CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.16 rvs Verordenig Wmo en Jeugd bijlage 4 gevraagd advies Wmo Adivesraad

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Verordening Wmo en Jeugd1.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Vlissingen Postbus 3000 4380 GV Vlissingen

Ons kenmerk : 25-A3 Onderwerp : Gevraagd advies over de verordening Wmo en Jeugd 2026 Vlissingen, 26 augustus 2025. Geacht College, Hierbij geven wij u een gevraagd advies inzake de Integrale verordening Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning 2026. Allereerst willen wij u complimenteren met de integrale verordening zoals aan ons voorgelegd. Wel willen we enkele zaken bij u onder de aandacht brengen: 1. Artikel 1 en 2:. Integrale beoordeling van aanvragen Hier wordt geregeld dat meldingen en aanvragen integraal worden beoordeeld, dus ook goed afgestemd met de rechten die uit andere wetten en uit verzekeringen voortkomen. Dat is mooi en belangrijk, want juist kwetsbare mensen (jeugdigen, mensen met een kwetsbare (geestelijke) gezondheid) moeten niet van het ene naar het andere loket gestuurd worden. Dat is immers een van de grote ergernissen voor zorgvragers. Het lijkt er echter op dat met de wijziging van de verordening hierin voor wat betreft jeugdigen eerder een stap achteruit wordt gezet dan een stap vooruit. Voorheen was in artikel 14 lid 3 sprake van ondersteuning van een cliënt naar het CIZ als er sprake is van mogelijke financiering van zorg vanuit de zorgverzekeringswet of wet langdurige zorg, nu worden eigenlijk alleen nog maar algemene afspraken over verwijzingen en voorwaarden gemaakt met de andere instanties en wordt de procedure zelf weer bij de cliënt gelegd.

Ook voor de WMO-doelgroep zien we (te) weinig terug van de gewenste integrale beoordeling, zie bijvoorbeeld het nieuwe artikel 51, waar het college alleen op het eigen oordeel afgaat zonder afstemming met anderen. Als de gemeente wil toewerken naar echte integrale beoordeling -iets dat we zeer bepleitenzouden we kunnen voorstellen dat complexe of twijfelgevallen sámen met de betreffende andere instanties wordt beoordeeld en tot een gezamenlijke conclusie leiden, zowel voor wat betreft de WMO als voor de jeugdzorg (vergelijk het verkennend gesprek). Adviesraad Wmo en Jeugd Vlissingen, Postbus 3000, 4380 GV Vlissingen vlissingenwmoadviesraad@gmail.com

2. Artikel 3 Betrekken van ingezetenen bij beleid Dit is wat ons betreft nog niet helder verwoord. In lid 1 staat dat het college advies vraagt aan de Adviesraad Wmo en Jeugd bij de voorbereiding van het beleid over jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Dit lid is helder. Vervolgens staan er in de leden 2, 3, 4 en 5 zogenaamde kanbepalingen. Wat ons betreft is dit onvoldoende concreet. Juist waar het om inspraak gaat is het belangrijk om aan te geven wat de gemeente Vlissingen nu wel of niet gaat doen. Nu kan het zomaar zijn dat hier geen verdere invulling aan gegeven wordt. Als dit het geval is dan kunnen de leden 2, 3, 4 en 5 net zo goed verwijderd worden. Graag horen wij dan ook wanneer en op welke wijze deze kanbepalingen werkelijkheid gaan worden. 3. Wijzigingen wegens het bereiken van de 18 jarige leeftijd. Het oude artikel 2, lid 7 van de vorige verordening is weggelaten in de nieuwe verordening en het onderwerp is nu (gedeeltelijk) verplaatst naar artikel 26.

