CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.10 rvs Ontwerp-beleidsplan 2022-2025 VRZ bijlage 1 beleidsplan

Raadsvergadering 9 december 2021, gemeente VlissingenBij agendapunt: Ontwerp-beleidsplan 2022-2025 Veiligheidsregio Zeeland18.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

22

8.2 INFORMATIEGESTUURDE ORGANISATIE |

if*3 ?

IF

De komende jaren leggen we de focus op de ontwikkeling

Dit realiseren wij door:

van een informatiegestuurde organisatie. We verzamelen,

•

te streven naar een sterke wijze van besturen en

registreren en analyseren data en kunnen zo vroegtijdig op

centrale regie op de informatieontwikkeling als geheel,

situaties anticiperen. Tevens helpt het ons prestaties inzich­

voor zowel de primaire, ondersteunende als besturende

telijker te maken en er beter op te sturen. We maken dus

processen binnen de organisatie;

niet alleen réactief gebruik van informatie, maar juist ook

•

proactief. Belangrijk aandachtspunt van de transitie naar

een informatiegestuurde organisatie is de ontwikkeling van

• •

het ontwikkelen van stuurinformatie en analyse (busi­

ness intelligence);

je vervolgens daarmee de effectiviteit van het (veiligheids)

werk vergroot. Dat betekent dat we medewerkers meene­

de herstructurering van het informatielandschap door vergaande systeemintegratie;

mens en proces. Het is essentieel om met de diverse profes­ sionals te leren hóe (veiligheids)informatie te duiden en hoe

het ontwikkelen van digitale vaardigheden van mede­ werkers;

•

het ontwikkelen van beleid voor een tijd-, inrichting- en

men in deze manier van werken. Processen moeten opnieuw

plaats onafhankelijke werkplek. De basis hiervoor is het

worden gedefinieerd en actieve sessies met medewerkers

gebruik van de Cloud voor onze informatiesystemen,

zijn hierbij essentieel.

data- en informatieopslag;

•

het realiseren en/of behouden van overeenstemming

Deze transitie vraagt om een andere manier van werken.

met wetgeving rond duurzame opslag, informatieveilig­

Vanuit Veiligheidsregio Zeeland wordt ook een inspannings­

heid en privacy.

verplichting vereist als het gaat om de implementatie van (vernieuwde) wetgeving, zoals de Baseline Informatiebeveili­

8.3 DUURZAAMHEID

ging Overheid, Algemene Verordening Gegevensbescherming

Bij ons inkoopbeleid en onze huisvesting sluiten wij op rele­

(AVG), de nieuwe Omgevingswet en de Archiefwet.

vante thema's aan bij de Regionale Energiestrategie 2030.

23

COLLEGA'S AAN HET WOORD

8.4 KWALITEITSZORG

Angie van Goethem

In de huidige tijd en maatschappij, waarin de ontwikkelingen

Dit doen wij door:

zich in snel tempo opvolgen en wensen en verwachtingen

•

Adviseur HRM

in de komende beleidsperiode (in 2023) mee te doen als

eveneens continu wijzigen, is het belangrijk dat we

pilot-regio in de tweede ronde visitaties die het Instituut

„Tussen de kreten en opsommingen door lees je wel dat de

onszelf regelmatig een spiegel voorhouden. Wanneer we

Fysieke Veiligheid (IFV) faciliteert. Het doeltreffendheids-

kwaliteitsslag die we maken een grote impact heeft. We staan

ons eigen handelen evalueren en controleren op kwaliteit,

onderzoek vraagt extra aandacht voor ons lerend vermo­

zogezegd voor een positieve uitdaging, en moeten dus goed voor

kunnen we onze primaire processen verbeteren en adequaat

gen. Opvolging van de aanbevelingen nemen we mee als

onze mensen zorgen. Dit betekent: kennis en kunde in huis

anticiperen op externe ontwikkelingen. Kwaliteitsbewustzijn

bijstelling in de beleid- en beheercyclus;

houden, nieuwe medewerkers aantrekken, deze intern opleiden

te bezien op welke wijze we de gewenste ideale situatie

en de hulpvaardige mensgerichtheid die onze organisatie ken­

merkt vooral ook naar elkaar blijven inzetten.

is in een dynamische netwerkomgeving als de onze van groot

•

belang. In 2019 is een hernieuwde visie op kwaliteitszorg

verder vorm en inhoud kunnen geven. Dit kostenonder-

opgesteld.

zoek op basis van artikel 56 van de Wet veiligheidsregio's

Veiligheidsregio Zeeland staat ook in de komende

biedt ons kansen kritisch onze kosten ten opzichte van

We hebben als beleidsorganisatie vanwege alle maatregelen

beleidsperiode voor kwaliteit. Dit betekent dat we ons

andere veiligheidsregio's te beoordelen, en waar nodig

rondom Covid-19 meer bekendheid gekregen. Trots ben ik op

inzetten om zowel intern als extern bewust te reflecteren op

te verbeteren;

wat we doen en met wie. We zijn sociaal, bevlogen, werken

in deze beleidsperiode de controllers van de Zeeuwse

goed samen - van landelijk, provinciaal, regionaal tot intern,

kwaliteitszorg verder implementeren, passend bij de huidige

gemeenten een doelmatigheidsonderzoek te laten uit­

dwars door alle afdelingen heen. Als je een voorstel voor nieuwe

(organisatie)ontwikkelingen. We hebben specifiek aandacht

voeren. De aanbevelingen die hieruit voortkomen nemen

opleidingen in het leidinggevendenoverleg presenteert, luistert

voor ons lerend vermogen, omdat we dat willen verbeteren.

we mee als bijstellingen in de beleid- en beheercyclus.

iedereen aandachtig. Wanneer je als afgevaardigde van team­

We gaan de rode dradenanalyses van operationele presta­

Het Algemeen Bestuur heeft in 2020 bepaald dat we

leiders een plan opstelt, weet je je door iedereen gedragen. En

ties, oefeningen en incidentenevaluaties gebruiken. Ook gaan

starten met een basisambitieniveau voor de rechtmatig-

ook in het geval van minder plezierige mededelingen, waar je als

we aanbevelingen opvolgen uit de analyses waarmee we de

heidsverantwoording financiële rechtmatigheid. Dit geldt

HRM nu eenmaal niet aan ontkomt, weetje je door de directie gesteund.

onze dienstverlening. We willen de hernieuwde visie op onze

•

PDCA-cyclus sluitend kunnen krijgen. Voor de geschetste ver­

in principe voor de hele periode tot en met 2025. Wel is

betering kiezen we voor de best practices uit andere regio's

het de bedoeling vanaf 2022 een steeds verdergaande

en de hiervoor ontwikkelde hulpmiddelen.

verhoging van dit basisambitieniveau te bereiken;

Ik werk hier sinds 2019. De jaren zijn omgevlogen. Het is een

structureel rode dradenanalyses uit te voeren, hierover

warm bad. Door te vragen waar een ander mee bezig is of wat

rapportages op te stellen ten aanzien van de incidenten

iemand nodig heeft, worden we ons nog meer bewust van ei­

en oefeningen;

kaars verantwoordelijkheden en kwaliteiten. Zo geven we binnen

resultaten van onze evaluatie centraal te registreren

deze organisatie samen vorm aan de menselijke maat."

•

•

in een database en deze resultaten te gebruiken om te leren en waar nodig onze koers bij te stellen.

24

9. MONITORING EN IMPLEMENTATIE

Dit Meerjarenbeleidsplan 2022 - 2025 beschrijft in grote

aan gemeenteraden aanbieden. Natuurlijk hanteren wij hier­

lijnen de doelstellingen en ambities van onze organisatie. Het

bij wel een minimaal wettelijk veiligheidsniveau waarvoor wij

is een vertaling van onze wettelijke taken. De openstaande

onze verantwoordelijkheid nog kunnen nemen.

punten uit het beleidsplan 2016-2019 zijn opgenomen in het huidige plan. Dat vraagt van ons dat wij jaarlijks de haalbaar­

Bovenstaand doen wij door:

heid van onze ambities toetsen. Aan de hand van de beschik­

•

na de uitwerking van brandweerzorg 2030 en de flexi­

bare mensen en middelen werken wij in onze P&C cyclus

bele en wendbare crisisorganisatie, voorstellen aan te

de implementatie van ons beleid verder uit en leggen wij

bieden tot nieuwe of gewijzigde prioriteiten inclusief

verantwoording af over het gevoerde beleid (Bijlage 2).

ru-*

financiële paragraaf;

•

het vervolgens uitvoeren van het financieel beleid

Wijzigende wet- en regelgeving, zoals het landelijke onder­

binnen de begroting en de meerjarenraming, waarbij

zoek naar taakdifferentiatie binnen de brandweerzorg, kan

structurele lasten zoveel mogelijk worden gedekt met

leiden tot keuzes in de uitvoering, of tot meer of minder

structurele baten.

kosten. We zijn ons bewust van de financiële situatie van de

Zeeuwse gemeenten. Om die reden hebben we de inspan­ ningsverplichting om aanpassingen in ons beleid binnen de

bestaande begroting uit te voeren. Als blijkt dat aanvullende incidentele en zelfs structurele gelden noodzakelijk zijn, zul­ len wij dit via het reguliere proces van begrotingswijzigingen

25

L>

BIJLAGE 1 - WETTELIJK KADER WET VEILIGHEIDSREGIO’S

b.

het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand.

