5.15 rvs Transitievisie Warmte (TVW) en Regionale Structuur Warmte (RSW) bijlage 1 TVW
Tekst van het document
4.3 Besparen en warmteoptie later herijken Wat? In deze buurten is de uiteindelijke warmteoptie nog onduidelijk. Dat komt omdat de kosten voor verschillende warmteopties dichtbij elkaar liggen en het optimale alternatief nader moet worden onderzocht. Bij de (minimaal) vijfjaarlijkse herijking van de TVW kan de warmteoptie dan opnieuw worden vastgesteld. Dat betekent niet dat we in deze buurten niet kunnen beginnen. Ook in deze buurten kunnen we starten met besparen door woningen transitiegereed te maken en over te stappen naar hybride warmtepompen als tussenoplossing. Waar? In Vlissingen zijn er relatief veel buurten waar het transitiepad besparen en later herijken voorkomt. Onder andere in het buitengebied, zoals in OostSouburg en in Ritthem en omgeving. Ook buurten in Paauwenburg Westduin laten dit transitiepad zien. Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze buurten starten met het overstappen op hybride warmtepompen als tussenoplossing.
Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.
24
4.4 Elektrische warmtepompen Wat? Bij dit transitiepad stappen we over naar elektrische warmtepompen. Uiteindelijk is er dan alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk nodig. Dit heet ook wel ‘all-electric’. Voordat een woning over kan naar een elektrische warmtepomp moet deze volledig transitiegereed zijn én beschikken over een speciaal verwarmingssysteem voor lage temperaturen. Ook wel afgiftesysteem genoemd. Hybride warmtepompen, waarbij een CV-ketel bijspringt als het buiten heel koud is en dient voor warm tapwater, zijn een tussenoplossing voor gebouwen die nog onvoldoende zijn geïsoleerd. In deze buurten kunnen gebouweigenaren ook kiezen voor kleinschalig collectieve oplossingen met bijvoorbeeld WKO. Ook dan is er vaak nog een warmtepomp in het gebouw of de woning aanwezig. Waar? Buurten waar de warmtepomp de meest logische route is, zijn relatief nieuwe buurten die al goed geïsoleerd zijn of buurten met een lage bebouwingsdichtheid aan de rand van de stad. Het gaat dan bijvoorbeeld om Souburg-Noord, Schoonenburg – Groot Abeele en West-Souburg. Hoe? De route naar elektrische warmtepompen wordt bepaald door de gebouweigenaren. Zij zullen tussen nu en 2050, zoveel mogelijk op natuurlijke momenten de overstap maken, dit doen zij door hun gebouw geschikt te maken voor verwarmen met lage temperatuur.
Het is van belang om de overstap naar elektrische warmtepompen stapsgewijs te doen. Ten eerste omdat er nog innovaties worden verwacht, zoals warmteopslag in de woning, en warmtepompen die nog steeds efficiënter worden. Daarnaast zijn dit vaak relatief nieuwe buurten waar gasleidingen nog niet zijn afgeschreven. Bovendien is de klimaatwinst in deze buurten beperkt omdat deze al vrij goed geïsoleerd zijn. Wanneer gebouweigenaren overstappen naar elektrische warmtepompen zal uiteindelijk het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. De netbeheerder houdt in de gaten wanneer dit nodig is, en zij kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment uit om het elektriciteitsnet te
25
verzwaren, bij voorkeur op een moment dat de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk zijn. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.
4.5 Warmteopties voor bijzondere gebieden Wat? In de gebouwde omgeving zijn verschillende gebieden met een warmtevraag die afwijkt van bestaande woonwijken. Voor deze gebieden geldt dat per type gebied moet worden bekeken welke warmteoptie optimaal is. We onderscheiden de volgende bijzondere gebieden:
Bedrijventerreinen: voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is.
Recreatieterreinen: recreatievastgoed ligt vaak op terreinen die beschikken over een grote, zakelijke elektriciteits- en gasaansluiting. De infrastructuur op het terrein is eigendom van een beheerder. Voordeel is dat elektriciteit op deze plekken goedkoop is dankzij een lage energiebelasting, waardoor elektrificeren loont. Dit, gecombineerd met het feit dat de warmtevraag in het laagseizoen beperkt is, maakt dat infrarood aangevuld met een (zonne)boiler voor warm tapwater een betaalbare en logische oplossing is. Ook bij permanente bewoning is dit een logische warmteoptie als de woningen beschikken over enige mate van isolatie en het te verwarmen oppervlak beperkt blijft.
Waar? In het Havengebied, zoals de Binnen- en buitenhavens en het Sloegebied in Vlissingen, maar ook in diverse kleinere deelgebieden, zoals in Baskensburg vinden we bedrijfspanden en utiliteitsbouw en daarmee het transitiepad bedrijventerreinen. Daarnaast zien we ook een aandachtsgebied voor recreatievastgoed in het westen van Paauwenburg Westduin. Hoe? Voor bedrijventerreinen en recreatieterreinen geldt dat een gebiedsgerichte aanpak logisch is om voor die locatie de optimale warmteoptie te kiezen en ontwikkelen. In alle gevallen is er namelijk maar sprake van één of enkele eigenaren of ontwikkelaars. De gemeente kan een rol spelen om deze eigenaren, samen met andere belanghebbenden en marktpartijen, te helpen met een aanpak om te komen tot de overstap naar aardgasvrij. Dat kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een uitvoeringsplan.
4.6 De transitiekaart voor Vlissingen 4.6.1 Hoe is de transitiekaart tot stand gekomen? De transitiekaart is tot stand gekomen op basis van een vergelijkende analyse en zorgvuldige afwegingen per buurt, waarbij onze uitgangspunten leidend zijn geweest:
26
Een vergelijkende analyse van drie verschillende modelstudies waarmee we inzicht hebben gekregen in de laagste maatschappelijke kosten voor warmteopties per buurt.
Als buurtgrenzen zijn de buurtgrenzen aangenomen zoals het CBS die hanteert. Omdat die grenzen niet altijd logisch of herkenbaar zijn, hebben we daarbovenop gebieden gemarkeerd waar de gebouwde omgeving afwijkt van de rest van de buurt, en waar dus ook een ander transitiepad gevolgd zal worden. Binnen CBS buurten kunnen meerdere warmteopties voorkomen.
Omstandigheden per buurt in overleg met de betrokken partijen. Het gaat dan bijvoorbeeld over plannen van inwonerscollectieven, plannen in de openbare ruimte, de ruimte in de ondergrond en het goed meenemen van buurten die al (deels) aardgasvrij zijn.
