CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.16 rvs Verordenig Wmo en Jeugd bijlage 2 wijzigingentabel

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Verordening Wmo en Jeugd29.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

als deze niet hoofzakelijk op het individu is gericht; de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of g. als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt gedeeltelijk vergoedt; rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te f. als deze niet hoofzakelijk op het individu is gericht; verwachten ontwikkelingen daarvan. g. als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt h. als de cliënt niet voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 27 lid 8 rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te en 9 en het voor het college daardoor niet mogelijk is om vast te stellen of verwachten ontwikkelingen daarvan. een voorziening verstrekt moet worden. h. als de cliënt niet voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 73 lid 1 i. als voor de cliënt nog behandelmogelijkheden open staan en hij zich niet en 2 en het voor het college daardoor niet mogelijk is om vast te stellen of inspant om de behandeling goed te laten verlopen. een voorziening verstrekt moet worden. 4. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt i.h. als voor de cliënt nog behandelmogelijkheden open staan en hij zich niet verstrekt als: inspant om de behandeling goed te laten verlopen. a. deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het 4.

Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt huishouden, begeleiding of kortdurend verblijf; verstrekt als: b. de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Vlissingen, met uitzondering a. deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het van beschermd wonen en opvang; huishouden, begeleiding of kortdurend verblijf; c. de cliënt geen ingezetene is van Nederland en in aanmerking wil komen b. de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Vlissingen, met uitzondering voor opvang. van beschermd wonen en opvang;

5. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met c. de cliënt geen ingezetene is van Nederland en in aanmerking wil komen de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. voor opvang. 6. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: 5. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de 6. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte b. als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat waaraan de voorziening wordt getroffen; de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; c. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente b. als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting waaraan de voorziening wordt getroffen; worden verstrekt; c. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan bewoning.

Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van worden verstrekt; gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan dan wel een voorziening voor gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen verhuizing en inrichting worden verstrekt; of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan dan wel een voorziening voor was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er verhuizing en inrichting worden verstrekt; geen belangrijke reden voor de verhuizing is; e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding f. als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is geen belangrijke reden voor de verhuizing is; gegeven door het college; f.

als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is noemenswaardige meerkosten gerealiseerd kan worden. gegeven door het college; g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten gerealiseerd kan worden. 7. Het college kan nadere regels vaststellen over de criteria voor de toekenning van maatschappelijke ondersteuning, welke maatwerkvoorzieningen beschikbaar zijn, toelichten wat deze inhouden en de uitwerking daarvan. Artikel 30. Uitgangspunten van een algemene voorziening Artikel 48. Uitgangspunten van een algemene voorziening 1. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk zonder tussenkomst van de 1. Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk zonder tussenkomst van de gemeente. gemeente. 2. Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van Vlissingen of 2.

Een algemene voorziening kan ingericht zijn voor alle inwoners van Vlissingen voor een specifieke doelgroep, en is rechtstreeks toegankelijk voor mensen die of voor een specifieke doelgroep, en is rechtstreeks toegankelijk voor mensen maatschappelijke ondersteuning behoeven en/of tot de doelgroep van de die maatschappelijke ondersteuning behoeven en/of tot de doelgroep van de voorziening behoren. voorziening behoren.

3. Het college bevordert en treft de algemene voorzieningen die naar zijn oordeel bijdragen aan de zelf- en samenredzaamheid en de participatie van ingezetenen en aan de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk daarvoor, waaronder in elk geval de in dit hoofdstuk vermelde voorzieningen. 4. Een algemene voorziening bevordert het doel zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. 5. De algemene voorziening geldt als preventief en als voorliggend op de maatwerkvoorziening. Artikel 31. Aanbod van algemene voorzieningen Algemene voorzieningen zijn onder meer gericht op: a. ondersteuning gericht op een schoon en leefbaar huis; b. sociale, structurele of activerende dagbesteding.

