CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.10 Rvs Verklaring van geen bedenkingen McDonald's Vlissingen bijlage McDonald's Vlissingen Ruimtelijke onderbouwing 2024-10-29n

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Afgifte verklaring van geen bedenkingen afwijking bestemmingsplan vestiging nieuwe McDonalds.14.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

omgevingsvergunning

Ruimtelijke onderbouwing McDonald's Vlissingen Vlissingen

DATUM IMRO IDN

29-10-2024 NL.IMRO.0718.OMBS01-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

McDonald's Vlissingen ir. C.A. Louws

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

McDonald's Nederland B.V. 20220642

AUTEUR STATUS

L. Erps

definitief

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Ligging en begrenzing projectgebied

6

1.3

Leeswijzer

8

Toelichting op het project

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Beoogde ontwikkeling

10

2.3

Geldend planologisch regime

12

2.4

Planologische afweging

15

Toetsing aan ruimtelijk beleid

16

3.1

Inleiding

16

3.2

Rijksbeleid

16

3.3

Provinciaal beleid

19

3.4

Gemeentelijk beleid

20

Toetsing aan omgevingsaspecten

24

4.1

Inleiding

24

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

24

4.3

Verkeer

24

4.4

Parkeren

30

4.5

Bedrijven en milieuzonering

31

4.6

Geluid

32

4.7

Externe veiligheid

32

4.8

Archeologie

38

4.9

Cultuurhistorie

39

4.10

Bodemkwaliteit

40

4.11

Water(toets)

42

4.12

Luchtkwaliteit

43

4.13

Ecologie

45

4.14

Duurzaamheid en energie

50

4.15

Ontplofbare oorlogsresten

52

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/55

4.16

Kabels en leidingen

53

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

55

5.1

Economische uitvoerbaarheid

55

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

55

4/55

Ruimtelijke onderbouwing

5/55

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

In 2020 is vanaf de rijksweg A58 / Sloeweg een nieuwe entree naar bedrijventerrein Souburg en de stad Vlissingen aangelegd: de Havendorpweg (figuur 1.1). Het oude tracé van de Veerhavenweg is buiten gebruik gesteld en geheel gesaneerd. Ook de Ankerweg, het doodlopende weggetje evenwijdig aan de Veerhavenweg, is grotendeels opgeruimd. Alleen het eerste gedeelte (circa 100 meter) is nog aanwezig en omgedoopt in de Louis Pasteurweg. Deze weg is opgeknapt, verlengd en omgebogen in de richting van het oude tracé. Aan de Louis Pasteurweg zijn twee percelen (perceel 1a1 en perceel 1a3) in beeld voor de vestiging van een McDonald's. Dit restaurant van circa 600 m² bvo met een McDrive past niet in het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 2.3). Daarom is op grond van artikel 2.12 lid 1, onder a, onder 3 Wabo een afwijking van het bestemmingsplan nodig. Deze ruimtelijke onderbouwing motiveert dat de vestiging van een McDonald's voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

Figuur 1.1 Nieuwe inrichting bedrijventerrein Souburg met blauw gemarkeerd het voormalige tracé Veerhavenweg (bron: gemeente Vlissingen, oktober 2019)

1.2

Ligging en begrenzing projectgebied

Figuur 1.2 toont de ligging van het projectgebied in de stad Vlissingen. Figuur 1.3 toont het besluitgebied waarop de afwijking van het bestemmingsplan betrekking heeft.

6/55

Figuur 1.2 Ligging projectgebied

7/55

Figuur 1.3 Begrenzing projectgebied (foto: provincie Zeeland)

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 licht het project toe. Na een beschrijving van het project en een toets aan het bestemmingsplan volgt de afweging dat het project voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Input voor deze afweging is de toets aan relevant beleid in hoofdstuk 3 en de toets aan omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat in de op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8/55

Hoofdstuk 2 2.1

Toelichting op het project

Huidige situatie

In paragraaf 1.1 is al geschreven dat het projectgebied aan de westzijde ligt van de Havendorpweg, sinds 2020 de nieuwe entree van bedrijventerrein Souburg vanaf de rijksweg A58. Na de buitengebruikstelling van het oude tracé van de Veerhavenweg is het projectgebied geheel gesaneerd (zie figuur 2.1). Het gehele oude tracé wordt ontwikkeld als bedrijventerrein. McDonalds vestigt zich op het meest noordelijke perceel van deze uitbreiding van Souburg II (zie figuur 1.3).

Figuur 2.1 Projectgebied bezien vanuit het zuiden (foto: Rho-adviseurs) Aan de noordwestzijde grenst de locatie aan een driehoekig groengebiedje dat is ingeklemd tussen de rijksweg A58, de spoorlijn Vlissingen – Middelburg en de toekomstige uitbreiding van bedrijventerrein Souburg II. Aan de zuidzijde van de locatie ligt een nieuw fietspad (het Poorterspad), dat een verbinding is tussen Vlissingen en Souburg enerzijds en het bedrijventerrein Souburg anderzijds.

Figuur 2.2 Langs de grenzen van de projectlocatie (linkerzijde: rand driehoekig groen perceel; rechterzijde het fietspad met fietstunnel onder Havendorpweg (foto: Rho-adviseurs)

9/55

2.2

Beoogde ontwikkeling

De vestiging van McDonald's is circa 600 m² bvo groot, op een perceel van 5.886 m². Aan de noordkant komt een terras met een oppervlakte van 315 m² met daarop een speeltoestel. Aan de zuidkant is het bestelpunt voor de McDrive. Samen met de routing van de auto's, rond het restaurant, is de ruimte voor de McDrive 620 m². Aan de overkant van de Havendorpweg is de vestiging van een Burger King geprojecteerd. Zo ontstaat aan de entree van het bedrijventerrein een fastfoodhub, voor zowel passanten als bezoekers en werkers op het bedrijventerrein. (De behoefteberekening in paragraaf 3.2.3 en bijlage 1 houdt met beide vestigingen rekening.) De rest van het projectgebied wordt ingericht met parkeerplaatsen en groenvoorzieningen. Paragraaf 4.4 licht de parkeerbalans nader toe.

Figuur 2.3 Inrichting beoogde ontwikkeling

10/55

Over een groot aantal parkeerplaatsen worden overkappingen geplaatst met daarop zonnepanelen. De locatie van deze 'energieluifels' zijn aangeduid in figuur 2.3 en voor een impressie van de bouwwerken wordt verwezen naar paragraaf 4.14 Duurzaamheid en energie. Bij het restaurant wordt ook een reclamemast (een 'verwijsmast') geplaatst, aan de noordkant van het perceel, nabij het kruispunt Havendorpweg-A58. Er zijn drie mogelijke masthoogtes onderzocht op de visuele impact op de omgeving. Er is gekozen voor een hoogte van 35 m. Het aantal logo's wordt beperkt tot alleen een open top logo (het zgn. keystone logo). Een presentatie van de mast is opgenomen in bijlage 2. Bij deze hoogte is de mast aan de ene kant voldoende zichtbaar voor passanten en is hij aan de andere kant niet op grotere afstand aanwezig in het landschap. Figuren 2.3 en 2.4 tonen de zichtbaarheid van de mast relatief dichtbij de vestiging, vanaf respectievelijk de Havendorpweg en de rijksweg A58. Verderop is de mast niet meer waarneembaar.