De technische achtergrond die hoort bij de Zeeuwse transitiepaden en een toelichting op de vergelijkende analyse is te vinden in bijlage F 4.6.2 Wat betekent de transitiekaart? De transitiekaart (figuur 4) laat zien welk transitiepad we in welke buurt doorlopen. Zoals eerder aangegeven beschrijft de TVW de hoofdlijnen van het transitiepad en is het nog geen definitief besluit voor een bepaalde warmteoptie per buurt. Wel biedt de transitiekaart een richtlijn waarmee we als gemeente stappen kunnen zetten:
Op basis van de transitiekaart kunnen we per buurt duidelijkheid geven aan gebouweigenaren over welke maatregelen zij moeten nemen voor hun gebouw. Die maatregelen zijn in deze TVW al op hoofdlijnen beschreven.
Met de transitiekaart kunnen we uitvoeringsplannen voor buurten gaan opstellen. Daarin worden zaken zoals techniek, betaalbaarheid en uitvoering voor een buurt duidelijk.
De transitiekaart opent het gesprek voor de gemeente en haar partners, zoals de woningcorporaties, inwonerscollectieven en netbeheerders. De gemeente kan de transitiekaart gebruiken als onderbouwing om bepaalde initiatieven van partners te steunen.
De transitiekaart biedt een onderbouwing voor het gebruik van nieuwe regels en middelen die de gemeente ontvangt van de Rijksoverheid. Zo verwachten we bijvoorbeeld dat de gemeente tijdens de nieuwe kabinetsperiode instrumenten voor warmtenetten in de bestaande bouw krijgt.
4.6.3 Tot welk eindbeeld leidt de transitiekaart? Nu maken we in bijna de hele gemeente Vlissingen nog gebruik van aardgasverwarming. In 2050 hebben we te maken verschillende warmteopties die gebruik maken van duurzame elektriciteit, duurzaam gas en lokale, duurzame warmtebronnen. Wij hebben uitgerekend hoeveel energie onze mix van warmteopties in 2050 zal gebruiken op jaarbasis (zie bijlage F). Daarbij hebben we gekeken naar het hele energiegebruik in de gebouwde omgeving, dus verwarming, koeling, apparaten, licht en elektrisch koken bij elkaar.
Om te beginnen zien we dat we in de toekomst veel minder energie gaan gebruiken in de gebouwde omgeving (zie bijlage F). Dat komt omdat we minder energie gebruik door het isoleren van woningen. En als resultaat van het isoleren ook minder gas verbruiken. Dat komt omdat we verwachten dat duurzaam gas schaars zal blijven en we dus onze gasvraag zo klein mogelijk moeten maken. In de toekomst gebruiken we alleen nog duurzaam gas voor de piekvoorziening van warmtenetten en voor hybride warmtepompen. We zien dat ons elektriciteitsverbruik zal toenemen. Dat komt vooral omdat we op verschillende plekken in de gemeente gebruik zullen maken van warmtepompen. Omdat we een nationale infrastructuur voor de levering van gas en elektriciteit hebben, zijn we voor de levering van duurzaam gas en elektriciteit afhankelijk. We zijn daarmee ook afhankelijk van de verduurzaming van de landelijke elektriciteits- en gasvoorziening. 4.6.4 Alles gekleurd, overal starten? De doelstelling is om in 2050 woningen en gebouwen in Vlissingen aardgasvrij te verwarmen. Alle buurten zullen hier dus op den duur mee aan de slag moeten. Daarom hebben alle buurten een transitiepad. Belangrijk om te realiseren bij het lezen van de transitiekaart, is dat de (tussen)stappen, de snelheid en intensiteit van de stappen, sterk kunnen wisselen.
Een transitiepad is een proces en niet een moment waarop de schop in de grond gaat. Concrete stappen zoals een buurtaanpak of een haalbaarheidsonderzoek vinden plaats in uitvoeringsplannen als vervolg op de TVW. Dat wil niet zeggen dat er nog niks moet en kan gebeuren. Gemeentebreed zijn energie besparen en het transitiegereed maken van gebouwen de eerste stappen richting aardgasvrij. Dat zal bij voorkeur gebeuren op natuurlijke momenten bijvoorbeeld bij renovaties of bij afschrijving van de CV-ketel. Het doel van de TVW en de transitiekaart is om inzicht te bieden in de richting voor de komende jaren.
27
Figuur 4: Transitiekaart van Vlissingen
28
5 Stappen richting uitvoering De warmtetransitie is complex en wordt niet van de ene op de andere dag uitgevoerd. Er zijn aanpassingen aan gebouwen en infrastructuur nodig, er zijn duurzame energiebronnen nodig, en er komen grote investeringen bij kijken. Deze transitie vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven en de provincie. Het vraagt tevens om veranderingen binnen de gemeentelijke organisatie. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele stakeholders. Enerzijds dient er coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op het gebied van samenwerking, strategie, communicatie & participatie en financiering. Dit vraagt om een gestructureerde aanpak en sturing. De gemeente neemt hierin de regie. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk naar de eerste stappen richting uitvoering. De gemeente Vlissingen hanteert een aantal kaders bij de uitvoering van de warmtetransitie waar de komende jaren gestalte aan gegeven wordt. Deze kaders zijn als volgt:
29
We doen de komende acht jaar ervaring op met de eerste aardgasvrije wijk van de gemeente Vlissingen door een aanvraag voor PAW te doen en deze uit te voeren We willen voor de eerstvolgende herijking van de TVW (2026) een concept aanpak op gebied van participatie- en communicatie voor de WUPs afronden op basis van de ervaringen mbt PAW We willen voor de eerstvolgende herijking van de TVW (2026) een duidelijk beeld hebben van de restwarmte potentie voor wijken & buurten in de gemeente Vlissingen We kiezen ervoor om in te zetten op vraagreductie (isoleren), bewustwording, efficiënt gebruik van energie e.a.
5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. In Vlissingen onderscheiden we een gemeentebrede aanpak en een gebiedsgerichte aanpak. 5.1.1 Doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat er in veel transitiepaden maatregelen nodig zijn die vragen om een doelgroepgerichte aanpak. Een dergelijke aanpak is bedoeld om individuele gebouweigenaren te faciliteren en motiveren bij de keuzes die zij moeten maken voor het nemen van individuele maatregelen zoals isolatie of een warmtepomp. Elke woningeigenaar is anders en heeft een eigen type woning en beslismoment. Het is mogelijk om hierin een aantal verschillende doelgroepen te formuleren als we kijken naar de meest logische stappen die een gebouweigenaar kan zetten, bijvoorbeeld op basis van bouwjaar van de woning. Met deze doelgroepenaanpak maken we onderscheid in een aanpak voor het isoleren van gebouwen en een aanpak voor de overstap naar (hybride) warmtepompen. Bij het categoriseren van doelgroepen onderscheiden we de volgende groepen:
Bouwjaar
Aanpak
voor gebouweigenaren tegen een gereduceerde prijs. Voor de toekomst kijken we graag hoe we deze samenwerking verder kunnen voortzetten met de doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen.
