5.10 Rvs Afgeven (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen bouwplan Wauwelhofje Ritthem bijlage Antwoordnotitie ingekomen zienswijzen Wauwelhofje Ritthem
Tekst van het document
Antwoordnotitie ingekomen zienswijzen Wauwelhofje Ritthem Nieuwbouw 7 woningen Zienswijze 1 – 2543179- datum ontvangen 13 september 2024 Indiener stelt dat het initiatief onzorgvuldig is om de volgende redenen: - Indiener maakt zich zorgen over de afwatering van het gebied en is van mening dat deze door de ontwikkeling slechter wordt. Daarnaast is indiener van mening dat er nog geen goed afwateringsplan is ingediend. Daarbij geven de huidige straten al regelmatig afvoercapaciteitsproblemen. - Indiener is van mening dat de af te graven grond niet afgevoerd moet worden zodat de waterhuishouding niet nog verder verslechterd. - Indiener is van mening dat de bouwhoogte van 8 meter te hoog is en afbreuk doet aan de omliggende woningen die lager zijn. - Er wordt gesteld dat de aanvraag onjuist is ingediend en dat er een herstelde aanvraag in januari 2024 ingediend is waardoor de aanvraag onder de nieuwe wetgeven zou vallen. - Indiener is van mening dat de participatie tijdens het gehele initiatiefverloop sterk te wensen over laat.
o Communicatie is moeilijk o Er wordt niet serieus naar omwonenden geluisterd o Niet goed/onvolledig geïnformeerd over plan aanpassingen in 2023 o Waarom wordt niet aan alle omwonenden een stuk grond aangeboden zoals wel op een ander adres is gebeurt? - De ontsluiting laat te wensen over en zal voor meer overlast zorgen - Er is nog geen duidelijkheid over de bouwmethode - Er is nog geen duidelijkheid over het lichtplan - Er bestaat geen duidelijkheid over de woning aan de Dorpsweg 12. Er staat een garage ingetekend die er nu niet is. - Er zijn de laatste jaren meerdere schrijvens naar de gemeente gestuurd waarin 90% van de omwonenden aangeeft bezwaar te hebben Antwoord: Een deel van de watercompensatie wordt getroffen binnen het plangebied onder de bestrating van de parkeervakken. Omdat dit niet voldoende is wordt er ook gekeken naar ruimte buiten het plangebied. Het waterschap Scheldestromen is akkoord met compensatie buiten het plangebied maar wel binnen het zelfde peilgebied. Voor aanvang van de bouwwerkzaamheden moet hier een definitief akkoord van het waterschap op zijn. In het plangebied wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Dit is standaard bij nieuwe ontwikkeling. Op termijn zullen wij als gemeente het riool in de Dorpsweg aanpassen. Hier zal dan ook een gescheiden stelsel aangelegd worden waardoor het plangebied direct goed aangesloten kan worden.
Vanuit het beheer is er op dit moment nog geen noodzaak om het rioolstelstel te vervangen. Verslag ATT en stedenbouwkundig advies toevoegen ten aanzien van de bouwhoogte. De aanvraag is juist ingediend voor 31 december 2023. Daarmee valt de aanvraag nog onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De locatie is echter foutief in de publicatie terecht gekomen. Daarom is dit gecorrigeerd in een latere publicatie. Dit heeft geen invloed op de aanvraag zelf en de indieningsdatum. Het betreft hier nog een aanvraag die onder de Wabo is gedaan. Participatie is daarin nog geen indieningsvereiste zoals onder de Omgevingswet. Ook onder de Omgevingswet is participatie overigens niet verplicht maar moet de initiatiefnemer slechts aangeven of er aan participatie is gedaan. Het staat de initiatiefnemer daarom vrij dit wel of niet te doen en op welke wijze. De initiatiefnemer heeft er wel voor gekozen om te participeren. In de bijlage van de ruimtelijke onderbouwing is
verwoord hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Zo heeft er op 8 februari 2022 een informatieavond plaatsgevonden voor alle inwoners van Ritthem en op 12 april 2022 een avond voor de omwonenden. Het definitieve bouwplan is op 14 november 2023 gepresenteerd. Hiervoor zijn alle inwoners uit Ritthem uitgenodigd. Op deze avond waren er ongeveer 65 omwonenden en geïnteresseerden. Als vervolg hierop is in december 2023 de aanvraag omgevingsvergunning ingediend. De grond is niet van de gemeente en de gemeente behandeld alleen de aanvraag omgevingsvergunning. Het is aan de ontwikkelaar aan wie hij grond aanbied. De ontsluiting van deze ontwikkeling is verkeerskundig getoetst. Om een goede ontsluiting te realiseren is een wegbreedte van 6 meter een vereiste. Daarom is op de situatietekening te zien dat deze locatie ontsloten wordt door een weg van 6 meter breed. Hierdoor wordt er een veilige verkeerssituatie gecreëerd en is de uitrit ook voldoende overzichtelijk. Op dit moment is de ontwikkelaar de bouwmethode aan het uitwerken. Constructieberekeningen en tekeningen kunnen tot 4 weken voor de start van de bouw ingediend worden. De ontwikkelaar heeft nu aangegeven in principe traditioneel te heien. Als gemeente kunnen wij niet afdwingen dat initiatiefnemer voor een ander alternatief kiest.
Wel kunnen wij de zienswijze en de zorgen hierover delen met de ontwikkelaar, dit zullen wij daarom ook doen. Ook zullen wij hem adviseren een vooropname te doen van de omliggende woningen. Op de situatietekening zijn de straatlantaarns ingetekend. Er moet een veilige situatie gecreëerd worden maar zoals de indiener ook stelt, er moet geen overdaad aan licht uit het plangebied komen. Daarom is de openbare straatverlichting beperkt tot wat noodzakelijk is. De bestaande garage op het adres Dorpsweg 12 moet gesloopt worden om de nieuwe ontsluiting mogelijk te maken. De bewoners van Dorpsweg 12 willen wel een nieuwe garage. Ontwikkelaar heeft in de gesprekken met de bewoners gekeken wat mogelijk is en deze garage op de situatietekening ingetekend. Voor de bouw van deze garage is nog wel een omgevingsvergunning nodig. Wij hebben inderdaad meerdere schrijvens gehad en ook met diverse omwonenden contact gehad. De schrijvens hebben wij voor kennisgeving aangenomen omdat op het moment van binnenkomst er nog geen omgevingsvergunning ingediend was of omdat wij op dat moment nog bezig waren met de beoordeling van de aanvraag. Daarnaast hebben wij met enkele omwonenden ook diverse gesprekken gehad naar aanleiding van de bouwplannen en de aanvraag omgevingsvergunning.
Zienswijze 2: 2545215 – datum ontvangen 18 september 2024 Indiener vraagt zich af of de voorgestelde woningen met situering passend zijn binnen de omgeving. De woningen in de omgeving hebben een nokhoogte van maximaal 7 meter waar de nieuwe woningen een hoogte van 8 meter hebben. Verder stelt de indiener dat er voor het verplaatsen van de garage aan de Dorpsweg 12 (nieuwbouwen garage) een aparte procedure nodig is. Verder suggereert de situatie tekening dat de gemeente akkoord is met de verplaatsing van de garage. Indiener stelt dat het woonklimaat in huis en de tuin achteruit gaat door de woningen die op een afstand van 5 tot 8 meter van de erfgrens komen te staan. Indiener is van mening dat er minder zoninval, meer geluid, straatverlichting hierop invloed hebben. Indiener benadrukt dat het gescheiden stelsel bij de nieuwe ontwikkeling aangesloten wordt op een gemengd stelsel en niet op een gescheiden stelsel. Indiener geeft ook aan dat dit gemengde stelsel nu al voor problemen zorgt. De extra verharding wordt deel gecompenseerd binnen het plangebied en deels buiten het plangebied. Op de situatietekening wordt hier niets over gezegd. Indiener maakt zich zorgen over wateroverlast en is van mening dat dit toeneemt door deze ontwikkeling. De indiener is van mening dat de Dorpsweg het extra verkeer niet aan kan omdat het een zeer smalle straat is.
Daarnaast is de indiener van mening dat er een parkeerplaats minder in de Dorpsstraat is omdat de ontsluiting van de nieuwe ontwikkeling aan de Dorpsweg gesitueerd is. Indiener is ook van mening dat de ontsluiting niet goed aansluit op de Dorpsweg en er onterecht gesteld wordt dat er een overzichtelijke situatie ontstaat. Indiener stelt dat er geen zorgvuldig doorlopen participatietraject is geweest terwijl het peilen van het draagvlak wel een voorwaarde bij het principebesluit uit 2021 was. Daarnaast stelt de indiener dat het doorlopen proces niet aansluit bij de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023. Verder is indiener van mening dat er sprake is van een rommelige en overhaaste aanvraag die snel voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingediend moest worden. Er zijn meerdere revisies geweest op de tekeningen de aanvraag was niet volledig. Daarnaast kan de indiener geen inschatting maken wat dit voor gevolgen heeft als ook wat er tussen de gemeente en de ontwikkelaar is afgesproken in de anterieure overeenkomst. Als laatste stelt de indiener dat het college duidelijkheid moet geven en transparant moet zijn omdat er meerdere partijen betrokken zijn die ook een onderlinge relatie hebben. Indiener stelt dat er geen twijfel moet zijn over de integriteit van het besluit.
Antwoord: Voor dit bouwplan heeft er een stedenbouwkundige beoordeling plaatsgevonden. Daarnaast is het bouwplan voorgelegd aan het Ambtelijk ToetsTeam (ATT), beter bekend als de welstandsbeoordeling. Een dergelijk bouwplan wordt eerst stedenbouwkundig beoordeeld of het passend is op deze locatie. Initiatiefnemer heeft het plan in een vroeg stadium besproken met de gemeente waaruit stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn gekomen. Daarbij wordt er ook gekeken naar de invloed van het bouwplan op de omgeving. De initiatiefnemer is met deze randvoorwaarden aan de slag gegaan en heeft daarom op d.d. 31 juli 2023 een vooroverleg aanvraag ingediend. De conclusie is dat het bouwplan binnen de stedenbouwkundige randvoorwaarden blijft en daarom is het plan beoordeeld door het ATT. Op 7 september 2023 heeft het ATT een positief advies gegeven op het bouwplan. Het bouwplan bij de aanvraag omgevingsvergunning is ongewijzigd ten opzichte van het vooroverleg.
Een deel van de watercompensatie wordt getroffen binnen het plangebied onder de bestrating van de parkeervakken. Omdat dit niet voldoende is wordt er ook gekeken naar ruimte buiten het plangebied. Het waterschap Scheldestromen is akkoord met compensatie buiten het plangebied maar wel binnen het zelfde peilgebied. Voor aanvang van de bouwwerkzaamheden moet hier een definitief akkoord van het waterschap op zijn. In het plangebied wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Dit is standaard bij nieuwe ontwikkeling. Op termijn zullen wij als gemeente het riool in de Dorpsweg aanpassen. Hier zal dan ook een gescheiden stelsel aangelegd worden waardoor het plangebied direct goed aangesloten kan worden. Vanuit het beheer is er op dit moment nog geen noodzaak om het rioolstelstel te vervangen. De garage op het adres Dorpsweg 12 is indicatief ingetekend. Hiervoor dient nog een aparte omgevingsvergunning te worden aangevraagd. De ontsluiting wordt verbreed waardoor er een ontsluiting van 6 meter ontstaan. Dit is ruim voldoende voor de ontsluiting van het bouwplan waar uitsluitend bestemmingsverkeer naar toe zal gaan. De verkeerstoename die is berekend op basis van de CROW norm bedraagt 53 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is de uitkomst van 7 woningen vermenigvuldigd met 7,8 motorvoertuigen voor de levensloopbestendige woningen en 7,4 voor twee-onder-één-kap woningen.
De Dorpsweg kan dit aantal verkeersbeweging opvangen. Het betreft hier nog een aanvraag die onder de Wabo is gedaan. Participatie is daarin nog geen indieningsvereiste zoals onder de Omgevingswet. Ook onder de Omgevingswet is participatie overigens niet verplicht maar moet de initiatiefnemer slechts aangeven of er aan participatie is gedaan. Het staat de initiatiefnemer daarom vrij dit wel of niet te doen en op welke wijze. De initiatiefnemer heeft er wel voor gekozen om te participeren. In de bijlage van de ruimtelijke onderbouwing is verwoord hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Zo heeft er op 8 februari 2022 een informatieavond plaatsgevonden voor alle inwoners van Ritthem en op 12 april 2022 een avond voor de omwonenden. Het definitieve bouwplan is op 14 november 2023 gepresenteerd. Hiervoor zijn alle inwoners uit Ritthem uitgenodigd. Op deze avond waren er ongeveer 65 omwonenden en geïnteresseerden. Als vervolg hierop is in december 2023 de aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Indiener stelt dat er sprake is van een rommelige aanvraag omdat er nog veel revisietekeningen zijn. Dit is niet vreemd en gebeurt in meerdere aanvragen. Tekeningen kunnen soms aangepast moeten worden naar aanleiding van de technische beoordeling. Daarnaast klopt het dat de aanvraag niet volledig was bij het indienen. Op 27 januari 2024 zijn er daarom ontbrekende gegevens opgevraagd.
Op 4 en 5 maart zijn deze stukken ontvangen inclusief revisietekeningen. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er landelijk een piek geweest in het aantal aanvragen. Indieners wisten niet wat er zou gebeuren onder de Omgevingswet. Vlissingen is hierop geen uitzondering en daarom zien ook wij een piek in het aantal aanvragen vlak voor de inwerkingtreding van de omgevingswet op 1 januari 2024. Als gemeente hebben wij in het begin kaders meegegeven aan de initiatiefnemer waarbinnen het bouwplan uitgewerkt moet worden. Uiteindelijk beoordelen wij als gemeente de aanvraag omgevingsvergunning. Partijen in dit proces komen elkaar vaker tegen bij andere bouwprojecten. Het college is van mening dat er sprake is van een transparant proces. De initiatiefnemer is aan de slag gegaan op basis van de randvoorwaarden en heeft daarover meerdere malen contact gehad met de omgeving. Daarna is de aanvraag omgevingsvergunning ingediend die gepubliceerd is, net als het ontwerp besluit.
Zienswijze 3: 2545888 – datum ontvangen: 19 september 2024 Indiener van de zienswijze is van mening dat er geen transparant proces doorlopen is. Daarnaast geeft de indiener aan dat op basis van het bestemmingsplan hier niet gebouwd mag worden en dat er geen gescheiden rioolstelsel aangelegd kan worden omdat er in Ritthem een gemengd stelsel ligt. Indiener stelt dat de omgevingsvergunning wettelijk ongeldig is omdat het adres bij de publicatie onjuist was. Daarnaast stelt de indiener dat er geen omgevingsvergunning onder de Wabo verleend kan worden omdat de publicatie van 18 januari 2024 ten tijde van de Omgevingswet was. Verder stelt de indiener dat het hier alleen maar om bouwen gaat en dat er nooit onderzocht is of een andere invulling van het terrein ook een mogelijkheid zou zijn en vraagt zich dan ook af of woningbouw wel past. Verder heeft de indiener in de zienswijze de volgende vragen/opmerkingen geel gearceerd. Hieronder zullen deze puntsgewijs beantwoord worden. 1. Is het college het eens dat het hier gaat om een braakliggend terrein onder de volledige van de particuliere eigenaar die weigert het terrein te verpachten, tegen een marktconforme prijs te verkopen en weigert onderhoud te plegen. 2. Is het college het eens dat het hier om uitbreiding gaat waar geen juiste balans met groen is meegenomen en dat deze woningen niet in het vroegere “Weijlhofje” staan? 3.
Wat is de toevoegde waarde van het bouwen in deze groene ruimte? 4. Waarom houdt de gemeente Vlissingen zich niet aan haar eigen beleid, heldere en transparante procedures? 5. Is het college bekend met het feit hoe de dorpsraad tot het besluit is gekomen om het middenterrein aan te melden als bouwlocatie en hoe het kan dat eerdere initiatieven afgewezen zijn? 6. Hoe en wanneer zijn de studies voor bebouwing op het middenterrein door de initiatiefnemer in een vroeg stadium gedeeld? 7. Hoe en met welk resultaat is het draagvlak door de initiatiefnemer gepeild? 8. Is het project inbreiding of uitbreiding? 9. Indiener vraagt zich af waarom de bewoners niet kunnen blijven genieten van dorpse rust en groen en de nieuwbouw als uitbreiding zien? 10. Het binnenterrein is omsloten door woningen en moet daarom passen in de omgeving. Welke beperkingen zijn er voor het ontwikkelen van wijkgroen? 11. Indiener maakt zich zorgen om de parkeerdruk in de Dorpsweg. 12. Vindt het college een verkeerstoename van circa 50 motorvoertuigen acceptabel? 13. Vindt het college dat het participatieproces goed is doorlopen? 14. Kan het college aangeven wie andere belanghebbenden zijn? 15. Is het college ervan overtuigd dat de discussie gevoerd is over het wel of niet bouwen op het middenterrein? 16.
Is het college het met de initiatiefnemer eens dat er een zorgvuldige afweging gemaakt is en er transparante besluitvorming heeft plaatsgevonden? 17. Is het college het ermee eens dat er hier sprake is van ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied en Ritthem daarom geen landelijk woongebied is? 18. Vindt het college dat het plan voldoet aan de Zeeuwse Omgevingsvisie, Uitstekend wonen en leven in Zeeland? 19. Benaderd de gemeente Ritthem als stedelijke of landelijk gebied? 20. Waarom wordt er vanuit de Walcherse Woningmarktafspraken alleen naar kwantiteit gekeken en niet naar kwaliteit? 21. Wat is de mening van het college over het gebrek aan openbaar groen en de toename aan verstening? 22. Wat is de reden dat dit bouwplan niet moet voldoen aan de kwaliteitseisen uit de Zeeuwse Woondeal? 23. Indiener is van mening dat het college afwijkt van de structuurvisie Vlissingen stad aan zee omdat hier geen sprake is van een kwaliteitsverbetering van bestaande wijken. 24. Wat is de reden om af te wijken van de Woonvisie 2013 door kwantiteit boven kwaliteit te stellen?
25. Wat is de reden om af te wijken van de groene ambities zoals gesteld in de Strategische visie 2040? 26. Wat is de reden om af te wijken van het in de Omgevingsvisie benoemde balans? 27. Wat is de reden om af te wijken van het bestemmingsplan Ritthem in plaats van het bestemmingsplan te wijzigen? 28. Wat is de reden om af te wijken van het dorpsplan Ritthem 2010-2020? 29. Waarom is er afgeweken van het participatiebeleid van de gemeente Vlissingen? 30. Wat is de reden dat er afgeweken wordt van het groenbeleidsplan Vlissingen? 31. Wat is de reden dat er afgeweken wordt beleidsdocument Nationaal landschap Zuidwest Zeeland? 32. Waarom wordt er afgeweken van het coalitieakkoord op het punt meer groen in de omgeving? 33. Wat is de reden om af te wijken van de welstandsnota? 34. Waarom wordt er afgeweken van het omgevingsplan Zeeland 2012-2018? 35. Waarom wordt er afgeweken van het beleidsdocument Handreiking ruimtelijke processen en waterkwaliteit? 36. Waarom is er in het beeldkwaliteitsplan voor Souburg Noord wel opgenomen dat een centraal groen plein moet zijn en wordt het groen in Ritthem vol gebouwd? 37. Waarom wordt er afgeweken van de Omgevingsverordening 2018? 38. Wat is de reden om af te wijken van het beleidsdocument “in 2020 bouwen we aan een landingsplaats voor de Omgevingswet” met name om niet te voldoen aan artikel 21 uit de Grondwet? 39.
Wat is de reden om af te wijken van het “Ruimtelijk voorstel Zeeland”? 40. Wat is de reden om af te wijken van het Groenbeleidsplan? 41. Kan het college zich een voorstelling maken dat bebouwing op het middenterrein een afbreuk doet aan de beleving van omwonenden? 42. Wat is de reden om af te wijken van de welstandnota? 43. Waar is de verplichte watertoets? 44. Is het college van mening dat er afgeweken wordt van de brief die door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met kenmerk I E NW/BSK-2022/283041 aan de tweede kamer is verstuurd? 45. Is het plan voorgelegd aan de Veiligheidsregio? 46. Hoe wordt er gedacht over overlast door houtrook door nieuwe bewoners? 47. Heeft het college onderzoek gedaan naar planschade door omwonenden? 48. Blijft het college bij het standpunt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening? 49. Indiener stelt dat hoofdstuk 7 bij de te raadplegen stukken ontbreekt. 50. Indiener stelt, waarom zoveel vragen? Omdat bewoners onvoldoende geïnformeerd worden. 51. Indiener stelt dat de aanvraag onder de Omgevingswet valt omdat de publicatie pas op 18 januari 2024 heeft plaatsgevonden. Antwoord: De algemeen benoemde punten die de zienswijze aandraagt komen terug in de puntsgewijze vragen in de zienswijze. Daarom wordt er hieronder verder ingegaan op de puntsgewijze vragen. Hiermee worden de andere opmerkingen ook beantwoord. 1.
Het gaat hier inderdaad om een braakliggend terrein. Het is vervolgens aan de eigenaar van de grond hoe hij het terrein inricht en of hij de gronden verpacht of verkoopt. Als gemeente zijn wij geen partij daarin. Voor de omgevingsvergunning zijn wij enkel bevoegd gezag om deze te beoordelen en wanneer dat kan de verlenen. 2. Het college is het niet eens met de stelling het hier om uitbreiding gaat. De locatie van het voorgenomen initiatief betreft een inbreidingslocatie. Er is een relatie met het vroeger Weijlhofje. Dat exact op deze locatie geen bebouwing heeft gestaan staat daar los van. 3. De locatie is geen zichtbaar groen vanuit het openbaar gebied. Het perceel wordt omsloten door achtertuinen. Daarnaast is het particulier eigendom. Daarmee vormt het geen onderdeel van het openbaar groen en is het groen ook niet beleefbaar vanuit de openbare ruimte.
4. De gemeente heeft in een voortraject gesprekken met initiatiefnemers bij het ontwikkelen van plannen. Initiatieven zijn soms nog in een pril stadium waardoor deze nog niet gedeeld kunnen worden. Op het moment dat er het formele proces start, de aanvraag omgevingsvergunning zijn wij als gemeente gebonden aan wettelijke bepalingen. Daarbij is transparantie ook voor de gemeente van groot belang. In het formele proces hebben wij daarom alle stappen transparant doorlopen. 5. De dorpsraad heeft onderzocht waar mogelijk woningbouw mogelijk is. Zij zien een behoefte voor nieuwe woningen in Ritthem zodat bestaande inwoners kunnen doorstromen. Vervolgens is de dorpsraad ook afhankelijk van grondeigenaren. De eerdere initiatieven voor woningbouw speelden in een tijd waar we uit gingen van krimp en in een economisch mindere tijd zaten. De behoefte was er niet waardoor nieuwbouw lastig te motiveren was. Dit beeld is echter volledig veranderd. Als gemeente Vlissingen hebben we een opgave om nieuwbouw te realiseren, mede daarom heeft het college ook de ambitie om in Ritthem 30 woningen te realiseren. 6. Na het principebesluit heeft de initiatiefnemer meerdere bijeenkomsten georganiseerd voor bewoners van Ritthem en direct omwonenden. Een verslag en opsomming hierover is bijgevoegd in de ruimtelijke onderbouwing. 7.
Initiatiefnemer heeft diverse participatiebijeenkomsten georganiseerd waardoor het ontwerp is aangepast. Uit de opkomst bij de laatste bijeenkomst in november 2023 blijkt dat de interesse in het dorp groot is. Bij het draagvlak wordt er naar heel Ritthem gekeken. Uiteindelijk zijn er 10 zienswijzen ingediend waarin omwonenden hun zorgen uiten. Wij hopen deze zorgen weg te kunnen nemen doordat wij goed kunnen motiveren hoe wij het plan beoordeeld hebben. Zie hiervoor het antwoord op de andere zienswijzen. 8. Het gaat hier om inbreiding in de bestaande kern Ritthem. 9. Het plan past in de ambitie om het woningaanbod in Ritthem uit te breiden. Dit past binnen het collegeakkoord. De uitbreiding van het woningaanbod kan ook door inbreiding zoals het voorliggende plan. 10. De gronden zijn eigendom van een particulier. De grondeigenaar moet daarom de keuze maken wat hij met de grond wilt. Als gemeente toetsen wij of dat kan. Gelet op de locatie is er extra aandacht vanuit stedenbouw geweest voor de inpassing en aansluiting om de omgeving. Daarvan is geconcludeerd dat het voorliggende plan stedenbouwkundig een goede invulling betreft. 11. Het voorliggende plan voorziet in de voldoende parkeergelegenheid in het plangebied. Iedere woningen heeft tenminste 1 parkeerplaats op eigen terrein. Daarnaast wordt er in het plangebied voorzien in voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
12. Een toename van circa 50 motorvoertuigen is een beperkte groei van het aantal motorvoertuigen en past binnen het bestaande wegbeeld. Dit aantal zal geen significant negatief effect hebben op de omgeving. 13. Het college is van mening dat er participatietraject goed is doorlopen. Indiener heeft in de ruimtelijke onderbouwing ook aangetoond hoe dit proces doorlopen is. Er zijn meerdere bijeenkomsten geweest en gesprekken met omwonenden. Daarnaast is het plan ook aangepast n.a.v. het participatietraject. 14. In het participatietraject is het hele dorp meegenomen. Het dorp Ritthem mag daarom als belanghebbende meegenomen worden gezien de schaal van het dorp en het aantal bezoekers van de participatiebijeenkomsten. 15. Het college is niet betrokken geweest bij het tot stand komen van de plannen en de vraag om wel of niet te bouwen. Dat is aan de initiatiefnemer. Als gemeente beoordelen wij dergelijke initiatieven. 16. De initiatiefnemer heeft duidelijk kenbaar gemaakt hoe hij geparticipeerd heeft en daarmee transparant is geweest naar de bewoners. Daarnaast zijn wij als college gebonden aan wettelijke regels bij de behandeling van een omgevingsvergunning, zoals eerder ook al verwoord. Als college zijn wij dan ook van mening dat er transparante besluitvorming heeft plaatsgevonden. 17.
De term bestaand stedelijke gebied wijst op het feit of hier sprake is van een locatie waar bebouwing aanwezig is in een kern, dorp of stad. Het zegt daarmee niets over het woonmilieu
van Ritthem. Het feit dat de locatie onderdeel is van bestaand stedelijk gebied maakt dat er hier sprake is van inbreiding en geen uitbreiding. 18. Het plan past goed in de Zeeuwse Omgevingsvisie. Er is in Ritthem sprake van een goede woonomgeving. Het voorliggende bouwplan doet hier een afbreuk aan. 19. Zie antwoord op punt 17 20. Er is naar de behoefte in aantallen, dus kwantiteit gekeken. Dit is de basis voor de vraag of woningbouw op een bepaalde locatie of in een bepaalde kern, Ritthem in dit geval, passend is. De kwalitatieve uitwerking is vervolgens aan de diverse gemeenten en moet per locatie bekeken worden, waar is vraag naar. 21. Dit zijn zeker belangrijke onderwerpen voor het college. Daarom is in de Omgevingsvisie ook het 3-30-300 model opgenomen. Kort gezegd, vanuit de woning moet je 3 bomen kunnen zien, binnen 30 meter zicht op groen en binnen 300 meter moet er robuust groen aanwezig zijn. Wij constateren dat het voorliggende plan hieraan voldoet. 22. Het initiatief is van voor de ondertekening van de Zeeuwse Woondeal. Het college heeft immers in 2021 al een principebesluit genomen op basis waarvan de initiatiefnemer het plan verder is gaan uitwerken en ook geparticipeerd heeft. 23. Er wordt niet afgeweken van de structuurvisie Vlissingen stad aan zee.
Het initiatief zal namelijk niet leiden tot een kwaliteitsvermindering van de bestaande wijken en past zoals eerder al aangegeven stedenbouwkundig goed in het de omgeving. 24. Er wordt niet afgeweken van de Woonvisie door kwantiteit boven kwaliteit te stellen. Het bouwplan zorgt voor doorstroming in de kern Ritthem door de bouw van twee-onder-één-kap woningen en levensloopbestendige woningen. Kwalitatief gezien past het plan daarom ook in het beleid van de gemeente Vlissingen. 25. Er wordt niet afgeweken van de Strategische Visie. Er is hier in de huidige situatie geen sprake van openbaar groen maar van particuliere grond. Daarnaast past het plan ook goed in de Strategische Visie doordat er voor meer diversiteit in het woningaanbod gezorgd wordt. 26. Er wordt niet afgeweken van de Omgevingsvisie. Dit bouwplan draagt bij aan het verder in balans komen van de Vlissingse woningvoorraad. Als gemeente hebben we namelijk een opgave omdat het grootste deel van onze woningen in de categorie goedkoop valt. 27. De initiatiefnemer heeft er voor gekozen om een omgevingsvergunning aan te vragen. Daarmee wordt er specifiek voor dit bouwplan afgeweken van het bestemmingsplan. Dit is een andere manier dan het bestemmingsplan te wijzigen. Het staat een initiatiefnemer vrij om de voor hem meeste passende route te kiezen. 28.
Het dorpsplan Ritthem 2010-2020 is geen beleidsdocument van de gemeente maar is een document van de dorpsraad Ritthem. Het is aan de dorpsraad om bij wijzigingen of afwijkingen hiervan dit te delen met het dorp. 29. Het participatiebeleid van de gemeente Vlissingen richt zich op projecten van de gemeente zelf. Het zijn de spelregels voor de gemeente. Bij initiatieven van derden geven wij het participatiebeleid mee als leidraad maar een initiatiefnemer is hier niet aan gebonden. Daarnaast heeft initiatiefnemer aangetoond dat er sprake is geweest van een uitgebreid participatietraject. 30. Dit beleidsdocument is niet relevant voor deze ontwikkeling omdat het hier gaat om een particulierterrein en niet om openbaar groen. 31. Dit beleidsdocument is niet relevant voor dit initiatief. 32. Er wordt niet afgeweken van het coalitieakkoord voor dit bouwplan. In het coalitieakkoord staat ook de ambitie om 30 woningen in Ritthem te realiseren. Het plan draagt hieraan bij. Daarnaast staat de ontwikkeling de ambitie om in de openbare ruimte meer groen toe te voegen niet in de weg. 33. Het bouwplan is beoordeeld door het ATT (Ambtelijk ToetsTeam). De welstandsnota is bij deze beoordeling leidend. Voor de volledigheid zal het welstandsadvies bijgevoegd worden. 34.
Het omgevingsplan 2012-2018 is geen toetsingskader voor dit initiatief omdat deze vervanging is voor het omgevingsplan 2018 en op het moment van indienen van de aanvraag door de Omgevingsvisie Zeeland. In de ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd hoe dit bouwplan past in dit beleidskader.
35. In het kader van watercompensatie is er overeenstemming met het waterschap Scheldestromen om te komen tot een goede oplossingen. 36. De situatie in Souburg en Ritthem staan los van elkaar. Daarbij gaat het in Souburg om openbaar groen waar er hier in Ritthem sprake is van particuliere grond. Zoals eerder al aangegeven is het bouwplan stedenbouwkundig beoordeeld en akkoord bevonden. De opzet van het bouwplan is daar een belangrijk onderdeel in. 37. Er wordt niet afgeweken van de Omgevingsverordening 2018 van de provincie Zeeland. In de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd hoe het plan hierin past. Daarnaast is de omgevingsverordening inmiddels opgevolgd door de Omgevingsverordening Zeeland. 38. De omgevingswet is pas in 2024 in werking getreden. Het plan valt nog onder de Wabo. De zorgplicht waar u naar verwijst in artikel 21 uit de Grondwet, “iedereen is verplicht maatregelen te nemen om nadelige effecten van zijn activiteit in de fysieke leefomgeving te voorkomen” wordt aan voldaan. In de ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd op welke wijze er hier sprake is van een goede ruimtelijke ordening en het bouwplan past in de omgeving. 39. Dit beleidsdocument is een document van de provincie Zeeland en niet relevant voor dit bouwplan. 40. Hiervoor verwijzen wij u naar het antwoord op punt 30. 41.
Het college begrijpt dat het bouwplan voor een verandering in de woonomgeving van omwonenden zorgt. Dat neemt niet weg dat het college van mening is dat het bouwplan past in het gemeentelijk beleid en ook stedenbouwkundig goed ingepast wordt. 42. Hiervoor verwijzen wij u naar het antwoord op punt 33. 43. De watertoets is onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing en zo ook bijgevoegd in de onderbouwing. 44. Deze brief is niet relevant voor de beoordeling van dit bouwplan. 45. Het plan is beoordeeld door de Veiligheidsregio en akkoord bevonden 46. De discussie over houtrook staat los van deze ontwikkeling en is ook relevant voor de bestaande woningen. Daarmee maakt dit niet dat het aspect houtrook een beoordelingskader is bij deze aanvraag omgevingsvergunning. 47. Het risico op planschade ligt bij de initiatiefnemer. In de overeenkomst die het college met de initiatiefnemer heeft gesloten is dit ook vastgelegd. De gemeente loopt hierdoor geen risico. 48. Het college blijft van mening dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 49. Hoofdstuk 7 is te raadplegen en heeft zowel digitaal als fysiek ter inzage legen. Het hoofdstuk is getiteld “Conclusie” 50. Het college is van mening het een goed en transparant proces doorlopen is en dat er uitgebreid geparticipeerd is door de initiatiefnemer.
Het beeld dat inwoners niet serieus genomen worden deelt het college daarom ook niet. 51. De datum van indienen is leidend voor de vraag onder welke wetgeving de aanvraag valt. Omdat de aanvraag is ingediend voor 31 december 2024 valt deze nog onder de Wabo en niet onder de Omgevingswet. De datum van publicatie heeft hier geen invloed op,
Zienswijze 4: 2546478 – datum ontvangen: 20 september 2024 Indiener vraagt zich af of de voorgestelde woningen met situering passend zijn binnen de omgeving. De woningen in de omgeving hebben een nokhoogte van maximaal 7 meter waar de nieuwe woningen een hoogte van 8 meter hebben. Verder stelt de indiener dat er voor het verplaatsen van de garage aan de Dorpsweg 12 (nieuwbouwen garage) een aparte procedure nodig is. Verder suggereert de situatie tekening dat de gemeente akkoord is met de verplaatsing van de garage. Indiener stelt dat het woonklimaat in huis en de tuin achteruit gaat door de woningen die op een afstand van 5 tot 8 meter van de erfgrens komen te staan. Indiener is van mening dat er minder zoninval, meer geluid, straatverlichting hierop invloed hebben. Indiener benadrukt dat het gescheiden stelsel bij de nieuwe ontwikkeling aangesloten wordt op een gemengd stelsel en niet op een gescheiden stelsel. Indiener geeft ook aan dat dit gemengde stelsel nu al voor problemen zorgt. De extra verharding wordt deel gecompenseerd binnen het plangebied en deels buiten het plangebied. Op de situatietekening wordt hier niets over gezegd. Indiener maakt zich zorgen over wateroverlast en is van mening dat dit toeneemt door deze ontwikkeling. De indiener is van mening dat de Dorpsweg het extra verkeer niet aan kan omdat het een zeer smalle straat is.
Daarnaast is de indiener van mening dat er een parkeerplaats minder in de Dorpsstraat is omdat de ontsluiting van de nieuwe ontwikkeling aan de Dorpsweg gesitueerd is. Indiener is ook van mening dat de ontsluiting niet goed aansluit op de Dorpsweg en er onterecht gesteld wordt dat er een overzichtelijke situatie ontstaat. Indiener stelt dat er geen zorgvuldig doorlopen participatietraject is geweest terwijl het peilen van het draagvlak wel een voorwaarde bij het principebesluit uit 2021 was. Daarnaast stelt de indiener dat het doorlopen proces niet aansluit bij de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023. Verder is indiener van mening dat er sprake is van een rommelige en overhaaste aanvraag die snel voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingediend moest worden. Er zijn meerdere revisies geweest op de tekeningen de aanvraag was niet volledig. Daarnaast kan de indiener geen inschatting maken wat dit voor gevolgen heeft als ook wat er tussen de gemeente en de ontwikkelaar is afgesproken in de anterieure overeenkomst. Als laatste stelt de indiener dat het college duidelijkheid moet geven en transparant moet zijn omdat er meerdere partijen betrokken zijn die ook een onderlinge relatie hebben. Indiener stelt dat er geen twijfel moet zijn over de integriteit van het besluit. Antwoord: Zie zienswijze 2
Zienswijze 5: 2547048 – datum ontvangen: 23 september 2024 Indiener stelt dat het woon- en leefklimaat alsmede het woonplezier flink achteruit gaat door de nieuwe ontwikkeling. De woningen krijgen een nokhoogte van 8 meter en er wordt een ontsluitingsweg van 6 meter breed aangelegd. Indiener maakt zich ook zorgen over wateroverlast naar aanleiding van de toenemende verharding en het dempen van de nu aanwezige greppel. Daarbij ligt het perceel 20 centimeter hoger dan de omliggende percelen. De indiener is van mening dat de Dorpsweg het extra verkeer niet aan kan omdat het een zeer smalle straat is en dat de verkeersveiligheid achteruit gaat. Indiener maakt zich ook zorgen om scheuren in de bestaande woningen door trillingen van o.a. bouwverkeer en de bouwwerkzaamheden.
Indiener is van mening dat er geen goed participatietraject is doorlopen en dat de mening van de omwonenden niet gehoord is. Er zou enkel met belanghebbenden zijn gesproken. Als laatste stelt de indiener dat het college duidelijkheid moet geven en transparant moet zijn omdat er meerdere partijen betrokken zijn die ook een onderlinge relatie hebben. Indiener stelt dat er geen twijfel moet zijn over de integriteit van het besluit. Antwoord: Initiatiefnemer heeft het plan in een vroeg stadium besproken met de gemeente waaruit stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn gekomen. Daarbij wordt er ook gekeken naar de invloed van het bouwplan op de omgeving. Hieruit zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden gekomen waar het bouwplan aan moet voldoen. De ontsluitingsweg heeft inderdaad een breedte van 6 meter. Dit is nodig om een veilige ontsluiting en verkeersafwikkeling te krijgen. Een deel van de watercompensatie wordt getroffen binnen het plangebied onder de bestrating van de parkeervakken. Omdat dit niet voldoende is wordt er ook gekeken naar ruimte buiten het plangebied. Het waterschap Scheldestromen is akkoord met compensatie buiten het plangebied maar wel binnen het zelfde peilgebied. Voor aanvang van de bouwwerkzaamheden moet hier een definitief akkoord van het waterschap op zijn. In het plangebied wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Dit is standaard bij nieuwe ontwikkeling.
Op termijn zullen wij als gemeente het riool in de Dorpsweg aanpassen. Hier zal dan ook een gescheiden stelsel aangelegd worden waardoor het plangebied direct goed aangesloten kan worden. Vanuit het beheer is er op dit moment nog geen noodzaak om het rioolstelstel te vervangen. De ontsluiting wordt verbreed waardoor er een ontsluiting van 6 meter ontstaan. Dit is ruim voldoende voor de ontsluiting van het bouwplan waar uitsluitend bestemmingsverkeer naar toe zal gaan. De verkeerstoename die is berekend op basis van de CROW norm bedraagt 53 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is de uitkomst van 7 woningen vermenigvuldigd met 7,8 motorvoertuigen voor de levensloopbestendige woningen en 7,4 voor twee-onder-één-kap woningen. De Dorpsweg kan dit aantal verkeersbeweging opvangen. Het betreft hier nog een aanvraag die onder de Wabo is gedaan. Participatie is daarin nog geen indieningsvereiste zoals onder de Omgevingswet. Ook onder de Omgevingswet is participatie overigens niet verplicht maar moet de initiatiefnemer slechts aangeven of er aan participatie is gedaan. Het staat de initiatiefnemer daarom vrij dit wel of niet te doen en op welke wijze. De initiatiefnemer heeft er wel voor gekozen om te participeren. In de bijlage van de ruimtelijke onderbouwing is verwoord hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden.
Zo heeft er op 8 februari 2022 een informatieavond plaatsgevonden voor alle inwoners van Ritthem en op 12 april 2022 een avond voor de omwonenden. Het definitieve bouwplan is op 14 november 2023 gepresenteerd. Hiervoor zijn alle inwoners uit Ritthem uitgenodigd. Op deze avond waren er ongeveer 65 omwonenden en geïnteresseerden. Als vervolg hierop is in december 2023 de aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Als gemeente hebben wij in het begin kaders meegegeven aan de initiatiefnemer waarbinnen het bouwplan uitgewerkt moet worden. Uiteindelijk beoordelen wij als gemeente de aanvraag omgevingsvergunning. Partijen in dit proces komen elkaar vaker tegen bij andere bouwprojecten. Het college is van mening dat er sprake is van een transparant proces. De initiatiefnemer is aan de slag gegaan op basis van de randvoorwaarden en heeft daarover meerdere malen contact gehad met de omgeving. Daarna is de aanvraag omgevingsvergunning ingediend die gepubliceerd is, net als het ontwerp besluit.
Zienswijze 6: 2548488 – datum ontvangen: 25 september 2024 Indiener onderschrijft de andere zienswijzen en stelt dat het niet zo mag zijn dat bestaande bewoners wateroverlast krijgen en overlast door de uitrijmogelijkheden krijgen. Indieners stellen ook dat het participatietraject niet goed is doorlopen en dat er geen contact/overleg is geweest. Daarnaast zijn zij van mening dat enkele buurtbewoners zijn ‘omgekocht’. Indiener is van mening dat de waarde van de woning minder wordt omdat er geen vrij uitzicht meer is. Verder zijn zij van mening dat er door nieuwe buren extra geluid is wat hun leefgenot vermindert. Verder stelt indiener dat nieuwbouw op Ritthem de leefbaarheid ten goede moet komen maar dat alle voorzieningen al verdwenen zijn en niet terug komen door deze 7 woningen. Verder is indiener van mening dat alle ontwikkelingen rondom Ritthem, mogelijke komst kerncentrales, munitiedepot en drukke vaarroute geen plus is voor de nieuwe woningen. Indiener stelt dat de grond onder de woningen Dorpsstraat 19 en 21 vervuild was met lood en daarom gesaneerd moest worden. Indiener is daarom van mening dat dit niet bij de erfgrens kan ophouden en dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Ook worden de vleermuizen die in de kerktoren verblijven belemmerd in hun aanvliegroute en extra licht. Daarbij staat de bouwhoogte van 8 meter niet in verhouding tot de omgeving.
Antwoord: Voor het eerste punt, het onderschrijven van de andere zienswijzen verwijzen wij naar de beantwoording van de andere zienswijzen. Het betreft hier nog een aanvraag die onder de Wabo is gedaan. Participatie is daarin nog geen indieningsvereiste zoals onder de Omgevingswet. Ook onder de Omgevingswet is participatie overigens niet verplicht maar moet de initiatiefnemer slechts aangeven of er aan participatie is gedaan. Het staat de initiatiefnemer daarom vrij dit wel of niet te doen en op welke wijze. De initiatiefnemer heeft er wel voor gekozen om te participeren. In de bijlage van de ruimtelijke onderbouwing is verwoord hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Zo heeft er op 8 februari 2022 een informatieavond plaatsgevonden voor alle inwoners van Ritthem en op 12 april 2022 een avond voor de omwonenden. Het definitieve bouwplan is op 14 november 2023 gepresenteerd. Hiervoor zijn alle inwoners uit Ritthem uitgenodigd. Op deze avond waren er ongeveer 65 omwonenden en geïnteresseerden. Als vervolg hierop is in december 2023 de aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Om de waardedaling van de woning te bepalen is het mogelijk om een planschadeverzoek in te dienen. Er zal dan beoordeeld worden of er sprake is van planschade en of u hierin gecompenseerd kan worden. Met deze ontwikkeling komen inderdaad de voorzieningen op het dorp Ritthem niet terug.
Dat maakt niet dat er daarom geen nieuwbouw plaats kan vinden op het dorp. Ook in Ritthem is er behoefte aan nieuwbouw woningen zodat inwoners kunnen doorstromen en er ruimte vrij komt in de bestaande woningvoorraad. Daarom heeft het college het voornemen om in Ritthem 30 nieuwbouw woningen te realiseren. De diverse ontwikkelingen rondom Ritthem kunnen juist voor een extra vraag naar woningen zorgen. Dit kan voor Ritthem dus ook betekenen dat er extra woningen nodig zijn. Dit alles passend bij de schaal van Ritthem. Het college heeft een ambitie om in Ritthem extra woningen te realiseren. Dit kan tegemoet komen aan de groeiende vraag wanneer de genoemde ontwikkelingen doorgaan.
Uit het bodemonderzoek is gebleken dat er geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling op dit perceel. Het onderzoek geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. Voor de beoogde ontwikkeling is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat er nader onderzoek noodzakelijk is. Wel wordt er geadviseerd om vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen tijdens de bouw en gebruiksfase. Er dient ten alle tijden normaal en zorgvuldig gewerkt te worden. Het is verder wel zo dat er een vrijstelling geldt voor de mogelijk aan te treffen soorten in het gebied. Daarom is er geen ontheffing noodzakelijk. In het kader van stikstof is er een Aerius berekening opgesteld waaruit is gebleken dat er geen toename wordt berekend in de bouw en gebruiksfase. Stedenbouwkundig is er ook gekeken naar de invloed van het bouwplan op de omgeving. Hieruit zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden gekomen waar het bouwplan aan moet voldoen
Zienswijze 7: 2551245 – datum ontvangen 1 oktober 2024 Indiener is van mening dat het participatietraject niet goed tot zijn recht gekomen is. De communicatie is moeizaam verlopen. Indiener geeft aan dat het college niet gereageerd heeft op een eerdere brief. Indiener geeft aan niet geïnformeerd te zijn over plan aanpassingen, vraagt zich af waarom zij geen grond hebben kunnen kopen en bewoners van Zandweg 10 wel en waarom het oorspronkelijke plan van de dorpsraad is losgelaten. Indiener geeft aan dat de woningen rondom het bouwplan een nokhoogte van 7 meter hebben en de nieuwe woningen een nokhoogte van 8 meter en niet centraal op het perceel liggen. Daarmee is de nokhoogte aanzienlijk hoger dan de omliggende woningen. Er is nog geen duidelijkheid over de bouwmethode, heien of boren. Indiener maakt zich hier grote zorgen over vanwege de eigen woning. Indiener maakt zich zorgen over het lichtplan omdat de toegangsweg langs de eigen woning loopt. Daarnaast stelt de indiener dat de ontsluiting te wensen over laat. Verder maakt indiener zich zorgen over de afwatering van het perceel in relatie tot de omliggende percelen en is bang voor nog grotere problemen dan nu al. Indiener is van mening omdat de adressering gewijzigd is en daarmee de aanvraag onzorgvuldig is ingediend, dat deze nu onder de omgevingswet behandeld moet worden en vraagt zich af welke gevolgen dit heeft.
Verder heeft indienen ook twijfels bij de economische uitvoerbaarheid van het bouwplan. Als laatste stelt de indiener dat het college duidelijkheid moet geven en transparant moet zijn omdat er meerdere partijen betrokken zijn die ook een onderlinge relatie hebben. Indiener stelt dat er geen twijfel moet zijn over de integriteit van het besluit. Antwoord: Het betreft hier nog een aanvraag die onder de Wabo is gedaan. Participatie is daarin nog geen indieningsvereiste zoals onder de Omgevingswet. Ook onder de Omgevingswet is participatie overigens niet verplicht maar moet de initiatiefnemer slechts aangeven of er aan participatie is gedaan. Het staat de initiatiefnemer daarom vrij dit wel of niet te doen en op welke wijze. De initiatiefnemer heeft er wel voor gekozen om te participeren. In de bijlage van de ruimtelijke onderbouwing is verwoord hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Zo heeft er op 8 februari 2022 een informatieavond plaatsgevonden voor alle inwoners van Ritthem en op 12 april 2022 een avond voor de omwonenden. Het definitieve bouwplan is op 14 november 2023 gepresenteerd. Hiervoor zijn alle inwoners uit Ritthem uitgenodigd. Op deze avond waren er ongeveer 65 omwonenden en geïnteresseerden. Als vervolg hierop is in december 2023 de aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Na de brief waar indiener naar verwijst is er contact geweest.
Wij hebben op meerdere emails en brieven aangeven deze voor kennisgeven aan te nemen omdat de formele zienswijze termijn nog niet open stond. De grond is niet van de gemeente en de gemeente behandeld alleen de aanvraag omgevingsvergunning. Het is aan de ontwikkelaar aan wie hij grond aanbied. Voor dit bouwplan heeft er een stedenbouwkundige beoordeling plaatsgevonden. Daarnaast is het bouwplan voorgelegd aan het Ambtelijk ToetsTeam (ATT), beter bekend als de welstandsbeoordeling. Een dergelijk bouwplan wordt eerst stedenbouwkundig beoordeeld of het passend is op deze locatie. Initiatiefnemer heeft het plan in een vroeg stadium besproken met de gemeente waaruit stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn gekomen. Daarbij wordt er ook gekeken naar de invloed
van het bouwplan op de omgeving. De initiatiefnemer is met deze randvoorwaarden aan de slag gegaan en heeft daarom op d.d. 31 juli 2023 een vooroverleg aanvraag ingediend. De conclusie is dat het bouwplan binnen de stedenbouwkundige randvoorwaarden blijft en daarom is het plan beoordeeld door het ATT. Op 7 september 2023 heeft het ATT een positief advies gegeven op het bouwplan. Het bouwplan bij de aanvraag omgevingsvergunning is ongewijzigd ten opzichte van het vooroverleg. Op dit moment is de ontwikkelaar de bouwmethode aan het uitwerken. Constructieberekeningen en tekeningen kunnen tot 4 weken voor de start van de bouw ingediend worden. De ontwikkelaar heeft nu aangegeven in principe traditioneel te heien. Als gemeente kunnen wij niet afdwingen dat initiatiefnemer voor een ander alternatief kiest. Wel kunnen wij de zienswijze en de zorgen hierover delen met de ontwikkelaar, dit zullen wij daarom ook doen. Ook zullen wij hem adviseren een vooropname te doen van de omliggende woningen. Op de situatietekening zijn de posities van de straatlantaarns ingetekend. Daarnaast is vanuit de Quickscan flora en fauna geadviseerd om vleermuisvriendelijke verlichting toepassen. Dit heeft ook een positief effect op de omgeving omdat er hier sprake is van minder diffuus licht. Een deel van de watercompensatie wordt getroffen binnen het plangebied onder de bestrating van de parkeervakken.
Omdat dit niet voldoende is wordt er ook gekeken naar ruimte buiten het plangebied. Het waterschap Scheldestromen is akkoord met compensatie buiten het plangebied maar wel binnen het zelfde peilgebied. Voor aanvang van de bouwwerkzaamheden moet hier een definitief akkoord van het waterschap op zijn. In het plangebied wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Dit is standaard bij nieuwe ontwikkeling. Op termijn zullen wij als gemeente het riool in de Dorpsweg aanpassen. Hier zal dan ook een gescheiden stelsel aangelegd worden waardoor het plangebied direct goed aangesloten kan worden. Vanuit het beheer is er op dit moment nog geen noodzaak om het rioolstelstel te vervangen Er heeft een rectificatie plaatsgevonden op de eerste publicatie van de ontvangen aanvraag. Dit komt inderdaad doordat de locatie onjuist was overgenomen in de publicatie. Met de rectificatie is dit hersteld. Dat maakt niet dat de aanvraag daarom behandeld dient te worden op basis van de Omgevingswet. Moment van indienen is ervoor nog leidend. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de economische uitvoerbaarheid. Als gemeente hebben wij in het kader van de economische uitvoerbaarheid enkel een overeenkomst gesloten ten aanzien van het kostenverhaal. Als gemeente hebben wij in het begin kaders meegegeven aan de initiatiefnemer waarbinnen het bouwplan uitgewerkt moet worden.
Uiteindelijk beoordelen wij als gemeente de aanvraag omgevingsvergunning. Partijen in dit proces komen elkaar vaker tegen bij andere bouwprojecten. Het college is van mening dat er sprake is van een transparant proces. De initiatiefnemer is aan de slag gegaan op basis van de randvoorwaarden en heeft daarover meerdere malen contact gehad met de omgeving. Daarna is de aanvraag omgevingsvergunning ingediend die gepubliceerd is, net als het ontwerp besluit
Zienswijze 8: 2551247 – Datum ontvangen: 1 oktober 2024 Indiener van de zienswijze is van mening dat het plan door meer verharding zorgt voor meer hitte en meer wateroverlast. Dat er straks minder groen is omdat de locatie nu een open groen stuk in Ritthem is. Er een gebrek aan speelplekken voor kinderen zijn en dat er geen voorzieningen zijn die jongeren/starters naar Ritthem trekt. Indiener stelt dat de locatie veel gebruikt wordt door kinderen om te spelen en dat zij nu minder ruimte hebben om te spelen. De geplande bebouwing zou negatieve gevolgen hebben voor de leefbaarheid, gezondheid en het welzijn van de bewoners, met name de kinderen en kwetsbare groepen in onze gemeenschap. Indiener stelt namelijk dat groen een positieve invloed heeft op de gezondheid en biodiversiteit. Met het bebouwen van het nu open terrein gaan er planten, insecten en kleine dieren verloren. Indiener vraagt om het participatietraject opnieuw te bekijken. Indiener is van mening dat dit door een onafhankelijke partij gedaan moet worden en niet door de belanghebbende zelf. Indiener vraagt het voorstel te heroverwegen omdat perceel cruciale voordelen voor de gemeenschap heeft. Antwoord: Het effect van de extra verharding op hitte is verwaarloosbaar. De Dorpsweg die rondom het plangebied ligt is ook direct de grens met het buitengebied. De invloed van de extra verharding is daarom verwaarloosbaar.
De extra verharding heeft wel invloed op het water. Daarom moet er compensatie plaats vinden. Een deel van de watercompensatie wordt getroffen binnen het plangebied onder de bestrating van de parkeervakken. Omdat dit niet voldoende is wordt er ook gekeken naar ruimte buiten het plangebied. Het waterschap Scheldestromen is akkoord met compensatie buiten het plangebied maar wel binnen het zelfde peilgebied. Voor aanvang van de bouwwerkzaamheden moet hier een definitief akkoord van het waterschap op zijn De nieuwe woningen zorgen voor doorstroming in Ritthem. Hierdoor is de kans voor starters en jongen gezinnen op een bestaande woning in Ritthem groter. Wij delen de mening niet dat deze ontwikkeling een negatieve invloed heeft op kinderen en kwetsbare groepen in Ritthem. Voor de beoogde ontwikkeling is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat er nader onderzoek noodzakelijk is. Wel wordt er geadviseerd om vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen tijdens de bouw en gebruiksfase. Er dient ten alle tijden normaal en zorgvuldig gewerkt te worden. Het is verder wel zo dat er een vrijstelling geldt voor de mogelijk aan te treffen soorten in het gebied. Het betreft hier nog een aanvraag die onder de Wabo is gedaan. Participatie is daarin nog geen indieningsvereiste zoals onder de Omgevingswet.
Ook onder de Omgevingswet is participatie overigens niet verplicht maar moet de initiatiefnemer slechts aangeven of er aan participatie is gedaan. Het staat de initiatiefnemer daarom vrij dit wel of niet te doen en op welke wijze. De initiatiefnemer heeft er wel voor gekozen om te participeren. In de bijlage van de ruimtelijke onderbouwing is verwoord hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden. Zo heeft er op 8 februari 2022 een informatieavond plaatsgevonden voor alle inwoners van Ritthem en op 12 april 2022 een avond voor de omwonenden. Het definitieve bouwplan is op 14 november 2023 gepresenteerd. Hiervoor zijn alle inwoners uit Ritthem uitgenodigd. Op deze avond
Zienswijze 9: 2553552 – datum ontvangen: 4 oktober 2024 Indiener vraagt zich af of de voorgestelde woningen met situering passend zijn binnen de omgeving. Verder stelt de indiener dat er voor het verplaatsen van de garage aan de Dorpsweg 12 (nieuwbouwen garage) een aparte procedure nodig is. Verder suggereert de situatie tekening dat de gemeente akkoord is met de verplaatsing van de garage. Indiener benadrukt dat het gescheiden stelsel bij de nieuwe ontwikkeling aangesloten wordt op een gemengd stelsel en niet op een gescheiden stelsel. Indiener geeft ook aan dat dit gemengde stelsel nu al voor problemen zorgt. De extra verharding wordt deel gecompenseerd binnen het plangebied en deels buiten het plangebied. Op de situatietekening wordt hier niets over gezegd. Indiener maakt zich zorgen over wateroverlast en is van mening dat dit toeneemt door deze ontwikkeling. De indiener is van mening dat de Dorpsweg het extra verkeer niet aan kan omdat het een zeer smalle straat is. Daarnaast is de indiener van mening dat er een parkeerplaats minder in de Dorpsstraat is omdat de ontsluiting van de nieuwe ontwikkeling aan de Dorpsweg gesitueerd is. Indiener is ook van mening dat de ontsluiting niet goed aansluit op de Dorpsweg en er onterecht gesteld wordt dat er een overzichtelijke situatie ontstaat.
Indiener stelt dat er geen zorgvuldig doorlopen participatietraject is geweest terwijl het peilen van het draagvlak wel een voorwaarde bij het principebesluit uit 2021 was. Daarnaast stelt de indiener dat het doorlopen proces niet aansluit bij de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023. Verder is indiener van mening dat er sprake is van een rommelige en overhaaste aanvraag die snel voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingediend moest worden. Er zijn meerdere revisies geweest op de tekeningen de aanvraag was niet volledig. Daarnaast kan de indiener geen inschatting maken wat dit voor gevolgen heeft als ook wat er tussen de gemeente en de ontwikkelaar is afgesproken in de anterieure overeenkomst. Als laatste stelt de indiener dat het college duidelijkheid moet geven en transparant moet zijn omdat er meerdere partijen betrokken zijn die ook een onderlinge relatie hebben. Indiener stelt dat er geen twijfel moet zijn over de integriteit van het besluit. Antwoord: Zie zienswijze 2
Zienswijze 10: 2554367 – Datum ontvangen: 6 oktober 2024 Indiener vraagt zich af of de voorgestelde woningen met situering passend zijn binnen de omgeving. De woningen in de omgeving hebben een nokhoogte van maximaal 7 meter waar de nieuwe woningen een hoogte van 8 meter hebben. Indiener benadrukt dat het gescheiden stelsel bij de nieuwe ontwikkeling aangesloten wordt op een gemengd stelsel en niet op een gescheiden stelsel. Indiener geeft ook aan dat dit gemengde stelsel nu al voor problemen zorgt. De extra verharding wordt deel gecompenseerd binnen het plangebied en deels buiten het plangebied. Op de situatietekening wordt hier niets over gezegd. Indiener maakt zich zorgen over wateroverlast en is van mening dat dit toeneemt door deze ontwikkeling. De indiener is van mening dat de Dorpsweg het extra verkeer niet aan kan omdat het een zeer smalle straat is. Daarnaast is de indiener van mening dat er een parkeerplaats minder in de Dorpsstraat is omdat de ontsluiting van de nieuwe ontwikkeling aan de Dorpsweg gesitueerd is. Indiener is ook van mening dat de ontsluiting niet goed aansluit op de Dorpsweg en er onterecht gesteld wordt dat er een overzichtelijke situatie ontstaat. Daarnaast is de indiener bezorgt om het risico op schade aan de eigen woning door het bouwverkeer en trillingen door o.a. heiwerkzaamheden.
Indiener stelt dat er geen zorgvuldig doorlopen participatietraject is geweest terwijl het peilen van het draagvlak wel een voorwaarde bij het principebesluit uit 2021 was. Daarnaast stelt de indiener dat het doorlopen proces niet aansluit bij de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023. Verder is indiener van mening dat er sprake is van een rommelige en overhaaste aanvraag die snel voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingediend moest worden. Er zijn meerdere revisies geweest op de tekeningen de aanvraag was niet volledig. Daarnaast kan de indiener geen inschatting maken wat dit voor gevolgen heeft als ook wat er tussen de gemeente en de ontwikkelaar is afgesproken in de anterieure overeenkomst. Antwoord: Zie antwoord op zienswijze 2. Aanvullend daarop ten aanzien van de heiwerkzaamheden. Op dit moment is de ontwikkelaar de bouwmethode aan het uitwerken. Constructieberekeningen en tekeningen kunnen tot 4 weken voor de start van de bouw ingediend worden. De ontwikkelaar heeft nu aangegeven in principe traditioneel te heien. Als gemeente kunnen wij niet afdwingen dat initiatiefnemer voor een ander alternatief kiest. Wel kunnen wij de zienswijze en de zorgen hierover delen met de ontwikkelaar, dit zullen wij daarom ook doen. Ook zullen wij hem adviseren een vooropname te doen van de omliggende woningen.