Figuur 2.4 Oude en nieuwe situatie vanaf de Louis Pasteursweg

Figuur 2.5 Oude en nieuwe situatie vanaf de rijksweg A58

11/55

Figuur 2.6 Locaties Oude Havendorpweg en de rijksweg A58 vanwaar figuren 2.4 en 2.5 zijn samengesteld.

2.3

Geldend planologisch regime

Geldende bestemmingsplannen Voor het projectgebied geldt nu het volgende planologisch regime: 1. Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Souburg', vastgesteld op 30 mei 2013. Op het projectgebied zijn in dit plan de volgende bestemmingen van toepassing: a. bestemming 'Bedrijventerrein' met de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2’. Hierin zijn bedrijven toegestaan uit categorie 1 tot en met categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerrein Souburg. Er gelden een maximum bebouwingspercentage van 75% van het bouwperceel en een maximum bouwhoogte van 12 meter, zowel voor gebouwen als voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b. bestemming 'Verkeer' ten noorden van de bestemming 'Bedrijventerrein'. In deze bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen: 'Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in 'Bedrijventerrein', mits de wijziging niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de aangrenzende percelen.' Hiervan is met het navolgend wijzigingsplan gebruik gemaakt. c. (dubbel)bestemming 'Waarde-Archeologie'. Op grond van deze dubbelbestemming moeten, ter bescherming en veiligstelling van archeologische waarden, bodemingrepen die dieper gaan dan 40 cm onder maaiveld en die een oppervlakte hebben groter dan 500 m2 worden voorafgegaan door (verkennend) archeologisch onderzoek. 2.

Wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg - herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie ', vastgesteld op 16 februari 2022. In dit wijzigingsplan heeft het plangebied ook de bestemming 'Bedrijventerrein: met de aanleg van de nieuwe entree (zie paragraaf 1.1) kon de bestemming 'Verkeer' in het basisplan 'Bedrijventerrein Souburg' komen te vervallen. Het wijzigingsplan verwijst naar dat basisplan voor de regels die op grond van de bestemming 'Bedrijventerrein' van toepassing zijn. Binnen de planbegrenzing van het wijzigingsplan zijn voor het grootste gedeelte bedrijven toegestaan uit categorie 1 tot en met categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerrein Souburg en voor een klein deel bedrijven tot en met categorie 4.2. 3. Paraplubestemmingsplan parkeernormering , vastgesteld op 5 juli 2018. In dit paraplubestemmingsplan is,

12/55

overkoepelend aan alle toen geldende bestemmingsplannen in de gemeente Vlissingen, de parkeerverplichting bij ruimtelijke ontwikkelingen juridisch verankerd, na vaststelling van het Parkeerbeleidsplan Vlissingen 2017-2022 op 30 november 2017 en daarna de Nota parkeernormering Vlissingen 2018-2022 op 20 maart 2018.

Figuur 2.7 Uitsnede bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Souburg' met globale ligging projectgebied

13/55

Figuur 2.8 Uitsnede wijzigingsplan 'Bedrijventerrein Souburg - herontwikkeling Veerhavenweg, vergroting bouwvlak, archeologie' met globale ligging projectgebied Toets aan geldende bestemmingsplannen De bestemming 'Bedrijventerrein' in het geldende bestemmings- en wijzigingsplan staat het gebruik van de gronden voor horeca niet toe. Het gebouw van het restaurant en bijbehorende bouwwerken, zoals de bebording, voldoen wel aan de bouwregels. Dit, met uitzondering van de verwijsmast die met een bouwhoogte van 35 meter afwijkt van de maximaal toegestane bouwhoogte van 12 meter. In de paragraaf hierna is onderbouwd dat de vestiging van een McDonald's, wat betreft zowel bouwen als gebruik, voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke onderbouwing. Wat betreft de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden, in het licht van de dubbelstemming 'Waarde-Archeologie', is in paragraaf 4.8 nader toegelicht hoe hieraan in dit project invulling is geven. Wat betreft de parkeerverplichting op grond van het Paraplubestemmingsplan Parkeernormering vindt in paragraaf 4.3 een nadere toelichting en verantwoording plaats.

14/55

2.4

Planologische afweging

Bouw en gebruik van een fastfoodrestaurant zijn stedenbouwkundig passend op deze locatie. Het gebouw van het restaurant en de bijbehorende bouwwerken, zoals de verwijsmast, voegen zich naar de (toekomstige) bedrijfsbebouwing eromheen en sluiten aan op de economische en infrastructurele aard van de omgeving. Aan de nieuwe entree van het bedrijventerrein en richting het centrum van Vlissingen draagt de vestiging van McDonald's bij aan een groter voorzieningenaanbod in Vlissingen en op de corridor A58/N288. Op regionaal en gemeentelijk schaalniveau draagt ze bij aan de economische ontwikkeling in regio en gemeente. Het project is dan ook in overeenstemming met hiervoor relevant beleid (hoofdstuk 3). De functionele wijziging van het gebruik leidt voor de meeste omgevingsaspecten niet tot andere gevolgen voor de fysieke leefomgeving dan als gevolg van het al toegestane gebruik. Een nieuwe horecavestiging vergt echter wel een nadere afweging in ruimtelijk-economisch perspectief ('ladder voor duurzame verstedelijking', paragraaf 3.2.3) en een nadere afweging op het gebied van verkeer en parkeren (paragrafen 4.3 en 4.4). Hieruit en uit de toets aan de andere omgevingsaspecten volgt dat deze geen belemmering zijn voor het project (hoofdstuk 4).

Omdat het project in overeenstemming is met relevant beleid en omdat relevante omgevingsaspecten geen belemmering zijn voor het project, volgt uit deze planologische afweging dat het project voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en dat het daarmee planologisch aanvaardbaar is.

15/55

Hoofdstuk 3 3.1

Toetsing aan ruimtelijk beleid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling getoetst aan relevant rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Deze toetsing geldt als basis voor de planologische afweging.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Beleidskader De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin

16/55

meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; duurzaam economisch groeipotentieel. Toetsing en conclusie Het project is op nationaal niveau zo kleinschalig dat het geen invloed heeft op nationale belangen. Het project is niet strijdig met de uitgangspunten van de NOVI. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Beleidskader Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet voorziet het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in de juridische borging van het veertien belangen van het nationaal ruimtelijk beleid: de regels in het Barro moeten worden geïmplementeerd in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Toetsing en conclusie Geen van de veertien nationale belangen waarvoor het Barro regels stelt, is voor (de ontwikkeling van) het projectgebied van belang.

