CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.11 rvs Vaststellen VHP 2024-2028 bijlage 1 rapport

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Volkshuisvestingsprogramma Vlissingen18.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• Goedkope koopwoningen: Koopwoningen met een VON-prijs (voor nieuwbouwwoningen) of WOZ-waarde (voor bestaande woningen) van maximaal € 261.000 (grens starterslening 2024). Goedkope koopwoningen zijn rijwoningen met tuin of appartementen met balkon en maximaal 3 slaapkamers. Ze hebben een woonoppervlak tussen 50 m2 en 70 m2. Ze kunnen worden gebouwd door private ontwikkelaars en investeerders. Voor corporaties is het in beginsel niet toegestaan om koopwoningen te bouwen. 66% (8.692) van de Vlissingse koopvoorraad is een goedkope koopwoning. Met de Vlissingse starterslening hebben we goedkope koop bereikbaar gemaakt voor de startersdoelgroepen jongeren en jonge gezinnen. • Betaalbare koopwoningen: Koopwoningen met een VON-prijs (voor nieuwbouwwoningen) of WOZ-waarde (bestaande woningen) tussen €260.000 en maximaal € 355.000. Betaalbare koopwoningen kunnen worden

2

Dit hangt af van tijdige invoering van de Wet betaalbare huur. Op 25 april is de wet door de Tweede Kamer aangenomen, en wordt behandeld in de Eerste Kamer. Het voornemen is deze wet per 1 juli 2024 in te laten gaan. De Wet betaalbare huur introduceert een nieuwe (hogere) huurliberalisatiegrens voor alle huurwoningen en definieert de maximale huurprijsgrens voor sociale huurwoningen.

24

gebouwd door private ontwikkelaars en investeerders. 38% (2.487) van de Vlissingse koopvoorraad is een betaalbare koopwoning. Ze zijn geschikt voor een diverse groepen Vlissingse inwoners: voor gezinnen die willen doorstromen naar de volgende koopwoning, koopstarters met een ruimere beurs, internationale werknemers met een hogere opleiding en baan en ouderen die hun grotere woning verkopen en kleiner willen gaan wonen.

Welke woningen rekenen we tot onze nieuwbouwproductie? Alle vormen van toevoeging van woningen aan de bestaande woningvoorraad, zowel zelfstandige als onzelfstandige woonruimte, tellen we mee in onze totale (nieuw)bouwproductie. Ook flexwoningen en tijdelijke woningen in transformatiepanden tellen mee. We onderscheiden een viertal ‘bouwvormen’: • Permanente woningen: Dit zijn woningen die worden gerealiseerd in de ‘klassieke’ permanente woningbouw op locaties met een permanente woonbestemming. De woningen staan er voor de ‘eeuwigheid’. • Transformatiewoningen: Dit zijn woningen die worden gerealiseerd door bestaande niet-woongebouwen zoals kantoor- of bedrijfsgebouwen te transformeren tot woongebouwen/wooncomplexen. Het is een beproefde methode om sneller woningen te realiseren dan met ‘klassieke’ nieuwbouw. Transformatiewoningen kunnen zowel permanente woningen als flexwoningen zijn. • (tijdelijke) Flexwoningen: Dit zijn verplaatsbare of demontabele woningen die worden gerealiseerd op bouwlocaties met een tijdelijke woonbestemming. Het zijn tijdelijke, maar wel volwaardige woningen. Het kunnen zowel zelfstandige woningen als onzelfstandige wooneenheden zijn. Flexwoningen staan er in principe voor bepaalde tijd, dat wil zeggen een periode van 10 tot maximaal 15 jaar. Daarmee kunnen planprocedures worden verkort, waardoor de productie wordt versneld.

Bij flexwoningbouw komen ook meer locaties in beeld, te weten die waar normaalgesproken geen permanente woningbouw mogelijk is of die op termijn een andere bestemming hebben of krijgen. Flexwoningen zijn altijd huurwoningen; tijdelijke koopwoningen zijn door het eigendomsrecht qua bewoning per definitie niet flexibel. Flexwoningen tellen mee in de bouwopgave. Flexwoningen kunnen op relatief korte termijn voorzien in de grote en urgente huisvestingsbehoefte van een aantal van de in paragraaf 2.2 beschreven doelgroepen. Voor een deel van deze doelgroepen, zoals bijvoorbeeld urgent woningzoekenden is flexwonen een kortdurende tussenstap naar woonruimte waar zij permanent kunnen wonen en leven. Ook internationale werknemers die tijdelijk werkzaam zijn, maar zich (nog) niet permanent willen vestigen in Vlissingen, kunnen tijdelijk worden gehuisvest in flexwoningen. Als zij zich permanent willen vestigen kunnen ze doorstromen naar permanente woonruimte. Op deze manier wordt tegelijkertijd de druk op de huidige zeer gespannen woningmarkt verminderd, waarmee het risico van verdringing van reguliere woningzoekenden wordt verkleind. Zo snijdt het mes van flexwoningbouw aan twee kanten. In totaal gaat het in Vlissingen in de periode tot en met 2030 om een behoefte aan enige honderden tijdelijke flexwoningen.

Daarvoor werken we op Walcheren in het kader van de Zeeuwse Woondeal ook op dit vlak samen met Veere en Middelburg. Het is voor ons van belang voldoende (aanvullende) financiële middelen beschikbaar te krijgen om (de nu niet sluitende)

25

businesscase van flexwoningbouw rond te kunnen krijgen. Dit speelt mee bij de Woondeals, waarbij de minister inzet op 15% flexwoningen per woningbouwafspraak en daar ook concrete subsidieregelingen voor in het leven heeft geroepen. • Toevoeging van woningen door herstructurering van de bestaande woningvoorraad: Doorgaans betreft dit het slopen van bestaande woningen en die vervangen door nieuwe woningen. Het kan ook door woningen te splitsen in meerdere woningen, maar dat doet zich in de praktijk niet zo vaak voor. Gezien het woningtekort zetten we erop in dat bij herstructurering meer woningen worden teruggebouwd dan gesloopt, zodat bij herstructurering per saldo altijd woningen aan de voorraad worden toegevoegd. Nieuwbouwwoningen die worden gebouwd als vervanging van bestaande woningen rekenen we mee in de bruto nieuwbouwopgave.

3.3 Een evenwichtige en rechtvaardige woonruimteverdeling Er is meer nodig dan alleen nieuwbouw en herstructurering om te zorgen dat woningzoekenden tijdig aan passende woonruimte worden geholpen. Minstens zo belangrijk is dat nieuwe en bestaande woningen die vrijkomen daadwerkelijk en indien nodig met voorrang kunnen worden toegewezen aan de in hoofdstuk 2 beschreven doelgroepen. Om dat te regelen zullen we gebruikmaken van het uitgebreidere instrumentarium van de gewijzigde Huisvestingswet 2014 die op 1 januari 2024 in werking is getreden, ons biedt. We kunnen straks door middel van huisvergunningen bepaalde woningen in de gemeente met voorrang toewijzen aan specifieke woningzoekenden. Dat geldt voor de helft van de beschikbare huurwoningen en nieuwbouwkoopwoningen tot de betaalbaarheidsgrens van € 355.000. We kunnen met voorrang toewijzen aan mensen met een economische, maatschappelijke of lokale binding met de gemeente en/of regio. Daarnaast kunnen we mensen met bepaalde beroepen, zoals leraren, verpleegkundigen, politieagenten en hulpverleners, aanmerken als cruciaal, waardoor die beter geholpen worden bij het vinden van een woning.

We gaan onze huisverordening in de loop van 2024 wijzigen, zodanig dat we door middel van huisvestingsvergunningen vaker voorrang kunnen geven aan inwoners van Vlissingen, mensen met een sociaalmaatschappelijke of economische binding aan de gemeente en aan mensen met cruciale beroepen. In de recent gewijzigde Huisvestingsverordening 2023 hebben we al maatregelen getroffen om te voorkomen dat goedkope en betaalbare koopwoningen aan het woningaanbod worden onttrokken door omzetting in bijvoorbeeld toeristische verhuur of kamergewijze verhuur aan studenten en/of arbeidsmigranten. Dit alles om te zorgen dat de schaarse goedkope en betaalbare woonruimte zoveel als mogelijk beschikbaar blijft voor reguliere woningzoekenden, waaronder vooral jonge stellen en gezinnen en koopstarters. Daarbij beogen we met deze maatregelen ook de leefbaarheid in buurten en straten te bevorderen. In de loop van 2024 monitoren we de resultaten van deze wijziging en passen we de Huisvestingsverordening en/of bijbehorende aanwijzingsbesluiten en nadere regels aan. Ook zullen we in 2024 naar aanleiding van de Wet Goed Verhuurderschap waar nodig aanvullende maatregelen voorstellen om het tweede woningbezit, illegale en/of ongewenste toeristische en/of kamergewijze verhuur nog effectiever te bestrijden.