<1950
Focus op isolatie op basis van maatwerk, in verband met grote diversiteit
1951 – 1975
Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar de Standaard inclusief elektrisch koken en het aanpassen van ventilatie
1976 – 1990
Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar de Standaard inclusief elektrisch koken en het aanpassen van ventilatie (zie bijlage F voor informatie over de Standaard).
Sturingsmogelijkheden Vanuit de gemeente zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden om te sturen op het daadwerkelijk nemen van maatregelen. Zolang er geen wetgeving is om deze sturing mogelijk te maken is het nemen van individuele maatregelen dus op basis van vrijwilligheid. Met de juiste boodschap en middelen willen we de verschillende benoemde doelgroepen stimuleren om toch de stappen richting transitiegereed te gaan zetten. Hoe we deze doelgroepen daarin willen ondersteunen, beschrijven we in paragraaf 5.2.
Isolatieaanpak
Als (al deels) is geïsoleerd: hybride warmtepomp mogelijk Aanpak (hybride) warmtepompen <1990
Als (al deels) is geïsoleerd: hybride warmtepomp mogelijk
>1990
Aanpak voor de overstap naar een aardgasvrije oplossing door hybride warmtepomp
>2005
Aanpak voor de overstap naar een volledig elektrische warmtepomp
Uiteraard hangt de aanpak van de gebouweigenaar af of er al maatregelen aan het gebouw zijn getroffen. Het verkrijgen van meer informatie over reeds genomen renovatiemaatregelen en over een mogelijk CV-ketel vervangingsmoment, kan helpen om gerichter inzichtelijk maken waar de komende tijd stappen gezet kunnen worden. Een analyse is noodzakelijk om op basis van de actuele situatie van een gebouw te kunnen beoordelen welke vervolgstappen nodig zijn. Momenteel heeft de gemeente Vlissingen een dienstverleningsovereenkomst met Stichting Energiek Zeeland voor het afnemen van onafhankelijke energieadviezen
30
Uit de verschillende Zeeuwse informatieavonden met inwoners blijkt dat deze sterk gemotiveerd zijn om te isoleren. Isoleren doen ze zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als voor de klimaatwinst. Ook bleek dat men vooral beter inzicht wil krijgen in welke Bescherming van soorten Bij renovatie of isolatie van woningen moet altijd bekeken worden of er geen beschermde dieren in het kader van de Wet natuurbescherming in het gebouw of de woning zitten. Beschermde soorten in of rondom woningen en gebouwen zijn onder andere vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. In het kader van de zorgplicht moeten isolatiebedrijven voordat de werkzaamheden beginnen onderzoeken of er vleermuizen tussen de spouwmuren zitten. Door onder andere vleermuiskasten op te hangen, zorgen we er samen voor dat de vleermuizen weer voldoende verblijfplaatsen terugkrijgen. Bij uitvoeringsplannen zal worden bekeken of er proactief met een Soort Management Plan (SMP) kan worden gewerkt om nadelige effecten voor beschermde diersoorten te voorkomen. Woningcorporatie l’escaut is bezig met een SMP voor haar bezit in Vlissingen. maatregelen men moet nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn.
5.1.2 Gebiedsgerichte aanpak: drie aanknopingspunten Naast de kansen om op basis van doelgroepen stappen te maken in de transitie, liggen er ook nadrukkelijk mogelijkheden om gebiedsgericht aan de slag te gaan. Een gebiedsgerichte aanpak kan een welkome aanvulling zijn op een doelgroepenaanpak, omdat je als gemeente en partners meer grip hebt op een gebied, waardoor de besparingsdoelstellingen voor 2030 haalbaarder worden. Vanuit het Klimaatakkoord zijn zogenaamde uitvoeringsplannen bestempeld als middel om gebiedsgericht te werken. Vanuit onze kijk op de warmtetransitie (zie paragraaf 2.2), zien we drie aanknopingspunten voor een gebiedsgerichte aanpak om binnen buurten, wijken of dorpen verder te gaan verkennen:
31
1. Clustering
Uitvoeringsplannen Het uitvoeringsplan beschrijft hoe de gemeente de gebiedsgerichte aanpak in een wijk of dorp wil (laten) uitvoeren of regisseren. Het plan beschrijft voor één of meerdere gebieden op welk duurzaam alternatief deze gebieden overgaan. Het beschrijft ook welke maatregelen in het gebied nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Het uitvoeringsplan biedt daarmee een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatie-aanpak en/of het alternatief voor aardgas voor het gebied te realiseren. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties. Bron: Rijksoverheid (2021), Programma aardgasvrije wijken. https://aardgasvrijewijken.nl/themas/regieenorganisatie/uitvoeringspl an/wat+is+een+uitvoeringsplan/default.aspx Gebouwen met vergelijkbare eigenschappen zoals het bouwstijlen na een bepaald bouwjaar, kunnen vragen om een vergelijkbare oplossing. Als deze gebouwen geclusterd zijn binnen een gebied, kan een gebiedsgerichte aanpak uitkomst bieden. De aandachtsgebieden in de transitiekaart laten deze clustering zien. In bijvoorbeeld een all electric aandachtsgebied waar woningen geclusterd staan zou een collectieve inkoopactie voor warmtepompen opgezet kunnen worden.
Gezien de homogeniteit in bouwstijlen na 1990 is hier namelijk waarschijnlijk al voldoende isolatie aanwezig om deze stap te zetten. Een clustering van woningen waar een isolatieslag wenselijk is biedt een kans om met een collectieve isolatieaanpak te starten. Isolatiekansen hebben we inzichtelijk op blokniveau, en zijn gezien de kleinere schaal niet zichtbaar op de transitiekaart. We lichten dit verder toe in het kader op pagina 29.