3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening Eisen aan de toelichting In het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) is geregeld dat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd: een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de uitkomsten van het overleg met officiële instanties; de uitkomsten van het verrichte onderzoek; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. Op al deze punten wordt in voorliggende ruimtelijke onderbouwing ingegaan. Ingevolge artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor) is dit artikel ook van toepassing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling die met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo mogelijk wordt gemaakt. Ladder voor duurzame verstedelijking Verder is in (artikel 3.1.6. lid 2) van het Bro vastgelegd dat voor stedelijke ontwikkelingen de zogenoemde 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet worden gehanteerd. Dit is een instructieregel en heeft tot doel zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Een voorgenomen stedelijke ontwikkeling

17/55

moet aan deze regel worden getoetst. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Voor een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet daarnaast worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. De ladder heeft betrekking op alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen: woningbouw, kantoren, bedrijven, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. Voor 'andere' stedelijke ontwikkelingen (naast de functies wonen, winkels, kantoren en bedrijventerrein) als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro, in de vorm van een terrein is 'in beginsel' geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uit de Nota van toelichting op het Bro (2017) blijkt dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van het onderzoek naar, de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de uitkomsten dienen te zijn opgenomen in de plantoelichting.

Daaruit blijkt voorts dat het primair aan de bestuursorganen is om op basis van het ruimtelijke verzorgingsgebied van de nieuwe stedelijke ontwikkeling te bepalen hoe uitgebreid het onderzoek moet plaatsvinden, met welke bestuursorganen en diensten het overleg over de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gevoerd en tot welk gebied de onderbouwing van de behoefte zich uitstrekt. Dit gebied kan verschillen naar gelang de aard en de omvang van de voorziene stedelijke ontwikkeling in relatie tot de context. Anders gezegd, van geval tot geval zal moeten worden bezien welk schaalniveau past bij de behoefte, in de leniging waarvan de door het plan mogelijk gemaakte stedelijke ontwikkeling voorziet, gelet op de aard en omvang daarvan (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek), van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:798 (Asten) en van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2921 (Geldermalsen)). Toetsing Het project voorziet met 600 m³ bvo horeca in afwijking van het bestemmingsplan in een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Daarom moet het project worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing is deze ladderonderbouwing opgenomen.

In de behoefteberekening wordt ook rekening gehouden met de geprojecteerde vestiging van een Burger King aan de oostzijde van de Havendorpweg. Op basis van analyse in de ladderonderbouwing wordt geconcludeerd dat zowel de vestiging van McDonald's als de vestiging van Burger King een aanvulling is op het voorzieningenaanbod in Vlissingen en op de corridor A58/N288. Binnen een verzorgingsgebied van 15 minuten reistijd zijn enkel in Middelburg vergelijkbare concepten te vinden. De ontwikkeling van fastfoodrestaurants groeit de afgelopen jaren hard en dit is ook op dit verzorgingsgebied van toepassing. De horeca is ten opzichte van het bestaande aanbod in Vlissingen anders qua concept en bezoekmotief. De beoogde horeca kan daarom goed naast de bestaande horeca in Vlissingen functioneren. Ook hebben de

18/55

bestaande fastfoodketens in Middelburg een eigen bezoekmotief door de ligging op een woonboulevard en de aanwezigheid van een leisurecentrum. De verwachting is dat toevoeging van een McDonald's (en een Burger King) op bedrijventerrein Souburg niet leidt tot onaanvaardbare negatieve effecten op de bestaande horeca in de omgeving. Conclusie Op grond van de ladderonderbouwing wordt geconcludeerd dat er behoefte is aan de beoogde ontwikkeling en dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Zeeuwse Omgevingsvisie (2021) Beleidskader Op 11 november 2021 hebben Provinciale Staten van Zeeland de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Zeeuwse Omgevingsvisie een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en de tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft 4 Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Toetsing en conclusie In het kader van 'uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland' is de bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen belangrijk: de aanwezigheid van een bereikbaar en toegankelijk winkelbestand en (basis)voorzieningen op gebied van onderwijs, sport, kinderopvang, zorg en cultuur draagt bij aan de leefbaarheid van een gebied voor mensen die daar wonen. De beschikbaarheid van de commerciële voorzieningen wordt in de eerste plaats bepaald door marktwerking en initiatieven van ondernemers. Provincie en gemeenten stellen kaders vast om de gewenste ontwikkelingen te bevorderen, verlenen subsidies en laten onderzoek doen. Beide zijn verantwoordelijk voor de bereikbaarheid voor alle bevolkingsgroepen.

De vestiging van een McDonald's draagt bij aan een groter voorzieningenaanbod (voor alle bevolkingsgroepen) en aan een aantrekkelijk verblijfsklimaat op bedrijventerrein Souburg. 3.3.2 Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018 Toetsingskader Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland de Omgevingsverordening 2018 vastgesteld. (Wijzigingen nadien hebben vooral betrekking op het kustfundament, zonneparken, grootschalige bedrijventerreinen en de begrenzing van natuurgebieden.) De Omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. De regels zijn vooral van belang voor het opstellen van bestemmingsplannen.

19/55

Toetsing en conclusie In artikel 2.3 'Bedrijven' van de verordening is bepaald dat bedrijven uitsluitend kunnen worden toegelaten op gronden die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening daartoe zijn bestemd alsmede op bedrijventerreinen. De bepaling is echter niet van toepassing op (onder andere) horecabedrijven. Artikel 2.23 'Bestaande natuur' heeft betrekking op de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (Zeeland). In de omgeving van deze natuurgebieden mogen geen activiteiten plaatsvinden die de wezenlijke kenmerken of waarden per saldo significant aantasten of tot een significante aantasting van de samenhang van deze gebieden leidt. Uit de toetsing of hiervan sprake is (zie paragraaf 4.13 Ecologie) blijkt dat beide niet het geval zijn. Voor het overige zijn er geen regels uit de omgevingsverordening van belang of relevant.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie 'Vlissingen stad aan zee, een zee aan ruimte' Toetsingskader De gemeenteraad van Vlissingen heeft in mei 2013 de geactualiseerde structuurvisie 'Vlissingen stad aan zee, een zee aan ruimte' vastgesteld. Met de actualisatie van de structuurvisie uit 2009 is voor de inwoners en bedrijven en organisaties die (willen) opereren in de gemeente, helderheid verschaft over het ruimtelijk beleid tot 2020. Dat ruimtelijk beleid is uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma tot 2017. Toetsing en conclusie In de structuurvisie is het projectgebied onderdeel van een ruimtelijke reservering voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen (figuur 3.1). De gemeente Vlissingen zet in de visie in op een regionale bedrijventerreinprogrammering met als een van de Vlissingse onderdelen het verder ontwikkelen van het bedrijventerrein Souburg. Met de actualisatie van de structuurvisie werd deze ontwikkeling naar de toenmalige economische omstandigheden getemporiseerd. Na verandering van deze omstandigheden nadien is bedrijventerrein Souburg inmiddels in ontwikkeling. Het projectgebied en zijn directe omgeving zijn ook aangeduid als 'stedelijke trekker nieuw', bij de stadsentree aan de oostkant van Vlissingen.

