt. Daarnaast zijn diverse veronderstellingen ten aanzien van de ontwikkelingen in de bevolkingssamenstelling, de tarieven en het jeugdhulplandschap in de berekeningen opgenomen. De begrote kosten voor jeugd (inclusief de inkooporganisatie jeugd) bedragen voor Vlissingen afgerond € 16,2 mln. Dit is een bijstelling in de gemeentelijke begroting van afgerond € 520.000. • 9) Wmo maatwerk dienstverlening en voorzieningen: Voor huishoudelijke hulp (€ 220.000), dagbesteding (€ 126.000) en hulpmiddelen (€ 16.900) zij de laten gestegen in 2020.

De instroom van nieuwe aanvragen voor huishoudelijke hulp blijft onverminderd hoog. Tijdens de eerste coronagolf nam het aantal cliënten af, maar zijn

58

• •

•

zorgverleners gecompenseerd voor de wegvallende zorg. Na deze periode is het aantal aanvragen sneller dan voorzien terug op het oude niveau. De vergrijzing en de invoering van het abonnementstarief hebben vooral op huishoudelijke hulp een kostenverhogend effect. Eerder is een aanwas begroot van 85 cliënten voor de huishoudelijke hulp en voor dagbesteding een daling van 10 cliënten. Deze aantallen moeten worden bijgesteld. De prognose voor 2020 is een aanwas van 225 cliënten op jaarbasis voor de huishoudelijke hulp en een aanwas van 12 cliënten voor de dagbesteding. 10) GGZ-vervoer jeugd: Op basis van de werkelijke kosten voor het GGZ-jeugdvervoer wordt het budget in 2020 met € 50.000 verhoogd. 11-15) Septembercirculaire 2020: dit betreffen de ingeboekte lasten als gevolg van extra geld uit de septembercirculaire 2020 op het vlak van participatie, maatschappelijke opvang, gezond in de stad, vrouwenopvang en het compensatiepakket coronacrisis medeoverheden. 16) Betreft de gedeeltelijke realisatie van € 1,139 miljoen van de taakstelling op basis van maatregel 4 (Aanvullende matregelen 2020, paragraaf 4.4). Het restant wordt gerealiseerd via de jaarrekening 2020.

A.6) Jaarrekening 2020 In de Jaarrekening 2020 zijn m.b.t. het sociaal domein en we=k & inkomen de volgende posten opgenomen: • 1 t/m 5) Decembercirculaire 2020: dit betreffen de ingeboekte lasten als gevolg van extra geld uit de decembercirculaire 2020 op het vlak van COVID 16, beschermd wonen, vrouwenopvang, schuldenbeleid, re-integratie en bijzondere bijstand. • 6) Budgetoverheveling van 2020 naar 2021 van € 50.000 met betrekking tot schuldenbeleid. • 7) Voordeel bij de maatwerkvoorzieningen Wmo van € 244.000. • 8) Voordeel bij de inkomensregelingen van € 223.000. • 9) Voordeel bij Samenkracht en burgerparticipatie van € 287.000. • 10) Nadeel bij de maatwerkdienstverlening 18+ van € 379.000. • 11) Nadeel bij de wijkteams van € 14.000. • 12) Nadeel bij de maatwerkdienstverlening 18- van € 50.000. • 13) Voordeel bij de geëscaleerde zorg 18+ van € 4,583 miljoen. • 14) Dotatie aan de reserve centrumtaken van € 3,368 miljoen. Dit zijn de niet bestede middelen beschermd wonen (€ 2,293 miljoen) en vrouwenopvang (€ 1,075 miljoen). • 15) Nadeel bij begeleide participatie van € 225.000. • 16) Diverse voordelen en nadelen bij het sociaal domein en werk & inkomen van in totaal een voordeel van € 684.000. • 17) De resterende realisatie van de taakstelling artikel 12 sociaal domein en werk & inkomen van € 1,624 miljoen.

Eerder was in de Tweede bestuursrapportage 2020 € 1,139 miljoen opgenomen (post A.5.16). Totale realisatie is dan ook € 2,763 miljoen op basis van maatregel 4 (Aanvullende matregelen 2020, paragraaf 4.4). A.7) Programmabegroting 2021 Het saldo van de programmabegroting 2020 voor het sociaal domein en werk & inkomen wordt bepaald aan de hand van: 1. De geboekte baten en lasten op de taakvelden van de gemeentefondsclusters Inkomen en participatie (taakvelden 6.3, 6.4 en 6.5), Samenkracht en burgerparticipatie (taakvelden 6.1 en 6.2), Jeugd (taakvelden 6.72 en 6.82) en Maatschappelijke ondersteuning (taakvelden 6.6, 6.71 en 6.81). 2. De uitkering uit het gemeentefonds (taakveld 0.7) op basis van de septembercirculaire 2019 voor de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning. Dit betreft de algemene uitkering + de decentralisatie-uitkeringen + de integratie-uitkeringen. 3. De overhead (taakveld 0.4) die wordt toegerekend naar rato van de geraamde directe loonkosten (categorie 1.1 Lonen en salarissen) en inhuur (categorie 3.5.1).

59

In bijlage 5.2 staat een cijfermatig overzicht per cluster en per taakveld van de geboekte baten en lasten op basis van Programmabegroting 2021. A.8) Effecten circulaires 2021 Op basis van de verschillende gemeentefondscirculaires verandert de uitkering uit het gemeentefonds door het jaar heen. Dat is vanzelfsprekend van invloed op het te berekenen begrotingssaldo. In bijlage 5.3 staat een overzicht per gemeentefondscluster op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen van hoe de gemeentefondsuitkering vanaf de stand septembercirculaire 2019 wijzigt in de verschillende daaropvolgende circulaires. Dit betreft de algemene uitkering + de decentralisatie-uitkeringen + de integratie-uitkeringen. Zie ook post A.2. A.9.1) Budgetoverheveling 2020-2021 aanvullende taakstelling 2020 Van de aanvullende bezuinigingen 2020 wordt € 1,107 miljoen ingezet als dekking voor de projectbegroting 2021 (zie ook paragraaf 4.2). De maatregelen en veranderprojecten om de tekorten sociaal domein en werk & inkomen de komende jaren te saneren vergen extra capaciteit en expertise. Concreet bestaan de extra lasten uit lasten capaciteit uitvoerend projectteam, lasten adviesdiensten, lasten deelproject buurtteams, lasten deelproject integrale toegang en overhead. Om deze noodzakelijke investeringen te doen is het genoemde bedrag nodig en is dit via een budgetoverheveling naar 2021 gebracht.

A.9.2) Budgetoverhevelingen 2020-2021 sociaal domein Elk jaar zijn er in de begroting bedragen opgenomen voor eenmalige activiteiten. Het kan voorkomen dat deze activiteiten ultimo het jaar nog niet volledig afgerond zijn. Voornemen is deze activiteiten het volgende jaar te realiseren. Nadrukkelijk betreft het hier geen structurele begrotingsbudgetten waar eind van het jaar geld resteert. Het gaat om activiteiten waar incidenteel geld voor beschikbaar is gesteld en waarvan de uitvoering is vertraagd. De budgetoverheveling is bedoeld om deze incidenteel toegekende bedragen beschikbaar te houden voor de uitvoering (van het restant) in begrotingsjaar 2021 (zie ook post A.3.4): • Minimabeleid van € 122.000. • Inburgering van € 274.700. • Onderzoekskosten Orionis van € 128.000. • Inhuur team Wmo en jeugd van € 26.000. A.9.3 t/m A.9.5) Orionis 1e begrotingswijziging 2021 Het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren heeft de jaarrekening 2020 en Eerste begrotingswijziging 2021 (inclusief Begroting 2022 met meerjarenraming) aangeboden. Per saldo leidt dit meerjarig tot voordelen voor Vlissingen. Dit wordt weergegeven in tabel 5.4 onder post C.46. Deze bedragen kunnen ingezet worden ter gedeeltelijke realisatie van de opgenomen taakstellingen met betrekking tot Orionis.