Artikel 32. Beschermd wonen en opvang 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. 2. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de Wmo bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en

3. Het college bevordert en treft de algemene voorzieningen die naar zijn oordeel bijdragen aan de zelf- en samenredzaamheid en de participatie van ingezetenen en aan de ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk daarvoor, waaronder in elk geval de in dit hoofdstuk vermelde voorzieningen. 4. Een algemene voorziening bevordert het doel zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. 5. De algemene voorziening geldt als preventief en als voorliggend op de maatwerkvoorziening. Artikel 49. Aanbod van algemene voorzieningen Algemene voorzieningen zijn onder meer gericht op: a. ondersteuning gericht opbij een schoon en leefbaar huis vanwege beperkingen in de zelfredzaamheid bij het verrichten van de huishoudelijke taken door de cliënt en diens meerderjarige huisgenoten; b. sociale, structurele of activerende dagbesteding voor de cliënt met beperkingen in het participeren en in het invulling geven aan een zinvolle dag, die geen meerderjarige huisgenoten en/of netwerk heeft die hierin kan helpen of ondersteunen, of voor de cliënt waarbij er een noodzaak is om de primaire mantelzorger te ontlasten; c. de was- en strijkservice van Orionis vanwege beperkingen in de zelfredzaamheid bij het verrichten van de was-/strijktaken door de cliënt en diens meerderjarige huisgenoten; d. Informatie en advies; e. Ambulante ondersteuning; f. (Groeps)trainingen; b.g.

Sociaal werk. Artikel 50. Beschermd wonen en opvang 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, wanneer van de cliënt met psychische of psychosociale problemen heeft of wanneeren de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen en/of mogelijkheden vanuit de sociale basis kan verminderen of wegnemen. 2. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de Wmo bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en

aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

Artikel 33. Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura wordt verleend of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven dat en hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.

aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Artikel 51. Afstemming met voorliggende voorzieningen 1. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening als: a. de cliënt voor zijn problematiek recht heeft op zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet; b. het college oordeelt dat voor de problematiek van de cliënt recht bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling; of, c. het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de cliënt in aanmerking kan komen voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg, maar de cliënt of wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan de aanvraag voor een Wlz-indicatie. 2. Als de cliënt een aanvraag indient voor een voorziening, die de cliënt vanuit een andere wet kan krijgen, verwijst het college naar de instantie waar de aanvraag voor de voorziening kan worden behandeld. Artikel 52. Afstemming Jeugdwet 1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van de maatwerkvoorzieningen en de voorzieningen voor jeugdigen en/of ouders op grond van de Jeugdwet. 2. Het college draagt zorg voor continuïteit van hulp als de jeugdige 18 jaar wordt en de hulp vanaf het 18e jaar onder de Wmo valt. 1.3.

Het college neemt een melding en aanvraag voor een maatwerkvoorziening voor begeleiding in behandeling en neemt een besluit als een jeugdige 17 jaar en 6 maanden oud is en er volgens het perspectiefplan van de jeugdhulpaanbieder, als bedoeld in artikel 26 lid 4, een maatwerkvoorziening voor begeleiding nodig is. 2.4. Het college neemt een melding en aanvraag voor een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen in behandeling en neemt een besluit als een jeugdige, die jeugdhulp met verblijf ontvangt en 17 jaar oud, en er volgens het perspectiefplan van de jeugdhulpaanbieder, als bedoeld in artikel 26 lid 4, een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen nodig is. Artikel 53. Het besluit 1. Het college legt de beslissing over het toekennen of afwijzen van een maatwerkvoorziening vast in een beschikking. 2. In spoedeisende gevallen treft het college zo snel mogelijk een passende voorziening. Het college legt de beslissing over de inzet van ondersteuning in

2. In de beschikking wordt vastgelegd dat een cliënt zich binnen 3 maanden moet melden bij de beoogde aanbieder, dan wel binnen 3 maanden een start moet maken met de besteding van het pgb. Als dat niet gebeurt kan de beschikking worden ingetrokken. 3. Bij het verlenen van een voorziening in natura wordt in de beschikking voor zover van toepassing vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan is; b. Wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt; d. welke andere voorzieningen relevant (kunnen) zijn. e. hoe en wanneer de toekenning geëvalueerd wordt. 4. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking voor zover van toepassing vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe dit is bepaald; d. welke voorwaarden aan het pgb zijn verbonden; e. voor welke periode het pgb wordt verstrekt; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het budget. g. hoe en wanneer de toekenning geëvalueerd wordt. 5. Het ondersteuningsplan maakt onderdeel uit van de beschikking. In het geval dat een pgb wordt toegekend, maakt ook het budgetplan als bedoeld in artikel 34 onderdeel uit van de beschikking.