De vestiging van een McDonald's (en op termijn een Burger King) kunnen aan deze nieuwe stadsentree de rol van nieuwe stedelijke trekker vervullen: het project past dan ook binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk ruimtelijk beleid.

20/55

Figuur 3.1 Structuurvisie Vlissingen 2020 met globale ligging projectgebied (bron: gemeente Vlissingen) De structuurvisie geeft geen reden om planologische medewerking te weigeren. 3.4.2 Horecabeleid Vlissingen 2016-2020 Toetsingskader In 2016 heeft de gemeenteraad van Vlissingen de nota 'Horecabeleid Vlissingen 2016-2020' vastgesteld. Het doel van de nota 'Horecabeleid Vlissingen 2016-2020' is om een flexibel kader te bieden aan de horeca, zodat de branche versterkend en stimulerend kan zijn voor de lokale economie. Een positieve beleving van de stad is een belangrijke voorwaarde om de economische bedrijvigheid te stimuleren en om meer bezoekers en bestedingen aan te trekken; de horeca heeft daarin een belangrijke functie. De speerpunten van het horecabeleid zijn: 1. ruimte voor en vertrouwen in de horeca-ondernemer en 2. (uitgangspunten voor de) vestiging van nieuwe horeca. Over de vestiging van nieuwe horeca geeft de nota aan dat een gevarieerd en hoogwaardig horeca-aanbod voor verschillende doelgroepen van belang is voor bewoners en ondernemers, maar ook voor het aantrekken van toeristen en potentiële nieuwe bedrijven: een gevarieerde horeca draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Vooral de horeca in het centrum van Vlissingen is van belang voor de attractiviteit van de stad.

Stilstand betekent achteruitgang, dus het streven is om nog meer kwaliteit toe te voegen. In Vlissingen wordt in de huidige situatie ruimtelijk een aantal gebieden onderscheiden, waar zich horeca bevindt: a. binnenstad / boulevards; b. horeca in de wijken; c. Scheldekwartier en Kenniswerf (inclusief Stationsgebied); d. woonwijken in Vlissingen en woonkernen Oost-Souburg en Ritthem

21/55

e. overig (Nollebos/Westduin, buitengebied, bedrijventerreinen). Gemeente Vlissingen zet wat betreft de uitbreiding van horeca in op het kernwinkelgebied en het horecagebied van de binnenstad (naast de mogelijkheden die de geldende bestemmingsplannen nu al bieden). Initiatieven voor kwalitatieve horeca-concepten blijven welkom, waarbij een zorgvuldige afweging wordt gemaakt of het initiatief passend is voor de betreffende locatie. Een initiatief voor vestiging van nieuwe horeca in de wijkcentra of dorpskernen zal anders worden beoordeeld dan vestiging van horeca in de binnenstad. Het initiatief moet een duidelijke toevoeging zijn aan de functies in de directe omgeving en moet ook passend zijn in de directe omgeving. Toetsing en conclusie Hoewel bij de uitbreiding van horeca de focus ligt bij het kernwinkelgebied en het horecagebied van de binnenstad, onderkent de gemeente Vlissingen het belang van een kwalitatief horeca-concept als McDonald's op het nieuwe bedrijventerrein Souburg, aan de entree richting het centrum. Het project leidt hier tot een groter voorzieningenaanbod op het bedrijventerrein en daarmee tot een aantrekkelijkere vestigingslocatie: het is een kwalitatief hoogwaardige toevoeging aan de functies in de directe omgeving. De voorgenomen locatie van de McDonald's-vestiging is uit oogpunt van verkeer en bereikbaarheid wel een goede.

Fastfoodrestaurants met drive-in hebben namelijk een duidelijke vervoerscomponent: zij trekken verkeer aan. De locatie ligt nabij grote infrastructuur. McDonald's heeft vroege openstelling ("ontbijt"), wifi en koffie. Deze punten passen bij de werkomgeving. De vestiging van McDonald's is daarom in overeenstemming met het horecabeleid van de gemeente Vlissingen. 3.4.3 Strategische visie 2040 - Blik op de toekomst (juli 2021) Deze visie stelt voor gemeentelijke doelen en zijn voor derden niet altijd even relevant of concreet. Twee thema's uit de visie zijn dat wel, namelijk gezondheid en afvalbeleid. De gemeente stimuleert gezondheid. In 2040 worden zaken als depressie, roken, alcoholgebruik, overgewicht of diabetes vanuit een bredere blik op gezondheid bekeken en bestreden. De vestiging van twee fastfoodrestaurants op het bedrijventerrein lijkt op gespannen voet te staan met het tegengaan van een slechtere leefstijl. Maar het ene hoeft het andere niet uit te sluiten. Het gaat erom dat mensen de keuze hebben om een fastfoodrestaurant te bezoeken, het veelvuldig tot zich nemen van fastfood is daarentegen af te raden. De regie wordt bij de bezoekers zelf gelaten. In dat opzicht is de locatie wel gunstiger dan en locatie in de binnenstad.

Bezoekers op de voorgenomen locatie maken een bewuste keuze om daarnaartoe te rijden en in de binnenstad (uitgaansleven) zullen er meer impulsbestedingen plaatsvinden. In de visie wordt verder gesteld dat in 2040 afval een term is uit het verleden. "We hebben het over grondstoffen. En die worden allemaal opnieuw gebruikt. Van grondstoffen uit afvalstromen tot restwarmte." McDonald's zal in dit opzicht ten minste doen wat wettelijk is voorgeschreven. De ambitie ligt echter hoger. 3.4.4 Ruimtelijk kwaliteitsbeleid De beoogde bedrijfslocatie bepaalt voor een belangrijk deel het gezicht en aanzien van bedrijventerrein Souburg ll. Gebouwen en andere objecten, alsmede de terreininrichting dienen representatief te zijn. Het Ambtelijk Toets Team (ATT), een onafhankelijke commissie die het college van de gemeente Vlissingen adviseert over 'redelijke eisen van welstand, heeft een positief welstandadvies gegeven over het gebouw van McDonald's. Na overleg met het ATT is het aantal logo's beperkt tot alleen een open top logo (het zgn. keystone

22/55

logo). Het advies van het ATT is opgenomen in bijlage 3.

