CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 rvs Bestemmingsplan Machinefabriek bijlage 2 BP bijlagen

Raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Bestemmingsplan Machinefabriek24.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 1.1: Locatie ontwikkeling Machinefabriek Schelde

Leeswijzer In hoofdstuk 2 staan de uitgangspunten van het verkeersonderzoek beschreven. In

hoofdstuk 3 zijn de verkeerseffecten als gevolg van de ontwikkeling ‘’Machinefabriek’’ uitgewerkt. In hoofdstuk 4 is de analyse naar de verkeersafwikkeling opgenomen. Het rapport sluit af met de conclusies in hoofdstuk 5.

1

Koningsweg – Willem Ruysstraat. Analyse verkeersafwikkeling. Goudappel, 22 juni 2018.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

1

2. Uitgangspunten In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten van het verkeersonderzoek opgenomen. In

paragraaf 2.1 zijn de uitgangspunten van het gehanteerde verkeersmodel opgenomen. In paragraaf 2.2 is de verkeersgeneratie van de Machinefabriek weergegeven. Paragraaf 2.3 gaat in op de uitgangspunten van het VISSIM-simulatiemodel.

2.1

Verkeersmodel

Voor het inzichtelijk maken van de verkeerseffecten en de verkeersafwikkeling is gebruik gemaakt van verkeersintensiteiten uit het verkeersmodel. Een verkeersmodel is een vereenvoudigde weergave van de complexe werkelijkheid van verkeer. De

verkeersmodelberekeningen zijn uitgevoerd met het Verkeersmodel Walcheren2022

(werkdagmodel). Het basisjaar van het verkeersmodel beschrijft voor het wegennet de

verkeerssituatie in 2019 (pré-corona). Op basis van de ruimtelijke ontwikkelingen,

infrastructurele ontwikkelingen en economische groeiscenario’s van het Centraal Planbureau beschrijft de referentiesituatie van het verkeersmodel de verkeerssituatie in 2040. In de referentiesituatie 2040 is de ontwikkeling ‘’Machinefabriek’’ niet opgenomen. In de

plansituatie 2040 is de ontwikkeling ‘’Machinefabriek’’ wel opgenomen. Zowel in het

basisjaar 2019 als de prognosejaren 2040 houden we rekening met de eerdere tellingen die we voor Damen hebben ontvangen. De uitgangspunten voor de

verkeersmodelwerkzaamheden zijn vastgelegd in de uitgangspuntennotitie 2.

2.2

Verkeersgeneratie Machinefabriek

In de plansituatie 2040 is de ontwikkeling van de Machinefabriek opgenomen. Het

programma van de Machinefabriek is aangeleverd door de opdrachtgever (mail d.d. 3 oktober 2023) en is als volgt: 

(A) Parkeergarage: 625 plaatsen. De parkeergarage is bestemd voor gebruikers van de

functies in de Machinefabriek, voor bewoners uit de omgeving en voor P&R-gebruikers.    

(B) Cultuurcluster: 4.000 m2

(C) Sportzaal: 1.500 m2 (D) Horeca: 1.200 m2

(E) en (F) o

o

2

50 appartementen

Cultuur, maatschappelijk en kantoren (6.000 m2)

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde: uitgangspuntennotitie verkeersmodel- en VISSIM-

werkzaamheden. Goudappel, 4 oktober 2023. Kenmerk: 015932.20230928.R1.03.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

2

Verkeersgeneratie Machinefabriek De verkeersgeneratie van de Machinefabriek bestaat uit de verkeersbewegingen als gevolg van de functies in de Machinefabriek (B tot en met F) en de restcapaciteit van de

parkeergarage (A) die gebruikt kan worden door omwonenden en P&R-gebruikers: 

Verkeersgeneratie functies in de Machinefabriek: De verkeersgeneratie is uitgewerkt in de uitgangspuntennotitie en betreft 1.692 mvt/etm op een gemiddelde werkdag.

Verkeersgeneratie restcapaciteit parkeergarage: Voor de functies in de

Machinefabriek (B tot en met F) is een parkeerbalans opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen gedurende de verschillende

momenten op de dag. Het overschot bepaalt de restcapaciteit van de parkeergarage die gebruikt kan worden door omwonenden en P&R-gebruikers. De verkeersgeneratie van

de resterende parkeerplaatsen is uitgewerkt in de uitgangspuntennotitie en betreft 336 mvt/etm op een gemiddelde werkdag.

De totale verkeersgeneratie voor de Machinefabriek betreft 1.692 + 336 = 2.028 mvt/etm.

2.3

VISSIM-simulatiemodel

In de studie Koningsweg – Willem Ruysstraat is de verkeersafwikkeling op de kruispunten

Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg en Willem Ruysstraat - Koningsweg in beeld gebracht

met het microsimulatieprogramma VISSIM. In deze studie is het VISSIM-model uit de voorgaande studie gehanteerd voor de actualisatie van de eerder uitgevoerde

kruispuntanalyse. Het oorspronkelijke VISSIM-netwerk is aan de westkant uitgebreid tot en met de rotonde Aagje Dekenstraat – De Willem Ruysstraat – Scheldestraat. Het VISSIMnetwerk is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1: VISSIM-netwerk.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

3

VISSIM heeft een hoog detailniveau en kan daarmee de dynamiek in het verkeersproces op een realistische wijze simuleren. Het model houdt rekening met de interacties tussen

verschillende voertuigen en stromen van langzaam verkeer. Groot voordeel van VISSIM is

dat de verschillende kruispunten in het netwerk in samenhang met elkaar kunnen worden bezien.

2.3.1

Vormgeving kruispunten

Voor de vormgeving van de kruispunten in het studiegebied is uitgegaan van de huidige situatie: 

Kruispunt Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg: kruispunt met verkeerslichten

geregeld. In de analyses is geen rekening gehouden met eventuele brugopeningen van de Keersluisbrug op de Prins Hendrikweg

Kruispunt De Willem Ruysstraat – De Insulindestraat - Dokwerker: ongeregeld

voorrangskruispunt waarbij de De Willem Ruysstraat voorrang heeft 

De rotonde Aagje Dekenstraat – De Willem Ruysstraat – Scheldestraat opgenomen als enkelstrooksrotonde

2.3.2

Cordon

Voor de VISSIM-simulaties zijn de intensiteiten voor gemotoriseerd verkeer voor de

ochtend- en avondspits (drukste uur) in de referentie 2040 en plansituatie 2040 afgeleid voor het cordon in figuur 2.2. Voor de fietsintensiteiten is gebruik gemaakt van het

Mobiliteitsspectrum 2022. De fietsintensiteiten uit het spectrum zijn opgehoogd met +10% groei richting de toekomst 2040.

Figuur 2.2: Cordon ten behoeve van VISSIM-simulaties.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

4

3. Verkeerseffecten In paragraaf 3.1 is een overzicht weergegeven van de verkeersintensiteiten op de relevante wegvakken. Paragraaf 3.2 gaat in op de verkeersverschuivingen als gevolg van de ontwikkeling Machinefabriek.

3.1

Verkeersintensiteiten

Voor de relevante wegvakken in figuur 3.1 zijn de verkeersintensiteiten in tabel 3.1 opgenomen.

Figuur 3.1: Revelante wegvakken studiegebied.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

5

Nr.

Straatnaam

Referentie 2040

1

Koudekerkseweg

13.600

3

Badhuisstraat

2.300

2

Koudekerkseweg

4

Badhuisstraat

5

Aagje Dekenstraat

7

De Willem Ruysstraat

9

De Kungsholmstraat

6 8 10 11

Scheldestraat

De Willem Ruysstraat Dokwerker

Gravestraat

7.700 6.900 5.300 3.200 4.800 3.400 1.400 7.700 3.300

12

De Willem Ruysstraat

14

De Willem Ruysstraat

10.700

16

Industrieweg

2.600

13 15

Van Dishoeckstraat Paul Krugerstraat

3.400 2.900

12.100

17

President Rooseveltlaan

14.800

19

Nieuwe Vlissingseweg

9.200

18 20 21 22

Prins Hendrikweg

Machinefabriek)

13.700

7.900 2.300 7.100 5.700 3.300 5.200 3.900 1.600 7.800 3.400 4.800 3.000

11.900 12.300

2.800

14.800 15.300

9.700

Nieuwe Vlissingseweg

26.700

27.100

Weijevlietweg

11.400

11.500

Sloeweg

23

Nieuwe Vlissingseweg

25

Havendorpweg

24

14.900

Plansituatie 2040 (incl.