dat geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de start van de ondersteuning, vast in een beschikking. 3. Het college neemt een beslissing op basis van de feiten en omstandigheden die volgen uit het onderzoek naar de hulpvraag. 4. De cliënt moet een pgb voor een maatwerkvoorziening binnen drie maanden hebben aangewend voor het resultaat waarvoor het is verstrekt. Als dat niet gebeurt kan de beschikking worden ingetrokken. Artikel 54. Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt staat in ieder geval: aangegeven a. of de voorziening in natura wordt verleend of als pgb wordt verstrekt; b. de termijn van 3 maanden waarbinnen de cliënt een pgb voor een voorziening moet aanwenden voor het doel waarvoor het is verstrekt; en wordt tevens aangegeven dat en a.c. hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 1. In de beschikking wordt vastgelegd dat een cliënt zich binnen 3 maanden moet melden bij de beoogde aanbieder, dan wel binnen 3 maanden een start moet maken met de besteding van het pgb. Als dat niet gebeurt kan de beschikking worden ingetrokken. 2. Bij het verlenen van een voorziening in natura wordt in de beschikking voor zover van toepassing vastgelegd: a. welke maatwerkvoorziening toegekend is;de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en a.b.

wat het beoogde resultaat daarvan de voorziening is; b.c. Wwat de ingangsdatum, en de duur en de omvang van de verstrekking is; c.d. hoe de voorziening wordt verstrekt; d.e. welke andere voorzieningen relevant (kunnen) zijn. e.f. hoe en wanneer de toekenning geëvalueerd wordt. 3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval, naast de in het eerste en tweede lid genoemde zaken,voor zover van toepassing vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe dit is bepaald; d. welke voorwaarden aan het pgb zijn verbonden; e. voor welke periode het pgb wordt verstrekt; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het budget.

Artikel 34. Regels voor persoonsgebonden budget 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet en legt dit vast in een beschikking bedoeld als in artikel 33 van deze verordening. 2. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning wenst in te kopen door middel van een pgb, dient hij daartoe een budgetplan in volgens een door het college vastgesteld format. In het budgetplan is in ieder geval opgenomen: a. de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend en gewenst is; b. de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorzieningen en de wijze waarop de ondersteuning georganiseerd wordt; c. op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning gewaarborgd is; d. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in eenheden en tarief. 3. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de ondersteuning betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon: a. meerderjarig is, en b. veilige, doelmatige en cliëntgericht ondersteuning verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en c. deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt. 4. Onder personen van het sociaal netwerk wordt verstaan: a. familie van de cliënt tot en met bloed –of aanverwantschap in de derde graad; b.

andere betrokkenen waarmee hij een sociale relatie onderhoudt, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s. 5. Een pgb dient door de cliënt binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 6. Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

g. hoe en wanneer de toekenning geëvalueerd wordt. 4. Het ondersteuningsplan maakt onderdeel uit van de beschikking. In het geval dat een pgb wordt toegekend, maakt ook het budgetplan als bedoeld in artikel 55 lid 2 onderdeel uit van de beschikking. 4.5. In het besluit verstrekt het college informatie over de rechten en plichten van de cliënt op grond van de wet, verordening en nadere regels. 5.6. Het college kan periodiek onderzoeken of er een reden is een besluit te heroverwegen. Artikel 55. Regels voor persoonsgebonden budget 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet en legt dit vast in een beschikking als bedoeld in artikel 54 van deze verordening. 2. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning en deze met een pgb wenst in te kopen, dientmoet hij daartoe een budgetplan in opstellen volgens een door het college vastgesteld format. In het budgetplan is in ieder geval opgenomen: a. de motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend en waarom hij een pgb gewenst is; b. welke ondersteuning de cliënt wil inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en hoe wordt geëvalueerd; b.c. bij welke aanbieder hij de maatwerkvoorziening wil inkopen en hoe de wijze waarop de ondersteuning georganiseerd wordt; c.d. hoeop welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning gewaarborgd is; d.e.

wat de kosten van de uitvoeringondersteuning zijn, uitgedrukt in eenheden en tarief; f. wie het pgb beheert, hoe deze taken worden uitgevoerd en de motivatie aan de hand van de punten benoemd in artikel 56 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; en e.g. indien van toepassing, welke ondersteuning de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 3. Het pgb heeft geen vrij besteedbaar bedrag. 4. Het pgb mag niet gebruikt worden voor: f.a. kosten voor bemiddeling; g.b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; h.c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; i.d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; j.e. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering;