De Wet veiligheidsregio's heeft de volgende taken aan een veiligheidsregio opgedragen:

a. b.

c. d.

het inventariseren van risico's van branden, rampen en

ANDERETAKEN

crises;

Ook andere wetgeving en de gemeenschappelijke regeling

het adviseren van het bevoegd gezag over risico's van

hebben taken aan de veiligheidsregio opgedragen:

branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet

a.

het zorgdragen voor de voorbereiding op de bestrijding

aangewezen gevallen, alsmede in de gevallen die in het

van een epidemie van een infectieziekte, behorend tot

beleidsplan zijn bepaald;

groep A als bedoeld in artikel 1 onder e van de Wet

het adviseren van het college van burgemeester en wet­

publieke gezondheid, alsmede op de bestrijding van een

houders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid;

nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig

het voorbereiden op de bestrijding van branden en het

gevaar voor de volksgezondheid bestaat;

organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbe­

b.

het vaststellen van eisen waaraan de regionale ambu-

heersing;

lancevoorziening op grond van artikel 7 van de Tijdelijke

e.

het instellen en in stand houden van een brandweer;

wet ambulancezorg dient te voldoen ten aanzien van de

f.

het instellen en in stand houden van een GHOR;

meldkamer ambulancezorg;

gh.

het voorzien in de meldkamerfunctie;

c.

het adviseren van de Minister van Volksgezondheid,

het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk

Welzijn en Sport over vaststelling of wijziging van eisen

materieel;

als bedoeld onder b;

het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en

d.

Veiligheidsregio Zeeland kan worden belast met de

advisering bij evenementenvergunningen.

tussen deze diensten en de andere diensten en organisa­ ties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoem­

de taken. In de wet is vastgelegd wat moet worden verstaan onder de

brandweerzorg:

a.

het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, beperken van brandgevaar, voorkomen en beperken van

ongevallen bij brand en wat daarmee verband houdt;

26

4^ W ►► BIJLAGE 2 - STRUCTUUR BELEIDSDOCUMENTEN EN P8C CYCLUS Om de samenhang tussen beleid en financiën te realiseren

is het noodzakelijk dat de structuur van onze beleidsdocu­ menten en van de p&c stukken met elkaar in samenhang

Meerjarenbeleidsplan 2022-2025

zijn. Daarom wordt in de structuur van de begroting (en de volgende rapportages) per 2022 rekening gehouden met dit

meerjarenbeleidsplan. Vervolgens dient deze vertaling ook

Programmaplannen 2022 (en verder)

>

doorgevoerd te worden in de programma- en teamjaarplan-

nen zodat de volledige samenhang tussen onze begrotingen,

>

beleids- en jaarplannen en rapportages wordt versterkt.

— Daarmee is het meerjarenbeleidsplan een strategisch kader,

t

Begroting 2022 (en verder)

>

Jaarplannen en maraps 2022 (en verder)

Tactisch / operationeel plan en rapportage

4 I I I

▼

voornamelijk voor raden en burgers. De concrete vertaling

►

naar de organisatie vanuit dit meerjarenbeleidsplan vindt plaats in de tactische programmaplannen en teamjaarplan-

nen. Daarmee regelen we dat er interne afstemming zal zijn op integrale thema's.

27

Buraps en jaarverslag 2022 (en verder)

Bestuurlijke rapportage

BELEID EN BEHEERCYCLUS

Jaarverslag en jaarrekening 202X = jaarstukken 202X

Management en bestuurlijke rapportages

z

Samenvattend jaarplan VRZ 202X

Risicoprofiel

Missie/visie

▼ Evaluatie beleidsplan vorige periode

Beleidsplan Veiligheidsregio Zeeland nieuwe periode

▲ Crisisplan

> Meerjaren oefenbeleidsplan nieuwe periode (onderdeel mjb plan)

(Meerjaren) programma begroting nieuwe periode

PDCA

Plan

Wettelijke eisen Resultaten en prestaties

28

◄

Check

4^ W ►►

BIJLAGE 3 - TAAKINVULLING WET VEILIGHEIDSREGIO’S Wij geven invulling aan het adviseren van het bevoegd

•

het houden van toezicht op de naleving van (brand)vei-

gezag over risico's van branden, rampen en crises in de bij

ligheidsaspecten zoals opgenomen in een omgevingsver-

of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de

gunning die betrekking heeft op de activiteiten bouwen,

gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald (art 14 lid b Wet

brandveilig gebruiken, milieu (waaronder publicatiereek­

veiligheidsregio's'). Het gevraagd en ongevraagd adviseren

sen gevaarlijke stoffen en uitgangspuntendocumenten)

aan gemeenten, provincie en rijksoverheid over het voorko­

en het gestelde in het Besluit risico's zware ongevallen;

men, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises

•

het risicogericht toezichthouden en adviseren op de

omvat onder meer:

brandveiligheid alsmede het toezichthouden op de

•

het adviseren in het kader van omgevingsveiligheid bij

naleving van de algemene brandveiligheidseisen uit het

het opstellen en herzien van omgevingsvisies, omge­

Bouwbesluit of Besluit bouwwerken leefomgeving;

vingsplannen, eventuele omgevingsprogramma's en

daarvan afgeleide projectbesluiten;

•

•

adviseren over bereikbaarheid, doorrijdbaarheid en

bluswatervoorziening voor de hulpverleningsdiensten.

het adviseren over onder andere landelijke richtlijnen, beleidsregels en handreikingen op het gebied van omge­

vingsveiligheid (bijvoorbeeld PGS-reeksen, handhavings-

strategieën);

•

het adviseren over aanvragen omgevingsvergunning alsmede (brand)veiligheidsaspecten die voortvloeien uit

de voorschriften van een omgevingsvergunning die be­ trekking hebben op de activiteiten bouwen, brandveilig

gebruiken en milieu;

•

het adviseren over een melding brandveilig gebruiken van bouwwerken;

•

het adviseren over het opslaan, en het tot ontbranding

brengen van vuurwerk; •

het adviseren over aanvragen evenementenvergunnin­ gen en vergunningen in het kader van het Besluit brand­

veilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen; 29

BIJLAGE 4 - MEERJARENBELEIDSPLAN MULTIDISCIPLINAIR OPLEIDEN, TRAINEN EN OEFENEN 2022-2025 *

COLOFON

\

Dit document is tot stand gekomen onder regie van Team

MOTO '•

* -■

ADRES

■I

Veiligheidsregio Zeeland

li

Afdeling Crisisbeheersing w

J

ui /

Segeerssingel 10,4337 LG Middelburg v

DRUK

»

Versie 1.3 d.d. 22 maart 2021

>W z

ij"!

■S5

EINDREDACTIE: Team MOTO Met medewerking van:

Leden Overleg Multidisciplinair Opleiden, Trainen en

j

R

F/j

Oefenen (MOTO-breed)

■ ■■ -

V r/

n A 30

F

INHOUDSOPGAVE 2 Inleiding..............