Oude Veerhavenweg

26

N288 Sloeweg

27

Bermweg

28

N288 Sloeweg

34.400 16.200 13.700 16.100 44.600

7.600

52.100

34.500 16.400 14.300 16.700 44.700

7.600

52.600

Tabel 3.1: Verkeersintensiteiten relevante wegvakken (motorvoertuigen per etmaal, afgerond op 100-tallen).

3.2

Verkeersverschuivingen

Als gevolg van de ontwikkeling Machinefabriek ontstaan toenames van verkeer op het wegennet, zie figuur 3.2. De Machinefabriek is ontsloten op De Willem Ruysstraat. De Machinefabriek genereert circa 2.000 motorvoertuigen op etmaalniveau (mvt/etm).

Ongeveer driekwart van het verkeer rijdt richting het oosten (ca. 1.400 mvt/etm). Het

merendeel van het verkeer richting het oosten rijdt via de Nieuwe Vlissingseweg of de Prins

Hendrikweg/Oude Veerhavenweg richting de A58. Een kleiner deel van het verkeer rijdt in de richting van Vlissingen (ca. 200 mvt/etm) of naar de N288 Sloeweg (ca. 200 mvt/etm).

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

6

Ongeveer een kwart van het verkeer rijdt richting het westen (ca. 550 mvt/etm). Dit verkeer verspreid zich in Vlissingen via de Aagje Dekenstraat/Paul Krugerstraat/Badhuisstraat/Koudekerkseweg.

Figuur 3.2: Toenames als gevolg van ontwikkeling Machinefabriek ten opzichte van de referentie 2040 (motorvoertuigen per etmaal, afgerond op 50-tallen met een ondergrens van 50).

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

7

4. Verkeersafwikkeling De dynamische simulaties zijn uitgevoerd om inzicht te krijgen in de verkeersafwikkeling voor de referentiesituatie 2040 en plansituatie 2040. In paragraaf 4.1 is de

verkeersafwikkeling in de referentiesituatie 2040 beoordeeld. In paragraaf 4.2 is de verkeersafwikkeling in de plansituatie 2040 beoordeeld.

4.1

Verkeersafwikkeling referentiesituatie 2040

4.1.1

Verkeersafwikkeling ochtendspits

De verkeersafwikkeling tijdens de ochtendspits in de referentiesituatie 2040 is weergegeven in figuur 4.1. Op basis van de resultaten van de dynamische simulatie geldt: 

De verkeersafwikkeling op de De Willem Ruysstraat is tijdens de ochtendspits goed, de vertraging op de kruispunten is minimaal

Het kruispunt De Willem Ruysstraat – De Insulindestraat - Dokwerker kan het

verkeersaanbod in de ochtendspits van het prognosejaar 2040 goed verwerken met de huidige kruispuntvormgeving. De wachtrijen op de noord- en zuidtak zijn minimaal.

De rotonde De Willem Ruysstraat – Scheldestraat kan het verkeer zonder problemen verwerken

Het kruispunt De Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg (VRI) is in de ochtendspits op piekmomenten relatief zwaar belast. De maximale wachtrijlengte (paarse lijn) op de oosttak kan op piekmomenten het naastgelegen kruispunt Edisonweg kortstondig blokkeren

Figuur 4.1: Wachtrijplot ochtendspits, referentiesituatie 2040.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

8

4.1.2

Verkeersafwikkeling avondspits

Op basis van de avondspits wachtrijplot van het referentie 2040 zijn de volgende conclusies voor de avondspits getrokken:  

De avondspits is de maatgevende spitsperiode

De verkeersafwikkeling op de De Willem Ruysstraat is tijdens de avondspits acceptabel, de vertraging op de kruispunten is minimaal

Het kruispunt De Willem Ruysstraat – De Insulindestraat - Dokwerker kan het

verkeersaanbod in de ochtendspits goed verwerken. De zuidtak kent een wachtrijlengte van circa 50 meter op piekmomenten

De rotonde De Willem Ruysstraat – Scheldestraat kan het verkeer zonder problemen verwerken

Het kruispunt De Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg (VRI) is in de avondspits zwaar belast. De maximale wachtrijlengte (paarse lijn) op de oosttak blokkeert het naastgelegen kruispunt Edisonweg

Figuur 4.2: Wachtrijplot ochtendspits, referentiesituatie 2040.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

9

4.2

Verkeersafwikkeling plansituatie 2040

Uit de dynamische simulaties blijkt dat de verkeersafwikkeling in de plansituatie 2040

nauwelijks verandert als gevolg van de ontwikkeling Machinefabriek. De wachtrijplots voor de plansituatie 2040 zijn in onderstaande subparagrafen opgenomen.

4.2.1

Verkeersafwikkeling ochtendspits

De verkeersafwikkeling tijdens de ochtendspits in de plansituatie 2040 is weergegeven in figuur 4.3. Op basis van de resultaten van de dynamische simulatie geldt: 

De verkeersafwikkeling op de De Willem Ruysstraat is tijdens de ochtendspits goed, de vertraging op de kruispunten is minimaal

Het kruispunt De Willem Ruysstraat – De Insulindestraat - Dokwerker kan het

verkeersaanbod in de ochtendspits van het prognosejaar 2040 goed verwerken met de huidige kruispuntvormgeving. De wachtrijen op de noord- en zuidtak zijn minimaal.

De rotonde De Willem Ruysstraat – Scheldestraat kan het verkeer zonder problemen verwerken

Het kruispunt De Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg (VRI) is in de ochtendspits op piekmomenten relatief zwaar belast. De maximale wachtrijlengte (paarse lijn) op de oosttak kan op piekmomenten het naastgelegen kruispunt Edisonweg kortstondig blokkeren

Figuur 4.3: Wachtrijplot ochtendspits, plansituatie 2040.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

10

4.2.2

Verkeersafwikkeling avondspits

De verkeersafwikkeling tijdens de avondspits in de plansituatie 2040 is weergegeven in figuur 4.4. Op basis van de resultaten van de dynamische simulatie geldt:  

De avondspits is de maatgevende spitsperiode

De verkeersafwikkeling op de De Willem Ruysstraat is tijdens de avondspits acceptabel, de vertraging op de kruispunten is minimaal

Het kruispunt De Willem Ruysstraat – De Insulindestraat - Dokwerker kan het

verkeersaanbod in de ochtendspits goed verwerken. De zuidtak kent een wachtrijlengte van circa 50 meter op piekmomenten

De rotonde De Willem Ruysstraat – Scheldestraat kan het verkeer zonder problemen verwerken

Het kruispunt De Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg (VRI) is in de avondspits zwaar belast. De maximale wachtrijlengte (paarse lijn) op de oosttak blokkeert het naastgelegen kruispunt Edisonweg

Figuur 4.4: Wachtrijplot avondspits, plansituatie 2040.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

11

4.3

Gemiddelde verliestijden kruispunt De Willem Ruysstraat

– De Insulindestraat - Dokwerker

De gemiddelde verliestijden voor het kruispunt De Willem Ruysstraat – De Insulindestraat Dokwerker zijn per rijrichting in tabel 4.1 opgenomen. De duiding van de rijrichtingen is in

figuur 4.5 weergegeven. De gemiddelde verliestijden voor het kruispunt zijn voor zowel de

referentiesituatie 2040 als de plansituatie 2040 voor de ochtend- en de avondspits minimaal. Uit de dynamische simulaties blijkt dat de verkeersafwikkeling in de plansituatie 2040 nauwelijks verandert als gevolg van de ontwikkeling Machinefabriek.

Referentie 2040 Prognosejaar 2040 Ochtendspits Avondspits Ochtendspits Avondspits 1, De Willem Ruysstraat oost rechtsaf 4 4 4 5 2, De Willem Ruysstraat oost rechtdoor 3 4 4 5 3 De Willem Ruysstraat oost linksaf 5 5 5 6 4, Dokwerker rechtsaf 2 5 3 6 5, Dokwerker rechtdoor 3 8 5 10 6, Dokwerker linksaf 4 8 4 7 7, De Willem Ruysstraat west rechtsaf 2 2 2 2 8, De Willem Ruysstraat west rechtdoor 1 2 2 2 9. De Willem Ruysstraat west linksaf 10, De Insulindestraat, rechtsaf 2 3 1 3 11, De Insulindestraat, rechtdoor 5 5 5 7 12, De Insulindestraat, linksaf 3 6 4 8 Tabel 4.1: Gemiddelde verliestijden (in seconden) per rijrichting kruispunt De Willem Ruysstraat – De Insulindestraat – Dokwerker.

