CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.13 rvs Zienswijze begroting 2024 en jaarrekening 2022 Orionis Walcheren bijlage 2 jaarstukken

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2024 Orionis Walcheren en jaarrekening 202222.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit betreft risico’s die Orionis loopt en die zich op korte termijn (binnen 4 jaar) voor zouden kunnen doen. Na beheersmaatregelen en eventuele aanvullende maatregelen resteert een restrisico waarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn ingeschat in de kolom “exposure”, zie de tabel hieronder.

1

2

3

Risico

Inc of Str

Beheersmaatregelen (vermijden, verminderen, overdragen, zelf dragen)

Aanvullende maatregelen

Exposure

Bestandsontwikkeling bijstand op Walcheren ongunstiger dan landelijk gemiddelde Calamiteiten informatiebeveiliging: door o.a. hacking, phishing of ongeautoriseerd gebruik van onze systemen Achterblijvende nettoopbrengsten bij de begroting (productie en detachering)

Inc

---

Max € 2.320.000 (5% afwijking)

Inc

Technische en softwarematige maatregelen. Aansluiting Informatie BeveiligingsDienst

Met meer inspanning zou het landelijk gemiddelde gehaald moeten worden. Bewustwording bij personeel

Inc

Voldoende verschillende werksoorten in stand houden

Groei in minder conjunctuur- en concurrentiegevoelige werksoorten

Max € 621.000 (10% afwijking)

- 33 -

€ 1.017.000 (6% personeelskosten: meerdere weken volledige uitval)

4

Mismatch tussen ontwik- Str keling Wsw-loonkosten en rijkssubsidie

---

---

Max € 295.000 (2% afwijking op de loonkosten)

5

Frictiekosten Werkleerbedrijf wegens krimp

Inc

---

Meerjarenscenario’s flexcontracten

€ 150.000 (inschatting)

6

WW-risico: eigen risicodrager m.b.t. (nawettelijke) WW

Inc

---

---

Max € 200.000 (inschatting)

7

Niet voldoen aan AVG, datalek Wijzigingen in (voorwaarden in) regelgeving

Inc

Aanstellen functionaris Gegevensbescherming ---

Voorlichting personeel € 100.000 fysieke maatregelen (inschatting) --Max € 586.000 (1% van subsidie-omvang bijstand/Wsw)

---

---

Bewustwording bij personeel, agressieprotocol, veiligheidsmaatregelen, training

Bewaking in frontoffice

8

9 10

Inc

Inzet van Wsw-werkplek- Str ken voor kritische functies Agressie richting Inc personeel

€ 107.000 gemiddeld per jaar Max € 71.000 (1 fte ziekteverzuim)

Risico’s en weerstandsvermogen De totale exposure van incidenteel bedraagt € 5.065.000, en structureel € 402.000. Het bedrag aan incidentele risico’s dient afgezet te worden tegen het eigen vermogen wat dient als buffer, het bedrag aan structurele risico’s dient afgezet te worden tegen de financiële ruimte in de begroting. Het weerstandsvermogen is nihil in 2022. De financiële ruimte in de begroting 2023 is eveneens nihil, er is geen post “onvoorzien” opgenomen. Geconstateerd kan worden dat zowel de structurele weerstandscapaciteit als de incidentele weerstandscapaciteit van Orionis niet toereikend is. Dit betekent dat, gezien het karakter van de gemeenschappelijke regeling, dit risico voor de deelnemende gemeenten komt. Zij zullen dit in hun risicoparagraaf moeten meenemen. Kengetallen

real 2021

begr 2022

real 2022

1a- Netto Schuldquote

19,2%

20,1%

23,6%

1b- Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

18,7%

19,5%

23,0%

2- Solvabiliteitsratio

2,1%

0,8%

-4,3%

3- Structurele exploitatieruimte

1,2%

0,0%

-1,5%

De coronapandemie en de oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat zich ook heel andere risico’s kunnen voordoen, zoals een pandemie, vluchtelingenstromen, energiecrisis en inflatiecrisis. Dankzij overheidssteunmaatregelen is de financiële impact hiervan voor Orionis en de burgers op Walcheren gematigd. Steunmaatregelen zoals energietoeslag en leefgeld voor vluchtelingen beperken de gevolgen voor burgers. De gevolgen voor het rendement van het Werkleerbedrijf dragen de gemeenten grotendeels zelf, op een beperkte coronavergoeding 2022 na. Dit zal ook zijn weerslag hebben op het rendement 2023.

- 34 -

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Orionis Walcheren heeft haar hoofdvestiging aan de Oostsouburgseweg in Vlissingen. Dit gebouw is in eigendom. Hier is de frontoffice en de backoffice gevestigd alsook het werkleerbedrijf waar diverse werksoorten zijn gehuisvest. Daarnaast zijn er diverse kleine nevenlocaties die gehuurd worden ten behoeve van de afdeling Groen. Alle installaties, kantoormeubilair en de meeste ICT-apparatuur zijn in eigendom van Orionis Walcheren. Deze zijn geactiveerd tegen de aanschaffingsprijs en worden lineair afgeschreven conform de resterende levensduur. De vervoermiddelen worden geleasd. Ten behoeve van het groot onderhoud van het gebouw Oostsouburgseweg is een meerjarige onderhoudsplanning opgesteld. Deze is in 2021 geactualiseerd. Voor het groot onderhoud is een voorziening gevormd. Paragraaf financiering Wettelijk kader De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen.

Daarnaast zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht tot het hebben van een treasurystatuut. Het statuut heeft o.a. als oogmerk de kwaliteit van de uitvoering van de treasuryfunctie te verhogen alsmede de transparantie van het besluitvormingsproces te verbeteren. Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de verwachting dat de korte rente voorlopig verder zal oplopen gezien de hoge inflatie, en dat de lange rente hierdoor vertraagd meestijgt. Om die reden is een lening waarvan de rentevaste periode begin 2023 afliep vroegtijdig omgezet in een nieuwe lening. Zolang de korte rente lager ligt dan de debetrente op de rekening courant worden negatieve saldi op de rekeningcourant aangevuld met kortlopende kasgeldleningen. Kasstromen De bevoorschotting vanuit de gemeenten voor programmalasten en exploitatie vindt halverwege de maand plaats. Om eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten te overbruggen is een rekening-courant krediet afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) tot een maximum van € 6,5 miljoen. Ter overbrugging is in 2022 een aantal keer voor een korte periode van enkele weken een kasgeldlening aangetrokken. Kasgeldlimiet Als wettelijke norm voor de kasgeldlimiet geldt 8,2% van het begrotingstotaal bij het begin van het jaar. De gemiddelde korte financiering wordt per drie maanden getoetst aan deze kasgeldlimiet. In 2022 is voldaan aan deze norm.

- 35 -

Uitzettingen / schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat alle overtollige geldmiddelen boven een bepaalde drempel verplicht bij het Rijk moeten worden uitgezet. Dit wordt dagelijks getoetst. Het drempelbedrag is 2% van het begrotingstotaal, € 2.050.000. Deze drempel wordt dagelijks getoetst en is in 2022 niet overschreden. Het verloop is opgenomen in de toelichting op de balans. Financiering van de investeringsuitgaven Ten behoeve van de huisvesting zijn langlopende leningen aangetrokken. De uitstaande positie ultimo jaar is € 15,35 miljoen. De looptijden zijn 20, 25 en 30 jaar. De rentepercentages liggen tussen 1,85% en 4,85%, deels lineair en deels annuïtair. Ten behoeve van de overige investeringen zijn langlopende leningen aangetrokken. Deze hebben een looptijd van 10 of 20 jaar. De totale uitstaande positie bedraagt € 0,60 miljoen per ultimo jaar. De rente op deze leningen is 0,53% resp. 3,51%, lineair. In 2022 is een lening waarvan de rentelooptijd begin 2023 af zou lopen vroegtijdig omgezet in een nieuwe lening ad € 2,55 miljoen. Deze lening heeft dezelfde grootte als het restant van de oude lening en nagenoeg dezelfde resterende looptijd (okt 2042 i.p.v. eind 2043). De te betalen rente daalt hierdoor van 4,75% naar 2,69%. Eenmalig is een boeterente voldaan van € 30.000. Het omslagrentepercentage bedraagt 3,16%.

Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd vanaf één jaar). Het renterisico op de vaste schuld mag de zogenaamde renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, € 20,5 miljoen. Uit de onderstaande gegevens blijkt dat het renterisico op de vaste schuld ruim onder deze grens ligt. Alle rentes liggen meerjarig vast.  Renteherzieningen (A) € 0  Nieuw uitgezette leningen (B) € 2.553.000 Vervroegde aflossing -/- € 2.553.000  Reguliere aflossingen (C) € 804.000 Renterisico op vaste schuld (A + laagste B, C) € 804.000 Toerekening van rente De totale rentelasten bedragen in deze jaarrekening € 589.600. Deze zijn als volgt toegerekend: Jaarbedrag Reden Toegerekend aan € 322.300 Betreft rente op leningen voor Programma Werk, nieuwbouw werkleerbedrijf onderdeel werkinfrastructuur € 257.100 Betreft rente op leningen voor Programma Bedrijfsvoering nieuwbouw kantoor (overhead) € 10.200 Overige rente, ter financiering van het Programma Bedrijfsvoering benodigde werkkapitaal (overhead) Aan eigen vermogen en voorzieningen wordt geen rente toegerekend.

- 36 -

Paragraaf verbonden partijen Orionis heeft geen verbonden partijen. Paragraaf bedrijfsvoering Begroting, onderzoek KplusV en Kadernota De primaire begroting 2022 is opgesteld in voorjaar 2021. Deze is in oktober 2021 al aangepast met een 1e begrotingswijziging. Hierin zijn actualiteiten - vooral als gevolg van het verloop van de gevolgen van de coronapandemie – verwerkt. In februari 2022 is de 2e begrotingswijziging opgesteld. Hierin zijn de effecten van het onderzoek KplusV naar het Werkleerbedrijf verwerkt en een verdere actualisatie doorgevoerd. Een 3e en 4e begrotingswijziging zijn opgesteld in augustus en september. Goedkeurende besluitvorming hierover in het AB in december bleek niet mogelijk. Uiteindelijk is een aangepaste 3e begrotingswijziging vastgesteld. Gezamenlijk met gemeenten is een concept kadernota 2022-2026 opgesteld. Deze is eind 2022 ter besluitvorming naar de Raden verzonden. Informatievoorziening De planning&control cyclus voorziet in periodieke rapportages met betrekking tot de financiële en beleidsmatige voortgang. Tweemaandelijks wordt een dashboard verstrekt aan de Raden van de deelnemende gemeenten waarin de voortgang zichtbaar is en wordt toegelicht. Hieruit kunnen eventueel begrotingswijzigingen voortkomen. Begrotingswijzigingen worden ter zienswijze voorgelegd aan de Raden.

Externe informatieverstrekking vindt plaats via de website en het jaarverslag. Informatiebeveiliging We beschikken over informatiebeveiligingsbeleid en een informatiebeveiligingsplan 2022. Beide zijn gebaseerd op de richtlijn Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO). In 2022 zijn er 46 signalen van datalekken geweest waarvan er één onder de definitie van datalek valt die gemeld moet worden aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Deze heeft niet tot sancties geleid. Het interne controleplan Suwinet is uitgevoerd in 2022 en zijn er geen onrechtmatigheden geconstateerd. Ook zijn externe audits gehouden m.b.t. DigiD en Suwinet. Dienstverlening Klantenparticipatie vindt plaats door de Sociale Cliëntenraad Walcheren. Met de cliëntenraad is periodiek overleg gevoerd. Voor klachtenafhandeling is een klachtencoördinator aangesteld. Orionis heeft een eigen bezwarencommissie ten behoeve van de Participatiewet, die conform de vastgestelde verordening opereert. Orionis is aangesloten bij de nationale Ombudsman. Bezwaar en beroep In 2022 hebben we 253 bezwaarschriften ontvangen van 195 individuele klanten. 10% van de bezwaren was afkomstig van slechts 5 klanten. Het aantal bezwaren is 8% gedaald t.o.v. 2021. In 2021 was het aantal al 30% lager dan in 2020 en dat is dus verder gedaald. Dit hangt waarschijnlijk samen

- 37 -

met een afname van het aantal klanten, verder verbeterde communicatie bij afgewezen aanvragen en de mogelijk aangepaste uitvoering door gerichtere, empathischere klantbenadering. De energietoeslag was met 4546 nieuwe aanvragers, naast de bestaande klanten, veruit het grootste product van 2022. De energietoeslag was dit jaar dus een nieuwe reden voor bezwaar en tegen de 700 afwijzingen is in totaal 62 keer bezwaar en 0 keer beroep aangetekend. Aanvragen voor een uitkering levensonderhoud en bijzondere bijstand waren zoals altijd met 118 de grootste bron van bezwaren. Van alle ingediende bezwaren is in 2022 24 % (gedeeltelijk) gegrond verklaard, Er zijn 29 bezwaarschriften weer ingetrokken. Nagenoeg alle bezwaarschriften zijn binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Een enkel bezwaarschrift heeft de wettelijke termijn overschreden als gevolg van coronamaatregelen waardoor commissies moesten worden doorgeschoven/uitgesteld. In 2022 is er 30 keer beroep aangetekend tegen een besluit op bezwaar. Er is 13 keer hoger beroep ingesteld. Niet in alle (hoger) beroepszaken is al uitspraak gedaan. In de zaken waar het wel is gedaan, zijn 4 zaken ongegrond verklaard, 1 zaak gegrond, 11 ingetrokken en 2 niet-ontvankelijk. Intrekkingen in bezwaar en beroep fase zijn vaak het gevolg van een schikking, daarop wordt ook door rechters steeds vaker aangestuurd. Klachten Minnelijk opgelost

Zorgvuldig Niet zorgvuldig Onbehoorlijk Zeeuwse Ombudsman Ingetrokken / niet in behandeling genomen

21 Elke klager is gesproken en niet iedereen wil een oordeel, veel mensen willen gewoon een oplossing voor hun probleem. Daarom is in een groot deel van de gevallen geen oordeel gegeven 5 17 In deze gevallen is de uitkomst gedeeld met medewerkers om een 1 lerend effect te bewerkstelligen. 2 7

Bijv. klachten over algemeen beleid of andere organisaties.

Juridische procedures Er zijn geen lopende juridische procedures ultimo 2022. Paragraaf Wet open overheid (Woo) Orionis Walcheren is gestart met het implementeren van de Woo. De Rijksoverheid heeft problemen met het opleveren van de website waar stukken gepubliceerd moeten worden. Hierdoor heeft de implementatie van de Woo landelijk vertraging opgelopen. In afwachting van de landelijke website heeft Orionis Walcheren informatie op de eigen website geplaatst. We zorgen hierbij dat informatie en het indienen van een Woo verzoek goed vindbaar is. Een register van vragen en gegeven antwoorden maakt daar deel van uit.

- 38 -

Beleidsindicatoren bestuur en organisatie

Naam indicator

Eenheid

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

Realisatie 2022 2,14 2,14

Apparaatskosten Kosten per inwoner

€ 172

Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

Overhead

Kosten als % van totale lasten

- 39 -

3,8% € 0,68 miljoen 66%

JAARREKENING

jaarrekeningJAARREKENING

- 40 -

Waarderingsgrondslagen Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Vaste activa Waardering van (im)materiële activa en financiële activa vindt plaats tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Met uitzondering van grond vindt afschrijving plaats op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Op het moment dat een desinvestering (verkoop van het actief) plaats vindt wordt de boekwinst c.q. het verlies ten gunste/laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht. Onder de Financiële activa worden deelnemingen opgenomen die zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Bij een negatieve vermogenswaarde wordt een voorziening gevormd.

De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden afhankelijk van technische cq economische afwegingen lineair (of annuïtair) afgeschreven in:  20 tot 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen;  10 tot 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen;  10 tot 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;  4 tot 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, machines;  5 tot 7 jaar: vervoermiddelen;  3 tot 5 jaar: automatiseringsapparatuur; ICT-componenten  niet: gronden en terreinen.