2. Aansluiten bij de sociale energie in een buurt, wijk of dorp (sociale warmte) In de Zeeuws-brede samenwerking is verkend waar sociale energie in een buurt, wijk of dorp aanwezig is om met aardgasvrij aan de slag te gaan. De zogenoemde sociale warmtebronnen. Deze zijn samengebracht in de Sociale Warmte Atlas Zeeland. De atlas bestaat uit meerdere kaarten, die verschillende aspecten laten zien van de sociale warmte in Zeeland. Sociale energie is essentieel in een buurt om initiatieven vanuit de wijk van de grond te krijgen. Niet alleen omdat hier mogelijk een initiatiefnemer de kar kan trekken, maar ook omdat de wijk of het dorp als sociaal netwerk kan dienen en op die manier draagvlak of gezamenlijk initiatief gecreëerd kan worden. Voorbeelden van sociale warmtebronnen om bij aan te sluiten zijn:
Initiatiefnemers, verenigingen, inwonerscollectieven, energie coöperaties, VvE’s, dorps/wijkstadsraden en -werkgroepen die in de buurt, wijk of dorp aan de slag willen met verduurzaming Partijen die als katalysator kunnen werken, zoals een kerkgemeenschap of school. De gemeente kan, samen met een dergelijke partij een isolatie aanpak opzetten en uitvoeren. Deze partijen kunnen de achterban ook meer vertellen over de aanpak. Andere organisaties die met duurzame maatregelen aan de slag willen.
3. Aansluiten bij andere lokale opgaven en kansen De warmtetransitie in een wijk staat nooit op zichzelf. Vaak zijn er ook andere opgaven en thema’s die spelen in een wijk zoals bijvoorbeeld renovatie, vergroening en veiligheid. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd daar waar dat logisch is, en dat werkzaamheden worden gecombineerd om overlast voor inwoners te beperken en kosten te besparen. Aan de andere kant wordt het te ingewikkeld als we in alle wijken alle opgaven en thema’s dezelfde prioriteit en ambitie willen meegeven. Een balans tussen integraliteit en ambitie is essentieel. Binnen de gemeente Vlissingen werken we daarom aan een integrale wijkaanpak voor een toekomstbestendige openbare
32
ruimte. Aan de hand van een projectenkaart en pilotprojecten werken we het Vlissingsweb uit, waarin we de thema’s, opgaven en het ambitieniveau weergeven. Thema’s en opgaven die binnen het Vlissingsweb behandeld worden zijn:
Aangrenzende duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie, circulariteit, opwek duurzame energie, en mobiliteit;
Opgaven in de openbare ruimte, zoals rioleringsvervangingsopgaven;
Sociale thema’s zoals veiligheid, (energie)armoede, leefbaarheid en sociale opgaven;
De drukte in de ondergrond:
Plannen van andere stakeholders
Verschillende visies en plannen vormen de basis voor de ambities en prioriteiten die er per integrale wijkaanpak gesteld kunnen worden. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Strategische Visie, de Omgevingsvisie, het Gemeentelijk Rioleringsplan, de Regionale Structuur Warmte, het Groenbeleidsplan en het Duurzaamheidsbeleid. De gemeente Vlissingen is bezig om alle (lange-termijn) planningsopgaven van alle stakeholders in beeld te krijgen op een gezamenlijke online kaart. De projectenkaart, de renoveringsopgaven van de woningcorporaties, de werkzaamheden van de netbeheerder, en de plannen van andere nutsbedrijven en overheden worden samengevoegd in één overzicht. Zodoende stemmen we de werkzaamheden in de toekomst beter af. Hiervoor is een samenwerkingsovereenkomst AZON (Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven) getekend.
Van aanknopingspunten naar startkansen Op basis van de aanknopingspunten kunnen we in Vlissingen de komende tijd verder verkennen waar we gebiedsgericht aan de slag willen. We gebruiken de Energie Transitie Atlas om inzichtelijk te maken of en hoe deze aanknopingspunten elkaar kunnen versterken. De atlas maakt het mogelijk om op kleinere schaal naar kansen te kijken dan met het CBS-buurtniveau zoals aangehouden in de transitiekaart. Op dit kleinere schaalniveau kunnen we clustering van vergelijkbare woningen, sociale warmtebronnen en koppelkansen beter inzichtelijk maken en over elkaar heen leggen. Om te verkennen waar op dat niveau een gebiedsgerichte isolatieaanpak voor de hand ligt is de kaart laag met isolatiekansen per deelgebied en op blokniveau interessant. Om isolatiekansen inzichtelijk te maken is gefilterd op: bovengemiddelde warmtevraag, bovengemiddeld gasverbruik, en de aanwezigheid van startkansen voor isolatiemaatregelen (spouw, zoldervloer en grondvloer) Een voorbeeld van een gebied waar aanknopingspunten samenkomen is Paauwenburg en is gevisualiseerd in figuur 5.
Bijschrift: In de wijk Paauwenburg komen een energiecoöperatie als sociale warmtebron, aanpassingen in de openbare ruimte en isolatiekansen samen. Bovenstaande kaart laat bijvoorbeeld de aanwezigheid van een energie coöperatie zien die als katalysator een bijdrage kan leveren aan het concretiseren van de isolatieaanpak. De komende periode vullen we de Atlas verder aan met bruikbare data om een completer beeld te hebben van het gebied. Uiteraard blijft het een ‘praatplaat’ voor het gesprek met de projectgroep om met lokale kennis te valideren en verrijken en op die manier weloverwogen keuzes te maken in welke startkansen we wanneer verder willen verkennen. Bovenstaande uitsnede is gemaakt op basis van de Energie Transitie Atlas, 2021.
Energie Transitie Atlas De Energie Transitie Atlas (ETA) is een op GIS-gebaseerde online tool die via de webbrowser geraadpleegd kan worden. Aan de atlas ligt een rekenmodel ten grondslag dat (ruimtelijke) gegevens, aannames en uitgangspunten vertaalt naar kaartbeelden die uitspraken doen over de impact van de energietransitie. De atlas is bedoeld om processen in de energietransitie te ondersteunen, faciliteren en versnellen. Het kan ingezet worden in alle fases van de transitie: van notie en urgentie, tot kansen en inzicht, tot gedragen visies en projecten, en uiteindelijk als ondersteunende tool in de uitvoering. Daarmee vormt de ETA een gezamenlijke, Zeeuwse database en analysetool voor o.a.:
Figuur 5: Paauwenburg als focusgebied voor isolatie met nabijgelegen sociale warmte (energie coöperatie)
33
.
De uitwerking van de Regionale Energie Strategie (RES);
De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving met Transitievisies Warmte en uitvoeringsplannen;
Het plannen en realiseren van een toekomstbestendige laadinfrastructuur.
5.2 Hoe gaan we inwoners informeren, motiveren en faciliteren? Communicatie Communicatie met inwoners en andere stakeholders is een cruciaal onderdeel voor een succesvol verloop van de warmtetransitie. Met het opstellen van een heldere communicatiestrategie en een communicatieaanpak zetten we de eerste stappen voor een succesvolle samenwerking met onze inwoners. Daarom zetten we in op de volgende punten:
Via verschillende kanalen (periodiek) communiceren over het nut en de noodzaak van de warmtetransitie;
Stimuleren en activeren van over bepaalde maatregelen, zoals specifiek over isoleren;
Het geven van objectieve, heldere en toegankelijke informatie aan inwoners die aan de slag willen. Bijvoorbeeld informatie over handelingsperspectieven via de gemeentelijke website of de loketten. Zoals het duurzaam bouwloket of Energiek Zeeland.
