CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 rvs Zienswijze ontwerp Transitieplan Werkontwikkelbedrijf Orionis Walcheren bijlage 1 transitieplan

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Zienswijze ontwerp transitieplan Werkontwikkelbedrijf Orionis Walcheren9.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor 2030 en 2035 zijn geen transitiekosten opgevoerd omdat deze gedekt worden door het transitiebudget.

Uitkeringslasten Het transitieplan van het werkontwikkelbedrijf heeft een positieve invloed op de uitkeringslasten van de bijstand. Denk hierbij aan de volgende pijlers uit het transitieplan: • Focus op ontwikkeling: Door het opzetten van ontwikkelwerksoorten krijgen de klantmanagers van de afdeling Werk meer mogelijkheden bij de reintegratie van hun klanten. Dit verhoogt de kans op het begeleiden van bijstandsklanten naar regulier werk. Daarnaast worden de ontwikkelwerksoorten ingezet ten behoeve van trajecten vanuit het onderwijs. Bijvoorbeeld in het kader van de Wet van school naar duurzaam werk. Hierdoor wordt de kans verhoogd voor (ex-) leerlingen op het vinden van werk. • Meer inwoners aan het werk: In het kader van deze pijler worden inwoners met een bijstandsuitkering een baan aangeboden in het werkleerbedrijf. Dit betreft inwoners die zonder deze kans langdurig op de bijstand zijn aangewezen. Hierdoor worden de uitkeringslasten structureel verlaagd. Deze voordelen zijn niet meegenomen in dit transitieplan. Operationeel resultaat Het operationeel resultaat staat de komende jaren onder druk door de volgende factoren: • Krimp van het aantal medewerkers, waardoor vaste kosten zwaarder drukken. • Een zwakker wordende doelgroep met minder loonwaarde waardoor de omzet afneemt en/of de begeleidingskosten toenemen. • Vervanging WSW voorlieden door ambtelijke voorlieden.

• Noodzakelijke investeringen in ontwikkelwerksoorten. Aan de hand van de volgende maatregelen wordt de teruggang van het operationele resultaat beperkt: 32

Transitieplan Orionis Walcheren 2026-2035

Ontwikkeling van medewerkers op de werkladder heeft niet alleen een maatschappelijke waarde maar zorgt ook voor een beter financieel resultaat. • Kostenreductie door inzet op minder kapitaalsintensieve werksoorten. • Vergoeding vanuit UWV en onderwijs voor inkoop van trajecten op werksoorten en in het trainingscentrum • Ontwikkelwerksoorten opzetten met bijdragen van partners. De maatschappelijke waarde valt in sommige situaties qua opbrengt bij andere partijen. Via maatschappelijke kosten baten analyses (MKBA) wordt dit inzichtelijk. Aan de hand hiervan worden partijen benaderd voor cofinanciering. Dit is vergelijkbaar met de ontwikkelwerksoort Wonen en Werken met een bijdrage van de woningcorporaties. • Inzetten van inclusieve technologie waardoor beter betaald werk kan worden uitgevoerd. • Kostenreductie door krimp van ondersteunde diensten. De mogelijke synergievoordelen door gezamenlijk exploiteren van werksoorten met zorginstellingen. (dagbesteding) en andere Zeeuws werkontwikkelbedrijven zijn niet meegenomen bij de ramingen van het operationeel resultaat. •

INKOMSTEN De inkomsten dalen in de loop van de tijd. Daarnaast vindt ook een verschuiving plaats in het soort inkomsten:

•

• Op basis hiervan wordt het operationeel resultaat voor Orionis Walcheren als volgt geraamd voor 2030 en 2035:

Operationeel resultaat x € 1000 Inkomsten Personeelskosten begeleiding Overige directe kosten Kosten overhead Totaal

2025 7.582 -3.371 -3.574 -1.757 -1.120

2030 7.000 -4.100 -2.500 -1.600 -1.200

2035 6.000 -3.600 -2.100 -1.600 -1.300

Het operationeel resultaat daalt, in lijn met de landelijke trend, licht de komende jaren. Hieronder wordt elk onderdeel toegelicht:

•

• •

Intern: de omzet van de interne werksoorten halveert de komende 10 jaar door de daling van het aantal medewerkers en de ontwikkeling op de werkladder. Buitendienst: de omzet van de buitendienst daalt ook maar niet zo sterk als bij de interne werksoorten. Detachering: de omzet van detachering neemt de eerste jaren toe door de ontwikkeling op de werkladder van de medewerkers. Tussen 2030 en 2035 neemt de omzet af tot ongeveer het niveau van 2025 door de daling van het aantal doelgroepmedewerkers. Re-integratiebudget: deze inkomsten blijven grofweg gelijk. Ontwikkelwerksoorten: 2025 betreft enerzijds een interne vergoeding voor de schoonmaak, bedrijfsrestaurant en facilitair vanuit de kantoorafdelingen en anderzijds de bijdrage van de woningcorporaties in de werksoort Wonen en Werken. De komende jaren worden stijgende inkomsten verwacht door bijdragen vanuit partners in nieuwe ontwikkewerksoorten en vergoedingen voor trajecten vanuit UWV en onderwijs. 33