Voorraden De grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen verrekenprijzen, gebaseerd op de gemiddelde betaalde inkoopprijs. Waarderingsverschillen tussen standaard verrekenprijs en betaalde inkoopprijs worden als bedrijfsresultaat verantwoord. Voor het risico van incourante voorraden wordt een voorziening in mindering gebracht. De onderhanden werken worden gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, verminderd met op de balansdatum reeds voorzienbare verliezen. De vervaardigingsprijs omvat de verrekenprijzen van de grond- en hulpstoffen, de loon- en machinekosten en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend alsmede een opslag voor de indirecte kosten. Het gereed product wordt gewaardeerd tegen fabricagekostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de fabricagekostprijs. De fabricagekostprijs bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen, de loon- en machinekosten en de indirecte kosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voor het risico van incourante voorraden wordt een voorziening in mindering gebracht.

Debiteuren Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor het risico dat vorderingen niet invorderbaar zijn wordt een voorziening in mindering gebracht. Met betrekking tot de Rijksregelingen BBZ t/m 2019 waar nog met een gebudgetteerde vergoeding van 75% wordt gewerkt en voor Tozo-kredieten is een correctie voor verrekening met het Rijk opgenomen. Met betrekking tot de uitkeringsvorderingen op klanten wordt een voorziening voor oninbaarheid gevormd. Deze wordt in mindering gebracht op de balanspost debiteuren. De voorziening wordt jaarlijks statisch bepaald aan de hand van ervaringen van de afgelopen jaren. De waardering van de vordering is gebaseerd op de meest recente betaaldatum. Hierbij is een minimum percentage gehanteerd van 40% voor vorderingen waarop het afgelopen jaar nog betaald is, oplopend tot 100% voor vorderingen waarvan de laatste betaaldatum meer dan 5 jaar geleden is. Als uitzondering zijn vorderingen krediethypotheek alle gesteld op 20% oninbaar.

Liquide middelen, overlopende activa Deze worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen De algemene reserve dient als buffer voor calamiteiten en het opvangen van tegenvallers in de exploitatie, de programmakosten en de Rijksvergoedingen daarvoor. Deze reserve mag volgens de GR maximaal 5% van de directe en indirecte kosten bedragen. Het nog te bestemmen resultaat betreft het nog niet bestemde saldo van het afgesloten boekjaar. Aan het eigen vermogen wordt geen rente toegerekend.

Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd tegen het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Aan voorzieningen wordt geen rente toegerekend.

Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. Deze vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van een jaar of langer.

Vlottende schulden, overlopende passiva Deze schulden worden tegen nominale waarde gewaardeerd.

Resultaatsbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Netto-omzet Netto-omzet is de opbrengst van aan derden geleverde goederen en diensten exclusief de over omzet geheven belastingen en onder aftrek van kortingen.

Grond- en hulpstoffenverbruik en uitbesteed werk De kosten van grond- en hulpstoffen worden berekend op basis van standaard verrekenprijzen. In voorkomende gevallen wordt de werkelijk betaalde prijs t.l.v. de exploitatie geboekt.

Overige posten Al de overige posten zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Diversen Voor jaarlijks terugkerende, aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume wordt in de balans geen verplichting opgenomen.

Pensioenen Orionis Walcheren heeft een pensioenregeling. Deze regeling wordt gefinancierd door afdrachten aan een pensioenuitvoerder, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). De pensioenverplichtingen worden gewaardeerd volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder’ benadering. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in het overzicht van baten en lasten verantwoord. De dekkingsgraad van het ABP bedraagt ultimo 2022 volgens opgave van het fonds 110,9%. Op basis van het uitvoeringsreglement heeft de GR bij een tekort in het fonds geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan door hogere toekomstige premies. De dekkingsgraad van het pensioenfonds PWRI waaronder de Wsw-ers en Beschut Werkers vallen bedraagt 130,7% per ultimo 2022 volgens opgave van het fonds.

- 42 -

BALANS ACTIVA (bedragen * € 1.000) Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut Financiële vaste activa Overige langlopende leningen verstrekt Totaal vaste activa

31-12-2022

31-12-2021

17.820

18.633 17.820

581

18.633 448

581 18.401

Vlottende activa Voorraden Grond- en hulpstoffen Onderhanden werk Gereed product en handelsgoederen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Kas Bank Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen Totaal vlottende activa Totaal generaal PASSIVA (bedragen * € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorzieningen ter egalisering van kosten Vaste schulden met een renteypische looptijd van één jaar of langer onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende

448 19.081

216

272 249 -38 5

9.252

258 9 5 5.057

6.295

1.813

0 2.957

5 3.239

368

728 15 353

1.545

14 714 1.174

1.545 11.381 29.782

1.174 7.230 26.311

31-12-2022

31-12-2021

-1.287

559 0 234 -1.521

1.192

0 264 295 1.026

683 509 15.941

644 382 16.745

15.941 15.846

16.745 18.330

5.466

2.386 5.466

8.470

2.386 5.595

8.468

5.595

2

0

0

begrotingsjaren komen Totaal vlottende passiva Totaal generaal

13.936 29.782

- 43 -

0 7.981 26.311

Toelichting op de balans Materiële vaste activa Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt: BW 01-01 Investeringen DesAfAfwaarSoort activum investeringen schrijvingen deringen

BW 31-12

Grond en terreinen 2.503.935 0 0 0 0 2.503.935 Gebouwen 12.376.393 5.200 0 464.209 0 11.917.385 Vervoermiddelen 19.191 20.830 930 8.266 0 30.825 Machines 429.342 4.759 0 140.651 0 293.450 Apparaten en installaties 203.456 32.678 0 92.295 0 143.839 Installaties 2.764.512 12.731 0 316.640 0 2.460.603 Inventarissen 331.582 28.591 0 60.458 0 299.714 Subtotaal 18.628.411 104.789 930 1.082.519 0 17.649.751 In uitvoering 4.655 165.520 170.175 Totaal 18.633.067 270.309 930 1.082.519 0 17.819.926 De materiële vaste activa betreft uitsluitend investeringen met economisch nut. De investeringen in uitvoering begin 2022 zijn afgewerkt. Nieuwe investeringen in uitvoering eind 2022 zijn € 170.175. Financiële vaste activa Deze bestaat uit verstrekte geldleningen en kredieten aan sociale minima. Hiervoor wordt een voorziening Risicofonds aangehouden omdat aan het verstrekken van geldleningen en kredieten onzekere verplichtingen zijn verbonden. Voor leningen wordt als norm gesteld dat 9% van het uitgezette bedrag in een fonds wordt aangehouden om evt. tegenvallers op te vangen. Conform het BBV is de voorziening in mindering gebracht op de overige langlopende leningen u/g. Uitstaande leningen per 31-12-2021 € 498.000 Nieuwe leningen € 495.000 Afgeboekte/afgeloste leningen € 354.000 Uitstaande leningen per 31-12-2022 € 639.000 Beginstand voorziening Onttrekkingen Dotatie Stand ultimo 2022

- /-

€ 50.000 € 29.000 € 37.000 € 58.000

Voorraden De op de balans opgenomen grond- en hulpstoffen zijn gecorrigeerd met een voorziening voor incourante voorraden. De specificatie is als volgt:  Grond- en hulpstoffenstoffen € 266.000  Voorziening incourant -/- € 17.000 Saldo grond- en hulpstoffen € 249.000

- 44 -

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Deze post bestaat uit:  Vorderingen op openbare lichamen. Dit betreft nog te ontvangen bedragen van de gemeenten: AIV/Kinderopvang € 3.626.000 en afrekening BTW € 1.063.000 en overige vorderingen € 1.605.500.  Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Conform de regeling Schatkistbankieren worden liquiditeiten boven het drempelbedrag uitgezet bij het Rijk.  Overige vorderingen. Dit betreft de terugvorderingen van uitkeringen en Tozo-kredieten. Hierop worden de terugbetalingsverplichtingen aan het Rijk èn een voorziening wegens oninbaarheid in mindering. De specificatie van dit onderdeel is als volgt: Vorderingen klanten € 6.533.000 Verplichtingen Rijk -/- € 2.010.000 Voorziening oninbaarheid -/- € 2.191.000 Overige debiteuren € 625.000 Totaal € 2.957.000 Schatkistbankieren Schatkistbankieren betekent dat alle overtollige geldmiddelen boven een bepaalde drempel verplicht bij het Rijk moeten worden uitgezet. Dit wordt dagelijks getoetst. De drempel is voor Orionis € 2.050.000. Deze drempel is in 2022 niet overschreden.