Echter dat neemt niet weg dat de mogelijke maatregelen zoals naar voren gekomen bij de quick scan van Adlasz (zie bijlage 4.2 van het inspectierapport 2019) volledig geïmplementeerd dienen te worden. Dat betekent dat er nog steeds een taakstelling resteert op dit vlak op basis van deze maatregelen. Zie hiervoor paragraaf 4.4, maatregel 3. Het overschot van de jaarrekening 2020 van Orionis van € 1,266 miljoen komt ten gunste van 2021. A.9.6 t/m A.9.8) Decembercirculaire 2020 Betreft de extra lasten voortvloeiende uit de decembercirculaire 2020. Deze lasten dienen geheel via O&O geaccordeerd te worden. De extra baten uit de decembercirculaire 2020 zijn opgenomen onder post A.8. A.10) Eerste bestuursrapportage 2021 Op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen wordt in de Eerste bestuursrapportage 2021 per saldo een nadeel berekend. Hierbij dient wel aangetekend te worden dat de extra gelden uit de meicirculaire 2021 worden meegenomen onder punt A8. Voor de berekening van het begrotingssaldo 2021 sociaal domein en werk & inkomen is de Eerste bestuursrapportage 2021 hiervoor dan ook gecorrigeerd. Ook dit nadelige saldo

60

dient door Vlissingen via O&O onderbouwd te worden. Het nadelige saldo bestaat uit de volgende posten: 1. Inzet van de vrijkomende middelen voor de inkoop van jeugdzorg bij de inrichting van een regieteam binnen de gemeentelijke toegang van € 350.000 per jaar vanaf 2021. 2. Overige voordelen sociaal domein van in totaal € 4.000 in 2021. 3. Een correctie van circa € 40.000 per jaar m.b.t. welzijnsaccommodaties die in 2018 zijn afgestoten. Het meerjarig aframen van de exploitatiebudgetten was daarbij niet correct verwerkt, waardoor er op de oude panden ten onrechte nog een baat begroot staat. 4. Frictiekosten voor de ontvlechting van Porthos van € 77.450 in 2021. 5. Onttrekking uit de reserve frictiekosten van € 77.450 voor de dekking van frictiekosten voor de ontvlechting van Porthos. 6. € 110.000 voor de formatie voor de inrichting van het regieteam binnen de gemeentelijke toegang met ingang van 1 januari 2021. Dit is de eerste stap binnen de ontwikkeling van de integrale toegang. Het doel is te komen tot een toegankelijke, betaalbare, toekomstbestendige en zo optimaal mogelijk functionerende uitvoering en organisatie van de toegang in de gemeente Vlissingen. Het regieteam wordt vooralsnog ingepast in het huidige team Wmo en jeugd. 7. € 200.000 voor overige kosten voor de inrichting van het regieteam binnen de gemeentelijke toegang. 8.

€ 285.000 in 2021 en € 638.400 in 2022 voor extra tijdelijke capaciteit Wmo en jeugdhulp. Vooruitlopend op de ontwikkelingen van buurtteams en de integrale toegang is continuïteit van de dienstverlening nodig en moet er gebouwd worden naar de toekomst. Er moet veel werk worden verzet om de veranderingen vorm te kunnen geven en daarmee ook de taakstelling artikel 12 te kunnen halen. Hiervoor is enerzijds bestendiging van uitbreiding van de vaste formatie nodig naast anderzijds extra tijdelijke capaciteit. Zodat input geleverd kan worden aan de ontwikkelingen in het kader van Plan van aanpak artikel 12 en de Ontwikkelagenda sociaal domein. 9. Een administratieve correctie van circa € 20.000 met bettrekking tot WvGGZ primaire begroting 2021. 10. Extra kosten met betrekking voor Intervence. Zie ook post C.26. Inmiddels is bekend dat Intervence wordt overgenomen door JB West waarmee een hoger tarief en een omzetgarantie voor 5 jaar is afgesproken. Hierdoor wordt de nieuwe aanbesteding van de jeugdbescherming per 2022 uitgevoerd op basis van hogere tarieven. De verwachte extra structurele kosten vanaf 2022 bedragen € 177.530. Voor 2021 is daarnaast € 187.640 extra nodig. 11. € 93.600 in 2021 voor extra capacitief dat nodig is omdat als gevolg van het traject rond Intervence alle casuïstiek zonder gerechtelijke maatregel ('drangzaken') versneld wordt overgedragen aan de gemeenten.

In de formatie van het gemeentelijke regieteam voor complexe casuïstiek en team Wmo en jeugd is hiermee geen rekening gehouden. Met het aantrekken van 1 fte casusregisseur kan deze extra caseload incidenteel worden opgepakt. Aldus kan de continuïteit van zorg voor deze kwetsbare doelgroep worden geborgd. 12. Extra uitgaven als gevolg van de Coronacrisis van € 798.350 in 2021. Dit betreft de omvang van de vierde compensatiepakket Coronamaatregelen 13. Extra uitgaven m.b.t. acute problematiek jeugdzorg. Met betrekking tot de acute tekorten op de jeugdhulp is in april 2021 een extra incidentele bijdrage van het rijk van landelijk € 613 miljoen afgekondigd voor het jaar 2021. Dit is in de meicirculaire 2021 beschikbaar gesteld door het Rijk. Deze middelen komen bovenop de € 300 miljoen aan middelen voor het welzijn van jongeren in coronatijd. Voor Vlissingen wordt het extra bedrag 2021 geraamd op ruim € 1,8 miljoen. 14. € 70.000 voor de vroegsignalering schulden. Vroegsignalering schulden is sinds 2021 een nieuwe wettelijke taak als gevolg van een wijziging in de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening. In december 2020 heeft het college van Vlissingen besloten om de nieuwe wettelijke taak vroegsignalering schulden op korte termijn te positioneren in de integrale toegang (tot de overgang vindt uitvoering plaats door Orionis).

In de begroting van Orionis is een structurele dekking voor de personeelskosten voor een zeer beperkte uitvoering van deze taak opgenomen van circa € 95.000 (aandeel

61

Vlissingen). Dit betekent een structureel tekort op personeelskosten (ten opzichte van de gevraagde formatie in het collegevoorstel) van circa € 70.000 per jaar. 15. € 40.000 voor overhead met betrekking tot de inrichting van het regieteam binnen de gemeentelijke toegang.

5.3

Geaccepteerd begrotingssaldo Het in de vorige paragraaf weergegeven begrotingssaldo is berekend op basis van de begrotingsdocumenten (Begroting, Begrotingswijzigingen, Kadernota, Bestuursrapportages en Jaarrekening) van Vlissingen, Informatie voor Derden (Iv3) van de taakvelden en de gemeentefondscirculaires. Om tot een juiste berekening van een eventuele aanvullende uitkering te komen en om een gelijkwaardige behandeling van artikel 12-gemeenten zoveel als mogelijk te bewerkstelligen, wordt dit saldo aangepast met technische en/of beleidsmatige correcties. Bij de meer technische correcties gaat het om de consistentie van uitgangspunten en aannames met betrekking tot onder andere de uitkeringen uit het gemeentefonds. Zie hiervoor ook de gedeeltelijke toerekening van de uitkering uit het gemeentefonds (taakveld 0.7) aan de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning (bovenstaande punten A.1 en A.2). Ook wordt nagegaan of de gemeente een primitieve begroting heeft ingediend waarin alle baten en lasten reëel geraamd zijn). Of de baten en lasten reëel geraamd zijn zou moeten blijken uit de toelichting op de baten en lasten, die tenminste het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging en het geraamde bedrag van het begrotingsjaar bevat.

Bij beleidsmatige correcties gaat het om het zuiveren van onaanvaardbare beleidsintensiveringen, met name het schonen voor nieuw beleid. Hieronder wordt verstaan iedere verhoging van uitgaven ten opzichte van de laatst goedgekeurde primitieve begroting, inclusief gelijktijdig meegenomen wijzigingen. Na deze correcties resteert het geaccepteerd begrotingssaldo. In tabel 5.2 is de totstandkoming van het geaccepteerd begrotingssaldo op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen weergegeven. Uitgangspunt daarbij is het in de vorige paragraaf bepaalde begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen. Na de tabel wordt een toelichting gegeven op de posten. In bijlage 5.1 staat het geaccepteerd begrotingssaldo van Vlissingen in totaal.