In het oude lid werd nadrukkelijk aangegeven dat wanneer een jeugdige van 16 jaar of ouder die hulp op grond van de Jeugdwet ontvangt naar alle waarschijnlijkheid deze na het achttiende levensjaar nog nodig heeft, het college verantwoordelijk is die hulp en ondersteuning te bieden waarmee hulp en ondersteuning vanaf het achttiende jaar zo beperkt mogelijk kan zijn en de continuïteit van de hulp gewaarborgd is. Met andere woorden er dient al vroeg in het proces aandacht te zijn voor hulp die eventueel nodig is na het 18de jaar. Hier pas over nadenken wanneer een jongere 17,5 jaar is, is wat ons betreft te risicovol. Een half jaar in een periode waarin er vakanties zijn is bij voorbeeld veel te kort om een gedegen plan te maken, overeenstemming daarover te bereiken en een goede overdracht uit te voeren. Het vroegtijdig in kaart brengen van de situatie, de hulp die nodig is en het tijdspad, is wat ons betreft essentieel om de jongeren een goede basis mee te geven. 4. Vervoersvoorziening Voor wat betreft de vervoersvoorziening (art. 16, lid 3) zijn wij van mening dat er in de tekst aangegeven moet worden dat er naar de werkelijke situatie wordt gekeken. Nu staat er dat de afstand enkele reis wordt vergoed. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de jeugdige wellicht opgehaald kan worden door een ouder die toch van het werk afkomt. Deze terugreis wordt dan niet vergoed.

Uit een mondelinge toelichting blijkt dat wanneer mensen er om vragen er wel expliciet naar de individuele situatie wordt gekeken. Wij zijn van mening dat we het risico lopen dat mensen die niet assertief zijn, geld mislopen (art 16, lid 6). Individuele gevallen zouden per definitie individueel beoordeeld moeten worden. 5. Toetsing toereikendheid PGB In artikel 34 wordt in lid 3 gesteld dat de hoogte van het pgb voor informele hulp maximaal het minimumloon voor 21 jaar en ouder plus vakantietoelage is. Uit jurisprudentie blijkt dat er altijd gemotiveerd moet worden dat dit bedrag ook werkelijk toereikend is. Hierover vinden wij echter niets terug in de verordening. Het staat wel in de toelichting. Wij adviseren u hierover een artikel c.q. passage op te nemen in de verordening zelf. 6. Weigeren en stoppen maatwerkvoorziening bij onvoldoende medewerking In meerdere artikelen van de nieuwe verordening (art.43 lid 9, art.73 lid 3) staat aangegeven dat de WMO-zorg wordt stopgezet als er niet voldoende medewerking aan de informatieplicht is door cliënt of huisgenoten. Wij adviseren u zeer terughoudend te zijn met uitsluiting en altijd een individuele beoordeling toe te passen. Zo is het heel denkbaar dat bij problematiek van beschermd wonen en opvang, bij dementie maar zéker ook bij huiselijk geweld er heel goede verklaringen zijn voor een informatiegebrek of gebrek aan

Adviesraad Wmo en Jeugd Vlissingen, Postbus 3000, 4380 GV Vlissingen vlissingenwmoadviesraad@gmail.com

medewerking van huisgenoten. We bepleiten in de verordening hiervoor altijd een eigen onderzoeksplicht voor de gemeente met duidelijke zorgvuldigheidseisen op te nemen. 7. Mantelzorgwaardering Tot onze teleurstelling moeten we concluderen dat ook in deze verordening (art 44) geen duidelijkheid wordt verschaft over de Mantelzorgwaardering: “Het college stelt nadere regels op…. “. Wij willen u verwijzen naar onze eerder uitgebrachte adviezen met betrekking tot de Mantelzorgwaardering. 8. Was- en strijkservice Orionis Tenslotte vragen wij nog uw aandacht voor artikel 49 over de was en strijk-service van Orionis Walcheren. Er wordt in de tekst gesteld dat dit een algemene voorziening is die voor iedere inwoner van Vlissingen (dus zonder toets) beschikbaar is. Op de website van Orionis staat echter dat de service slechts bedoeld is voor Wmo-cliënten. Dit zou betekenen dat er eerst een toets moet plaatsvinden alvorens er gebruik van gemaakt kan worden. 9. Kanbepalingen In zijn algemeenheid zijn wij van mening dat er in de verordening te veel kanbepalingen zijn opgenomen. Tot zo ver onze overwegingen en ons advies over de nieuwe verordening Wmo en Jeugd 2026.

Hoogachtend, Adviesraad Wmo en Jeugd Vlissingen, De voorzitter :

De secretaris:

I. Kleingeld

E. Oebeles

Adviesraad Wmo en Jeugd Vlissingen, Postbus 3000, 4380 GV Vlissingen vlissingenwmoadviesraad@gmail.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16370063/1