Daarnaast is in de maatregelen van paragraaf 3.6 genoemd dat er een Taskforce Wonen wordt samengesteld om de vraagstukken op dit gebied te kunnen analyseren, beoordelen en antwoorden te formuleren en dit ter advies aan het college aan te bieden. Een niet onbelangrijke taak van de Taskforce is om per wijk voorstellen te doen hoe om te gaan met het daar aanwezige bestaande bezit in relatie tot de strategische visie. Vragen als: 'hoe maken we ons bestaande bezit geschikt en

26

beschikbaar voor de nieuwe bewoners of doorstromers, hoe maken we van eenzijdige en sociaal ‘mindere’ wijken stedenbouwkundig en woontechnisch betere en meer gedifferentieerde wijken.

3.4 De kwaliteit van de toekomstige woningvoorraad Nieuwbouw van nultredenwoningen zorgt voor doorstroming Woningen die geschikt en aantrekkelijk zijn voor ouderen met een zorgbehoefte hebben we nog te weinig in Vlissingen. Ouderen blijven hierdoor - soms te lang en tegen wil en dank - in hun gezinswoning wonen. Deze woningen zijn vaak te groot, beschikken over een ruime tot grote tuin en hebben meestal geen slaap- en badkamer op de begane grond. Het gevolg is dat ouderen niet passend en comfortabel wonen, maar tegelijk een woning bezet houden die meer geschikt is voor gezinnen. In het Walcherse deel van de Zeeuwse Woondeal hebben we ons gecommitteerd aan de realisatie in de periode tot en met 2030 van ten minste 710 nieuwe nultredenwoningen en geclusterde woningen met zorgvoorzieningen voor ouderen met een zorgvraag. De komende jaren zullen we in Vlissingen dan ook extra nultredenwoningen bijbouwen. Dit zijn nultredenwoningen in de sociale huur en middenhuur als goedkope en betaalbare koop. In beperkte mate zouden er ook nultredenwoningen in het dure segment kunnen worden toegevoegd.

Inbreiden en uitbreiden We breiden ons woningaanbod onder andere uit door in te breiden. Met inbreiding (bouwen in de bebouwde kom) geven we bestaande buurten een kwaliteitsimpuls. Verouderde buurten kunnen we zo in samenwerking met onze woningbouwpartners herstructureren. Soms zal dit betekenen dat er compactere en/of meer gestapelde woningbouw voor terugkomt, dus verdichting. Bij verdichting werken we met nieuwe bouwoplossingen, waarbij natuurinclusief bouwen met natuurlijke materialen en het toevoegen van groene gebouwen het uitgangspunt is. Ook het ‘optoppen’ van flatgebouwen is wat dit betreft een optie. Inbreiding biedt ook kansen om bijvoorbeeld de Kenniswerf en het Stationsgebied beter bij de stad te betrekken, door de stad naar het station toe te brengen. Wonen vervult daar een belangrijke functie in. Soms is juist verdunning gewenst op plekken waar de bebouwing te dicht op elkaar staat. Verdunning verbetert dan de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Gezien onze groeiambities (zie paragraaf 2.1 onder ‘Prognose huishoudensontwikkeling Vlissingen tot 2032’) biedt inbreiding alleen onvoldoende ruimte voor de woningen die we na 2030 nog moeten gaan bouwen. Daarom gaan we ook op zoek naar potentiële woningbouwlocaties aan de rand van bestaande buurten en wijken en echte uitbreidingslocaties in het niet-stedelijke deel van Vlissingen.

Herstructurering De huidige voorraad is niet overal voldoende toegankelijk voor de doelgroep. Herstructurering van bijvoorbeeld jaren ’60 appartementen draagt bij aan een woningaanbod dat beter is afgestemd op de huidige en toekomstige woonbehoeften. Herstructurering van de oude goedkope (en slechte) woningvoorraad vergt heel veel aandacht. Herstructurering van de particuliere woningvoorraad biedt ook kansen om meer middenhuur- en duurdere koopwoningen toe te voegen aan de voorraad, zodat er ook voor de doelgroepen die wat meer te besteden hebben voldoende aantrekkelijke en passende woningen beschikbaar blijven en komen. Duurzaamheid en toekomstbestendigheid als nadrukkelijke aandachtspunten bij de ontwikkeling daarvan moeten leiden tot aantrekkelijke woonmilieus.

Sociale huurwoningen In paragraaf 2.2. hebben we de toekomstige woonbehoefte van verschillende doelgroepen in kaart gebracht. Op basis daarvan voorzien we dat de behoefte aan sociale huurwoningen de komende

27

jaren toeneemt, vooral bij ouderen en jonge starters met een smalle beurs, maar ook door de groeiende instroom van internationale werknemers, statushouders en Oekraïense ontheemden waar we mee te maken hebben. Hoe groot die instroom van deze ‘nieuwkomers’ precies zal zijn en hoeveel van hen zich uiteindelijk permanent in Vlissingen zullen vestigen is lastig te voorspellen. Daarom gaan we dit jaarlijks monitoren en afspraken over hun huisvesting opnemen in de prestatieafspraken met de corporaties. Waar nodig zullen we ook de nieuwbouwprogrammering aanpassen. Ook zullen we regionaal blijven samenwerken met Middelburg en Veere om de benodigde 30% sociale huur op Walchers niveau na te streven zoals de Regiewet vraagt. Het actuele probleem van de grote vraagdruk op de sociale huursector heeft, naast het feit dat er de afgelopen jaren te weinig sociale huurwoningen zijn gebouwd, verschillende andere oorzaken: • de groeiende instroom van asielzoekers, statushouders, internationale werknemers en sinds kort Oekraïense ontheemden.

• een stagnerende doorstroming; • de prijskloof die er in Vlissingen bestaat tussen de sociale en particuliere huurwoningvoorraad, hetgeen de doorstroming belemmert; • extramuralisering van de GGZ, waardoor nieuwe doelgroepen zelfstandig moeten gaan wonen en dus een beroep doen op sociale huurwoningen; De mutatiegraad van de woningen in de sociale sector is laag met zelfs een dalende trend. Hoewel de huidige omvang van de sociale huurvoorraad nagenoeg in lijn is met de gewenste omvang van 30% volgens de Regiewet, komen hierdoor te weinig woningen beschikbaar om de doelgroepen die zijn aangewezen op een sociale huurwoning tijdig aan een woning te helpen.

3.5 De Vlissingse bouwopgave 2022 t/m 2030 Bouwopgave Zeeuwse woondeal als vertrekpunt We gaan zoals gezegd op weg naar een toekomstbestendige woningvoorraad die past bij de (woon)ambities van de strategische visie ‘Blik op de toekomst’, de Omgevingsvisie 2040 en het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘SAMEN KUNNEN WE MEER!’. Het centrale streven daarbij is te komen tot een betere balans in de bevolkingssamenstelling en samenstelling van de woningvoorraad, onder meer te bewerkstellingen door middel van (complementaire) nieuwbouw.

Bouwopgave Vlissingen 2022 tot en met 2030 Periode

Bruto woningen Sociale huur Middenhuur

Betaalbare koop

Totaal Betaalbaar

Percentage Percentage betaalbaar Totaal duur duur

2022 t/m 2024

770

209

79

119

407

53%

364

47%

2025 t/m 2030

1.840

500

208

480

1.188

Totaal 2022 t/m 2030

2.610

709

287

599

1.595

65%

651

35%

61%

1.015

39%

De tabel geeft de onze bouwopgave weer voor de periode 2022 tot en met 2030 zoals afgesproken in het Walcherse deel van de Zeeuwse Woondeal. We hebben ons gecommitteerd aan de realisatie van ten minste bruto 2.610 nieuwbouwwoningen, waarvan ten minste 1.595 (61%) “betaalbaar”. De tabel laat zien dat de Vlissingse corporaties tot en met 2030 bruto 709 nieuwe sociale huurwoningen gaan bouwen. Het gaat echter om ongeveer 500 woningen die worden teruggebouwd als vervanging van gesloopte woningen. Per saldo worden er volgens de Woondeal tot en met 2030 netto dus zo’n 200 sociale huurwoningen aan de voorraad toegevoegd.

28

Deze aantallen van de Woondeal, alsmede de planning van de programmering in de tijd, zijn niet in beton gegoten. Daarom hanteren we de bouwopgave van de Woondeal nadrukkelijk als vertrekpunt. Voortschrijdend inzicht en verandering van omstandigheden kunnen ertoe leiden dat we gaandeweg de planning en programmering zullen aanpassen. Ook nadere regionale afstemming met Middelburg en Veere kunnen leiden tot aanpassing en bijsturing van de aantallen en percentages betaalbare woningen. Daarbij moeten we ons ook realiseren dat de Woondeal weinig zegt over de kwalitatieve bouwopgave, zoals we die hiervoor in paragraaf 3.2 besproken hebben. Inzichten die daaruit voortkomen kunnen ook gevolgen hebben voor de kwantitatieve opgave. Dit alles betekent dat we de komende jaren voortdurend zullen monitoren en waar nodig zullen aanpassen en bijsturen. De Woondealafspraken bieden daar ook de ruimte voor. We stellen een Taskforce Woningbouw in. Dit compacte projectteam van ambtenaren krijgt de opdracht om de nieuwbouwproductie te gaan opvoeren en versnellen. De Taskforce gaat aan de slag met ontwikkeling van de benodigde nieuwbouw- en herstructureringslocaties voor de Vlissingse bouwopgave. De monitoring, aanpassing en bijsturing van de Vlissingse bouwopgave bouwgave hoort daarbij.

Sociale Huurwoningen Volgens de Zeeuwse Woondeal worden in de periode tot en met 2030 bruto ten minste 2.610 nieuwbouwwoningen moeten worden gerealiseerd. Aantallen gemeente Vlissingen Plancapaciteit Betaalbaarheid (woningen) Beschikbare Beschikbare Aantal Ambitie netto woningen in (te realiseren bruto plancapaciplancapaciteit harde woningen) teit (bruto (aantal plancapacite Sociale huurmin woningen woningen) it: onttrekking) Aantal

Jaartal

2022

230

2023

260

2024

280

2025

285

2026

295

2027

300

2028

305

2029

320

2030 Totaal

1.640

Huur-woningen vanaf de Koopsociale woningen huurgrens tot (onder €1000 per €355.000) maand Aantal Aantal

53%

Aantal woningen door woningcorporaties

Betaalbaar deel netto toevoeging Sociale Midden door huurhuursplitsing woningen woningen en functieveran dering

3.110

2.545

1.075

845

205

365

230

845

25

3.110

2.545

1.075

845

205

365

230

845

25

335 2.610

Bron: Zeeuwse Woondeal

Een van de uitgangspunten van de Woondeal is dat ongeveer een derde van die nieuwbouw een sociale huurwoning is. De tabel laat zien dat er in Vlissingen 845 sociale huurwoningen worden gerealiseerd. Dat komt neer 32,3% van de totale nieuwbouwopgave van 2.610 woningen. Daarmee wordt nagenoeg voldaan aan het uitgangspunt van ongeveer een derde. Naast genoemde 845 sociale huurwoningen worden door de corporaties 25 woningen in de middenhuur gerealiseerd.

De flexwoningbouwopgave Wat we verstaan onder flexwoningbouw hebben we hiervoor beschreven in paragraaf 3.2. Flexwoningen kunnen voorzien in de urgente woonbehoefte vanuit doelgroepen die (nog) geen of onvoldoende toegang hebben tot de reguliere permante woningen. We hebben dit voor verschillende doelgroepen beschreven in paragraaf 2.2. Het gaat vooral om internationale werknemers die zich (nog) niet permanent willen vestigen, statushouders waar (nog) geen permanente woonruimte beschikbaar is, Oekraïense ontheemden en urgent woningzoekenden,

29

Het mes van flexwoningbouw snijdt aan twee kanten. Enerzijds kan met flexwoningbouw relatief snel worden voorzien in de hoog urgente woningbehoefte van de genoemde doelgroepen, anderzijds vermindert flexwoningbouw de druk op de reguliere woningmarkt, zodat reguliere woningzoekenden niet worden verdrongen. In het Walcherse deel van de Zeeuwse woondeal hebben we aangegeven dat we voor de korte termijn bezig zijn met projecten die enkele tientallen flexwoningen opleveren en dat op de wat langere termijn behoefte is aan honderden flexwoningen in Vlissingen. Voor de korte termijn zijn op Baskenburg 300 wooneenheden/flexwoningen voorzien als short stay facility voor internationale werknemers. Het voornemen is dat deze woningen in 2025 worden opgeleverd. Voor de wat langere termijn zullen we in het woningbouwprogramma tot en met 2030 een aantal concrete flexwoningbouwprojecten opnemen. Hoeveel flexwoningen we met die projecten gaan realiseren is nader te bepalen.

De Volkshuisvestingsopgave na 2030 In paragraaf 2.2 beschreven we al dat de grote ontwikkelingen van het Justitieel Complex Vlissingen, de Kenniswerf, Vlissingen North Sea Port, het Delta Climate Center en Vlissingen-Oost zullen leiden tot sterke groei van de werkgelegenheid in Vlissingen. Bestaande maar ook nieuwe bedrijven, organisaties en instellingen hebben mensen nodig om al het werk te verrichten dat nodig is. Die mensen zullen voor een belangrijk deel van buiten Vlissingen moeten komen. Daarom is het naar ons idee onvermijdelijk dat we de komende jaren te maken krijgen met een autonome bevolkingsgroei. Dit betekent ook dat we op zoek moeten gaan naar nieuwe woningbouwlocaties, omdat inbreidingsnieuwbouw en woningbouwlocaties aan de rand van bestaande woonbuurten waarschijnlijk en op termijn onvoldoende ruimte bieden. Daarom gaan we een onderzoek starten naar de woningbehoefte na 2030 en potentiële nieuwe woningbouwlocaties op het grondgebied van de gemeente Vlissingen. In het onderzoek wordt een aantal groeiscenario’s in kaart gebracht.

3.6 Uitvoeringsprogramma toekomstbestendige woningvoorraad 1. De Vlissingse bouwopgave: in de periode 2022 tot en met 2030 worden bruto ten minste 2.610 nieuwe woningen gerealiseerd. 2. We stellen een Taskforce Woningbouw in. Dit compacte projectteam van ambtenaren krijgt de opdracht om de nieuwbouwproductie en herstructureringsopgave te gaan opvoeren en versnellen. De Taskforce gaat aan de slag met ontwikkeling van de benodigde nieuwbouw- en herstructureringslocaties voor de Vlissingse bouwopgave. De taskforce zal potentiële permanente en tijdelijke woningbouwlocaties beoordelen en voorstellen doen welke woningtypen voor welke doelgroepen op welke locatie worden gebouwd. 3. We maken een nieuwbouwprogrammering per wijk als onderdeel van de nog op te stellen uitvoeringsprogramma’s vitale en gezonde wijken (zie hoofdstuk 4): a. Bestaande nieuwbouwplannen nemen we onder de loep. Wanneer er te weinig woningen voor onze doelgroepen zijn opgenomen passen we de plannen in overleg met de betrokken partijen aan. b. Nieuwbouwplannen die bijdragen aan realisatie van de Vlissingse nieuwbouwopgave als beschreven in dit Volkshuisvestingsprogramma krijgen voorrang en prioriteit. Ontwikkelsnelheid van locaties (plancapaciteit) en bouwplannen is gezien de urgentie van de bouwopgave een belangrijk toetsingscriterium. 4. We ontwikkelen een toetsingskader voor nieuwbouwplannen zodat:

30

a. initiatiefnemers snel weten welke ondersteuning en medewerking zij van de gemeente Vlissingen kunnen verwachten en op welke termijn; b. de beperkte ambtelijke capaciteit maximaal kan worden ingezet voor de bouw-, herstructurerings- en transformatieprojecten die bijdragen aan realisatie van de Vlissingse bouwopgave en onze ambities naar een toekomstbestendige woningvoorraad. 5. We gaan de huisvestingsverordening in de loop van 2024 wijzigen, zodanig dat we door middel van huisvestingsvergunningen vaker voorrang kunnen geven aan inwoners van Vlissingen, mensen met een sociaalmaatschappelijke of economische binding aan de gemeente en aan mensen in cruciale beroepen. We doen dat in nauw overleg en samenwerking met l’escaut en Zeeuwland. 6. Bij de bouw van nieuwe koopwoningen voor jonge koopstarters tot een “vrij-op-naam” prijs van €355.000 hanteren we de mogelijkheden van de Huisvestingswet om woningzoekenden met sociale en/of economische binding voorrang te verlenen. Daarnaast kijken we naar de mogelijkheden van “opkoopbescherming” om te voorkomen dat betaalbare koopwoningen ‘in verkeerde handen komen’ of ten prooi vallen aan speculatie, waardoor ze niet beschikbaar komen voor de beoogde doelgroepen. 7. We gaan een nieuwe woonwagenlocatie ontwikkelen die ruimte biedt voor 10 standplaatsen.

Tegelijk voegen we ten minste 10 standplaatsen toe aan het woningbouwprogramma tot met 2030. We gaan de doelgroep betrekken bij de planontwikkeling. 8. We onderzoeken de mogelijke invoering van erfpacht. De raad ontvangt hierover een advies. 9. Flexwoningen behoren tot het woningbouwprogramma van Vlissingen. Flexwoningbouw kan sneller voorzien in de urgente tijdelijke woningbehoefte van een aantal van onze doelgroepen. We bieden ruimte voor de ontwikkeling van snel te bouwen tijdelijke woonconcepten/flexwoningen: a. Een aantal locaties/percelen in de gemeente Vlissingen zullen we met een Aanwijsbesluit bestempelen als flexwoning bouwlocaties. We betrekken omwonenden van aanvang af bij de planvorming. b. Om snel en betaalbaar flexwoningen toe te voegen kijken we ook naar de mogelijkheden in combinatie/samenwerking met Vlissingen en Middelburg. 10. We faciliteren en geven prioriteit aan transformatieprojecten die zorgen voor mooie woningen voor onze urgente doelgroepen en bijdragen aan de Vlissingse nieuwbouwopgave. Bijvoorbeeld het ombouwen van een kantoorpand naar een woonvorm voor tijdelijke werknemers of het transformeren naar luxe appartementen. We helpen initiatiefnemers bij: a. bij het uitzoeken en aanvragen van subsidiemogelijkheden. b. het vlot doorlopen van ruimtelijke procedures en vergunningstrajecten. 11.

We zorgen ervoor structureel vroegtijdig bij het Rijk in beeld te zijn bij nieuwe financieringsregelingen om zo onder andere aanspraak te maken op een volgende tranche van het Volkshuisvestingsfonds. 12. We gaan de Vlissingse Huisvestingsverordening wijzigen, zodanig dat we voorrang kunnen gaan geven aan jonge starters, woningzoekenden met een sociaalmaatschappelijke en/of economische binding aan de gemeente Vlissingen en aan mensen uit cruciale beroepsgroepen, zoals onderwijzers, verpleegkundigen en politieagenten met een baan maar nog geen woning in

31

de gemeente Vlissingen. 13. De gemeente Vlissingen zet de bestaande starterslening met SVN voort om de aankoop van een eerste woning te ondersteunen. Bij grote vraag naar startersleningen overwegen we om het budget voor deze regeling te verruimen. 14. We gaan werken aan een toereikend, aantrekkelijk en betaalbaar aanbod van nultredenwoningen. Samen met de corporaties gaan we vooral onze ouderen met een zorgvraag goed voorlichten en informeren over het beschikbare aanbod. Ook gaan ze we ontzorgen bij de verhuizing naar een passende nultredenwoningen, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een verhuiskostenvergoeding. 15. We maken bij transformatie-initiatieven een zorgvuldige afweging, waarbij we oog houden voor de economische structuur bijvoorbeeld waar het gaat om transformatie van winkels of bedrijfspanden. We sluiten hierbij onder ander aan op de visie ‘Vlissingen binnenstad aan zee’.

32

4 Vitale en gezonde wijken In 2040 is er een gezonde en sociale woon- en leefomgeving voor iedereen. Dit geldt ook voor kwetsbare doelgroepen zoals ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of een psychische kwetsbaarheid. Inzetten op positieve gezondheid en vitaliteit is een belangrijke ambitie in de strategische visie. Goed en betaalbaar wonen is daarvoor een belangrijke randvoorwaarde die moet zijn vervuld. En niet alleen de woning is van belang, maar ook de fysieke woon- en leefomgeving moet daaraan bijdragen. In Vlissingen zetten we daarom in op vergroenen en klimaat adaptief maken van de omgeving. En we zorgen voor toegankelijke ontmoetingsplekken en speel- en recreatiemogelijkheden. Ook brengen we balans in het aanbod van maatschappelijke opvang en woonvormen in Vlissingen. Niet alle wijken in Vlissingen zijn hetzelfde. Ze verschillen soms sterk van elkaar in het al of niet stedelijke karakter, de dichtheid van de bebouwing, de kwaliteit van de woningvoorraad en het niveau en belangrijke voorzieningen, bereikbaarheid en mobiliteit, et cetera. Daarom gaan we in Vlissingen op maat per wijk werken aan de verbetering van de kwaliteit van de woningvoorraad, en de leefbaarheid en gezondheid van de woon- en leefomgeving.

4.1 De wijken en dorpen van Vlissingen

De wijken en dorpen in Vlissingen zijn: Binnenstad: De Vlissingse binnenstad is kort en bondig te omschrijven als 'levendig wonen in het hart van de stad'. Wonen, werken, winkelen en wandelen langs het water. Een plek met veel historie, waar de maritieme invloeden op Vlissingen het best te ervaren zijn. Een groot deel van de evenementen in Vlissingen vindt hier plaats. De wijk Binnenstad bestaat uit de buurten ‘Oude Binnenstad', 'Scheldestraat en omgeving’, ‘Stadhuisplein en omgeving’ en ‘Scheldekwartier’. De Oude Binnenstad is het oudste gedeelte van de stad en omvat het kernwinkelgebied en het uitgaansgebied Bellamypark. Woningen, winkels, bedrijven en horeca wisselen elkaar af. De Scheldebuurt is een levendige woonbuurt. In de Binnenstad staan 5.313 woningen.

33

Middengebied: In het hart van de gemeente ligt de wijk Middengebied. Een wijk in ontwikkeling, die bestaat uit een mix van eengezinswoningen en veel appartementen van net na de oorlog. Door minder terug te bouwen dan te slopen, wordt de wijk groener en ruimer. Ook wordt de variatie in de woningvoorraad groter. De wijk krijgt stapje voor stapje een nieuw gezicht. Het Middengebied bestaat uit de buurten 'Nieuwe Bonedijkbuurt', 'Het Fort en omgeving', Bloemenbuurt' en de 'Hercules Segherslaan en omgeving'. In het Middengebied staan 5.976 woningen. Paauwenburg-Westduin: voor groen stedelijk wonen dichtbij het water. Gelegen in het (noord)westen van de gemeente, is Paauwenburg een woonwijk waar delen direct aan zee grenzen. De wijk heeft een groen karakter, ruime woningen en een hoog voorzieningenniveau. De wijk bestaat uit de buurten 'PaauwenburgWest', 'Paauwenburg-Oost', 'Vredehof', 'Spuikom' en 'Boulevard'. In Paauwenburg-Westduin staan 2.547 woningen. Lammerenburg: Lammerenburg: ruim wonen aan de rand van de stad. Een wijk met meerdere gezichten. Het is een verzameling van buurten uit verschillende bouwperioden. Het oudst is West-Souburg, daarna volgen de typische jaren '70 en '80 nieuwbouwbuurten als Papegaaienburg, Westerzicht en Bossenburgh daarna Rosenburg uit de jaren 90 en recent de wijk lammerenburg.

De wijk bestaat hoofdzakelijk uit eengezinswoningen en biedt een grote variatie aan woonmilieus en woningtypen. Allemaal gelegen aan de rand van het Walcherse landschap tussen Vlissingen en Middelburg. In Lammerenburg staan 4.207 woningen. Oost-Souburg: Oost-Souburg: een dorp in optima forma. Een levendig en geliefd dorp met alle winkel- en andere voorzieningen, waaronder scholen en wijkcentra. De gemeente investeert veel in de (onderhouds)kwaliteit, de (beperkte) uitbreiding van de kern en het behoud van de voorzieningen voor inwoners en bezoekers. De wijk bestaat uit de buurten 'Kern Oost-Souburg', 'Zeewijksingel', 'Groot-Abeele', 'Schoonenburg' en 'Molenweg en omgeving'. In Oost-Souburg staan 4.756 woningen. Ritthem en omgeving: Ritthem: dorps wonen aan zee. De kleinste kern van de gemeente. Een fraai Walchers dorpje met een betrokken gemeenschap, midden in het landelijk gebied en in de nabijheid van de zee. Het behoud van dit karakter is van belang, zeker met het oog op toekomstige ontwikkelingen in de omgeving. Zoals bijvoorbeeld de ontwikkelingen in het Sloegebied en de realisatie van bedrijventerrein Souburg-Noord. De wijk bestaat uit de buurten 'Kern Ritthem', 'Landbouwgebied Ritthem' en ‘Binnen- en Buitenhavens', stadslandgoed. In Ritthem en omgeving staan 235 woningen.

34

4.2 De aanpak: maatwerk per wijk Meer dan alleen stenen: aandacht voor voorzieningen Een toekomstbestendige woningvoorraad gaat niet alleen over de woningen zelf. Minstens zo belangrijk zijn de kwaliteit van – de voorzieningen en de omgeving waarin de woningen staan. Bij de woningbouw- en herstructureringsplannen houden we wat dit betreft meteen rekening met de eisen die de verschillende doelgroepen stellen aan woonomgeving en voorzieningenniveau. De gebiedsinrichting wordt daarop afgestemd. Door dit te doen kunnen we bij nieuwbouw-, herstructurerings- en transformatieplannen goede afwegingen maken tussen fysieke, maatschappelijke en financiële aspecten van plannen. We willen hiermee nog beter aansluiten bij de (omgevings-) wensen van de doelgroep die de nieuwbouwwoningen naar verwachting zal betrekken, en tegelijkertijd een positieve impuls te geven aan de leefbaarheid. De beheersbaarheid van de gemeentelijke uitgaven in het sociale domein blijven bij dit alles een belangrijke rol spelen, maar ook vraagstukken als de beschikbaarheid van voldoende medewerkers in de zorg en bevorderen van zelf- en samenredzaamheid van inwoners. Zie daarvoor ook hoofdstuk 6, Wonen met zorg.

Belang van de locatie Voor woningen is de locatie minstens zo belangrijk als het woningtype. Bepaalde woningtypen aarden beter op bepaalde locaties. Zoeken de bewoners rust om te wonen? Of hebben ze juist wat meer behoefte aan reuring? En hebben ze specifieke voorzieningen in de buurt nodig? Zo trachten we bijvoorbeeld zowel woonruimte voor jongeren, starters en studenten als wel nultredenwoningen/-appartementen voor ouderen te concentreren in de Oude Binnenstad en Scheldekwartier. Voor de oudere doelgroep is het bij verhuizing naar een nultredenwoning belangrijk om zorgvoorzieningen in de directe nabijheid te hebben. Voor sociale huurwoningen geldt dat een goede ruimtelijke spreiding over de hele stad de leefbaarheid en vitaliteit van de verschillende wijken en buurten in Vlissingen te goede komt. Daarnaast zetten we in het Scheldekwartier nu al in op woningen voor diverse doelgroepen. Een plek waar Vlissingen de komende jaren flink investeert. Met de locatie aan de rand van het centrum en verbonden met het water, zorgen we voor een écht onderscheidend woonmilieu ten opzichte van wat we in Vlissingen al hebben. Met de plannen voor het Scheldekwartier ligt er een grote opgave én potentie om het woningaanbod en woon- en leefklimaat binnenstedelijk te versterken en de relaties met de rest van de stad te versterken.

Maar er zijn en komen nog meer locaties in ontwikkeling, zoals de Spuikom, Claverveld/Souburg Noord en de Kenniswerf. Uiteraard is bovenstaande geen blauwdruk. Per nieuwbouwplan en -locatie wordt conform de Omgevingswet integraal afgewogen of de locatie passend is bij het nieuwbouwplan. Een voorbeeld hiervan is dat rekening houden met de effecten van de woningbouw op verkeer en mobiliteit (denk aan groei/verandering van verkeersstromen, parkeernormen, doorstroming en routing).

Schaarse ruimte vraagt doelmatig en multifunctioneel ruimtegebruik Een belangrijk uitgangspunt van zowel de strategische visie als het coalitieakkoord zijn dat de nieuwbouw zo veel mogelijk via inbreiding en verdichting binnen de wijken en dorpen wordt gerealiseerd. ‘Nieuwe uitleg’ in het groen (buiten de bebouwde kom) willen we zo veel mogelijk voorkomen. Dat kan wel betekenen dat als de bouwopgave hoog is, er extra inbreidingsruimte gezocht of gecreëerd moet worden. Of dat vaker gekozen moet worden voor gestapelde bouw in plaats van grondgebonden woningen. Zowel bij inbreiding als bij herstructurering is ook aandacht nodig voor de daaraan te stellen parkeernormen.

35

In het kader van doelmatig ruimtegebruik gaan we de mogelijkheden verkennen om bedrijven of andere functies eventueel uit te plaatsen naar de randen van of buiten de wijk, zodat er binnen de wijk meer ruimte beschikbaar komt voor wonen. Dit gaat om integrale ruimtelijke afwegingen met een langere beleidshorizon dan dit Volkshuisvestingsprogramma 2024 tot en met 2028.

Vitaliteit en gezondheid Vitale wijken, dat zijn sterke wijken. Levendige wijken, waar het prettig wonen is. Mensen wonen er op een manier die bij hen past. Er is een sociale verbondenheid en samenredzaamheid. Voor een vitale wijk zijn belangrijke voorzieningen als (sport)verenigingen, ontmoetingsplekken als een wijkgebouw of dorpshuis, winkels voor dagelijkse boodschappen, zorgvoorzieningen, basisschool en kinderopvang en huisarts(en) goed bereikbaar.

Ontmoeting in de openbare ruimte In 2040 is de openbare ruimte zo ingericht dat het verschillende functies en activiteiten faciliteert, waaronder ontmoeten. Dit doen we door bij de start van elk ontwerp de functies van de openbare ruimte breed te bekijken. We willen daarbij meer ontmoetingsplekken maken in de openbare ruimte. Dit zijn sociaal veilige plekken waar meerdere functies bijeenkomen voor verschillende doelgroepen. Dus inwoners van alle leeftijden en culturen. Voorbeelden zijn combinaties van hangplekken, voetbalhonken, rollatorroutes, picknickplekken, beweegtuinen, et cetera. Deze plekken liggen in een gezonde omgeving met hoge ruimtelijke kwaliteit, waarin de auto naar de achtergrond verdwijnt. De openbare ruimte in Vlissingen moet voor iedereen toegankelijk zijn. Dus zonder of met zo weinig mogelijk obstakels om deze te kunnen gebruiken, ook voor wie een handicap heeft of minder mobiel is. Zo zorgen we voor een inclusieve openbare ruimte. In 2040 zijn maatschappelijke voorzieningen uitstekend bereikbaar voor bewoners: vooral met de benenwagen, de fiets of andere ‘schone’ vervoermiddelen. Dit verlaagt de drempel tot deze voorzieningen. Wie van de voorzieningen gebruik kan maken, heeft ook meer mogelijkheden voor ontmoetingen op straat en binding met de buurt. Op wijkniveau neemt de sociale cohesie hierdoor toe.

Resultaat: een gevarieerder, veiliger, gezonder en prettiger leefklimaat. De gezondheidzorg zal goed bereikbaar voor de bewoners zijn georganiseerd met de drie Kerngezondcentra, waarin brede zorg en ondersteuning wordt geboden. We gaan voor een goede spreiding en clustering van andere voorzieningen, zoals supermarkten met drogisten en zorgvoorzieningen. Het liefst liggen deze clusters aan OV-knooppunten, waardoor we de bereikbaarheid en de netwerken ook beter kunnen organiseren.

Behouden jongeren en aantrekken nieuwe inwoners in de wijken Zowel in de Strategische visie als in het Coalitieakkoord is aangegeven, dat er op termijn gestreefd wordt naar meer balans in de bevolkingssamenstelling. Dat heeft te maken met de vergrijzingsgolf, het wegtrekken van jongeren en gezinnen met kinderen, en de behoefte aan meer beroepsbevolking. Nieuwe instroom van deze groepen inwoners moet eraan bijdragen dat de gewenste differentiatie ontstaat. Het programma Wind in de Zeilen zorgt voor een versterking van de sociaaleconomische structuur, met veel meer werkgelegenheid, een stijgende vraag naar arbeidskrachten. Het woningaanbod in Vlissingen moet ervoor zorgen dat deze ondervertegenwoordigde groepen ook weer naar de stad (terug) kunnen komen. Daarvoor is het nodig om zowel te bouwen voor de doorstroming van onze inwoners, zodat starters en jongeren ook weer meer kans krijgen, en te bouwen voor de behoefte van toekomstige (nieuwe) inwoners. Dat vergt een gedifferentieerd aanbod aan woningen en diversiteit in woonmilieus.

36

Tegengaan van illegale en ongewenste verhuur Meerdere keren per week andere buren is geen feest. Het tast het woongenot van de Vlissingse inwoners behoorlijk aan wanneer tweede woningen in normale woonwijken toeristisch of kamergewijs worden verhuurd. In sommige wijken en buurten staat de vitaliteit en leefbaarheid daardoor onder druk. Deze druk willen we zoveel mogelijk wegnemen. Daarom gaan we het beleid aanscherpen om illegale en/of ongewenste verhuur van woningen te bestrijden. Het (commercieel) verhuren van deze huizen is in de Binnenstad en het Middengebied nu al niet toegestaan. Extra inzet op handhaving blijft echter nodig. Naast de extra inzet op handhaving zullen we ook communicatiemiddelen inzetten en waar mogelijk de regels van de Huisvestingsverordening aanscherpen om de toeristische verhuur tegen te gaan.

Reguleren en regie houden met wettelijke kaders en mogelijkheden De Huisvestingswet geeft de mogelijkheid om naast toewijzingsregels ook regels te stellen voor ‘het behoud van de samenstelling van de woningvoorraad’ en het ‘beschermen van de leefbaarheid’ van de wijken en dorpen. Hiermee kunnen ongewenste onttrekking van woonruimte aan de functie van permanente bewoning, horizontale splitsing van woongebouwen in appartementsrechten en omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte voor kamergewijze verhuur, worden gereguleerd en waar nodig tegengegaan. De Huisvestingswet en de Wet goed verhuurderschap bieden ons de mogelijkheid om verhuur van woonruimte te reguleren, te controleren en waar nodig te verbieden. Zo kunnen gemeenten een registratieverplichting voor toeristische verhuurders in hun huisvestingsverordening opnemen en deze al dan niet koppelen aan een ‘verhuurdersvergunning’. De registratieplicht moet handhaving beter mogelijk maken, met de meld- of vergunningplicht kunnen de negatieve neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte worden voorkomen of beperkt. Dit instrument is aanvullend op het kunnen tegengaan van onttrekkingen van woonruimten voor toeristische verhuur. Het is nu ook mogelijk voor gemeenten om gebieden aan te wijzen waar geen betaalbare woningen meer mogen worden aangekocht om vervolgens verhuurd te worden.

Vlissingen neemt dit voor ‘betaalbare woningen’ tot aan de NHG-grens van € 355.000 op in de Huisvestingsverordening voor de Binnenstad en het Middengebied. Dit geldt zowel voor nieuwbouw als voor bestaande bouw.

4.3 Uitvoeringsprogramma vitale wijken 1. Na de vaststelling van dit Volkshuisvestingsprogramma stellen we in het toekomstplan ook een bouw-, herstructurerings- en transformatieprogramma per wijk en dorp op. 2. We maken ons sterk – conform de wens van de inwoners van Ritthem – voor uitbreiding van het woningaanbod in Ritthem. 3. Vlissingen zal in de ontwikkeling van de Kenniswerf blijven werken aan een campus op deze locatie, compleet met woonruimte en de nodige voorzieningen als, bibliotheekachtige ontmoetings- en ruimten, sport- en recreatieruimten, mogelijkheden voor “deel” fiets trajecten, enzovoorts. 4. We gaan intensief met de corporaties samenwerken aan de integrale aanpak, herstructurering en verduurzaming van hun bestaande woningvoorraad. We leggen dit vast in prestatieafspraken. Bij de aanpak van versnipperd bezit trekken we in een vroeg stadium gezamenlijk op. We besteden

37

in dit kader samen extra aandacht niet-energiezuinige en niet-nultreden portiekflats. 5. Het aanpassen van bestaande woningen blijven we faciliteren en stimuleren. Dit doen we voornamelijk in de vorm van het aanbieden en delen van kennis en verwijzen naar bestaande regelgeving en (voornamelijk externe) subsidiemogelijkheden. We beoordelen per casus wat passend is. 6. We voegen betaalbare woningen toe voor jongeren en ouderen uit de wijken, maar ook voor (jonge) gezinnen met een economische binding met de regio. 7. We gaan zoveel mogelijk tegen dat het aantal tweede woningen c.q. verkamering van woningen voor toeristische verhuur in de gemeente Vlissingen verder toeneemt en dringen het bestaande aantal waar kan terug. a. We onderzoeken andere juridische instrumenten die het normale woninggebruik stimuleren. Denk dan aan een zelfbewoningsplicht. We bekijken welke instrumenten juridisch mogelijk zijn, wat de beoogde effecten zijn. Daarnaast zetten we dat af tegen de kosten die moeten worden gemaakt voor de administratie en handhaving. b. We verduidelijken de communicatie over de regels van kamerverhuur en of toeristische verhuur via de website www.Vlissingen.nl en andere kanalen. c. Bij een handhavingsverzoek zullen wij direct optreden. d. Per wijk zullen we een handhavingsproject opstarten. Hier zal de gemeente Vlissingen zelf proactief onderzoek verrichten en handhaven.

38

5 Naar klimaat- en energieneutrale wijken zonder aardgas De forse stijging van de energieprijzen, voor een groot deel maar niet alleen veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne, heeft het besef doen toenemen dat we zo snel mogelijk naar een circulaire, energieneutrale en aardgasloze energievoorziening van de woningvoorraad toe moeten. Daarom willen we de energietransitie van de bestaande woningvoorraad de komende jaren aanzienlijk gaan versnellen. Deze opgave is zeer urgent, niet alleen om de onlangs aangescherpte klimaat- en energietransitie doelstellingen te halen, maar vooral ook om ervoor te zorgen dat de inwoners van Vlissingen ook op de langere termijn kunnen vertrouwen op een betaalbare energierekening. In de Omgevingsvisie 2040 hebben we de ambitie verwoord om toe te werken naar een circulaire economie en samenleving. Circulaire economie gaat over thema’s als het afbouwen van het gebruik van fossiele energie en materialen en het terugdringen van de afvalstroom. Voor nieuwbouw, herstructurering en transformatie betekent deze ambitie dat we circulair en natuurinclusief bouwen. Alle nieuwbouw is energieneutraal en aardgasloos. Dit zal verder worden uitgewerkt in het Programma toekomstbestendige leefomgeving. In Zeeland is er een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld waarin de doelstellingen uit de klimaatwet zijn verwerkt.

De RES is vertaald in de Vlissingse Transitievisie Warmte (VTW). De overall ambitie van de VTW is dat alle woningen in 2050 aardgasvrij zijn. De transitiepaden om daar te komen hebben als uitkomst dat een groot deel van de Vlissingse woningen, lees huishoudens, tot ver na 2030 afhankelijk blijven van aardgas en een gasrekening moet betalen. Tegen de achtergrond van de huidige energie- en klimaatcrisis en de zorgen die mensen hebben over de hoge energierekening, is dat geen wenkend en vertrouwenwekkend perspectief. Het beantwoordt ook niet aan de aangescherpte klimaat- en energietransitie doelstellingen.

Energietransitie doelstellingen voor de Vlissingse woningvoorraad In de Klimaatwet is vastgelegd dat de CO2-uitstoot in 2030 met 55% is gereduceerd en in 2050 tot nul. Deze reductiedoelstellingen zijn ook van toepassing op de Vlissingse woningvoorraad. Onderstaande tabel met de huidige planning naar aardgasvrij illustreert dat we deze klimaat- en energietransitiedoelstellingen met de huidige plannen en programma’s niet gaan realiseren.

Planning naar aardgasvrij Woningvoorraad in 2022 Woningvoorraad Vlissingen Reeds aardgasvrij resterende opgave aardgasvrij maken planning corporaties - Regie L’ Escaut met aardgasvrij maken - Regie Zeeuwland - Regie Woongoed - stadsverwarming Lammerenburg planning koop- en particuliere huurwoningen

Aantal woningen Bron 23.243 Programma volkshuisvesting 1 januari 2023 883 Klimaat monitor 2022 22.360 5.770 Programma volkshuisvesting 1 januari 2023 1.088 64 393 Klimaat monitor 2022 (niet aardgasvrij!) 15.080 nog geen oplossingen in beeld Inschatting Programma Aardgasvrije Wijken 2.000 (niet aardgasvrij!)

- Koopwoningen mee op warmtenet Resterende opgave naar 100% aardgasvrij in 2040 Aardgasvrije woningen in 2030 Aardgasvrije woningen in 2040 (90%) Aardgasvrije woningen in 2050 (100%) Aantal woningen per jaar tot 2030 Aantal woningen per jaar tot 2040 Aantal woningen per jaar tot 2050

? Geen doel gesteld, dus ook geen plan! 20.124 22.360 2.795 1.242 799

39

Concreet vertaald betekent dit dat we vooral tussen nu en 2030 veel meer vaart moeten maken met het aardgasvrij maken van de Vlissingse woningvoorraad. En dat gaat niet alleen over de toepassing van energiebesparende maatregelen als goed isoleren, maar vooral ook over het vergroten van de hernieuwbare energieproductie. Bij woningen gaat dit laatste hoofdzakelijk over de toepassing van zonnepanelen. Met isoleren en (hybride) warmtepompen alleen kom je namelijk niet van het gas af. Bij gebrek aan duurzame warmteopties (zoals warmtenetten) is te voorzien dat in het overgrote deel van de Vlissingse woningvoorraad de totale energievraag (voor zowel verwarming, warm water als koken all electric is. De toepassing van zonnepanelen is dan essentieel om het hogere elektriciteitsverbruik betaalbaar te houden. Belangrijk is ook dat met zonnepanelen de uiteindelijke stap naar aardgasvrij eerder en gemakkelijker kan worden gemaakt.

Stand van zaken Vlissingse woningvoorraad Waar de Vlissingse woningvoorraad zich nu bevindt ten opzichte van klimaatwet-doelstellingen is moeilijk vast te stellen, omdat we te weinig inzicht hebben in het werkelijke energieverbruik van huishoudens, de hoeveelheid CO2-uitstoot die dat veroorzaakt en de werkelijke energieproductie in kWh van de zonne-energiesystemen die op de woningen liggen. De huidige energielabels van woningen geven enig inzicht in de energieopgave die er per wijk ligt. De grootste opgaven liggen in de Binnenstad en in Ritthem en omstreken. Onderstaande grafiek maakt inzichtelijk hoe de energielabels per wijk er uit zien. De hoogste energielabels zijn voornamelijk wijken met een hoge gemiddelde WOZ-waarde te zien (Lammerenburg en Paauwenburg-Westduin). De tabel laat zien dat er veel energiewinst valt te behalen in het Middengebied en de Binnenstad. Grafiek: Woningvoorraad naar energielabels per wijk*

*Bron: BAG (2021). Bewerking Stec Groep (2022). *Gebaseerd op best beschikbare informatie per woning. Als er een label is vastgesteld dan is dat label gehanteerd, anders is een voorlopig label toegekend op basis van bouwjaar en woningtype.

5.1 Een toekomstbestendige en energieneutrale woningvoorraad We willen de CO2-reductiedoelstellingen in Vlissingen wijk voor wijk gaan realiseren. Dat is een forse opgave, die nagenoeg de hele bestaande voorraad beslaat. Tot op heden zijn er immers pas zo’n 900 woningen aardgasvrij (nog geen 4% van de totale voorraad). De woningcorporaties in Vlissingen hebben de energielabels de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd. Zij zitten gemiddeld ongeveer op energielabel B. De woningen van Zeeuwland zitten op gemiddeld label A. In de prestatieafspraken blijven we hier samen aandacht voor houden. De meeste ‘winst’ is echter te behalen bij het verduurzamen van bestaande woningen van particuliere eigenaren. Zij moeten in 2030 minimaal op label D zitten. Hier ligt dan ook de grootste opgave in Vlissingen. In de Strategische Visie wordt de ambitie verwoord: “Nieuwe en bestaande woongebieden zijn (in 2040) klimaatneutraal door nul-op-de-meterwoningen en daarnaast ook

40

klimaat-adaptief. Deze moderne, groenere woonwijken van de toekomst zijn aantrekkelijker en worden hoger gewaardeerd op de markt.”

Klimaat- en energietransitievisie Als gemeente willen we graag een duurzame transitie stimuleren. De duurzame transitie omvat meer dan de energietransitie. Het gaat niet alleen om aardgasvrije wijken via energiebesparing in woningen en het gebruik van circulaire bouwmaterialen. Het gaat ook om klimaatadaptatiemaatregelen in de leefomgeving. Denk aan bijvoorbeeld het klimaat adaptief maken van tuinen en openbare ruimte door meer groen aan te brengen om hittestress te voorkomen. Deze duurzame transitie wordt verder uitgewerkt in het programma Toekomstbestendige leefomgeving. Daarnaast moeten we voor droog en veilig wonen rekening houden met de gevolgen van een mogelijke zeespiegelstijging. In Vlissingen is op 9 december 2021 de Transitievisie Warmte vastgesteld. Hierin staat onder andere beschreven dat aardgasvrij bouwen de regel is, dat we in 2030 bijna de helft minder CO2 uitstoten, en dat Vlissingen in 2050 klimaatneutraal is. We gebruiken deze periode om stapsgewijs de overstap te maken en benutten hier zoveel als mogelijk natuurlijke momenten voor.

In de aanpak per wijk hanteren we de volgende uitgangspunten: • Iedereen kan meedoen: We streven naar haalbare en betaalbare oplossingen voor alle inwoners • We gaan voor een eerlijke en klimaatrechtvaardige transitie: We gaan zorgvuldig en stapsgewijs te werk, we houden rekening met individuele situaties of knelgevallen en zoeken naar de beste oplossing voor iedere situatie. De energietransitie mag geen energiearmoede veroorzaken of versterken en waar mogelijk moet de transitie deze zelfs verminderen. • Inwoners doen mee: Voldoende draagvlak is cruciaal aangezien de energietransitie iedereen raakt. We geven gehoor aan ideeën en bieden ruimte aan eigen initiatieven. We streven naar een betaalbare energierekening als belangrijke randvoorwaarde voor draagvlak voor en deelname aan de klimaat- en energietransitie. • We zetten beweging in gang: Om ervoor te zorgen dat we in beweging komen, hebben we aandacht voor quick wins en laaghangend fruit. Snelle resultaten geven energie, motiveren en vergroten daarmee het draagvlak. Er is niet één oplossing: het bundelen van geldstromen en slim samenwerken is cruciaal. We doen dit dan ook niet alleen. We trekken hierbij op met onze woningcorporaties l’escaut en Zeeuwland en haar huurders En uiteraard met andere Zeeuwse regio’s en onze Walcherse buurgemeenten.

Woningeigenaar is verantwoordelijk, gemeente helpt en faciliteert De meeste Vlissingse inwoners hebben een koopwoning. Ruim 13 duizend van de ruim 23 duizend woningen in Vlissingen (56%) zijn koopwoningen. De huizenbezitters zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en de verduurzaming van hun woning. De gemeente Vlissingen wil ze bij de energietransitie desondanks niet aan hun lot overlaten. Daarom gaan we hen op allerlei manieren ondersteunen en faciliteren. We bekijken ook of we de bestaande ondersteuningsinstrumenten, zoals het verstrekken van leningen voor energiebesparende

41

maatregelen en zonnepanelen, kunnen verruimen. Daarnaast verkennen we (nieuwe) financiële instrumenten.

Verduurzaming woningvoorraad L’escaut en Zeeuwland Voor corporaties is een meer zelfstandige rol weggelegd. Zij hebben de afgelopen jaren al flinke stappen gemaakt in de verduurzaming van hun voorraad. De woningen van Zeeuwland zitten gemiddeld al op energielabel A, die van l’escaut gemiddeld op label B. Bij het maken van prestatieafspraken maken we concreet hoe we de verduurzaming van de sociale huurvoorraad voortzetten en verder versnellen. Belangrijk punt daarbij is dat we in het zo genoemde Middengebied in Vlissingen (omgeving Nieuwe Bonedijkbuurt', 'Het Fort, Bloemenbuurt' en de 'Hercules Segherslaan en omgeving) grote verduurzamingsopgave zien en begonnen zijn met uitvoeren. • Corporaties hebben een beleid waar woningen die niet meer onderdeel zijn van een blok woningen en of staan in wijken waar er geen of bijna geen sociaal bezit aanwezig is deze te verkopen aan (in eerste instantie huurders van die woningen). Wij zijn hier geen voorstander van gezien de huidige krapte op de woningmarkt. Daar waar dit toch noodzakelijk is gaan wij er van uit dat woningen indien mogelijk al energielabel B hebben voordat de corporatie overgaat tot uitponden. • In de prestatieafspraken maken we afspraken over portiekflats in bezit van corporaties.

Veelal zijn dit woningen met lage energieprestaties en die niet levensloopgeschikt te maken zijn, waardoor herstructurering en wellicht deels sloop en vervangende nieuwbouw nodig kan zijn. • L’escaut en Zeeuwland hanteren voor de verduurzaming/energietransitie van haar woningen de volgende ambities/doelstellingen: a. De ambitie van het Rijk is dat in 2050 de woningvoorraad CO2- en klimaatneutraal te hebben. Uiterlijk in 2050 moeten alle woningen voldoen aan het Standaard-niveau (de nieuwe isolatienorm van het Rijk). L’escaut streeft ernaar dit doel al in 2036 te bereiken, Zeeuwland vier jaar later in 2042. b. In de afspraken tussen de minister van (BZK) en Aedes over de verlaging van de verhuurderheffing per 1 januari 2022 is afgesproken dat de corporatiessector uiterlijk in 2028 alle E, F en G-labels uit de sector heeft laten verdwijnen. L’escaut en Zeeuwland geven aan dit doel al dit doel al in 2026 te bereiken, vier jaar later in 2042. We mogen als gemeente niet ontevreden zijn met deze ambities van onze corporaties. We gaan wel het gesprek aan met L’escaut en Zeeuwland over aanscherping en versnelling van deze ambities en plannen, zodat ze voldoen aan de aangescherpte klimaat- en energietransitie doelstellingen van de Rijksoverheid en de klimaat- energieafspraken die over de sociale huursector zijn gemaakt met Aedes vereniging van woningcorporaties en de VNG.

Dat moet uitmonden in nieuwe of herziene prestatieafspraken ter zake.

5.2 Uitvoeringsprogramma energie- en klimaatneutrale wijken en dorpen 1. Een meer gedetailleerd en concreter programma maken om de doelstellingen in de paragraaf ‘Energietransitie doelstellingen voor de Vlissingse woningvoorraad’ te realiseren. Hier zal aan gewerkt worden in 2024/25 2. We gaan de uitvoering en realisatie van de energietransitie ondersteunen met goede relevante data en informatie. Onderdeel daarvan is data m.b.t. het energieverbruik en de energieproductie van de woningvoorraad. Dit dient als input voor het programmatisch uitvoeren van de energietransitie.

42

3. We zetten in op betere isolatie van woningen en energiebesparing. Dit doen we met een vorm van stadsvernieuwing gecombineerd met sociale vernieuwing. 4. We gaan de (vooral kleinere) VvE’s ondersteunen in het verduurzamen van hun bezit en activeren waar dat nodig is. 5. Naast de mogelijke inzet van eigen middelen maken we waar mogelijk gebruik van de landelijk/provinciaal beschikbaar gestelde subsidies voor verduurzaming. We leggen in de verduurzamingsopgave nadrukkelijk de link met de Strategische Visie, de Transitievisie Warmte en de KASZ (Klimaatadaptatiestrategie voor Zeeland). 6. We zetten het Duurzaam Bouwloket Vlissingen voort; hier kunnen particulieren de check doen of er landelijke, regionale of lokale subsidiemogelijkheden zijn. 7. De gemeente Vlissingen helpt inwoners van de wijken bij de energietransitie door: a. Het ondersteunen van burgerinitiatieven; b. Invulling te geven aan het Nationaal Isolatieprogramma. c. Lokale ambassadeurs faciliteren bij hun missie hun wijk te verduurzamen 8. De gemeente Vlissingen helpt woningeigenaren bij de verduurzaming van hun woning door: a. Hen actief te wijzen op de diverse subsidiemogelijkheden en leningen; b. Het Energieservicepunt Zeeland | Duurzaam Bouwloket waar Vlissingse inwoners terecht kunnen met al hun vragen over het verduurzamen van hun woning; c.

Het inrichten van subsidiemogelijkheden zoals Duurzaam thuis en de verzilverlening om de bestaande woningvoorraad te helpen verbeteren. 9. Met woningcorporaties L’escaut en Zeeuwland gaan we de volgende nieuwe afspraken maken: a. Over het plaatsen van extra zonnepanelen op hun woningbestand; b. Over wanneer hoeveel woningen daadwerkelijk van het aardgas afgaan. 10. Alle nieuwbouw initiatieven worden getoetst op circulair en natuur inclusief bouwen. Dit conform de uitgangspunten in het programma toekomstbestendige leefomgeving.

43

6 Wonen met zorg Onder de bevolking van Vlissingen is sprake van een toenemende zorgbehoefte vanuit onder andere ouderen en mensen die (moeten) uitstromen uit intramurale zorginstellingen. Bij de invulling van die zorgbehoefte moet het uitgangspunt gelden dat zorg, hulp en ondersteuning in de eigen woning of de directe omgeving ervan wordt geboden (visie Dannenberg). Het dus niet alleen de vraag of er in de toekomstbestendige woningvoorraad van Vlissingen straks voldoende woningen voor inwoners met een zorgvraag zijn, maar ook of die woningen geschikt zijn om voldoende goede zorg en hulp te verlenen, zowel door professionele zorgverleners als mantelzorgers. Tegelijkertijd is het voor de leefbaarheid en een bepaalde ondersteuningscomponent en/of welzijnscomponent van belang dat bepaalde zorgwoningen ook op de juiste plekken gevestigd zijn, zoals in de nabijheid van voorzieningen. Zorgen voor elkaar, dat is toch logisch? Het zorgen voor je familie, buren en vrienden in je woonomgeving is voor veel Vlissingse inwoners heel normaal. Dat is prachtig. Maar soms is er ook professionele zorg en hulp nodig of moet de woonomgeving worden aangepast op de zorgvraag en/of het voorkomen daarvan. De professionele zorgpartners en de gemeente Vlissingen helpen daarbij. Samen dragen we zorg voor onze inwoners. En voor (tijdelijke) ontheemden van buiten.

6.1 Combineren van wonen en zorg Wonen en zorg voor Ouderen Onder de bevolking van Vlissingen is sprake van ‘dubbele’ vergrijzing. Het aantal ouderen neemt toe, en daarbij neemt ook het aantal alleenstaande (oudere) ouderen toe. Steeds meer mensen worden oud in hun eigen woning. Het landelijk beleid is gericht op langer in een eigen woning wonen en intramurale zorgvoorzieningen (in instellingen) zijn afgebouwd. Dat leidt voor veel huishoudens tot andere wensen en eisen aan de woning en aan de toegankelijkheid van voorzieningen in de omgeving. Zeker wanneer ouderen een (grote) zorgbehoefte krijgen stelt dat eisen aan de woning die vaak niet in de huidige woning gerealiseerd kunnen worden. Of deze ambitie gerealiseerd kan worden, is o.a. afhankelijk van het feit of ouderen als echtpaar samen oud kunnen worden. In dat geval houden ze het op een verantwoorde manier zelfstandig thuis wonen, veel langer vol. Voor alleenstaande ouderen is het veelal lastiger om thuis te blijven wonen als ze hulpbehoevend worden. Het aantal ouderen in de gemeente Vlissingen, vooral de mensen van 75 jaar en ouder, is erg groot en zal de komende jaren verder stijgen. De zorgverlening aan hen zal de komende jaren door een oplopend tekort van zorgmedewerkers een stevige uitdaging worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14304170/1