Met opmaak: Inspringing: Links: 1,32 cm, Geen opsommingstekens of nummering

k.f. reiskosten van de hulpverlener; l.g. bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld; m.h. een overlijdensuitkering; i. kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; en, n.j. kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag. 3.5. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de ondersteuning betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon: a. meerderjarig is; en, b. veilige, doelmatige en cliëntgericht ondersteuning verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt; en, c. deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt. 4.6. Onder personen van het sociaal netwerk wordt verstaan: a. familie van de cliënt tot en met bloed- of aanverwantschap in de derde graad; b. andere betrokkenen waarmee hij een sociale relatie onderhoudt, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s. 0. Een pgb dient door de cliënt binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 7. Het college verstrekt een pgb als: a. de cliënt motiveert dat hij de maatwerkvoorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend vindt; b.

uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 56 blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en, c. het oordeel van het college en met inachtneming van artikel 58 is gewaarborgd dat de ondersteuning die tot de maatwerkvoorziening behoort en die de cliënt van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het budgetplan opgenomen beoogde resultaat. 8. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorziening, wat zich in ieder geval voordoet als de voorgenomen uitvoerder in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag: a. fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;

b. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; c. veroordeeld is tot een gevangenisstraf wegens het plegen van strafbare feiten; of, d. op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder. 9. Het college weigert een pgb: a. als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 2.3.6, vijfde lid, van de wet van toepassing is; en, b. voor hulp die direct ingezet moet worden (spoedeisend belang). 9.10. Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen. Artikel 56. Pgb-vaardigheid 1. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen moet de beoogd budgethouder of budgetbeheerder in ieder geval: a. een duidelijk beeld hebben van de hulpvraag; b. op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c. in staat zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; d. voldoende vaardig zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de hulpverleners; e. in staat zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een hulpverlener te kiezen; f. in staat zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g.

in staat zijn om te beoordelen en beargumenteren of de geleverde hulp passend en kwalitatief goed is; h. in staat zijn de inzet van hulpverleners te coördineren, waardoor de hulp ook bij verlof en ziekte door kan gaan; i. in staat zijn om als werk- of opdrachtgever de hulpverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; j. voldoende kennis hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden; en, k. als ondersteuning geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk: aantonen dat het inzetten van een pgb tot betere en effectievere ondersteuning leidt en doelmatiger is dan een voorziening in natura en formele hulp met een pgb.

Artikel 35. Onderscheid formele en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: a. Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. Personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en rust op hen de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid op basis van de professionele standaard. 2. Informele hulp is: a. Hulp die geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in het eerste lid; b. Hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in het eerste lid, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt.

2. Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a. het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de ondersteuning levert aan de budgethouder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend; b. 1°. problematische schuldenproblematiek; 2°. ernstige verslavingsproblematiek; 3°. aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; 4°. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; 5°. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; 6°. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; 7°. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; of, 8°. het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag. Artikel 57. Onderscheid formele en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: a. Personen die werkzaam zijn bij een organisatieinstelling met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de cliënt het pgb krijgt.

De organisatie staatdie ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). De personen en die beschikken over de relevante diploma’s om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voerenvoor uitoefening van de desbetreffende taken; of, b. Personen die aangemerkt zijn als zZelfstandige zonder personeel (zzper) werkzaamheden uitvoeren die passen bij de hulpvraag waarvoor de cliënt het pgb krijgt. De zzp-er staat voor deze. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/ werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Ook beschikt de zzp-er over relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van deze werkzaamheden en rust op hen de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid op basis van de professionele standaard.