23/55

Hoofdstuk 4 4.1

Toetsing aan omgevingsaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling getoetst aan alle relevante sectorale aspecten. Deze toetsing geldt als basis voor de planologische afweging.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.2.1 Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.er.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook voor de activiteiten die niet aan de drempelwaarden voldoen, moet in de vorm van een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden nagegaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. 4.2.2 Toetsing en conclusie Het project kan worden aangeduid als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig als het gebied een oppervlakte heeft van meer dan 100 hectare of meer dan 2.000 woningen of 200.000 m² bvo telt. Het project blijft met 600 m² bvo ruim onder deze drempelwaarde. Op grond hiervan is geen m.e.r.(-beoordeling) nodig. Wel moet een vormvrije m.e.r. -beoordeling plaatsvinden. Hiervoor is een m.e.r-beoordelingsnotitie opgesteld op basis waarvan het bevoegd gezag op 7 mei 2024 heeft besloten dat geen milieueffectrapportage voor het project nodig is.

Uit de beoordeling van de mogelijke gevolgen van het project voor de fysieke leefomgeving (zie hiervoor ook de paragrafen 3.2.3 en 4.3 tot en met4.16 ) volgt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu zullen optreden. De m.e.r.-beoordelingsnotitie is als bijlage 4 opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing.

4.3

Verkeer

4.3.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving die relevant is voor het project. Wel moet worden onderbouwd dat het voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en dat er in de gebruiksfase voldoende parkeergelegenheid aanwezig is (zie paragraaf 4.4).

24/55

Het algehele mobiliteitsbeleid van de gemeente Vlissingen is verwoord in het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP). De algemene visie en insteek van het GVVP is samengevat in een aantal thema’s: 1. Een sterke maatschappelijke en economische ontwikkeling staat of valt bij een sterke verkeersstructuur. Het optimaal benutten van de maatschappelijke en economische kracht van de regio. 2. Vlissingen kent een sterk netwerk van radiaalstructuren zonder inbreuk op leefbaarheid in de wijken. 3. Faciliteren van vervoer over water vanuit nieuwe ontwikkelingen Scheldekwartier. 4. In de binnenstad zoveel mogelijk parkeren aan de randen en in parkeergarages. Voor nieuwe ontwikkelingen gebruikt de gemeente de CROW-richtlijnen om het aantal parkeerplaatsen te bepalen. 5. De Sloebrug als poort naar Walcheren moet zo min mogelijk een belemmering zijn in de bereikbaarheid. Mogelijke oplossingen zijn een verhoogde Sloebrug of vervanging van de brug door een tunnel. 6. Fietsers moeten de mogelijkheid hebben zich snel en veilig te verplaatsen. 7. Vlissingen zet in op een hoogwaardig openbaar vervoer netwerk (zeker in relatie tot onderwijsinstellingen). 8. Kwetsbare verkeersdeelnemers verdienen extra aandacht; enerzijds middels fysieke aanpassingen anderzijds via gedragsbeïnvloeding en educatie.

4.3.2 Toetsing Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en met het oog op (behoud van) een sterke verkeerstructuur conform het GVVP is de verkeersgeneratie van het project en het effect ervan op de verkeersstructuur onderzocht. Verkeersontsluiting In figuur 4.1 is de indicatieve verkavelingsopzet weergegeven van het westelijk deel van bedrijventerrein Souburg. Het kavel waar McDonald's wordt gevestigd is daarin aangeduid als 1a1. De wegenstructuur ten noorden van het fietspad nog niet definitief bepaald. Voor de vestiging van McDonald's is een 'cul de sac' uitgangspunt, overeenkomstig de indicatieve wegenstructuur. Afhankelijk van de definitieve verkavelingsopzet kan eventueel worden gekozen voor een ontsluiting om een bedrijfsperceel heen. In beide scenario's is de vestiging van McDonald's goed ontsloten: auto's kunnen goed in- en uitrijden, vrachtauto's moeten vanaf de openbare weg achteruit inrijden. Vrachtwagens maken de manoeuvre richting laad- en losstrook achteruit via de zuidelijke ingang van het parkeerterrein. Deze beweging is met draaicirkels onderzocht en mogelijk. Rechts achteruit rijden heeft normaal gesproken niet de voorkeur. Het alternatief, de vrachtwagens via de noordzijde van het parkeerterrein laten rijden, leidt echter tot meer potentiële conflictsituaties tussen de vrachtwagen en overstekenende voetgangers.

Het inrijden en wegrijden in de situatie dat er een cul de sac wordt aangelegd, is weergeven in figuur 4.2.

25/55

Figuur 4.1 Indicatieve verkavelingsopzet westelijk deel bedrijventerrein Souburg (bron: gemeente Vlissingen)

26/55

Figuur 4.2 Mogelijke ontsluiting van het perceel voor bevoorradingsverkeer achteruit inrijden en parkeren / vooruit wegrijden (bron: De Bont Groep) Verkeersgeneratie Voor de berekening van de verkeersgeneratie van een vestiging van McDonald's hanteert McDonald's een eigen model dat, in afwijking van de CROW-publicatie 318 'Toekomstbestendig parkeren', rekening houdt met onder meer de specifieke omvang, locatie en stedelijkheidsgraad van zo'n vestiging en ook met een McDrive. Voor de beoordeling van het effect op de verkeersstructuur is de verkeersgeneratie op het drukste moment van de dag maatgevend. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de verkeersgeneratie op een werkdag en in het weekend. Op beide dagen ligt het maatgevende moment in de avond tussen 17.00 en 19.00 uur. (In de ochtenduren is het rustiger in het restaurant.) Tabel 4.1 toont het aantal verkeersbewegingen per uur op het maatgevende moment op een werkdag en een weekenddag, gelijkelijk verdeeld over aankomst en vertrek. Dit extra verkeer verdeelt zich op de Oude Veerhavenweg in de westelijke en oostelijk richting. Tabel 4.1. Verkeersgeneratie per uur op het drukste moment van week- en weekenddag weekdag 17.00-19.00 uur weekenddag 17.00-19.00 uur aantal aankomsten 36 98 aantal vertrekken 36 98 totaal 72 196 Daarnaast is er sprake van vrachtverkeer voor het aanleveren van goederen en het ophalen van afval.

Voor deze

27/55

locatie is de verwachting dat er 7 vrachtwagens per week komen. De expeditie vindt plaats buiten de drukke momenten. Effect verkeersgeneratie Voor de beoordeling van het effect van de extra verkeersgeneratie op de verkeersstructuur heeft is in opdracht van de initiatiefnemer een verkeersanalyse verricht (zie bijlage 5). Met input van het prognosemodel, de extra verkeersgeneratie en de verdeling ervan over de Oude Veerhavenweg is beoordeeld of het extra verkeer leidt tot een negatief effect op de (verkeers)doorstroming en verkeersveiligheid. Hierna zijn de bevindingen samengevat. 1. De Oude Veerhavenweg kruist in de westelijke richting de spoorwegovergang. Beoordeeld is of het verkeer vanaf de rotonde Havendorpweg-Oude Veerhavenweg de inrit van McDonald's nog kan bereiken als, tijdens de ochtend- en avondspits, de spoorbomen gesloten zijn. De dienstregeling 2021/2022 gaat uit van 3 treinen per richting per uur. De spoorbomen zijn per trein 2 minuten dicht en in die periode kan de wachtrijlengte tot 96 ('s ochtends) of 102 meter ('s avonds) oplopen. Het wegvak tussen de spoorbomen en de inrit is echter 115 meter lang, zodat het verkeer de inrit van McDonald's nog kan bereiken als de spoorbomen gesloten zijn. 2. Ook is de doorstroming op het kruispunt Oude Veerhavenweg-Louis Pasteurweg (de inrit van McDonald's)-Westerhavenweg beoordeeld, aan de hand van het programma OMNI-X.