Het actief benaderen van inwoners op basis van een doelgroepenaanpak;
Het koppelen van de warmtetransitie met opgaven en thema’s die spelen in specifieke buurten, wijken en dorpen als er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak met koppelkansen;
34
Het (periodiek) communiceren over het proces van en de verschillende stappen die worden gezet in de warmtetransitie. Waar vervolgstappen in de transitie worden voorzien, worden deze vroegtijdig gecommuniceerd; Het delen van inspirerende voorbeelden, zoals het Duurzaamheidshuis in Goes.
Terugblik inwonersavond 16 juni 2021 Op 16 juni vond de inwonersavond in Vlissingen plaats. In totaal hebben 40 geïnteresseerden zich voor de bijeenkomst aangemeld, uiteindelijk waren er zo’n 8 aanwezigen. Het kennisniveau van de deelnemers lag hoog. Dit was te merken aan de technische vragen die gesteld werden. Er werden namelijk vragen gesteld over de mogelijkheden van waterstof en de afhankelijkheid van een leverancier bij een warmtenet. De deelnemers waren zelf ook al actief met verduurzaming; alle 8 hadden zonnepanelen geïnstalleerd. Deelnemers konden hun reactie geven op de visie en de bijbehorende transitiekaarten. De algemene reactie was positief, wel zijn bewoners op zoek naar concretere richting en houvast voor hun eigen situatie en de keuzes die zij voor hun eigen woning moeten maken. Zo merkte iemand op dat er nog maar weinig bekend is voor bewoners. Inwoners missen informatie over de kosten van de warmtransitie en hoe verouderd vastgoed verduurzaamd kan worden. Ook werd verwezen naar de rol van een warmteleverancier en dat er bij een collectieve warmteoplossing ook rekening moet worden gehouden met het meenemen van particulieren. Energiebesparing in Vlissingen: tips van inwoners
Zorg voor onafhankelijk en persoonlijk advies aan huis. Inwoners willen weten waar ze moeten beginnen met isoleren.
Werk aan een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen.
Stel besparingsambassadeurs aan in wijken: inwoners met een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn.
Zorg voor ondersteuning en begeleiding voor VVE’s.
Communiceer gericht en duidelijk over campagnes, collectieve inkoopacties en leningen die beschikbaar komen.
Grijp de isolatieopgave als kans om lokale ondernemers te betrekken en lokaal werkgelegenheid te creëren.
Maak de isolatieopgave zo concreet mogelijk voor verschillende soorten woningen.
Participatie Gemeentebreed stellen we een participatiebeleid en -leidraad op waarin we kaders beschrijven over wanneer inwoners op welke manier kunnen meedenken (inwonersparticipatie). Tegelijkertijd zullen er meer initiatieven vanuit inwoners en organisaties ontstaan waarbij een samenwerking met de gemeente gezocht wordt. Het participatiebeleid moet daarom ook laten zien op welke manier wij bereid zijn om te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie). Daarnaast doen we ervaring op met participatie in de warmtetransitie door de PAW-aanvraag te doen en uit te voeren. Aan de hand hiervan stellen we een concept communicatie- en participatieaanpak voor de warmtetransitie op. Financiering Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners financieel te ondersteunen bij maatregelen in de woning. Denk aan subsidies, leningen, en collectieve inkoopacties. We willen samen met Zeeuwse partners deze financiële instrumenten optuigen, goed toegankelijk en óveral toegankelijk maken, voor alle inwoners in Zeeland die stappen willen maken. We willen kansen voor gemeenteoverstijgende constructies verkennen. Hierbij valt te denken aan een provinciale lening, provinciale gebouwgebonden financiering, provinciale collectieve inkoop en samenwerking met Zeeuwse installateurs.
Daarnaast willen we Zeeland-breed inwoners kunnen informeren over financiële instrumenten die beschikbaar komen vanuit het Rijk. Hoewel iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, kan er altijd een collectief aanbod georganiseerd worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken.13 Tijdens de inwonersavond is duidelijk naar voren gekomen dat gebouweigenaren willen weten van welke middelen ze gebruik kunnen maken om maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er werd een 13 In bijlage D treft u een overzicht van financieringsinstrumenten en initiatieven die
reeds in de Zeeuwse gemeenten worden uitgerold. Leningen die genoemd zijn, zijn
35
duidelijke behoefte geuit aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is. Wij hechten eraan dat informatie duidelijk en centraal te vinden is, in plaats van versnipperd. Voor de gemeente Vlissingen is dat de volgende webpagina: www.vlissingen.nl/duurzaamwonen
5.3 Zeeuws-brede samenwerking: hoe gaan we het organiseren? In de voorgaande paragrafen zijn de doelgroep- en gebiedsgerichte aanpak beschreven die door de gemeente in samenwerking met betrokken partijen na de TVW verder worden uitgewerkt. Daarnaast liggen er concrete aanknopingspunten om bepaalde onderdelen van de uitvoeringsstrategie samen met andere gemeenten Zeeuws-breed op te pakken. De voordelen van regionale en provinciale samenwerking zijn schaalvoordeel in de uitvoering, het kunnen leren van elkaars ervaringen, en afstemming in communicatie, voorlichting en andere uitingen richting inwoners. Tevens biedt een regionale samenwerking meer kansen voor gezamenlijk optrekken richting Den Haag om te vragen om meer middelen voor de warmtetransitie. Als gemeente hoeven we niet op alle vlakken zelf het wiel uit te vinden. We leren graag van elkaar. De samenwerkingskansen waarop we elkaar kunnen versterken op provinciaal niveau worden daarom omschreven in de volgende paragrafen. Tevens wordt in een stappenschema toegelicht hoe de Zeeuws-brede samenwerking verder georganiseerd kan worden. 5.3.1 Zeeuws-brede doelgroepen aanpak: samen aan de slag met besparen en woningen transitiegereed maken Aan de slag gaan met besparen en transitiegereed maken van woningen met een doelgroepgerichte aanpak is in alle Zeeuwse gemeenten de eerste stap.