Het onderstaande overzicht laat het verloop per kwartaal in 2022 zien: Drempelbedrag Bedragen * € 1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks 14 98 53 50 schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag 2.036 1.952 1.996 2.000 Overlopende activa De specificatie van de overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen is als volgt: · Vooruitbetaalde kosten · Nog te ontvangen subsidies · Nog te ontvangen bedragen o.a. omzetten · Vorderingen op personeel · Te verwerken facturen Totaal

€ € € € € €

207.000 658.300 597.100 41.400 40.900 1.544.700

Bestemmingsreserves Het in 2020 vooruitontvangen deel Tozo-uitvoeringskosten van € 447.0001 is toegevoegd aan een bestemmingsreserve “uitvoering Tozo”. Er is € 30.000 vrijgevallen in 2022. Er was in de begroting rekening gehouden met een heel jaar inzet voor Tozo terugbetalingen, waarvoor een personele 1 Omdat de vergoeding die in 2020 ontvangen wordt ook betrekking heeft op werkzaamheden in de

komende jaren, is door ons een bedrag geschat voor toekomstige werkzaaamheden.

- 45 -

reserve is gevormd. Door een gewijzigde ingangsdatum is dit gestart per 1 juli. Daarom wordt maar de helft (€ 30.000) van de begrotingspost vanuit de reservevrijval benut. Eigen vermogen: Gerealiseerde resultaat Het resultaat over 2022 bedraagt € 1.521.000 nadelig. Het voordelig resultaat over het voorgaande jaar ad. € 295.000 is conform het bestuursbesluit uitgekeerd aan de Walcherse gemeenten. Voorzieningen Onder voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's zijn opgenomen:  Een voorziening Reorganisatie ad € 125.000 met betrekking tot de kosten van de reorganisatie 2013. Deze is bestemd voor toekomstige bovenwettelijke ww-uitkeringen met de daarbij komende kosten. De in 2022 gemaakte kosten zijn onttrokken aan de voorziening. Op basis van de berekening van de toekomstige verplichtingen ultimo 2022 en de aanvullende dotatie is de voorziening op peil.  Een voorziening voor personele verplichtingen ad € 558.000. Deze voorziening betreft opgebouwde rechten spaarverlof ambtenaren en Wsw. Onder voorzieningen ter egalisering van kosten is opgenomen:  Een voorziening voor groot onderhoud ad € 509.000. Hier ligt een meerjaren-onderhoudsplan aan ten grondslag, waar de jaarlijkse dotatie op gebaseerd is.

Het verloop van de voorzieningen is als volgt: 2022 Soort Voorziening Voorziening Reorganisatie/personeel Voorziening Personele verplichtingen Voorziening Groot onderhoud Totaal

Beginstand Dotatie Onttrekking Vrijval 179.000 62.000 116.000 465.000 93.000 0 382.000 127.000 0 1.026.000

282.000

116.000

Eindstand 0 125.000 0 558.000 0 509.000 0 1.192.000

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Dit betreffen leningen bij de BNG/NWB. De specificatie is als volgt: 2022 Looptijd Rente Beginstand Nieuw Aflossingen Ultimo stand in jaren % € € € € Huisvestingsleningen 20-30 1,85% - 4,85% 15.985.000 2.554.0000 3.193.000 15.346.000 Reguliere leningen 10-20 0,53% - 3,51% 760.000 0 165.000 595.000 Totaal 16.745.000 0 3.358.000 15.941.000 De aflossingstermijn die binnen 1 jaar vervalt bedraagt € 881.000 voor de leningen. In 2022 is een lening waarvan de rentelooptijd begin 2023 af zou lopen vroegtijdig omgezet in een nieuwe lening ad € 2.553.670. Deze lening heeft dezelfde grootte als het restant van de oude lening, en nagenoeg dezelfde resterende looptijd (okt 2042 i.p.v. eind 2043). De te betalen rente daalt hierdoor van 4,75% naar 2,69%. Eenmalig is een boeterente voldaan van € 30.000.

- 46 -

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De specificatie van de post Overige schulden is als volgt:  Persoonlijke rekeningen van klanten  Reserveringen van klanten  Kasgeldlening Totaal Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen · Loonheffing/pensioenpremie personeel december · Loonheffing uitkeringen december · Crediteuren (leveranciers) · Te betalen rentelasten langlopende leningen · Nog te betalen gemeenten AIV/Kinderopvang · Nog te betalen bedrijfsvoeringskosten (o.a. ICT, huisvesting ed.) · Te betalen BTW 4e kwartaal · Crediteuren (klanten) · Nog te betalen personeelskosten · Nog te ontvangen facturen · Diversen

€ 138.000 € 328.000 € 5.000.000 € 5.466.000

€ € € € € € € € € € € €

1.900.200 994.600 514.000 363.600 3.282.800 518.200 186.900 322.600 323.100 29.400 33.100 8.468.500

Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren · Vooruitontvangen subsidies

€

1.800

Totaal

€

8.470.300

- 47 -

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen In onderstaande tabel zijn verplichtingen opgenomen die  Een looptijd hebben die eindigt op of na 31 december 2022 en een contractwaarde omvatten van minimaal € 50.000 over de resterende looptijd.  Een looptijd hebben die eindigt in 2023 en een contractwaarde omvatten van minimaal € 250.000 over de resterende looptijd. Bij het bepalen van de resterende looptijd is rekening gehouden met eventuele automatische verlenging bij het niet opzeggen voor 31 december 2022. De contractwaarde per jaar is vermeld op prijspeil 2022. Deze verplichtingen zijn gedekt binnen de meerjarenbegroting.

Onderwerp Exploitatieverplichtingen ICT Leaseverplichting wagenpark Beveiliging Accountantsdiensten Onderhoudscontract installaties

Resterende looptijd ultimo 2022

Waarde per jaar

1,0 jaar 5,9 jaar 2,0 jaar 3,0 jaar 3,0 jaar

€ 1.596.000 € 499.000 € 115.000 € 64.000 € 94.000

Er is een meerjarige overeenkomst afgesloten m.i.v. 2019 m.b.t. dienstverlening I&A Vlissingen. Dit is een contract voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 12 maanden. Voor de verplichting 2023 is de verwachte waarde opgenomen. In 2020 is een meerjarige leaseovereenkomst gesloten met Hiltermann Lease B.V. m.b.t. de lease van 56 voertuigen. De overeenkomst heeft een looptijd van 8 jaar en een totale waarde van € 4.311.000. Begin 2023 vindt er een aanpassing plaats waarmee de waarde voor de resterende looptijd met € 265.000 wordt verlaagd. De kosten van boventalligheid worden hier niet opgenomen, omdat voor deze kosten een voorziening is opgebouwd. Garantie 2024 In 2009 is de groenloods (Schenge 6-8) te Middelburg verkocht aan de gemeente Middelburg; in 2014 is het pand Grevelingenstraat 16 verkocht aan de gemeente Middelburg. In beide transacties is overeengekomen dat de gemeente Middelburg de grondexploitatie van het verkochte uiterlijk per 1 januari 2024 volgens de daarvoor bij de gemeente Middelburg gebruikelijke methodiek (tussentijds) zal afsluiten. Voor Orionis zal de grondexploitatie volledig inzichtelijk worden gemaakt. Indien de afsluiting een positief saldo oplevert zal dit saldo ten gunste komen van Orionis, bij een negatief saldo vindt er geen verrekening plaats.

- 48 -

Gebeurtenissen na balansdatum

De bijzondere omstandigheden m.b.t. energieprijzen en inflatie leiden tot vergrote onzekerheid voor 2023. Dit zal invloed hebben op de netto toegevoegde waarde van het Werkleerbedrijf. Ook zal er in 2023 opnieuw een energietoeslag worden verstrekt aan minimuminkomens. De regelgeving daarvoor is bij het Rijk nog in ontwikkeling en naar verwachting kan in juni 2023 gestart worden met de verstrekking hiervan.

- 49 -

TOTAALOVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN met toelichting De kolom “begroting 2022-3” is de 3e begrotingswijziging zoals deze in december door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. De kolom “prognose juli” is de prognose die in juli is opgesteld en bevat de afwijkingen die toen zijn voorzien ten opzichte van de (later vastgestelde) begrotingswijziging.