32

2.1 Inleiding.........

32

Oefenen......................................................... 37

2.2 Opdrachtgever.

32

5.4 Opleiden (vakbekwaam worden).................37

2.3 Doel................

32

5.5 Trainen en oefenen (vakbekwaam blijven)

2.4 Visie............................................................................ 33

5.3 Regie Multidisciplinair Opleiden, Trainen en

....................................................................... 38

2.5 Werkwijze en bronnen............................................... 33

5.6 Toetsing- en registratie............................

39

2.6 Beleidsplan MOTO in kader........................................ 33

5.7 Programma's............................................

40

2.7 Leeswijzer................................................................... 33

5.8 Innovatie..................................................

40

3 Grondbeginselen............................................................. 34

5.9 Verantwoordelijkheid (crisis)functionaris

3.1 Inleiding..................................................................... 34

3.2 Deelgebieden Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen........................................................................ 34 3.3 Team Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen

..................................................................................... 34

.40

5.10 Jaarplan en jaarkalender......................

.41

6 Kwaliteitsborging.........................................

41

6.1 Inleiding.................................................

41

6.2 Kwaliteitsborging Team MOTO..............

.41

3.4 Learning loop.................................................

34

6.3 Kwaliteitsborging van opleidingen.........

.41

3.5 Toezicht en registratie....................................

35

6.4 Kwaliteitsborging van oefeningen..........

41

3.6 Vakbekwaamheid...........................................

35

6.5 Kwaliteitsborging van MOTO-producten

.42

4 Huidige stand van zaken MOTO-beleid...............

35

6.6 Lerende organisatie...............................

42

4.1 Inleiding.........................................................

35

7 Financiën en capaciteit................................

42

4.2 Operationele voorbereiding crisisbeheersing

35

7.1 Inleiding.................................................

42

4.3 Mono-/Multidisciplinair.................................

35

7.2 Financiën...............................................

.42

4.4 Opleiden en trainen...................................... .

35

7.3 Capaciteit...............................................

42

4.5 Oefenen.........................................................

36

8 Randvoorwaarden en Consequenties.........

.43

4.6 Toezicht en registratie....................................

36

8.1 Randvoorwaarden.................................

43

4.7 Programma's..................................................

36

8.2 Consequenties....

43

5 Toekomstig MOTO-beleid....................................

37

Bijlage 1: Terminologie.

44

5.1 Inleiding.........................................................

37

5.2 Operationele voorbereiding crisisbeheersing

37 31

noodzakelijk. De mogelijke risico's en crises zijn verschillend

Covid-19

van aard en omvang. Het herkennen hiervan is essentieel.

De pandemie leert dat prioriteiten plotseling kunnen veran­

2.1 Inleiding

Dit is al jaren een kerndoel van de hulpverleningsdiensten en

deren. Nieuwe crisistypen dienen zich aan. We moeten in

Dit Meerjarenbeleidsplan

gemeenten. In het Regionaal Risicoprofiel van Veiligheidsre­

staat zijn daar snel op te anticiperen. Dit heeft uiteraard ook

gio Zeeland 2019-2022 staan niet alleen déze risico's, maar

invloed op de (M)OTO-activiteiten.

2. INLEIDING

VEILIGHEIDSREGIO ZEELAND Multidisciplinair Opleiden, STIMULEERT EN FACILITEERT Trainen en Oefenen, dat KENNISDELING EN SAMENWERKING.

we hierna Beleidsplan MOTO noemen,

beschrijft ons voornemen voordejaren 2022-2025.

ONZE PROFESSIONALS TREDEN SLAGVAARDIG, DAAD­ KRACHTIG EN VAKBEKWAAM OP.

ook toekomstige risico's en relevante regionale, landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Het bepaalt qua zwaar­

2.2 Opdrachtgever

tepunten en aandachtsgebieden onze scenario's en werk­

De Veiligheidsdirectie van Veiligheidsregio Zeeland is namens

plannen, en bepaalt ook onze opleidingsdoelstellingen en

het bestuur opdrachtgever1 voor het meerjarenbeleid van

oefensessies.

multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. Team MOTO

voert deze opdracht uit.

Zo loopt het in de pas met

het meerjarenbeleidsplan

VISIE VEILIGHEIDSREGIO ZEELAND (FRAGMENTI

Plannen en procedures rondom crisisbeheersing baseren zich op de Wet veiligheidsregio's. Naast multidisciplinaire plan­

2.3 Doel

Zeeland, dat dezelfde

nen - zoals dit Beleidsplan, het Regionaal Crisisplan, diverse

Dit beleidsplan brengt een integrale visie en structuur aan

periode beslaat.

ramp- en incidentbestrijdingsplannen, het Continuïteitsplan,

in het multidisciplinaire OTO-beleid van hulpverleningsdien­

de GRIP-regeling en andere operationele plannen - hebben

sten, gemeenten in Zeeland en partners. In de komende vier

Beleidsplan MOTO gaat over onze functies en netwerkpart­

hulpverleningsdiensten en gemeenten hun eigen monodisci-

jaar zullen hulpverleningsdiensten en gemeenten ervoor

ners die een rol spelen in rampenbestrijding en crisisbe­

plinaire plannen en procedures. De vormgeving van crisisbe­

zorgen dat medewerkers worden opgeleid, getraind en ge­

heersing. Hierbij is het Regionaal Risicoprofiel leidend. Onze

heersing houdt echter niet op bij het schrijven. En evenmin

oefend in de bestaande regionale multidisciplinaire plannen

ambitie voor de komende beleidsperiode luidt: 'dat de teams

bij de onderlinge kennisoverdracht en afstemming.

en procedures. Het kwaliteitsniveau van multidisciplinaire

van Veiligheidsregio

samenwerking is in dit beleidsplan vastgelegd. Verder is dit

en functionarissen in de hoofdstructuur aantoonbaar vakbe­

kwaam zijn, in een lerende, innovatieve, kennis- en informa-

Want wil je van vormgeving naar uitvoering komen, dan is

beleidsplan richtinggevend voor het opleiden, bijscholen,

tiegestuurde omgeving'.

opleiden en trainen van crisisfunctionarissen essentieel. Net

trainen en oefenen binnen Veiligheidsregio Zeeland.

als het regelmatig gestructureerd multidisciplinair oefenen Samen met onze partners willen we de kwaliteit garanderen

van multidisciplinaire teams, en het toetsen van plannen en

van het repressief optreden van crisisfunctionarissen in mul­

procedures. De uitvoering bepaalt mede de kwaliteit van

tidisciplinair samenwerkingsverband. We bereiken dit met

inzet van hulpverleningsdiensten en gemeenten. Onze visie

opleidingen, trainingen, oefeningen en certificeringen.

op het meerjarenbeleid omtrent multidisciplinair opleiden, trainen, oefenen en het voortbestaan ervan, is vastgelegd in

De complexiteit van de samenleving neemt toe. Het mul­

dit plan.

tidisciplinaire karakter van denken en handelen in samen­ 1 Besluit AB d.d. 04-05-2017 agendapunt 5h, positionering Veiligheidsdirec-

hangende ketens - naast de functionele kolommen - is dus

tie.

32

Meerjaren beleidsplan 2016-2019 2022-2025

Wetgeving

2.6 Beleidsplan MOTO in kader Het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen van crisis­

Convenanten

functionarissen is een wettelijke vereiste. Natuurlijk hangt Afspraken

Visie Crisisbeheersing

dit ook af van convenanten en afspraken. Verder zijn nieuwe Nieuwe ontwikkeling en

ontwikkelingen en additionele behoeften van invloed op de Additionele Behoeftes

uitwerking van Beleidsplan MOTO. In figuur 1 wordt de plaats

ervan in het geheel weergegeven. Beleidsplan MOTO 2022-2025 Multi Planvorming (Planning)

De afzonderlijke partners zullen de beschreven en vastgestel­

de beleidsinitiatieven tijdig verwerken in de monodisciplinaire meerjarenbeleidsplannen op OTO-gebied. Daarmee zijn de

Mono beleidsplannen

Multi OTO Jaarplan

Mono beleidsplannen

initiatieven van betrokken partijen in de planning en controlecycli opgenomen. Andersom worden de - voor het multidis­

Mono beleidsplannen

ciplinair opleiden en oefenen relevante - monodisciplinaire

Mono beleidsplannen

beleidsinitiatieven meegenomen in Beleidsplan MOTO of in iMono iaarnlanner ||Mono jaarplanner Mono jaarplanner

Multi OTO Jaarkalender

Jaarplan MOTO. Team MOTO is belast met de regie rondom

alle MOTO-activiteiten. 2.7 Leeswijzer

Figuur 1: Kader Beleidsplan MOTO

2.5 Werkwijze en bronnen

In hoofdstuk 3 staan de grondbeginselen die van belang zijn

2.4 Visie

Dit document kwam tot stand in het tweede kwartaal van

voor OTO. Hoofdstuk 4 presenteert de huidige stand van

De visie van Veiligheidsregio Zeeland op het multidisciplinair

2019. In januari 2021 is het bijgewerkt op basis van het

zaken van multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen.

opleiden, trainen en oefenen luidt: "Het bij elkaar brengen

periodieke beeld van rampenbestrijding en crisisbeheersing

Hoofdstuk 5 schetst het komende beleid. Hoofdstuk 6 gaat

van kennis, vaardigheden en ervaring, zodat iedere crisis­

in 2020; Toetsingskader (4.0) van de Inspectie Justitie en

in op de benodigde kwaliteitsborging. Hoofdstuk 7 beschrijft

functionaris vakbekwaam is én blijft in de multidisciplinaire

Veiligheid; voortschrijdend inzicht rondom opleiden, trainen,

de daarvoor benodigde financiën en capaciteiten. Tenslotte

samenwerking, en op effectieve en efficiënte wijze de veilig­

oefenen, en evaluaties en incidenten (rode dradenanalyses).

geeft hoofdstuk 8 een beeld van de randvoorwaarden en

heid kan bevorderen". De organisatie die namens en voor alle

Omdat de Inspectie Justitie en Veiligheid bepaalde dat het

consequenties.

partners koersbepalend is bij het multidisciplinair opleiden,

Beleidsplan MOTO synchroon zou lopen met het meerja­

trainen en oefenen, is MOTO - dat we kunnen vergelijken

renbeleidsplan, is in 2019 en 2020 met MOTO Jaarplannen

met het ROC voor rampenbestrijding en crisisbeheersing in

gewerkt. In dit beleidsplan zijn de gevolgen van Covid-19

Zeeland.

opgenomen. Ook is het in lijn gebracht met het Meerjaren­

beleidsplan Veiligheidsregio Zeeland 2022-2025.