Volgens dat programma is de doorstroming in alle rijrichtingen op het kruispunt redelijk tot goed. Het is niet nodig om extra rijstroken aan te leggen. 3. De Louis Pasteurweg kruist ook het vrijliggende fietspad van het centrum van Vlissingen naar bedrijventerrein Souburg (zie onder andere foto's in figuur 2.2). Ter hoogte van de Louis Pasteurweg gaan de fietsers in of uit een fietstunnel. Aan de hand van een zichtdriehoekanalyse is beoordeeld of sprake is van een potentieel gevaarlijke verkeerssituatie (figuur 4.3). Er is daarbij rekening gehouden met oprijzicht en stopzicht bij een snelheid van 30 km/uur. Voor de bromfiets is dit iets hoger dan de maximumsnelheid (25 km/uur). Conform de aanbeveling uit de verkeersanalyse krijgt het fietspad voorrang op het kruisende gemotoriseerde verkeer, wordt een verhoogd kruispuntplateau gerealiseerd en worden binnen de zichtdriehoek geen struiken geplant. Uit de zichthoekanalyse blijkt dat zo sprake is van goed zicht vanuit alle verkeersdeelnemers. Voorwaarde is wel om binnen de zichtdriehoek geen struiken te planten.

28/55

Figuur 4.3 Zichtdriehoekanalyse (bron: Goudappel) Fiets- en voetverkeer Dankzij het vrijliggend fietspad van het centrum van Vlissingen naar bedrijventerrein Souburg is ook de nieuwe vestiging van McDonald's goed met de fiets of te voet bereikbaar. In het projectgebied voorziet McDonald's in ruime mate in stallingsmogelijkheden voor fietsen en brommers. Door de gemeente is het kruisen van het fietspad met de -Louis Pasteurweg nader beoordeeld op het punt van verkeersveiligheid. Die beoordeling is opgenomen in bijlage 6. Op basis daarvan is overeengekomen om het kruisingsvlak aan te passen. Het fietspad krijgt enkele bochten en zal haaks de ontsluitingsweg voor McDonalds kruisen. Omdat de gemeente de fietser het primaat wil geven, is het voorstel om de huidige voorrangsregeling te behouden en aanpassingen door te voeren die noodzakelijk zijn om dit op een veilige wijze te doen.

29/55

Figuur 4.4 Inrichting kruisingsvlak Louis Pasteurweg - fietspad bron: Gemeente) 4.3.3 Conclusie De ontsluiting voor de verschillende vervoerswijzen is goed te noemen. Op basis van de uitgevoerde verkeersanalyse wordt geconcludeerd dat de extra verkeersgeneratie, zowel gemotoriseerd verkeer als langzaam verkeer, niet leidt tot problemen in de verkeersafwikkeling.

4.4

Parkeren

4.4.1 Toetsingskader Op 30 november 2017 heeft de gemeenteraad van Vlissingen het Parkeerbeleidsplan Vlissingen 2017-2022 vastgesteld. In vervolg daarop heeft de gemeenteraad op 20 maart 2018 de uitwerking ervan vastgesteld: de Nota parkeernormering Vlissingen 2018-2022. Deze nota is vervolgens juridisch verankerd in het Paraplubestemmingsplan Parkeernormering, vastgesteld op 5 juli 2017 (zie ook paragraaf 2.3). In veel steden en kernen in Nederland is de vitaliteit van binnensteden onder druk komen te staan door minder consumentenbestedingen, meer leegstand van winkels en minder investeringsmogelijkheden in openbare ruimte. Terwijl het belangrijker is geworden om ruimtelijk-economische initiatieven adequaat te faciliteren, was de parkeervraag vaak een ‘starre eis’ waar veel discussie over ontstond en waardoor ontwikkelingen soms dreigden te stagneren. Met het oog op een meer flexibelere benadering van de toepassing van parkeernormen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en daarmee de stimulering van ruimtelijk-economische initiatieven, is het Parkeerbeleidsplan vastgesteld en biedt de Nota Parkeernormering Vlissingen 2018-2022 naast parkeernormen ook flexibiliteit in de toepassing daarvan. Het uitgangspunt is dat een bouwplan op eigen terrein aan de parkeerplaatsverplichting kan voldoen. Ook McDonalds is gebaat bij voldoende parkeren.

Te weinig parkeerplaatsen zorgen voor oponthoud op de

30/55

toegangsweg, omkerende klanten en kost omzet. Voor de beoordeling of er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd, hanteert de gemeente Vlissingen parkeernormen die zijn vastgelegd. In bijlage 2 van het Paraplubestemmingsplan Parkeernormering. Wanneer aantoonbaar blijkt dat dit niet mogelijk is, kan hiervan op 4 manieren volgordelijk worden afgeweken: parkeren opvangen door benutting bestaande parkeerruimte; aanleg parkeerplaatsen in de openbare ruimte; afkopen parkeervraag door financiële bijdrage in het mobiliteitsfonds; toepassen afwijkingsbevoegdheid college van B&W. 4.4.2 Toetsing Conform de Nota Parkeernormering Vlissingen 2018-2022 ligt het projectgebied in het gebiedstype 'Rest bebouwde kom (Vlissingen, Oost-Souburg en Ritthem)'. Er kan voor een fastfoodrestaurant worden aangesloten bij de parkeernorm voor restaurant, op grond van de richtlijn in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren; kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. De richtlijn tekent daarbij aan dat de parkeerbehoefte bij deze functie in sterke mate afhankelijk is van het aantal zitplaatsen en van het autogebruik van de bezoekers. In het gebiedstype 'Rest bebouwde kom (Vlissingen, Oost-Souburg en Ritthem)' geldt per 100 m² bvo restaurant een (theoretische) parkeernorm van 13,0 parkeerplaatsen. In totaal zijn op basis van de parkeernorm (6 x 13,0 =) 78 parkeerplaatsen nodig.

In het huidige inrichtingsplan is rekening gehouden met dit aantal. De Nota Parkeernormering Vlissingen 2018-2022 stelt geen norm ten aanzien van het aantal fietsparkeerplaatsen. Niettemin houdt het inrichtingsplan rekening met voldoende stallingsmogelijkheden voor fietsen en brommers. 4.4.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect parkeren de uitvoering van het project niet in de weg staat.