Het ligt dan ook voor de hand om hier samen in op te trekken, door ervoor te zorgen dat middels het standaardiseren van een isolatieaanpak: elke Zeeuwse inwoner gebruik kan maken van hetzelfde verduurzamingspakket dat voor het bouwjaar of woningtype van zijn of
niet allemaal op dit moment actief. Mogelijk worden er nieuwe rondes waarin deze leningen worden vrijgegeven uitgeschreven.
haar woning relevant is. Dit verduurzamingspakket zou door de hele provincie heen op dezelfde manier aangeboden kunnen worden via eenduidige communicatie. Hierbij kunnen het Duurzaam Bouwloket en Energiek Zeeland een belangrijke rol kunnen spelen in de uniformiteit. Bijvoorbeeld in het aanbieden van woning- of straatscans in heel Zeeland. Ook kan er via de Zeeuws-brede samenwerking worden afgesproken om per gemeente te focussen op een bepaalde doelgroep (op basis van woningtype en bouwjaar, zie paragraaf 5.1.1) door middel van gerichte campagnes. Zo kan elke gemeente zich toespitsen op één doelgroep en leren hoe deze het beste benaderd kan worden. Deze ervaringen kunnen vervolgens Zeeuws-breed worden uitgewisseld. 5.3.2 Zeeuws-brede gebiedsgerichte aanpak Ondanks dat een gebiedsgerichte aanpak in de basis plaatsvindt in een afgebakend gebied dat binnen de gemeente ligt, zijn er kansen voor een Zeeuws-brede samenwerking – met name als het gaat om kennisuitwisseling. Een gebiedsgerichte aanpak richt zich met name op een verdere verkenning van de haalbaarheid voor een warmteoptie in een wijk of dorp. Hierin wordt intensief samengewerkt met lokale stakeholders en gebruik gemaakt van de gemeentelijke en lokale kennis in dat gebied.
Voordeel van een dergelijke lokale aanpak is dat beweging en betrokkenheid kan ontstaan van onderop, door de betrokkenheid van lokale initiatiefnemers (woningcorporatie, inwonersinitiatief of gemeente). Dergelijke initiatiefnemers zorgen voor betrokkenheid van inwoners door te fungeren als ambassadeur en dragen bij aan het draagvlak van een bredere groep inwoners in de omgeving. In de verschillende gemeentes in Zeeland zien we duidelijke gebiedsgerichte kansen. De Zeeuws-brede samenwerking leent zich bij uitstek als platform van kennisuitwisseling over deze gebiedsgerichte ervaringen. Ook kunnen er binnen deze samenwerking afspraken worden gemaakt tussen gemeentes om te focussen op een uitvoeringsplan warmtenet in de ene gemeente, een uitvoeringsplan all-electric wijk in de andere gemeente, en een aanpak recreatiepark in een volgende gemeente. Op die manier kunnen er in de verschillende gebiedsgerichte plannen lessen worden opgehaald die kunnen terugvloeien naar de Zeeuws-brede samenwerking. Door efficiënt en slim met elkaar samen te
36
werken op provinciaal niveau kan de warmtetransitie in Zeeland versneld worden. 5.3.3 Zeeuws-breed uniform communiceren over dezelfde inkoopacties en financieringsmogelijkheden Er liggen Zeeuws-breed kansen om richting inwoners en andere betrokken partijen inzicht te geven in de beschikbare financieringsmogelijkheden op zowel, regionaal, provinciaal als landelijk niveau. Of voor het geven van informatie op het gebied van voorbeeldwoningen die in naburige gemeenten te bezoeken zijn, en voor het organiseren van voorlichtingsavonden en evenementen over besparen en transitiegereed maken. Ook de aanpak voor bedrijventerreinen kan Zeeuws-breed opgepakt worden. Bijvoorbeeld door goede voorbeelden (provinciaal/regionaal) te verzamelen en de lessen te delen in een makelaarsrol. Of door kansen voor een financieel haalbare oplossing te delen. 5.3.4 Stappen richting Zeeuws-brede samenwerking De voordelen van een Zeeuws-brede samenwerking op de verschillende aanpakken is in de voorgaande paragrafen toegelicht. Deze paragraaf zal verder ingaan op hoe de stappen die nodig zijn om de Zeeuws-brede organisatie op te zetten. Figuur 4 geeft een voorstel voor een mogelijke samenwerkingsvorm voor een Zeeuws-brede samenwerking. Voor de verdere organisatie van de Zeeuws-brede samenwerking zien we de volgende aandachtspunten: 1. Zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande structuren.
Binnen het al bestaande samenwerkingsverband, de provinciale TVW tafel met alle gemeenten en andere samenwerkingspartners, valideren of het voorstel voor een organisatievorm juist is. Hier kan gekeken worden of de tafel moet worden aangevuld met andere partijen, zoals een afgevaardigde van de Zeeuwse Woningcorporaties. Deze zijn onder de naam ZuidWestSamen een gezamenlijk initiatief gestart om te kijken hoe samenwerking op het gebied van verduurzaming kan worden vormgegeven. 2. Afspraken maken voor de definitieve invulling van het organogram (zie figuur 6). Onder ander over wie van welke gemeente en wie
van welke organisatie in de verschillende werk/projectgroepen moeten zitten. Hierbij specifieke aandacht voor de strategische en uitvoerende lagen binnen de organisatievorm. Binnen deze lagen kunnen verschillende partijen zitting nemen. Dit hoeven niet dezelfde mensen te zijn en niet dezelfde organisaties. 3. Na stap 2 het verder concretiseren en toewijzen van de verschillende taken die vallen binnen de organisatievorm over de betrokken partijen en de verschillende gemeenten, zoals verder uitwerking van de doelgroepgerichte-aanpakken.
Verbreding Provinciale subtafel TVW met externe partijen
Doelgroepgerichte aanpakken (gemeente in de lead, regionale subtafel TVW faciliterend)
Besparing en transitiegereed
(Hybride) warmtepomp
Gebiedsgerichte aanpakken (gemeente in de lead)
Uitvoeringsplan warmtenet
Uitvoeringsplan individuele oplossingen
Aanpak bedrijventerreinen
Participatie en communicatie
Financiering
Figuur 6: Voorstel voor een organisatievorm voor een Zeeuws-brede samenwerking voor de warmtetransitie
37
Aanpak recreatiegebieden
5.3.5 Doorlopend: afstemming met partners Bovengenoemde manier van organiseren zorgt ervoor dat partijen op verschillende niveaus en op verschillende onderwerpen doorlopend met elkaar in gesprek blijven. Dat is belangrijk omdat we nadrukkelijk al onze partners en hun kennis en kunde nodig hebben om de warmtetransitie tot een succes te maken. Voor de warmtetransitie is tijdige afstemming tussen de gemeente en stakeholders zoals de netbeheerder noodzakelijk. Dit kan bijvoorbeeld een overbelasting op het energienetwerk voorkomen. Tijdige afstemming realiseren we gebruik te maken van een gezamenlijke online kaart via de samenwerkingsovereenkomst AZON (Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven). We stimuleren de corporaties om ook actief hun renovatieplannen en mogelijk nieuwe aanknopingspunten in de gezamenlijke online kaart via de samenwerkingsovereenkomst AZON (Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven) op te nemen. Met corporaties wordt ook nadrukkelijk gekeken of collectiviteit georganiseerd kan worden. Bijvoorbeeld wanneer isolatiepakketten worden ingekocht door corporaties. Mogelijk kunnen particulieren in die wijken dan hierbij aanhaken.