2. Indien deformele hulp is:Hulp die geboden wordt verleend door andere personen, al dan beschreven niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in het eerste lid gaat het altijd om informele hulp;. 2.3. Indien de hHulp die wordt geboden door een persoonen uit het sociale netwerk die voldoen aan de criteria als genoemd in het eerste lid, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van de cliënt, is er altijd sprake van informele hulp. Artikel 58. Kwaliteitseisen maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb 1. Om de kwaliteit te waarborgen van de met een pgb in te kopen maatwerkvoorziening in de vorm van diensten voldoet de uitvoerder van de ondersteuning aan de volgende eisen: a. beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de overeenkomst en gedurende het verlenen van de ondersteuning niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. b. beschikt over de juiste vaardigheden en deskundigheid om verantwoorde ondersteuning te bieden; c. houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde ondersteuning; d. is voldoende vaardig om in de Nederlandse taal te communiceren; e. werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; f.

voert de ondersteuning uit in overeenstemming met de beschikking van het college; g. stemt de ondersteuning af op de persoonlijke situatie van de cliënt; h. stemt de ondersteuning af op andere voorzieningen, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen waar de cliënt gebruik van maakt; i. respecteert de privacy van de cliënt en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie; j. neemt bij vermoedens van huiselijk geweld, mishandeling of financieel misbruik contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding; k. meldt calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van maatschappelijke ondersteuning aan het college;

l.

werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en, m. als ondersteuning geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk: is of raakt door verlening van de ondersteuning naar het oordeel van het college niet overbelast. 2. Om de kwaliteit te waarborgen van de met een pgb in te kopen maatwerkvoorziening in de vorm van diensten voldoet de uitvoerder van formele ondersteuning aan de volgende aanvullende eisen: a. handelt in overeenstemming met de professionele standaard; b. werkt op basis van een ondersteuningsplan; c. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; d. hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van de ondersteuning; en, e. stelt een vertrouwenspersoon in staat zijn taak uit te voeren. 1.3. Om de kwaliteit te waarborgen van de met een pgb in te kopen maatwerkvoorziening in de vorm van hulpmiddelen en woningaanpassingen dienen deze geschikt te zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt en moeten deze, voor zover van toepassing, tenminste voldoen aan de toepasselijke erkende keurmerken. Artikel 36. Hoogte pgb Artikel 59. Hoogte pgb 1. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: 1.

De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: a. Het bedrag van de goedkoopst adequate voorziening in natura bij de a. Het bedrag van de goedkoopst adequate voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. heeft gesloten. 2. De hoogte van het pgb voor vervoer bedraagt de kilometerprijs die de 2. De hoogte van het pgb voor vervoer bedraagt de kilometerprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer. gemeente betaalt voor het collectief vervoer. 3. De hoogte van het pgb voor formele hulp in de vorm van diensten bedraagt ten 3.

De hoogte van het pgb voor formele hulp in de vorm van diensten bedraagt ten hoogste het tarief voor de goedkoopst adequate voorziening in natura, tenzij op hoogste het tarief voor de goedkoopst adequate voorziening in natura, tenzij basis van het pgb-plan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning op basis van het pgb-plan van de cliënt passende en toereikende voor een lager tarief kan worden ingekocht. ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 4. In afwijking op lid 3 geldt voor ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis 4. In afwijking op lid 3 geldt voor ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis het laagste tarief waarvoor de hulp bij een particuliere aanbieder kan worden het laagste tarief waarvoor de hulp bij een particuliere aanbieder kan worden ingekocht. ingekocht.

5. De hoogte van het pgb voor informele hulp bedraagt: a. voor huishoudelijke hulp het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. b. voor begeleiding het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 6. De totale kosten voor informele hulp in de vorm van kortdurend verblijf bedragen maximaal het tarief voor deze zorg in natura. 7. De hoogte van het pgb voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. De volgende kosten zijn in ieder geval uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb e. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering f. reiskosten van de hulpverlener. g. bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld. h. overlijdensuitkering 8.

Indien het op basis van lid 1, lid 2 en lid 3 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 9. Het college kan bij besluit regelen hoe de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. Artikel 45. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning;

5. De hoogte van het pgb voor informele hulp bedraagt: a. voor huishoudelijke hulp en persoonlijke verzorging het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. b. voor begeleiding het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 6. De totale kosten voor informele hulp in de vorm van kortdurend verblijf bedragen maximaal 50% van het tarief voor deze zorg in natura. 6. De hoogte van het pgb voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. De volgende kosten zijn in ieder geval uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: b. kosten voor bemiddeling c. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers d. kosten voor het voeren van een pgb-administratie e. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb f. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering g. reiskosten van de hulpverlener. h. bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld. i.a. overlijdensuitkering 7.