62

Tabel 5.2

Geaccepteerd begrotingssaldo sociaal domein (SD) en werk & inkomen (W&I) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving (bedragen x 1000) Begrotingssaldo SD en W&I

2020

2021

2022

2023

2024

-5.264

-13.000

-7.160

-4.048

-3.006

B

Correcties i.v.m. O&O benodigd m.b.t. SD en W&I:

B.1

Begroting 2019

8.099

7.471

7.081

7.081

7.081

B.2

Begrotingswijzigingen 2019

-505

-1.026

-1.091

-1.091

-1.091

B.3

Eerste bestuursrappoprtage 2019

0

0

0

0

0

B.4

Tweede bestuursrappoprtage 2019

0

0

0

0

0

B.5

Kadernota 2020

4.279

4.876

4.656

4.501

4.501

B.6

Begroting 2020

9.380

9.588

10.134

9.736

9.736

B.7

Jaarrekening 2019

0

0

0

0

0

B.8

Begrotingswijzigingen 2020

-2.057

0

0

0

0

B.9

Eerste bestuursrapportage 2020

377

0

0

0

0

B.10

Tweede bestuursrappoprtage 2020

6.103

0

0

0

0

B.11

Begroting 2021

0

5.994

6.691

7.786

8.514

B.12

Jaarrekening 2020

B.13

Begrotingswijzigingen 2021

B.14

Eerste bestuursrappoprtage 2021 Totaal O&O-correcties

532

0

0

0

0

0

3.718

-921

-1.662

-2.269

0

3.444

946

308

307

26.208

34.065

27.496

26.659

26.779

-3.181

-5.647

-8.159

-8.159

17.884

14.689

14.452

15.614

Correcties overig: B.15

Ingeboeke taakstelling begroting 2021 (post 3.5) Geaccepteerd begrotingssaldo SD en W&I

20.944

B.1 t/m B.14) Correcties (i.v.m. O&O benodigd) m.b.t. SD en W&I In de begrotingsdocumenten zijn posten op het vlak van sociaal domein en werk & inkomen opgenomen die aan het O&O-criterium (onontkoombaar en onuitstelbaar) getoetst dienen te worden. Het begrotingssaldo SD en W&I is hiervoor dan ook gecorrigeerd (posten B in de tabel). In bijlage 5.4 van dit inspectierapport en bijlage 5.4 van inspectierapport 2019 wordt per begrotingsdocument (Begroting, Begrotingswijzigingen, Bestuursrapportages, Kadernota en Jaarrekening) weergeven welke posten dit precies betreft. Als voor deze posten is geconstateerd dat ze nog nodig zijn en inderdaad onontkoombaar en onuitstelbaar zijn, dan zijn deze weer opgevoerd bij de berekening van het relevante saldo (paragraaf 5.4). B.15) Ingeboekte taakstelling begroting 2021 (post 3.5) Vlissingen heeft in de begroting 2021 een taakstelling sociaal domein en werk & inkomen opgenomen. Dit is echter niet de volledige in hoofdstuk 4 van dit inspectierapport opgenomen taakstelling. Deze taakstelling wordt dan ook gecorrigeerd en bij de bepaling van het relevante saldo weer opgenomen (paragraaf 5.4, tabel 5.3, post D) conform de bedragen uit hoofdstuk 4.

5.4

Relevante begrotingssaldo Voor de berekening van het relevante begrotingssaldo sociaal domein en werk & inkomen wordt uitgegaan van het in paragraaf 5.3 bepaalde geaccepteerde saldo. Hierop worden wijzigingen aangebracht als gevolg van de voorstellen die in het Tripartite overleg (TPO) tussen gemeente, provincie wen de inspecteur zijn besproken voorafgaand aan de vaststelling door de gemeenteraad van Vlissingen. De voorstellen worden daarbij getoetst op het O&O-criterium, de financiële gevolgen en de dekking daarvan. Na verwerking van de via O&O door de provincie en de inspecteur geaccordeerde posten ontstaat het zogenaamde aanvaardbaar begrotingssaldo. Na verwerking van eventuele inzet van reserves (hoofdstuk 3) en mogelijke inbreng van het saldo van de jaarrekening (hoofdstuk 5) ontstaat het relevante begrotingssaldo. In de navolgende tabel 5.3 wordt het relevante saldo sociaal domein en werk & inkomen gepresenteerd. Na de tabel wordt een toelichting

63

op de posten gegeven. In bijlage 5.1 staat het relevante begrotingssaldo van Vlissingen in totaal. Tabel 5.3

Relevante saldo sociaal domein (SD) en werk & inkomen (W&I) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving (bedragen x 1000) Geaccepteerd begrotingssaldo SD en W&I

2020

2021

2022

2023

2024

20.944

17.884

14.689

14.452

15.614

-11.118

-10.745

-9.495

-9.342

-9.342

-2.004

-2.009

-50

-50

C

O&O geaccordeerd m.b.t. SD en W&I:

C.1

Inspectierapport 2019 (posten C.1 t/m C.33)

C.2

Transformatiefonds ambulantisering GGZ

C.3

Inhuur inkoop beschermd w onen

-4

C.4

Vraagafhankelijk W mo-vervoer

-48

C.5

Projectleider artikel 12

-174

-174

C.6

Budgetoverheveling 2020-2021 aanvullende taakstelling 2020

1.107

-1.107

C.7

Berichtenverkeer beschermd w onen

C.8

Onafhankelijke deskundige beschermd w onen

C.9

Beroep op hardheidsclausule beschermd w onen

C.10

Landelijk actieprogramma W eer Thuis

C.11

Begroting 2020 CZW -bureau

C.12

Inhuur Sifnificant

C.13

Centrumgemeentemiddelen

C.14

Inzet middelen 2020 meicirculaire 2020

-331

C.15

Compensatie coronacrisis (septembercirculaire 2020)

-260

C.16

Tw eede begrotingsw ijziging 2020 Orionis

C.17

W mo 2020

C.18

Jeugd 2020

C.19

-60

-50

-50

-100

-100

-1.673

-1.674

-1.573

-1.573

-1.573

-21

-45

-5.676

-2.550

-5.249

-5.349

-5.349

-2.062

-1.589

-1.680

-1.548

-1.548

-1.508

-1.425

-2.522

-2.028

-2.028

W erk en inkomen 2020

-308

-64

42

-184

-184

C.20

3e begrotingsw ijziging GGD 2020

-520

C.21

Beschermd w onen Zeeuw se Gronden

-139

C.22

Budgetoverhevelingen 2020-2021 sociaal domein

551

-551

C.23

Eerste begrotingsw ijziging 2020 en Begroting 2021 CZW -bureau

-550

-316

C.24

Contractbeheer beschermd w onen

C.25

Tijdelijk verblijf beschermd w onen

C.26

Intervence

C.27

Vrouw enopvang 2021

C.28

Uitvoeringskosten SVB

-20

C.29

Inburgering 2020

-88

C.30

Overhead I&A sociaal domein

C.31

Financiële uitgangspunten 2021-2024

-18 -18

-598

-38 -48

-22 -417 -641

-10

-10

-5

-5

-144

-250

-480

-1.186

-306

721

-483

-135

1.662

2.269

-40

-41

C.32

Jeugdhulp

C.33

Continuïteit van zorg i.v.m. Covid 19

C.34

Continuïteit van beschermd w onen i.v.m. Covid 19

-146

C.35

Vrouw enopvang

-113

C.36

Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten

C.37

Continuïteit drangzaken jeugdzorg

-94

C.38

Uitvoering centrumtaken

-25

C.39

Vluchtelingenw erk

C.40

Schuldenbeleid

-50

C.41

Schuldenbeleid budgetoverheveling

50

C.42

Eerste begrotingsw ijziging 2021 CZW -bureau

C.43

Inzet Coronacompensatie re-integratie en bijzondere bijstand

C.44

Niet O&O-geaccordeerd, valt vrij in jaarrekening 2020

C.45

W alk-Inn en Doorstroomhuis

C.46a

Orionis (jaarrekening 2020, 1e begrotingsw ijziging 2021) inzet extra middelen meicirculaire 2020