33

3. GRONDBEGINSELEN

Leiding en coördinatie stuurt en coördineert de operatio­

aanvullende opleidings- en trainingstrajecten noodzakelijk.

nele en bestuurlijke aanpak van een incident of crisis.

Team MOTO verzorgt dit, zodat de functionaris zich qua

kennis en procedures kan voorbereiden op de praktijk. Dit is

3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de grondbeginselen voor het oplei­

Communicatie communiceert regelmatig met verschil­

de fase waarin iemand vakbekwaam wordt. De functionaris is

den, trainen en (be)oefenen van (crisis)functionarissen in het

lende doelgroepen (getroffenen, media, bevolking,

dan 'beginnend functionaris'. Team MOTO beoefent de func­

kader van ontwikkelde, vernieuwde of bestaande regionale

verwanten en interne organisatie) tijdig, gericht over een

tionaris onder realistische en wisselende omstandigheden in

multidisciplinaire plannen en procedures2. Deze kwalitatieve

incident of crisis.

samenwerking met verschillende operationele en bestuurlij­ ke niveaus. Op deze wijze kan een 'beginnende functionaris'

vaststelling is essentieel voor het bereiken en onderhouden

van een adequate multidisciplinaire samenwerking. Onder multidisciplinair verstaan we: multidisciplinair samen­

Informatiemanagement zal de crisisorganisatie en extern

door oefeningen en praktijkervaring zich verder bekwamen

betrokken partners laten beschikken over tijdige, actuele

tot een 'gevorderde functionaris' (Figuur 2: ervaren functio­

en re'evante informatie gedurende een incident of crisis.

naris). Als nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht

aanpassingen vragen, worden deze door Team MOTO als bij­

gestelde teams; team Commando Plaats Incident (CoPI);

Coördinatie Team Water (CoTW); Regionaal Operationeel

Nafase is na het afschalen de duidelijke overdracht van

scholing en training aangeboden om tot een 'expert' (Figuur

Team (ROT), inclusief de uitvoerende organisatiedelen van de

de crisisorganisatie naar de 'nafase'-organisatie. Daar­

2: volleerd functionaris) te komen. Zo blijft een functionaris

operationele diensten en Beleidsteams (GBT/RBT).

voor zijn vervolgactiviteiten afgesproken.

vakbekwaam.

De deelgebieden en capaciteiten om rampen en crises te

3.3 Team Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen

bestrijden, zijn een belangrijk uitgangspunt voor de multidis­

Team Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen, dat we

ciplinaire leer-, trainings- en oefenactiviteiten. Zo stimuleren

zoals eerder aangegeven Team MOTO noemen, is ingesteld

we multidisciplinaire vakbekwaamheid op basis van een

door de Veiligheidsdirectie voor de uitvoering van opleiden,

'Long Life Learning Loop'.

trainen en oefenen. Het maakt deel uit van onze Afdeling

Crisisbeheersing. Hier werkt Team MOTO het multidisciplinai­ 3.2 Deelgebieden Multidisciplinair Opleiden, Trainen en

re OTO-beleid verder uit. Opleiden, trainen en oefenen zijn

Oefenen

door de 'Long Life Learning Loop' met elkaar verbonden.

** J'

^'evaluatie

ervaren functionaris

toezicht en registratie

BIJSCHOLEI

3.4 Long Life Learning Loop De 'Long Life Learning Loop' start bij een crisisfunctionaris

Alarmering en Alertering zorgt bij aanvang en tijdens een

met competenties voor monodisciplinaire functies. Het

incident of crisis voor de tijdige waarschuwing en oproep

formuleren van deze (start)competenties vallen onder de

van interne functionarissen en externe partners.

verantwoordelijkheid van de organisatie waar de functionaris

SELECTIE NIEUWE FUNCTIE

KOLOM COMPETENTIES

in dienst is (kolom). Al naar gelang die competenties en de 2 Uitwerking hiervan wordt aangegeven in het Meerjarenbeleidsplan Multi-

volleerd functionaris

li“. •.>

Vanuit de deelgebieden opleiden, trainen en oefenen zijn vijf belangrijke operationele capaciteiten vastgesteld:

OEFENEN

PRAKTIJK ERVARING

uiteindelijke functie binnen de crisisorganisatie, zijn wellicht

planvorming Zeeland

34

Figuur 2: Long Life Learning Loop

beginnende functionaris

proeve van bekwaam (theorie en praktijk)

OPLEIDEN & TRAINEN

3.5 Toezicht en registratie

4. HUIDIGE STAND VAN ZAKEN MOTO-BELEID

ting haar OTO-beleid vorm te geven. Ook moet zij haar eigen

crisisfunctionarissen faciliteren om het geëiste niveau te

Alle evaluaties van opleidingen, trainingen en optreden -

zowel tijdens oefeningen als in de praktijk - worden gere­

4.1 Inleiding

behalen en te behouden. Wanneer een incident de inzet van

gistreerd in een managementregistratiesysteem. Daarnaast

In dit hoofdstuk schetsen we het huidige beleid van mul­

meerdere disciplines vereist of lokale grenzen overschrijdt,

houden we met alle (bij)scholingen en oefeningen toezicht

tidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. We kijken naar

wordt multidisciplinair5 opgetreden. Dan zijn dus meerdere

op de ontwikkeling van individu en team. Ook is de evaluatie

de operationele voorbereiding, zowel mono- als multidis­

operationele diensten en/of gemeenten er actief bij betrok­

van daadwerkelijke incidenten een meetmoment voor de

ciplinair, en geven daarna per MOTO-gebied (opleiden en

ken. Dit beleidsplan richt zich op de vakbekwaamheid van

samenwerking. Toezicht en registratie van al deze momenten

trainen, oefenen, toezicht en registratie, certificatie) de stand

de hoofdstructuur en de regie en coördinatie bij een opschalings-(warme) situatie.

bieden mogelijkheden ter verbetering voor functionarissen,

van zaken weer. We beschrijven de programma's, en kijken

maar ook voor bijstelling van het (bij)scholings- en oefen­

naar wat het MOTO-beleid tot nu toe heeft opgeleverd. Wat

aanbod; zelfs tot aanpassing in plannen of onderliggende

is het startpunt voor de komende vier jaar?

4.4 Opleiden en trainen

procedures. 4.2 Operationele voorbereiding crisisbeheersing

4.4.1 Opleidingsprogramma

De registratie van de verschillende momenten, zowel qua op­

De voorbereiding voor risicobeheersing vindt plaats op

Het opleidingsprogramma willen we aan een grotere

leiding als oefening, worden voor alle functionarissen uit een

basis van risico-inventarisatie en -analyse. Multidisciplinaire

doelgroep binnen Veiligheidsregio Zeeland aanbieden. We

multidisciplinair team in een portfolio verwerkt. Registratie

planvorming3 komt hieruit voort. Het beschrijft de operati­

richten ons naast onze crisisfunctionarissen ook op de functi­

van de vakinhoudelijke competenties houdt de kolom zelf bij.

onele kant. Opleiden en trainen is een vast onderdeel van

onarissen die tot onze netwerkorganisaties behoren.