Totaal

realisatie 2021

begroting 2022

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

baten

baten

Re-integratie

6.993

6.131

6.793

5.861

7.065

6.134

Werkleerbedrijf

20.928

19.101

20.704

19.677

20.874

19.676

Inkomen

61.914

59.833

64.000

60.753

65.632

62.447

Schuldhulpverlening

1.207

106

1.204

160

1.219

94

Overhead

10.049

1.000

9.778

1.323

11.021

2.011

Heffing VPB

0

Onvoorzien

0

Alg.dekkingsmiddelen

0

15.033

0

14.705

0

15.390

101.091

101.204

102.479

102.479

105.811

105.751

Totaal Saldo Reserveringen

0

0

0

0

112 142

Saldo na reservering

0

325

0

0

295

Totaal

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

0

60

0

prognose juli

baten

-60

lasten

0

realisatie 2022

baten

lasten

baten

Re-integratie

7.065

6.134

7.159

6.228

7.294

6.730

Werkleerbedrijf

20.874

19.676

21.273

18.633

21.093

18.612

Inkomen

65.632

62.447

65.519

61.068

66.746

63.273

Schuldhulpverlening

1.219

94

1.219

94

1.215

44

Overhead

11.021

2.011

11.180

2.011

11.237

1.986

Heffing VPB

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

Alg.dekkingsmiddelen

0

15.390

0

18.257

0

15.390

105.811

105.751

106.350

106.290

107.585

106.034

0

60

0

60

0

30

Totaal Reserveringen Saldo na reservering

0

0

Het resultaat over 2022 (na mutaties reserves) is € 1.521.00 nadelig (begroot nihil). Een verschillenanalyse heeft plaatsgevonden ten opzichte van de begroting na wijzigingen.

- 50 -

-1.521

Dit saldo geeft een vertekend beeld van het werkelijke resultaat van Orionis. Een deel van de door het DB vastgestelde 3e en 4e begrotingswijziging is door het AB niet goedgekeurd en daarmee niet in de bijgestelde begrotingscijfers verwerkt. Dit leidt er toe dat begrote Rijksvergoedingen re-integratie, Buig en Wsw in de begroting en realisatie niet overeenkomen met de werkelijke Rijksvergoeding. Het verschil komt rechtstreeks tot uiting in de gemeentelijke jaarrekeningen. De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting zijn: Programma Arbeidsmarkt:  Minder netto loonkosten WiW en Beschut Werk € 182.000 V  Minder inzet van instrumenten € 221.000 V Programma Werkleerbedrijf  Frictiebudget € 171.000 V  Netto-omzet € 1.163.000 N  Wsw-saldo loonkosten / Rijksvergoeding € 276.000 N Programma Inkomen:  Uitkeringslasten Buig € 343.000 N  Overige: minder onderzoeken reguliere BBZ-aanvragen € 60.000 V Programma Schuldhulpverlening:  Minder bijdragen klanten € 50.000 N Programma Overhead:  Voorziening reorganisatie / reserveringen € 60.000 N  Huisvestingskosten € 55.000 V  ICT, afrekening I&A Samenwerking € 153.000 N  Inventaris en vervoer € 58.000 N  Overige lasten en opbrengsten € 56.000 N De verschillen worden bij het desbetreffende programmaonderdeel verder toegelicht. In de jaarrekening is geen last inzake de vennootschapsbelasting opgenomen.

Er is geen sprake van winstgevendheid van activiteiten en er is geen vennootschapsbelastingplicht.

- 51 -

Programma Arbeidsmarkt

Re-integratie

realisatie 2021

begroting 2022

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Doorbelast pers. en werkinfra

baten

4.224

baten

4.262

4.262

Doorbelast flex inzet

804

Loonkosten WiW/BsW

312

368

428

Plaatsingsvergoedingen

326

461

461

Overige instrumenten

404

295

447

Rijksvergoedingen Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product

576

256

536

5.605

317

5.817

6.070

6.131

5.861

5.861

6.134

6.134

923

0

932

0

932

0

6.993

6.131

6.793

5.861

7.065

6.134

Saldo

-862

Re-integratie

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

Doorbelast pers. en werkinfra

475

5.555

baten

-932

prognose juli

baten

lasten

4.262

realisatie 2022

baten

lasten

4.262

4.262

536

968

712

Loonkosten WiW/BsW

428

438

390

144

Plaatsingsvergoedingen

461

461

220

Overige instrumenten

447

447

524

Subtotaal Directe apparaatskosten Totaal product Saldo

620

baten

Doorbelast flex inzet

Rijksvergoedingen

317

-932

5.817

317

5.911

57 5.817

6.134

6.134

6.228

6.228

6.363

6.730

932

0

932

0

932

0

7.065

6.134

7.159

6.228

7.294

6.730

-932

-932

-565

Het saldo van dit programma komt € 367.000 voordeliger uit dan begroot. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:  Doorbelasting flexibele inzet / subsidies € 37.000 nadelig  Loonkosten WiW en Beschut Werk € 182.000 voordelig  Plaatsingsvergoedingen / overige instrumenten € 221.000 voordelig  Rijksvergoedingen € 0

- 52 -

Doorbelasting flexibele inzet en subsidies (€ 37.000 N) De subsidies vanuit arbeidsmarktregio en ESF-middelen komen hoger uit, hier staan ook extra uitgaven tegenover. De definitieve afrekening ESF vindt plaats in 2023, er is met een bepaalde marge rekening gehouden. Loonkosten WiW en Beschut Werk (€ 182.000 V) Per saldo zijn de loonkosten € 38.000 lager dan begroot. De loonkosten Beschut Werk zijn afhankelijk van het daadwerkelijk aantal plaatsingen. De lagere loonkosten zijn te danken aan een lagere bezetting dan de taakstelling die ook in de begroting was verwerkt. Daarnaast kent beschut Werk een hoog ziekteverzuim. Deze medewerkers vallen onder de no-risk polis. Kosten van ziekteverzuim worden door het UWV vergoed, deze opbrengsten van het UWV zijn in 2022 hoger a.g.v. een hoger verzuim. Plaatsingsvergoedingen / Overige instrumenten (€ 221.000 V) De werkelijke kosten zijn mede afhankelijk van de kandidaten in trajecten en de benodigde instrumenten daarvoor. Vanuit de arbeidsmarktregio is een (niet begrote) subsidie ontvangen van € 57.000 voor de inzet van het re-integratie instrument De Harde Leerschool. Rijksvergoedingen (€ 0) Opgenomen is de Rijksvergoeding zoals deze is begroot in februari. De vergoeding is in de septembercirculaire definitief geworden en komt alsnog hoger uit.

Het meerdere van € 94.000 loopt niet via de jaarstukken van Orionis en is dus een direct voordeel bij de gemeenten zelf.

Programma Werkleerbedrijf

Werkleerbedrijf

realisatie 2021

begroting 2022

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Personeelslasten

3.410

3.582

3.686

Huisvesting

1.095

1.062

1.095

Productiemiddelen

1.120

1.078

1.078

Overig

355

Netto omzet

baten

0

476

5.191

11

686

6.250

Doorbel. re-integr. WI Doorbel. re-integr. Wsw

-1.113

-1.123

-1.123

-417

-421

-421

Subtotaal

20.474

19.101

20.246

19.677

20.416

19.676

454

0

458

0

458

0

20.928

19.101

20.704

19.677

20.874

19.676

Saldo

-1.828

13.416

11 6.163

16.024

Totaal product

15.591

baten

Wsw-doelgroep

Directe apparaatskst.