5.4 Invulling van gemeentelijke rol en capaciteit 5.4.1 Gemeentelijke rol Vanuit het Klimaatakkoord is de gemeente als regisseur aangewezen van de warmtetransitie. De gemeente Vlissingen zal deze regierol invulling geven door het verdere proces van de warmtetransitie te blijven leiden en de daartoe zo belangrijke samenwerking met onze belangrijkste partners voort te zetten en uit te breiden. De gemeente Vlissingen is vooral ‘trekker’ van het gesprek en heeft een belangrijke uitvoerende rol. We zien daarbij partijen als Zeeuwland, l’escaut en Enduris als voorwaardige partners om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. Als concrete vervolgstap op de TVW, zien de gemeente
14
https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2021/01/25/advies-van-parijs-naar-
praktijk
38
Vlissingen dan ook het voortzetten van de projectgroep als lokale ‘TVWtafel’. Een belangrijke taak van deze tafel is het verder verkennen en opstarten van uitvoeringsplannen voor de meest kansrijke startgebieden. Een andere belangrijke taak is het monitoren van de voortgang en de relatie tussen de voortgang en het gestelde doel voor 2030. Hoewel de ontwikkeling van de doelgroepenaanpak vooral bij de provinciale subtafel TVW ligt, ziet de gemeente Vlissingen een rol in het vertalen van deze aanpak en bijbehorende middelen naar een lokale inzet die passend is voor en herkend wordt door de inwoners van Vlissingen. Daarmee is de gemeente Vlissingen aanspreekpunt voor haar inwoners en organisaties en houden hen andersom blijvend betrokken om gezamenlijk in de warmtetransitie op te trekken. Naast een regierol, heeft de gemeente Vlissingen hier een motiverende en faciliterende rol met bijbehorende taken zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2. De gemeente Vlissingen ‘leent’ dus aanpakken en middelen die zijn uitgewerkt in de provinciale subtafel TVW maar zorgt ook dat verkregen inzichten daar weer naar terugvloeien. Dat kunnen lessen zijn uit gebiedsgerichte projecten, zodat andere gemeenten hiervan gebruik kunnen maken.
Maar het kunnen ook monitoringsresultaten zijn die eraan bijdragen om gezamenlijk met andere gemeenten de provinciale voortgang van de warmtetransitie accuraat te blijven volgen en waar nodig de strategie bij te sturen. 5.4.2 Meer uitvoeringskracht is noodzakelijk Tot slot vraagt de warmtetransitie veel van de gemeente én betrokken partijen. Het rapport Van Parijs naar praktijk14 (verder ROB rapport) laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. De indicaties uit het rapport zijn één onderdeel van de totale kosten die de uitvoering van het Klimaatakkoord met zich meebrengt. Het rapport laat zien dat er veel uitvoeringskracht nodig is – van planvorming tot uitvoering. Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt
onder andere sterk af van het aantal (wijk)uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Om de transitie echt in een stroomversnelling te brengen zijn dan ook financiële middelen vanuit de Rijksoverheid een noodzaak. Tenslotte is naast de inzet van de gemeente ook inzet van andere partijen nodig. Ook daar zal nog gewerkt moeten worden aan de uitbreiding van de capaciteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om de netbeheerders, de corporaties maar ook de installatie- en bouwbranche.
5.5 Actieagenda: stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar In de volgende tabel is de actieagenda opgenomen met daarin de acties voor de komende twee jaar die voortvloeien uit de hiervoor besproken stappen richting uitvoering. Dit zijn acties die in ieder geval in de komende twee jaar worden opgestart, om de transitie op gang te laten komen. Met deze scope van twee jaar wordt dus niet bedoeld dat de acties na twee jaar ten einde komen. De tabel is onderverdeeld in drie onderdelen: van transitiepaden naar praktijk, informeren motiveren en faciliteren en tot slot het onderdeel samenwerking en organisatie
39
Tabel 2: actieagenda voor stappen richting uitvoering de komende twee jaar
Doelgroepenaanpak
Gebiedsgerichte aanpak
Provinciaal Uitwerken van de doelgroepenaanpak ( op basis van bouwjaar) voor 1) besparing en transitiegereed en 2) (hybride) warmtepompen Uitwerken aanpak voor specifieke groepen als: - Monumenteneigenaren - Vereniging van Eigenaren - Huurders (samen met corporaties) Afstemming bovenlokale warmtebronnen (RSW) Tweejaarlijkse update van de RWS Kennisdeling en uitwisseling over (proces richting) wijk uitvoeringsplannen. Opstellen van gezamenlijk aanpak voor opstellen uitvoeringsplannen. Uitwerken van een standaard procesaanpak voor 1) bedrijventerreinen en 2) recreatiegebieden Gezamenlijk verkennen/ontwikkelen van demonstratieprojecten rondom onderwerpen als collectieve toepassingsmogelijkheden van aquathermie, zonthermie, energieopslag e.a.
Communicatie
Participatie
Financiering
Monitoring en evaluatie
Van transitiepaden naar praktijk Gemeentelijk Combineren van de provinciale doelgroepenaanpak met de gemeentelijke aanpak voor gerichte communicatie
Kennis verrijken: isolatiekansen valideren, koppelkansen in beeld en sociale warmtebronnen verder verkennen Startkansen in dorpen/wijken identificeren. Benoemen voor welke gebieden een warmteplan ontwikkeld moet worden en wie hiervoor verantwoordelijk is Lokale invulling geven aan de procesaanpak voor bedrijventerreinen en recreatiegebieden
Geïdentificeerde startkansen verder verkennen in een (opstap naar een) uitvoeringsplan
Inwoners informeren, motiveren en faciliteren Provinciaal Gemeentelijk Opstellen gezamenlijke communicatie onderdelen die Zeeuws breed gedeeld Opstellen van een gemeentelijke communicatieaanpak toegespitst op de Vlissingse situatie kunnen worden. Faciliteren regionale energieloketten als duurzaam bouwloket, platform energiek Inbedden van de informatie op de gemeentelijke kanalen en bij de afdeling communicatie, zodat zeeland, monumenteninwoners bij hun eigen gemeente de weg kunnen vinden paspoort van erfgoed Zeeland. Ondersteunen kennisuitwisseling tussen Zeeuwse inwonerscollectieven via organisaties als de ZVKK, Dorpen voor Morgen, de Zeeuwse participatiecoalitie e.a. Opstellen van handvaten voor een participatieaanpak Opstellen van een gemeentelijk participatiebeleid &- leidraad Inwonerparticipatie in de Zeeuwse warmtetransitie verder stimuleren en te faciliteren. Afstemmen van financieringsmogelijkheden Ontwikkelen van instrumenten. Kansen voor nieuwe regionale constructies collectieve inkoop en samenwerking met installateurs op Zeeuws breed niveau Regionale afstemming over beschikbaar stellen van data. Monitoring stand van zaken op Zeeuws breed niveau. Evaluatie van de uitvoering van de TVW op Zeeuws breed niveau en voorstel voor actualisatie.