C.46b

Orionis (jaarrekening 2020, 1e begrotingsw ijziging 2021)

C.47

Tijdelijk verblijf beschermd w onen

-36

C.48

Accountantsonderzoek beschermd w onen

-14

C.49

Beleidsontw ikkeling beschermd w onen

C.50

Capaciteit W mo en jeugdhulp

-285

C.51

Afrekening jeugdzorg 2020 GGD

-597

C.52

W elzijnsaccommodaties correctie aframing panden

-39

C.53

W et Inburgering Nieuw komers

-68

C.54

Dak en thuisloosheid 2021

C.55

Cliëntparticipatie BW

C.56

Bestuurlijke fusie Jeugdbescherming W est en Intervence

-59

-317

-38

-572

-213 -88 -212 -38 1.731

921

-81 -638 -39

-2.636 -10

Totaal O&O geaccoordeerd D

-50 -376

-26.208

Resterende taakstelling sociaal domein en w erk & inkomen (hoofdstuk 4) Aanvaardbaar begrotingssaldo SD en W&I

-5.265

E

Inbreng reserves

0

F

Inbreng saldo jaarrekening

0

Relevante begrotingssaldo SD en W&I

-5.265

-566

-178

-178

-178

-27.725

-20.672

-19.597

-19.349

5.594

9.099

10.808

10.801

-4.248

3.116

5.662

7.066

-4.248

3.116

5.662

7.066

Let op: de verwachting is dat voor 2021 en verder het relevante saldo nog zal wijzigen. De gemeente Vlissingen moet voor die jaren immers nog diverse posten via onontkoombaar en

64

onuitstelbaar (O&O) onderbouwen (2021: € 6,4 miljoen, 2022: € 6,8 miljoen, 2023: € 7,1 miljoen en 2024: € 7,4 miljoen). Deze posten zitten nu nog als correctie in de cijfers (verschil tussen B in tabel 5.2 en C in tabel 5.3). Daarnaast dienen in die jaren nog een aantal resultaten van de in dit rapport beschreven maatregelen, de effecten van de circulaires gemeentefonds en eventuele overige mutaties verwerkt te worden. C.1) Inspectierapport 2019 (posten C.1 t/m C.33) Dit betreft de meerjarig doorwerking van de posten C.1 t/m C.33 uit het inspectierapport 2019. Deze posten zijn in paragraaf 5.4 van dat inspectierapport toegelicht. C.2) Transformatiefonds ambulantisering GGZ In de septembercirculaire 2019 is structureel extra geld beschikbaar gesteld voor de ambulantisering van de GGZ via de decentralisatie-uitkering Beschermd wonen. Hiervan wordt in 2020 en 2021 € 2 miljoen gestort in een transformatiefonds. Dit transformatiefonds is er voor de 13 Zeeuwse gemeenten en heeft als doel de extramuralisering en ambulantisering van de GGZ in Zeeland. In 2016 is met het uitbrengen van het advies ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ de landelijke beweging ingezet om de ondersteuning en begeleiding van burgers met psychische kwetsbaarheid in Nederland stapsgewijs te transformeren.

Komend uit een situatie van hoofdzakelijk intramurale zorg, wordt een beweging voorgestaan naar hoofdzakelijk ambulante ondersteuning. Hoofdoel hiervan is inclusie, meer maatschappelijke participatie en waar mogelijk herstel. C.3) Inhuur inkoop beschermd wonen De basis- en deelovereenkomst beschermd wonen had een einddatum van 31 december 2020. Voor de inkoop van beschermd wonen voor het jaar 2021 was specifieke deskundigheid nodig die niet aanwezig was in de organisatie. Daarom is overgegaan tot inhuur van specifieke deskundigheid ten behoeve van de inkoop beschermd wonen 2021. De kosten hiervan waren € 4.344. C.4) Vraagafhankelijk Wmo-vervoer In de primaire begroting 2020 is voor vraagafhankelijk Wmo-vervoer een te laag bedrag opgenomen. Hieraan liggen een aantal oorzaken ten grondslag. Ten eerste is het aantal kilometers van vraagafhankelijk Wmo-vervoer substantieel toegenomen vanaf oktober 2019. Dit was niet voorzien in de begroting 2020. Ten tweede zijn de vaste kosten voor de GVZ toegenomen. Dit was niet bekend ten tijde van het opstellen van de primaire begroting. In totaal betekent dit € 47.950 aan extra lasten in 2020. C.5) Projectleider artikel 12 In verband met de realisatie van het Plan van aanpak en de daaraan gekoppelde maatregelen en taakstellingen wordt de tijdelijke inhuur, voor de functie van projectleider artikel 12, voor de jaren 2020 en 2021 verlengd.

De lasten hiervoor zijn € 174.000 per jaar. C.6) Budgetoverheveling 2020-2021 aanvullende taakstelling 2020 Geaccordeerd is om van de aanvullende bezuinigingen 2020 (paragraaf 4.2) € 1,107 miljoen in te zetten als dekking voor de projectbegroting 2021. De maatregelen en veranderprojecten om de tekorten sociaal domein en werk & inkomen de komende jaren te saneren vergen extra capaciteit en expertise. Concreet bestaan de extra lasten uit lasten capaciteit uitvoerend projectteam, lasten adviesdiensten, lasten deelproject buurtteams, lasten deelproject integrale toegang en overhead. Om deze noodzakelijke investeringen te doen is het genoemde bedrag nodig en is dit via een budgetoverheveling naar 2021 gebracht. C.7) Berichtenverkeer beschermd wonen Landelijk is besloten dat berichtenverkeer ten behoeve van beschermd wonen niet meer rechtstreeks mag plaatsvinden tussen zorgaanbieder en CAK. Dit berichtenverkeer moest

65

dus opnieuw worden ingericht. De lasten hiervoor zijn € 10.000 incidenteel in 2020 en € 50.000 structureel vanaf 2020. C.8) Onafhankelijke deskundige beschermd wonen Om meer grip te krijgen op de toegang tot beschermd wonen wordt voor 2021 en 2022 een onafhankelijk deskundige ingehuurd. Met de inzet van deze onafhankelijke deskundige vindt er een objectieve toetsing plaats van de aanvragen om beschermd wonen. De verwachting is dat daardoor ook het aantal cliënten dat terecht komt in beschermd wonen zal verminderen. De lasten zijn € 100.000 per jaar. C.9) Beroep op hardheidsclausule beschermd wonen Het beroep op de hardheidsclausule heeft betrekking op de levering van ondersteuning beschermd wonen aan een cliënt die is ingestroomd per 5 januari 2018. De Deelovereenkomst beschermd wonen 2018-2019 bepaalt dat cliënten pas meetellen voor de bekostiging vanaf de eerstvolgende peildatum na instroom. Dat is in dit geval 1 mei 2018. Dit heeft tot gevolg dat de ondersteuning beschermd wonen voor de cliënt in de periode 5 januari – 30 april 2018 niet is vergoed, ook niet achteraf. Dit terwijl centrumgemeente Vlissingen heeft aangedrongen deze cliënt op te nemen. Besloten is dan ook dat er in dit geval een beroep kan worden gedaan op de hardheidsclausule. De lasten zijn € 18.086 voor 2020.

C.10) Landelijke actieprogramma Weer Thuis Het Actieprogramma ‘Weer Thuis’ is een samenwerkingsverband van Aedes, VNG, Federatie Opvang, RIBW Alliantie, GGZ Nederland en het Leger des Heils. Aan de hand van dit programma maken de gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders (de drie sleutelpartijen) in de deelnemende regio’s afspraken over het aantal te reserveren woningen, de spreiding ervan en de begeleiding die nodig is. Doel is het gezamenlijk creëren van een goede basis zodat een cliënt bij uitstroom uit beschermd wonen (BW) of de maatschappelijk opvang (MO) zijn plek terugvindt in de samenleving. Niet alleen het belang van de persoon in kwestie wordt hierin meegenomen maar ook dat van de omwonenden. De lasten van dit actieprogramma zijn in 2020 € 17.500. C.11) Begroting 2020 CZW-bureau Op basis de begroting 2020 van het CZW-bureau blijkt dat de begrote nettolasten voor het programma beschermd wonen in 2020 € 43,7 miljoen zijn. Dat betekent dat de extra centrumgemeentemiddelen uit de begroting 2019 van Vlissingen op basis van de meicirculaire 2018 (post 3.3.9.c) en septembercirculaire 2018 (post 3.3.10 c) hiervoor vanaf 2020 (gedeeltelijk) structureel nodig zijn. Overigens is door Vlissingen op het vlak van beschermd wonen een budgetplafond ingesteld van € 39,4 miljoen vanaf 2020. Dat betekent dat er een overschot zal zijn bij beschermd wonen.