Transitieplan Orionis Walcheren 2026-2035

PERSONEELSKOSTEN BEGELEIDING De personeelskosten voor begeleiding betreffen de kosten van werkbegeleiders, voorlieden en jobcoaches. De eerste jaren nemen de kosten toe door de investering in nieuwe ontwikkelwerksoorten en uitbouw van de activiteiten in het trainingscentrum. In 2030 zijn deze activiteiten naar verwachting op het gewenste niveau. Hier staat tegenover dat, door de daling van het aantal doelgroepmedewerkers, de personeelskosten voor productiegerichte werksoorten dalen. Beide effecten resulteren in een hogere personeelskosten in tot 2030 en tussen 2030 en 2035 een afname in de personeelskosten. OVERIGE DIRECTE KOSTEN De overige directe kosten bestaan hoofdzakelijk uit huisvestingslasten, kosten voor machines en vervoermiddelen, en de kosten van het Bedrijfsbureau, HR en verzuim. Deze kosten vertonen de komende jaren een dalende trend door: • Minder gebruik van huisvesting door ontwikkeling op de werkladder en daling van het aantal doelgroepmedewerkers. • Reductie van het aantal machines door inzet op minder kapitaalsintensieve werksoorten. • Afname van de activiteiten op het bedrijfsbureau door daling van het aantal medewerkers op de interne werksoorten. • Dalende inzet van HR en bedrijfsarts door daling van het aantal doelgroepmedewerkers OVERHEAD De kosten voor overhead zijn de kosten van leiding, facilitair, administratie en andere ondersteunende diensten.

Deze nemen slechts beperkt af. Weliswaar daalt het aantal doelgroepmedewerkers, maar het aantal werkleertrajecten stijgt. Ook het aantal ambtelijk FTE in begeleiding neemt de komende jaren niet af.

Subsidieresultaat De tweede component in het structureel resultaat van het werkontwikkelbedrijf is het subsidieresultaat. Het subsidieresultaat bestaat uit het saldo van (Rijks)subsidie en loonkosten voor de verschillende doelgroepmedewerkers. Het subsidieresultaat wordt voor 2030 en 2035 als volgt geraamd: subsidieresultaat WSW NBW Doorstroombanen Totaal

2025 -430 592 112 274

2030 900 100 1.000

2035 1.000 100 1.100

WSW In 2025 is sprake van een negatief subsidieresultaat van € 430.000. In 2030 is dit omgeslagen in een positief resultaat. Dit positieve resultaat wordt echter ingezet als dekking voor de transitiekosten. Om die reden is in bovenstaande opstelling een nulresultaat opgenomen. Voorzichtigheidshalve wordt er voor 2035 vanuit gegaan dat geen sprake meer is van een positief subsidieresultaat maar van een nulresultaat. NBW Het subsidieresultaat voor de NBW is positief en groeit de komende jaren mee met de groei van het aantal medewerkers. Er is sprake van lagere loonkosten omdat de CAO ‘Aan de slag’ voor de NBW-medewerkers is gebaseerd op het minimumloon in tegenstelling tot de CAO WSW. Daarnaast is sprake van een viertal inkomstenbronnen: 1. Een vaste vergoeding per werkplek NBW van € 12.500 (peildatum 2025) via gemeenten vanuit de Integratie-uitkering Participatie. Dit is op basis van een taakstelling per gemeente en is dus gemaximeerd. Het Rijk heeft aangegeven dat vanaf 2028 de financiering (gedeeltelijk) naar realisatie zal plaatsvinden. Dit betekent dat meer werkplekken NBW ook leidt tot een hogere vergoeding. De hoogte van de vergoeding is nog niet bekend en wordt voorlopig geschat op € 8.000 per werkplek. 34

Transitieplan Orionis Walcheren 2026-2035

2. 3. 4.

Loonkostensubsidie vanuit het Rijk van 68%. Vergoeding van kosten bij ziekte vanuit het UWV. Een vergoeding voor begeleiding van € 5.000 (prijspeil 2025) via gemeenten vanuit de re-integratiemiddelen.8

DOORSTROOMBANEN Het subsidieresultaat voor doorstroombanen vertoont een beperkt positief subsidieresultaat. Medewerkers in een doorstroombaan worden aangenomen in de CAO ‘Aan de slag’. Uitgangspunt bij de doorstroombanen is dat deze medewerkers (tijdelijk) niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en dus geplaatst worden met loonkostensubsidie. Dit houdt in dat voor deze medewerkers net als bij de NBW vier inkomstenbronnen zijn: 1. Een vaste vergoeding per werkplek van € 6.500 (peildatum 2025) via gemeenten vanuit de Integratie-uitkering Participatie (infrastructurele toeslag). Dit is op basis van een taakstelling per gemeente en is dus gemaximeerd. 2. Loonkostensubsidie vanuit het Rijk van 68%. 3. Vergoeding van kosten bij ziekte vanuit het UWV. 4. Een vergoeding voor begeleiding van € 5.000 (prijspeil 2025) via gemeenten vanuit de re-integratiemiddelen.

