CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.10 rvs Bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren bijlage 2 toelichting maatwerkregels

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren2.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting maatwerkregels PFAS in het Omgevingsplan Ons Kenmerk : 2739830 / 2742237 Datum

: 7 november 2025

VAN

: A. Eijke

Team

: Leefbaarheid

Vanwege de aanwezigheid van PFAS in de bodem binnen het bodembeheergebied van de gemeente Vlissingen moeten maatwerkregels worden opgenomen in het Omgevingsplan om risico’s voor de volksgezondheid tegen te gaan en grondverzet in dit gebied mogelijk te houden. Hierbij is gekeken welke maatwerkregels proportioneel zijn, een positief effect hebben en bijdragen aan doelstellingen voor een gezonde leefomgeving en duurzaam bodembeheer. In deze toelichting geven we een onderbouwing voor de op te nemen maatwerkregels en de effecten ervan. Opnemen Maximaal Toelaatbare Risiconiveaus (MTR) voor PFAS in bodem Voor PFAS zijn nog geen normen opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Dit zorgt ervoor dat er nog geen wettelijke kaders zijn om te beoordelen of bij een beoogd gebruik sprake is van risico’s voor de volksgezondheid. Gemeenten hebben de mogelijkheid normen op te nemen in het Omgevingsplan voor stoffen die landelijk nog niet genormeerd zijn. Vanwege de aanwezigheid van PFAS in de bodem kan bij inwoners en initiatienemers de vraag opspelen of dit geen risico’s oplevert voor hun gezondheid. Er is behoefte aan het opnemen van maximale normen voor PFAS in de bodem. Het RIVM heeft op basis van wetenschappelijk onderzoek een Indicatieve Niveau Ernstige Verontreiniging (INEV) berekend voor PFAS in de bodem. De INEV is een voorlopige interventiewaarde.

De interventiewaarde voor een stof is het maximale gehalte wat in de bodem aanwezig mag zijn zonder dat daarbij risico’s voor de volksgezondheid optreden. De INEV is geen officiële interventiewaarde. Door het opnemen van een MTR voor (de meest voorkomende) PFAS in het Omgevingsplan worden de opgenomen MTR wel de formele maximale waarden die aanwezig mogen zijn in de bodem. Als MTR nemen we de door het RIVM berekende INEV over. Tabel 1: Op te nemen MTR voor PFAS stofgroepen Stofgroep Overige functies Stof µg/kg ds PFOS 59 PFOA 60 GenX 57 µg/kg ds = milligram per kilogram droge stof (droge stof is de grond die overblijft nadat deze is gedroogd) Bij de aanwezigheid van PFAS in de bodem zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek van het RIVM hogere berekende risico’s voor de volksgezondheid bij de gebruiksfunctie volkstuin/moestuin ten opzichte van andere gebruiksfuncties. Dit hogere berekende risico zit hem in de opname van PFAS door zelfgekweekte groente en de consumptie hiervan.

POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G

De door het RIVM berekende risiconorm is afhankelijk van de hoeveelheid zelfgekweekte groente die wordt geconsumeerd. We nemen voor volkstuinen/moestuinen geen MTR op voor PFAS. Bij deze locaties wordt op basis van maatwerk samen met GGD Zeeland gekeken of de waarden aan PFAS een risico opleveren. Met het opnemen van maximale normen voor PFAS in bodem lopen we voor op de implementatie van PFAS in de landelijke regelgeving. Bij het bepalen van de maximale normen voor PFAS in bodem is samen met GGD Zeeland beoordeeld dat er bij de gekozen normen geen risico’s zijn voor de volksgezondheid. Verplicht onderzoek naar PFAS bij een verkennend bodemonderzoek Bij het uitvoeren van de milieubelastende activiteiten graven of bouwen op een bodemgevoelige locatie, moet voorafgaand aan deze activiteiten een bodemonderzoek conform paragraaf 5.2.2. uit het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna Bal) worden uitgevoerd. Deze paragraaf geeft geen uitsluitsel wanneer PFAS in de bodem onderzocht moet worden. Vanwege de aanwezigheid van verhoogde gehalten PFAS binnen het bodembeheergebied van Vlissingen is de bodem verdacht voor aanwezigheid van deze stoffen. Bij het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek moet deze stofgroep ook geanalyseerd worden. Dit geeft inzicht of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik en de mogelijkheden om overtollige grond ergens anders her te gebruiken.

Om duidelijkheid te verschaffen bij initiatiefnemers dat PFAS ook moet worden geanalyseerd geeft het Omgevingsplan de mogelijkheid aanvullende eisen te stellen aan het uit te voeren bodemonderzoek. In het Omgevingsplan nemen we op dat bij het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ook onderzoek moet worden gedaan naar de gehalten aan PFAS in de bodem. Bij de milieubelastende activiteit bouwen op een bodemgevoelige locatie is bijna altijd ook sprake van de milieubelastende activiteit graven. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek kan dan voor beide activiteiten gebruikt worden. Aanvulling op de informatieplicht bij milieubelastende activiteit graven Voor het verrichten van de milieubelastende activiteit graven geldt een informatieplicht. Deze informatieplicht voorziet niet in het aanleveren van een uitgevoerd bodemonderzoek. Hierdoor zien we in de praktijk dat, ondanks dat het verplicht is voorafgaand aan graafwerkzaamheden een bodemonderzoek uit te voeren, er geen bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Door een aanvullende eis op te nemen in de informatieplicht borgen we dat wordt voldaan aan de verplichting om een bodemonderzoek uit te voeren voorafgaand aan de milieubelastende activiteit graven. In het Omgevingsplan nemen we een bodemonderzoek op als één van de in te dienen gegevens en bescheiden bij de informatieplicht.

Verruimen normen voor hergebruik van grond Zone Kuststrook PFAS Wacheren Op basis van de huidige bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren is het op dit moment in veel gevallen niet mogelijk grond uit de nieuwe zone ‘Kuststrook PFAS Walcheren’ te hergebruiken op een andere locatie (hierna toepassen). Deze zone is diffuus verontreinigd met PFAS. In de bodem wordt hoofdzakelijk de PFAS-verbinding PFOS aangetroffen in waarden tot boven de maximale waarde voor de functie wonen/industrie. Hierdoor kan grond in deze gevallen alleen worden afgevoerd naar een grondreiniger tegen hoge kosten ondanks dat er voor het meeste gebruik geen risico’s zijn. In 2020 zijn de maximale normen voor het toepassen van grond overgenomen uit het handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie (hierna handelingskader). De maximale waarde voor het toepassen van grond voor de functie wonen in het handelingskader is 3 μg/kgds. Deze waarde is 20 maal malen lager dan de door het RIVM berekende INEV en door de gemeente op te nemen MTR voor PFAS.

Blad 2 behorend bij 2739830 / 2742237

De gemeente heeft de mogelijkheid af te wijken van de in het handelingskader geadviseerde toepassingswaarden wanneer binnen het beheergebied diffuse verontreinigingen met PFAS voorkomen en hierdoor problemen ontstaan met grondverzet en de uitvoering van projecten. Voorwaarde is dat dit altijd goed gemotiveerd en onderbouwd moet worden. De zone ‘PFAS Kustrook Walcheren’ komt in aanmerking om af te wijken van de toepassingswaarde uit het handelingskader. Voor het toepassen van grond willen we maatwerkregels die uniform zijn voor iedereen en die te handhaven zijn. In de bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren zijn zogenaamde percentielwaarden opgenomen. Deze percentielwaarden geven aan hoeveel procent van de geanalyseerde grondmonsters binnen een bepaalde zone voldoen aan die waarde. Voor hergebruik van grond afkomstig uit de zone ‘Kuststrook PFAS Walcheren’ willen we de toepassingsnormen voor PFOS verhogen naar de 95% percentielwaarde (hierna P95) wanneer deze grond opnieuw wordt toegepast in deze zone. Hiermee creëren we zoveel mogelijk een gesloten grondbalans binnen de zone ‘Kuststrook Walcheren PFAS’ voor grond met verhoogde waarden PFOS. Met deze maatregel benutten we de maximale mogelijkheden die we hebben om de toepassingsnormen te verhogen.

Met het verhogen van de toepassingsnorm voor PFOS naar de P95 zorgen we ervoor dat theoretisch in 95% van de gevallen grond uit de zone ‘PFAS Kuststrook Walcheren’ weer kan worden hergebruikt binnen die zone. Bij het hanteren van de P95 als toepassingsnorm blijven we binnen de kaders van het standstill beginsel dat voorschrijft dat de bodemkwaliteit door het toepassen van grond niet mag verslechteren. Ook zijn er bij het hanteren van de P95 voor PFOS geen risico’s voor mensen bij het gebruik van de bodem voor wonen met een kleine moestuin of risico’s voor de natuur. De gemeenteraad van Veere heeft op 2 juli 2025 al ingestemd met het verruimen van de norm voor PFOS in de zone Kuststrook PFAS Walcheren binnen hun beheergebied. Met het opnemen van de ruimere norm voor PFOS in het Omgevingsplan van Vlissingen zorgen we voor een uniform beleid binnen deze zone. In het Omgevingsplan nemen we op dat grond afkomstig uit de zone Kuststrook PFAS Walcheren met maximaal 5,4 μg/kgds aan PFOS (P95) in deze zone kan worden hergebruikt. Bij het toepassen van vrijgekomen grond uit de zone ‘PFAS Kuststrook Walcheren’ in de ondergrond (dieper dan 0,5 m -mv) van deze zone gelden strengere regels vanwege het feit dat binnen de zone ‘PFAS Kustrook Walcheren’ niet overal verhoogde waarden PFAS voorkomen in de ondergrond.

Met name verder landinwaarts vinden we de verhoogde waarden PFAS alleen in de bovengrond. Ook ligt hergebruik in ondergrond gevoeliger in verband met de aanwezigheid van grondwater. De toepassing van grond mag niet leiden tot een verslechtering van de grondwaterkwaliteit. Voor het toepassen van vrijgekomen grond uit de zone ‘PFAS Kuststrook Walcheren’ in de ondergrond van deze zone voeren we een dubbele toets in waarbij we in het Omgevingsplan opnemen dat bij toepassingen dieper dan 0,5 m -mv ook moet worden aangetoond dat de gehalten aan PFOS in de toe te passen grond gelijk of lager zijn dan de gehalten aan PFOS in de bodem op de toepassingslocatie. Zone PFAS Vlissingen en overige PFAS-verbindingen Het handelingskader vermeldt als toepassingswaarden voor de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen wonen en industrie 7 μg/kgds voor PFOA en 3 μg/kgds voor de overige PFAS (ook wel aangeduid als de 3/7/3/3 waarden). Deze hebben nu nog niet de status van Maximale waarden voor wonen of industrie. Naar verwachting worden op termijn wel Maximale waarden voor wonen of industrie opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Naar verwachting zullen die in dat geval gelijk zijn aan deze 3/7/3/3 waarden dan wel ruimer zijn dan deze waarden.

In het huidige gebiedsspecifieke beleid van Vlissingen is vastgelegd dat deze 3/7/3/3 waarden als toepassingsnorm wordt gehanteerd in zones waar volgens het generieke beleid Blad 3 behorend bij 2739830 / 2742237

de toepassingsnorm voor het standaardonderzoekspakket klasse wonen of klasse industrie is. Dit zijn voor Vlissingen onder andere alle bedrijfsterreinen, binnenstad Vlissingen en de andere vooroorlogse kernen (Ritthem, Souburg). Op basis van de nieuwe inzichten komen in het gehele bodembeheergebied van Vlissingen PFAS voor in de bodem tot deze 3/7/3/3 waarden. Met het huidige gebiedsspecifieke beleid levert dit problemen op bij hergebruik van grond uit de zones waar nu deze 3/7/3/3 waarden nog niet als toepassingsnorm wordt gehanteerd. We willen daarom het gebiedsspecifieke beleid aanpassen en de 3/7/3/3 waarden als toepassingsnorm hanteren voor het gehele bodembeheergebied van Vlissingen, m.u.v. de zone Kustrook PFAS Walcheren waar een hogere toepassingsnorm wordt voorgesteld voor PFOS. In onderstaande tabel zijn de voorgestelde nieuwe toepassingsnormen weergegeven Tabel 2: Op te nemen toepassingsnorm voor PFAS stofgroepen PFAS-verbinding Zone PFAS Kuststrook Walcheren Zone PFAS Vlissingen µg/kg ds µg/kg ds PFOS 5,4 3,0 PFOA 7,0 7,0 GenX 3,0 3,0 PFOA 3,0 3,0 Vanuit het standstill beginsel gelden de in deze paragraaf beschreven 3/7/3/3 normen alleen voor grond en bagger afkomstig uit de provincie Zeeland.

Uitzonderingsregel voor volkstuinen, grote moestuinen en akkerbouwpercelen Grond met verhoogde gehalten PFAS voldoet niet aan de strengste RIVM risiconorm voor volkstuinen en grote moestuinen (groter dan 200 m²). Alleen grond die voldoet aan bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur voldoet aan deze strengste risiconorm. Voor akkerbouwpercelen is geen risiconorm vanuit het RIVM. Vanwege het ontbreken van deze risiconorm worden voor het toepassen van grond op akkerbouwpercelen geen risico’s genomen en moet de toe te passen grond voldoen aan bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. In het Omgevingsplan nemen we op dat bij het toepassen van grond op locaties met de gebruiksfunctie volkstuin of grote moestuin (> 200 m2) en op akkerbouwpercelen de grond moet voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur voor PFAS. Strengere eis voor grond van buiten Zeeland Binnen de provincie Zeeland gelden voor de overige individuele PFAS lagere achtergrondwaarden dan de achtergrondwaarden in het handelingskader. Voor de overige individuele PFAS wordt daarom onderscheid gemaakt tussen grond en bagger afkomstig uit de provincie Zeeland en grond en bagger afkomstig van buiten de provincie Zeeland: • voor grond en bagger afkomstig uit de provincie Zeeland geldt voor de overige individuele PFAS de in het handelingskader vermelde toepassingswaarde van 1,4 μg/kgds.

• voor grond en bagger afkomstig van buiten de provincie gelden voor de overige PFAS de in de bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren bepaalde provinciale achtergrondwaarden, dan wel de bepalingsgrens (0,1 μg/kgds). Vanuit het standstill beginsel gelden voor grond en bagger afkomstig van buiten de provincie Zeeland deze lagere provinciale achtergrondwaarden in plaats van de waarde van 1,4 μg/kgds uit het handelingskader.

Blad 4 behorend bij 2739830 / 2742237

Voor grond en bagger uit de eigen regio is het niet wenselijk dat incidentele verhoogde gehalten van de overige individuele PFAS tot knelpunten leiden in grondverzet of bij het verspreiden van bagger. Daarom wordt voor grond en bagger afkomstig uit de provincie Zeeland de toepassingswaarde van 1,4 μg/kgds wel overgenomen. Uitwerking maatwerkregels Na instemming door de gemeenteraad worden de maatwerkregels technisch uitgewerkt. Na de technische uitwerking kan het zijn dat de maatwerkregels anders worden verwoord zodat ze juridisch kloppend zijn en passen binnen de structuur en vormgeving van het Omgevingsplan. Er worden inhoudelijk echter geen wijzigen aangebracht in de opzet van de maatwerkregels. Mochten er onverwachts toch inhoudelijke wijzigingen worden gedaan aan de maatwerkregels, bijvoorbeeld door wijzigingen in de rijksregels, dan worden het college en de gemeenteraad hierover geïnformeerd tijdens de procedure voor het wijzigen van het Omgevingsplan. Toepassingskaart De toepassingskaart maakte voor het inwerkingtreden van de Omgevingswet onderdeel uit van de Nota bodembeheer. De toepassingskaart komt tot stand door op basis van de ontgravingskaart, functiekaart en mogelijk gebiedsspecifiek beleid en/of maatwerkregels de toepassingseis weer te geven voor het toepassen van grond of baggerspecie.

Deze kaart is feitelijk een soort serviceproduct dat de toepassingseisen in een bepaald gebied weergeeft en bevat daarmee geen aanvullende informatie. Deze kaart kan worden gebruikt als aanvulling op de onderliggende kaarten en de voorgenomen maatwerkregels. De nieuwe toepassingskaart wordt meegenomen in de wijziging van het Omgevingsplan en wordt onderdeel van het nieuwe deel van het Omgevingsplan.

Blad 5 behorend bij 2739830 / 2742237

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16641479/1