Dit overschot wordt gestort in de reserve Centrumtaken. Bezien zal worden of een deel van deze reserve gebruikt kan worden voor de tekorten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. Zie hiervoor paragraaf 3.3 van dit inspectierapport. C.12) Inhuur Significant De basis- en deelovereenkomst beschermd wonen had een einddatum van 31 december 2020. Voor de inkoop van beschermd wonen voor het jaar 2021 was specifieke deskundigheid nodig die niet aanwezig was in de organisatie. Daarom is eerder overgegaan tot inhuur van specifieke deskundigheid ten behoeve van de inkoop beschermd wonen 2021. Zie hiervoor ook punt C.3. Deze inhuur is verlengd tot en met 31-12-2021. De resterende kosten hiervoor zijn € 21.168 in 2020 en € 45.172 in 2021. C.13) Centrumgemeentemiddelen Op basis van de meicirculaire 2018 (post 3.3.9 c, Begroting 2019), septembercirculaire 2018 (post 3.3.10 c, Begroting 2019), meicirculaire 2019 (post 3.4.3, Begroting 2020), septembercirculaire 2019 (post 3.4.6, Begroting 2020), meicirculaire 2020 (post V13, Tweede bestuursrapportage 2020) en septembercirculaire 2020 (post N21, Tweede

66

bestuursrapportage 2020) ontvangt Vlissingen extra geld voor de centrumtaken (beschermd wonen, vrouwenopvang en maatschappelijke opvang). Als er meer geld komt vanuit het Rijk (gemeentefonds) voor sociaal domein en werk & inkomen dan dient dit gebruikt te worden voor opvangen van bestaande tekorten. Vlissingen dient via O&O (onontkoombaar en onuitstelbaar) te onderbouwen als een deel betrekking heeft op loon-, prijs- of volumeontwikkelingen of gebruikt dient te worden voor nieuwe taken of intensiveringen van bestaande taken. Het per definitie een op een vertalen in ook hogere lasten of doorzetten naar samenwerkingsverbanden (gemeenschappelijke regelingen) is niet meer passend in de huidige situatie van Vlissingen en niet mogelijk binnen artikel 12. Dat geldt ook voor deze centrumgemeentemiddelen en bovengenoemde posten in Begroting 2019, Begroting 2020 en Tweede bestuursrapportage 2020. Via eerdere O&O-beoordelingen is een deel van de bedragen op de genoemde posten eerder geaccordeerd door de inspecteur. De inspecteur heeft besloten om de resterende middelen op deze posten ook O&O te accorderen. De redenen zijn: 1. Besloten is door Vlissingen om voor beschermd wonen een budgetplafond in te stellen vanaf 2020. Dat betekent dat bij beschermd wonen een overschot ontstaat vanaf 2020. Dit overschot kan in de reserve Centrumtaken worden gestort.

Daarvoor is het vanzelfsprekend echter wel nodig dat deze middelen O&O-geaccordeerd en dus beschikbaar zijn. Wel wordt bezien of een deel van deze reserve gebruikt kan worden voor de tekorten op het vlak van het sociaal domein en werk & inkomen. Zie hiervoor paragraaf 3.3. 2. Een deel van deze middelen wordt gebruikt voor de aanvullende maatregelen 2020. Ook daarvoor is het nodig dat deze middelen O&O-geaccordeerd zijn, anders zijn ze niet beschikbaar om de aanvullende maatregelen 2020 in te vullen. Zie hiervoor paragraaf 4.4. C.14) Inzet middelen 2020 meicirculaire 2020 Wat onder post C.13 is geschreven voor de centrumgemeentemiddelen geldt ook voor extra geld uit het gemeentefonds op het vlak van Wmo, jeugd en participatie. In de meicirculaire 2020 is extra geld aangekondigd in 2020 voor maatschappelijke begeleiding statushouders, participatie en Wmo. Dit extra geld is verwerkt als last in de Tweede bestuursrapportage 2020 (post V13). Deze middelen worden gebruikt voor de aanvullende maatregelen 2020. Daarvoor is het nodig dat deze middelen O&O-geaccordeerd zijn, anders zijn ze niet beschikbaar om de aanvullende maatregelen 2020 in te vullen. Zie hiervoor paragraaf 4.4.

C.15) Compensatie coronacrisis (septembercirculaire 2020) De verlening van zorg en ondersteuning door zorgorganisaties en professionals heeft geleid tot meerkosten als gevolg van de Coronacrisis, in het bijzonder door het volgen van de richtlijnen van het RIVM. De meerkosten voor zorgaanbieders voor de Jeugdwet en Wmo over de periode 1 maart 2020 t/m 31 december 2020 die direct voortkomen uit het volgen van deze maatregelen zijn door het Rijk aan de gemeenten gecompenseerd. Op basis van de septembercirculaire 2020 ontvangt Vlissingen hiervoor circa € 0,26 miljoen. Dit geld kan door Vlissingen ingezet worden voor deze meerkosten. C.16) Tweede begrotingswijziging 2020 Orionis Via deze O&O-accordering worden een aantal posten goedgekeurd: • € 93.121 positief: bestaande uit een voordeel van € 605.121 voornamelijk als gevolg van extra geld uit het gemeentefonds (meicirculaire 2020 en septembercirculaire 2020) op het vlak van participatie minus € 262.000 (LPO participatie) en € 250.000 (Tozo) die gebruikt worden voor de aanvullende maatregelen 2020 (paragraaf 4.4). • € 336.000 positief: een voordeel als gevolg van de per saldo hogere Rijksbijdrage participatie 2020 uit de meicirculaire 2019 en septembercirculaire 2019. • € 385.000 negatief: uitbetaling aan Orionis van de hogere rijksbijdrage participatie op basis van de meicirculaire 2019.

67

• •

€ 25.000 positief: verrekening Orionis van de lagere rijksbijdrage participatie op basis van de septembercirculaire 2019. € 667.000 negatief: uitbetaling aan Orionis van de hogere rijksbijdrage op basis van de septembercirculaire 2020.

C.17) Wmo 2020 Via deze O&O-accordering worden de volgende posten goedgekeurd: • De structurele doorwerking van de loon- en prijsbijstelling 2019 voor de Wmo. Op basis van de gemaakte prognose voor Wmo-maatwerk 2020 is inzet van dit budget vereist om de kostenstijging veroorzaakt door prijsindexering en de aanwas van cliënten op te kunnen vangen. • De daling van het gemeentefonds in verband met een vereenvoudiging van de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een WLZ-instelling wonen. Vanaf 1 januari 2020 worden mobiliteitshulpmiddelen verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. • De structurele doorwerking van de toename van het aantal cliënten in 2019 van 252 bij huishoudelijke hulp en zorg. De oorzaak is het lage abonnementstarief in combinatie met de vergrijzing. Daarnaast weten de professionals de weg richting de lokale toegang beter te vinden en werven zij actief hun eigen klanten. Op grond van de huidige jurisprudentie is er geen geldige weigeringsgrond om een voorziening op basis van het eigen inkomen te weigeren. • De uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Voor de uitvoeringskosten van persoonsgebonden budget trekkingsrechten van de SVB voor is door de VNG afgesproken om op basis van de begroting 2020 van de SVB een bedrag van macro € 26 miljoen uit het gemeentefonds te nemen. Dit vond plaats in de septembercirculaire 2019.

Het aandeel van de gemeente Vlissingen als nadeel verwerkt in de Programmabegroting 2020. • De toename van de kosten voor de Wmo-vervoersvoorzieningen: De kosten van de gemeentelijke vervoerscentrale nemen toe en het aantal ritten/kilometers zijn in de loop van 2019 flink gestegen. Er is gedurende het jaar een opwaartse trend in het aantal gebruikers dat meer dan 1.000 km per jaar rijdt. • De toename van de lasten begeleiding en dagbesteding. Dit betreft een bijstelling van het PGB-budget ten gevolge van een administratieve correctie op het jaarwerk 2018. In 2019 heeft een structurele herschikking van de Wmo-budgetten plaatsgevonden, waaronder het PGB-budget. Er is destijds afgeraamd ten gunste van andere Wmobudgetten met tekorten. Hierbij zijn de, ten gevolge van een administratieve correctie, te lage jaarcijfers 2018 als uitgangspunt genomen. Dit heeft tot gevolg dat ook de meerjarenbegroting 2020-2023 te laag begroot is. • Het niet innen van het abonnementstarief huishoudelijke hulp in de periode april en mei 2020 ten gevolge van Covid-19. • De structurele doorwerking van reeds eerder geaccordeerde bedragen Tweede bestuursrapportage 2019 • De stijgende lasten van de Wmo-maatwerkdienstverlening en –voorzieningen als gevolg van vergrijzing en de aantrekkelijkheid van het abonnementstarief.

C.18) Jeugd 2020 Met betrekking tot jeugd 2020 zijn de volgende posten goedgekeurd: • De structurele doorwerking van de loon- en prijsbijstelling 2019 voor de jeugd. Deze loon- en prijscompensatie wordt ingezet ter dekking van de gestegen salariskosten. • De uitvoeringskosten SVB met betrekking tot de PGB-jeugdhulp. Deze lasten worden door het rijk in rekening gebracht voor de uitvoeringskosten van de SVB onderdeel PGB jeugdhulp. Hiervoor heeft een uitname uit het gemeentefonds plaatsgevonden via de septembercirculaire 2019. • Een stijging van de lasten jeugdhulp. Op basis van de doorrekening van de uitgaven op basis van jaarrealisatie 2019 stijgen de lasten jeugdhulp vanaf 2020. De reden is dat het aantal jeugdigen in zorg èn de intensiteit van de ingezette zorg (duurder) toeneemt. Van het aantal jeugdigen onder de 18 in Vlissingen (8.209) ontvangen er 1.154 jeugdhulp (14%, gebaseerd op gegevens 1e halfjaar 2019). Gemeentelijke grip

68

•

op de toegang tot jeugdhulp is lastig omdat ruim de helft van de instroom tot stand komt via de doorverwijzing van huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten (m.n. naar geestelijke gezondheidszorg en licht verstandelijk gehandicaptenzorg) of via uitspraken van de kinderrechter over de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Ook in verschillende deelsectoren van de jeugdhulp sprake van tariefstijging. De extra lasten als gevolg van de stijgende tarieven en aantallen met betrekking tot vervoer jeugdigen met een ggz-indicatie.

C.19) Werk & inkomen 2020 Op basis van de Begroting 2020 van Orionis Walcheren zijn de begrote gemeentelijke middelen ontoereikend. De reden hiervoor is een negatief verschil tussen de bijstandslasten en de Rijksvergoeding (resultaat op de BUIG) en achterblijvend rendement van het Werkleerbedrijf. Totaal betekent dit een nadeel van € 308.000. C.20) 3e begrotingswijziging GGD 2020 Via de 3e begrotingswijziging 2020 van de GGD heeft een bijstelling plaatsgevonden van de prognose kosten jeugdhulp 2020. Deze bijstelling is vooral gebaseerd op de definitieve realisatie 2019 die hoger uitviel dan de voorlopige realisatie 2019 (op basis waarvan de begroting 2020 was gebaseerd). Een kleiner effect komt daarnaast voort uit de bijstelling van een aantal parameters m.b.t. de bevolkingssamenstelling en indexatie van tarieven. Bovenstaande betekent voor de Zeeuwse gemeenten een verwachte toename van de kosten in 2020 van € 2.998.418. Het aandeel van de gemeente Vlissingen bedraagt € 520.000. C.21) Beschermd wonen Zeeuwse Gronden Ten behoeve van een nieuwe vestiging van Zeeuwse Gronden voor beschermd wonen, waarvoor reeds in 2017 toezeggingen zijn gedaan, is in totaal voor 2020 € 464.117 nodig. Hiervan is reeds € 325.000 verwerkt in de eerste begrotingswijziging van het CZW-bureau. Het resterende bedrag van € 139.117 wordt verwerkt in de jaarrekening 2020 van het CZW-bureau.

De nieuwe zorglocatie, een kleinschalige geclusterde woonvoorziening, past binnen de beoogde transformatie van ‘beschermd wonen intramuraal naar beschut wonen in de wijk’. C.22) Budgetoverhevelingen 2020-2021 sociaal domein Elk jaar zijn er in de begroting bedragen opgenomen voor eenmalige activiteiten. Het kan voorkomen dat deze activiteiten ultimo het jaar nog niet volledig afgerond zijn. Voornemen is deze activiteiten het volgende jaar te realiseren. Nadrukkelijk betreft het hier geen structurele begrotingsbudgetten waar eind van het jaar geld resteert. Het gaat om activiteiten waar incidenteel geld voor beschikbaar is gesteld en waarvan de uitvoering is vertraagd. De budgetoverheveling is bedoeld om deze incidenteel toegekende bedragen beschikbaar te houden voor de uitvoering (van het restant) in begrotingsjaar 2021. Via O&O zijn de volgende budgetoverhevelingen goedgekeurd (zie ook posten A.3.4 en A.9.2): • Minimabeleid van € 122.000. • Inburgering van € 274.700. • Onderzoekskosten Orionis van € 128.000. • Inhuur team Wmo en jeugd van € 26.000. C.23) Eerste begrotingswijziging 2020 en Begroting 2021 CZW-bureau In de eerste begrotingswijziging 2020 en Programmabegroting 2021 worden tekorten gepresenteerd op de programma’s maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen.

Het tekort bij de maatschappelijke opvang wordt met name verklaard door negatieve bijstellingen van de rijksbijdragen uit het gemeentefonds. Het tekort bij de vrouwenopvang wordt ook verklaard door een daling van het gemeentefonds op dit vlak en daarnaast door extra laten voor de MDA++. Dat is de aanpak waarbij de verschillende sectoren, specialisten, het lokaal team en het gezin samenwerken. De lasten beschermd wonen nemen met name toe door verhoging van het voorschot aan Zeeuwse Gronden (zie ook post C.21).

69

C.24) Contractbeheer beschermd wonen Middels de aanbesteding beschermd wonen (BW) 2021 willen de 13 Zeeuwse gemeenten meer grip krijgen op de dienstverlening van de gecontracteerde aanbieders. Dit doen zij met name door kritische prestatie-indicatoren op te nemen in het contract BW 2021. Contractbeheer is noodzakelijk om deze resultaatgerichte uitvoering van de contracten in de praktijk nauwlettend te volgen en eventueel bij te sturen. Contractbeheer draagt ook bij aan een kosteneffectieve uitvoering van de dienstverlening en daarmee aan kostenbeheersing. Van meet af aan is een contractbeheerder nodig omdat de werkprocessen rond contractbeheer nog ingeregeld moeten worden. Er wordt dan ook tijdelijk een parttime contractbeheerder BW ingehuurd omdat nog niet duidelijk is hoeveel cliënten BW en aanbieders BW er overblijven in 2021, na de overgang van een groot aantal cliënten BW naar de Wlz. C.25) Tijdelijk verblijf beschermd wonen Op grond van de afspraken rond de landelijke toegankelijkheid beschermd wonen (BW) is de centrumgemeente van herkomst verantwoordelijk voor de kosten van het ‘tijdelijk verblijf’ BW in een andere regio indien dit tijdelijk verblijf BW in de gast-centrumgemeente plaatsvindt omdat in de eigen regio de desbetreffende specialistische zorg niet geboden kan worden.

Na dit tijdelijk verblijf dat maximaal een jaar duurt, keert de cliënt terug naar de centrumgemeente van herkomst. Mocht het traject BW in de gast-centrumgemeente toch langer duren, dan komen de kosten voor rekening van deze gast-centrumgemeente (in dit geval West-Brabant). De extra lasten voor dit tijdelijk verblijf zijn in 2020 € 48.496 en in 2021 € 22.064. C.26) Intervence Om een oplossing te zoeken voor de structureel verliesgevende financiële situatie van gecertificeerde instellingen Intervence heeft een scenario-onderzoek plaats gevonden. Uit dit onderzoek blijkt dat Intervence niet zelfstandig de activiteiten kan blijven uitvoeren. Op grond van deze uitkomsten heeft de Bestuurscommissie jeugdhulp besloten het contract van Intervence niet te verlengen en voor 2021 een overgangscontract aan te gaan. In deze periode zal een geleidelijke overdracht van jeugdbeschermingsmaatregelen plaatsvinden. Ten behoeve van de transitieoperatie stellen de Zeeuwse gemeenten in 2021 de noodzakelijke middelen beschikbaar. Het aandeel van Vlissingen hierin is € 416.781.

C.27) Vrouwenopvang 2021 Via de septembercirculaire 2020 zijn aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang extra middelen toegevoegd onder andere voor de versterking van Veilig Thuis, voor aanpak van acute crisissituaties, voor het aanpakken van door- en uitstroomproblematiek, voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met de Centra Seksueel Geweld en voor de uitvoering van de actieagenda Schadelijke praktijken. Ten behoeve van de versterking van Veilig Thuis is € 571.600 extra nodig als gevolg van een hogere stijging van meldingen en adviezen dan is ingeschat voor de invoering van de vernieuwde wettelijke meldcode. Voor het Centrum Seksueel Geweld is extra € 69.620 nodig om de bestaande dienstverlening te kunnen voortzetten. C.28) Uitvoeringskosten SVB Voor de uitvoeringskosten van persoonsgebonden budget trekkingsrechten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor is door de VNG en het Rijk afgesproken om op basis van de begroting 2020 van de SVB een bedrag van macro € 26 miljoen uit de algemene uitkering te nemen. Dit vond plaats in de septembercirculaire 2019. In de gemeentelijke begroting 2020 is echter geen mogelijkheid om het budget te verlagen. Derhalve is het aandeel van de gemeente Vlissingen als nadeel verwerkt in de Programmabegroting 2020. C.29) Inburgering 2020 Per 1 juli 2021 treedt de Wet Inburgering in werking.

De verantwoordelijkheid voor de invoering en de uitvoering van deze nieuwe wet en het ontwikkelen en aanbieden van

70

programma’s ligt bij de gemeente. Via de meicirculaire 2020 zijn daarom extra middelen ontvangen voor de invoeringskosten van € 88.000. C.30) Overhead I&A sociaal domein De I&A Samenwerking met Middelburg is de afgelopen jaren gegroeid van puur ondersteunend naar cruciaal voor de primaire processen. De dienstverlening en bedrijfsvoering van beide gemeenten en Orionis als klant van het samenwerkingsverband zijn inmiddels volledig afhankelijk van I&A. Door allerlei ontwikkelingen wordt de komende jaren steeds meer inzet gevraagd van I&A. Het te beheren areaal is fors gegroeid met nieuwe toepassingen en ook wet- en regelgeving vragen vergaande professionalisering van de I&A Samenwerking. Op dit moment heeft de I&A Samenwerking een te krappe formatie om de continuïteit voldoende te kunnen waarborgen en te kunnen ondersteunen bij projecten van de beide organisaties. Voor het sociaal domein en werk & inkomen betreft dit een toename van de overhead met € 10.000 in 2021. C.31) Financiële uitgangspunten 2021-2024 Dit betreft de doorrekening van de financiële uitgangspunten in begroting 2021: • Voor de ontwikkeling van de loonkosten wordt uitgegaan van de cao – loon bedrijven, deze is 1,4% voor het jaar 2021. Voor de jaren 2022 – 2024 wordt uitgegaan van respectievelijk 2,4%, 2,2% en 2,1%.

• Voor de indexering van de materiële budgetten wordt rekening gehouden met een inflatie op basis van het Consumenten Prijsindexcijfers (CPI) van 1,5%. • Voor de indexering van de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen wordt de VZG- richtlijn gevolgd, dit is 2,2% voor 2021. • Voor de indexering subsidiëringen van stichtingen en instellingen die met beroepskrachten werken worden de richtlijnen voor gemeenschappelijke regelingen gevolgd. • De huren van welzijn- en sportaccommodaties voor de periode 2021 - 2024 worden tenminste verhoogd met de in de huurovereenkomsten opgenomen indexering. Uitgangspunt is dat altijd geïndexeerd wordt, tenzij anders overeengekomen. Daar waar huurovereenkomsten aflopen, is het uitgangspunt voor nieuwe overeenkomsten dat indexering van toepassing is. C.32) Jeugdhulp De kosten voor de zorg in natura jeugd behoeven in begroting 2021 bijstelling naar boven. Reden is dat begroting 2020 deels was gebaseerd op voorlopige realisatiegegevens 2019 en vervolgens met name op grond van de definitieve realisatie 2019 moest worden verhoogd. Deze aanpassing werkt door op de jaren 2021-2024. Andere factoren die hierin een rol spelen zijn de ontwikkeling van het aantal jeugdigen, ontwikkelingen in het zorglandschap en de stijgende tarieven. C.33 en C.34) Continuïteit van zorg en beschermd wonen i.v.m.

Covid 19 Via de decembercirculaire 2020 zijn de volgende bedragen uitbetaald binnen het 3e compensatiepakket coronacrisis: zorg (Wmo en jeugd) van € 59.445 en beschermd wonen van € 146.235. Over de meerkostenregeling Jeugdwet en Wmo inclusief centrumtaken is besloten dat de te ontvangen rijksbijdrage als budgetplafond wordt gehanteerd voor de uitvoering van de regelingen meerkosten en inhaalzorg. Dit geldt voor de te ontvangen rijksbijdrage voor jeugd, Wmo en de centrumtaken maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen. Indien niet het volledige bedrag tot uitbetaling komt wordt dit als voordeel verwerkt in de jaarrekening. C.35) Vrouwenopvang Via de decembercirculaire 2020 ontvangt Vlissingen € 113.000 extra voor vrouwenopvang 2020. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve Centrumtaken. C.36) Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten De ‘Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten’ (TONK) is een wettelijke taak en betreft een noodmaatregel ten behoeve van huishoudens die door omstandigheden als gevolg van

71

de Coronamaatregelen in ernstige financiële problemen dreigen te komen. Het is de verwachting dat de volledige lasten van € 316.800 in 2021 worden gecompenseerd door het Rijk. C.37) Continuïteit drangzaken jeugdzorg Als gevolg van het traject rond Intervence wordt alle casuïstiek zonder gerechtelijke maatregel (‘drangzaken’) versneld overgedragen aan de gemeenten. In de formatie van het gemeentelijke regieteam voor complexe casuïstiek van Team Wmo en jeugd is hiermee geen rekening gehouden. Met het aantrekken van 1 fte casusregisseur kan deze extra caseload incidenteel worden opgepakt. Aldus kan de continuïteit van zorg voor deze kwetsbare doelgroep worden geborgd. De lasten hiervoor bedragen € 93.600. C.38) Uitvoering centrumtaken Dit betreft een onderzoek onder welke condities en voorwaarden de centrumtaken teruggehaald kunnen worden naar de gemeentelijke organisatie, en wat daarvan de organisatorische en financiële gevolgen (kunnen) zijn. Dit onderzoek moet worden gezien in de context van de maatregelen zoals genoemd in het Plan van Aanpak artikel 12. C.39) Vluchtelingenwerk Eind 2020 is door het Ministerie van Justitie en Veiligheid bekend gemaakt dat de totale landelijke huisvestings-taakstelling vergunninghouders 2021 fors is toegenomen.