Evenals de communicatie met betrokkenen, op individueel-

deze voorbereiding. En na de evaluatie van oefensituaties

en teamniveau.

en incidenten wordt de uiteindelijke invoering ervan in de

Het opleidingsprogramma bestaat uit de volgende onderde­

operationele organisatie getoetst. In diverse fasen worden

len:

functionaris en plan bekeken en teruggekoppeld aan Multi

•

3.6 Vakbekwaamheid

De vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen is gedefinieerd

Planvorming.

in competenties. De leeractiviteiten van MOTO zijn dan ook

zoveel mogelijk competentiegericht. Wat een functionaris

4.3 Mono-/Multidisciplinair

nodig heeft voor een juiste uitoefening van de functie, is het

De basis van de crisisbeheersingsorganisatie vormt het

vertrekpunt. Daarnaast zal alles relevant en toepasbaar moe­

monodisciplinaire4 optreden. Monodisciplinair heeft elke

ten zijn in de omgeving waarin de crisisfunctionaris partici­

hulpdienst de verantwoordelijkheid en wettelijke verplich-

•

Basisopleiding LCMS

•

Trainingen en oefeningen voor leden van CoPI, ROT of

GBT/RBT

5 Bij multidisciplinair optreden ligt de leiding bij Veiligheidsregio Zeeland,

peert. Dit betekent een goede afstemming met de (actuele) beroepspraktijk. De leeractiviteiten zijn ontwikkelingsgericht.

Basisopleiding Crisisbeheersing/ Rampenbestrijding (OCR)

3 Zie ook Meerjarenbeleidsplan Multiplanvorming Zeeland

tenzij er ter plaatse een andere operationele dienst als leidinggevende van

4 Monodisciplinair betekent dat elke dienst volgens zijn eigen regels en

het incident wordt aangewezen. Bij multidisciplinair optreden zijn meerdere

procedures optreedt bij een puur lokaal incident, met alleen een ad hoe

niveaus van overleg (CoPI/ROT/GBT/RBT) mogelijk. Naarmate het incident

coördinatiebehoefte bij de diensten ter plaatse (het zogenoemde motorka-

verder opschaalt, worden de niveaus van overleg verder in de hiërarchie

poverleg).

naar boven geschoven.

35

In het kader van (bij)scholing:

op relatief korte termijn meerdere functionarissen worden

4.6.3 Evaluatie

•

Verdiepingstraining OCR

beoefend.

Tijdens de ROT- en CoPI-oefeningen nemen externe coaches

•

Diverse workshops

•

Collegiaal Waarnemen

4.5.3 Bestuurlijk

waar, en voorzien hen van feedback. Het rapport dat hierover

•

de Regionaal Operationeel Leiders (ROL) en de Leiders CoPI

Net-centrisch Werken

Onder bestuurlijk oefenen verstaan we het oefenen van

verschijnt, beoordeelt iemands functioneren als voorzitter

Thematische bijeenkomsten omtrent nieuwe plannen of

burgemeesters met vaste adviseurs in het Gemeentelijk

van een crisisteam. Ook de werkwijze en het functioneren

ontwikkelingen in de maatschappij.

Beleidsteam (GBT) en/of het Regionaal Beleidsteam (RBT), en

van die teams tijdens ROT/CoPI-Trainingen en -Oefeningen

de daarbij horende taken binnen crisisbeheersing.

belandt in een evaluatierapport. Daarnaast vinden veel col­

deskundigen aangetrokken. De functionaris krijgt hierdoor

Het MOTO-beleid is op bestuurlijk niveau gericht op het toe­

Sinds 2018 biedt een training de mogelijkheid de kwaliteit

ook meer inzicht in de taken en (actuele) ontwikkelingen van

passen van processen en procedures rondom besluitvorming.

van waarnemen en feedbackgeven te verbeteren.

andere betrokken organisaties, zoals Waterschappen, wa­

Zowel op bestuurlijk als operationeel multidisciplinair niveau

Voor de workshops en thematische bijeenkomsten worden

legiale waarnemingen plaats, voornamelijk op CoPI-niveau.

terbedrijven, Defensie, Rijkswaterstaat (RWS), Nederlandse

moet de functionaris vertrouwd raken met de taken die bij

4.6.4 Registratie

Spoorwegen (NS) en ProRail.

zijn of haar rol horen. Werken onder stress en tijdsdruk, wat

Tot nu toe is vooral kwantitatief geregistreerd. Iedere func­

een ramp of een ongeval onvermijdelijk met zich meebrengt,

tionaris heeft in AG5 een portfolio waarin staat aan welke

4.5 Oefenen

horen daarbij.

opleiding, bijscholing of oefening is deelgenomen. Van op­

4.5.1

4.6 Toezicht en registratie

worden de resultaten, certificaten of diploma's erin opgeno­

leidingen of bijscholingen waaraan examens zijn verbonden, Multidisciplinair

Leden van het MOTO-overleg (MOTO-breed) ontwikkelen en faciliteren de multidisciplinaire oefeningen.

men.

4.6.1 Toezicht

Het multidisciplinaire MOTO-beleid richt zich uitvoerend en

Er zijn nog geen minimale eisen vastgelegd en afspraken

operationeel op technieken, vaardigheden en procedures en

over consequenties gemaakt voor het geval een functionaris

op de coördinatie en afstemming van een team ter bestrij­

onvoldoende opleidingen, bijscholingen en oefeningen heeft

4.7.1 Algemeen

ding van een incident.

gevolgd.

Binnen het proces crisisbeheersing zijn naast Team Crisis­

4.5.2 Brzo

4.6.2 Toetsing

gedefinieerd, zoals Nucleaire Veiligheid, Maritieme Veiligheid

Het nieuwe RBP Brzo is opgesteld met zeven mogelijke

Vooralsnog worden alleen de (basis)Opleiding Crisisbeheer­

en Waterveiligheid. Deze programma's hebben hun eigen

thematische scenario's. Hiermee is de druk van het aantal

sing en Rampenbestrijding (OCR) getoetst. Op het gebied

toegewezen verantwoordelijkheid en verzorgen dus hun

Brzo-oefeningen teruggebracht naar zeven CoPI-oefeningen

van LCMS bieden we voor de informatiemanagers (IM) een

eigen OTO-beleid. Zij doen echter wel een beroep op de

per jaar. De CoPI-oefeningen bij de VR-plichtige bedrijven

externe cursus inclusief toets aan.

functionarissen uit Team MOTO van Crisisbeheersing en op

4.7 Programma's

beheersing als staande organisatie ook allerlei programma's

deelnemers uit de crisisorganisatie.

zijn naar die zeven scenario's vertaald. Planmatig wordt met

meer oefeningen rekening gehouden. Hierdoor kunnen ook

36

4.7.2 Nucleaire Veiligheid

werkt en ingevoerd;

In de komende beleidsperiode moeten de leermomenten -

Nucleaire Veiligheid is een programma dat binnen Veilig-

het functionarisvolgsysteem; in het verlengde van het

uit oefeningen en de praktijk - zo worden verwerkt dat deze

heidsregio Zeeland al jaren draait. De activiteiten rondom

competentiesysteem zal het functionarisvolgsysteem

niet alleen snel gedeeld kunnen worden, maar dat ze ook

opleiden, trainen en oefenen verzorgt Team MOTO.

worden ingericht om naast groepscompetenties ook in­

terechtkomen in de (bij)scholing van functionarissen en in

dividuele competenties te kunnen registreren en volgen;

het functionarisvolgsysteem.

4.7.3 Maritieme Veiligheid

het aanbod aan multidisciplinaire activiteiten; streven

Het programma Maritieme Veiligheid bestaat al een aantal

naar het aanbieden van een grotere diversiteit aan MO­

5.3 Regie Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen

jaar. De maritiem gerelateerde MOTO-activiteiten worden

TO-activiteiten;

Een eenduidige regie op het multidisciplinaire opleiden,

het invoeren van een systeem gebaseerd op beginner,

trainen en oefenen is binnen de crisisbeheersing noodzake­

gevorderde en expert, en dit dus weer een nieuw leven

lijk. Niet alleen om de kwaliteit, integraliteit, efficiëntie en

4.7.4 Waterveiligheid

in te blazen;

effectiviteit binnen Veiligheidsregio Zeeland te waarborgen,

Het programma Waterveiligheid richt zich op overstromings-

het opleiden en bijscholen van waarnemers, om de

maar ook is het belangrijk aan de externe veiligheidspartners

vanuit het programma georganiseerd.

risico. De MOTO-activiteiten verzorgt Team MOTO.