13.909

baten

-1.027

- 53 -

15.414

13.502

-1.198

Werkleerbedrijf

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

Personeelslasten

3.686

3.776

3.709

Huisvesting

1.095

1.095

1.077

Productiemiddelen

1.078

1.078

1.097

Overig

prognose juli

baten

lasten

realisatie 2022

baten

lasten

686

11

Wsw-doelgroep

15.414

13.502

Doorbel. re-integr. WI Doorbel. re-integr. Wsw

-1.123

-1.123

-1.123

-421

-421

-421

Subtotaal

20.416

19.676

20.815

18.633

20.635

18.612

458

0

458

0

459

0

20.874

19.676

21.273

18.633

21.093

18.612

Netto omzet

Directe apparaatskst. Totaal product Saldo

686

86

15.723

13.923

baten

6.163

508

12

15.788

13.600

4.624

-1.198

-2.640

4.999

-2.481

Het saldo van dit programma komt €1.283.000 nadeliger uit dan begroot. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:  Personeelslasten € 23.000 nadelig  Huisvesting € 18.000 voordelig  Productiemiddelen € 19.000 nadelig  Overig € 179.000 voordelig  Netto-omzet € 1.163.000 nadelig  Wsw-doelgroep € 276.000 nadelig Overig (€ 179.000 V) Onder Overig is in de begroting een frictiebudget opgenomen van € 223.000, gebaseerd op de cijfers van het onderzoek K+V waarin een langjarig gemiddelde is bepaald. De werkelijke frictiekosten in 2022 zijn beperkt, dit verklaart een voordeel van € 171.000. Netto-omzet (€ 1.163.000 N) De productie- en detacheringsopbrengsten zijn in de tussentijdse prognose flink verlaagd. Met name de economische ontwikkelingen 2022 als gevolg van de oorlog in Oekraïne, inflatie en energiecrisis zijn hier debet aan. In het 2e halfjaar geldt een enigszins meevallende ontwikkeling. De omzetdaling van bestaande klanten komt wat lager uit dan verwacht, en daarnaast is er extra omzet gegenereerd door het binnenhalen van nieuwe klanten. Dit leidt er toe dat de verwachte daling van € 1.539.000 beperkt is tot € 1.163.000. Nog steeds een forse aderlating ten opzichte van de begroting. Vanuit de Rijksoverheid is een eenmalige coronavergoeding beschikbaar gesteld van € 77.000 ter compensatie van de omzetdaling.

- 54 -

WSW-doelgroep (€ 276.000 N) Het negatief resultaat bij de WSW-doelgroep geeft een vertekend beeld omdat niet de juiste Rijksvergoeding is verwerkt. Opgenomen is de Rijksvergoeding zoals deze is begroot in februari. De vergoeding is in de septembercirculaire definitief geworden en komt alsnog hoger uit, mede als bijstelling voor de gestegen loonkosten. Het meerdere van € 498.000 loopt niet via de jaarstukken van Orionis en is dus een direct voordeel bij de gemeenten zelf. Onderdeel van deze € 498.000 is een coronavergoeding van € 77.000 ter compensatie van omzetdaling 2022. Rekening houdend met de werkelijke Rijksvergoeding Wsw komt het WSW-saldo 2022 uit op € 1.767.000 ten opzichte van € 1.912.000 begroot (en € 1.800.000 prognose), dus juist een positief resultaat.

Programma Inkomen

Bijstandsverstrekking

realisatie 2021

begroting 2022

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Inkomensvoorziening Buig

47.584

Rijksvergoeding Buig Onderzoekskosten BBZ

baten 1.062

54.100

47.260 45

baten 750

46.157

53.540 100

0

baten 882 45.527

100

0

1.200

1.200

8.200

8.200

Leefgeld Oekraïne Tozo-regeling (2021) // Energietoeslag

4.641

5.125

Bijzondere bijstand

4.286

92

3.792

131

3.967

131

Minimabeleid

2.047

74

2.661

79

2.661

79

Bijdrage gemeenten bb/min Overig

6.210

6.243

6.418

22

10

29

9

29

9

Subtotaal

58.625

59.833

60.682

60.753

62.314

62.447

Directe apparaatskosten

3.289

0

3.318

0

3.318

0

Totaal product

61.914

59.833

64.000

60.753

65.632

62.447

Saldo

-2.081

- 55 -

-3.247

-3.185

Bijstandsverstrekking

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

Inkomensvoorziening Buig

46.157

baten

Rijksvergoeding Buig Onderzoekskosten BBZ

prognose juli lasten

882

realisatie 2022

baten

45.839

45.527

lasten

882

46.525

43.943

baten 907 45.527

100

0

100

0

40

0

0

0

0

0

428

428

Leefgeld Oekraïne

1.200

1.200

1.200

1.200

1.245

1.245

Energietoeslag

8.200

8.200

8.200

8.200

9.271

9.271

Bijzondere bijstand

3.967

131

4.172

131

3.791

109

Minimabeleid

2.661

79

2.661

79

2.103

40

Tozo-regeling

Bijdrage gemeenten bb/min Overig

6.418

6.623

5.745

29

9

29

9

24

0

Subtotaal

62.314

62.447

62.201

61.068

63.427

63.273

Directe apparaatskosten

3.318

0

3.318

0

3.318

0

Totaal product

65.632

62.447

65.519

61.068

66.746

63.273

Saldo

-3.185

-4.451

-3.473

Het saldo van dit programma komt € 288.000 nadeliger uit dan begroot. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:  Inkomensvoorziening BUIG € 343.000 nadelig  Onderzoekskosten BBZ € 60.000 voordelig  Bijzondere bijstand/minimabeleid / Leefgeld Oekraïne / Energietoeslag € 0  Overig € 4.000 nadelig Inkomensvoorziening en Rijksvergoeding Buig (€ 343.000 N) In de begroting is de definitieve vaststelling van de Rijksvergoeding nog niet verwerkt. Deze is eind september vastgesteld. In deze vaststelling wordt het prijspeilniveau van de uitkeringen naar 2022 verwerkt. Immers, door de stijging van het minimumloon per 1 januari en 1 juli wijzigen de uitkeringen mee. Voor 2022 is dit een jaarbedrag van € 632.000. Dit is in de begroting zowel aan de lastenkant als de opbrengstenkant nog niet verwerkt. De lasten komen € 686.000 hoger uit dan begroot, hiervan heeft € 632.000 betrekking op de prijspeilbijstelling van de hoogte van de bijstandsuitkering. De Rijksvergoeding is opgenomen conform de door de gemeenten doorbetaalde bedragen gebaseerd op de begroting. De werkelijke Rijksvergoeding komt bij de gemeenten lager uit. Om het werkelijke BUIG-saldo te bepalen dient hiermee rekening gehouden te worden. De gemeenten hebben de volgende bedragen minder ontvangen van het Rijk:

- 56 -

 Middelburg € 760.488  Veere € 85.084  Vlissingen € 741.590  Totaal € 1.587.162 Als we hiermee rekening houden komt het BUIG-saldo voor 2022 uit op € 1.678.000 negatief. Het verschil met begroot betreft de (netto) bijstellingen van de BUIG-vergoeding in mei en in september: totaal € 1.901.000. Onderzoekskosten BBZ (€ 60.000 V) Vooraf is lastig in te schatten hoeveel onderzoeken naar startende ondernemers nodig zijn. De begrotingspost wordt gebaseerd op wat hiervoor aan normbedrag in het gemeentefonds is opgenomen. Tozo-regeling (€ 0) Wat eind 2021 aan Tozo resteert zijn de uitstaande leningen: 246 ondernemers met een uitstaand bedrag van € 2,16 miljoen. De terugbetalingsplicht is gestart op 1 juli 2022 en loopt 6 jaar. In het kader hiervan zijn bedragen ontvangen in 2022. Deze worden volledig doorbetaald aan de gemeenten, die deze weer moeten vergoeden aan het Rijk. De destijds verleende kosten/leningen zijn immers volledig door het Rijk vergoed geweest. De Tozo-regeling is daarmee budgettair neutraal. Leefgeld Oekraïne (€ 0) Dit betreft de betaalde bedragen voor leefgeld, de wooncomponent en eventuele bijzondere kosten. Deze bedragen worden volledig doorbelast aan de gemeenten. Zij ontvangen een Rijksvergoeding hiervoor. Voor Orionis is dit budgettair neutraal.