4.5

Bedrijven en milieuzonering

4.5.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Een fastfoodrestaurant is geen gevoelige functie in de zin van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering en evenmin een geluidgevoelig gebouw in de zin van de Wet geluidhinder (zie paragraaf 4.6). Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is aan de hand van de VNG-publicatie getoetst of de vestiging van een McDonald's effect heeft op nabijgelegen milieugevoelige functies.

31/55

4.5.2 Toetsing en conclusie De dichtstbijzijnde milieugevoelige functies zijn 4 woningen aan de Edisonweg op circa 275 meter en een bestemming 'Maatschappelijk' op 175 meter aan de overzijde van de rijksweg A58. Beide liggen conform de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' in het gebiedstype 'Gemengd gebied': direct naast de woningen zijn bedrijven toegestaan tot milieucategorie 3.1 en de bestemming 'Maatschappelijk' ligt direct langs de hoofdinfrastructuur. De richtafstand van een fastfoodrestaurant is voor dit gebiedstype 50 m. Daarmee wordt aan de richtafstand voldaan en is uit het oogpunt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' sprake van een goed woon- en leefklimaat. (Bovendien ligt de vestiging van McDonald's in een gebied dat nu bestemd is voor bedrijven tot milieucategorie 4.1 met een richtafstand van 200 meter en bedrijven tot milieucategorie 4.2 met een richtafstand van 300 meter.)

4.6

Geluid

4.6.1 Toetsingskader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt het wettelijke toetsingskader voor het aspect geluid. Als in de geluidzone van een weg, in de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein of in de geluidzone van een spoorweg een nieuwe geluidgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt, is in het kader van de ruimtelijke procedure daarvoor een akoestisch onderzoek nodig. Als de geluidgevoelige functie niet in zo'n zone is geprojecteerd, moet het aspect geluid toch uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening worden beschouwd. 4.6.2 Toetsing en conclusie Een fastfoodrestaurant is geen geluidgevoelige functie in de zin van de Wgh. Ook is de wegenstructuur waarvan de vestiging van McDonald's gebruik maakt al aangepast: in het kader van de Wgh is ook geen een reconstructieonderzoek nodig. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of een verkeerstoename van meer dan 40% op aanliggende wegen waarlangs geluidgevoelige objecten (woningen) liggen, leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Pas bij een dergelijke verkeerstoename is namelijk het extra wegverkeerslawaai voor het menselijk oor waarneembaar. Uit de verkeersanalyse in paragraaf 4.3 volgt dat de extra verkeersgeneratie op aanliggende wegen ruim minder is dan 40%.

Ook uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het aspect geluid geen belemmering voor het project.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid te worden gekeken naar: bedrijven (inrichtingen) waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

32/55

Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. H et bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Op basis van het Bevi geldt vanwege risicovolle inrichtingen voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een uitgebreide omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR. Wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.

Bij een overschrijding daarvan en/of toename van het groepsrisico is een verantwoording van het groepsrisico verplicht. In de hierna vermelde gemeentelijke beleidsvisie is aangegeven dat de motivatieplicht ten aanzien van het groepsrisico zich beperkt tot relevante gevallen. Dit betreft gevallen waarin het GR de oriënterende waarde (bijna) overschrijdt of wanneer sprake is van een aanzienlijke toename (>10%) van het aantal slachtoffers. Voor die gevallen vereist de gemeente Vlissingen een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico, waarbij aandacht wordt besteed aan de criteria zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffect. Motieven voor de acceptatie van (een verslechtering van) een risicosituatie kunnen zijn: a. het opvullen van kleine open gaten of vervangende nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied; b. een voor de specifieke locatie belangrijke ontwikkeling; c. een situatie waarbij anders de externe veiligheidsproblematiek (elders) zou toenemen. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) / Basisnet Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.

Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde

33/55

gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het Bevb wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Bevi zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Het gemeentelijk toetsingskader met betrekking tot externe veiligheid is vastgelegd in de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Vlissingen (vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 2 maart 2006) en de Nota van Toelichting Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Vlissingen (vastgesteld op 28 september 2010). Daarnaast is voor het toetsingskader de Beleidsvisie Externe Veiligheid 'Verantwoorde Risico's' uit 2012 van belang. 4.7.2 Toetsing Inventarisatie risicobronnen en aandachtspunten Op basis van de provinciale risicokaart (www.atlasleefomgeving.nl, zie fragment in figuur 4.5) ligt het projectgebied in het invloedsgebied van de volgende risicobronnen: Verbrugge Zeeland Terminals, Engelandweg 12 Ritthem. Het projectgebied ligt op circa 6 km afstand van deze risicovolle inrichting.

Het ligt daarmee niet binnen de PR-contour (600 meter) maar wel binnen het invloedsgebied in het kader van de verantwoordingsplicht van het GR (7.937 meter). Het invloedsgebied is berekend door middel van een QRA. Deze afstand is berekend voor het worst case scenario (meest giftige stof, maximale hoeveelheid aanwezig en het weertype F1,5). Aangenomen kan worden dat mogelijke wijzigingen in de rand van het invloedsgebied (op een grotere afstand dan 1.500 meter) geen noemenswaardige veranderingen in het groepsrisico veroorzaken. Conform de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Vlissingen heeft de populatie op grote afstand van de bron nauwelijks invloed op de grootte van het groepsrisico. Het bevoegd gezag wordt geadviseerd om de Veiligheidsregio Zeeland in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over hulpverlening en zelfredzaamheid indien er sprake is van invloedsgebieden van risicobronnen op een grotere afstand dan 1.500 meter en er binnen het projectgebied nieuwe of bestaande objecten of functies van meer dan 250 personen aanwezig (zullen) zijn. Omdat het project op een veel grotere afstand dan 1.500 meter van deze risicovolle inrichting ligt, in een drukke stedelijke omgeving, en omdat de capaciteit van het fastfoodrestaurant (personeel en bezoekers) kleiner is dan 250 personen, is er geen significante toename van het groepsrisico.

