5.14 rvs Vaststellen verordeningen OZB- en Parkeerbelasting 2023 bijlage 3 OZB bijlage berekeningen
Tekst van het document
OZB De tarieven OZB worden bepaald aan de hand van de gemiddelde waardeontwikkeling van de woningen en de niet-woningen (bedrijven, winkels, kantoren enz.) en de voor dit jaar in de begroting vastgestelde opbrengststijging. Op basis hiervan wordt in de verordening een percentage vastgesteld waarmee het aanslagbedrag wordt berekend. Er wordt in Vlissingen op dit moment veel gebouwd. Dat is duidelijk te zien in de toegenomen totale WOZ waarde van de woningen en in mindere mate bij de niet woningen. Waardeontwikkeling van 1-1-2021 naar 1-1-2022 De waardeontwikkeling van de woningen is gemiddeld uitgekomen op 16,95 procent positief. De waardeontwikkeling van de niet-woningen is gemiddeld uitgekomen op 0,73 procent positief. Artikel 12. Om te komen tot de vereiste gewogen gemiddelde OZB van 0,2017% dienen de tarieven te stijgen. Dit heeft tevens tot gevolg dat de opbrengst substantieel zal stijgen. niet-woning eigenaar inflatiecorrectie Waardewijziging
100,00% 3,90% -0,73%
niet-woning gebruiker inflatiecorrectie Waardewijziging
100,00% 3,90% -0,73%
Extra ombuiging artikel 12
5,40%
Extra ombuiging artikel 12
5,40%
totaal
108,57%
totaal 108,57%
Bij de woningen wordt rekening gehouden met de 16,95% stijging van de WOZ waarde en de extra ombuiging die nodig is om het gewogen gemiddelde te halen. Dit heeft leidt tot onderstaande tarief: woning eigenaar Inflatiecorrectie Waardewijziging
100,00 % 3,90 % -16,95%
Extra ombuiging
5,40%
Totaal
92,35%
Rekening houdend met afrondingen worden dit de tarieven 2023:
Woning niet-woning niet-woning
eigenaar eigenaar gebruiker
percentage 2022 0,1389% 0,4052% 0,3219%
percentage 2023 0,1283% 0,4399% 0,3495%
Wat betekent dit voor het belastingbedrag in de verschillende categorieën: Bij een WOZ-waarde in 2022 van € 218.000 en rekening houdend met de gemiddelde stijging van respectievelijk16,95% voor de woningen en 0,73% van de niet woningen worden de waarden voor 2023 € 254.000 voor de woningen en € 202.000 voor de niet woningen. Op basis hiervan worden de volgende bedragen opgelegd:
woning niet-woning niet-woning
eigenaar eigenaar gebruiker
2022 € 302,80 € 814,45 € 650,23
2023 € 325,88 € 888,59 € 705,99