41. RIB Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten Zeeland 2026-2029 bijlage
Tekst van het document
Memo: Van/voor: Datum:
Regionaal Programma samengevat Bestuurlijk Stand overleg van zaken VSV Wet Banenafspraak 23 januari 2026 St
MEMO 1. Inleiding Het Regionaal Programma Zeeland 2026-2029 is ontwikkeld in het kader van de wet ‘van school naar duurzaam werk’ (vanaf 1-1-2026). De wet heeft als doel de kansengelijkheid te vergroten door het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (VSV) en betere en samenhangende begeleiding te bieden aan jongeren tot 27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit betreft de overgang van school naar werk en het behoud van werk. In Zeeland is in 2024 gestart met de voorbereiding op het Regionaal Programma voor de beleidsperiode 20262029, waarbij een regionale analyse is uitgevoerd door bureau LPBL, in nauwe afstemming met onderwijs, gemeenten en de arbeidsmarktregio. In december 2025 is het Regionaal programma Zeeland 2026-2029 vastgesteld in het bestuurlijk overleg VSV Zeeland, en in januari 2026 bekrachtigd door een collegebesluit van de 3 contactgemeenten. Het Regionaal Programma Zeeland 2026-2029 bevat samenwerkingsafspraken en aanvullende maatregelen op de wettelijke taken van onderwijs, gemeenten en doorstroompunten (DSP’s): signalering, begeleiding en nazorg van jongeren zonder startkwalificatie of met een verhoogd risico op uitval. De bekostiging van de Maatregelen in het Regionaal Programma wordt gefinancierd uit een SPUK (Specifieke Uitkering) voor de contactgemeenten en een subsidie voor de contactschool.
2. Regionale analyse en inzichten De regionale analyse Zeeland (door bureau LPBL, 2024) laat zien dat VSV in Zeeland gemiddeld vergelijkbaar is met het landelijk niveau, maar met duidelijke verschillen tussen de drie doorstroompuntregio’s. Oosterschelderegio en Walcheren scoren rond het gemiddelde, terwijl Zeeuws-Vlaanderen structureel hogere VSV- en NEET-cijfers kent, (NEET: Not in Education, Employment or Training) mede door grenspendel en een grotere kwetsbaarheid van jongeren. Verdere inzichten uit de regionale analyse die zijn verwerkt in het programma. •
In Zeeland gaan relatief veel jongeren zonder startkwalificatie aan het werk. Het programma bevat daarom diverse maatregelen om ongediplomeerde uitval naar werk tegen te gaan, zoals leer- en ontwikkelvoorzieningen, aanpak NEET-jongeren en versterking van de samenwerking onderwijs-arbeid.
•
Extra aandacht is nodig voor overdrachtsmomenten tussen onderwijsvormen, tussen onderwijs en doorstroompunt, en tussen onderwijs en gemeenten. Dit is opgenomen in de samenwerkingsafspraken.
De analyse benadrukt dat Zeeland een integraal, regionaal afgestemd programma nodig heeft dat rekening houdt met regionale verschillen en de specifieke kenmerken van de drie doorstroompuntregio’s. De focus ligt op het verkleinen van uitval op kwetsbare onderwijsniveaus, het verbeteren van doorstroom en opvang van thuiszitters, het versterken van samenwerking en het ontwikkelen van maatwerkvoorzieningen. Deze inzichten vormen de basis voor het Regionaal Programma Zeeland 2026-2029.
3. Doel en opbouw van het Regionaal Programma Het Regionaal Programma Zeeland vormt het meerjarenbeleidsplan voor 2026-2029 en beschrijft hoe onderwijsinstellingen, gemeenten en arbeidsmarktpartners gezamenlijk uitvoering geven aan de wettelijke verantwoordelijkheid om jongeren duurzaam te begeleiden van school naar werk. Het programma omvat:
Memo: Van/voor: Datum:
Regionaal Programma samengevat Bestuurlijk Stand overleg van zaken VSV Wet Banenafspraak 23 januari 2026 St
•
Doelstellingen en streefcijfers voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten (VSV) en jongeren zonder werk of opleiding (NEET).
•
Samenwerkingsafspraken en verantwoordelijkheden tussen partijen.