In verband met een toxisch scenario dient wel aandacht te worden besteed aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Vaarroute Westerschelde. Ten zuiden van het projectgebied worden over de Westerschelde gevaarlijke stoffen getransporteerd. De Westerschelde is in het Basisnet Water aangeduid als een 'rode vaarweg'. Van rode routes wordt gebruikgemaakt door grote zeeschepen al dan niet met gevaarlijke stoffen. Maatgevende ongevalscenario's zijn: 1. ongeval met een zeeschip met gevaarlijke stoffen; 2. aanvaring van een binnenschip met gevaarlijke stoffen door een groot zeeschip Vanwege de status van de Westerschelde als internationale vaarroute, ligt de verantwoordelijkheid voor het monitoren en borgen van de veiligheidssituatie rondom de vaarroute over de Westerschelde bij de internationale Scheldecommissie. Het monitoren gebeurt buiten het Basisnet Water om. Eind 2011 is door

34/55

Det Norske Veritas een QRA opgesteld voor de Westerschelde: 'Actualisatiestudie 2011 risico's transport gevaarlijke stoffen Westerschelde en prognoses 2015-2030'. Voor de maatgevende contour van het PR bij rode routes geldt dat deze op de waterlijn ligt. (Uit voornoemde QRA volgt dat de PR-contour niet tot de oever reikt.) Daarnaast geldt ook een toetsingsafstand voor het plasbrandaandachtsgebied (PAG): 40 m vanaf de oeverlijn. Het projectgebied ligt zowel buiten de PR-contour als de toetsingsafstand van het PAG. Het projectgebied ligt wel binnen het invloedsgebied in het kader van het GR. De vestiging van een (fastfood)restaurant is een beperkt kwetsbaar object en moet in het kader van het GR worden verantwoord. In de eerste plaats blijkt uit voornoemde QRA dat het GR in geen enkele situatie de oriëntatiewaarde overschrijdt. In de tweede plaats: vanwege de zeer kleine percentuele bijdrage aan het aantal aanwezige personen als gevolg van het project neemt het GR met minder dan 10% toe. Omdat de ontwikkeling binnen het invloedsgebied ligt maar het GR met minder dan 10% toeneemt, kan worden volstaan met een verantwoording van de bestrijdbaarheid, de bereikbaarheid en de zelfredzaamheid. Route gevaarlijke stoffen rijksweg A58.

Op circa 50 meter afstand van het projectgebied eindigt de transportroute voor gevaarlijke stoffen over de rijksweg A58, onderdeel van Basisnet Weg (groene lijn figuur 4.5). In verband met een toxisch scenario moet aandacht worden besteed aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Gastransportleiding. Op circa 270 meter afstand van het projectgebied ligt een gastransportleiding (rode, onderbroken lijn figuur 4.5). LPG-tankstation Shell Selfservice , President Rooseveltlaan 743. Op circa 875 meter ligt een LPG-tankstation. Vesta Flushing. Op circa 870 meter ligt de BRZO-inrichting van Vesta Flushing, Oosterhavenweg 14. De locatie kan niet los worden gezien van de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein Souburg. Het maakt daar onlosmakelijk deel van uit. In het kader van het bestemmingsplan dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein mogelijk maakt, heeft al een risicobeoordeling plaatsgevonden. De vestiging van het fastfoodrestaurant zorgt wel voor meer bezoekers dan een gemiddeld bedrijf. Daarom is hierna ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid, de bereikbaarheid en de zelfredzaamheid.

35/55

Figuur 4.5 Risicokaart en ligging projectgebied (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Bestrijdbaarheid Ongevallen met gevaarlijke stoffen (toxische en brandbare stoffen) kunnen tot grote slachtofferaantallen leiden. De grootste bedreiging wordt gevormd door een grote ontsnapping van brandbaar gas (ammoniak), gevolgd door een wolkbrand of een gaswolkexplosie. Afhankelijk van de weersomstandigheden (en de grootte van de ontsnapping) kan in beide gevallen het ongeval binnen 10 tot 20 minuten na het initiële ongeval tot schadelijke effecten op het bedrijventerrein Souburg en dus op de projectlocatie kunnen leiden. De aanwezigen in het gebied kunnen dan ook nauwelijks tijdig worden gewaarschuwd bij een ongeval. De mogelijkheden van de hulpverleningsdiensten om deze ongevallen te bestrijden zijn beperkt. Bij ongevallen met toxische stoffen is het van belang, dat de alarmering snel verloopt en dat er snel voor wordt gekozen om de bevolking te waarschuwen met het advies: ramen en deuren en ventilatieopeningen sluiten. Personen die zich binnen bevinden worden namelijk in grote mate beschermd tegen warmtestraling. Bij het optreden van drukeffecten kan het verblijf binnenshuis echter ook tot extra gewonden of zelfs doden leiden (als

36/55

gebouwen instorten, of door brokstukken, gesprongen ramen). Met de huidige middelen is het voor de hulpverleningsdiensten niet mogelijk om de effecten van een wolkbrand of wolkexplosie te voorkomen. In deze scenario's is het van belang dat de brandweer snel ter plaatse van het ongeval is om een inschatting te maken van de situatie en dat de leiding en het personeel van McDonald's weten hoe te handelen bij een dergelijke calamiteit. Bij de concrete invulling van de openbare ruimte zal aansluiting worden gezocht bij de handleiding 'Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid' van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). Deze invulling wordt in overleg met de gemeentelijke brandweer/Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) bepaald. In verband met de mogelijke scenario's die zich op de Havendorpweg kunnen voordoen, is met de VRZ overlegd of het gebouw kan worden opgeschoven, verder van de Havendorpweg, of dat het omdraaien van het terras met een deel van het parkeerterrein tot de mogelijkheden behoort. Beide aanpassingen in het ontwerp zijn om de volgende redenen niet gewenst. Als het gebouw verder van de weg komt te liggen, dan zullen tussen het gebouw en de Havendorpweg parkeerplaatsen en verblijfsgebied worden aangelegd en dan zal hier ook de entree van het gebouw worden gemaakt. Dat is uit oogpunt van externe veiligheid geen veiliger situatie.

Het gebouw heeft aan de oostzijde een vrij gesloten gevel. Het gebouw vormt daarmee een buffer tussen een eventuele wolkbrand of wolkexplosie en personen in de openbare ruimte. Als het terras wordt verplaatst naar de westzijde van het gebouw, dan gaat dat ten koste van parkeerplaatsen. Het verlies aan parkeerplaatsen kan niet voldoende worden gecompenseerd op de plek waar nu het terras is voorzien. Bovendien wordt dan i.c.m. de uitrit van de drivelane een situatie gecreëerd die minder verkeersveilig is. Naar aanleiding van de opmerkingen van de VRZ wordt aan de oostzijde van het terras wel een scherm met veiligheidsglas geplaatst. Bereikbaarheid Met de bouw van het fastfoodrestaurant worden geen specifieke functies/voorzieningen mogelijk gemaakt voor verminderd zelfredzame personen. Er kan dan ook geconcludeerd worden, dat zich geen knelpunten voordoen ten aanzien van de aspecten 'ontvluchting' en 'bereikbaarheid'. Het fastfoodrestaurant ligt aan een korte doodlopende weg die uitkomt op de Oude Veerhavenweg. Vluchtend verkeer zal dus altijd eerst in de richting van de bron begeven. In geval van een calamiteit kan het bovendien lastig zijn om de Oude Veerhavenweg op te komen. Daarom is het verstandig om op de locatie in het restaurantgebouw te blijven en daarvan - zoals al eerder aangegeven - ramen en deuren en ventilatieopeningen te sluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14916654/1