8 Gemeenten ontvangen in het cluster Participatie in het gemeentefonds voor iedereen met

een loonkostensubsidie, waaronder Beschut Werk ca. € 5.000 per werkplek

35

Transitieplan Orionis Walcheren 2026-2035

8. Risicoparagraaf

36

Transitieplan Orionis Walcheren 2026-2035

In dit transitieplan wordt 10 jaar vooruitgekeken. Dit betekent dat veel aannames zijn gedaan. Hieronder zijn de belangrijkste risico’s en onzekerheden weergegeven: • Politiek: we zijn in dit plan uitgegaan van het voorzetten van de huidige beleidslijnen. Maar we weten niet wat het beleid van de komende kabinetten wordt. • Rijksbijdragen: Het subsidieresultaat is geraamd op basis van de huidige meerjarenreeksen van het Rijk ten aanzien van de Rijksmiddelen. Door het Rijk zijn de rijkssubsidies tot en met 2030 verwerkt in de circulaires. Op basis hiervan is het positieve subsidieresultaat WSW van 2028 tot en met 2030 ingezet ter dekking van een deel van de transitiekosten. Vanaf 2031 wordt voorzichtigheidshalve uitgegaan van een neutraal subsidieresultaat WSW. • Economie: de omzet van werksoorten is afhankelijk van de marktomstandigheden. Orionis Walcheren werkt toe naar het aanpassen van de afspraken met opdrachtgevers om het risico te beperken. Dit betekent echter niet dat er geen risico’s meer zijn. • Huisvesting: Door de daling van het aantal doelgroepmedewerkers en de ontwikkeling op de werkladder ontstaat leegstand. Het vinden van nieuwe huurders brengt aanzienlijke risico’s met zich mee. Welke partijen zijn op zoek naar nieuwe huisvesting? En tegen welke condities? • Personeel: het werkontwikkelbedrijf is mensenwerk en het transitieplan gaat uit van een aangepaste koers.

Dit betekent dat het Werkontwikkelbedrijf de komende jaren grote veranderingen door zal maken. Dit doet een beroep op de flexibiliteit en aanpassingsvermogen van de medewerkers. En vraagt ook veel van het leidinggevend kader. Daarnaast wijzigt de functie van een deel van de ambtelijk medewerkers en moet ook nieuwe medewerkers geworven worden. De krapte op de arbeidsmarkt en mogelijkheden voor omscholing zijn lastig in te schatten. • Transitiekosten: het transitiebudget komt pas in de loop van de komende 10 jaar volledig ter beschikking. Er is een risico dat op enig moment een timingsverschil ontstaat tussen optreden van de kosten en beschikbaarheid

van het budget. Dit risico kan zich met name de eerste jaren voordoen, wanneer nog maar een beperkt transitiebudget beschikbaar is.

37

Transitieplan Orionis Walcheren 2026-2035

Bijlage: Indicatie transitiekosten per jaar. In de onderstaande tabel wordt een indicatie gegeven van de transitiekosten per jaar. Transitiekosten in mln Personeel Huisvesting Werksoorten Totaal

2026 0,15 0,18 0,20 0,53

2027 0,15 0,18 0,20 0,53

2028 0,15 0,18 0,20 0,53

2029 0,15 0,18 0,20 0,53

2030 0,15 0,18 0,20 0,53

2031 0,15 0,18 0,20 0,53

2032 0,15 0,18

2033 0,15 0,18

0,33

2034

2035

0,18

0,18

0,33

0,18

0,18

2033 0,5 0,1 -0,3 0,3

2034 0,3 0,1 -0,2 0,2

2035 0,2 -0,2 0,0

Totaal 1,2 1,8 1,2 4,2

Aan de hand van deze indicatie kan een berekening gemaakt worden van de jaarlijkse omvang van het transitiebudget. Deze berekening is hieronder opgenomen. Verloop transitiebudget in mln Transitiebudget begin jaar Ontvangsten Rijk Dotatie SW Rijksmiddelen Transitiekosten Transitiebudget einde jaar

2026 0,7 0,2 -0,5 0,3

2027 0,3 0,2 -0,5 0,0

2028 0,0 0,2 0,4 -0,5 0,1

2029 0,1 0,2 0,8 -0,5 0,5

2030 0,5 0,2 0,8 -0,5 1,0

2031 1,0 0,2 -0,5 0,6

2032 0,6 0,1 -0,3 0,5

Het transitiebudget bedraagt per 1 januari 2026 afgerond € 0,7 miljoen. In 2026 wordt vanuit het Rijk een deel van het transitiebudget ontvangen, namelijk € 0,2 miljoen. Verder wordt in 2026 uitgegaan van transitiekosten ad. € 0,5 miljoen. Dit resulteert in een transitiebudget eind 2026 van € 0,3 miljoen9.

9 Door afrondingen lijkt de telling niet te kloppen. De volledige bedragen zijn:

€ 696.000 + € 178.000 - € 530.000 = € 344.000.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16517370/1