Indien het op basis van lid 1, lid 2 en lid 3 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 8. Het college kan bij besluit regelen hoe de hoogte van een pgb wordt vastgesteld 8. Het college maakt minimaal één keer per jaar de tarieven bekend. Artikel 60. Kwaliteitseisen maatwerkvoorzieningen in naturaschappelijke ondersteuning (gecontracteerde aanbieders) 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;

2. 3. 4. 5. 6.

c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op aanbieders van zorg in natura en aanbieders van met pgb ingekochte formele hulp. Door het college via pgb verstrekte hulpmiddelen en woningaanpassingen dienen geschikt te zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Het college is te allen tijde bevoegd om (de uitvoering van) het budgetplan te evalueren. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Artikel 38. Financiële tegemoetkoming voor verhuizing, inrichting en vervoer Het college kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor verhuizing, inrichting en vervoer. Zij stellen de hoogte hiervan vast bij besluit. Artikel 39. Bijdrage in de kosten voor voorzieningen en pgb’s 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie zoals genoemd in artikel 31. 3. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders en;

b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen. 3. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op aanbieders van zorg in natura en aanbieders van met pgb ingekochte formele hulp. 4. Door het college via pgb verstrekte hulpmiddelen en woningaanpassingen dienen geschikt te zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. 5. Het college is te allen tijde bevoegd om (de uitvoering van) het budgetplan te evalueren. 6.3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel 61.

Financiële tegemoetkoming voor verhuizing, inrichting en vervoer Het college kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor verhuizing, inrichting en vervoer. Over de voorwaarden voor en Zij stellen de hoogte hiervan de tegemoetkoming kan het college nadere regels vaststellen bij besluit. Artikel 62. Bijdrage in de kosten voor voorzieningen en pgb’s 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie zoals genoemd in artikel 49 sub a en b. 3. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders en;

b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel 40. Hoogte bijdrage in de kosten 1. Voor de algemene voorzieningen als bedoeld in artikel 31 en maatwerkvoorzieningen die niet genoemd worden in lid 2 t/m 3 bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen tezamen het abonnementstarief van het in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 opgenomen tarief. 2. De hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer is per rit als volgt opgebouwd: a. een instaptarief van € 1,37 en; b. een tarief van € 0,33 per kilometer tot 30 kilometer en een tarief van € 1,62 per kilometer vanaf 30 kilometer. 3. Het college kan via nadere regels bestemmingen uitzonderen van het hogere tarief van € 1,62 per kilometer. Voor deze bestemmingen geldt het tarief van € 0,33 per kilometer. 4. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening vervoer wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de NEA-index. 5. In afwijking van lid 4 kan de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening vervoer voor het jaar 2024, aan de hand van de NEA-index die naar verwachting in het laatste kwartaal van 2023 bekend wordt gemaakt, geïndexeerd worden. 6. De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en opvang worden vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit. 7.

De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing, de in lid 2 genoemde maatwerkvoorziening voor vervoer, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 8. De kostprijs van een algemene voorziening en maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende algemene voorziening of maatwerkvoorziening zelf maakt. 9. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 10. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, lid 7 van de Wmo (opvang en beschermd wonen), worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of PGB door het CAK vastgesteld en geïnd. 11. In afwijking van de bepalingen in dit artikel kan een cliënt op grond van hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen bijdrage verschuldigd zijn.

b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel 63. Hoogte bijdrage in de kosten 1. Voor de algemene voorzieningen als bedoeld in 49 sub a en b en maatwerkvoorzieningen die niet genoemd worden in lid 2 t/m 3 bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen tezamen het abonnementstarief van het in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 opgenomen tarief. 2. De hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer is per rit als volgt opgebouwd: a. een instaptarief van € 1,4437 en; b. een tarief van € 0,353 per kilometer tot 30 kilometer en een tarief van € 1,6271 per kilometer vanaf 30 kilometer. 3. Het college kan via nadere regels een maximum vaststellen voor het aantal te reizen kilometers per jaar en bestemmingen uitzonderen van het hogere tarief van € 1,6271 per kilometer. Voor deze bestemmingen geldt het tarief van € 0,353 per kilometer. 4. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening vervoer wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de NEA-index. 5. In afwijking van lid 4 kan de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening vervoer voor het jaar 20264, aan de hand van de NEA-index die naar verwachting in het laatste kwartaal van 20253 bekend wordt gemaakt, geïndexeerd worden. 6.