Figuur 4.5: Kruispunt De Willem Ruysstraat – De Insulindestraat – Dokwerker met duiding rijrichtingen.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

12

5. Samenvattende conclusies In 2018 heeft Goudappel een verkeersonderzoek 3 uitgevoerd waarbij de verkeersafwikkeling

op de kruispunten Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg en Willem Ruysstraat – Koningsweg in beeld is gebracht. De verkeersberekeningen van deze studie zijn uitgevoerd met het

inmiddels verouderde verkeersmodel Walcheren2017. Sinds begin 2022 is het meest actuele verkeersmodel Walcheren2022 beschikbaar. Daarnaast heeft de gemeente Vlissingen het

voornemen om meer functies in het gebied te realiseren dan waarop eerder geanticipeerd is. Ten behoeve van diverse ontwikkelingen in het gebied én de beschikbaarheid van een nieuw verkeersmodel is een herijking van de verkeersmodelberekeningen nodig. In het kader van

het bestemmingsplan van de ontwikkeling ‘’Machinefabriek’’ heeft de gemeente Vlissingen

gevraagd om de verkeerseffecten van de ontwikkeling in beeld te brengen. In voorliggende rapportage zijn de resultaten van het verkeersonderzoek opgenomen. Verkeersverschuivingen Voor het inzichtelijk maken van de verkeersverschuivingen is gebruik gemaakt van verkeersintensiteiten uit het Verkeersmodel Walcheren2022 (werkdagmodel). De

Machinefabriek genereert circa 2.000 motorvoertuigen op etmaalniveau (mvt/etm). De

Machinefabriek is ontsloten op De Willem Ruysstraat. Ongeveer driekwart van het verkeer rijdt richting het oosten. Het merendeel van het verkeer richting het oosten rijdt via de

Nieuwe Vlissingseweg of de Prins Hendrikweg/Oude Veerhavenweg richting de A58.

Ongeveer een kwart van het verkeer rijdt richting het westen. Dit verkeer verspreid zich in Vlissingen via de Aagje Dekenstraat/Paul Krugerstraat/Badhuisstraat/Koudekerkseweg. Verkeersafwikkeling De verkeersafwikkeling op de De Willem Ruysstraat is tijdens de ochtend- en avondspits goed, de vertraging op de kruispunten is minimaal. De rotonde De Willem Ruysstraat –

Scheldestraat kan het verkeer in de ochtend- en avondspits zonder problemen verwerken. Het kruispunt De Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg (VRI) is in de ochtendspits relatief zwaar belast en in de avondspits zwaar belast. De maximale wachtrijlengte op de oosttak blokkeert het naastgelegen kruispunt Edisonweg. Dit knelpunt is zowel in de

referentiesituatie 2040 als de plansituatie 2040 aanwezig. Daarmee kan geconcludeerd

worden dat het knelpunt een autonoom probleem is. Ondanks dat de Machinefabriek niet

de veroorzaker is van het knelpunt op de VRI De Willem Ruysstraat – Prins Hendrikweg, verergert de ontwikkeling Machinefabriek het knelpunt in beperkte mate wel.

3

Koningsweg – Willem Ruysstraat. Analyse verkeersafwikkeling. Goudappel, 22 juni 2018.

Verkeersonderzoek Machinefabriek Schelde - 7 november 2023

13

Bijlage 4 Explosievenonderzoek

6/12

Rapport Risicoanalyse Conventionele Explosieven Scheldekwartier Vlissingen Kenmerk Datum

: RAP0016141V2 definitief : 07/04/17

Postbus 85 . 4100 AB Culemborg . +31 (0) 345 778990 . info@expload.nl . www.expload.nl . IBAN: NL09ABNA0451910109 . BIC: ABNANL2A KvK 54955890 . BTW nr: NL851505971B01 . Algemene voorwaarden DNR 2011 . Expload is een handelsnaam van Expload B.V.

ALGEMENE GEGEVENS: Project Expload Projectnummer Projectnaam

: 161410000 : Vlissingen-Scheldegebied-RA

Opdrachtgever Naam Bezoekadres Postcode

: Gemeente Vlissingen, Afdeling civiele werken : Paul Krugerstraat 1 : VLISSINGEN

Postadres Postcode

: Postbus 3000 : 4380 GV VLISSINGEN

Contactpersoon Telefoon

: ing. A.L. (Sander) Jacobse : 0118 487415 / 06-51618613

Opdrachtnemer Naam Bezoekadres Postcode

: Expload : Irene Vorrinkstraat 29, : 4105 JA CULEMBORG

Postadres Postcode

: Postbus 85 : 4100 AB CULEMBORG

Contactpersoon Telefoon

: Dhr. J.H.A. (Jos) Walraven : 0345 – 778990 / 06-34230248

Verzendlijst Opdrachtgever Archief Expload

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 2 van 199

INHOUDSOPGAVE: MANAGEMENTSAMENVATTING ........................................................................................................................ 5 1

INLEIDING ............................................................................................................................................ 8 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

2

2.3

2.4 2.5

KANS OP EEN ONGECONTROLEERDE EXPLOSIE EFFECT ONGECONTROLEERDE EXPLOSIE CONCLUSIE RISICO EN EFFECT ONGECONTROLEERDE EXPLOSIE CE

92 92 96

WERKGEBIED RISICOGEBIED

97 97

CONCLUSIE EN ADVIES .......................................................................................................................... 99 5.1 5.2 5.3 5.4

6

16 17 17 21 23 58 59 60 63 63 72 76 80 81 87

GEBIEDEN WAAR BEHEERSMAATREGELEN NODIG ZIJN ................................................................................. 97 4.1 4.2

5

ALGEMEEN ANALYSE VOORONDERZOEK(EN) 2.2.1 ALGEMENE CONTEXT GEBEURTENISSEN IN ZEELAND TIJDENS WOII 2.2.2 ANALYSE VOORONDERZOEK(EN) EN (AANVULLEND ) ARCHIEFONDERZOEK 2.2.3 NADERE ANALYSE 2.2.4 LUCHTFOTO-ONDERZOEK 2.2.5 GETUIGEN VERKLARINGEN 2.2.6 CONCLUSIES ANALYSE VOORONDERZOEKEN EN AANVULLEND ARCHIEF ONDERZOEK CONTRA-INDICATIES 2.3.1 EERDERE OPSPORINGSACTIES NAAR CE 2.3.2 FYSIEKE GESTELDHEID AARDOPPERVLAK WOII 2.3.3 NAOORLOGSE GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN 2.3.4 NAOORLOGS UITGEVOERDE GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN IN RELATIE TOT AANGETROFFEN CE DEFINITIEVE HORIZONTALE AFBAKENING VERDACHT(E) GEBIED(EN) VERTICALE AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN

BESCHRIJVING RISICO’S CE .................................................................................................................... 92 3.1 3.2 3.3

4

8 9 11 11 12 14 15

AANVULLEND VOORONDERZOEK ............................................................................................................. 16 2.1 2.2

3

RELEVANTE WET- EN REGELGEVING RISICOINVENTARISATIE EN -ANALYSE CE PROBLEEMSTELLING OPDRACHT EN ONDERZOEKSDOEL ONDERZOEKSGEBIED UITGANGSPUNTEN LEESWIJZER

BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN WETGEVING BODEMONDERZOEK CE VERANTWOORDELIJKHEDEN BOMMENREGELING

99 104 105 106

BIJLAGEN ......................................................................................................................................... 108 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10

PROCES OCE – CONFORM VIGERENDE WET- EN REGELGEVING INDELING KSG-TERREIN WOII VERSLAG BOMBARDEMENT 22 DECEMBER 1940 OVERZICHT LUCHTAANVALLEN VLISSINGEN OPGESTELD DOOR DE HEER P. CRUCQ MORA 19872850 MORA20071011 PROTOCOL TOEVALSVONDST UITKOMST PENETRATTIEDIEPTEBEREKENING CE BODEMBELASTINGKAART ALGEMENE WERKING CE

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

109 111 113 114 153 156 159 160 162 164

Pagina 3 van 199

BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13

OPSPORINGSFASE CE-BODEMONDERZOEK OPSPOREN VAN CE DOOR MIDDEL VAN DETECTIEONDERZOEK VEILIGHEIDSINSTRUCTIE T.B.V. BODEMONDERZOEK IN CE VERDACHT GEBIED