5 TOEKOMSTIG MOTO BELEID

ontwikkelingen rond competenties en evaluaties gestalte

een eenduidig loket te bieden. Team MOTO voert deze loket­

te geven;

functie voor en namens ons uit.

meer eigen verantwoordelijkheid van de functionaris voor zijn/haar vakbekwaamheid;

5.1 Inleiding

meer aandacht voor talentontwikkeling, zodat vacante

Sinds enige jaren spitsen we ons aanbod meer toe op de

functies mogelijk sneller kunnen worden ingevuld.

specifieke doelgroepen. We willen in deze beleidsperiode

5.4 Opleiden (vakbekwaam worden)

5.4.1 Programma's Het systeem met de onderverdeling 'beginnende functio­

een vervolg geven aan die trend. In dit hoofdstuk brengen

5.2 Operationele voorbereiding crisisbeheersing

naris', 'gevorderde functionaris' en 'expert' krijgt een nieuw

we doelen, route en consequenties in beeld. Verder nemen

Continu zullen nieuwe functionarissen (beginners) deel uit­

leven. Het MOTO-aanbod stemmen we hier op af. Met een

we ons voor in de komende jaren telkens te laten zien hoever

maken van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Zij krijgen

basisprogramma voor beginnende functionarissen, zodat zij

we al zijn, en op welke wijze de ontwikkelingen binnen het

een basisprogramma aangeboden zodat zij snel wegwijs

in een multidisciplinair team kunnen meedraaien, en ver­

voorgenomen beleid passen. De MOTO Catalogus die in 2020

worden.

volgopleidingen en verdiepingstrainingen voor gevorderde

is geïntroduceerd, geeft per activiteit een duidelijke uitleg

Een functionaris binnen crisisbeheersing en rampenbestrij­

functionarissen. Ook ontwikkelen we een programma voor

over doel, doelgroep, niveau en duur van iedere opleiding,

ding volgt een vakinhoudelijke (voor-) opleiding voordat hij

gevorderden en experts, waarin thema- en leeractiviteiten

training en oefening.

inzetbaar is en eventueel wordt voorbereid op een multi­

en verdiepingstrainingen aan bod komen naar aanleiding van

disciplinaire functie. De functionaris bouwt ervaring op met

evaluaties en oefeningen.

Als belangrijkste algemene doelen zien we voor de komende

monodisciplinaire oefeningen en het opereren in de praktijk.

beleidsperiode:

De multidisciplinaire voorbereiding wordt gestructureerd

•

het competentietraject; naast teamcompetenties zal het

georganiseerd, zoals we beschrijven in de paragraaf Oplei-

systeem voor individuele competenties worden uitge-

dingshuis (zie 5.4.2). 37

5.4.2 Opleidingshuis

opleidingen die voortkomen uit planvorming, deel

5.4.4 Waarnemen

In deze beleidsperiode beginnen we met het Opleidingshuis.

uitmaken van de implementatie van een betreffend ram­

Evalueren en waarnemen zijn noodzakelijke competen­

Hiermee leggen we vast welke competenties crisisfunctio­

pen- of incidentenbestrijdingsplan, of die voortkomen

ties voor een goede terugkoppeling naar de operationele

narissen moeten beheersen in het kader van de 'Life Long

uit evaluaties van oefeningen en inzetten

voorbereiding (Multi Planvorming en MOTO). Binnen het

Learning Loop'. Deze opleidingen komen in het competentie-

verdiepingsopleidingen, meestal een vervolg op een

Opleidingshuis is hiervoor een opleidings-en trainingsmodule

traject. Verder sluit het Opleidingshuis aan bij het systeem

basisopleiding;

'Waarnemen' opgenomen. Uiteindelijk kunnen de gecerti­

met de onderverdeling 'beginnende functionaris', 'gevorder­

diverse workshops

ficeerde functionarissen ook de module 'Effectief Collegiaal

de functionaris' en 'expert'.

thematische of informatieve bijeenkomsten

Waarnemen' volgen. Daarnaast voeren we op een hoger

M

M

M

M

O d u I e

o d u I e

o d u I e

o d u I e

nieuwe ontwikkelingen

niveau een verdiepende opleidingsmodule 'Waarnemen' in.

presentaties van teams, kolommen, externe partners

Verder komen er heldere evaluatiehandvatten voor compe­ tenties; protocollen hoe evaluaties moeten verlopen; richtlij­

expert

Aan de expert bieden we een programma aan, dat bestaat

nen over het geven van feedback en hoe met de consequen­

uit:

ties van die feedback kan worden omgegaan. leersessies die voortkomen uit evaluaties van oefenin­

Basis+

opleidingen Basis opleidingen

gevorderde functionaris

beginnende functionaris

Figuur 3: Opleidingshuis

gen, inzetten of leermomenten van (inter)nationale

5.4.5 Vakbekwaam blijven

incidenten

Naast bovengenoemde bijscholingen is er ook ruimte voor de

verdiepingstrainingen

wensen en leervragen van functionarissen die uit evaluaties

workshops

voortkomen.

thematische bijeenkomsten

nieuwe ontwikkelingen, crisistypen

5.5 Trainen en oefenen (vakbekwaam blijven)

Aan de beginnende functionaris bieden we de volgende basisopleidingen aan:

5.4.3 Rol crisisfunctionarissen

5.5.1 Algemeen

•

Basis Opleiding Crisisbeheersing en Rampenbestrijding

De crisisfunctionarissen krijgen een grotere verantwoorde­

De monodisciplinaire diensten zijn verantwoordelijk voor

•

Basisopleiding LCMS

lijkheid om hun expertise op peil te houden. Dit is moge­

het opleiden en oefenen van de vaktechnische kennis en

•

Basiswerking van CoTW, CoPl, ROT of GBT/RBT

lijk als het voor iedereen duidelijk is aan welke eisen een

vaardigheden van medewerkers. Trainingen en oefeningen

•

Basis plannen (Multi Planvorming)

crisisfunctionaris moet voldoen. Het is dus belangrijk dat een

zijn om meerdere redenen belangrijk. De nieuwe, 'beginnen­

•

Basis Net-centrisch Werken

functionaris weet heeft van zijn individuele competenties en

de functionaris' moet het geleerde in praktijk brengen en

•

Basis Waarnemen (collegiaal)

de noodzaak onderkent tot eventuele bijscholing ervan. We

de 'gevorderde functionaris' en de 'expert' moeten nieuwe

•

Basis Nucleair (Nucleaire Ongevallen en ARBPSi)

gebruiken het functionarisvolgsysteem om ontwikkeling en

plannen en procedures onder de knie krijgen. Team MOTO

vakbekwaamheid inzichtelijk te maken.

traint en beoefent jaarlijks CoPI-, ROT- en Beleidsteams. Met

Aan de gevorderde functionaris bieden we een basis+

als doel: kennis en vaardigheden testen en in de praktijk

- programma aan:

brengen en de teamvaardigheden trainen.

38

5.5.2 Grondslag

bestrijding en crisisbeheersing in de maritieme sector, bekij­

5.5.7 Planningsruimte oefeningen

De oefeningen zijn belangrijk als leermiddel. Er zijn ook

ken we of we deze ook in combinatie met andere oefeningen

Voor Team MOTO en haar planning is een zekere flexibiliteit

verplichtingen aan verbonden. Sommigen hebben een wet­

kunnen uitvoeren.

in de capaciteit noodzakelijk. Zo kan zij inspelen op onver­

telijke basis, en anderen komen voort uit een convenant. De

5.5.4 ROT-oefening

we ieder jaar in de Jaarkalender rekening met een aantal

Wet veiligheidsregio's: met de komst van deze wet ligt

De ROT-oefeningen zijn de afgelopen jaren zowel met een

extra thema-loze oefenmomenten.

de oefenverplichting bij de veiligheidsregio's, gebaseerd

GBT/RBT als met de secties gehouden. In deze beleidsperi­

op het document 'Toetsingskader 4.0 versie 2018'. In

ode kijken we naar oefeningen tussen het ROT en het CoPI,

dit document stelt Inspectie Justitie en Veiligheid be­

inclusief de secties.

oefeningen zijn te onderscheiden op basis van:

•

wachte ontwikkelingen in de samenleving. Daarom houden

Een Nationale Nucleaire Oefening (NNO) moet eens in de vijf

jaar plaatsvinden. In overleg met het DCC I en W starten we

kwaamheidseisen aan de sleutelfunctionarissen: volgen

•

•

•

5.5.8 Nationale Nucleaire Oefening (NNO)

van een basisopleiding; oefenen en ervaringen opdoen

5.5.5 G/RBT oefeningen

met de voorbereidingen voor een NNO in 2024. Als regio met

tijdens een daadwerkelijk GRIP-incident, en individueel

Jaarlijks proberen we zes GBT-oefeningen aan te bieden,

een kerncentrale zullen we betrokken zijn bij de voorberei­

evalueren van incidenten, oefeningen en ervaringen. De

waarbij we deze oefeningen combineren met een ROT-oefe-

ding en uitvoering ervan.