De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en opvang worden vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit. 7. De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing en de in lid 2 genoemde maatwerkvoorziening voor vervoer, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 8. De kostprijs van een algemene voorziening en maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende algemene voorziening of maatwerkvoorziening zelf maakt. 9. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 10. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, lid 7 van de Wmo (opvang en beschermd wonen), worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of PGBpgb door het CAK vastgesteld en geïnd.

Artikel 41. Bijdragen in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten van het gebruik van de was- en strijkservice ter hoogte van € 4,- per week. De cliënt mag maximaal twee keer per week was aanbieden, ongeacht het volume. Artikel 43. Anti-speculatiebeding 1. De eigenaar in wiens woning een Wmo-woonvoorziening is aangebracht die leidt tot waardestijging van de woning, moet indien hij de woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de woonvoorziening verkoopt, deze verkoop onverwijld aan het college melden en de meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan aan de gemeente terugbetalen tot maximaal het door de gemeente toegekende bedrag voor de in de woning getroffen voorziening(en) cq aanpassing(en). 2. De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt: a. bij verkoop binnen 1 jaar na gereedmelding: 100 procent van de meerwaarde; b. bij verkoop binnen 2 jaar na gereedmelding: 90 procent van de meerwaarde; c. bij verkoop binnen 3 jaar na gereedmelding: 80 procent van de meerwaarde; d. bij verkoop binnen 4 jaar na gereedmelding: 70 procent van de meerwaarde; e. bij verkoop binnen 5 jaar na gereedmelding: 60 procent van de meerwaarde; f. bij verkoop binnen 6 jaar na gereedmelding: 50 procent van de meerwaarde; g.

bij verkoop binnen 7 jaar na gereedmelding: 40 procent van de meerwaarde; h. bij verkoop binnen 8 jaar na gereedmelding: 30 procent van de meerwaarde; i. bij verkoop binnen 9 jaar na gereedmelding: 20 procent van de meerwaarde; j. bij verkoop binnen 10 jaar na gereedmelding: 10 procent van de meerwaarde.

11. In afwijking van de bepalingen in dit artikel kan een cliënt op grond van hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen bijdrage verschuldigd zijn. Artikel 64. Bijdragen in de kosten van algemene voorzieningen, met uitzondering van de bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten van het gebruik van de was- en strijkservice ter hoogte van € 4,- per week. De cliënt mag maximaal twee keer per week was aanbieden, ongeacht het volume. Artikel 65. Anti-speculatiebeding 1. De eigenaar in wiens woning een Wmo-woonvoorziening is aangebracht die leidt tot waardestijging van de woning, moet indien hij de woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de woonvoorziening verkoopt, deze verkoop onverwijld aan het college melden en de meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan aan de gemeente terugbetalen tot maximaal het door de gemeente toegekende bedrag voor de in de woning getroffen voorziening(en) cq aanpassing(en). 2. De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt: a. bij verkoop binnen 1 jaar na gereedmelding: 100 procent van de meerwaarde; b. bij verkoop binnen 2 jaar na gereedmelding: 90 procent van de meerwaarde; c. bij verkoop binnen 3 jaar na gereedmelding: 80 procent van de meerwaarde; d. bij verkoop binnen 4 jaar na gereedmelding: 70 procent van de meerwaarde; e.

bij verkoop binnen 5 jaar na gereedmelding: 60 procent van de meerwaarde; f. bij verkoop binnen 6 jaar na gereedmelding: 50 procent van de meerwaarde; g. bij verkoop binnen 7 jaar na gereedmelding: 40 procent van de meerwaarde; h. bij verkoop binnen 8 jaar na gereedmelding: 30 procent van de meerwaarde; i. bij verkoop binnen 9 jaar na gereedmelding: 20 procent van de meerwaarde; j. bij verkoop binnen 10 jaar na gereedmelding: 10 procent van de meerwaarde.

3. De vaststelling van de eventuele meerwaarde geschiedt door een beëdigd taxateur, aan te wijzen en te betalen door het college. Artikel 46. Privacy en gegevensverwerking 1. Het college verwerkt uitsluitend persoonsgegevens van een cliënt diens echtgenoot, ouders, inwonende kinderen en andere huisgenoten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wet. 2. Het college legt de afspraken over het verwerken van persoonsgegevens vast in een protocol. Artikel 47. Meldingsregeling calamiteiten en geweld Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder. Artikel 48. Klachtregeling aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten. Artikel 49. Medezeggenschap Door de gemeente gecontracteerde aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, ten aanzien van alle voorzieningen voor zover het gaat om leveringen van zorg of ondersteuning. Artikel 50. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1.

Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: i. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en ii. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015,

3. De vaststelling van de eventuele meerwaarde geschiedt door een beëdigd taxateur, aan te wijzen en te betalen door het college. Artikel 66. Privacy en gegevensverwerking 1. Het college verwerkt uitsluitend persoonsgegevens van een cliënt diens echtgenoot, ouders, inwonende kinderen en andere huisgenoten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wet. 2. Het college legt de afspraken over het verwerken van persoonsgegevens vast in een protocol. Artikel 67. Meldingsregeling calamiteiten en geweld Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder. Artikel 68. Klachtregeling aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten. Artikel 69. Medezeggenschap Door de gemeente gecontracteerde aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, ten aanzien van alle voorzieningen voor zover het gaat om leveringen van zorg of ondersteuning. Artikel 70. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1.

De gemeente zorgt voor Ter waarborging van een goede prijskwaliteitverhouding bij het vaststellen van de tarieven voor door derden te leveren diensten, tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wWet, maatschappelijke ondersteuning 2015 en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vastdoor: a. een vaste prijs te bepalen., Ddie prijs geldt dan voor een inschrijving op een als bedoeld in de Aaanbestedingswet 2012 en voor een daaropvolgende het aangaan van een overeenkomst met een aanbiederderde; of, b. een reële prijs vast te stellen. Ddie prijs geldt dan als ondergrens voor: een inschrijving op een aanbesteding en het aangaan van een overeenkomst met de aanbiederderde, en. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. De gemeenteHet college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3,

tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. De voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; b. Een redelijke toeslag voor overheadkosten; c. Kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. Reis- en opleidingskosten; e. Indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. Overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.

Artikel 42. Voorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet 1. Het college informeert de cliënt, of dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening. 3. Het college kan een besluit, aangaande een maatwerkvoorziening of pgb beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, of b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen, of

tweede lid, onderdeel c, van de wWet maatschappelijke ondersteuning 2015, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wWet maatschappelijke ondersteuning 2015, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. De gemeenteHet college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de aard en omvang van de te verrichten taken a.b. dDe voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; b.c. eEen redelijke toeslag voor overheadkosten, zoals huisvestingskosten; c.d. kKosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d.e. rReis- en opleidingskosten; e.f. iIndexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f.g. oOverige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Artikel 71.

Herziening, intrekking, beëindiging, wijziging en terugvorderingVoorkoming en bestrijding van ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet Het college informeert de cliënt, of dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 3.1. De cliëntgene aan wie het college krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening heeftis verstrekt, is verplicht zo snel mogelijkop verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college te informeren over veranderingen in zijn situatie die tot eenmededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluitissing kunnen leidenaangaande een maatwerkvoorziening. 4.2. Het college kan een besluit, aangaande een maatwerkvoorziening (natura of pgb) beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college één van deze gronden vaststelt dat:

c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten, of d. de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het pgb, of e. de cliënt de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. 4. Als het college een besluit op grond van het tweede en/of derde lid heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb.

Artikel 44. Onderzoek naar kwaliteit, recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 37. Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als de cliënt langer dan een door het college vastgestelde periode verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. 3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.

a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en het college met de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing had genomenzou hebben geleid, of; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb is aangewezen, of c. de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer passendtoereikend is te achten, of; d. de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb, of e. de cliënt de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. 5.3. Als Hhet college kan de kosten voor de verstrekte een besluit op grond van het tweede en/of derde lid heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening (natura of pgb), waar de cliënt geen recht op had voor een deel of helemaal terugvorderen als de voorziening is ingetrokken op grond van het tweede lid onder aof het teveel of ten onrechte genoten pgb. Artikel 44. Onderzoek naar kwaliteit, recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 72.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16370066/1