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

175 177 180

Pagina 4 van 199

MANAGEMENTSAMENVATTING Gemeente Vlissingen afdeling civiele werken is bezig met de voorbereidingen voor de verdere herontwikkeling van het voormalige fabrieksterrein van de Koninklijke Scheldegroep in Vlissingen, naar de woonwijk Scheldekwartier. Op basis van historisch vooronderzoek uitgevoerd in de periode 2007 tot 2009 wordt het voormalige fabrieksterrein van de Koninklijke Scheldegroep geheel aangemerkt als verdacht voor conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, omdat Vlissingen tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar werd getroffen door oorlogsgeweld. Statistisch is gebleken dat circa 10 á 15% van de gebruikte CE niet tot uitwerking is gekomen en als blindganger in de (water)bodem is terechtgekomen en mogelijk nog achtergebleven. Expload heeft de opdracht gekregen om voor de geplande grondroerende werkzaamheden binnen het voormalige fabrieksterrein van de Koninklijke Scheldegroep een projectgebonden risicoanalyse conventionele explosieven uit te voeren. Doel is bepalen of en zo ja, waar en welke beheersmaatregelen nodig zijn om toekomstige werkzaamheden met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven veilig en verantwoord te kunnen uitvoeren. Expload is gestart met het bestuderen van het historisch vooronderzoek op basis waarvan het voormalige fabrieksterrein als verdacht wordt aangemerkt.

Expload concludeert dat dit vooronderzoek niet is uitgevoerd conform vigerende regelgeving. Sinds 1 juli 2012 bestaan er richtlijnen voor het inventariseren en het beoordelen (analyseren) van historisch bronnenmateriaal. De richtlijnen zijn omschreven in het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het opsporen conventionele explosieven (WSCS-OCE). In dit document worden aanbevelingen gedaan voor de analyse van gevonden archiefmateriaal en het op basis hiervan afbakenen van verdachte en niet verdachte gebieden. Een vooronderzoek dient te leiden tot waarschijnlijkheidsuitspraken op basis van historische bewijslast. Met het vooronderzoek dat is uitgevoerd voor het grondgebied van de gemeente Vlissingen is: -

onvolledig onderzoek uitgevoerd naar indicaties waarbij conventionele explosieven in de (water)bodem van het voormalige fabrieksterrein van de Koninklijke Scheldegroep terechtgekomen en mogelijk achtergebleven kunnen zijn;

-

geen of in onvoldoende mate onderzoek gedaan naar contra-indicaties.

Onderzoek naar contra-indicaties betreft het in beeld brengen van de fysieke gesteldheid van het aardoppervlak ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, activiteiten die na de oorlog in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, zoals eerdere opsporings- en/of ruimingsacties, bodemroerende werkzaamheden en/of maaiveldhoogtewijzigingen. Bij deze activiteiten kunnen CE al zijn verwijderd uit een primair als verdacht aan te merken gebied. Na het bestuderen van het vooronderzoek en het uitvoeren van aanvullend archiefonderzoek, is vastgesteld dat het voormalige fabrieksterrein tijdens de Tweede Wereldoorlog werd getroffen door meerdere bombardementen en artilleriebeschietingen, waardoor inderdaad sprake is van primair verdacht gebied. We spreken van primair verdacht gebied, omdat vervolgens onderzoek naar contraindicaties gedaan dient te worden.

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 5 van 199

Op basis van uitgebreid bronnenmateriaal is vastgesteld dat de Luchtbeschermingsdienst tijdens de Tweede Wereldoorlog in Vlissingen zeer actief was. In samenwerking met o.a. personeel van de Koninklijke Scheldegroep, de Duitse Weermacht en nog enkele andere organisaties, werd na ieder bombardement gezocht naar slachtoffers, bominslagen en de door de bombardementen ontstane schade in kaart gebracht en gezocht naar explosieven die niet tot uitwerking waren gekomen, zogenaamde blindgangers. Soms werden blindgangers direct verwijderd, maar in de meeste gevallen werden de gevonden blindgangers eerst met borden afgezet en later in samenwerking met de Duitse Weermacht verwijderd, verplaatst en/of vernietigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het fabrieksterrein van de Koninklijke Scheldegroep een gebied waar dagelijks ruim 4000 fabrieksarbeiders werkzaam waren. Het fabrieksterrein stond vol met gebouwen die dicht op elkaar gebouwd waren. Tussen de gebouwen was het terrein grotendeels verhard. De kans dat blindgangers onopgemerkt in gebouwen of anderszins verharde oppervlakken zijn ingeslagen is verwaarloosbaar klein, omdat een bom die van grote hoogte wordt afgeworpen en inslaat in een gebouw of een anderszins verhard oppervlak duidelijke sporen achterlaat. In dit rapport worden hier enkele voorbeelden van afgebeeld.

Na het bestuderen van vele archiefstukken en (lucht)foto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn genomen, concludeert Expload in tegenstelling tot de conclusies uit het vooronderzoek dat niet het gehele voormalige fabrieksterrein van de Koninklijke Scheldegroep als verdacht hoeft te worden aangemerkt, maar slechts delen hiervan. De kans op aanwezigheid van achtergebleven blindgangers binnen het ten tijde van de Tweede Wereldoorlog dichtbebouwde, verharde en/of dagelijks door werknemers van de Koninklijke Scheldegroep druk bezochte fabrieksterrein is uitermate klein, zodat er geen sprake is van een aantoonbaar bovenmatig kans voor achtergebleven explosieven. Hier is dus sprake is van niet verdacht gebied. Uitzonderingen vormen de waterbodems van zowel de Dok- en de Binnenhaven en enkele terreindelen van het voormalige fabrieksterrein die tijdens de oorlog niet bebouwd of verhard waren. Aan deze conclusies ligt ten grondslag, een onlangs door Crisislab opgesteld uitgangspuntendocument, dat gemeenten nu alvast een denkkader biedt voor redelijk en proportioneel OCE beleid. Expload adviseert bij werkzaamheden binnen de ten tijde van WOII dichtbebouwde, verharde en dagelijks door werknemers druk bezochte delen van het onderzoeksgebied, geen nader onderzoek uit te voeren, maar te volstaan met het ‘Protocol Toevalsvondst’ zoals omschreven in bijlage 7.

Voorafgaande aan werkzaamheden in de waterbodem en in de (landbodem) terreindelen die tijdens de oorlog niet bebouwd of verhard waren, adviseren wij wel rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van één of meerdere explosieven (zowel blindgangers van afwerpmunitie tot een kaliber van 1000 lbs en geschutmunitie). Conform de richtlijnen voor het afbaken van verdachte gebieden zoals omschreven in het WSCS-OCE, geldt in deze gebieden namelijk een aantoonbare bovenmatige kans op het voorkomen van CE, zogenaamd verdacht gebied. Een klein gedeelte van het onderzoeksgebied wordt tevens aangemerkt als verdacht voor ingegraven springstofladingen, omdat een getuigen heeft verklaard dat Duitse militairen hier springstofladingen hebben ingegraven en niet is vastgesteld dat deze na de oorlog daadwerkelijk zijn verwijderd.

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 6 van 199

Voorafgaande aan grondroerende werkzaamheden in de als verdacht aangemerkte gebieden wordt geadviseerd vooraf explosieven op te sporen en te verwijderen. In landbodem is onderzoek nodig tot maximaal tien meter onder huidig maaiveld, of wanneer grondroerende werkzaamheden minder diep dan tien meter worden uitgevoerd, tot een halve meter onder de diepte waar grondroering plaatsvindt. Indien aangetoond kan worden dat binnen de op basis van dit onderzoek als verdacht aangemerkte gebieden na de Tweede Wereldoorlog al eerder graafwerkzaamheden werden uitgevoerd, kunnen deze gebieden of bodemlagen in overleg met het bevoegd gezag van de gemeente Vlissingen alsnog als niet verdacht worden aangemerkt. In de waterbodem is onderzoek nodig tot minimaal één meter onder het vaste waterbodemniveau, zoals dit was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De Dokhaven kende tijdens de Tweede Wereldoorlog een minimale waterdiepte van zes meter. Hierdoor kunnen eventuele blindgangers niet dieper dan één meter in de vaste waterbodem zijn ingedrongen. Het exacte waterbodemniveau tijdens de Tweede Wereldoorlog is echter (vooralsnog) niet achterhaald. Direct lang de Zuidkade kunnen explosieven wel dieper dat één meter in de vaste water zijn ingedrongen, omdat de waterdiepte hier niet overal zes meter bedroeg.