•
Maatregelen die landelijke prioriteiten vertalen naar regionale acties, toegesneden op de specifieke kenmerken van de drie doorstroompuntregio’s (Oosterschelderegio, Walcheren, Zeeuws-Vlaanderen).
•
Financiële en governance voorwaarden, monitoring en evaluatie.
4. Samenwerking en governance Betere onderlinge samenwerking en afstemming zijn essentieel. Het programma bevat afspraken over werkwijze, eigenaarschap, regie en financiering. Er is een nieuwe governance-structuur opgezet waarin alle betrokken partijen op bestuurlijk, beleidsmatig en uitvoerend niveau vertegenwoordigd zijn. Laagdrempelige en uniforme toegang tot hulp wordt nagestreefd, in alle regio’s. De brede samenwerking overstijgt gemeentelijke grenzen en verenigt onderwijs, gemeenten, zorg, werkgevers en jongerenwerk. In december 2025 is deze governance-structuur vastgesteld in het bestuurlijk overleg en in januari 2026 is dit bekrachtigd door een collegebesluit van de 3 contactgemeenten.
5. Samenwerkende partijen en rollen •
Gemeenten: Verantwoordelijk voor uitvoering van de Participatiewet en het bieden van begeleiding en ondersteuning aan jongeren richting werk. Zij bieden preventieve en maatwerkondersteuning aan jongeren met meervoudige problematiek via afdelingen Werk & Inkomen, uitvoeringsorganisaties en Werkgeversservicepunten.
•
Onderwijs: Alle VO (inclusief PRO), VSO en MBO-instellingen verzorgen onderwijs aan de doelgroep van het Regionaal Programma. Zij signaleren risico’s op uitval, bieden begeleiding en nazorg, en zorgen voor het behalen van startkwalificaties. Het onderwijs levert maatwerkvoorzieningen binnen en buiten de wettelijke taken, zoals Plusvoorzieningen en speciale leertrajecten.
•
Doorstroompunten (DSP’s) van de contactgemeenten: signaleren en begeleiden jongeren zonder startkwalificatie, coördineren warme overdracht tussen onderwijs en gemeenten (participatiewet, uitvoeringsorganisaties en WSP’s) en faciliteren uniforme toegang tot hulp. In Zeeland zijn er drie DSPregio’s met als eindverantwoordelijke de contactgemeenten Goes, Middelburg en Terneuzen.
•
Arbeidsmarktregio Zeeland: met centrumgemeente Goes, speelt een strategische en coördinerende rol in het Regionaal Programma. Bevordert de aansluiting tussen onderwijs en regionale arbeidsmarkt door bijv. het stimuleren van praktijkleren en gebruik van sectorale ontwikkelpaden.
6. Maatregelen in het Regionaal programma Het programma is opgebouwd rond samenwerkingsafspraken, multidisciplinaire ketens en integrale ondersteuning op de grensvlakken van onderwijs, zorg en werk. Het bestuurlijk overleg VSV bewaakt de voortgang, voert regie op financiering en uitvoering. Het onderliggend kernteam en projectteam zorgt voor afstemming over beleid en uitvoering. Het Regionaal Programma Zeeland draagt bij aan bij de specifieke uitdagingen van de provincie en zet in op effectieve, op maat gemaakte ondersteuning om jongeren duurzaam te behouden voor onderwijs en arbeid.
Memo: Van/voor: Datum:
Regionaal Programma samengevat Bestuurlijk Stand overleg van zaken VSV Wet Banenafspraak 23 januari 2026 St
Het Regionaal Programma Zeeland omvat in totaal 16 maatregelen (projecten) die door onderwijsinstellingen, gemeenten, doorstroompunten en de arbeidsmarktregio gezamenlijk worden uitgevoerd. Deze maatregelen zijn gericht op de duurzame begeleiding van jongeren tot 27 jaar van school naar werk, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. De maatregelen zijn te groeperen in de volgende thema’s: Voorkomen van voortijdig schoolverlaten (VSV): Maatregelen gericht op het terugdringen van schooluitval en het bevorderen van diploma- en kwalificatiebehoud, bijvoorbeeld door Plusvoorzieningen in VO en MBO, entreeopleidingen op praktijkscholen en versterking van de VSO-MBO-route. Laagdrempelige en integrale toegang tot hulp: Realisatie van toegankelijke jongerenloketten en/of jongerenpunten in alle regio’s, met multidisciplinaire samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en zorg. Verbeteren van de overgang tussen onderwijsniveaus: Speciale aandacht voor de overgang van praktijkonderwijs, VSO en nieuwkomers naar het mbo, met warme overdracht en passende maatwerktrajecten. Tegengaan van ongediplomeerde uitstroom naar werk: Intensieve begeleiding van jongeren die zonder startkwalificatie werken, met inzet op praktijkleren, sectorale ontwikkelpaden, praktijkverklaringen en duurzame arbeidsmarktparticipatie.
Investeren in professionele vakkundigheid en jongerenparticipatie: Versterking van de deskundigheid van onderwijs- en zorgprofessionals, onder andere op het gebied van NT2begeleiding, en het betrekken van jongeren bij de uitvoering en evaluatie van het programma.
7. Financiering van het Regionaal Programma Zeeland De uitvoering van deze aanvullende maatregelen op wettelijke taken, binnen het Regionaal Programma Zeeland 2026-2029 wordt mogelijk gemaakt door een combinatie van specifieke uitkeringen (SPUK) en programmamiddelen (subsidie). De middelen worden verstrekt door het ministerie van OCW en verdeeld over onderwijs en de contactgemeenten op basis van een goedgekeurd Regionaal Programma. De arbeidsmarktregio ontvangt een aparte decentralisatie uitkering van het ministerie van SZW voor de coördinatie en verbindingstaken. Jaarlijks budget voor het Regionaal Programma Zeeland (vermenigvuldigd met 4 voor de hele periode) Oosterschelderegio DSP – contactgemeente Goes Oosterschelderegio – contactschool Scalda
€ €
423.752 355.567
Walcheren DSP – contactgemeente Middelburg Walcheren – contactschool Scalda Zeeuws-Vlaanderen DSP – contactgemeente Terneuzen Zeeuws-Vlaanderen – contactschool Scalda Totaal
€ 341.140 € 291.439 € 274.410 € 208.153 € 1.894.461
Memo: Van/voor: Datum:
Regionaal Programma samengevat Bestuurlijk Stand overleg van zaken VSV Wet Banenafspraak 23 januari 2026 St
De contactgemeenten (Goes, Middelburg en Terneuzen) ontvangen de specifieke uitkeringen (SPUK) per jaar. Voor zowel de doorstroompuntfunctie (reguliere taak) als voor het Regionaal Programma (aanvullende maatregelen). De contactschool Scalda, tevens penvoerder van dit Regionaal Programma, ontvangt de middelen in de vorm van een subsidiebijdrage. Dit alles onder voorbehoud van goedkeuring van het Regionaal Programma door het ministerie van OCW in Q1 van 2026. Samenhang en monitoring •
De middelen worden beheerd via de governance-structuur van het Regionaal Programma.
•
Jaarlijkse monitoring, rapportage en bijsturing zorgen voor transparantie over besteding en effectiviteit.
•
De combinatie van middelen uit onderwijs en gemeenten maakt een integrale aanpak mogelijk, waarbij preventie, begeleiding en nazorg op elkaar aansluiten.
8. Tenslotte Het Regionaal Programma Zeeland 2026-2029 is een integraal en ambitieus plan, gebaseerd op grondige regionale analyse en nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen. Het programma vormt de basis voor een vernieuwde en versterkte aanpak om jongeren duurzaam te begeleiden van school naar werk. We zijn trots op deze gezamenlijke prestatie en zien uit naar de start van de uitvoering in 2026 en het vervolg tot aan 2029. Waarbij we met energie en verbinding onze jongeren betere kansen bieden en zodat niemand tussen wal en schip kan belanden. Wij hopen u op deze wijze voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het Bestuurlijk VSV overleg,
Mw. W.A. Treurniet Voorzitter Bestuurlijk VSV overleg, Wethouder gemeente Middelburg Dhr. S. Meulblok Wethouder gemeente Goes Dhr A. Van der Reest Wethouder centrumgemeente Goes Voorzitter Arbeidsmarktregio Zeeland
Mw. S. Suij Wethouder gemeente Terneuzen Dhr. K. Nieuwenhuijse lid college van bestuur Scalda, MBO Dhr. F. van Esch voorzitter college van bestuur OZEO, VSO-Pro Dhr. K. Terlage bestuurder stichting VOOR, voortgezet onderwijs