De kosten per gemeente en de aantallen van de particuliere opvang zijn alsvolgt: Gemeentelijke Particuliere Aantallen PO t.b.v. opvang opvang uitvoeringskosten Middelburg € 134.847 € 188.128 424 Veere € 145.658 € 317.472 737 Vlissingen € 238.212 € 221.086 494 Energietoeslag (€ 0) De energietoeslag is nieuw in 2022 en bereikt ook een nieuwe doelgroep omdat hiervoor geen vermogensgrens is vastgesteld. Het bereik is groter dan verwacht en daarmee is de regeling succesvol. De kosten komen daarmee hoger uit dan begroot. Ook begin 2023 kunnen nog aanvragen over 2022 worden ingediend. Deze bedragen worden volledig doorbelast aan de gemeenten. Zij ontvangen een Rijksvergoeding hiervoor. Voor Orionis is dit budgettair neutraal. Bijzondere bijstand / minimabeleid (€ 0) De feitelijke uitgaven worden in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten op grond van de werkelijke betalingen op toegekende aanvragen. Gezien de toenemende moeilijke financiële situatie voor uitkeringsgerechtigden is een verhoging van de uitgaven verwacht. Toch zien we dit niet terug in de praktijk. In 2021 is er ruim € 510.000 uitbetaald volgens de eenmalige Tonk regeling. Deze regeling was eenmalig voor 2021. Deze uitgaven vallen weg in 2022. Daar staan vervolgens nauwelijks stijgende

- 57 -

uitgaven tegenover in de bijzondere bijstand. Per saldo komen de uitgaven voor bijzondere bijstand en minimaregelingen (excl. de energietoeslag) € 439.000 lager uit. Gecorrigeerd voor de Tonkregeling is de stijging dus beperkt tot € 71.000. Wellicht is dit een neveneffect van de ruim € 9 miljoen energietoeslag die is uitgekeerd.

Programma Schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening

realisatie 2021

begroting 2022

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Advieskosten

baten

baten

14

baten

15

Bijdragen klanten

12

41

41

Bijdragen derden

63

53

53

Bijdrage gemeenten

31

66

0

Subtotaal

14

106

0

160

15

94

Directe apparaatskosten

1.193

0

1.204

0

1.204

0

Totaal product

1.207

106

1.204

160

1.219

94

Saldo

-1.101

Schuldhulpverlening

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

Advieskosten

-1.044

prognose juli

baten

lasten

15

-1.125

realisatie 2022

baten

lasten

15

baten

11

Bijdragen klanten

41

41

17

Bijdragen derden

53

53

27

Subtotaal

15

94

15

94

11

44

Directe apparaatskosten

1.204

0

1.204

0

1.204

0

Totaal product

1.219

94

1.219

94

1.215

44

Saldo

-1.125

-1.125

-1.171

Het saldo van dit programma komt € 46.000 nadeliger uit dan begroot. Door de branchevereniging NVVK is het vragen van een maandelijkse vergoeding voor financieel beheer afgeschaft in de loop van 2021. De toen reeds vastgestelde begroting 2022 ging nog uit van deze eigen bijdrage. In de loop van 2022 is het te hanteren rentepercentage voor klanten verlaagd van 3,6% naar 2,0%. Ook wordt het instrument van saneringskrediet meer ingezet in 2022 in het traject van minnelijke schuldregeling, hier staan geen bijdragen tegenover. - 58 -

Programma Overhead

Overhead

realisatie 2021

begroting 2022

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

Personeelskosten

13.968

13.627

14.841

Huisvesting

1.714

1.710

1.735

ICT

2.272

2.391

2.465

baten

baten

Inventaris en vervoer Overig

42 650

Onvoorzien Doorbel. re-integr.

baten

593

682

573

568

0

0

0

-2.694

-2.718

-2.718

Steun/herstelpakket

407

750

1.191

820

Subtotaal

15.909

1.000

15.691

1.323

16.933

2.011

Directe apparaatskst.

-5.860

0

-5.913

0

-5.913

0

Totaal product

10.049

1.000

9.778

1.323

11.021

2.011

Saldo Reserveringen

142

Saldo na reservering

-9.049

-8.455

-9.010

325

0

60

-8.866

-8.455

-8.950

Overhead

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

Personeelskosten

14.841

14.841

14.801

Huisvesting

1.735

1.735

1.680

ICT

2.465

2.624

2.618

Inventaris en vervoer

42

42

100

Overig

568

Onvoorzien Doorbel. re-integr.

prognose juli

baten

lasten

1.191

realisatie 2022

baten

568

lasten

1.191

baten

669

0

0

0

-2.718

-2.718

-2.718

Steun/herstelpakket

820

820

1.166

820

Subtotaal

16.933

2.011

17.092

2.011

17.150

1.986

Directe apparaatskst.

-5.913

0

-5.913

0

-5.913

0

Totaal product

11.021

2.011

11.180

2.011

11.237

1.986

Saldo Reserveringen Saldo na reservering

0

-9.010

-9.169

-9.251

60

60

30

-8.950

-9.109

-9.221

- 59 -

Het saldo van dit programma komt € 271.000 lager uit dan begroot. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:  Personeelskosten / reserveringen € 10.000 voordelig  Huisvestingskosten € 55.000 voordelig  ICT € 153.000 nadelig  Inventaris en vervoer € 58.000 nadelig  Overige lasten € 101.000 nadelig  Overige opbrengsten € 25.000 nadelig Personeelskosten en reserveringen (€ 10.000 V) Onderdeel van de personeelskosten is de voorziening voor reorganisatiekosten. Daarop is in 2022 een groter beroep gedaan dan verwacht. Er is dan ook een aanvullende dotatie nodig van € 62.000. Er was in de begroting rekening gehouden met een heel jaar inzet voor Tozo terugbetalingen, waarvoor een personele reserve is gevormd. Door een gewijzigde ingangsdatum is dit gestart per 1 juli. Daarom wordt maar de helft (€ 30.000) van de begrotingspost vanuit de reservevrijval benut. Huisvestingskosten (€ 55.000 V) Er ontstaat een voordeel van € 76.100 op de kosten van catering personeel / bedrijfsrestaurant wegens het thuiswerken van kantoorpersoneel. Daar staan (bij overige opbrengsten) ook € 27.300 minder bijdragen tegenover. ICT (€ 153.000 N) Belangrijkste post hierin is een hogere afrekening vanuit het I&A Samenwerkingsverband van € 159.000. Dit betreft meerkosten voor Microsoft365 en een hogere doorbelasting van overhead Vlissingen.

Inventaris en vervoer (€ 58.000 N) Deze post is met ingang van 2022 als aparte rubriek begroot, op basis van de realisatie 2022 dient de begroting bijgesteld te worden. Grootste onderdeel van deze post zijn leaseauto’s ten behoeve van werkzaamheden als huisbezoeken en handhaving. Overige lasten (€ 101.000 N) Kosten voor met name juridische ondersteuning komen fors hoger uit dan begroot, € 40.400. Als gevolg van de landelijke renteontwikkeling is er € 16.000 rente betaald over kasgeldleningen, die tot 2022 nog een negatieve rente kenden. Het contract voor accountantsdiensten is aanbesteed en komt € 20.000 hoger uit op jaarbasis. Overige opbrengsten (€ 25.000 N) Tegenover lagere kosten voor catering/bedrijfsrestaurant (onder huisvesting) staan ook € 27.300 (nadeel) minder opbrengsten vanuit bestedingen personeel in het bedrijfsrestaurant.

- 60 -

Algemene Dekkingsmiddelen

Alg. dekkingsmiddelen

realisatie 2021

begroting 2022

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

lasten

lasten

baten

Extra bijdrage gemeenten Exploitatiebijdrage gemeenten

baten

502

0

0

14.532

14.975

15.597

-270

-207

Reductie gemeentelijke bijdrage Totaal alg dekkingsmiddelen

0

15.033

Alg. dekkingsmiddelen

begroting 2022-3

(bedragen * € 1.000)

lasten

0

14.705

prognose juli

baten

Extra bijdrage gemeenten

baten

lasten

0

15.390

realisatie 2022

baten

lasten

baten

0

2.501

0

Exploitatiebijdrage gemeenten

15.597

15.756

15.597

Reductie gemeentelijke bijdrage

-207

0

-207

Totaal alg dekkingsmiddelen

0

15.390

0

18.257

0

15.390

Exploitatiebijdrage gemeenten (€ 0) De exploitatiebijdrage dient ter dekking van de netto bedrijfsvoeringkosten. De bijdrage is opgenomen conform het begrote bedrag. Een eventueel afwijkend saldo komt als saldo in de jaarrekening en wordt via de resultaatsbestemming verwerkt. Reductie gemeentelijke bijdrage (€ 0) De begrote reductie van de extra bijdrage is het gevolg van verwachte rendementsverbeteringen. De bijdrage is opgenomen conform het begrote bedrag. Een eventueel afwijkend saldo komt als saldo in de jaarrekening en wordt via de resultaatsbestemming verwerkt.