Indien de waterdiepte minder dan vier meter bedroeg, dient rekening te worden met grotere indringingsdieptes dan één meter in de vaste waterbodem. In overleg met de opdrachtgever is afgesproken om hier vooralsnog geen nader onderzoek naar te doen. Aanvullend archiefonderzoek wordt uitgevoerd door of in opdracht van gemeente Vlissingen afdeling civiele werken. De maximale indring diepte van CE direct langs de Zuidkade van de Dokhaven dient bepaald te worden nadat bekend is wat de waterdiepte ten tijde was en de wat de huidige diepte bedraagt.. De verschillende verdachte gebieden zijn weergegeven op de CE-bodembelastingkaart die als bijlage 9 bij dit rapport is opgenomen. Als op basis van archiefstukken kan worden aangetoond dat de Dokhaven na de Tweede Wereldoorlog met tenminste één meter werd uitgediept, is nader onderzoek naar explosieven in het water niet nodig. Welke baggerdiepte langs de kades nodig is om een gebied alsnog als niet verdacht aan te merken. dient opnieuw te worden bepaald nadat het vaste waterbodemniveau langs de kades ten tijde van de Tweede Wereldoorlog bekend is. De verantwoordelijkheid voor acceptatie van risico’s in het kader van de Openbare veiligheid kan alleen het Bevoegd Gezag vaststellen en opleggen.

Alle betrokken partijen hebben binnen het wettelijke kader (Arbo) een eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid in relatie tot het vaststellen van de (aanvaardbare) risico’s. In dit rapport leest u hoe wij hebben bepaald welke gebieden worden gekenmerkt als verdacht en niet verdacht, waar onderzoek nodig is en hoe onderzoek efficiënt uitgevoerd kan worden als wordt besloten CE vooraf op te sporen.

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 7 van 199

1

INLEIDING

Gemeente Vlissingen afdeling civiele werken (verder opdrachtgever) is bezig met de voorbereidingen voor de verdere herontwikkeling van het voormalige fabrieksterrein van de N.V. Koninklijke Maatschappij ‘ De Schelde” in Vlissingen (Verder Koninklijke Scheldegroep) naar de woonwijk Scheldekwartier. Hiervoor worden in de nabije toekomst diverse grondroerende werkzaamheden uitgevoerd, zowel op het land en in de waterbodem. De opdrachtgever rekent het tot zijn verantwoordelijkheid te (laten) onderzoeken of er binnen het voormalige fabrieksterrein van de Koninklijke Scheldegroep (verder KSG-terrein) mogelijk sprake is van achtergebleven conventionele explosieven (CE), omdat Vlissingen tijdens de Tweede Wereldoorlog (WOII) meerdere malen het toneel is geweest van bombardementen, diverse grond- en luchtgevechten et cetera. Bij al deze acties zijn diverse CE ingezet. Statistisch is gebleken dat circa 10 á 15% van de afgeworpen en verschoten CE niet tot uitwerking is gekomen en als blindganger in de (water)bodem is terechtgekomen en achtergebleven. We spreken van een blindganger als een CE ongewild niet tot explosie is gekomen. Er zijn tal van oorzaken waardoor dit kon gebeuren. Dit kunnen zowel menselijke fouten als constructie technische fouten zijn, of gewoon pure pech omdat een CE niet op de juiste wijze het doel heeft geraakt.

De ervaring leert dat behalve blindgangers ook nog regelmatig CE worden aangetroffen die zijn achtergelaten of gedumpt, bijvoorbeeld in voormalige loopgraven en/of wapen- en geschutstellingen. Wanneer binnen een projectgebied of de directe omgeving hiervan één of meerdere CE zijn achtergebleven, kan dat een risico vormen in de uitvoeringsfase van het project. De kans dat een CE ongecontroleerd tot explosie komt door effecten die kunnen optreden bij voorgenomen werkzaamheden is gering, het effect is echter groot. Risico geldt voor de openbare veiligheid, het betrokken personeel (Arbo veiligheid)en/of kostenverhogingen door stagnatie, als men CE (spontaan) aantreft. Aangezien het mogelijk aantreffen van CE, of door het uitvoeren van werkzaamheden ongecontroleerd uitoefenen van invloeden op CE met de daarbij behorende risico’s een directe invloed heeft op zowel de openbare veiligheid en de Arbo veiligheid, is het noodzakelijk om verantwoord om te gaan met deze risico’s. 1.1

RELEVANTE WET- EN REGELGEVING

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) bevat regels voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers en zelfstandige ondernemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziekten te voorkomen die door het werk kunnen worden veroorzaakt. De Arbowet is een kaderwet, d.w.z. dat het algemene bepalingen en richtlijnen bevat. Vanaf 1994 geldt voor alle werkzaamheden vanuit de Arbowet een wettelijke verplichting om een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uit te voeren in de voorbereidingsfase van het project. Doel is om vooraf te bepalen of er tijdens de uitvoeringsfase van een project risico´s te verwachten zijn en zo ja, hoe we de betrokkenen risico’s kunnen wegnemen of terugbrengen naar een aanvaardbaar veiligheidsniveau.

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 8 van 199

De belangrijkste regelgeving met betrekking tot CE volgt uit artikel 4.10 van het Arbobesluit 1, de zogenaamde Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE). Dit besluit trad op 31 december 2006 in werking 2. In de BRL-OCE werden proceseisen gesteld aan het opsporen van conventionele explosieven (OCE). OCE omvat het geheel van organisatie en uitvoering van detecteren, lokaliseren, interpreteren, laagsgewijs ontgraven, identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en het proces-verbaal van oplevering. Dit alles binnen het opsporingsgebied3. De BRL-OCE is vanaf 1 juli 2012 vervangen door het Werkveldspecifiek Certificatieschema OCE (WSCSOCE). Het volledige WSCS-OCE is te downloaden op de website van de Vereniging voor Explosieven Opsporing (VEO) 4. 1.2

RISICOINVENTARISATIE EN -ANALYSE CE

Een RI&E met betrekking tot eventueel achtergebleven CE, omvat een vooronderzoek en indien sprake is van de mogelijke aanwezigheid van CE tevens een (projectgebonden) risicoanalyse. De belangrijkste verschillen tussen beide soorten onderzoeken worden hierna toegelicht. Vooronderzoek Om te kunnen bepalen of in een projectgebied sprake is van een aantoonbare bovenmatige kans op het voorkomen van CE, moet een vooronderzoek worden uitgevoerd. Het vooronderzoek heeft tot doel om door middel van het inventariseren en analyseren van historisch bronnenmateriaal (indicaties en contra-indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van CE) te bepalen of en zo ja, waar binnen of in de directe omgeving van het projectgebied rekening dient te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van CE in de (water)bodem. Op basis van artikel 4.10 van het Arbobesluit geldt geen certificatieplicht voor het uitvoeren van een vooronderzoek, wel bevat het eerdergenoemde WSCS-OCE richtlijnen voor de inventarisatie en de beoordeling van het bronnenmateriaal. -

Indien er sprake is van een feitelijk aantoonbaar verhoogde kans op aanwezigheid van CE, dan wordt beoordeeld of bepaalde gebieden binnen het onderzoeksgebied hierdoor moeten worden aangemerkt als verdacht gebied. In verdacht gebied zijn meestal beheersmaatregelen nodig om de veiligheid te waarborgen. Een mogelijke beheersmaatregel is de opsporing van CE.

-

Resterende gebieden worden als niet verdacht aangemerkt. De uitspraak niet verdacht betekent overigens niet dat in het gebied geen CE kunnen worden aangetroffen. Het vooronderzoek leidt tot waarschijnlijkheidsuitspraken op basis van een historische bewijslast. Zekerheid omtrent de afwezigheid van CE kan alleen door middel van een detectieonderzoek worden verkregen.

Projectgebonden risicoanalyse Indien sprake is van één of meerdere verdachte gebieden wordt vervolgens een projectgebonden risicoanalyse (PRA) uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is bepalen of er noodzaak is tot het nemen van beheersmaatregelen, want niet alle mogelijk achtergebleven CE vormen daadwerkelijk een risico in de 1

Staatsblad 2006, nummer 142 Staatsblad 2006, nummer 715 3 Gebied waar daarwerkelijk CE worden opgespoord 4 http://www.explosievenopsporing.nl/downloads/ 2

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 9 van 199

uitvoeringsfase van het project. Dit kan te maken hebben met de soort(en) CE die in het projectgebied of de directe omgeving hiervan achtergebleven kunnen zijn of de diepte waarop CE achtergebleven kan zijn. De PRA heeft dus niet per definitie tot doel om een projectgebied compleet vrij te maken van mogelijk aanwezige CE. Algemene werkwijze PRA Een PRA begint met het bestuderen van een vooronderzoek en het op basis hiervan definitief afbakenen van het verdachte gebied, zowel in horizontale en (zo mogelijk ook) verticale dimensies. Wanneer in een vooronderzoek geen of in onvoldoende mate onderzoek is gedaan naar de mogelijke soorten CE die achtergebleven kunnen zijn, eventuele contra-indicaties en/of de verticale afbakening van het verdacht gebied nog niet is vastgesteld, dient aanvullend vooronderzoek te worden uitgevoerd. Bij een gemeente breed vooronderzoek zijn de laatste twee onderdelen om reden van doelmatigheid en kostenefficiëntie meestal nog niet uitgewerkt. Contra-indicaties zijn aanwijzingen van activiteiten die na WOII in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, zoals eerdere opsporings- en/of ruimingsacties, naoorlogse uitgevoerde bodemroerende werkzaamheden en/of maaiveldhoogtewijzigingen. Bij deze activiteiten kunnen CE al zijn verwijderd uit een op basis van een vooronderzoek primair als verdacht aan te merken gebied.

Tijdens de analyse van het gevonden archiefmateriaal wordt nadrukkelijk gekeken óf bij het naoorlogs grondverzet wel of geen CE zijn aangetroffen, omdat dit in bepaalde situaties een betrouwbare indicatie is voor het bepalen of in het projectgebied daadwerkelijk sprake is van verdacht gebied. Men dient zich te realiseren dat bij een vooronderzoek niet altijd al het beschikbare archiefmateriaal wordt gevonden en sommige archiefstukken nu eenmaal niet het waargebeurde verhaal vermelden. Waar nodig worden vervolgens berekeningen gemaakt om de maximale indringingsdiepte van CE vast te stellen aan de hand van locatiespecifieke geotechnische gegevens, zoals bijvoorbeeld sondeercurves. In de berekeningen waarmee de verticale afbakening wordt bepaald, worden CEspecifieke factoren als gewicht, diameter, snelheid waarmee CE in het gebied terecht gekomen kunnen zijn en de invalshoeken, meegenomen. Bij het bepalen van de maximale indringingsdiepte van CE dient naast de bodemopbouw ook rekening te worden gehouden met de fysieke gesteldheid van het aardoppervlak ten tijde van WOII. Na het bepalen van de maximale indringingsdiepte van CE wordt geïnventariseerd welke processtappen van de voorgenomen bodemroerende werkzaamheden een invloed kunnen uitoefenen op de werking van mogelijk aanwezige CE in het projectgebied.

Voor deze processtappen wordt vervolgens bepaald of er wel of niet sprake is van een aanvaardbaar risico. Om onaanvaardbare risico’s te voorkomen worden tenslotte beheersmaatregelen voorgesteld. In sommige gevallen zal opsporing van CE nodig zijn voordat de voorgenomen werkzaamheden veilig en verantwoord uitgevoerd kunnen worden. In andere gevallen kan het wijzigen van het plan, het aanpassen van een werkmethode of de inzet van extra beveiligd materieel een uitkomst bieden. Het proces OCE – conform vigerende wet- en regelgeving – is gevisualiseerd in een processchema. Dit schema is als bijlage 1 opgenomen bij dit rapport en vormt de leidraad voor dit onderzoek. Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 10 van 199

1.3

PROBLEEMSTELLING

In 2005 is in opdracht van het bevoegd gezag van de gemeente Vlissingen een vooronderzoek uitgevoerd voor het KSG-terrein. Op basis van deze bureaustudie is het KSG-terrein aangemerkt als volledig verdacht voor diverse soorten achtergebleven CE, ‘behalve daar waar historische bebouwing nog niet is gesloopt’. Met het vooronderzoek is geconcludeerd dat de (water)bodem verdacht is voor vliegtuigbommen tot een diepte van 10 meter min maaiveld (m¹-Mv) en voor kleinere soorten explosieven tot maximaal 4 m¹-Mv. Omdat het vooronderzoek dateert uit 2005 is het niet uitgevoerd volgens de huidige richtlijnen. Zo is bijvoorbeeld bij het bepalen van de maximale indringingsdiepte van CE geen of in onvoldoende mate rekening gehouden met de fysieke gesteldheid van het aardoppervlak ten tijde van WOII en zijn en zijn contra-indicaties niet of in onvoldoende mate in kaart gebracht. In de periode 2007 – 2009 is in opdracht van het bevoegd gezag van de gemeente een vooronderzoek uitgevoerd voor een groot gedeelte van het grondgebied van de gemeente Vlissingen. Eindresultaat is een rapportage met bijbehorende CE bodembelastingkaart. Deze kaart laat een tweedimensionale afbakening zien van (primaire) “verdachte” en “onverdachte” gebieden naar de situatie ten tijde van WOII.

We spreken van primair verdacht gebied, omdat het vooronderzoek CE gemeente breed is uitgevoerd en hierdoor nog geen of in onvoldoende mate onderzoek is gedaan naar werkzaamheden die al eerder binnen de als verdacht aangemerkte gebieden zijn uitgevoerd en waardoor verdachte gebieden mogelijk ingeperkt kunnen worden. Door het in beeld brengen van na WOII uitgevoerde grondroerende werkzaamheden kunnen primair als verdacht aangemerkte gebieden worden ingeperkt, of zelfs geheel als onverdacht worden aangemerkt. Het bevoegd gezag van de gemeente Vlissingen heeft de CE-bodembelastingkaart, die het resultaat is van het in de periode 2007 – 2009 uitgevoerde vooronderzoek, vertaald naar een CE Beleidskaart. Op de CE Beleidskaart wordt onderscheidt gemaakt in: -

Verdacht gebied

-

Vrijgegeven of niet verdacht gebied

-

Vooroorlogs bebouwd onderzoeksgebied

-

Naoorlogs bebouwd onderzoeksgebied

-

Niet onderzocht gebied

Het voormalige KSG-terrein ligt in ‘Verdacht gebied ‘. 1.4

OPDRACHT EN ONDERZOEKSDOEL

Het is belangrijk om voorafgaande aan de uitvoeringsfase van het project inzicht te krijgen hoe de geplande grondroerende werkzaamheden op het voormalige KSG-terrein met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van achtergebleven CE veilig en verantwoord kunnen worden uitgevoerd. Dit is van belang voor de hierna genoemde belanghebbende: gemeente Vlissingen als opdrachtgever en bevoegd gezag en alle in de uitvoeringsfase betrokken uitvoerende partijen. . Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 11 van 199

De opdrachtgever heeft Expload opdracht verleend om voor het voormalige fabrieksterrein van de Koninklijke Scheldegroep in Vlissingen een PRA uit te voeren. De PRA dient te resulteren in een rapport waarin antwoord wordt gegeven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Welke delen van het projectgebied dienen conform vigerende wet- en regelgeving te worden gekenmerkt als verdacht? 2. Is het mogelijk de huidige horizontale en verticale afbakening van het primair als verdacht aangemerkt gebied in te perken door de naoorlogse werkzaamheden inzichtelijk te maken? 3. Welke typen en hoeveelheden explosieven kunnen verwacht worden? 4. Welke risico’s kunnen ontstaan door de mogelijke aanwezigheid van CE bij de voorgenomen grondroerende activiteiten? 5. Welke technische maatregelen zijn nodig om het project veilig en verantwoord te kunnen uitvoeren? 6. Welke zones vereisen een nader (detectie) onderzoek voordat veilig en verantwoord kan worden overgaan met bodem gerelateerde werkzaamheden? Hierbij dient aangegeven te worden op welk moment het best gedetecteerd kan worden en welke detectiemethode wordt aanbevolen. De resultaten van de PRA zijn in dit rapport omschreven. 1.5

ONDERZOEKSGEBIED

Het projectgebied waarvoor de PRA uitgevoerd dient te worden is door de opdrachtgever gedefinieerd door middel van de tekening ‘Planning zone Scheldekwartier maart 2016’. Tijdens een tussentijdsoverleg op 9 januari 2017 heeft de opdrachtgever Expload gevraagd om het onderzoeksgebied verder uit te breiden. Het projectgebied betreft een gedeelte van het voormalige KSG-terrein rondom de dokhaven, met een uitbreidingsgebied in noordelijke richting. Het totale projectgebied wordt in noordelijke richting begrensd door de Paul Krugerstraat, in oostelijke richting ligt de grens globaal achter de kades in de Binnenhaven, in zuidelijke richting loopt de grens globaal over de Koudenhoek en de Peperdijk en in westelijke richting achter de Hellingbaan aan de kop van het dok en de van Dishoekstraat. Rondom het projectgebied heeft Expload een gebied met een straal van 50 meter getrokken dat hiermee het onderzoekgebied voor de PRA vormt (verder onderzoeksgebied). De 50 meter straal is de maximale afstand waar volgens de vigerende richtlijnen voor opruimen en ruimen van explosieven 5, als gevolg van heiwerkzaamheden effecten kunnen ontstaan die invloed kunnen hebben op eventueel achtergebleven CE.

Binnen een extra zone van 300 meter rondom het projectgebied heeft Expload onderzoek gedaan naar indicaties die er op kunnen duiden dat CE binnen het onderzoeksgebied terecht gekomen en achtergebleven kan zijn. Voor een goede beeldvorming is waar nodig een groter gebied beschouwd om te bepalen welke gebeurtenissen tijdens WOII in Vlissingen hebben afgespeeld. De ligging van het projectgebied, het onderzoeksgebied en de extra 300 meter zone als aandachtsgebied voor mogelijk achtergebleven CE zijn weergegeven in figuur 1. 5

Defensie voorschrift VS-9861

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 12 van 199

Figuur 1: Projectgebied, onderzoeksgebied PRA en aandachtsgebied CE (300 meter zone)

Relevante kenmerken projectgebied Ten tijde van WOII was het voormalige KSG-terrein een dichtbebouwd gebied waar veel bedrijvigheid was. Met in hoogtijdagen zo’n 4600 medewerkers was De Schelde de grootste werkgever van Zeeland en bepaalde in Vlissingen de fabrieksfluit het ritme van de stad. In het uitbreidingsgebied was vroeger een afdeling vliegtuigtechniek gehuisvest. Een gedeelte van het dicht bebouwde voormalige KSG-terrein is duidelijk te zien op een panoramafoto die al in 1924 werd genomen. De foto is afgebeeld als figuur 2.

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 13 van 199

Figuur 2: : Luchtfoto uit 1924 van een deel van het Scheldeterrein, gefotografeerd in noordelijk richting.

1.6

UITGANGSPUNTEN

De PRA is gebaseerd op de volgende informatie: Richtlijnen: -

Arbeidsomstandighedenwet; WSCS-OCE; VS 9-861 (Opruimen en ruimen explosieven) 2011.

Rapporten: -

Vooronderzoek CE Terrein van de Koninklijke Schelde Groep te Vlissingen met documentcode 72222-01-HO-01, d.d. 21-12-2005;

-

Probleeminventarisatie Conventionele Explosieven Gemeente Vlissingen met documentcode 72222-7-PI-01, d.d. 19 november 2010;

-

Notitie ‘Naoorlogse activiteiten nabij kade Het Dok in het kader van CE-risico 30-12-2015 Z002007-TNO-30-002-02 Nood- en beheersmaatregelen kade Het Dok’;

-

Projectgebonden risicoanalyse conventionele explosieven reconstructie kadeconstructie het Dok, fase 2 met documentcode RN 15062-01 V2, d.d. 8 juni 2015;

-

Ontwikkelingsvisie Scheldekwartier Vlissingen, versie oktober 2016;

-

Beeldkwaliteitsplan Scheldekwartier definitieve versie, d.d. 28 april 2016.

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 14 van 199

1.7

LEESWIJZER

In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van de analyse van het vooronderzoek en het door Expload uitgevoerde aanvullend vooronderzoek omschreven. In dit hoofdstuk wordt allereerst een algemene context gegeven van de gebeurtenissen die tijdens WOII in Zeeland hebben afgespeeld. Vervolgens wordt zeer specifiek ingegaan op de oorlogshandelingen in en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied en de consequenties die de gebeurtenissen hebben voor de afbakening van verdacht gebied binnen het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt afgesloten met een algemene omschrijving van oorlogshandelingen die tijdens de bevrijding van Vlissingen in en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden en gebeurtenissen die na de oorlog zijn uitgevoerd, om vervolgens te komen tot de definitieve afbakening van voor CE verdachte gebieden en de soorten CE die hierin achtergebleven kunnen zijn. In hoofdstuk 3 zijn de risico’s omschreven op het optreden van een ongecontroleerde explosie van CE en het effect dat hierbij kan ontstaan. In hoofdstuk 4 is bepaald waar risico door de mogelijke aanwezigheid van CE kan ontstaan. In hoofdstuk 5 worden de onderzoeksvragen voor dit onderzoek beantwoorden en zijn adviezen opgenomen hoe risico’s weggenomen of beperkt kunnen worden.

In hoofdstuk 6 zijn de relevante documenten opgenomen die voor dit onderzoek zijn gebruikt om te komen tot ons advies en kaarten om onze adviezen te visualiseren.

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 15 van 199

2

AANVULLEND VOORONDERZOEK

Zoals eerder gesteld wordt het onderzoeksgebied op basis van de CE Beleidskaart voor de gemeente Vlissingen aangemerkt als verdacht voor achtergebleven CE. Omdat het vooronderzoek op basis waarvan de CE Beleidskaart is vastgesteld is uitgevoerd in de periode 2007 – 2009, is het uitgevoerd conform de destijds geldende richtlijnen en voldoet het daardoor niet aan de nieuwe richtlijnen zoals omschreven in de WSCS-OCE en gelden vanaf 1 juli 2012. De WSCS-OCE bevat een gewijzigde methode voor het uitvoeren van een vooronderzoek. De belangrijkste veranderingen t.o.v. de BRL-OCE zijn de richtlijnen voor het afbakenen van verdachte gebieden en de normering en beoordeling van het geraadpleegde bronnenmateriaal. Op basis van het voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnenmateriaal en door Expload uitgevoerd aanvullend archiefonderzoek heeft Expload een nieuwe analyse uitgevoerd. In dit hoofdstuk zijn de resultaten hiervan omschreven. 2.1

ALGEMEEN

Het uitvoeren van een vooronderzoek conform de richtlijnen zoals omschreven in het WSCS-OCE bestaat zowel uit het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende CE bodembelastingkaart. De inventarisatie van bronnenmateriaal bestaat normaliter uit 3 onderdelen: 1. Literatuuronderzoek: Het literatuuronderzoek is gericht op de grote lijnen van de explosieven gerelateerde geschiedenis van het onderzoeksgebied. Het literatuuronderzoek resulteert in een chronologisch overzicht van gebeurtenissen. 2. Archiefonderzoek: Het archiefonderzoek volgt op het literatuuronderzoek. Het is gericht op het verzamelen van nadere, meer gedetailleerde gegevens betreffende explosievengerelateerde gebeurtenissen in het onderzoeksgebied. In deze fase worden in hoofdzaak primaire bronnen geraadpleegd. De archieven waaruit deze historische informatie wordt betrokken, bevinden zich zowel in Nederland als in het buitenland. 3. Luchtfoto-onderzoek: Het luchtfoto-onderzoek heeft tot doel de schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en de posities van militaire werken te inventariseren en door middel van een geografisch informatie systeem (GIS) in kaart te brengen.

Het beoordelen/analyseren van het geraadpleegde bronnenmateriaal is een uitermate belangrijk onderdeel, waarbij de volgende aspecten van essentieel belang zijn: -

-

Grondig archiefonderzoek (bronnenkritiek); Nauwkeurig omgaan met locatieverwijzingen; Eenduidige relatie tussen verdacht gebied en onderbouwing in het rapport; Kritische insteek van de analyse; Kennis en kunde van zowel oorlogsgebeurtenissen, de mogelijk gebruikte CE en wijze waarop deze werden verschoten of op andere wijze in de bodem terecht gekomen kunnen zijn en de uitwerking van CE; Gezond verstand.

De te volgen werkwijze is gevisualiseerd in het processchema dat is afgebeeld als figuur 3.

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 16 van 199

Figuur 3: Processchema analyseren bronnenmateriaal

2.2

ANALYSE VOORONDERZOEK(EN)

Expload is gestart met het bestuderen van de rapporten vooronderzoek: -

Vooronderzoek CE Terrein van de Koninklijke Schelde Groep te Vlissingen met documentcode 72222-01-HO-01, d.d. 21-12-2005;

-

Probleeminventarisatie Conventionele Explosieven Gemeente Vlissingen met documentcode 72222-7-PI-01, d.d. 19 november 2010;

Doel is bepalen waar en welke soorten CE binnen het onderzoeksgebied zijn terechtgekomen en mogelijk nog achtergebleven. Waar nodig is aanvullend vooronderzoek uitgevoerd. In dit hoofdstuk zijn de analyse resultaten omschreven. Voor de algemene beeldvorming wordt allereerst een algemene omschrijving gegeven van de oorlogshandelingen in en in de directe omgeving van Vlissingen. 2.2.1

Algemene context gebeurtenissen in Zeeland tijdens WOII

De provincie Zeeland is tijdens WOII, zowel tijdens de bezettings- en de bevrijdingsperiode, het strijdtoneel geweest van diverse grondgevechten, grootschalige en doelgerichte bombardementen en beschietingen. In de nacht van 9 op 10 mei 1940 begon de Duitse aanval op Nederland, Dit betekende voor Nederland het begin van WOII. Gelijktijdig werd ook Luxemburg en België binnengevallen. In relatief korte tijd wisten Duitse eenheden o.a. de Nederlandse kustprovincies te bereiken, hierbij trokken ze vanuit Noord-Brabant in de richting van Zeeland. De Duitse opmarsroutes in mei 1940 zijn indicatief weergegeven in figuur 4. Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 17 van 199

Figuur 4: Duitse Opmarsroutes mei 19406

6

Bron: http://historiek.net/10-mei-1940-een-geschiedenis

Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 18 van 199

Na de Duitse inval werd er gedurende enkele dagen op tal van plaatsen nog fel weerstand geboden, maar de Duitse overmacht was enorm. Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 capituleerde Nederland, met uitzondering van Zeeland. In Zeeland waren Franse troepen, die in Zeeuw-Vlaanderen gestationeerd waren, nog in gevecht met Duitse eenheden tot in de avond van 17 mei 1940, maar toen capituleerde ook Zeeland en werd ook Zeeland door de Duitsers bezet. Het Zeeuwse deltagebied, samen met de Zuid-Hollandse eilanden, namen een aparte strategische positie in. De verbindingen, zowel over water en land, waren in oorlogsomstandigheden kwetsbaar. Als kustprovincie was Zeeland een belangrijke schakel in de (toen nog geplande) Duitse westelijke verdedigingslinie, de zogenaamde Atlantikwall. Dit was een meer dan 5000 kilometer lange verdedigingslinie die nazi-Duitsland later in de oorlog in de bezette gebieden langs de kuststroken heeft aangelegd ter voorkoming van een geallieerde invasie. Tijdens de oorlog werd een groot gedeelte van Zeeland door de Duitsers uitgeroepen tot ‘Spergebied’, ofwel verboden gebied. Zij die geen inwoners van Zeeland waren, werd het daarmee vrijwel onmogelijk gemaakt de provincie te betreden.

Een verblijf moest voortaan via de burgemeester van de te bezoeken gemeente, of via de Commissaris der Provincie wanneer men naar meer dan een gemeente wilde gaan, bij de Duitse Ordnungspolizei in Middelburg worden aangevraagd. Oorspronkelijk was heel Zeeland tot ‘Spergebied uitgeroepen, maar vanaf 1943 werd dit beperkt tot voornamelijk de kustgebieden waar de Duitse bezetter hun beruchte verdedigingslinie bouwde. Op 6 juni 1944 begon Operatie Overlord, de codenaam voor de invasie door de westerse geallieerden in het door Duitsland bezette West-Europa. De operatie startte met luchtlandingen en een massale amfibische aanval in de vroege morgen van 6 juni 1944 op de Franse kust van Normandië, ook wel bekend als D-Day. Na enkele dagen felle strijd braken de geallieerden definitief door de Duitse verdedigingslinies en begon de geallieerde opmars voor de bevrijding van Europa. Begin september naderde de geallieerde de Belgisch-Nederlandse grens en begon een 85 dagen durende veld-, zee- en luchtslag in de provincie Zeeland, bekend onder de naam ‘ De Slag om de Schelde’. De strijd speelde zich af in zowel Zeeuws-Vlaanderen, Zuid- en Noord-Beveland, de Sloedam en Walcheren. Doel van de operatie was het bevrijden van de oevers van de Westerschelde, ten einde de havenstad Antwerpen te kunnen gebruiken voor bevoorrading van geallieerde soldaten.

Bij deze enorme strijd vielen circa 50.000 slachtoffers, zowel burgers, geallieerde – en Duitse soldaten. De Slag om de Schelde was tijdens WOII één van de grootste operaties in Nederland en zorgde ervoor dat ZuidNederland uiteindelijk werd bevrijd en dat de geallieerden later de rest van Europa konden bevrijden. Als onderdeel van de Slag om de Schelde zijn in de provincie Zeeland meerdere kleinere veldslagen uitgevoerd, o.a. Operatie Switchback. Dit was de belangrijke tweede hoofdoperatie binnen de Slag om de Schelde, waarbij het gebied rondom de Duitse verdedigingswerken in Breskens (Breskens pocket) gezuiverd moest worden. Het volgende doel was het veiligstellen van Zuid-Beveland, bekend onder de naam Operation Vitality. Daarna moest Walcheren worden veroverd. Walcheren had door zijn ligging aan de monding van de Westerschelde altijd al een grote strategische betekenis gehad. Vanaf Walcheren kon de Westerschelde worden beheerst en daarmee de toegang tot de haven van Antwerpen. De Duitsers hadden Walcheren met zware verdedigingswerken versterkt. Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 19 van 199

In hun opmars tegen de Duitse bezetter wilden de geallieerden Walcheren dan ook graag in bezit nemen. Ze stelden een plan op voor de invasie en bevrijding van Walcheren met verschillende operaties: -

Operatie Infatuate I: een landing in Vlissingen vanuit Breskens;

-

Operatie Infatuate II: een landing in Westkapelle vanuit Oostende;

-

Operatie No name: een aanval via de Sloedam vanuit Zuid-Beveland.

De invasie met onder meer de landingen in Vlissingen en Westkapelle werd ingezet op 1 november 1944. De bevrijding van Vlissingen zou nog enkele dagen in beslag nemen. Een overzicht van de geallieerde opmarsroutes om Walcheren te veroveren is weergegeven in figuur 5.

Figuur 5: Geallieerde opmarsroute voor De Slag om de Schelde

De gebeurtenissen in Zeeland tijdens WOII, zijn veelvuldig en uitgebreid beschreven. Er bestaan vele boeken, bulletins en internetsites die de gebeurtenissen uitgebreid beschrijven, veelal van dag tot dag. Sommige documenten zijn geschreven door historici die hiervoor uitgebreid bronnenonderzoek hebben gedaan, andere door direct betrokkene en/of ooggetuigen die hun persoonlijke verhalen hebben beschreven. Ook zijn veel documenten geschreven door hobbyisten, maar samen met de documenten opgesteld door professionals geven ze een goed beeld van de gebeurtenissen in Zeeland tijdens WOII. Kenmerk: RAP0016141V2 definitief

Pagina 20 van 199

2.2.2

Analyse vooronderzoek(en) en (aanvullend ) archiefonderzoek

Uit de analyse van de CE-bodembelastingkaart en het bijbehorende vooronderzoek dat in de periode van 2007 tot 2009 is uitgevoerd, wordt afgeleid dat: -

het aandachtgebied CE tijdens WOII minimaal dertien maal keer werd gebombardeerd, zowel op 12 mei 1940, 21 september 1940, 12, 24 april en 30 april 1942, 1 juni 1942, 1 augustus 1942, 13, 21 en 24 juni 1943, 20 augustus 1943, 21 september 1944 en 2 november 1944.

-

in het aandachtgebied CE zowel geallieerde brisant- en brandbommen zijn terechtgekomen en mogelijk zelfs doelverlichtingsbommen, omdat Vlissingen meermaals ook in het donker werd gebombardeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13888046/2