Rol en taken
Provinciaal Voortzetten Rol van de subtafel TVW bestaat uit uitwisseling, afstemming en monitoring Afstemming binnen overleg Zeeuwse Overheden
40
Samenwerking en organisatie Regierol in de samenwerking met stakeholders en bijbehorende taken verder uitwerken en uitvoeren Faciliterende rol in de ondersteuning van inwoners en bijbehorende taken verder uitwerken en uitvoeren Verwachtingen over uit te voeren taken, benodigde capaciteit en verzoek meer capaciteit neerleggen bij Raad
6 Begrippenlijst Term
Toelichting
Aardgasvrij
Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. De term aardgasvrij betekent niet altijd gasloos, er kan hernieuwbaar gas worden toegepast.
Afleverset
All-electric
Aquathermie
AZON
41
Bij een warmtenet wordt er gebruik gemaakt van een afleverset in de woning. De afleverset bevindt zich in de meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van de woning bereikt. Warmteoptie waarbij een gebouw alleen aangesloten is op het elektriciteitsnet en verwarmen en koken gebeurt met gebruik van elektriciteit (vaak een warmtepomp). Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater dat kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet of lokaal bronnet. AZON (Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven)
(CBS) Buurt
Onderdeel van een gemeente, dat op basis van historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken homogeen is afgebakend.
BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Energiearmoede
10% van de huishoudens in Nederland heeft een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. Zij hebben moeite met het betalen van de energierekening.
Geothermie
Warmte afkomstig uit de aarde (aardwarmte) die ingezet kan worden als bron voor warmtenetten.
Hernieuwbaar gas
Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of is geproduceerd met duurzame energie, zoals biogas en groene waterstof.
Hoge temperatuur verwarming
Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met 70°C of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater.
Hybride warmteoplossing
Warmtelevering met elektrische oplossing, vaak een warmtepomp, in combinatie met een HR-ketel op gas
Lage temperatuur verwarming
Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager
verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd. Laagste maatschappelijke kosten
Lokale bronnetten
Middentemperatuur verwarming
42
De laagste totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers, dus kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van warmte. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. De kosten per vermeden ton CO2 zijn naast deze maatschappelijke kosten tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen. Lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet in combinatie met een warmtepomp in het gebouw. Een bekende vorm is de Warmte-Koudeopslag (WKO). Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55 °C tot 70
°C wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Onderzoeksbeeld
Het onderzoeksbeeld geeft weer welke warmteoptie in welke buurt de laagste maatschappelijke kosten heeft. Aan het onderzoeksbeeld liggen verschillende modelstudies ten grondslag.
Omgevingswet
De Omgevingswet gaat op 1 januari 2022 in werking en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten. Het biedt daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk en leidt tot een betere en snellere besluitvorming.
Opt-out
Het verschijnsel waarbij eigenaren niet kiezen voor de overwogen warmteoptie in de buurt. Term is afkomstig uit de Wet collectieve Warmtevoorziening
PAW
Programma Aardgasvrije Wijken
Transitiekaart
De transitiekaart is een visuele weergave van de uitkomsten in de TVW. In deze kaart is voor elke wijk/dorp een
oplossingsrichting richting aardgasvrij opgenomen. Regionale Energiestrategie (RES)
Restwarmte
Warmte die vrijkomt bij industriële processen en gebruikt wordt als bron voor warmtenetten.
Transitievisie Warmte (TVW)
Document op gemeenteniveau waarin het tijdpad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmteoptie.
Transitiepad
Warmtenet
43
In de RES onderzoeken 30 Nederlandse energieregio’s hun vraag naar warmte en elektriciteit en geven ze aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd.
In een transitiepad schetsen we per wijk de route om tot een warmteoptie te komen. Die route bevat zowel een fasering als tussenstappen. Het transitiepad beschrijft ook wat voor soort aanpak erbij hoort, zoals een wijkgerichte aanpak of een doelgroepgerichte aanpak. Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Dit wordt ook wel
stadsverwarming of stadswarmte genoemd. Warmtenetten kunnen verschillende aanvoertemperaturen hebben (zie lage, midden en hoge temperatuur verwarming). Warmteoptie
De beoogde infrastructuur voor warmtelevering zonder aardgas per buurt
Warmtepomp
Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur met behulp van een elektrische pomp en staat die hogere temperatuur weer af aan een ruimte.
Werkgroep
De gemeente heeft met een werkgroep bestaande uit verschillende in de gemeente actieve stakeholders samengewerkt om te komen tot deze TVW.
Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW)
Gemeenten krijgen meer sturingsmogelijkheden om in het kader van de wijkgerichte aanpak de aanleg en exploitatie van de collectieve warmtesystemen te bevorderen en worden tevens voorzien in instrumenten om publieke belangen beter te waarborgen. Collectieve warmtelevering kan uitsluitend plaatsvinden nadat
een gemeente hiervoor voorzien heeft middels een aanwijzing of ontheffing.
44
Warmte- Koude opslag (WKO)
Koude-warmteopslag of koudeen warmteopslag, ook wel warmte-koudeopslag of warmteen koudeopslag, is een methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. De techniek wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen en/of te koelen. Er is een onderscheid tussen open en gesloten systemen. Bij een gesloten bronsysteem is het te verwarmen of te koelen medium in "reservoirs" of buizen opgenomen die alleen in verbinding staan met de rest van het energiesysteem. Een open bodemenergiesysteem slaat energie uit het gebouw en/of de omgeving op in de bodem - een aquifer (een waterhoudende zand- en/of kiezellaag). Een aquifer is van nature aanwezig in de bodem.
Woningequivalent (WEQ)
Een woningequivalent is een inschatting van de hoeveelheid warmte-energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien.