5.1 rvs 10e wijziging APV Vlissingen 2013 bijlage 3 was-wordt tabel
Tekst van het document
31
3:14
Oud: Beëindiging exploitatie Nieuw: Adverteren
De tekst wordt als volgt gewijzigd: Oud: Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, doet de exploitant daarvan schriftelijk melding bij het bevoegd bestuursorgaan. Nieuw: Artikel 3:14 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam; b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Nieuw:
Paragraaf 3.2 3:15
Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees Oud: Wijziging beheer Nieuw: Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf
De tekst wordt als volgt gewijzigd: Oud: Artikel 3:15 Wijziging beheer 1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, doet de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk melding bij het bevoegd bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde
32
in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing. 3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. Nieuw: Artikel 3:15 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostituee verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.
3:16
Nieuw: Bedrijfsplan
Na artikel 3:15 wordt een nieuw artikel tussengevoegd: Nieuw: Artikel 3:16 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g.
de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en
33
bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan.
De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6.In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
3:17
Nieuw: Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf
Na artikel 3:16 wordt een nieuw artikel tussengevoegd: Nieuw: Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende dat het prostitutiebedrijf geopend is voor bezoekers. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2°. de verhuuradministratie; 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:16, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e.
onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
34
3. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in prostitutiebedrijf: a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. Nieuw: Paragraaf 3.3 3:18
Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Nieuw: Raamprostitutie
Na artikel 3:17 wordt een nieuw artikel tussengevoegd: Nieuw: Artikel 3:18 Raamprostitutie 1. Raamprostitutie is verboden.
3:19
Nieuw: Straatprostitutie
Na artikel 3:18 wordt een nieuw artikel tussengevoegd: Nieuw: Artikel 3:19 Straatprostitutie 1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen wegen gedurende de door het college vastgestelde tijden.
3:20
Nieuw: Handhaving straatprostitutie
Na artikel 3:19 wordt een nieuw artikel tussengevoegd: Nieuw: Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie 1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 2. Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3:19, tweede lid, aangewezen weg bevindt, in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van prostituees of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen. 3. Met het oog op de in het tweede lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven een bevel geven zich gedurende bepaalde termijn niet op te houden op krachtens artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen.
35
4. De burgemeester beperkt het in het derde lid bedoelde bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt. Oud: Afdeling 4 van Hoofdstuk 3
Afdeling 4. Beëindiging exploitatie en wijziging beheer Nieuw: Afdeling 4. Overige bepalingen
3:21
Nieuw: Verbodsbepalingen klanten
Na artikel 3:20 wordt een nieuw artikel tussengevoegd: Nieuw: Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend en op of aan de op grond van artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen.
3:22
4.2
Nieuw: Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Na artikel 3:21 wordt een nieuw artikel tussengevoegd:
Aanwijzing collectieve festiviteiten
Lid 6 t/m 14 wordt toegevoegd:
Nieuw: Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Nieuw:
36
6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 85 dB(A) en/of 93 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is exclusief 10 dB(A) en/of dB(C) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 9. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en/of goederen. 10. De aanvrager/gebruiker moet de omwonenden van de inrichting van zijn plan een incidentele festiviteit te houden tenminste 48 uur voordat de festiviteit plaatsvindt informeren over de aard, tijd en duur van de festiviteit. 12. Als het noodzakelijk is, kan de politie of de daartoe bevoegde ambtenaar de geluidssterkte van de geluid- of muziekinstallatie altijd terugbrengen tot het door hem gewenst niveau. Het is verboden de door de politie of toezichthouder ingestelde geluidssterkte te verhogen. 13. Er moet een contactpersoon tijdens de festiviteit op de inrichting aanwezig en bereikbaar zijn onder een bij de gemeente bekend telefoonnummer. 14.
De aanvrager/gebruiker neemt alle noodzakelijke maatregelen om overlast te voorkomen, of tot het minimum te beperken. Aanwijzingen van de politie of de bevoegde ambtenaar moeten terstond opgevolgd worden.Tekst artikel.
4:3
Melding incidentele festiviteiten
De tekst wordt als volgt gewijzigd: Oud: Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:6 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit dit schriftelijk heeft gemeld bij het college. 2. Het is een inrichting die niet valt onder een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan gedurende één dag per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
37
festiviteit schriftelijk bij het college heeft gemeld. 3. Het is een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan om tijdens maximaal acht incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting dit ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit schriftelijk bij het college heeft gemeld. 4. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een melding. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 6. De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Nieuw: Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:6 van deze verordening gelden niet ten aanzien van inrichtingen waarop het oude Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer van toepassing was. 2.
Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:6 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit dit schriftelijk heeft gemeld bij het college. 3. Het is een inrichting die niet valt onder een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan gedurende één dag per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit schriftelijk bij het college heeft gemeld. 4. De artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit over geluidhinder zijn tot 15 minuten voor het sluitingsuur niet van toepassing en bij inrichtingen waarbij geen sluitingsuur geldt is het sluitingsuur maximaal, zie Horecanota Vlissingen 2016 – 2020. 5.
Het is een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan om tijdens maximaal acht incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting dit ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit schriftelijk bij het college heeft gemeld.
38
6. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een melding. 7. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 8. De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 9. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 85 dB(A) en/of 93 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 10. De geluidswaarde als bedoeld in het negende lid is exclusief 10 dB(A) en/of dB(C) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 11. De geluidsnorm als bedoeld in het negende lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 12. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en/of goederen. 13. De aanvrager moet de omwonenden van de inrichting van zijn plan een incidentele festiviteit te houden tenminste 48 uur voordat de festiviteit plaatsvindt informeren over de aard, tijd en duur van de festiviteit. 14.
Op de inrichting moet een afschrift van de bevestiging van de melding aanwezig zijn. Deze moet desgevraagd onmiddellijk aan de politie of de bevoegde ambtenaar (toezichthouder ingevolge de Algemene wet bestuursrecht) getoond worden. 15. Als het noodzakelijk is, kan de politie of de daartoe bevoegde ambtenaar de geluidssterkte van de geluid- of muziekinstallatie altijd terugbrengen tot het door hem gewenst niveau. Het is verboden de door de politie of toezichthouder ingestelde geluidssterkte te verhogen. 16. De in de melding opgegeven contactpersoon moet tijdens de festiviteit op de inrichting aanwezig en bereikbaar zijn onder het opgegeven telefoonnummer. 17. De aanvrager neemt alle noodzakelijke maatregelen om overlast te voorkomen, of tot het minimum te beperken. Aanwijzingen van de politie of de bevoegde ambtenaar moeten terstond opgevolgd worden. 18. De politie of de bevoegde ambtenaar kan, na gedegen afweging, besluiten om de gehele festiviteit (direct) te beëindigen. 4:9a
Verbod oplaten ballonnen
Na artikel 4:9 wordt een nieuw artikel tussengevoegd: Nieuw: Artikel 4:9a
39
1. Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, op te laten. 2. Onder een ballon wordt ook verstaan: een herdenkingsballon, vuurballon, geluksballon, wensballon, papierballon, dan wel een voorwerp dat door middel van open vuur, helium of andere gassen en zonder sturing wegdrijft. 5:32
Verbod surfen, kitesurfen en kiten
De tekst wordt als volgt gewijzigd: Oud: Artikel 5:32 Verbod surfen, kite-surfen en kiten 1. Het is verboden zich op de door het college ter voorko-ming van gevaar voor baders of zwemmers aangewezen gedeelten van de zee te bevinden met een voor de plankzeil-sport bestemd vaartuig. 2. Het is het gehele jaar verboden te kite-surfen en te kiten bij of op de stranden behorende tot het grondgebied van de gemeente Vlissingen. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid. 4. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990. Nieuw: Artikel 5:32 Verbod surfen en kitesurfen 1. Het is verboden zich op de door het college ter voorko¬ming van gevaar voor baders of zwemmers aangewezen gedeelten van de zee te bevinden met een voor de plankzeil¬sport bestemd vaartuig. 2. Het is het gehele jaar verboden te kitesurfen bij of op de stranden behorende tot het grondgebied van de gemeente Vlissingen. 3. Het college kan gebieden aanwijzen waar het verbod als bedoeld in het tweede lid niet van toepassing is en het college kan daarvoor nadere regels vaststellen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.
6:1
Strafbepaling
5. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990. Lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
40
Oud: 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: 2:1; 2:2; 2:5; 2:8; 2:11; 2:12; 2:16; 2:17; 2:18; 2:24; 2:25; 2:27; 2:29; 2:30; 2:33; 2:34; 2:41a, 2:42; 2:44; 2:63; 2:64; 2:65; 2:65a; 2:70; 2:73; 2:81; 2:82; 2:83; 2:85; 2:88; 2:91; 3.4; 3:6; 3:8; 3:9; 3:10; 3:11; 4:4; 4:7; 4:7a; 5:2; 5:3; 5:12; 5:14; 5:17; 5:18; 5:35; 5:35a. Nieuw: 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: 2:1; 2:2; 2:5; 2:8; 2:11; 2:12; 2:16; 2:17; 2:18; 2:24; 2:25; 2:27; 2:29; 2:30; 2:33; 2:34; 2:41a, 2:41c, 2:41d, 2:42; 2:44; 2:50a; 2:63; 2:64; 2:65; 2:65a; 2:65b; 2:70; 2:73; 2:81; 2:82; 2:83; 2:85; 2:88; 2:91; 3:3, 3:10, 3:12, 3:13, 3:15, 3:16, 3:17, 3:19, 3:20, 4:4; 4:7; 4:7a; 5:2; 5:3; 5:12; 5:14; 5:17; 5:18; 5:35; 5:35a. 6:2
Toezichthouders
Aan lid 1 wordt een nieuw onderdeel k toegevoegd: Nieuw: k. de buitengewoon opsporingsambtenaren van Staatsbosbeheer.
41