Voor de gemeente Vlissingen resulteert dat naar schatting in totaal 68 nieuw te huisvesten statushouders in 2021 (eerder werd uitgegaan van 33 statushouders). Stichting Vluchtelingenwerk Zuidwest-Nederland (VW) ondersteunt statushouders in het eerste jaar van vestiging in de gemeente Vlissingen gericht op toenemende zelfredzaamheid en participeren in de maatschappij. Bovenstaande toename resulteert in een extra subsidie aan VW van € 37.839 in 2021. Dit wordt gedekt uit de met de meicirculaire 2020 aan de gemeente Vlissingen toegekende extra middelen voor maatschappelijke begeleiding van statushouders. C.40 en C.41) Schuldenbeleid (budgetoverheveling) Via de decembercirculaire 2020 heeft Vlissingen € 50.000 extra voor schuldenbeleid voor 2020 ontvangen. Besloten is dit geld te gebruiken voor de nieuwe taak vroegsignalering schuldhulpverlening per 01-01-2021 via een budgetoverheveling. C.42) Eerste begrotingswijziging 2021 CZW-bureau De voorgestelde subsidieprogramma’s maatschappelijke opvang en vrouwenopvang zijn in 2021 hoger dan de bedragen in de programmabegroting 2021 van het CZW-bureau. Dit wordt met name veroorzaakt door indexering en om de door gemeenten en het Rijk gewenste doorontwikkeling van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang te bewerkstelligen.

Een deel van de extra lasten (€ 375.640) wordt gedekt via extra middelen in de septembercirculaire 2020 en decembercirculaire 2020, een andere deel (€ 368.570) via de reserve Centrumtaken. De GGD heeft middels een bezwaarschrift verzocht om de subsidie voor Veilig Thuis ook alvast toe te kennen voor het jaar 2022. Dan kan er structurele uitbreiding van het personeel worden geworven voor de uitvoering van de wettelijke extra taken. Besloten is voor 2022 een subsidie van € 571.600 toe te kennen, onder voorbehoud van voldoende dekking in de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang 2022. C.43) Inzet Coronacompensatie re-integratie en bijzondere bijstand Via de decembercirculaire 2020 heeft Vlissingen extra geld ontvangen met betrekking tot Coronacompensatie voor de re-integratie en bijzondere bijstand. Dit geld is ingezet voor de aanvullende maatregelen 2020 (zie hoofdstuk 4). C.44) Niet O&O-geaccordeerd, valt vrij in jaarrekening 2020 Over 2020 is een bedrag van € 88.000 niet O&O-geaccordeerd. Zie hiervoor ook bijlage 5.4. Dit bedrag is niet meer nodig en valt vrij in de jaarrekening 2020.

72

C.45) Walk-Inn en Doorstroomhuis Het Walk-Inn en Doorstroomhuis is een bestaande regionale voorziening van het Leger des Heils waar dag- nacht en een tussenvorm van 24-uursopvang plaatsvindt. Na een verzoek van de gemeente Goes en de Oosterschelderegio is in de werkgroep Maatschappelijke opvang overeengekomen dat deze vanaf 2021 uit de centrummiddelen bekostigd zou moeten worden met een subsidie van € 212.487. Omdat de voorzieningen in Vlissingen (Walcheren) en Terneuzen (Zeeuws-Vlaanderen) ook gefinancierd worden vanuit de centrumgemeentemiddelen, is het logisch dat dat ook het geval is voor de voorziening in Goes (Oosterschelderegio). Daarnaast is financieren van het Walk-Inn en Doorstroomhuis vanuit de centrumgemeentemiddelen in lijn met de afspraken van 2020, toen de noodbedden in Goes werden overgeheveld. Toen is aangekondigd dat de ontwikkeling in Goes, waar tot een paar jaar geleden volledig een opvangvoorziening ontbrak, een verantwoordelijkheid is van de regio Zeeland. C.46) Orionis (jaarrekening 2020, 1e begrotingswijziging 2021) Het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren heeft de jaarrekening 2020 en Eerste begrotingswijziging 2021 (inclusief Begroting 2022 met meerjarenraming) aangeboden. Per saldo leidt dit meerjarig tot voordelen voor Vlissingen. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5.4

Financiële effecten voor Vlissingen m.b.t. Jaarrekening 2020 en Eerste begrotingswijziging 2021 Orionis

Orionis 1) Mutatie gemeentelijke bijdrage 2) Mutatie aanvullende inkomensvoorzieningen 3) Overschot jaarrekening 2020 4) Participatie 5) Dekking meicirculaire 2020 (post 3.3.9 begroting 2021) Totaal

2020

1.266.000

1.266.000

2021 2022 2023 2024 758.170 1.214.662 1.720.327 2.110.979 -292.760 -293.566 -58.308 158.283 -37.503 37.503 465.410

921.096 1.662.019 2.269.262

Deze bedragen kunnen ingezet worden ter gedeeltelijke realisatie van de opgenomen taakstellingen met betrekking tot Orionis. Echter dat neemt niet weg dat de mogelijke maatregelen zoals naar voren gekomen bij de quick scan van Adlasz (zie bijlage 4.2 van het inspectierapport 2019) volledig geïmplementeerd dienen te worden. Dat betekent dat er nog steeds een taakstelling resteert op dit vlak op basis van deze maatregelen. Zie hiervoor paragraaf 4.4, maatregel 3. Het overschot van de jaarrekening 2020 van Orionis van € 1,266 miljoen komt ten gunste van 2021. C.47) Tijdelijk verblijf beschermd wonen Op grond van de afspraken over landelijke toegankelijkheid beschermd wonen (BW) is de centrumgemeente van herkomst gedurende maximaal een jaar verantwoordelijk voor de kosten van het BW-traject als de cliënt aangewezen is op een BW-traject in een andere BW-regio. Dit traject valt dan onder de noemer ‘tijdelijk verblijf’. Dit geldt als de cliënt bij aanvang van de zorg heeft aangegeven terug te willen keren naar de BW-regio van herkomst. Per 11 januari 2021 verblijft een cliënt uit Zeeland in een moeder-kindhuis in centrumgemeente Breda. De kosten hiervoor zijn € 35.915. C.48) Accountantsonderzoek beschermd wonen Zorgaanbieder Zeeuwse Gronden claimt recht te hebben op een aanvullend bedrag over 2020 met betrekking tot de compensatieregeling beschermd wonen.

Om een eventuele compensatie beschermd wonen 2020 op een zorgvuldige en betrouwbare manier vast te kunnen stellen wordt een accountantsonderzoek uitgevoerd. De kosten hiervoor zijn € 13.950.

73

C.49) Beleidsontwikkeling beschermd wonen Adviesbureau Nautus levert een externe projectleider aan de dertien Zeeuwse gemeenten ten behoeve van beleidsontwikkeling van de Zeeuwse Bescherming en Opvang. Tot en met september 2021 is voortgang van de begeleiding door Nautus nodig om tot een goede doorontwikkeling te komen in het kader van de geplande doordecentralisatie beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De kosten hiervoor zijn € 80.514. C.50) Capaciteit Wmo en jeugdhulp Voor extra tijdelijke capaciteit Wmo en jeugdhulp is € 285.000 in 2021 en € 638.400 in 2022 nodig. Vooruitlopend op de ontwikkelingen van buurtteams en de integrale toegang is continuïteit van de dienstverlening nodig en moet er gebouwd worden naar de toekomst. Er moet veel werk worden verzet om de veranderingen vorm te kunnen geven en daarmee ook de taakstelling artikel 12 te kunnen halen. Hiervoor is enerzijds bestendiging van uitbreiding van de vaste formatie nodig naast anderzijds extra tijdelijke capaciteit. Zodat input geleverd kan worden aan de ontwikkelingen in het kader van Plan van aanpak artikel 12 en de Ontwikkelagenda sociaal domein. C.51) Afrekening jeugdzorg 2020 GGD De afrekening van uitgaven die door de Inkooporganisatie Jeugdhulp zijn gemaakt in het kader van uitgevoerde jeugdhulp door gecontracteerde partijen in 2020 betreft € 596.840.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11242734/1