oefeningen die hieronder vallen, zijn: de CoPI- en CoTW-,

ning. Sinds 2018 bieden we een alternatief voor de GBT-oe-

ROT-, GBT/RBT-, de Brzo-oefeningen en de Systeemtest;

feningen. De burgemeester en locoburgemeesters krijgen per

overige wetgeving: aan de hand van de regeling 'Aanvul­

gemeente een aantal dilemmatrainingen aangeboden, waar

5.6 Toetsing- en registratie

lende regels voor veiligheid wegtunnels' is de oefen­

ze als team mee aan de slag gaan. In deze beleidsperiode

5.6.1 Toezicht

verplichting: eenmaal in de vier jaar de tunnel van een

bekijken we of we een vergelijkbare sessie met Strategisch

Het toezicht (zie paragraaf 3.4) heeft als doel alle (sleutel-)

wegbeheerder te beoefenen;

Adviseurs kunnen ontwikkelen.

functionarissen6 die tijdens een incident of oefening in crisis­

convenanten: met partners in crisisbeheersing, zoals

teams optreden, door evaluatie te monitoren, van feedback

drinkwaterbedrijven, waterschappen, Defensie, ener­

5.5.6 Bijzondere oefeningen

te voorzien en te registreren. Vanuit deze registratie maken

giebedrijven (EPZ), ProRail, Nederlandse Kustwacht en

Wat we ook moeten blijven beoefenen zijn de bijzondere en

we het voor de functionaris aanwijsbaar welke kwaliteiten

zorginstellingen;

specifieke elementen uit de crisisbeheersing en het groot­

en competenties hij nog moet ontwikkelen. Het toezicht

en alle noodzakelijk geachte oefeningen die geen boven­

schalig multidisciplinair optreden. Denk bijvoorbeeld aan

leidt tot professionalisering en kwaliteitsverbetering van het

staande grondslag hebben.

alarmeringsoefeningen, die mogelijk voorafgaan aan een

multidisciplinaire optreden. Alle functionarissen die in een

reguliere oefening. In deze beleidsperiode zullen we dan ook

crisisteam dienstdoen, volgen een competentietraject.

5.5.3 CoPI- en CoTW-oefeningen

regio- en landsgrensoverschrijdend oefenen. Zoals Interre­

De CoPI-oefeningen zijn gebaseerd op de zeven thema's

gionaal CoPI (ICoPI) en Interregionaal ROT (IROT). Ook zullen

Brzo. Vanwege de continue herhaling van deze thema's kijken

we oefenen met de Belgische Provincies Antwerpen, Oost­

6 Sleutelfunctionarissen zijn de adviseurs van de disciplines binnen een

we in deze beleidsperiode of we ze kunnen combineren met

en West-Vlaanderen. We zijn hier in 2019 al mee gestart.

crisisteam die gezamenlijk daadwerkelijk een incident coördineren en ver­

andere oefeningen. Ook organiseren we CoTW-oefeningen.

volgens acties uitzetten. De functionarissen die de adviseurs ondersteunen,

Gezien het specifieke karakter en de coördinatie van rampen­

vallen in deze rol niet onder sleutelfunctionarissen - met uitzondering van de ondersteuners van de sectie Ondersteuning die onder R&C valt.

39

5.6.2 Competentietraject

5.6.3 Registreren

5.7 Programma's

Na het vaststellen van de competenties voor onze crisis­

Registratie is een eis van Inspectie Justitie en Veiligheid. Het

Alle MOTO-activiteiten bundelen we onder Team MOTO. Zo

functionarissen en die van onze partners, zal onder hen

is een sturingsinstrument voor Veiligheidsregio Zeeland.

kunnen we de integraliteit, continuïteit, kwaliteit en bijbe­

een competentiescan worden uitgevoerd. Hiermee gaat het

Team MOTO en de kolomverantwoordelijken voor mono-ac-

horende registratie van crisisfunctionarissen ijken. Program-

traject van start. In de competentiescan leggen we vast welke

tiviteiten organiseren de registratie en voeren deze uit. Alle

ma-accounthouders zullen hun wensen voor het opmaken

competenties een functionaris beheerst (EVC-traject = Eerder

opleidings-, trainings- en oefenactiviteiten binnen OTO zijn

van de Jaarkalender MOTO kenbaar maken via het jaarlijkse

Verworven Competenties) en welk traject moet worden

- net als de operationele inzetten - eraan gelinkt en worden

Platformoverleg MOTO. Het is de bedoeling dat de program­

afgelegd om naar een volgend niveau te komen. We stellen

per functionaris in diens portfolio gevolgd.

ma's opgaan in de staande organisatie.

mogen duren en de functionaris verplicht deelneemt aan

Een functionarisvolgsysteem is een digitaal registratiesys­

5.8 Innovatie

een aantal opleidingen en oefeningen. De deelname wordt

teem dat door een organisatie geïmplementeerd kan worden

De uitvoering van opleidingen, trainingen en oefeningen

officieel vastgelegd in het functionarisvolgsysteem.

voor de volgende processen:

willen we continu tegen het licht houden. Hierbij kijken we

•

naar:

in deze beleidsperiode vast hoelang competentietrajecten

Het bestaande traject (zie paragraaf 4.6) breiden we uit.

opleiden en trainen (cursusinformatie, e-learning, online

toetsen, resultatenregistratie);

de wijze van werken

Het heeft als doel alle (sleutel-) functionarissen die tijdens

•

oefenen (oefenregistratie, online toetsen, evaluaties);

individueel aanbod en aanbod voor doelgroepen

incidenten in crisisteams actief zijn, qua functioneren op een

•

competentiemanagement (behaalde competenties,

het gebruik van (nieuwe) techniek(en)

basisniveau te brengen. Vervolgens kan de functionaris zijn

reflectieverslagen);

het gebruik van verschillende didactische werkwijzen

kwaliteiten en competenties blijven ontwikkelen. Zo neemt

•

persoonlijke ontwikkeling (evaluaties, verslagen);

het aansluiten bij het dagelijkse werk

de professionalisering van de organisatie toe en zal dit de

•

kennisborging (dossiers, digitale formulieren);

wijze van aansluiten op nieuwe ontwikkelingen voor

kwaliteit van het multidisciplinaire optreden vergroten. In

•

planning (roosters, O&T-planning, oefenplanning);

warme, lauwe en koude fase

deze beleidsperiode verleggen we het accent van overwe­

•

inzetten (resultaten, evaluaties, inzetregistratie).

ontwikkelingen in de maatschappij

gend kwantitatief (aanwezigheid) naar overwegend kwalita­ 5.6.4 AG5 -registratiesysteem

Uitgangspunten zijn: flexibiliteit, verhoging van de partici­

Veiligheidsregio Zeeland hanteert het digitale registratie- en

patie, en zoveel mogelijk op de functionaris toegesneden

Wanneer de functionaris aan bepaalde onderdelen van het

volgsysteem AG5. Hiervoor zijn voldoende accounts be­

opleidingen, trainingen en oefeningen.

traject niet voldoet, krijgt hij in overleg met zijn monodis-

schikbaar, en kunnen we ook externen - zoals crisisfunctio­

ciplinaire leidinggevende bijscholing op maat aangeboden

narissen die tot onze netwerkorganisatie behoren - in het

5.9 Verantwoordelijkheid (crisis)functionaris

(cursussen, trainingen, persoonlijke begeleiding). De verant­

systeem bijhouden. Team MOTO heeft het beheer van AG5.

Op het gebied van persoonlijke ontwikkeling gaan we uit

tief (competentiegericht) waarnemen en evalueren.

woordelijkheid voor dit individuele traject is monodiscipli-

In het kader van automatisering zullen we AG5 aanpassen

van de eigen verantwoordelijkheid van crisisfunctionarissen.

nair.

aan de in dit hoofdstuk vermelde juiste functiebenaming,

Team MOTO biedt handvatten om dit proces op gang te bren­

Het competentietraject werken we uit en leggen we ter

competenties, evaluatie en verslagen. Afspraken over hoe we

gen. Daarna heeft zij vooral een faciliterende rol. Leidingge­

goedkeuring voor aan de Veiligheidsdirectie en het Bestuur.

de gegevens uit AG5 gebruiken, leggen we vast.

venden spreken functionarissen aan op de voortgang en de

40

consequenties van hun vakbekwaamheidsresultaten. Wie is

6.2 Kwaliteitsborging Team MOTO

aan de oefening is dus noodzakelijk. Deze criteria sluiten aan

ingepland voor activiteiten en niet aanwezig kan zijn, moet

We vragen kennis en kunde van de kolomvertegenwoordi-

op de oefendoelen die in het draaiboek staan. Aan de hand

zelf vervanging regelen.

gers. Het is van wezenlijk belang dat de leden van MOTO-

hiervan kunnen we beoordelen of met de oefening de doelen

-breed deze competenties beheersen om kwalitatief goede

zijn behaald.

5.10 Jaarplan en Jaarkalender

MOTO-producten te kunnen verzorgen. Hiervoor zoeken we

De uitwerking van de opleidingen, trainingen en oefeningen

specifieke opleidingen die aansluiten bij de behoefte van de

Het is een belangrijk aandachtspunt voor de Veiligheidsdi­

vindt plaats in het multidisciplinaire Jaarplan en de Jaarka­

leden van MOTO-breed.

rectie en de leden van MOTO-breed dat na het evalueren

van gezamenlijke oefeningen en operationele inzetten de

lender van Team MOTO. Het Jaarplan wordt op advies van

Team MOTO en in afstemming met de leden van het Platfor-

6.3 Kwaliteitsborging van opleidingen

leerpunten worden meegenomen. Dit zal op de volgende

moverleg MOTO uiterlijk in september voorgelegd en in ok­

In de komende beleidsperiode proberen we aan de leerac­

wijze plaatsvinden:

tober door de Veiligheidsdirectie vastgesteld. Wijzigingen in

tiviteiten binnen het competentietraject een toets-moment

•

het Jaarplan of de Jaarkalender moeten wegens roosterplan­

te koppelen. Bij opleidingen kan dit een korte, schriftelijke

of tussen diensten of kolommen aangepast moeten

ningen uiterlijk drie maanden vooraf worden doorgegeven.

vragenlijst zijn. Het doel is om na te gaan of de functionaris

worden, nemen we dit op in de actielijst van de Veilig­

de opgedane kennis heeft begrepen.

heidsdirectie. De uitwerking van het actiepunt wordt

6 KWALITEITSBORGING

als blijkt dat inhoudelijke afspraken of procedures van

toegewezen aan de betreffende diensten of kolommen, Voor de evaluatie van de opleidingen vullen functionarissen

of aan de Afdeling Crisisbeheersing, die de coördinatie

6.1 Inleiding

een beknopt formulier in. We vragen naar hun mening over

In dit hoofdstuk behandelen we facetten van het multi­

de opgedane kennis, de wijze van kennisoverdracht en hoe

disciplinair OTO-beleid. De visie op de kwaliteit van alle

ze de opleiding qua organisatie vinden. Team MOTO verwerkt

derwerp ontbeert (bijvoorbeeld over de rol van water­

leeractiviteiten hangt nauw samen met de keuzes die we

elke twaalf maanden een overzicht van de uitkomsten in het

schappen in de crisisbeheersing), dan organiseren we dit

voor opleiden en oefenen in dit beleidsplan vastleggen. Het

Jaarverslag MOTO. Dit presenteert zij aan de Veiligheidsdi-

vaststellen en behoeden van kwaliteit is een aspect van het

rectie, waarbij ook alle suggesties ter verbetering worden

OTO-beleid dat voortdurend in ontwikkeling is. Uit toetsing

geformuleerd. Team MOTO streeft naar een continu evalua-

goed functioneren, nemen we deze opnieuw mee in een

en evaluatie7 komen immers zaken naar voren waarmee we

tie-en verbetersysteem.

volgende oefening als oefendoelen;

van de uitwerking regelt;

•

als bijscholing via een workshop; •

•

het opleidings- en oefenaanbod zullen aanpassen. Belangrijk

als blijkt dat het team gezamenlijke kennis over een on­

als bepaalde groepsprocessen tijdens een oefening niet

als een plan niet (meer) werkt, leggen we dit voor aan

hierbij zijn de verbeterpunten uit evaluaties van GRIP-inci-

6.4 Kwaliteitsborging van oefeningen

Multi Planvorming met het verzoek het plan aan te

denten, OTO-evaluaties en de aanbevelingen van Inspectie

Oefeningen worden momenteel aan de hand van groepspro­

passen;

Justitie en Veiligheid. Verder gaan in het aanbod individuele

cessen waargenomen en beoordeeld. Maar het is lastig geza­

als individuele competenties een onvoldoende scoren,

leerwensen, integrale planvorming en issues uit crisis- en

menlijke inhoudelijke kennis in te schatten; dit valt alleen te

bieden we de betreffende functionaris bijscholing aan.

risicobeheersing een grotere rol spelen.

beoordelen uit de keuzes die de teams maken. Toch moeten we het teamresultaat zoveel mogelijk in de evaluaties mee­

6.5 Kwaliteitsborging van MOTO-producten

nemen. Het formuleren van beoordelingscriteria voorafgaand

Er is ook borging nodig op organisatorisch niveau. Dit bete-

7 Zie ook Meerjarenbeleidsplan Multiplanvorming VRZ

41

kent dat we niet alleen het doel - kwaliteitsborging functio­

dit beleidsplan ook binnen de huidige begroting moeten

administratieve zaken (druk- en kopieerwerk);

narissen - maar ook de middelen - MOTO-producten - beoor­

realiseren. Wensen, veranderingen of innovaties die nog niet

logistieke voorzieningen (catering, huur locaties);

delen.

binnen het budget passen, zullen dus zo vroeg mogelijk moe­

extra licenties voor een studio voor digitale activiteiten

ten worden begroot. Afzonderlijke projecten worden begroot

(vanwege Covid-19 heeft digitaal werken een hoge prio­

6.6 Lerende organisatie

bij aan de implementatieplannen8 gerelateerde opleidings-,

riteit gekregen).

We willen graag een lerende organisatie zijn. Tijdens oefe­

trainings- en oefenkosten.

ningen mogen fouten worden gemaakt, als we hieruit lering

7.2.3 Baten 7.2.1 Kosten

De uren van de MOTO-breed afkomstige leden buiten Veilig-

naar een open cultuur, waar het bespreken van leerpunten

De kosten voor multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen

heidsregio Zeeland (politie, gemeenten, Defensie, Openbaar

kan plaatsvinden in een veilige omgeving. Issues moeten snel

bestaan uit:

Ministerie, waterbeheerders en overige leden waarmee we

gedeeld worden met de verschillende doelgroepen binnen

•

personeel: voorbereiding en uitvoering van opleidingen,

samenwerken), worden 'om niet' geleverd, dus bekostigd

trainingen en oefeningen;

door deze diensten zelf.

trekken en er als organisatie beter van worden. We streven

crisisbeheersing en rampenbestrijding, zodat cruciale fouten

voortaan minder voorkomen. Ook het informeren over de

•

zijn. Dit vraagt een sneller en flexibeler reactievermogen

•

van de hele organisatie, en dus ook een aanpassing van de cultuur.

7.3 Capaciteit

opleiding: functionarissen die Basiskennis Crisisbeheer­ sing volgen, en begeleiding door derden;

7.3.1 Algemeen

•

functionarisvolgsysteem;

Team MOTO bestaat uit drie fulltime specialisten en één me­

•

vertegenwoordiging in landelijke en (inter)regionale

dewerker. Verschillende monodisciplinaire diensten leveren

overleggen;

capaciteit voor de voorbereiding en de uitvoering van op­

regisseren en faciliteren van de verschillende rollen/

leidingen, trainingen en oefeningen op het niveau van CoPI,

7 FINANCIËN EN CAPACITEIT •

7.1 Inleiding

uitvoering: organisatie en begeleiding, kosten voor der­

den, parkeergelden, tol, kilometervergoedingen;

wijze van werken en planvorming kan hiervan een onderdeel

functies bij de opstelling (meer)jarenplannen.

In dit hoofdstuk geven we de capaciteit en financiën weer.

ROT, GBT en RBT. Deze capaciteit moet op het juiste niveau

inhoudelijke opleidingen en oefeningen kunnen verzorgen,

Per jaar zullen we deze in het betreffende jaarplan uitwer­

7.2.2 Overige kosten

omdat dit bepalend is voor het niveau van de deelnemers.

ken.

Kosten voor het organiseren van opleidingen en oefeningen

Verder moeten deelnemers minimaal hetzelfde niveau

bestaan uit:

hebben als diegenen die beoefend worden, of moeten we er

7.2 Financiën

opleiding leden Team MOTO;

mensen op dat niveau voor inzetten. De capaciteit bepaalt

Voor multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen is binnen

begeleiding bij oefeningen door externe bureaus;

voor een groot deel de uitvoering van MOTO-activiteiten.

Veiligheidsregio Zeeland een budget beschikbaar. Het is

opstartscenario's bij oefeningen;

Meer efficiëntie van capaciteit en financiën kunnen we

voornamelijk begroot voor CoPI-, ROT- en BT-oefeningen,

communicatiemiddelen;

behalen met een meer intensieve samenwerking tussen de

Systeemtest, verdiepingstrainingen en thematische work­

inzet tegenspel (higher/flank/lower control);

OTO-teams van onze organisatie (Bevolkingszorg, Crisisbe­

shops. Begrotingen moeten twee jaar van tevoren worden

inzet voor overige ondersteuning;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10882380/1