Begrotingsrechtmatigheid Bij de programma’s Arbeidsmarkt, Werkleerbedrijf, Inkomen en Overhead zijn de uitgaven hoger dan begroot. Bij de programma’s Arbeidsmarkt en Inkomen staan daar ook hogere opbrengsten tegenover. Zie onderstaande tabel. Dit is hiervoor toegelicht bij de diverse programma’s. Programma Overschrijding Dekking binnen kosten opbrengsten Arbeidsmarkt € 229.000 € 229.000 Werkleerbedrijf € 219.000 Inkomen € 1.114.000 € 826.000 Overhead € 216.000 -

- 61 -

De overschrijdingen konden niet gedurende het jaar gesignaleerd worden of middels een begrotingswijziging verwerkt worden. Een deel van de mutaties is wel door het Dagelijks Bestuur opgenomen in een (3e en 4e) begrotingswijziging maar niet goedgekeurd door het Algemeen Bestuur. De hogere lasten bij het programma Arbeidsmarkt betreffen uitgaven voor personeel. Deze worden gedekt vanuit subsidies die ontvangen zijn vanuit ESF en de arbeidsmarktregio ten behoeve van personele inzet. De hogere lasten bij het programma Inkomen betreffen diverse uitkeringen: PW, leefgeld Oekraïners en Energietoeslag. Daar staan ook hogere opbrengsten van de gemeenten tegenover. Alle overschrijdingen passen binnen het door het Algemeen Bestuur uitgezette beleid.

Overzicht van incidentele baten en lasten / Onvoorzien Lasten Programma Inkomen Overhead

Omschrijving

Begroting

Realisatie

Energietoeslag Leefgeld Oekraïne extra inzet vanuit steun en herstelpakket extra inzet E-toeslag en Oekraïne

8.200.000 1.200.000 820.000 523.000

9.271.000 1.245.400 820.000 523.000

10.743.000

11.859.400

0 8.200.000 1.200.000 820.000 523.000

65.300 9.271.000 1.245.400 820.000 523.000

Baten Arbeidsmarkt Inkomen Overhead

afrekening AMIF subsidie Energietoeslag Leefgeld Oekraïne Steun en herstelpakket extra inzet E-toeslag en Oekraïne

10.743.000 11.924.700 Er is geen begrote post voor Onvoorzien. Alle onderschrijdingen en overschrijdingen van lasten en baten als gevolg van de coronacrisis zijn niet in dit overzicht opgenomen.

- 62 -

Taakvelden Bedragen in € 1.000 Taak veld Bestuur en 0 ondersteuning

0.4 Overhead

Verdelingsprincipe

realisatie 2022 lasten

19.602

baten

-10.617

saldo

8.985

0.5 Treasury Algemene uitkeringen 0.7 en overige uitkeringen

267

267

0

-15.390

-15.390

0,9 Vennootschapsbelasting

0

0

0

0.10 Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en 0.11 lasten

0

-30

-30

-1.521

0

-1.521

Programma Overhead incl. doorbelasting directe apparaatskosten naar overige programma’s Rentelasten op algemene leningen en leningen t.b.v. huisvesting kantoor Gemeentelijke exploitatiebijdrage en terugbetaling extra bijdrage Reserve Tozo uitvoeringslasten

6 Sociaal Domein

6.3 Inkomensregelingen

67.961

-63.317

4.644

6.4 WsW en Beschut Werk

21.424

-18.756

2.668

6.5 Arbeidsparticipatie

6.963

-6.586

378 0

- 63 -

Programma’s Inkomen en Schuldhulpverlening incl. doorbelasting directe apparaatskosten Programma Werkleerbedrijf incl. doorbelasting directe apparaatskosten en incl. netto lasten Beschut Werk Programma Arbeidsmarkt incl. doorbelasting directe apparaatskosten en excl. netto lasten Beschut Werk

Gegevens Wet normering topinkomens (WNT) Gegevens 2022 bedragen x € 1

H.M.A. Guise

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2020

01/01 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 141.773

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 26.750

Subtotaal

€ 168.523

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 216.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

n.v.t. € 168.523

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

n.v.t. / n.v.t.

n.v.t.

Gegevens 2021 bedragen x € 1

H.M.A. Guise

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2019

01/01 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 145.128

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 22.134

Subtotaal

€ 167.262

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 209.000

Bezoldiging

€ 167.262

Ook de leden van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren vallen onder het begrip Topfunctionaris. De bezoldiging en alle overige vergoedingen binnen de GR van de onderstaande personen bedraagt nihil in 2022 (evenals in 2021).

- 64 -

Gegevens 2022 NAAM TOPFUNCTIONARIS

FUNCTIE

Dhr. S. Stroosnijder

voorzitter AB en DB namens Vlissingen t/m 1-5-2022

Dhr. J.S. Louws

voorzitter AB en DB namens Middelburg m.i.v. 9-6-2022

Mevr. E. Verhage

lid AB namens Vlissingen t/m 19-5-2022

Dhr. A. Vader

lid DB en AB namens Vlissingen

Dhr. G.A. Sips

lid AB namens Vlissingen m.i.v. 7-7-2022

Dhr. J. Portier

lid AB namens Vlissingen m.i.v. 7-7-2022

Dhr. C. Simons

lid AB en DB namens Middelburg t/m 14-3-2022

Mevr. C. Doorn-Roosenburg

lid AB namens Middelburg t/m 12 -5-2022

Mevr. W. Treurniet

lid AB namens Middelburg m.i.v. 9-6-2022

Dhr. C. Maas

lid AB en DB namens Veere t/m 19-5-2022

Dhr. L.A. Roelse

lid AB namens Veere t/m 19-5-2022

Dhr. E. Tuk

lid AB en DB namens Veere m.i.v. 6-7-2022

Dhr. L.A. de Visser

lid AB namens Veere m.i.v. 6-7-2022

- 65 -

Hieronder per regel één gemeente(code) selecteren en in de kolommen ernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen Deel openbaar lichaam I.1 Participatiewet (PW)

Deel openbaar lichaam I.1 Participatiewet (PW)

Deel openbaar lichaam I.2 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

Baten (jaar T) algemene bijstand Besteding (jaar T) IOAW (exclusief Rijk)

Besteding (jaar T) algemene bijstand

Deel openbaar lichaam I.2 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

Baten (jaar T) IOAW (exclusief Rijk)

Deel openbaar lichaam

Deel openbaar lichaam

Deel openbaar lichaam

Deel openbaar lichaam

I.3 Wet inkomensvoorziening I.4 Besluit bijstandverlening I.4 Besluit bijstandverlening I.6 Wet werk en inkomen oudere en gedeeltelijk zelfstandigen 2004 zelfstandigen 2004 kunstenaars (WWIK) arbeidsongeschikte gewezen (levensonderhoud) (Bbz 2004) (levensonderhoud) (Bbz 2004) zelfstandigen (IOAZ) Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Indicator: G2B/07 Indicator: G2B/08 Indicator: G2B/09 Indicator: G2B/10 Indicator: G2B/11 1 060687 Gemeente Middelburg €0 € 304.744 € 54.002 € 2.295 2 060717 Gemeente Veere €0 € 57.982 € 6.361 €0 3 060718 Gemeente Vlissingen €0 € 290.222 € 56.401 €0 100 Hieronder verschijnt de Besteding (jaar T) Baten (jaar T) Gederfde baten die voortvloeien Mutaties (dotaties en vrijval) gemeente(code) conform de Loonkostensubsidie o.g.v. art. Loonkostensubsidie o.g.v. art. uit kwijtschelden schulden voorziening dubieuze debiteuren keuzes gemaakt bij G2B/01 10d Participatiewet 10d Participatiewet (excl. Rijk) gebundelde uitkering als gevolg van kwijt te schelden Participatiewet (in jaar T) i.v.m. schulden gebundelde uitkering kinderopvangtoeslagaffaire Participatiewet (jaar T) i.v.m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12902917/1